Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2062(REG)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0043/2009

Ingediende teksten :

A7-0043/2009

Debatten :

PV 23/11/2009 - 21
CRE 23/11/2009 - 21

Stemmingen :

PV 25/11/2009 - 7.4
CRE 25/11/2009 - 7.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 15/06/2010 - 7.9
CRE 15/06/2010 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0088
P7_TA(2010)0204

Aangenomen teksten
PDF 349kWORD 101k
Dinsdag 15 juni 2010 - Straatsburg
Aanpassing van het Reglement aan het Verdrag van Lissabon
P7_TA(2010)0204A7-0043/2009

Besluit van het Europees Parlement van 15 juni 2010 over de aanpassing van het Reglement aan het Verdrag van Lissabon (2009/2062(REG))

Het Europees Parlement,

–  gelet op de artikelen 211 en 212 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken waarin de amendementen zijn opgenomen die door de Begrotingscommissie waren voorgesteld in haar advies van 31 maart 2009 (A7-0043/2009),

–  gezien zijn besluit van 25 november 2009 over de aanpassing van het Reglement van het Parlement aan het Verdrag van Lissabon(1),

1.  besluit onderstaande wijzigingen in zijn Reglement op te nemen;

2.  wijst erop dat de amendementen op de eerste dag van de volgende zitting in werking treden;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Bestaande tekst   Amendement
Amendement 1
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 7 − lid 2
2.  De commissie stelt een ontwerpbesluit op dat zich beperkt tot de aanbeveling het verzoek om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de immuniteit en voorrechten in te willigen dan wel af te wijzn.
2.  De commissie stelt een met redenen omkleed ontwerpbesluit op waarin wordt aanbevolen het verzoek om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de immuniteit en voorrechten in te willigen dan wel af te wijzen.
Amendement 121
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 8
Tenzij anders bepaald, worden de regelingen betreffende de tenuitvoerlegging van het Statuut van de leden van het Europees Parlement door het Bureau vastgesteld.
Het Parlement stelt het Statuut van de leden van het Europees Parlement en eventuele wijzigingen hierop vast op basis van een voorstel van de ter zake bevoegde commissie. Het bepaalde in artikel 138, lid 1, is mutatis mutandis van toepassing. Het Bureau is bevoegd voor de toepassing van deze voorschriften en beslist over het financieel kader op basis van de jaarlijkse begroting.
Amendement 4
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 23 – leden 2 en 2 bis (nieuw)
2.  Het Bureau neemt besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de leden en de interne organisatie van het Parlement, zijn secretariaat en zijn organen betreffen.
2.  Het Bureau neemt besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de interne organisatie van het Parlement, zijn secretariaat en zijn organen betreffen.
2 bis.  Het Bureau neemt op voorstel van de secretaris-generaal of een fractie besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de leden betreffen.
Amendement 5
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 23 – lid 11 bis (nieuw)
11 bis.  Het Bureau benoemt twee ondervoorzitters, die worden belast met het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen.
Zij brengen de Conferentie van voorzitters regelmatig verslag uit over hun werkzaamheden dienaangaande.
(De tweede en derde zin van artikel 25 lid 3 worden geschrapt.)
Amendement 86
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 24 – lid 2
2.  De niet-ingeschrevenen vaardigen één van hen af om zonder stemrecht aan de vergaderingen van de Conferentie van voorzitters deel te nemen.
2.  De Voorzitter van het Parlement nodigt een van de niet-ingeschrevenen uit om zonder stemrecht aan de vergaderingen van de Conferentie van voorzitters deel te nemen.
Amendement 117
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 37 bis (nieuw)
Artikel 37 bis
Delegatie van wetgevingsbevoegdheden
1.  Bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling waarbij overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevoegdheden aan de Commissie worden gedelegeerd, let het Parlement met name op de doelstellingen, de inhoud, de reikwijdte en de duur van de delegatie, alsook op de hieraan verbonden voorwaarden.
2.  De ter zake bevoegde commissie kan te allen tijde het advies inwinnen van de voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie.
3.  De voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief aangelegenheden betreffende de delegatie van wetgevingsbevoegdheden in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ter zake bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.
Amendement 10
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 56 – lid 3 – alinea 2
In geval van terugverwijzing brengt deze commissie binnen een door het Parlement vastgestelde termijn van ten hoogste twee maanden mondeling of schriftelijk opnieuw aan het Parlement verslag uit.
In geval van terugverwijzing besluit deze commissie over de te volgen procedure en brengt binnen een door het Parlement vastgestelde termijn van ten hoogste twee maanden mondeling of schriftelijk opnieuw aan het Parlement verslag uit.
Amendement 113
