Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0306(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0214/2011

Ingediende teksten :

A7-0214/2011

Debatten :

PV 22/06/2011 - 19
CRE 22/06/2011 - 19

Stemmingen :

PV 23/06/2011 - 12.21
CRE 23/06/2011 - 12.21
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0295

Aangenomen teksten
PDF 484kWORD 367k
Donderdag 23 juni 2011 - Brussel
Beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval *
P7_TA(2011)0295A7-0214/2011

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 23 juni 2011 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (COM(2010)0618 – C7-0387/2010 – 2010/0306(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2010)0618),

–  gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en met name de artikelen 31 en 32 van dat Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0387/2010),

–  gelet op artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0214/2011),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  In artikel 2, onder b), van het Verdrag is bepaald dat er uniforme veiligheidsnormen voor de bescherming van de gezondheid van werknemers en de bevolking moeten worden vastgesteld.
(1)  In artikel 2, onder b), van het Euratom-Verdrag is bepaald dat er uniforme veiligheidsnormen voor de bescherming van de gezondheid van werknemers en de bevolking moeten worden vastgesteld.
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  In artikel 30 van het Verdrag is bepaald dat basisnormen moeten worden vastgesteld voor de bescherming van de gezondheid van werknemers en de bevolking tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren.
(2)  In artikel 30 van het Euratom-Verdrag is bepaald dat basisnormen moeten worden vastgesteld voor de bescherming van de gezondheid van werknemers en de bevolking tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  Overeenkomstig artikel 37 van het Verdrag zijn dat lidstaten ertoe gehouden om aan de Commissie algemene gegevens te verstrekken van elk plan voor de opberging van radioactief afval.
(3)  Overeenkomstig artikel 37 van het Euratom-Verdrag zijn de lidstaten ertoe gehouden om aan de Commissie algemene gegevens te verstrekken van elk plan voor de opberging van radioactief afval.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis)  Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 19891 voorziet in de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk.
1 PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)  Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vastlegging van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren22 is van toepassing op alle handelingen die een risico kunnen inhouden door ioniserende straling afkomstig van hetzij een kunstmatige stralingsbron, hetzij een natuurlijke stralingsbron ingeval de natuurlijke radionucliden worden of zijn bewerkt wegens hun radioactieve, splijt- of kweekeigenschappen. De richtlijn heeft ook betrekking op de lozingen van materiaal dat bij dergelijke handelingen vrijkomt. De bepalingen van de richtlijn zijn aangevuld met meer specifieke wetgeving.
(4)  Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 199622legt de basisnormen voor veiligheid vast. Deze richtlijn is van toepassing op alle handelingen die een risico kunnen inhouden door ioniserende straling afkomstig van hetzij een kunstmatige stralingsbron, hetzij een natuurlijke stralingsbron ingeval de natuurlijke radionucliden worden of zijn bewerkt wegens hun radioactieve, splijt- of kweekeigenschappen. De richtlijn heeft ook betrekking op de lozingen van materiaal dat bij dergelijke handelingen vrijkomt. De bepalingen van de richtlijn zijn aangevuld met meer specifieke wetgeving.
22 PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1.
22 Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1).

