Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2636(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0245/2010

Ingediende teksten :

B7-0245/2010

Debatten :

PV 05/05/2010 - 23
CRE 05/05/2010 - 23

Stemmingen :

PV 06/05/2010 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0151

Aangenomen teksten
PDF 137kWORD 55k
Donderdag 6 mei 2010 - Brussel
Groepsvrijstellingsverordening voor motorvoertuigen
P7_TA(2010)0151B7-0245/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 6 mei 2010 over de groepsvrijstellingsverordening voor motorvoertuigen

Het Europees Parlement,

–  gelet op artikel 3, lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 101, leden 1 en 3, artikel 103, lid 1 en artikel 105, lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gelet op Verordening nr. 19/65/EEG van de Raad van 2 maart 1965 betreffende de toepassingen van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen van overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen(1),

–  gelet op Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake zelfstandige handelsagenten(2),

–  gelet op Verordening (EG) nr. 2790/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen(3) (de algemene groepsvrijstellingsverordening inzake verticale overeenkomsten, de „huidige AG”),

–  gelet op Verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector(4) (de groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen, de „huidige GM”),

–  gelet op Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie(5), en op Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie(6),

–  gezien het ontwerp voor een verordening van de Commissie inzake de toepassing van artikel 81, lid 3 van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (de nieuwe algemene groepsvrijstellingsverordening inzake verticale overeenkomsten, de „nieuwe AG”) die op 28 juli 2009 ter raadpleging is gepubliceerd op de website van de Commissie,

–  gezien het ontwerp voor een verordening van de Commissie inzake de toepassing van artikel 101, lid 3 van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector (de nieuwe groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen, de „nieuwe GM”) die op 21 december 2009 ter raadpleging is gepubliceerd op de website van de Commissie,

–  gezien de bekendmaking van de Commissie – Richtsnoeren inzake verticale beperkingen(7),

–  gezien de folder waarin de Commissie de distributie en het onderhoud van motorvoertuigen in de Europese Unie toelicht,

–  gezien de bekendmaking van de Commissie – Richtsnoeren betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3 van het Verdrag(8),

–  gezien de ontwerpbekendmaking van de Commissie – Richtsnoeren inzake verticale beperkingen, die op 28 juli 2009 op de website van de Commissie is gepubliceerd voor raadpleging,

–  gezien de ontwerpbekendmaking van de Commissie – Aanvullende richtsnoeren inzake verticale beperkingen in overeenkomsten voor verkoop en reparatie van motorvoertuigen en de distributie van onderdelen van motorvoertuigen, die op 21 december 2009 op de website van de Commissie is gepubliceerd voor raadpleging,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 juni 2008 – „Denk eerst klein – Een Small Business Act voor Europa” (COM(2008)0394),

–  gezien het beoordelingsverslag van de Commissie over de werking van Verordening (EG) nr. 1400/2002 inzake de distributie en het onderhoud van motorvoertuigen, en de begeleidende interne werkdocumenten die in mei 2009 op de website van de Commissie zijn gepubliceerd voor raadpleging („het beoordelingsverslag”),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 juli 2009 over het toekomstige kader van mededingingsrecht dat geldt voor de motorvoertuigensector (COM(2009)0388) en de begeleidende interne werkdocumenten,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 maart 2010 inzake de mededeling van de Commissie over toekomstige kader van mededingingsrecht dat geldt voor de motorvoertuigensector (INT/507 – CESE 444/2010),

–  gezien de op de website van de Commissie gepubliceerde bijdragen die de verschillende belanghebbenden aan de Commissie hebben doen toekomen tijdens de perioden van maatschappelijke raadpleging, alsook de standpunten die de belanghebbenden hebben geformuleerd tijdens de gezamenlijke vergadering van de commissies ECON en IMCO op 19 oktober 2009, en de werkbijeenkomst van de commissie ECON op 12 april 2010, beide over de GM,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 30 mei 2002 over het ontwerp voor een verordening van de Commissie inzake de toepassing van artikel 81, lid 3 van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector (2002/2046(INI))(9),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 januari 2008 over CARS 21: een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie (2007/2120(INI))(10),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 25 maart 2009 over de toekomst van de auto-industrie(11),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2010 over het verslag over het mededingingsbeleid 2008 (2009/2173(INI))(12),