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 74 bis – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Wordt het Parlement overeenkomstig artikel 48, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie geraadpleegd over een voorstel voor een besluit van de Europese Raad om over wijzigingen van de Verdragen te beraadslagen, dan wordt de aangelegenheid aan de ter zake bevoegde commissie voorgelegd. De commissie stelt daarover een verslag op bestaande uit:
– een ontwerpresolutie waarin wordt aangegeven of het Parlement het voorgestelde besluit goedkeurt dan wel verwerpt, eventueel met voorstellen ten behoeve van de Conventie of de Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten;
– zo nodig een toelichting.
Amendement 114
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 74 ter – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Wordt het Parlement overeenkomstig artikel 48, lid 6, van het Verdrag betreffende de Europese Unie geraadpleegd over een voorstel voor een besluit van de Europese Raad tot wijziging van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dan is artikel 74 bis, lid 1 bis, van dienovereenkomstige toepassing. In dat geval mogen in de ontwerpresolutie uitsluitend voorstellen worden opgenomen tot wijziging van het bepaalde in het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Amendement 118
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 96
1.  Wanneer het Parlement overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt geraadpleegd, wordt de zaak verwezen naar de bevoegde commissie, die overeenkomstig artikel 97 van het Reglement aanbevelingen kan doen.
1.  Wanneer het Parlement overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt geraadpleegd, wordt de zaak verwezen naar de bevoegde commissie, die overeenkomstig artikel 97 van het Reglement aanbevelingen kan doen.
2.  De betrokken commissies stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de ondervoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad en de Commissie ze regelmatig en tijdig op de hoogte stellen van de ontwikkeling en de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, van de geraamde kosten telkens wanneer een besluit met financiële gevolgen op het gebied van het GBVB wordt genomen, en van andere financiële overwegingen die verband houden met de uitvoering van GBVB-acties. Op verzoek van de Commissie, de Raad of de ondervoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger kan een commissie bij wijze van uitzondering besluiten met gesloten deuren te beraadslagen.
2.  De betrokken commissies stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid hen regelmatig en tijdig op de hoogte stelt van de ontwikkeling en de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, van de geraamde kosten telkens wanneer een besluit met financiële gevolgen op het gebied van het GBVB wordt genomen, en van andere financiële overwegingen die verband houden met de uitvoering van GBVB-acties. Op verzoek van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger kan een commissie bij wijze van uitzondering besluiten met gesloten deuren te beraadslagen.
3.  Twee maal per jaar vindt een debat plaats over het door de ondervoorzitter/hoge vertegenwoordiger opgestelde document met de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen op het gebied van het GBVB, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en de financiële gevolgen ervan voor de begroting van de Europese Unie. De procedures van artikel 110 zijn van toepassing.
3.  Twee maal per jaar vindt een debat plaats over het door de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger opgestelde document met de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen op het gebied van het GBVB, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en de financiële gevolgen ervan voor de begroting van de Europese Unie. De procedures van artikel 110 zijn van toepassing.
(Zie eveneens de interpretatie onder artikel 121).
(Zie eveneens de interpretatie onder artikel 121).
4.  De Raad, de Commissie en/of de ondervoorzitter/hoge vertegenwoordiger worden uitgenodigd voor elk plenair debat over aspecten van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid.
4.  De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger wordt uitgenodigd voor elk plenair debat over aspecten van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid.
Amendement 116
Reglement van het Europees Parlement
Titel IV – hoofdstuk 3 - titel
VRAGEN AAN DE RAAD, DE COMMISSIE EN DE EUROPESE CENTRALE BANK
PARLEMENTAIRE VRAGEN
Amendement 107
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 116
1.  Tijdens elke vergaderperiode wordt een vragenuur met de Raad en de Commissie gehouden, en wel op door het Parlement op voorstel van de Conferentie van voorzitters vastgestelde tijdstippen. Daarbij kan een specifiek tijdsbestek worden uitgetrokken voor vragen aan de voorzitter en de onderscheiden leden van de Commissie.
1.  Tijdens elke vergaderperiode wordt een vragenuur met de Raad en de Commissie gehouden, en wel op door het Parlement op voorstel van de Conferentie van voorzitters vastgestelde tijdstippen.
2.  Per vergaderperiode mag een lid de Raad en de Commissie elk slechts één vraag stellen.
2.  Per vergaderperiode mag een lid de Raad en de Commissie elk één vraag stellen.
3.  De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die beslist over de ontvankelijkheid en de volgorde van behandeling. Deze beslissing wordt onverwijld aan de vraagstellers medegedeeld.
3.  De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die beslist over de ontvankelijkheid en de volgorde van behandeling. Deze beslissing wordt onverwijld aan de vraagstellers medegedeeld.
