Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2997(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0157/2011

Ingediende teksten :

B7-0157/2011

Debatten :

PV 08/03/2011 - 15
CRE 08/03/2011 - 15

Stemmingen :

PV 09/03/2011 - 10.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0091

Aangenomen teksten
PDF 139kWORD 59k
Woensdag 9 maart 2011 - Straatsburg
Europees integratieproces van Montenegro
P7_TA(2011)0091B7-0157/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 9 maart 2011 over het Europese integratieproces van Montenegro

Het Europees Parlement,

–  gezien het besluit van de Europese Raad van 17 december 2010 om Montenegro de status van kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Europese Unie te geven,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het advies van de Commissie betreffende het verzoek van Montenegro om toetreding tot de Europese Unie (COM(2010)0670),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitbreidingsstrategie en voornaamste uitdagingen 2010-2011 (COM(2010)0660),

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst van 29 maart 2010(1) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds,

–  gelet op de overnameovereenkomst tussen de EU en Montenegro van 8 november 2007(2) en de op 1 december 2009 vastgestelde Verordening (EG) nr. 1244/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld(3),

–  gezien de aanbevelingen van het Parlementair stabilisatie- en associatiecomité EU-Montenegro van 27-28 september 2010,

–  gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Raad van Thessaloniki op 19-20 juni 2003 heeft herhaald dat de toekomst van de westelijke Balkan in de Europese Unie ligt; overwegende dat dit standpunt op de Europese Raad van Brussel op 15-16 juni 2006 en op daaropvolgende bijeenkomsten is bevestigd,

1.  is verheugd over de consensus die bij de regering en de oppositiepartijen in Montenegro bestaat over de Europese integratie en de hoge prioriteit die hieraan wordt gegeven, waardoor sinds de onafhankelijkheid van het land aanzienlijke vooruitgang in het hervormingsproces is geboekt; is verheugd over het nieuwe politieke leiderschap in Podgorica en spoort de nieuwe regering aan Montenegro's Europese integratieproces voort te zetten en de hervormingen die gericht zijn op de naleving van de criteria van Kopenhagen, te versnellen;

2.  is verheugd over het besluit van de Europese Raad van 17 december 2010 om Montenegro de status van kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Europese Unie te geven; betreurt echter dat de status van kandidaat-lidstaat wordt losgekoppeld van het recht om onderhandelingen te openen, en onderstreept dat de beslissing tot onderhandelen niet onrechtmatig of onredelijk mag worden uitgesteld; verwacht dat de onderhandelingen uiterlijk na de publicatie van het voortgangsverslag 2011 van de Commissie worden aangevat, mits Montenegro goede vorderingen maakt met de ijkpunten die de Commissie heeft vastgesteld;

3.  is verheugd over het besluit van de Raad om Montenegrijnse burgers per 19 december 2009 het recht te geven zonder visum naar het Schengen-gebied van de EU te reizen (volledige visumliberalisering); onderstreept het belang van deze maatregelen voor de ontwikkeling van contacten van mens tot mens, met name op het gebied van onderwijs, onderzoek, toerisme en wat zakencontacten en internationale samenwerking tussen vakbonden betreft; verzoekt de EU-landen die geen deel uitmaken van het Schengen-gebied om een soortgelijke visumliberalisering voor Montenegrijnse burgers in te voeren, met name met het oog op een soepele tenuitvoerlegging van de visumliberalisering met de EU-landen die wel deel uitmaken van het Schengen-gebied;

4.  is verheugd dat de vaststelling van het wettelijke en constitutionele kader van het land bijna is afgerond; wijst er echter op dat de uiterste termijn om het bestaande rechtsstelsel in overeenstemming te brengen met de nieuwe grondwet al voor de vierde keer is verlengd, en verzoekt de autoriteiten zo spoedig mogelijk hun goedkeuring te hechten aan hangende wetgevingsvoorstellen, met name de wijzigingen op de kieswetgeving; roept alle politieke partijen op om onverwijld een consensus over de ontwerpwetgeving te bereiken overeenkomstig de aanbevelingen van de OVSE-ODIHR en de Venetië-commissie, en het mechanisme voor de follow-up van klachten inzake verkiezingen voor de kiescommissie of de rechtbanken te verbeteren; roept het Montenegrijnse parlement op om zo snel mogelijk te zorgen voor aanzienlijk meer capaciteit voor de taken in verband met het toetsen van de overeenstemming tussen door de regering voorgestelde wetgeving en het acquis, en verzoekt de Commissie om hierbij alle noodzakelijke technische bijstand te verlenen in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun; dringt er bij de regering op aan om het wetgevingsproces transparanter en publiekelijk toegankelijk te maken;