–  gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat voor distributieovereenkomsten op EU-niveau voorschriften gelden via twee afzonderlijke juridische kaders, te weten een richtlijn die bepaalt dat nationale wetgevingen inzake overeenkomsten betreffende commerciële vertegenwoordiging worden gecoördineerd (Richtlijn 86/653/EEG, de zogeheten richtlijn handelsagentschappen), en twee verordeningen inzake generieke vrijstellingen in het kader van de mededingingswetgeving voor zover deze verticale distributieovereenkomsten betreft (de huidige AG en de huidige GM),

B.  overwegende dat de Commissie in de huidige AG in 1999 een categorie verticale overeenkomsten heeft omschreven die naar haar inzicht gewoonlijk voldoet aan de in artikel 101, lid 3 VWEU vastgelegde voorwaarden voor vrijstelling van een verbod op tegen mededinging gerichte clausules en gedragingen,

C.  overwegende dat voor de motorrijtuigensector sinds het midden van de jaren „80 een specifiek regelgevend kader inzake mededinging geldt,

D.  overwegende dat de Commissie in 2002 van mening was dat de motorrijtuigensector niet moest worden opgenomen in het huidige AG-stelsel, omdat er nog steeds specifieke bepalingen vereist waren om het bijzondere mededingingsprobleem aan te pakken dat zij in deze sector had geconstateerd, te weten de oligopolide situatie op de Europese automarkt; overwegende dat de Commissie zich toentertijd zorgen maakte over het lage mededingingsniveau tussen autofabrikanten,

E.  overwegende dat de Commissie daarom heeft besloten in de huidige GM striktere regels voor deze sector te bepalen, met name specifieke drempels voor marktsegmenten en aanvullende harde beperkingen en voorwaarden,

F.  overwegende dat de toepassingsgebied van de huidige GM drie verschillende productmarkten omvat: (a) nieuwe motorvoertuigen (primaire markt); (b) onderdelen voor motorvoertuigen (vervangingsmarkt); en (c) herstel- en onderhoudsdiensten (vervangingsmarkt); overwegende dat de term „motorrijtuigen” personenauto's en bedrijfsvoertuigen omvat,

G.  overwegende dat de huidige AG en GM op 31 mei 2010 aflopen; overwegende dat de Commissie de procedure voor herziening van beide verordeningen en de flankerende richtsnoeren op gang heeft gebracht,

H.  overwegende dat de Commissie thans van mening is dat de markten voor de verkoop van nieuwe motorvoertuigen uiterst concurrerend zijn en dat het concentratieniveau daalt, overwegende dat de Commissie thans van mening is dat ook de belemmeringen voor toegang tot deze markt gering zijn en dat het aantal Oost-Aziatische nieuwkomers op de markt snel is gestegen ten gevolge van agressieve beprijzing,

I.  overwegende dat de Commissie vaststelt dat de detailhandelsprijzen voor personenauto's daardoor dalen; overwegende dat de Commissie daarentegen constateert dat de mededinging op de herstel- en onderhoudsmarkt nog steeds uiterst beperkt is en dat de prijzen van sommige soorten onderdelen zeer hoog liggen,

J.  overwegende dat de Commissie voorstelt dat een specifieke groepsvrijstelling voor aan- en verkoop van nieuwe motorvoertuigen (primaire markt) niet meer nodig is en dat de nieuwe AG na een verlengingsperiode van drie jaar zal gelden voor de primaire markt; overwegende dat de huidige GM tot 31 mei 2013 van toepassing blijft op de primaire markt,

K.  overwegende dat de Commissie eveneens voorstelt voor de primaire markt en de vervangingsmarkt specifieke richtsnoeren aan te nemen voor uitleg en tenuitvoerlegging die van toepassing zijn op de sector motorvoertuigen,

L.  overwegende dat de Commissie voor de vervangingsmarkt (reserveonderdelen van motorvoertuigen, herstel- en onderhoudsdiensten) voorstelt een speciale groepsvrijstellingsverordening aan te nemen, de nieuwe GM,