4.  Het vragenuur is nader geregeld bij in een bijlage bij dit Reglement neergelegde richtsnoeren.
4.  Het vragenuur is nader geregeld bij in een bijlage bij dit Reglement neergelegde richtsnoeren.
5.  Overeenkomstig de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde richtsnoeren kunnen specifieke vragenuren met de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep worden gehouden.
(Punt 15 (Indeling) van Bijlage II moet worden geschrapt.)
Amendement 108
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 117 – titel en lid 1
Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Raad of de Commissie
Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord
1.  Elk lid kan in overeenstemming met de in een bijlage bij dit Reglement neergelegde richtsnoeren de Raad of de Commissie vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord. Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.
1.  Elk lid kan overeenkomstig de in een bijlage bij dit Reglement neergelegde richtsnoeren de Europese Raad, de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord. Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.
Amendement 115
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 117 – lid 2
2.  De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die ze aan de betrokken instelling doet toekomen. Bij twijfel beslist de Voorzitter over de ontvankelijkheid van een vraag. De vraagsteller wordt van deze beslissing in kennis gesteld.
2.  De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die ze aan de adressaten doet toekomen. Bij twijfel beslist de Voorzitter over de ontvankelijkheid van een vraag. De vraagsteller wordt van deze beslissing in kennis gesteld.
(Horizontaal amendement: de woorden ’betrokken instelling’ worden in artikel 117, leden 2 en 4, en in de punten 1 en 3 van bijlage III bij het Reglement vervangen door het woord ’adressaten’.)
Amendement 110
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 130 – leden 1 bis, ter en quater (nieuw)
1 bis.  De onderhandelingen over de wijze waarop overeenkomstig artikel 9 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie een efficiënte en regelmatige samenwerking tussen de verschillende parlementen binnen de Unie kan worden georganiseerd en gestimuleerd, worden gevoerd op basis van een door de Conferentie van voorzitters, na raadpleging van de Conferentie van commissievoorzitters, verleend mandaat.
Het Parlement hecht zijn goedkeuring aan eventuele akkoorden dienaangaande overeenkomstig de procedure van artikel 127.
1 ter.  Een commissie kan rechtstreeks op commissieniveau in dialoog gaan met de nationale parlementen binnen de grenzen van de hiervoor uitgetrokken begrotingskredieten. Een en ander kan passende vormen van pre- en postwetgevingssamenwerking omvatten.
1 quater.  Documenten die een wetgevingsprocedure op het niveau van de Unie betreffen en officieel door een nationaal parlement aan het Europees Parlement zijn toegezonden, worden naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.
Amendement 112
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 131
1.  Op voorstel van de Voorzitter benoemt de Conferentie van voorzitters de leden van de delegatie van het Parlement in de COSAC en kan zij deze een mandaat verlenen. De delegatie wordt geleid door een van de voor het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen verantwoordelijke ondervoorzitters.
1.  Op voorstel van de Voorzitter benoemt de Conferentie van voorzitters de leden van de delegatie van het Parlement in de COSAC en kan zij deze een mandaat verlenen. De delegatie wordt geleid door een voor het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen verantwoordelijke ondervoorzitter van het Europees Parlement en door de voorzitter van de voor institutionele zaken bevoegde commissie.
2.  De overige leden van de delegatie worden gekozen naar gelang van de op de COSAC-bijeenkomst te behandelen onderwerpen, en met inachtneming van de algehele politieke krachtsverhoudingen binnen het Parlement. Na elke bijeenkomst brengt de delegatie verslag uit.
2.  De overige leden van de delegatie worden gekozen naar gelang van de op de COSAC-bijeenkomst te behandelen onderwerpen, en vertegenwoordigen, voor zover mogelijk, de voor die onderwerpen bevoegde commissies. Na elke bijeenkomst brengt de delegatie verslag uit.
3.  Er wordt naar behoren rekening gehouden met het algehele politieke evenwicht binnen het Parlement.
Amendement 66
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 191 – lid 1
1.  In de eerstvolgende commissievergadering na de verkiezing van de leden van de commissies, overeenkomstig artikel 186, kiest de commissie een voorzitter en, bij aparte stemmingen, één, twee of drie ondervoorzitters, die het bureau van de commissie vormen.
1.  In de eerstvolgende commissievergadering na de verkiezing van de leden van de commissies, overeenkomstig artikel 186, kiest de commissie een voorzitter en, bij aparte stemmingen, ondervoorzitters, die het bureau van de commissie vormen. Het aantal te kiezen ondervoorzitters wordt op voordracht van de Conferentie van voorzitters door het Parlement vastgesteld.
Amendement 109
Reglement van het Europees Parlement
Bijlage III – punt 1 – streepje -1 (nieuw)
− moeten duidelijk de adressaat vermelden aan wie zij via de gebruikelijke interinstitutionele kanalen moeten worden doorgezonden;

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2009)0088.

Juridische mededeling - Privacybeleid