Amendement 131
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  Aangezien noch het Euratom-verdrag, noch het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Parlement medebeslissingsrecht met betrekking tot nucleaire zaken toekent, is het van cruciaal belang dat een nieuwe rechtsgrond wordt gevonden voor eventuele toekomstige nucleaire wetgeving.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)  De drie voormalige kandidaat-lidstaten Litouwen, Slowakije en Bulgarije exploiteerden oude kerninstallaties naar Russisch ontwerp, die niet op een bedrijfseconomische wijze konden worden verbeterd om te voldoen aan Europese veiligheidsnormen; dit maakte de sluiting en daaropvolgende ontmanteling van deze installaties noodzakelijk.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 ter (nieuw)
(15 ter)  De ontmanteling van de kerninstallaties van deze drie lidstaten legde op hen een aanzienlijke financiële en economische last, die zij niet volledig konden dragen, en derhalve stelde de Unie financiële middelen aan deze lidstaten beschikbaar, die bestemd waren om een deel van de kosten voor ontmanteling en afvalprojecten te dekken en om de economische gevolgen te compenseren.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
(18)  In 2006 heeft de IAEA zijn volledige normencorpus gemoderniseerd en de fundamentele veiligheidsbeginselen1 gepubliceerd die werden onderschreven door Euratom, OESO/NEA en andere internationale organisaties. Zoals door de ondersteunende organisaties wordt gesteld, moet de toepassing van de fundamentele veiligheidsbeginselen de toepassing van internationale veiligheidsnormen mogelijk maken en moet dit ertoe leiden dat de maatregelen van de verschillende landen beter op elkaar aansluiten. Het is dan ook wenselijk dat alle landen deze beginselen onderschrijven en promoten. De beginselen zijn bindend voor wat de werking van de IAEA betreft en zijn bindend voor landen met betrekking tot operaties die gebeuren met de steun van de IAEA. Landen of ondersteunende organisaties kunnen, indien zij dat wensen, de beginselen overnemen en op hun eigen activiteiten toepassen.
(18)  In 2006 heeft de IAEA zijn volledige normencorpus gemoderniseerd en de fundamentele veiligheidsbeginselen1 gepubliceerd die werden ontwikkeld door Euratom, OESO/NEA en andere internationale organisaties. Zoals door de ondersteunende organisaties wordt gesteld, moet de toepassing van de fundamentele veiligheidsbeginselen de toepassing van internationale veiligheidsnormen mogelijk maken en moet dit ertoe leiden dat de maatregelen van de verschillende landen beter op elkaar aansluiten. Het is dan ook wenselijk dat alle landen deze beginselen onderschrijven en promoten. De beginselen zijn bindend voor wat de werking van de IAEA betreft en zijn bindend voor landen met betrekking tot operaties die gebeuren met de steun van de IAEA. Landen of ondersteunende organisaties kunnen, indien zij dat wensen, de beginselen overnemen en op hun eigen activiteiten toepassen.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19 bis (nieuw)
(19 bis)  Het Verdrag van Aarhus van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden verleent het publiek rechten en legt de verdragspartijen en de overheden verplichtingen op met betrekking tot de toegang tot informatie, inspraak en toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden, waaronder het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19 ter (nieuw)
(19 ter)  De Internationale Arbeidsorganisatie heeft een verdrag1 en een aanbeveling2 betreffende stralingsbescherming aangenomen, die gelden voor alle activiteiten waarbij werknemers bij de uitoefening van werkzaamheden worden blootgesteld aan ioniserende straling en die vereisen dat er passende stappen worden genomen om de doeltreffende bescherming van werknemers in het licht van de huidige kennis te waarborgen.
1 C115 Verdrag betreffende de beveiliging van werknemers tegen ioniserende stralen, aangenomen op 22 juni 1960.
2R114 Aanbeveling betreffende de beveiliging van werknemers tegen ioniserende stralen, aangenomen op 22 juni 1960.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22 bis (nieuw)
(22 bis)  Het Europees Parlement heeft tevens vastgesteld dat in iedere lidstaat alle nucleaire ondernemingen voldoende financiële middelen beschikbaar zouden moeten hebben om alle kosten van ontmanteling, inclusief afvalverwerking, te dekken met het oog op handhaving van het beginsel „de vervuiler betaalt” en om te voorkomen dat een beroep wordt gedaan op overheidssteun, en heeft de Commissie opgeroepen om nauwkeurige definities vast te stellen met betrekking tot het gebruik van financiële middelen die bestemd zijn voor de ontmanteling van kerncentrales in elke lidstaat, rekening houdend met de ontmanteling en het beheer, de conditionering en de definitieve opberging van het vrijkomende radioactief afval1.
1Resolutie van het Europees Parlement van 16 november 2005 over het gebruik van de financiële middelen voor de ontmanteling van kerncentrales (PB C 280 E van 18.11.2006, blz. 117)
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
(23)  Zowel in de Unie als wereldwijd groeit het besef dat een verantwoord gebruik van kernenergie, waarin vooral aandacht wordt besteed aan nucleaire veiligheid, noodzakelijk is. In deze context dient de problematiek van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval te worden onderzocht om een veilig, optimaal en duurzaam gebruik van kernenergie te kunnen waarborgen.
(23)  Vooral na het recente ernstige kernongeluk in Japan groeit zowel in de Unie als wereldwijd het besef dat het verscherpen van de regels met betrekking tot nucleaire veiligheid noodzakelijk is. In deze context dient de gewichtige problematiek van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval te worden onderzocht om een veilige, optimale en duurzame opslag en/of definitieve opberging te kunnen waarborgen.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23 bis (nieuw)
(23 bis)  Daarbij dient te worden aangetekend dat een zeer groot deel van de verbruikte splijtstof kan worden hergebruikt. Dit betekent dat niet alleen rekening gehouden moet worden met de opslag van eindafval, maar ook met het hergebruik van verbruikte splijtstof.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25
(25)  De werking van kernreactoren brengt tevens verbruikte splijtstof voort. Iedere lidstaat kan zelf zijn beleid inzake de splijtstofcyclus vastleggen en verbruikte splijtstof beschouwen als een waardevolle grondstof die kan worden opgewerkt, of beslissen om die verbruikte splijtstof als afval te verwijderen. Ongeacht de gekozen optie moet er worden nagedacht over de opberging van het hoogactieve afval dat bij de opwerking vrijkomt, of van de verbruikte splijtstof die als afval wordt beschouwd.
(25)  De werking van kernreactoren brengt tevens verbruikte splijtstof voort. Iedere lidstaat kan zelf zijn beleid inzake de splijtstofcyclus vastleggen en verbruikte splijtstof beschouwen als een waardevolle grondstof die kan worden opgewerkt en gerecycled, of beslissen om die verbruikte splijtstof als afval te verwijderen. Ongeacht de gekozen optie moet er worden nagedacht over de opberging van het hoogactieve afval dat bij de opwerking vrijkomt, of van de verbruikte splijtstof die als afval wordt beschouwd.
Amendement 115
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 bis (nieuw)
(25 bis)  In bassins opgeslagen verbruikte splijtstof vormt een bijkomende potentiële bron van radioactiviteit in het milieu, vooral als de afkoelbassins niet meer zijn afgedekt.
Amendement 132
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 27
(27)  Radioactief afval, met inbegrip van verbruikte splijtstof die als afval wordt beschouwd, vergt langdurige inkapseling en isolatie van de mens en het levende milieu. De specifieke aard ervan (het radionuclidengehalte) vereist dat er maatregelen worden genomen om de gezondheid van mens en milieu te beschermen tegen de gevaren van ioniserende straling, inclusief berging in aangepaste faciliteiten als eindpunt van de beheercyclus. Opslag van radioactief afval, inclusief opslag op lange termijn, is een tijdelijke oplossing die geen alternatief vormt voor berging.
(27)  Radioactief afval, met inbegrip van verbruikte splijtstof die als afval wordt beschouwd, vergt geschikte conditionering, langdurige inkapseling en isolatie van de mens en het levende milieu. De specifieke aard ervan (het radionuclidengehalte) vereist dat er maatregelen worden genomen om de gezondheid van mens en milieu te beschermen tegen de gevaren van ioniserende straling, inclusief berging in aangepaste faciliteiten als eindpunt van de beheercyclus, met de mogelijkheid het afval terug te halen op basis van het omkeerbaarheidsbeginsel. Opslag van radioactief afval, inclusief opslag op lange termijn, is een tijdelijke oplossing.
Amendement 133
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 27 bis (nieuw)
(27 bis)  De gevaren van de verwijdering van radioactief afval zijn door het ongeval in Fukushima duidelijk geworden en soortgelijke ongevallen kunnen plaatsvinden in bestaande of toekomstige nucleaire installaties in de Unie en haar buurlanden waar een verhoogd risico van aardbevingen of tsunami's bestaat, zoals in Akkuyu (Turkije). De Unie moet alle passende maatregelen nemen om de opslag van radioactief afval in deze gebieden te vermijden.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28
(28)  Deze regelingen moeten worden ondersteund door een nationaal systeem voor de indeling van radioactieve afvalstoffen, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de specifieke soorten radioactieve afvalstoffen en de kenmerken daarvan. De nader omschreven criteria op basis waarvan afval wordt ingedeeld in een bepaalde klasse, hangen af van de specifieke situatie van het land in kwestie, rekening houdend met de aard van het afval en de beschikbare of in overweging genomen bergingsopties.
(28)  Deze regelingen moeten worden ondersteund door een nationaal systeem voor de indeling van radioactieve afvalstoffen, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de specifieke soorten radioactieve afvalstoffen en de kenmerken daarvan. De nader omschreven criteria op basis waarvan afval wordt ingedeeld in een bepaalde klasse, hangen af van de specifieke situatie van het land in kwestie, rekening houdend met de aard van het afval en de beschikbare of in overweging genomen bergingsopties. Om de communicatie en de uitwisseling van informatie tussen lidstaten te vergemakkelijken en te zorgen voor transparantie, moet het nationale programma een gedetailleerde beschrijving van het indelingssysteem bevatten.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
(29)  Het typische concept voor de opberging van kortlevend laag- en middelactief afval is ondiepe berging. Na 30 jaar van onderzoek wordt algemeen in technische zin aanvaard dat diepe geologische berging de meest veilige en duurzame keuze is als eindpunt voor het beheer van hoogactief afval en van als afval beschouwde verbruikte splijtstof. Er dient bijgevolg te worden gewerkt aan de toepassing van de bergingsoptie.
(29)  Concepten voor de opberging van kortlevend laag- en middelactief afval variëren van ondiepe berging (in gebouwen, begraven op geringe diepte of begraven op enkele tientallen meters onder het oppervlak) tot ultramoderne opberging in geologische opslagplaatsen op 70 tot 100 meter ondergronds. Bijna al het langlevend laag- en middelactief radioactief afval wordt opgeslagen. Na 30 jaar van onderzoek is de uitvoerbaarheid van diepe geologische berging wetenschappelijk aangetoond en dit kan een veilige en economische keuze zijn als eindpunt voor het beheer van hoogradioactief afval. De activiteiten die door het „Implementing Geological Disposal of Radioactive Waste Technology Platform” (IGD-TP) worden uitgevoerd, kunnen expertise en technologie op dit gebied ontsluiten. Er worden ook verschillende andere opties onderzocht, zoals aangelegde opslagfaciliteiten aan of vlakbij het oppervlak, plaatsing in droog gesteente of opberging in diepe boorgaten (3 000 tot 5 000 meter diep), met de mogelijkheid het afval weer op te delven en terug te halen. Alle opties dienen bijgevolg verder bestudeerd te worden.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29 bis (nieuw)
(29 bis)  In het licht van het onderzoek naar verwijdering van radioactief afval door transformatie of andere manieren om het stralingsniveau en de levensduur te reduceren, moet ook lange termijn opslag van radioactief afval in diep gelegen geologische formaties, op een manier die het mogelijk maakt om het afval terug te halen, worden overwogen.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
(30)  Hoewel iedere lidstaat verantwoordelijk is voor zijn beleid inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, dient dat beleid de desbetreffende fundamentele veiligheidsbeginselen zoals vastgelegd door de IAEA in acht te nemen. Iedere lidstaat heeft de ethische plicht om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties geen te zware last ondervinden van de verbruikte splijtstof en het radioactief afval van vandaag en van het afval dat de ontmanteling van de bestaande kerninstallaties naar verwachting met zich mee zal brengen.
(30)  Hoewel iedere lidstaat verantwoordelijk is voor zijn beleid inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, dient dat beleid niet enkel de desbetreffende fundamentele veiligheidsbeginselen zoals vastgelegd door de IAEA in acht te nemen, maar ook de hoogste veiligheidsnormen op te leggen, die een afspiegeling zijn van de beste praktijken op regelgevend en operationeel niveau en de beste beschikbare techniek (BBT). Iedere lidstaat heeft de ethische plicht om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties geen te zware last ondervinden van de verbruikte splijtstof en het radioactief afval uit het verleden en van vandaag en van het afval dat de ontmanteling van de bestaande kerninstallaties naar verwachting met zich mee zal brengen. De lidstaten dienen derhalve een ontmantelingsbeleid in te voeren dat waarborgt dat installaties op de meest veilige manier en zo spoedig mogelijk na de sluiting ervan worden ontmanteld.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 31
(31)  Met het oog op een verantwoord beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval dient iedere lidstaat een nationaal kader vast te leggen dat borg staat voor politieke toezeggingen en stapsgewijze besluitvorming op basis van aangepaste wetgeving, regelgeving en organisatie waarbij de verantwoordelijkheden duidelijk zijn vastgelegd.
(31)  Met het oog op een verantwoord beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval dient iedere lidstaat een nationaal kader vast te leggen dat borg staat voor politieke toezeggingen en stapsgewijze besluitvorming, in overeenstemming met het Verdrag van Aarhus, op basis van aangepaste wetgeving, regelgeving en organisatie waarbij de verantwoordelijkheden duidelijk zijn vastgelegd.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32 bis (nieuw)
(32 bis)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er toereikende financiering beschikbaar is voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en de opslag daarvan.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32 ter (nieuw)
(32 ter)  Er moet meer geld worden toegewezen aan energieprojecten, met inbegrip van de mogelijkheid van toekomstige ontmantelingsprojecten en dientengevolge van afvalbeheerprojecten.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33
(33)  Er moet een nationaal programma worden uitgewerkt om ervoor te zorgen dat de politieke beslissingen worden omgezet in duidelijke bepalingen die borg staan voor de tijdige uitvoering van alle stappen inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, van productie tot berging. Dit progamma moet alle activiteiten omvatten die betrekking hebben op de hantering, voorbehandeling, behandeling, bewerking, opslag en berging van radioactief afval. Het nationale programma kan een referentiedocument of reeks van documenten zijn.
(33)  Er moet een nationaal programma worden uitgewerkt om ervoor te zorgen dat de politieke beslissingen worden omgezet in duidelijke bepalingen die borg staan voor de tijdige uitvoering van alle stappen inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, van productie tot berging. Dit programma moet alle activiteiten omvatten die betrekking hebben op de hantering, voorbehandeling, behandeling, bewerking, opslag en berging van radioactief afval en verbruikte splijtstof, en moet stroken met de beginselen van het Verdrag van Aarhus. Het nationale programma kan een referentiedocument of reeks van documenten zijn.
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34 bis (nieuw)
(34 bis)  In de hele keten van beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval moeten de werknemers beschermd worden en gedekt zijn door wetgeving inzake gezondheid en veiligheid, ongeacht hun activiteit of status, en de gevolgen op lange termijn voor gezondheid en veiligheid van werknemers moeten in ieder beheersinstrument voor verbruikte splijtstof en radioactief afval in aanmerking worden genomen. De wetgeving van de Europese Unie, en de wetgeving van de lidstaten, inzake de gezondheid en veiligheid op het werk is ook van toepassing op werknemers die betrokken zijn bij het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, en niet-naleving van die wetgeving moet onmiddellijk en zwaar worden bestraft.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