M.  overwegende dat niet valt te ontkennen dat de meeste autohandelaren en –herstellers blijk hebben gegeven van hun ernstige verontrusting over het gevaar van een tijdelijke opschorting of kortdurende verlenging van de huidige GM, daar dit tot gevolg zal hebben dat het machtsevenwicht tussen producenten en de rest van de waardeketen in de sector motorvoertuigen nog slechter wordt en uitsluitend ten goede zal komen aan de handvol grote producenten van voertuigen,

N.  overwegende dat een aantal vertegenwoordigers van de markt van reserveonderdelen van motorvoertuigen, en van de onderhouds- en herstelsector zijn steun heeft uitgesproken voor een nieuwe combinatie van voorschriften voor de vervangingsmarkt, daar dit in vergelijking met de huidige GM een aanzienlijke stap voorwaarts zou zijn,

O.  overwegende dat de primaire markt en de vervangingsmarkt elkaar niet wederzijds uitsluiten, en dat de commerciële levensvatbaarheid van tal van onafhankelijke handelaars afhankelijk is van de soepelheid waarmee ze voertuigen verkopen en repareren,

P.  overwegende dat de EU momenteel geconfronteerd wordt met een buitengewone financiële en economische crisis en hoge werkloosheidscijfers, overwegende dat de EU een mededingingskrachtige sociale-markteconomie moet bevorderen en dient te streven naar terugdringing van de armoede, overwegende dat de Europese motorvoertuigenindustrie een sleutelsector van de Europese economie is, die een bijdrage levert tot werkgelegenheid, vernieuwing en het mededingingsvermogen van de gehele economie, overwegende dat deze bedrijfstak door de huidige crisis in bijzondere mate is getroffen en in een aantal lidstaten door de overheid wordt gesteund,

Q.  overwegende dat bepalingen ten aanzien van de verkoop van meer dan één merk van toepassing zijn op verkoop onder hetzelfde dak, in afzonderlijke toonzalen of in verschillende gebouwen,

1.  spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Commissie een aantal burgerraadplegingen op gang heeft gebracht met betrekking tot de herziening van de GM en AG; stelt het op prijs dat de Commissie het beoordelingsverslag over de tenuitvoerlegging van de huidige GM aan het Parlement heeft voorgelegd;

2.  moedigt de Commissie aan met het Parlement proactief te werk te gaan in een geest van openheid en openbaarheid, het Parlement te informeren en het vroegtijdig wetgevende, wetgeving voorbereidende en niet-wetgevende documenten te doen toekomen, zoals Commissaris Almunia heeft toegezegd toen hij als kandidaat-Commissaris werd ondervraagd;

3.  wijst erop dat door deze aanpak een degelijk debat mogelijk zou worden tussen leden van het Parlement en dat de democratische wettigheid van het besluit van de Commissie erdoor zou toenemen;

4.  verzoekt de Commissie duidelijk te specificeren welke eventuele bijdragen van belanghebbenden zij overweegt op te nemen in de definitieve verordening, om ervoor te zorgen dat de definitieve GM en AG doorzichtig worden geformuleerd;

5.  wijst erop dat er algemene voorwaarden moeten worden vastgesteld om de motorvoertuigenindustrie in de EU, o.m. de producenten van voertuigen en van onderdelen, duurzaam te maken en in staat te stellen economisch efficiënt te blijven en voorop te gaan in technologische, milieutechnische en maatschappelijke vernieuwing; wijst erop dat het belangrijk is op de interne markt en in de betrekkingen met derde landen evenwicht tot stand te brengen tussen mededingingseisen en intellectuele eigendom;

6.  is van mening dat de nieuwe GM gezien moet worden als onderdeel van een geïntegreerde aanpak van de wetgeving in de motorvoertuigensector;

7.  wijst andermaal op het belang van rechtszekerheid; verzoekt de Commissie veel gestelde vragen of een toelichtingsfolder op te stellen om het nieuwe wetgevingskader in meer detail uit te leggen aan de marktpartners;

8.  wijst erop dat de verhouding tussen producenten enerzijds, en handelaars, dienstverlenende bedrijven en andere marktdeelnemers in de aan de auto-industrie toeleverende sector anderzijds, zorgvuldig moet worden geanalyseerd, rekening houdend met hun ongelijke economische macht als handelspartners;