5.  stelt met voldoening vast dat de IPA-bijstand goed verloopt in Montenegro; moedigt zowel de Montenegrijnse regering, als de Commissie aan om de administratieve procedure voor het verkrijgen van IPA-steun te vereenvoudigen opdat deze steun gemakkelijker toegankelijk wordt voor kleine en niet-gecentraliseerde maatschappelijke organisaties, vakbonden en andere begunstigden;

6.  bevestigt het uitzonderlijke belang van de rechtsstaat voor de ontwikkeling van het land en voor de geloofwaardigheid van de overheidsinstellingen in de ogen van de burgers; verwelkomt in dit verband de extra inzet van de regering en het parlement bij de voorbereiding en goedkeuring van de vereiste wetgeving; onderstreept echter het belang van inspraak van het publiek als het gaat om opstelling van nieuwe wetgeving en een doeltreffende tenuitvoerlegging ervan, zodat de vooruitgang zichtbaar wordt voor de burgers;

7.  is verheugd over het initiatief van het Montenegrijnse parlement om de functie van voorzitter van de nationale kiescommissie te professionaliseren, maar dringt ook aan op professionalisering van de functies van alle overige leden van dit orgaan en op een versterking van zijn vermogen om transparante en democratische verkiezingsprocessen en een effectief beheer ervan te verzekeren;

8.  neemt nota van de significante vooruitgang die geboekt is bij de vaststelling van wetgeving inzake corruptiebestrijding, en is verheugd over de aanneming van een nieuwe strategie en actieplan, alsook de instelling van een nationale commissie voor de tenuitvoerlegging daarvan; onderstreept evenwel dat corruptie nog altijd wijdverbreid is, met name in de bouw, bij privatiseringen en openbare aanbestedingen, en dat dit een serieus probleem vormt; wijst er daarnaast op dat het succespercentage bij onderzoeken, vervolgingen en veroordelingen in corruptiezaken onverminderd laag is; onderstreept het belang van een duidelijk, algemeen kader om corruptie te bestrijden, met inbegrip van een betere tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake vrije toegang tot informatie en een betere coördinatie tussen rechtshandhavingsorganen en de instelling van een enkele instantie die belast is met toezicht en controle op de verplichtingen van overheidsorganen en het behandelen van klachten van het publiek (ombudsman); wijst op de noodzaak van een doeltreffende tenuitvoerlegging van de aangenomen wetgeving op dit gebied, die de rechtshandhavingsorganen nieuwe instrumenten biedt om corruptie te bestrijden; dringt aan op een wijziging van de wetgeving inzake financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes, teneinde onafhankelijke controle op en transparantie in de financieringsmechanismen te kunnen verzekeren;

9.  dringt aan op stevige maatregelen voor het elimineren van gevallen van belangenverstrengeling binnen de overheid, bijvoorbeeld door de commissie Belangenverstrengeling te versterken en meer bevoegdheden te geven om verklaringen van ambtenaren met betrekking tot hun bezittingen te verifiëren en sancties op te leggen voor onregelmatigheden; dringt daarnaast aan op wijziging van de wet inzake het voorkomen van belangenverstrengeling bij de uitoefening van publieke functies, die toestaat dat parlementsleden en andere gekozen vertegenwoordigers zitting nemen in raden van bestuur en/of toezicht; meent dat volledige transparantie en belangenverklaringen van verkozen vertegenwoordigers in bepaalde gevallen een oplossing kunnen bieden voor dergelijke conflicten;

10.  wijst erop dat er zich moeilijkheden voordoen bij de tenuitvoerlegging van de wet inzake vrijheid van informatie, met name als het erom gaat documenten te verschaffen waaruit corruptie bij privatiseringen en overheidsopdrachten zou kunnen blijken; roept de regering nadrukkelijk op om de toegang tot de relevante gegevens te vergemakkelijken; verzoekt de nationale autoriteiten om zich te onthouden van het uitoefenen van druk op niet-gouvernementele organisaties, organisaties zonder winstoogmerk en maatschappelijke organisaties die onderzoek doen naar corruptie en georganiseerde misdaad en een waakhondfunctie vervullen;

