Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2091(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0291/2011

Ingediende teksten :

A7-0291/2011

Debatten :

PV 12/09/2011 - 28
CRE 12/09/2011 - 28

Stemmingen :

PV 13/09/2011 - 5.18
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0360

Aangenomen teksten
PDF 216kWORD 63k
Dinsdag 13 september 2011 - Straatsburg
Situatie van vrouwen die de pensioengerechtigde leeftijd naderen
P7_TA(2011)0360A7-0291/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 13 september 2011 over de situatie van vrouwen die de pensioengerechtigde leeftijd naderen (2011/2091(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name de artikelen 2 en 3,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 19,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name de artikelen 21, 23 en 25,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 september 2010 getiteld „Strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015” (COM(2010)0491),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 29 april 2009 over het opvangen van de gevolgen van de vergrijzing in de EU (Vergrijzingsverslag 2009) (COM(2009)0180),

–  gezien de aanbeveling van de Commissie van 3 oktober 2008 over de actieve inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten (2008/867/EG)(1),

–  gezien het door de Commissie in opdracht gegeven rapport van 22 juli 2010 getiteld „Access to healthcare and long-term care - Equal for women and men?”,

–  gezien het door de Commissie in opdracht gegeven rapport van 24 november 2009 getiteld „Gender mainstreaming active inclusion policies”,

–  gezien de conclusies van de Raad van 7 maart 2011 over het Europees pact voor gendergelijkheid voor de periode 2011-2020,

–  gezien de conclusies van de Raad van 6 december 2010 over de gevolgen van een vergrijzende beroepsbevolking en bevolking voor het werkgelegenheidsbeleid,

–  gezien de conclusies van de Raad van 7 juni 2010 over actief ouder worden,

–  gezien de conclusies van de Raad van 30 november 2009 over gezond en waardig ouder worden,

–  gezien de conclusies van de Raad van 8 juni 2009 over gelijke kansen voor vrouwen en mannen: actief en waardig ouder worden,

–  gezien het verslag van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden van 1 mei 2008 getiteld „Working conditions of an ageing workforce”,

–  gezien het Internationaal actieplan van Madrid inzake de vergrijzing dat is aangenomen tijdens de tweede Wereldvergadering over de vergrijzing (A/CONF.197/9 8) op 12 april 2002,

–  gezien het VN-Verdrag van 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen,

–  gezien zijn resolutie van 7 september 2010 over de rol van de vrouw in een vergrijzende samenleving(2),

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0291/2011),

A.  overwegende dat gendergelijkheid en een verbod op discriminatie, onder meer op grond van leeftijd, fundamentele beginselen zijn die verankerd zijn in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en behoren tot de doelstellingen en taken van de Unie,

B.  overwegende dat in de Europa 2020-strategie een centraal streefcijfer voor de arbeidsparticipatie van 75% is vastgelegd zowel voor vrouwen als voor mannen, alsmede de doelstelling om het aantal personen dat het risico loopt arm te worden, met 20 miljoen te verminderen; overwegende dat de groep vrouwen van boven de 50, vanwege het feit dat er in deze groep relatief veel armoede en werkloosheid voorkomt, een beslissende leeftijdscohort is voor het bereiken van beide doelstellingen,

C.  overwegende dat hardnekkige genderstereotypen blijven bestaan, die – in combinatie met leeftijdsdiscriminatie waarmee oudere mensen op de arbeidsmarkt geconfronteerd worden – vooral de werkgelegenheidskansen, de mogelijkheden voor opleiding en de promotiekansen van oudere vrouwen doen afnemen en die mede aan de basis liggen voor het verhoogde risico op armoede op oudere leeftijd,

D.  overwegende dat discriminatie op grond van geslacht een specifieke vorm van discriminatie is, omdat deze vorm van discriminatie systematisch en structureel voorkomt, dwars door alle andere vormen van discriminatie heen loopt en deze aanvult,

E.  overwegende dat de arbeidsmarkt dynamischer en soepeler is dan ooit, hetgeen met zich meebrengt dat banen voor het leven binnen één sector tot het verleden behoren; overwegende dat de economische crisis daarom heeft aangetoond dat voor vrouwen op de arbeidsmarkt een belangrijke rol is weggelegd,

F.  overwegende dat het toekomstige economische concurrentievermogen en de toekomstige welvaart en inclusiviteit van Europa in belangrijke mate afhangen van zijn vermogen om zijn arbeidskrachten ten volle te benutten, niet alleen door mensen langer te laten doorwerken, maar ook door te zorgen voor de arbeidsomstandigheden en socialezekerheidsstelsels die zowel de arbeids- als de levensomstandigheden verbeteren alsmede een bijdrage leveren aan de economie; overwegende dat dit eveneens passende beleidsmaatregelen omvat om het beroepsleven en het gezins- en privéleven te kunnen combineren en een einde te maken aan directe en indirecte discriminatie en genderstereotypen die leiden tot verschillen tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt,

G.  overwegende dat tussen 1990 en 2010 de beroepsbevolking (20-64 jaar) in de EU-27 met 1,8% is gestegen, de oudere bevolking (65+) met 3,7% is toegenomen en het aandeel jongeren (0-19 jaar) met 5,4% is verminderd; overwegende dat het aandeel van de beroepsbevolking dat ouder is dan 65 jaar, naar verwachting zal stijgen van 17,4% in 2010 tot 30% in 2060(3),

H.  overwegende dat in 2008 het risico van oudere vrouwen om arm te worden op 22% lag in vergelijking met 16% onder oudere mannen(4),

I.  overwegende dat vrouwen ten gevolge van stijgende echtscheidingspercentages en de kortere levensverwachting van mannen vaak en in toenemende mate oververtegenwoordigd zijn in de groep van geïsoleerde ouderen; overwegende dat weduwen en alleenstaande oudere vrouwen in het algemeen meer risico lopen op armoede, isolement en sociale uitsluiting,

J.  overwegende dat in 2009 de arbeidsparticipatie van vrouwen in de leeftijd van 55 tot 64 37,8% bedroeg in vergelijking met 54,8% voor mannen van dezelfde leeftijd(5),

K.  overwegende dat in 21 lidstaten het werkloosheidspercentage hoger is voor vrouwen dan voor mannen en dat - ondanks het feit dat het langdurige werkloosheidspercentage in 12 landen hoger is voor mannen dan voor vrouwen - de werkloosheid onder vrouwen vaak verborgen gaat achter de noemer „inactiviteit” als ze getrouwd zijn of kinderen hebben,

L.  overwegende dat het gemiddelde uurloon van vrouwen onder de 30 92% bedraagt van dat van mannen en 67,5% in de leeftijdsgroep tussen 50 en de 59(6), en dat het gemiddelde salarisverschil tussen mannen en vrouwen in de EU nog altijd maar liefst 17,5% bedraagt,

M.  overwegende dat genderverschillen in de sociale en economische positie grotendeels hun oorsprong vinden in de traditionele rolverdeling tussen de geslachten, waarbij vooral mannen verantwoordelijk worden geacht voor de broodwinning en vrouwen voor onbetaald werk binnenshuis en de zorg voor het gezin en de familie, hetgeen een enorme invloed heeft op de mogelijkheid voor vrouwen om, in vergelijking met mannen, socialezekerheidsrechten voor bijvoorbeeld hun pensionering te verwerven, en dus op hun levensomstandigheden op latere leeftijd, met name in geval van scheiding, scheiding van tafel en bed of overlijden van de partner,

N.  overwegende dat de kans groot is dat vrouwen langzamere, kortere en/of onderbroken carrières en lagere gemiddelde inkomens dan mannen hebben, hetgeen tot uiting komt in een groter salarisverschil tussen mannen en vrouwen en tot een genderdifferentiaal leidt inzake de inleg in persoonlijke pensioenvoorzieningen, waardoor het risico van vrouwen om op latere leeftijd arm te worden, toeneemt,

O.  overwegende dat de genderkloof vóór gezinsvorming kleiner is en groter wordt als individuen paren vormen; overwegende dat de arbeidsparticipatie van vrouwen afneemt bij de geboorte van hun eerste kind en dat vrouwen in de eerste fasen van hun leven een achterstand op de arbeidsmarkt oplopen door oorzaken in verband met de zorg voor kinderen, en in latere fases door de zorg voor ouderen, hetgeen ook bij vrouwen met een baan in veel gevallen kan leiden tot armoede,

P.  overwegende dat oudere vrouwen, in vergelijking met mannen, vaak voor deeltijdwerk kiezen of hiertoe gedwongen worden, en de arbeidsmarkt verlaten door vaker voor een vervroegd pensioen te kiezen of hiertoe gedwongen worden,

Q.  overwegende dat het belang van een op gender gebaseerde aanpak van een actief arbeidsmarktbeleid in bijna alle Europese landen erkend wordt, maar dat uit evaluaties van het actieve arbeidsmarktbeleid blijkt dat gendermainstreaming nog steeds van ongelijke kwaliteit is en een beperkte focus heeft,

R.  overwegende dat vrouwen van over de 50 vaak geconfronteerd worden met tweevoudige of meervoudige discriminatie gebaseerd op gender- en leeftijdstereotypen, die vaak verergerd worden door hun genderspecifieke werk en levenspatronen (bv. carrièreonderbrekingen, deeltijdwerk, herintreding na een periode van werkloosheid, het feit dat zij soms stoppen met werken in verband met de zorg voor het gezin of om in het familiebedrijf te gaan werken, vooral in de sectoren handel en landbouw, zonder daarvoor loon te ontvangen en zonder deel uit te maken van een socialezekerheidsregeling, en loonverschillen tussen mannen en vrouwen); overwegende dat het bijgevolg niet ongewoon is dat vrouwen geconfronteerd worden met een grotere opeenhoping van nadelen dan mannen in dezelfde leeftijdsgroepen; verder overwegende dat deze categorie vrouwen in tijden van economische recessie nog meer gevaar loopt tot armoede te vervallen,

S.  overwegende dat vrouwen op de arbeidsmarkt vaak op een veel jongere leeftijd dan mannen als „oud” worden beschouwd; overwegende dat 58% van de Europeanen vindt dat leeftijdsdiscriminatie wijdverbreid is(7),

T.  overwegende dat geweld jegens oudere vrouwen een ernstig onderschat fenomeen is omdat oudere vrouwen terughoudend zijn om geweld te melden, dienstverleners er ten onrechte van uitgaan dat oudere vrouwen minder risico lopen, en oudere vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld minder mogelijkheden hebben,

U.  overwegende dat onderwijs gericht op gelijkheid van jongs af aan, beleid inzake beroepskeuzebegeleiding en beleid gericht op een betere arbeidsparticipatie van vrouwen effectieve manieren zijn om voor eens en altijd een einde te maken aan deze vorm van discriminatie,

Algemene aspecten

1.  verwelkomt de beslissing van de Commissie om 2012 uit te roepen tot Europees Jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties en verzoekt de Commissie en de lidstaten om gepaste en doeltreffende maatregelen te nemen om discriminatie tegen te gaan, onder meer door het bestrijden van de stereotypen die verband houden met gender- en leeftijdsdiscriminatie en het bevorderen van de solidariteit tussen de generaties;

2.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat de meervoudige discriminatie van vrouwen van over de 50 beter aan de orde komt en doeltreffend bestreden wordt in de open coördinatiemethode wat betreft pensioenen, sociale insluiting, werkgelegenheid, het veranderen van genderstereotypen en het betrekken van vrouwen bij de politieke en economische besluitvormingsorganen;

3.  verzoekt de lidstaten om gendermainstreaming toe te passen bij de voorbereiding en tenuitvoerlegging van de pensioenhervorming, een punt waar ook rekening mee moet worden gehouden in het komende witboek over pensioenstelsels en andere hervormingen in het socialezekerheidsbeleid; verzoekt de lidstaten eveneens de toepassing van een meer op gelijkheid gerichte actuariële berekening van pensioenen voor mannen en vrouwen te bevorderen, maatregelen te bevorderen ter verlaging van het risico op armoede, de huidige armoede onder oudere mensen te bestrijden, de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de (gezondheids)zorg te verbeteren, de praktijk van verplichte pensionering te beëindigen, en oudere vrouwen de mogelijkheid te bieden op de arbeidsmarkt te participeren door discriminatie aan te pakken;

4.  verzoekt de lidstaten in hun pensioenwetgeving aanvullende bepalingen op te nemen inzake weduwenpensioenen om het armoederisico voor oudere vrouwen te verkleinen;

5.  wijst op het belang van maatregelen ter bevordering van de integratie van vrouwen uit de meest kwetsbare categorieën, te weten immigranten, vrouwen behorend tot een minderheid, vrouwen met een beperking, vrouwen met weinig opleiding, vrouwen zonder werkervaring, vrouwelijke gevangenen, enz., ten einde hun recht op een behoorlijk leven te waarborgen;

6.  verzoekt de lidstaten om maatregelen te nemen om het waardig ouder worden zonder vernedering, discriminatie of andere vormen van geweld jegens oudere vrouwen te waarborgen;

7.  wijst erop dat oudere vrouwen een economische hulpbron en een bron van ervaring vormen, en een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving en gezinnen omdat zij zorgen voor afhankelijke personen en door hun ruime beroepservaring adviezen kunnen geven over werkgerelateerde onderwerpen en bovendien bijdragen aan de instandhouding van plattelandsgemeenschappen;

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten initiatieven ter bevordering van taalkennis en kennis van nieuwe technologieën te stimuleren om oudere vrouwen in staat te stellen de digitale kloof te overbruggen en hun intermenselijke en communicatieve vaardigheden te verbeteren, alsmede hun capaciteiten om hun onafhankelijkheid en hun belangen te verdedigen;

9.  verzoekt de Commissie en de lidstaten in nauwe samenwerking met het Europees Instituut voor gendergelijkheid een onderzoek uit te voeren naar de situatie van vrouwen boven de 50, en daarbij met name aandacht te besteden aan hun ervaringen op de arbeidsmarkt en hun ervaringen als zorgverlener, aan hoe vrouwen en mannen hun tijd besteden, aan gezondheidskwesties en overige problemen waarmee zij worden geconfronteerd;

Vrouwen op de arbeidsmarkt

10.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om voorwaarden te creëren die oudere vrouwen in staat stellen en helpen om op de arbeidsmarkt te blijven of hierop terug te keren in het kader van het Europees Jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties, zodat ze hun potentieel kunnen benutten op de arbeidsmarkt en zodat hun rechten worden geëerbiedigd; verzoekt de Commissie en de lidstaten om tegelijk maatregelen te implementeren die werkgevers aanmoedigen om hun beleid op het vlak van gelijke kansen te verbeteren zodat leeftijdsdiscriminatie van oudere vrouwen wordt aangepakt en zodat oudere vrouwelijke werknemers gelijke toegang krijgen tot bijvoorbeeld opleiding, bevordering, en loopbaanontwikkeling;

11.  verzoekt de Commissie en de lidstaten onverwijld voor een allesomvattende, multidimensionale, gendersensitieve en leeftijdvriendelijke aanpak van het sociaal en werkgelegenheidsbeleid te kiezen om te zorgen voor werkgelegenheid en sociale insluiting van vrouwen; verzoekt de Commissie en de lidstaten om ook de situatie van de generatie van oudere vrouwen die nu reeds in armoede leven grondig te evalueren en spoedig passende en doeltreffende maatregelen te treffen om deze vrouwen uit de armoede te halen;

12.  dringt er bij de lidstaten op aan de meervoudige discriminatie van vrouwen bij het zoeken naar werk op passende wijze aan te pakken;

13.  verzoekt de Commissie om de verzameling en analyse van nauwkeurige, relevante en vergelijkbare Europese gender- en leeftijdsspecifieke data verder te ontwikkelen en te verbeteren, in het bijzonder over de arbeidsparticipatie en het werkloosheidspercentage van oudere vrouwen, waaronder migrantenvrouwen en vrouwen met een beperking, over de (informele) participatie van oudere vrouwen in de (onbetaalde) zorg voor het gezin en de familie, over het percentage afhankelijke oudere mensen en over ouderenmishandeling; daarbij dient alle in de lidstaten bestaande wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming van toepassing te zijn;

14.  is verheugd over het feit dat de lidstaten reeds erkend hebben dat patronen en oorzaken van genderongelijkheid op de arbeidsmarkt nauw verband houden met de fase van de levenscyclus, en benadrukt dat derhalve een levenscyclusaanpak van arbeid gestimuleerd dient te worden; dringt er echter bij de lidstaten op aan, ten einde de uitdagingen van de levenscyclus adequaat aan te pakken, in hun actieve arbeidsmarktbeleid de nadelige positie van jonge en oudere vrouwen ten opzichte van mannen in dezelfde leeftijdsgroepen met gerichte maatregelen aan te pakken en hun arbeidsmarktbeleid niet alleen te richten op volwassen vrouwen en mannen;

15.  verzoekt de lidstaten hun beste praktijken op het gebied van de verbetering van de arbeidsomstandigheden van oudere vrouwen uit te wisselen, ten einde voor deze categorie een duurzame en gezonde werkomgeving te creëren;

16.  moedigt de lidstaten aan om oudere vrouwen bij processen inzake een leven lang leren te betrekken en flexibele herscholingsprogramma's die geschikt zijn voor oudere vrouwen verder te ontwikkelen en te ondersteunen door hun bijzondere behoeften en capaciteiten in aanmerking te nemen, ten einde hun inzetbaarheid te vergroten en hen te helpen een onafhankelijk en actief leven te leiden en hun ervaringen en kennis aan jongere generaties door te geven;

17.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om ervoor te zorgen dat de nadelen die vrouwen op de arbeidsmarkt ondervinden – in het bijzonder nadelen die voortkomen uit zorgverantwoordelijkheden – niet ten koste van hun pensioenrechten gaan, noch van andere socialezekerheidsrechten;

18.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan in hun socialezekerheidsstelsels een regeling op te nemen die het mogelijk maakt dat de pensioenbijdragen uit perioden van werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst en pensioenbijdragen van verschillende banen bij elkaar kunnen worden opgeteld, indien dit nog niet is gebeurd;

19.  verzoekt de Commissie en de lidstaten gendergevoelige pensioenstelsels te ontwikkelen en bevorderen, omdat die kunnen fungeren als inkomensbron en als bescherming tegen het hogere risico van oudere vrouwen om arm te worden, rekening houdend met loopbaanonderbrekingen vanwege zorgverplichtingen, ten einde te voorkomen dat zij opnieuw in een situatie van afhankelijkheid terechtkomen;

20.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om onverwijld doelmatige maatregelen te nemen om het beginsel van gelijk loon voor gelijke arbeid ten uitvoer te leggen (bijvoorbeeld door middel van een systeem voor verplichte functiewaardering en een actieplan voor gelijke behandeling op de werkplek) om zo de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen weg te nemen, hetgeen ook kan bijdragen tot het dichten van de pensioenkloof, met als doel het hogere risico op armoede van – voornamelijk oudere - vrouwen te verminderen of op termijn volledig af te wenden;

21.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om passende beleidsmaatregelen te implementeren om het beroeps-, gezins- en privé-leven met elkaar te verenigen en om het vergrijzingsaspect door middel van leeftijdsmainstreaming, rekening houdend met de levensloopcyclus op alle relevante beleidsterreinen, te integreren; verzoekt het Europees Instituut voor gendergelijkheid in Vilnius de daartoe noodzakelijke effectstudies en onderzoeken uit te voeren;

22.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om de bestaande EU-instrumenten en -programma's volledig en efficiënt te benutten, inclusief het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, om de deelname van oudere vrouwen aan de arbeidsmarkt te vergroten en om de discriminatie van oudere vrouwen op alle terreinen te bestrijden;

23.  vraagt de lidstaten om de actieve participatie van oudere vrouwen in het bedrijfsleven aan te moedigen door vrouwen die nieuwe bedrijven starten aan te moedigen en te ondersteunen en de toegang tot financiering voor vrouwen te vergemakkelijken, met name door middel van microfinanciering, alsmede een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in economische besluitvormingsorganen, waaronder in raden van bestuur, te bevorderen;

24.  verzoekt de lidstaten om ondernemingen aan te moedigen om de beginselen en instrumenten van leeftijdsmanagement in hun beleid, en in het bijzonder in hun personeelsbeleid, op te nemen, om op de werkplek een „leeftijdsvriendelijk en gendersensitief” beleid toe te passen, om meer erkenning en eerbied op te brengen voor de opgebouwde kennis en ervaring van hun oudere vrouwelijke werknemers, en om een betrouwbaar en transparant informatiebeleid te ontwikkelen waarbij oudere werknemers de mogelijkheid wordt geboden om zich met kennis van zaken voor te bereiden op de pensionering; verzoekt verder de Commissie en de lidstaten om de sanctioneringsprocedures te verbeteren ten overstaan van werkgevers die oudere vrouwelijke werknemers discrimineren; dringt erop aan dit beleid ook in het kader van de „Small Business Act” toe te passen;

Vrouwen als zorgverleners

25.  dringt er bij de lidstaten op aan meer inspanningen te verrichten om te voorzien in de behoeften van gezinnen die de zorg voor hulpbehoevenden op zich moeten nemen en verzoekt de Commissie haar steun aan de ontwikkeling van zorgstructuren door benutting van de structuurfondsen voort te zetten;

26.  verzoekt de lidstaten om de verlening van kwaliteitszorg, met inbegrip van thuiszorg voor ouderen, te verbeteren, om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van dergelijke kwaliteitszorg te waarborgen, om de erkenning voor de waarde van het werk van professionele zorgverleners te vergroten, om gezinnen die voor oudere en afhankelijke mensen zorgen te ondersteunen door hen onder meer financieel te compenseren voor hun bijdragen en door hen te begeleiden en op te leiden om kwaliteitsvolle informele zorg te kunnen bieden;

27.  wijst op de noodzaak om voldoende kwalitatief hoogstaande zorgvoorzieningen te creëren voor kinderen, ouderen en andere afhankelijke personen, die tegen betaalbare prijzen worden aangeboden en die te combineren zijn met een voltijdse baan, om te waarborgen dat vrouwen hun carrière niet hoeven te onderbreken, beëindigen of hoeven op te geven om te zorgen voor personen die van hen afhankelijk zijn;

28.  wijst erop dat deze zorgfaciliteiten voor kinderen en afhankelijke personen een belangrijke bron van werkgelegenheid kunnen zijn voor oudere vrouwen, die op dit moment tot de groepen met de laagste arbeidsparticipatie behoren;

29.  verzoekt de lidstaten om te zorgen voor opleidingen en capaciteitsopbouw ten einde zorgverlening van hoge kwaliteit te waarborgen en de personeelstekorten in de witte sector (zorg en gezondheid) die zijn ontstaan door demografische tendensen, tegen te gaan;

30.  moedigt de lidstaten aan om het opnemen van ouderschapsverlof ook voor grootouders mogelijk te maken, alsmede voor kinderen die de zorg voor hun ouders op zich nemen, de zorg voor afhankelijke personen te erkennen, de invoering van zorgverlof te overwegen en om aan zorgverleners diensten, opleiding en begeleiding te bieden;

31.  wijst erop dat vrouwen die de pensioengerechtigde leeftijd naderen vaak ook grootouder zijn; is echter van mening dat vrouwen in deze leeftijdscategorie niet uitsluitend beschouwd moeten worden als zorgverleners; verzoekt de lidstaten daarom na te denken over mogelijkheden voor kinderopvang die grootouders in de gelegenheid stellen, indien zij dat willen, ook andere activiteiten te ondernemen;

32.  moedigt de lidstaten aan om de maatschappelijke betrokkenheid en projecten voor oudere mensen waarbij meerdere generaties betrokken zijn, te stimuleren door initiatieven en regelingen te financieren;

33.  verzoekt de lidstaten om maatregelen op alle niveaus te nemen, onder andere door relevante ngo's te steunen en door in te gaan op de specifieke behoeften van oudere mensen, vooral die van oudere vrouwen die alleen wonen, om hun isolement en afhankelijkheid te verkleinen en om hun gelijkheid, veiligheid en welzijn te bevorderen;

34.  verzoekt de lidstaten na te denken over verschillende huisvestingsmogelijkheden en ondersteuning door vrijwilligersgroepen of maatschappelijke organisaties als een manier om het isolement van oudere vrouwen te doorbreken en om een gunstige omgeving voor de solidariteit tussen de generaties te creëren;

35.  is van mening dat oudere vrouwen waardig moeten kunnen beslissen hoe zij willen leven, of zij nu kiezen voor zelfstandig wonen of voor wonen in een gezamenlijke woonvorm;

Gezondheidsvraagstukken

36.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om het genderaspect van gezondheid als een essentieel onderdeel van het EU-gezondheidsbeleid te erkennen en verzoekt derhalve de Commissie en de lidstaten om hun inspanningen te intensiveren met het oog op de opneming van een gecombineerde strategie van gender- en leeftijdsmainstreaming en specifieke gendergerelateerde maatregelen in het Europees en nationaal gezondheidsbeleid;

37.  spoort de Commissie en de lidstaten aan om ook het belang van gender- en leeftijdssensitieve curatieve en palliatieve gezondheidszorg te erkennen; verzoekt de lidstaten onderzoek te doen naar gendergerelateerde ziekten en hun oorzaken, alsmede naar mogelijke preventie en behandeling van deze ziekten;

38.  erkent de essentiële rol van bevolkingsonderzoek en preventieve behandeling in de gezondheidszorg en spoort de Commissie aan om de open coördinatiemethode te gebruiken om te zorgen voor gedachtewisselingen, om de harmonisatie van onderzoek in de EU te bevorderen, de beste praktijken af te bakenen en richtsnoeren vast te stellen;

39.  juicht de inspanningen toe van enkele lidstaten die gratis toegang verlenen tot de preventie van gendergerelateerde ziekten en spoort de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, ertoe aan om de preventieve gezondheidszorg voor oudere vrouwen uit te breiden door bijvoorbeeld te zorgen voor toegankelijke en regelmatige mammografieën en Pap-tests, om leeftijdsgrenzen voor de toegang tot gezondheidszorg - zoals bijvoorbeeld borstkankerscreening - af te schaffen, en om mensen bewust te maken van het belang van bevolkingsonderzoek;

40.  moedigt de lidstaten aan hun inspanningen verder op te voeren om in het gezondheidsbeleid een strategie voor gendermainstreaming in te voeren en om te zorgen voor gelijke toegang tot betaalbare gezondheidszorg en langdurige zorg voor vrouwen en mannen, vooral ouderen, en voor degenen die in meer dan één opzicht benadeeld zijn;

41.  moedigt de Commissie en de lidstaten aan om maatregelen te ontwikkelen die een betere gezondheid en veiligheid op het werk garanderen, waardoor de inzetbaarheid en de capaciteiten van werknemers behouden blijven en gezorgd wordt voor een betere gezondheid op latere leeftijd;

42.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om alle vormen van geweld jegens oudere vrouwen tegen te gaan, te erkennen dat dit probleem wordt onderschat, maatschappelijke stereotypes te bestrijden en dienstverleners in staat te stellen rekening te houden met de bijzondere behoeften van oudere slachtoffers van geweld, ten einde volledige uitoefening van de mensenrechten te waarborgen en de gendergelijkheid te verwezenlijken, en volledig gebruik te maken van het DAPHNE-programma;

o
o   o

43.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 307 van 18.11.2008, blz. 11.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0306.
(3) Werkdocument van de diensten van de Commissie: Verslag over de demografische ontwikkelingen 2010, Commissie, blz. 62.
(4) Lijst van 100 ongelijkheden, Europees instituut voor gendergelijkheid.
(5) Rapport over de voortgang van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in 2010, Commissie, blz. 31.
(6) „The life of women and men in Europe - A statistical portrait”, Eurostat, 2008, blz. 196.
(7) Speciale Eurobarometer 317, Discriminatie in de EU in 2009, november 2009, blz. 71.

Juridische mededeling - Privacybeleid