9.  wijst erop dat ervoor moet worden gezorgd dat voor kleine en middelgrote marktdeelnemers in de aan de auto-industrie toeleverende sector gunstige voorwaarden gelden; wijst erop dat het belangrijk is dat een degelijk regelgevend kader wordt aangenomen waardoor misbruik van dominante positie daadwerkelijk kan worden voorkomen en kan worden gezorgd dat het MKB niet nog afhankelijker wordt van grote producenten; wijst nogmaals op de betekenis van het MKB als verschaffers van werk, met name in tijden van economische crisis, en als leveranciers van diensten in de nabijheid, waardoor zelfs in minder dichtbevolkte gebieden wordt beantwoord aan de behoeften van de bevolking;

10.  is er geen voorstander van dat voor de vrijstelling van een overeenkomst een aantal voorwaarden uit hoofde van de huidige GM wordt geschrapt, met name de voorwaarden in overeenkomsten over de verkoop van meer dan één merk, kennisgeving van beëindiging, duur, bemiddeling bij geschillen, procesvoering en overdracht van bedrijven binnen netwerken; wijst er met name nogmaals op dat de noodzaak de voorwaarden voor de overdracht van bedrijven te vereenvoudigen deel vormt van het eerste beginsel van de Small Business Act; wijst op het gevaar dat een verplichting tot het voeren van één enkel merk inhoudt voor de keuze van de consument en de onafhankelijkheid van de verkoper ten opzichte van de producent; vreest dat deze bepalingen in de nationale wetgeving inzake overeenkomsten verschillend zullen worden uitgelegd;

11.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat distributeurs, o.m. uit de motorvoertuigensector, in de gehele EU aanspraak kunnen maken op hetzelfde niveau van bescherming van overeenkomsten als momenteel geldt voor handelsagenten; is van mening dat deze aanpassing kan worden verwezenlijkt door wijziging van Richtlijn 86/653/EEG en door het toepassingsgebied daarvan ten dele uit te breiden tot alle distributieovereenkomsten;

12.  wijst erop dat het in economisch moeilijke tijden om te voldoen aan de mobiliteitsbehoefte van individuele personen, belangrijk is concrete commerciële alternatieven voor eigendom toe te staan, zoals leasing; verzoekt de Commissie dan ook erop toe te zien dat in de nieuwe GM en AG de vereiste voorwaarden worden vermeld, zoals de omschrijving van „eindgebruiker”, om het mogelijk te maken dat deze commerciële alternatieven worden ontwikkeld en om een bijdrage te leveren tot gezonde mededinging op de markt van motorvoertuigen;

13.  is geen voorstander van een vrijblijvende gedragscode waarin de wederzijdse verplichtingen worden vastgelegd van verkopers met franchiseovereenkomsten en hun toeleveranciers, omdat daardoor de belangen van verkopers ten opzichte van producenten niet doelmatig worden beschermd; een gedragscode dient vergezeld te gaan van een behoorlijk handhavingsmechanisme, met name toegang tot een adequate procedure voor het beslechten van geschillen;

14.  vreest dat de door de Commissie nagestreefde voortgezette bevordering van daadwerkelijke mededinging in de vervangingsmarkt voor motorvoertuigen door zich te richten op de keuze van de consument en daadwerkelijke toegang voor onafhankelijke marktdeelnemers, via deze hervorming niet kan worden verwezenlijkt; is het met de Commissie eens dat mededingingsvoorwaarden in de vervangingsmarkt voor motorvoertuigen eveneens rechtstreekse gevolgen hebben voor de openbare veiligheid;

15.  verzoekt de Commissie de drempel van 30% voor de verplichting tot aanschaf van reserveonderdelen te handhaven, om ervoor te zorgen dat erkende reparateurs vrij blijven reserveonderdelen te betrekken uit andere bronnen dan de producent van het voertuig en derhalve te voorkomen dat er weer een min of meer gebonden toelevering ontstaat, waardoor de prijs van onderdelen zou stijgen en de werkzaamheden van andere leveranciers van onderdelen zouden worden beknot;