11.  constateert de vooruitgang bij de hervorming van het rechtsstelsel, zoals blijkt uit de goedkeuring van aanzienlijke wijzigingen in strafrechtelijke procedures en andere belangrijke wetgeving, de uitbreiding van de personele middelen en de vermindering van de gerechtelijke achterstand; wijst echter op de noodzaak om de aansprakelijkheid en doeltreffendheid van het gerechtelijk apparaat en het openbaar ministerie, alsook hun onafhankelijkheid van politieke inmenging te verzekeren; onderstreept de noodzaak van een volledige implementatie van de gedragscode; pleit voor een dringende wijziging in het systeem voor de benoeming van rechters en openbare aanklagers, en vraagt dat een einde wordt gemaakt aan de praktijk dat openbare aanklagers en leden van de raden voor justitie en rechtsvervolging bij eenvoudige meerderheid door het parlement en door de regering worden benoemd; uit voorts zijn bezorgdheid over het risico van een te grote machtsconcentratie in de persoon van de voorzitter van het Hooggerechtshof en de hoogste openbare aanklager; dringt aan op wetgeving inzake de toegang tot gratis rechtshulp; dringt aan op eenmaking van de jurisprudentie, teneinde de rechtspraak voorspelbaar te maken en het vertrouwen van het publiek te verzekeren; benadrukt het belang van versterking van de internationale samenwerking, met name met buurlanden;

12.  roept Montenegro op om gemeenschappelijke criteria voor opleiding van rechters op te stellen en door het opleidingscentrum voor rechters te laten toepassen, en om daarvoor de noodzakelijke financiële middelen uit te trekken;

13.  roept de Commissie op om in haar volgend voortgangsverslag een beoordeling op te nemen van de effecten en resultaten die met de toewijzing van EU-middelen bij de hervorming van het rechtsstelsel en de strijd tegen corruptie konden worden bereikt;

14.  onderstreept dat georganiseerde misdaad, en met name het witwassen van geld en smokkel, ondanks de verbetering van het wettelijk kader en de tenuitvoerlegging daarvan, een ernstig probleem blijft; verzoekt de autoriteiten stappen te ondernemen om de rechtshandhavingscapaciteit, met name voor proactief onderzoek, uit te breiden en de coördinatie tussen verschillende rechtshandhavingsorganen en de samenwerking met de respectieve autoriteiten in de buurlanden en op internationaal vlak te verbeteren, teneinde een goede staat van dienst in de strijd tegen georganiseerde misdaad te kunnen opbouwen; verwelkomt de goedkeuring van het nieuwe Wetboek van strafrecht en dringt aan op de spoedige en doeltreffende tenuitvoerlegging daarvan;

15.  is verheugd over de verbeteringen in het werk van het parlement, maar pleit voor verdere inspanningen om de goede kwaliteit van de aangenomen wetgeving en haar conformiteit met het acquis te verzekeren; pleit voor een grotere interne toewijzing van begrotingsmiddelen en menselijke hulpbronnen evenals voor meer EU-steun aan het Montenegrijnse parlement, zoals „twinning” met de parlementen van de lidstaten of het Europees Parlement om de capaciteiten van de parlementsleden en het secretariaat van het parlement wat betreft kritisch toezicht op het regeringswerk, zoals aangegeven in het advies van de Commissie, te verbeteren;

16.  dringt aan op verdere hervormingen van de overheidsdiensten, die nog steeds over onvoldoende middelen beschikken en openlijk gepolitiseerd zijn, en met name op een herziening van de wetgeving inzake ambtenaren en overheidspersoneel, om te komen tot een transparant en op verdienste gebaseerd systeem, met duidelijke aanwervingsregels en bevorderingsprocedures; onderstreept ook de noodzaak om de personele middelen in de lokale administratie te versterken en hiervoor voldoende financiële middelen uit te trekken, teneinde een doeltreffende en transparante werking van deze diensten te verzekeren, hetgeen met name belangrijk is in het licht van het lopende decentraliseringsproces; wijst op de noodzaak om de wettelijk bindende besluiten van de beheersautoriteit voor human resources te eerbiedigen; onderstreept de noodzaak het wettelijk en institutioneel kader te verbeteren om te kunnen zorgen voor een sterkere verantwoordingsplicht en een betere eerbiediging van de rechtsstaat binnen de overheid, met name op gebieden als belastingadministratie, overheidsopdrachten, stedelijke planning en vergunningverstrekking door lokale besturen en douaneautoriteiten; verwelkomt de opening van de regionale school voor overheidsadministratie (ReSPA) in Danilovgrad;