(35)  Transparantie is belangrijk bij het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Daarom moet een doeltreffende voorlichting van het publiek worden opgelegd en moeten alle betrokkenen de kans krijgen om deel te nemen aan het besluitvormingsproces.
(35)  Transparantie is belangrijk bij het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en het is van cruciaal belang dat de bevolking vertrouwen heeft in de beginselen die de veiligheid van opslagplaatsen regelen en in de programma's voor afvalbeheer. Daarom moet een doeltreffende voorlichting van het publiek worden verzekerd en moeten alle betrokkenen, lokale en regionale autoriteiten en het publiek de kans krijgen om deel te nemen aan het besluitvormingsproces.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 36
(36)  Samenwerking tussen lidstaten en op internationaal niveau kan zorgen voor toegang tot expertise en technologie waardoor besluitvorming kan worden vergemakkelijkt en versneld.
(36)  Samenwerking tussen lidstaten en op internationaal niveau kan zorgen voor toegang tot hoogwaardige expertise en technologie, alsmede tot beste praktijken, waardoor besluitvorming kan worden vergemakkelijkt en versneld.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 37
(37)  Een aantal lidstaten is van mening dat het delen van faciliteiten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, met inbegrip van bergingsfaciliteiten, een mogelijk positieve optie is wanneer die is gebaseerd op een akkoord tussen de betrokken lidstaten.
(37)  Een aantal lidstaten is van mening dat het delen van faciliteiten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, met inbegrip van bergingsfaciliteiten, een mogelijk veilige en kosteneffectieve optie is wanneer die is gebaseerd op een akkoord tussen de betrokken landen. Het is in dit verband van belang dat specifieke oplossingen , bijvoorbeeld reeds bestaande overeenkomsten over verbruikte splijtstof die afkomstig is van onderzoeksreactors, niet a priori onmogelijk wordt gemaakt. Deze richtlijn moet de voorwaarden vaststellen, waaraan moet zijn voldaan voordat een begin wordt gemaakt met dergelijke gezamenlijke projecten.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39
(39)  De veiligheidsanalyse en de graduele aanpak moeten de basis vormen voor beslissingen die betrekking hebben op de ontwikkeling, werking en sluiting van een bergingsfaciliteit, en moeten het mogelijk maken om domeinen te identificeren waarover onzekerheid bestaat en waaraan aandacht moet worden besteed om een beter inzicht te krijgen in die aspecten die een invloed hebben op de veiligheid van het bergingssysteem, inclusief natuurlijke en kunstmatige barrières en de verwachte ontwikkeling daarvan in verloop van de tijd. De veiligheidsanalyse moet de resultaten van de veiligheidsbeoordeling bevatten, alsook informatie over de degelijkheid en betrouwbaarheid van de veiligheidsbeoordeling en de veronderstellingen die daarin zijn gemaakt. Deze overwegingen dienen daarom argumenten en bewijzen te leveren met betrekking tot de veiligheid van een faciliteit of activiteit die gerelateerd is aan het beheer van verbruikte splijtstof of radioactief afval.
(39)  De veiligheidsanalyse en de graduele aanpak moeten de basis vormen voor beslissingen die betrekking hebben op de ontwikkeling, werking en sluiting van een bergingsfaciliteit, en moeten het mogelijk maken om domeinen te identificeren waarover onzekerheid bestaat en waaraan aandacht moet worden besteed om een beter inzicht te krijgen in die aspecten die een invloed hebben op de veiligheid van het bergingssysteem, inclusief natuurlijke en kunstmatige barrières en de verwachte ontwikkeling daarvan in verloop van de tijd. De veiligheidsanalyse moet de resultaten van de veiligheidsbeoordeling bevatten, alsook informatie over de degelijkheid en betrouwbaarheid van de veiligheidsbeoordeling en de veronderstellingen die daarin zijn gemaakt. Veiligheid zal daarom moeten worden aangetoond op basis van argumenten en bewijzen met betrekking tot de veiligheid van een faciliteit of activiteit die gerelateerd is aan het beheer van verbruikte splijtstof of radioactief afval.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40
(40)  Hoewel in het nationale kader rekening moet worden gehouden met alle risico's die inherent zijn aan verbruikte splijtstof en radioactief afval, slaat deze richtlijn niet op niet-radiologische gevaren die vallen onder het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(40)  Hoewel in het nationale kader rekening moet worden gehouden met alle risico's die inherent zijn aan verbruikte splijtstof en radioactief afval, slaat deze richtlijn niet op niet-radiologische gevaren met niet-radiologische gevolgen die vallen onder het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 41
(41)  Bij het onderhouden en het verder ontwikkelen van competenties en vaardigheden op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, wat een essentieel element is om een hoog veiligheidsniveau te kunnen waarborgen, moet worden uitgegaan van een combinatie van leren uit operationele ervaring, wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling, en technische samenwerking tussen alle actoren.
(41)  Bij het onderhouden en het verder ontwikkelen van competenties en vaardigheden op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, wat een essentieel element is om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en van het milieu, veiligheid en transparantie te kunnen waarborgen, moet worden uitgegaan van een combinatie van leren uit operationele ervaring, wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling, en technische samenwerking tussen alle actoren.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 42 bis (nieuw)
(42 bis)  In dit verband kan de Groep Europese Regelgevers op het gebied van nucleaire veiligheid (ENSREG) een waardevolle bijdrage leveren aan de uniforme uitvoering van deze richtlijn om het overleg, de uitwisseling van beste praktijken en de samenwerking tussen nationale regelgevende instanties te vergemakkelijken.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 42 ter (nieuw)
(42 ter)  Deze richtlijn kan een nuttig instrument zijn om vast te stellen of projecten die geld van de Unie ontvangen in het kader van de financiële of technische bijstand van Euratom voor faciliteiten en activiteiten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval voorzien in de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat verbruikte splijtstof en radioactief afval veilig worden beheerd.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 2
(2)  Zij zorgt ervoor dat de lidstaten voorzien in passende nationale regelingen voor een hoog niveau van veiligheid inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval om werknemers en de bevolking te beschermen tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren.
(2)  Zij zorgt ervoor dat de lidstaten voorzien in passende nationale regelingen voor het hoogste niveau van veiligheid inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval om werknemers, de bevolking en het natuurlijke milieu te beschermen tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren.
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 3
(3)  Zij houdt de voorlichting en de deelneming van het publiek betreffende het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afvalstof in stand en bevordert ze.
(3)  Zij zorgt voor de verschaffing van noodzakelijke voorlichting en de deelneming van het publiek in verband met het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afvalstof.
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 4 bis (nieuw)
(4 bis)  In deze richtlijn worden minimumnormen voor de lidstaten vastgesteld, maar het staat de lidstaten vrij om hogere normen vast te stellen voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – inleidende formule
(1)  Deze richtlijn is van toepassing op:
(1)  Onverminderd Richtlijn 2009/71/Euratom is deze richtlijn van toepassing op:
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – onder a)
a) alle stadia van het beheer van verbruikte splijtstof voor zover de verbruikte splijtstof voortkomt uit de exploitatie van niet-militaire kernreactoren of binnen niet-militaire activiteiten wordt beheerd;
a) alle stadia van het beheer van verbruikte splijtstof voorzover de verbruikte splijtstof voortkomt uit de exploitatie van niet-militaire kernreactoren of binnen niet-militaire activiteiten wordt beheerd in de EU, met inbegrip van verbruikte splijtstof die afkomstig is van militaire defensieprogramma's, voor zover deze verbruikte splijtstof permanent is overgedragen aan en wordt beheerd via uitsluitend civiele activiteiten;
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – onder b)
b) alle stadia van het beheer van radioactief afval, van de productie tot de opberging ervan, voor zover het radioactief afval voortkomt uit niet-militaire activiteiten of binnen niet-militaire activiteiten wordt beheerd.
b) alle stadia van het beheer van radioactief afval, van de productie tot en met de opberging ervan, voor zover het radioactief afval voortkomt uit niet-militaire activiteiten of binnen niet-militaire activiteiten in de EU wordt beheerd;
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt -1) (nieuw)
(-1) „stoffen die zijn vrijgegeven”: geplande en gecontroleerde vrijlating in het milieu van gasvormig of vloeibaar radioactief materiaal dat afkomstig is uit gereguleerde nucleaire installaties of activiteiten bij normale werking, binnen de grenzen die zijn toegestaan door de bevoegde regelgevende instantie en overeenkomstig de beginselen en grenzen van Richtlijn 96/29/Euratom;
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 3
(3) „berging”: de opslag van verbruikte splijtstof of radioactief afval in een erkende faciliteit zonder de bedoeling om deze terug te halen;
(3) „berging”: de opslag van verbruikte splijtstof of radioactief afval op een potentieel definitieve wijze in een erkende faciliteit met inachtneming van het omkeerbaarheidsbeginsel;
Amendementen 42 en 134
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 6
(6) „radioactief afval”: radioactief materiaal in gasvormige, vloeibare of vaste staat dat niet verder wordt gebruikt door de lidstaat of een natuurlijke of rechtspersoon wiens beslissing door de lidstaat is aanvaard en dat door een bevoegde regelgevende autoriteit onder het wet- en regelgevende kader van de lidstaat als radioactief afval wordt beheerd;
(6) „radioactief afval”: radioactief materiaal in gasvormige, vloeibare of vaste staat, met inbegrip van verbruikte splijtstof en radioactief materiaal afkomstig van opwerking, dat is gereduceerd tot de minimale technisch mogelijke omvang, waarvan gezien de toekomstige ontwikkelingen en technologische vooruitgang verder gebruik niet wordt overwogen of voorzien door de lidstaat of een natuurlijke of rechtspersoon wiens beslissing door de lidstaat is aanvaard en dat door een bevoegde regelgevende autoriteit onder het wet- en regelgevende kader van de lidstaat als radioactief afval wordt beheerd;
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 9 bis (nieuw)
(9 bis) „locatie”: een geografische plaats die een erkende faciliteit herbergt, met inbegrip van een opbergfaciliteit voor verbruikte splijtstof of radioactief afval, dan wel een erkende activiteit;
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 9 ter (nieuw)
(9 ter) „veiligheidsbeoordeling”: het systeemproces dat tijdens het hele ontwerpproces wordt uitgevoerd om te verzekeren dat het voorgestelde ontwerp aan alle relevante veiligheidseisen voldoet, met inbegrip van maar niet beperkt tot de formele veiligheidsanalyse;
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 9 quater (nieuw)
(9 quater) „veiligheidsanalyse”: een verzameling argumenten en bewijsmiddelen die de veiligheid van een faciliteit of activiteit staven, met inbegrip van de uitkomsten van een veiligheidsbeoordeling en een verklaring van vertrouwen in die uitkomsten. Voor een bergingsfaciliteit mag de veiligheidsanalyse betrekking hebben op een bepaald stadium van ontwikkeling. In dat geval moet de veiligheidsanalyse het bestaan erkennen van domeinen waarover onzekerheid bestaat of van onopgeloste kwesties en moet zij richtsnoeren geven voor maatregelen om die kwesties in toekomstige ontwikkelingsstadia te beperken;
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 13
(13) „opslag”: het onderbrengen van verbruikte splijtstof of radioactief afval in een erkende faciliteit met de bedoeling deze terug te halen.
(13) „opslag”: het tijdelijk onderbrengen van verbruikte splijtstof of radioactief afval in een erkende faciliteit in afwachting van het moment waarop het weer wordt teruggehaald;
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1
(1)  Er worden door de lidstaten nationale beleidsmaatregelen betreffende het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval opgesteld en in stand gehouden. De lidstaten dragen de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor hun beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
(1)  Lidstaten stellen nationale beleidsmaatregelen vast betreffende het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en houden deze in stand. Iedere lidstaat draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor zijn beheer van verbruikte splijtstof en het op zijn grondgebied gegenereerde radioactief afval.
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)
(1 bis)  Lidstaten dragen er zorg voor dat nationaal beleid inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval wordt uitgevoerd in een goed onderbouwd en gedocumenteerd stapsgewijs besluitvormingsproces met het oog op de veiligheid op lange termijn.
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – inleidende formule
(2)  De lidstaten dragen er zorg voor dat:
(2)  De lidstaten dragen er zorg voor dat nationaal beleid is gebaseerd op de volgende beginselen:
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – onder a)
a) de productie van radioactief afval tot een haalbaar minimum wordt beperkt, zowel wat de activiteit als het volume ervan betreft, door middel van aangepaste ontwerpmaatregelen en ontmantelingspraktijken, met inbegrip van recycling en hergebruik van conventionele materialen;
a) de productie van radioactief afval tot een haalbaar minimum wordt beperkt, met inachtneming van het ALARA-beginsel (as low as reasonably achievable - zo laag als redelijkerwijs mogelijk), zowel wat de activiteit als het volume ervan betreft, door middel van aangepaste ontwerpmaatregelen en ontmantelingspraktijken, met inbegrip van opwerking en hergebruik van materialen;
Amendement 121
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – letter d
(d) verbruikte splijtstof en radioactief afval veilig worden beheerd, ook op lange termijn.
d) verbruikte splijtstof en radioactief afval veilig worden beheerd, zolang ze gevaarlijk zijn voor de mens en het milieu.
Amendement 122
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
d bis) blootstelling van werknemers, de bevolking en het milieu aan verbruikte splijtstof en radioactief afval wordt vermeden;
Amendement 54
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – onder d ter (nieuw)
d ter) maatregelen worden getroffen om toekomstige gezondheids- en milieurisico's voor blootgestelde werknemers en de bevolking af te dekken;
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – onder d quater (nieuw)
d quater) de kosten van het beheer van radioactief afval, met inbegrip van verbruikte splijtstof, worden gedragen door hen die dit afval hebben geproduceerd;
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – onder d quinquies (nieuw)
d quinquies) de financiële reserves die de veroorzakers van het afval moeten aanhouden ter dekking van alle kosten van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval worden beheerd in een door de staat gecontroleerd fonds, om ervoor te zorgen dat zij beschikbaar zijn voor het gebruik in verband met permanente veilige berging;
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – onder d sexies (nieuw)
d sexies) de desbetreffende bevoegde nationale organen betrokken zijn bij het toezicht op de beschikbaarheid van voldoende financieringsmiddelen;
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – onder d septies (nieuw)
d septies) de nationale parlementen betrokken zijn bij het toezicht op de beschikbaarheid van voldoende financieringsmiddelen.
Amendement 135
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)
(2 bis)  Aangezien bassins voor verbruikte splijtstof grote risico's met zich meebrengen, vooral wanneer zij niet afgedekt zijn, moeten daarom alle verbruikte splijtstoffen uit de bassins worden verwijderd en zo snel mogelijk droog worden opgeslagen. Als deel van dat proces wordt voorrang gegeven aan de oudste bassins voor verbruikte splijtstof.
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 – alinea 1 ter (nieuw)
De Commissie wordt van al deze overeenkomsten in kennis gesteld.

Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)
(3 bis)  Lidstaten mogen op vrijwillige basis besluiten om in samenwerking met andere lidstaten een gezamenlijke of regionale bergingsfaciliteit te creëren, om gebruik te maken van de gunstige geologische of technische voordelen van een bepaalde locatie en om de financiële lasten van het gezamenlijke project te delen.
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 b (nieuw)
(3 ter)  Alvorens bij intergouvernementele afspraak een begin te maken met een dergelijk project, zorgen de betrokken lidstaten ervoor dat het initiatief aan alle eisen voldoet, waaronder ten minste de volgende:
a) publieke acceptatie en steun in alle betrokken lidstaten wordt voortdurend in alle stadia van de projectontwikkeling en tijdens de levensduur van de berging gestimuleerd door ervoor te zorgen dat de bevolking toegang heeft tot informatie en kan deelnemen aan het raadplegingsproces;
b) er wordt gezorgd voor samenwerking tussen en toezicht door de bevoegde regelgevende instanties en nationale veiligheidsautoriteiten; in elke betrokken lidstaat wordt een veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling uitgevoerd van de verkennende-, de selectie- en de implementatiefase van de faciliteit;
c) er worden afspraken gemaakt over de aansprakelijkheid en een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden, waarbij elke lidstaat in laatste instantie verantwoordelijk is voor zijn eigen radioactief afval;
d) er wordt overeenstemming bereikt over financiële regelingen die waarborgen dat geldmiddelen verzekerd zijn voor de levensduur van de bergingsfaciliteit en de periode na de sluiting ervan en dat genoeg personele middelen beschikbaar zijn om te zorgen voor voldoende goed geschoold personeel;
e) in de nationale programma's van de betrokken lidstaten wordt gezorgd voor voorafgaande kennisgeving van het wettelijk kader, de organisatiestructuur en de technische regelingen en voorschriften die bewijzen dat de geplande berging binnen een duidelijke termijn zal voldoen aan de in deze richtlijn vastgelegde eisen.
Amendement 136
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 c (nieuw)
(3 quater)  De uitvoer van radioactief afval naar landen die geen lid zijn van de EU is in geen geval toegestaan. De overbrenging van verbruikte splijtstof buiten de EU zou moeten worden toegestaan op voorwaarde dat zij na recycling weer in de EU wordt ingevoerd.
Amendement 124
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 d (nieuw)
(3 quinquies)  Alle faciliteiten voor kernafval in aardbevingsgebieden of kustgebieden waar een significant risico van een stijging van het zeewaterpeil aanwezig is of tsunami's mogelijk zijn, zijn verboden.
Amendement 64
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – onder a)
a) een nationaal programma voor de uitvoering van het beleid inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
a) een nationaal, met het subsidiariteitsbeginsel strokend programma voor de uitvoering van het beleid inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval dat verzekert dat alle producenten van radioactief afval op gelijke voorwaarden toegang hebben tot een veilige berging voor radioactief afval;
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – onder b bis) (nieuw)
b bis) nationale eisen inzake de gezondheid en veiligheid, opleiding en training van werknemers;
Amendement 66
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – onder c)
c) een vergunningenstelsel voor activiteiten en faciliteiten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, met inbegrip van een verbod op de bedrijfsvoering van een faciliteit voor het beheer van verbruikte splijtstof of radioactief afval zonder vergunning;
c) een vergunningenstelsel voor activiteiten en faciliteiten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, met inbegrip van een verbod op de bedrijfsvoering van een faciliteit voor het beheer van verbruikte splijtstof of radioactief afval zonder vergunning, en dat verzekert dat al het radioactief afval, ongeacht wie dit heeft geproduceerd, zonder discriminatie wordt beheerd;
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – onder d)
d) een stelsel van aangepaste institutionele controles, toezicht door de regelgevende autoriteit, documentatie en rapportering;
d) een stelsel van aangepaste institutionele controles, toezicht door de regelgevende autoriteit, documentatie en rapportering, alsmede de vereiste training van de werknemers die betrokken zijn bij het volledige proces teneinde hun veiligheid en gezondheid op het werk te handhaven en in stand te houden;
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – onder e bis) (nieuw)
e bis) maatregelen om te zorgen voor voldoende financiële middelen op lange termijn voor activiteiten en installaties in verband met het beheer van verbruikte splijtstof of radioactief afval;
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – onder f bis) (nieuw)
f bis) maatregelen die tot doel hebben dat het totaal van de financiële middelen voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en voor de bouw van de opslagfaciliteit wordt vastgesteld door de bevoegde regelgevende autoriteit aan de hand van een transparante procedure, die regelmatig wordt herzien, waarbij alle belanghebbenden regelmatig worden geraadpleegd;
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – onder f ter) (nieuw)
f ter) een berekening van alle kosten die het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval met zich meebrengt. De hiertoe verstrekte informatie moet onder meer vermelden welke instellingen deze kosten dragen.
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2
(2)  De lidstaten dragen er zorg voor dat het nationale kader in stand wordt gehouden en indien nodig verbeterd, waarbij rekening wordt gehouden met tijdens de bedrijfsvoering opgedane ervaring, de inzichten verkregen door veiligheidsanalyses vermeld in artikel 8, de ontwikkeling van de technologie en de resultaten van onderzoek.
(2)  De lidstaten dragen er zorg voor dat het nationale kader in stand wordt gehouden en indien nodig verbeterd, waarbij rekening wordt gehouden met tijdens de bedrijfsvoering opgedane ervaring, de inzichten verkregen door veiligheidsanalyses vermeld in artikel 3, punt 9 quater, de ontwikkeling van de beste beschikbare technologie (BBT), gezondheids- en veiligheidsnormen en de resultaten van onderzoek.
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)
(1 bis)  De lidstaten zorgen ervoor dat hun regelgevende autoriteiten onderworpen zijn aan democratische controle.
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)
(3 bis)  De bevoegde regelgevende autoriteit moet de bevoegdheden en middelen hebben om de nucleaire veiligheid regelmatig te evalueren, te onderzoeken en te controleren en zo nodig handhavend in de faciliteiten op te treden, ook tijdens de ontmanteling daarvan. Deze evaluaties hebben tevens betrekking op de gezondheid en veiligheid van de werknemers, met inbegrip van alle onderaannemers, en op de personeelssterkte en de opleiding.
Amendement 137
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 3 b (nieuw)
(3 ter)  De bevoegde regelgevende autoriteit is bevoegd de opdracht te geven om bepaalde activiteiten stop te zetten, indien uit evaluaties blijkt dat zij niet veilig zijn. Deze en alle andere evaluaties door de bevoegde regelgevende autoriteit worden openbaar gemaakt;
Amendement 74
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1
(1)  De lidstaten zorgen ervoor dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval bij de vergunninghouder berust. Deze verantwoordelijkheid mag niet worden gedelegeerd.
(1)  De lidstaten zorgen ervoor dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval berust bij de vergunninghouders aan wie de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat de algemene verantwoordelijkheden voor verbruikte splijtstof en radioactief afval heeft toevertrouwd.
Amendement 130
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)
(1 bis)  De lidstaten zorgen ervoor dat een veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling wordt opgesteld als onderdeel van de aanvraag van een vergunning voor een activiteit van beheer van radioactief afval of de exploitatie van een bergingsfaciliteit in de EU, en dat indien nodig actualisering daarvan plaatsvindt in de periode waarin de activiteit of faciliteit bestaat. De veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling heeft betrekking op de keuze van de vestigingsplaats, het ontwerp, de bouw, de bedrijfsvoering en de sluiting van bassins voor verbruikte splijtstof, een opslagfaciliteit of een bergingsfaciliteit en de veiligheid op lange termijn na sluiting ervan, ook door passieve middelen, en beschrijft alle aspecten van de vestigingsplaats die betrekking hebben op de veiligheid, het ontwerp van de faciliteit, tijdelijke opslagbassins voor afkoeling (met regelmatige uitbrenging van verslag over de verbruikte splijtstof die zij bevatten), de ontmanteling van de faciliteit of delen daarvan en de maatregelen voor het toezicht van het management en van de regelgevende autoriteit. De veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling omvatten een beoordeling van de gezondheids- en veiligheidsrisico's voor werknemers, met inbegrip van degenen die in dienst zijn van onderaannemers, en van de vaardigheden en de aantallen personeelsleden die vereist zijn voor een te allen tijde veilige bedrijfsvoering van de faciliteit, zodat er in het geval van een ongeluk kan worden ingegrepen.
In de veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling wordt het geleverde beschermingsniveau aangetoond en wordt de bevoegde regelgevende autoriteit en andere betrokken partijen gegarandeerd dat de veiligheidsvereisten in acht worden genomen. De veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordelingen worden aan de bevoegde regelgevende autoriteit ter goedkeuring voorgelegd.

Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1 ter (nieuw)
(1 ter)  De lidstaten zorgen ervoor dat de vergunninghouders verslag uitbrengen aan de bevoegde regelgevende autoriteit en andere relevante bevoegde organisaties en dat zij informatie over hun activiteiten of faciliteiten toegankelijk maken voor het publiek.
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2
(2)  De lidstaten zorgen ervoor dat met het nationale kader van vergunninghouders wordt vereist dat zij, onder toezicht van de bevoegde regelgevende autoriteit, op systematische en verifieerbare wijze de veiligheid van hun activiteiten en faciliteiten regelmatig beoordelen en onderzoeken, en zoveel als redelijkerwijs mogelijk continu verbeteren.
(2)  De lidstaten zorgen ervoor dat met het nationale kader van vergunninghouders wordt vereist dat zij, onder toezicht van de bevoegde regelgevende autoriteit, op systematische en verifieerbare wijze de veiligheid van hun activiteiten, met inbegrip van de gezondheid en veiligheid van werknemers en onderaannemers en de veiligheid van hun faciliteiten, regelmatig beoordelen en onderzoeken in overeenstemming met de beste beschikbare technologie (BBT), en zoveel als redelijkerwijs mogelijk continu verbeteren. Vergunninghouders brengen van de resultaten van hun evaluaties verslag uit aan de bevoegde regelgevende autoriteit en andere relevante bevoegde organisaties, en aan vertegenwoordigers van hun werknemers, onderaannemers en de bevolking.
Amendement 78
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3
(3)  Tijdens de in lid 2 bedoelde evaluaties wordt ook nagegaan of er maatregelen zijn genomen ter voorkoming van ongevallen en de verdere beperking van de gevolgen ervan, inclusief de evaluatie van de fysieke barrières en administratieve beschermingsprocedures van vergunninghouders die moeten falen voordat de werknemers en de bevolking op significante wijze door ioniserende straling worden getroffen.
(3)  Tijdens de in lid 2 bedoelde acties moet, als onderdeel van de vergunningaanvraag, de bevoegde regelgevende instantie formeel de vereiste verzekering worden gegeven dat de activiteit veilig is en wordt ook nagegaan of er maatregelen zijn genomen ter voorkoming van ongevallen en fysieke aanvallen en de verdere beperking van de gevolgen van ongevallen en fysieke aanvallen, inclusief de evaluatie van de fysieke barrières en administratieve beschermingsprocedures van vergunninghouders die moeten falen voordat de werknemers, de bevolking en het natuurlijke milieu door ioniserende straling worden getroffen.
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 4
(4)  De lidstaten zorgen ervoor dat het nationale kader de eis omvat dat de vergunninghouders hun beheerssystemen met gepaste voorrang voor veiligheid instellen ten uitvoer leggen, en dat bedoelde systemen regelmatig door de bevoegde regelgevende autoriteit worden gecontroleerd.
(4)  De lidstaten zorgen ervoor dat het nationale kader de eis omvat dat de vergunninghouders hun beheerssystemen instellen en ten uitvoer leggen met topprioriteit voor veiligheid en beveiliging en dat bedoelde systemen regelmatig worden gecontroleerd door de bevoegde regelgevende autoriteit en vertegenwoordigers van de werknemers met een specifieke taak op het gebied van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5
(5)  De lidstaten zorgen ervoor dat het nationale kader de eis omvat dat de vergunninghouders zorgen voor adequate personele en financiële middelen om te voldoen aan de in de leden 1 tot en met 4 genoemde verplichtingen inzake de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
(5)  De lidstaten zorgen ervoor dat het nationale kader de eis omvat dat de vergunninghouders zorgen voor adequate personele en financiële middelen, ook op lange termijn, om te voldoen aan de in de leden 1 tot en met 4 genoemde verplichtingen inzake de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
Amendement 81
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5 bis (nieuw)
(5 bis)  De lidstaten zorgen ervoor dat vergunninghouders regionale en lokale autoriteiten van buurlanden op de vroegst mogelijke datum in kennis stellen van hun plannen om een faciliteit voor het beheer van radioactief afval te bouwen, indien deze faciliteit binnen een zodanige afstand van de nationale grens zal worden gebouwd dat zich tijdens de bouw of de exploitatie, na de sluiting van de faciliteit of ingeval van een ongeval of incident dat verband houdt met de faciliteit naar alle waarschijnlijkheid grensoverschrijdende effecten zullen voordoen.
Amendement 146
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 bis (nieuw)
Artikel 7 bis

Etikettering en documentatie

De lidstaten zorgen ervoor dat de vergunninghouders de verpakkingen etiketteren en de verwijdering van verbruikte splijtstof en radioactief afval documenteren in niet-verweerbare vorm. In de documentatie wordt zowel de chemische, toxicologische en radiologische samenstelling van het materiaal vermeld als aangegeven of dit vast, vloeibaar of gasvormig is.

Amendement 82
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8
Artikel 8

Schrappen

Veiligheidsanalyse

(1)  Als onderdeel van de aanvraag voor een vergunning voor een faciliteit of activiteit wordt een veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling opgesteld. Die worden indien nodig bijgewerkt naarmate de faciliteit of activiteit evolueert. De omvang en gedetailleerdheid van de veiligheidsanalyse en -beoordeling zijn evenredig met de complexiteit van de werkzaamheden en de omvang van de aan de faciliteit of activiteit verbonden risico's.
(2)  De veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling omvatten de keuze van de vestigingsplaats, het ontwerp, de bouw, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van een faciliteit of de afsluiting van een bergingsfaciliteit; in de veiligheidsanalyse worden de bij de veiligheidsbeoordeling gebruikte normen gespecificeerd. De veiligheid op lange termijn na de sluiting komt aan bod, met name hoe die veiligheid ten volle door passieve middelen wordt gewaarborgd.
(3)  In de veiligheidsanalyse voor een faciliteit staan alle veiligheidsgebonden aspecten van de vestiging, het ontwerp van de faciliteit en de maatregelen voor het toezicht van het management en van de regelgevende autoriteit beschreven. In de veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordeling wordt het geleverde beschermingsniveau aangetoond en wordt aan de bevoegde regelgevende autoriteit en andere betrokken partijen gewaarborgd dat aan de veiligheidsvereisten in acht worden genomen.
(4)  De veiligheidsanalyse en ondersteunende veiligheidsbeoordelingen worden aan de bevoegde regelgevende autoriteit ter goedkeuring voorgelegd.
Amendement 83
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 bis (nieuw)
Artikel 8 bis

Registratie- en volgsysteem, met name inzake de gezondheid en veiligheid van werknemers

(1)  De lidstaten stellen een registratie- en volgsysteem in op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
(2)  De lidstaten zorgen er voor dat met het registratie- en volgsysteem de locatie van de verbruikte splijtstof en het radioactief afval kan worden bepaald alsook de omstandigheden van de productie, het gebruik, het transport, de opslag of de verwijdering ervan.
(3)  De lidstaten zorgen ervoor dat informatie betreffende werknemers die tijdens hun werkzaamheden zijn blootgesteld aan verbruikte splijtstof en radioactief afval, door de vergunninghouder of door een overheidsinstantie wordt opgeslagen, ten einde de follow-up van beroepsziekten op de lange termijn mogelijk te maken.
Amendement 84
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 ter (nieuw)
Artikel 8 ter

Procedures en sancties

In overeenstemming met de algemene beginselen zorgen de lidstaten ervoor dat in geval van inbreuk op de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen administratieve of gerechtelijke procedures worden toegepast, alsmede effectieve en afschrikkende sancties die in verhouding staan tot de ernst van de overtreding.

Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9
De lidstaten zorgen ervoor dat in het nationale kader regelingen vervat zijn voor de opleiding en training van alle partijen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, teneinde de nodige deskundigheid en bekwaamheid in stand te houden en verder te ontwikkelen.

De lidstaten zorgen ervoor dat in het nationale kader regelingen vervat zijn voor de opleiding en regelmatige en preventieve training van alle partijen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, teneinde de nodige wetenschappelijke en technologische deskundigheid en bekwaamheid in stand te houden, verder te ontwikkelen en te verspreiden, in overeenstemming met de technische en wetenschappelijke vooruitgang. De lidstaten besteden extra aandacht aan indirect betrokken partijen ter plaatse en zorgen ervoor dat zij de meest recente passende opleiding en training krijgen voordat werkzaamheden met radioactief afval en verbruikte splijtstof worden verricht. De lidstaten zorgen ervoor dat de vergunninghouders deze regelingen kunnen uitvoeren en bekostigen, teneinde de veiligheid en gezondheid van alle bij het proces betrokken partijen te verzekeren. Het onderwijs en de opleiding van de werknemers moet voldoen aan internationaal erkende normen, zodat de algemene verantwoordelijkheid voor de gezondheid en de veiligheid in de nucleaire industrie wordt aangescherpt. De lidstaten zorgen er tevens voor dat in het nationale kader regelingen vervat zijn ter bevordering van verder wetenschappelijk onderzoek in relatie tot bestaande bergingsprojecten.

Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – alinea 1 bis (nieuw)
De lidstaten zien er op toe dat het nationaal kader programma's omvat ter ondersteuning van het onderzoek naar methoden voor verlaging van de productie van radioactief afval en het beheer ervan.

Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10
De lidstaten zorgen ervoor dat het nationale kader waarborgt dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn, op het moment dat dat nodig is, voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, en dat daarbij voldoende rekening wordt gehouden met de verantwoordelijkheid van de producenten van radioactief afval.

(1)  De lidstaten zorgen ervoor dat in het nationale kader voldoende financiële middelen beschikbaar zijn, op het moment dat dat nodig is om alle kosten voor de ontmanteling te dekken en voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, en dat daarbij ten volle rekening wordt gehouden met de verantwoordelijkheid van de producenten van radioactief afval overeenkomstig het beginsel „de vervuiler betaalt”, zonder dat een beroep wordt gedaan op staatssteun.
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)
(1 bis)  In overeenstemming met procedures die op nationaal niveau worden vastgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat:
a) een beoordeling wordt gemaakt van de kosten van strategieën voor het beheer van afval, met name een beoordeling van de kosten van de uitvoering van langetermijnoplossingen voor het beheer van laag-, middel- en langlevend hoogactief radioactief afval naar gelang de aard ervan. Dit geldt met name voor de kosten van de ontmanteling van kerninstallaties en, wat faciliteiten voor het beheer van radioactief afval betreft, de kosten van de definitieve sluiting, het onderhoud en de controle ervan;
b) reserves worden aangelegd om de onder letter (a) genoemde kosten te dekken en de nodige middelen worden uitgetrokken voor de uitsluitende dekking van deze reserves;
c) voldoende wordt gecontroleerd of de reserves en het beheer van de middelen volstaan om de onder letter (a) genoemde kosten te dekken, en dat periodieke aanpassing plaatsvindt.
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 ter (nieuw)
(1 ter)  De lidstaten zetten de kosten voor de verwijdering op een transparante wijze uit een en maken deze openbaar en herberekenen deze elk jaar opnieuw. De financiële verplichtingen van de producenten van radioactief afval worden aan de herberekening aangepast.
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 quater (nieuw)
(1 quater)  De lidstaten vormen of benoemen een nationaal orgaan dat in staat is een deskundig oordeel uit te brengen over het fondsenbeheer en de kosten van ontmanteling, als bedoeld in lid 1 bis. Dit orgaan is onafhankelijk van de fondsenverstrekkers.
Amendement 91
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – alinea 1 quinquies (nieuw)
De lidstaten brengen regelmatig verslag uit aan de Commissie over de bevindingen van het desbetreffende nationale orgaan overeenkomstig artikel 16.

Amendement 92
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11
De lidstaten zorgen ervoor dat toepasselijke kwaliteitsborgingsprogramma's inzake de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval worden opgesteld en ingevoerd.

De lidstaten zorgen ervoor dat toepasselijke kwaliteitsborgingsprogramma's inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval worden opgesteld en ingevoerd.

Amendement 127
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)
De lidstaten garanderen dat de vergunninghouders ten aanzien van derde partijen volledig verantwoordelijk worden gesteld voor schade die veroorzaakt wordt door ongevallen en het afvalbeheer op lange termijn, met inbegrip van de schade aan terrestrische, aquatische en mariene milieus.

Amendement 93
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – lid 1
(1)  De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie met betrekking tot het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval aan de werknemers en de bevolking ter beschikking wordt gesteld. Deze verplichting houdt in dat de bevoegde regelgevende autoriteit de bevolking informeert op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen. De informatie wordt aan het publiek ter beschikking gesteld overeenkomstig de nationale wetgeving en internationale verplichtingen, mits hiermee geen andere, in nationale wetgeving en internationale verplichtingen erkende belangen, onder meer die inzake beveiliging, in gevaar worden gebracht.
(1)  De lidstaten zorgen ervoor dat alle informatie met betrekking tot het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval die nodig is voor het in stand houden van de gezondheid, de veiligheid en de beveiliging van de werknemers en de bevolking, regelmatig beschikbaar is. Deze verplichting houdt in dat de bevoegde regelgevende autoriteit de bevolking informeert op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen. De informatie wordt aan het publiek ter beschikking gesteld overeenkomstig de nationale wetgeving en internationale verplichtingen, met name het Verdrag van Aarhus. Informatie die direct ter zake doende is voor de gezondheid en veiligheid van werknemers en de bevolking, met name over radioactieve en toxische emissies en de blootstelling aan deze emissies, moet openbaar worden gemaakt, ongeacht de omstandigheden.
Amendement 94
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – lid 1 bis (nieuw)
(1 bis)  De lidstaten zorgen ervoor dat aan het publiek informatie beschikbaar wordt gesteld over de in artikel 10 genoemde financiële middelen voor het beheer van de verbruikte splijtstof en het radioactief afval, waarbij naar behoren rekening moet worden gehouden met de kosten die dat beheer met zich meebrengt voor de producenten.
Amendement 95
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – lid 1 ter (nieuw)
(1 ter)  De lidstaten garanderen dat bij alle besluiten inzake bewaarplaatsen voor en het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval in de nabijheid van buurlanden, het publiek en de instellingen van de betrokken landen worden geraadpleegd.
Amendement 96
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – lid 2
(2)  De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek de gelegenheid krijgt om daadwerkelijk deel te nemen aan het besluitvormingsproces inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
Schrappen

Amendement 97
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 bis (nieuw)
Artikel 12 bis

Inspraak

(1)  De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek vroegtijdig de gelegenheid krijgt om daadwerkelijk deel te nemen aan het opstellen of herzien van de nationale programma's voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval die op grond van artikel 13 moeten worden opgesteld, en dat het na opstelling ervan toegang ertoe heeft. De lidstaten zetten de programma's op een voor iedereen toegankelijke website.
(2)  Daartoe zorgen de lidstaten ervoor dat:
a) het publiek door openbare kennisgevingen of op een andere passende wijze, bijvoorbeeld met elektronische middelen, indien beschikbaar, geïnformeerd wordt over alle voorstellen voor programma's van dien aard of voor de wijziging of herziening ervan, en dat aan het publiek relevante informatie betreffende dergelijke voorstellen ter beschikking wordt gesteld, onder andere informatie over het recht op inspraak in de besluitvorming en over de bevoegde instantie waaraan vragen en opmerkingen moeten worden gericht;
b) het publiek het recht heeft opmerkingen en meningen kenbaar te maken wanneer alle opties open zijn, voordat besluiten betreffende de programma's worden genomen;
c) bij de besluitvorming naar behoren rekening wordt gehouden met het resultaat van de inspraak;
d) de bevoegde autoriteit de opmerkingen en meningen van het publiek bestudeert en zich naar behoren kwijt van haar taak het publiek te informeren over de besluiten die zijn genomen en de motivering daarvan, met inbegrip van informatie over de inspraakprocedure.
(3)  De lidstaten wijzen het publiek aan dat recht op inspraak heeft in de zin van lid 2. De nadere regelingen voor inspraak krachtens dit artikel worden door de lidstaten zodanig vastgesteld dat het publiek zich terdege kan voorbereiden en werkelijk inspraak heeft. Er wordt voorzien in redelijke termijnen, die voldoende tijd laten voor de verschillende fasen van de inspraak die op grond van dit artikel vereist zijn.
Amendement 98
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 2
(2)  De nationale programma's moeten in overeenstemming zijn met artikelen 4 tot en met 12.
(2)  De nationale programma's moeten in overeenstemming zijn met artikelen 4 tot en met 12 bis.
Amendement 99
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 3
(3)  De lidstaten beoordelen en herzien regelmatig hun nationale programma's, indien nodig rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang.
(3)  De lidstaten beoordelen en herzien regelmatig hun nationale programma's, indien nodig rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en met informatie van de andere lidstaten over hun ervaringen bij het beheer van radioactief afval alsook de bevindingen van internationale collegiale toetsingen.
Amendement 100
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 3 bis (nieuw)
(3 bis)  De lidstaten stellen de regionale en lokale autoriteiten van buurlanden op de vroegst mogelijke datum in kennis van hun nationale programma's indien de uitvoering ervan waarschijnlijk grensoverschrijdende effecten zal hebben.
Amendement 101
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 3 ter (nieuw)
(3 ter)  De lidstaten vermelden in hun nationale programma's duidelijk de financiële middelen die beschikbaar zijn voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
Amendement 102
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt -1 (nieuw)
(-1) een geïntegreerd, gedetailleerd systeem voor de indeling van radioactief afval dat alle stadia van het beheer van radioactief afval dekt, vanaf de productie van radioactief afval tot de berging ervan;
Amendement 103
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt 1
(1) een inventaris van alle verbruikte splijtstof en radioactief afval en ramingen van toekomstige hoeveelheden, met inbegrip van deze die voortkomen uit ontmanteling. In deze inventaris staan duidelijk de locatie en de hoeveelheid materiaal en, door middel van een juiste indeling, het risiconiveau vermeld;
(1) op basis van het onder lid -1 genoemde indelingssysteem, een inventaris van alle verbruikte splijtstof en radioactief afval en ramingen van toekomstige hoeveelheden, met inbegrip van deze die voortkomen uit ontmanteling. In deze inventaris staan duidelijk de locatie en de hoeveelheid materiaal en het risiconiveau en de herkomst van het afval vermeld;
Amendement 128
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt 2
(2) concepten, plannen en technische oplossingen van de productie tot de berging;
(2) concepten, plannen en technische oplossingen van de productie tot de opslag of berging. Aan radioactief afval en verbruikte splijtstof uit het verleden in tijdelijke opslagbassins wordt hoge prioriteit gegeven;
Amendement 104
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt 3
(3) concepten en plannen voor de periode na de afsluiting van een bergingsfaciliteit, met inbegrip van de termijn waarin de institutionele controles worden gehouden en de in te zetten middelen om de kennis over de faciliteit op lange termijn te behouden;
(3) concepten en plannen voor de periode na de afsluiting van een bergingsfaciliteit, met inbegrip van de termijn waarin de institutionele controles worden gehouden en de in te zetten middelen om het toezicht en het onderhoud zeker te stellen en de kennis over de faciliteit op lange termijn te behouden;
Amendement 105
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt 7 bis (nieuw)
(7 bis) een beschrijving van de in artikel 10, alinea 1 bis, onder (a) genoemde kostenbeoordeling en van de methoden die zijn toegepast bij de berekening van de desbetreffende reserves;
Amendement 106
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt 8
(8) beschrijving van de van kracht zijnde financieringsprogramma's om te waarborgen dat alle programmakosten volgens het vastgelegde tijdschema kunnen worden gedekt.
(8) een beschrijving van de keuzen inzake de samenstelling en het beheer van de overeenkomstig artikel 10, lid 1 bis, onder (b) uitgetrokken middelen en van de van kracht zijnde financieringsprogramma's om te waarborgen dat alle programmakosten volgens het vastgelegde tijdschema en strikt volgens het beginsel „de vervuiler betaalt” kunnen worden gedekt.
Amendement 107
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt 8 bis (nieuw)
(8 bis) een bindend en controleerbaar tijdschema voor het uitvoeren van de nationale programma's en de in de punten 1 tot en met 8 uiteengezette eisen;
Amendement 108
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – punt 8 ter (nieuw)
(8 ter) programma's op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding om de deskundigheid en vaardigheden op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval in stand te houden.
Amendement 109
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 3 bis (nieuw)
(3 bis)  De Commissie controleert of de hand wordt gehouden aan de overeenkomstig artikel 14, sub 8 bis, ingediende tijdschema's voor het uitvoeren van de nationale programma's van de lidstaten.
Amendement 110
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 4
(4)  De Commissie zal rekening houden met de verduidelijkingen inzake en de voortgang van de nationale afvalbeheerprogramma's van de lidstaten wanneer zij beslissingen neemt over het verstrekken van financiële of technische Euratom-bijstand voor faciliteiten of activiteiten met betrekking tot het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof, of wanneer zij overeenkomstig artikel 43 van het Euratom-Verdrag haar standpunt formuleert over investeringsprojecten.
Schrappen

Amendement 111
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – lid 3
(3)  Op gezette tijden, en ten minste om de tien jaar, organiseren de lidstaten zelfevaluaties van hun nationale kader, de bevoegde regelgevende autoriteit en het nationale programma en de uitvoering daarvan, en verzoeken zij om een internationale collegiale toetsing van hun nationale kader, autoriteit en/of programma teneinde te waarborgen dat bij het beheer van verbruikte splijtstof en radioactie afval stringente normen worden bereikt. De resultaten van iedere internationale collegiale toetsing worden aan de Commissie en de lidstaten bekendgemaakt.
(3)  Op gezette tijden, en ten minste om de tien jaar, organiseren de lidstaten zelfevaluaties van hun nationale kader, de bevoegde regelgevende autoriteit en het nationale programma en de uitvoering daarvan, en verzoeken zij om een internationale collegiale toetsing van hun nationale kader, autoriteit en/of programma teneinde te waarborgen dat bij het beheer van verbruikte splijtstof en radioactie afval stringente normen worden bereikt. De resultaten van iedere internationale collegiale toetsing worden aan de Commissie bekendgemaakt, die periodiek verslag uitbrengt aan het Europees Parlement en de Raad, waarbij de conclusies die zijn getrokken bij de collegiale toetsing in geaggregeerde vorm worden behandeld.
Amendement 138
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 bis (nieuw)
Artikel 16 bis

Herevaluatie door de Commissie

Uiterlijk twee jaar na voltooiing van de in artikel 16, lid 3, bedoelde collegiale toetsing door de lidstaten legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag voor, dat vooral is gewijd aan een herevaluatie van het begrip beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, alsmede aan de exportbepalingen, zoals bedoeld in artikel 4, lid 3. Bij deze herevaluatie wordt met name het terughalen van afval dat in een locatie voor berging is ondergebracht, bezien in het licht van nieuwe ontwikkelingen in het onderzoek en nieuwe wetenschappelijke kennis op dit gebied. Indien nodig wordt deze richtlijn herzien volgens de uitkomst van het verslag om rekening te houden met het meest recente technologische onderzoek inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.

Amendement 113
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 – lid 1
(1)  De lidstaten treffen uiterlijk op … de nodige maatregelen om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
(1)  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om tegen ...* aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
* Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
Juridische mededeling - Privacybeleid