16.  wijst erop dat Europese consumenten en andere eindgebruikers niet mogen worden belemmerd in de aanschaf van een auto tegen concurrerende prijzen, zelfs in grote aantallen en ongeacht het door de leverancier gekozen distributiesysteem, en dat zij moeten kunnen kiezen waar en hoe zij herstel en onderhoud laten uitvoeren;

17.  herinnert in dit verband aan de herhaalde verzoeken van het Parlement om groenere voertuigen en aan de verklaringen van de voorzitter van de Commissie over het groen maken van de economie; is ervan overtuigd dat het verkopen van meer dan één enkel merk tegelijk en gemakkelijke toegang tot herstel- en onderhoudsdiensten bijdragen tot verwezenlijking van de ten doel gestelde voertuigen met lagere uitworp, doordat tijdens de aanschaf van een auto gemakkelijk voertuigen kunnen worden vergeleken, en naar behoren functionerende voertuigen; dringt er andermaal op aan de doelmatigheid te onderzoeken van de overheidssteun die aan de motorvoertuigensector wordt toegekend met het oog op „groen herstel”;

18.  is er verontrust over dat de richtsnoeren die de Commissie voorstelt voor de motorvoertuigensector niet voldoende nauwkeurig zijn om te waarborgen dat technische gegevens aan onafhankelijke verkopers beschikbaar worden gesteld in dezelfde universele vorm als is vastgelegd in de Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009; verzoekt de Commissie voorts de omschrijving van technische gegevens bij te werken op de grondslag van technologische vooruitgang en erop toe te zien dat geactualiseerde diensten en gegevens over onderdelen beschikbaar blijven in gemakkelijk toegankelijke elektronische vormen;

19.  verzoekt de Commissie de nieuwe voorschriften voor de vervangingsmarkt met ingang van 1 juni 2010 toe te passen, ongeacht de oplossingen die moeten worden aangenomen met betrekking tot de verkoop van nieuwe voertuigen;

20.  verzoekt de Commissie nieuwe vormen van mededingingsbelemmerende klantenbinding aan te pakken zoals alle soorten klantenservice die afhankelijk zijn van het repareren of onderhouden van een voertuig bij een merkspecifiek netwerk;

21.  verzoekt de Commissie regelmatig te controleren hoe het nieuwe wettelijke kader voor de motorvoertuigensector werkt; verzoekt de Commissie met name een grondige herbeoordeling van de mededingingsvoorwaarden in de primaire motorvoertuigenmarkt uit te voeren vóór afloop van de verlengingsperiode, en zich daarbij voornamelijk te richten op de gevolgen van enkele bepalingen in overeenkomsten zoals het voeren van meer dan één enkel merk, bedrijfsoverdracht en drempel voor onderdelen, alsook op de bepalingen van de voorgestelde gedragscode; verzoekt de Commissie in dit opzicht alle regelgevende alternatieven open te laten en de noodzakelijke maatregelen te nemen, met inbegrip van een nieuwe verlenging van een deel van de GM of de in de AG aan te brengen hervormingen, voor het geval dat blijkt dat de mededingingsvoorwaarden met name op de primaire mark merkbaar slechter zijn geworden;

22.  wijst er met klem op dat het Parlement door de Commissie op de hoogte moet worden gesteld van aanpassingen van het nieuwe wettelijk kader dat zij eventueel overweegt vast te stellen naar aanleiding van haar marktonderzoek en dat het Parlement bijtijds moet worden geraadpleegd alvorens een dergelijk besluit wordt genomen;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en nationale parlementen.

(1)PB 36 van 6.3.1965, blz. 533.
(2)PB L 382 van 31.12.1986, blz. 17.
(3)PB L 336 van 29.12.1999, blz. 21.
(4)PB L 203 van 1.8.2002, blz. 30.
(5)PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.
(6)PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1.
(7)PB C 291 van 13.10.2000, blz. 1.
(8)PB C 101 van 27.4.2004, blz. 97.
(9)PB C 187 E van 7.8.2003, blz. 149.
(10)Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0007.
(11)Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0186.
(12)Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0050.

Juridische mededeling - Privacybeleid