17.  verwelkomt de vaststelling van de wet die een algemeen verbod instelt op discriminatie op de arbeidsmarkt en in de openbare dienstverlening, die bepaalt dat alleen onderscheid mag worden gemaakt op grond van verdienste, meent dat dit een belangrijke stap is in de richting van een wetgevingskader dat de bestrijding van discriminatie ondersteunt; constateert echter mogelijke lacunes in de wet, en dringt erop aan dat deze worden weggewerkt; onderstreept dat kwetsbare groepen zoals Roma, Ashkali en Egyptenaren, alsook personen met een handicap, blijkbaar nog steeds het slachtoffer zijn van discriminatie, en dat discriminatie op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit nog wijd verspreid is, ook van de kant van de nationale overheid; verzoekt de Montenegrijnse autoriteiten om de implementatiemechanismen voor preventie, monitoring, bestraffing en vervolging van gevallen van discriminatie te versterken; is bezorgd over het feit dat de arbeidsrechten van personen met een handicap niet volledig worden geëerbiedigd en verwelkomt in dit verband het door de confederatie van vakbonden van Montenegro (CTUM) en ngo's ondertekend memorandum waarin de situatie op de arbeidsmarkt van personen met een handicap wordt behandeld;

18.  is bezorgd over het feit dat vrouwen in besluitvormingsprocessen en in leidende posities, zowel in overheden, zoals parlementen, ministeries en topregeringsfuncties, als in het bestuur van overheidsbedrijven, nog steeds ondervertegenwoordigd zijn; pleit voor maatregelen met het oog op de snelle tenuitvoerlegging van een actieplan inzake gendergelijkheid en de invoering van het principe van gelijk loon;

19.  is verheugd over de vaststelling van de wet met betrekking tot bescherming tegen huiselijk geweld en verzoekt de regering deze op korte termijn ten uitvoer te leggen en financiële steun ter beschikking te stellen aan organisaties die diensten verlenen aan slachtoffers; roept de autoriteiten op om een bewustmakingscampagne op touw te zetten om vrouwen te informeren over hun rechten, en om ten aanzien van huiselijk geweld een beleid van zero tolerance te voeren;

20.  verzoekt de Montenegrijnse autoriteiten ervoor te zorgen dat de relevante juridische bepalingen, met inbegrip van de wet inzake de rechten en de vrijheden van minderheden, op alomvattende wijze ten uitvoer worden gelegd; herinnert eraan dat alle minderheden moeten worden beschermd door middel van een strikte tenuitvoerlegging van de antidiscriminatiewet; moedigt Montenegro aan meer inspanningen te ondernemen om het publiek bewust te maken van elk soort discriminatie; moedigt de Montenegrijnse autoriteiten aan om volledige steun te blijven geven aan de uitvoering van het actieplan ter oplossing van de status van ontheemden;

21.  is verheugd dat de interetnische betrekkingen en de bescherming van de rechten van minderheden in het land in het algemeen goed zijn en herinnert eraan dat dit een goede basis is voor het opstarten van een proces van vredesopbouw in een regio die ooit gekenmerkt werd door interetnisch geweld en massale ontheemding, maar vindt dat de autoriteiten en administratieve structuren nog meer naar minderheden moeten luisteren om in de regio voor verbroedering te zorgen; wijst in dit verband op de noodzaak om de grondwetsbepaling inzake de passende vertegenwoordiging van minderheden te verduidelijken, en verwelkomt de maatregelen die zijn genomen om op dit gebied nauwkeurige statistieken op te stellen; dringt erop aan dat de wet inzake het burgerschap en de vreemdelingenwet in overeenstemming worden gebracht met de Europese normen; verzoekt zowel de politieke, als de religieuze leiders aan beide zijden van de Servisch-Montenegrijnse grens bij te dragen aan een positief interetnisch en interreligieus klimaat door compromisoplossingen te vinden voor omstreden kwesties, waaronder betwiste religieuze plaatsen;

22.  wijst erop dat Roma, Ashkali en Egyptenaren nog vaak het slachtoffer zijn van discriminatie; verzoekt de autoriteiten te werken aan verbetering van hun levensomstandigheden, toegang tot sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs en de arbeidsmarkt, en hen identificatiedocumenten te geven, hetgeen een voorwaarde is voor toegang tot om het even welke door overheden verleende dienst; onderstreept dat de levensomstandigheden in het kamp Konik dringend moeten worden verbeterd, en dat een duurzame strategie voor verbetering van de omstandigheden in het kamp en uiteindelijke sluiting van het kamp moet worden vastgesteld en ten uitvoer gelegd;

23.  herhaalt dat een actief en onafhankelijk maatschappelijk middenveld van wezenlijk belang is voor de democratie; verwelkomt de verbeterde samenwerking van de regering met ngo's, met name in de strijd tegen corruptie; dringt erop aan deze betrekkingen verder te verbeteren en ngo's een grotere rol te geven bij beleidsvorming, inclusief het ontwikkelen van beleid en wetgeving, en bij het toezicht op de activiteiten van autoriteiten; beklemtoont de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld voor het verbeteren van de regionale samenwerking op sociaal en politiek gebied; verwelkomt het werk van de Nationale Raad voor Europese integratie, waarbij zowel het maatschappelijk middenveld, de regering, het gerechtelijk apparaat en ook de oppositie betrokken zijn, en is van oordeel dat de rol van deze raad in het Europese integratieproces moet worden versterkt;

24.  moedigt de Montenegrijnse regering aan om nauw samen te werken en een regelmatige dialoog te voeren met ngo's, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties; is in dit verband verheugd over de instelling van de raad voor samenwerking tussen de Montenegrijnse regering en ngo's; onderstreept het belang van versterking van het institutioneel kader voor samenwerking tussen de regering, ngo's, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties;

25.  is verheugd over de vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van het hervormingsproces van Bologna en pleit voor verdere inspanningen om de kwaliteit van het algemene en beroepsonderwijs te verbeteren, zodat jongeren de nodige bekwaamheden meekrijgen om met succes te kunnen concurreren op de arbeidsmarkt; dringt aan op een effectievere tenuitvoerlegging van de strategie voor op integratie gericht onderwijs, ook voor kinderen van kwetsbare groepen;

26.  erkent de stappen die de Montenegrijnse regering heeft gezet om de vrijheid van meningsuiting in de media te waarborgen via de uitvaardiging van de wet inzake elektronische media en de wijziging van het wetboek van strafrecht, maar dringt aan op verdere stappen om de onafhankelijkheid en het professionalisme van de media te bevorderen, onder meer ook het versterken van de capaciteit en de onafhankelijkheid van de openbare omroep; vraagt de Montenegrijnse autoriteiten blijk te blijven geven van hun engagement om te verzekeren dat er geen politieke inmenging in de mediasector plaatsvindt en de onafhankelijkheid van de regelgevende instanties wordt gegarandeerd; wijst op de onevenredig hoge boetes voor laster, die de vrijheid en onafhankelijkheid van het werk van journalisten onverminderd in de weg staan, en vraagt dat de wetgeving en de praktijk inzake laster volledig in overeenstemming worden gebracht met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de mensenrechten; wijst erop dat vermeende gevallen van intimidatie en fysiek geweld tegen journalisten en tegen activisten van het maatschappelijk middenveld grondig moeten worden onderzocht en dat indien nodig vervolging moet worden ingesteld; onderstreept het belang van hoge professionele normen en de toepassing van een professionele gedragscode voor journalisten;

27.  is verheugd over de goede vorderingen die het land heeft gemaakt bij de tenuitvoerlegging van de economische hervormingen, maar wijst erop dat de financiële crisis mogelijke zwakke punten in het economisch model aan het licht heeft gebracht en de dringende noodzaak van verdere structurele hervormingen nog heeft beklemtoond; dringt met name aan op verdere stappen met het oog op een beter toezicht op en handhaving van privatiseringscontracten, het waarborgen van transparantie in de toekenning van staatssteun en een beter en eenvoudiger regeling voor het bedrijfsleven, met name om de werking van het midden- en kleinbedrijf te vergemakkelijken;

28.  constateert de verbeteringen in de werking van de arbeidsmarkt, maar is bezorgd over het grote aandeel van de informele arbeid; beschouwt de informele economie als een diepgeworteld probleem waarvan de oplossing dieptestrategieën vereist die alle aspecten van de samenleving omvatten; wijst erop dat de arbeidsmarkt nog steeds wordt gekenmerkt door structurele werkloosheid en dat tegelijk vacatures voor hooggekwalificeerde banen niet worden ingevuld, hetgeen aantoont dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt niet op elkaar zijn afgestemd; verwelkomt de aanneming van het nationaal kwalificatiekader waarin de juridische voorwaarden zijn opgenomen voor het verhelpen van dit gebrek aan afstemming, en moedigt de Montenegrijnse regering ertoe aan dit kader snel ten uitvoer te leggen;

29.  onderstreept dat een betere vervoersinfrastructuur en connectiviteit van het verkeersnet met dat van de buurlanden voor de ontwikkeling van Montenegro van groot belang zijn; pleit voor verdere uitbouw van het spoorwegvervoer en modernisering van het bestaande spoorwegsysteem, dat een levensvatbaar en ecologisch verantwoord alternatief is voor het wegverkeer, en een aanzienlijk deel van het goederen- en passagiersvervoer voor zijn rekening kan nemen;

30.  onderstreept dat Montenegro de 8 basisovereenkomsten inzake arbeidsrechten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en het herzien Europees Sociaal Handvest heeft geratificeerd; onderstreept dat de arbeidswetgeving weliswaar voorziet in fundamentele arbeids- en vakbondrechten, maar er nog steeds beperkingen zijn; moedigt Montenegro ertoe aan de arbeids- en vakbondsrechten verder te versterken; wijst op de belangrijke rol van de sociale dialoog en moedigt de Montenegrijnse regering ertoe aan om blijk te geven van meer ambitie wat betreft de sociale raad en deze verder te versterken; onderstreept het belang van een grotere transparantie en effectiviteit van de sociale raad;

31.  is verheugd dat Montenegro in de grondwet wordt gedefinieerd als een ecologische staat; constateert dat het toerisme een aanzienlijke economische rol speelt en in belangrijke mate kan bijdragen tot de ontwikkeling van het land; wijst echter op de risico's die het toerisme inhoudt voor het milieu en verzoekt de regering verdere stappen te ondernemen om de natuur te beschermen, zoals de spoedige tenuitvoerlegging van de milieuwet en de nog hangende aanverwante regelgeving, en de vaststelling van aanvullende maatregelen die een mogelijke aantasting van de Adriatische kust voorkomen; wijst op de noodzaak van een doeltreffend afvalbeheer, met name op lokaal niveau, om een veilige afvalverwerking te verzekeren; is verheugd over de maatregelen met het oog op een koolstofarmere economie door de ontwikkeling van het belangrijke waterkrachtpotentieel en de andere hernieuwbare energiebronnen van het land, die zullen bijdragen aan de voorziening in de binnenlandse behoeften en zelfs een exportproduct en een bron van externe valuta kunnen worden voor het land; waarschuwt echter dat grote dammen vaak aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor het milieu en dringt aan op gepaste en transparante milieueffectbeoordelingen, met inbegrip van „betere ecologische opties”, participatie van het publiek en betrekking van maatschappelijke organisaties, alvorens goedkeuring of vergunning te verlenen, overeenkomstig het EU-acquis;

32.  verzoekt de Montenegrijnse autoriteiten en met name het ministerie van Economie om de recente overeenkomst over de aanleg van een onderzeese energiekabel tussen Montenegro en Italië, alsmede de bijlagen daarbij en alle daaraan gerelateerde documenten, openbaar te maken op hun website; dringt aan op openbaarmaking van alle gevolgen van deze overeenkomst, met inbegrip van de milieugevolgen;

33.  constateert met voldoening dat Montenegro zich sterk inzet voor regionale samenwerking en een opbouwende regionale partner is; prijst Montenegro voor zijn goede betrekkingen met de buurlanden en zijn stabiliserende rol in de regio; constateert dat het land actief lid is van de meeste regionale organisaties en een aantal overeenkomsten op justitieel en politioneel gebied heeft gesloten met de buurlanden; verwelkomt de recentelijk geratificeerde terugnameovereenkomsten met Kroatië en Servië, alsook de onlangs gesloten uitleveringsovereenkomst met Servië en Kroatië; verzoekt het land zijn grensconflict met Kroatië zo spoedig mogelijk op te lossen via het Internationaal Gerechtshof;

34.  wijst erop dat het parlement van Montenegro als eerste parlement in de regio zijn goedkeuring heeft gehecht aan de resolutie over de genocide van Srebrenica, en verwelkomt deze stap als een aanzienlijke bijdrage tot regionale verzoening;

35.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regering en het parlement van Montenegro.

(1) PB L 108 van 29.4.2010, blz. 1.
(2) PB L 334 van 19.12.2007, blz. 25.
(3) PB L 336 van 18.12.2009, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid