Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2319(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0018/2012

Ingediende teksten :

A7-0018/2012

Debatten :

PV 15/02/2012 - 5
CRE 15/02/2012 - 5

Stemmingen :

PV 15/02/2012 - 8.9
CRE 15/02/2012 - 8.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0048

Aangenomen teksten
PDF 135kWORD 55k
Woensdag 15 februari 2012 - Straatsburg
Bijdrage aan de jaarlijkse groeianalyse 2012
P7_TA(2012)0048A7-0018/2012

Resolutie van het Europees Parlement van 15 februari 2012 over de bijdrage aan de jaarlijkse groeianalyse 2012 (2011/2319(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 23 november 2011 over de jaarlijkse groeianalyse 2012 (COM(2011)0815),

–  gezien het op 16 november 2011 goedgekeurde wetgevingspakket inzake de economische governance en met name Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden(1),

–  gezien zijn resolutie van 15 december 2011 over het scorebord voor het toezicht op macro-economische onevenwichtigheden: overwogen initiële opzet(2),

–  gezien zijn resolutie van 1 december 2011 over het Europees semester voor economische beleidscoördinatie(3),

–  gezien zijn resolutie van 6 juli 2011 over de financiële, economische en sociale crisis: aanbevelingen voor te nemen maatregelen en initiatieven(4),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 9 december 2011,

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A7-0018/2012),

A.  overwegende dat de nieuwste statistieken wijzen op toenemende ongelijkheid en werkloosheid in de Europese Unie;

B.  overwegende dat de meeste lidstaten de kerndoelstellingen van de EU 2020- strategie uit het oog verloren hebben;

Economische uitdagingen en hoofdlijnen macro-economisch beleid

1.  is ingenomen met de door de Commissie gepresenteerde groeianalyse 2012, die een goed uitgangspunt voor het Europees semester van dit jaar vormt; beklemtoont dat de oplossingen die specifiek gericht zijn op de huidige financiële en staatsschuldencrisis, waar alle instellingen dagelijks aan werken, gepaard dienen te gaan met sterke aandacht voor groeibevorderende maatregelen voor de middellange en lange termijn in combinatie met een herziening van het algemeen economisch raamwerk teneinde de toekomstbestendigheid en de concurrentiekracht van de Europese economie te versterken en blijvend economisch succes te garanderen;

2.  meent evenwel dat de groeianalyse 2012 te weinig biedt om het vertrouwen van de Europese huishoudens, ondernemingen en financiële markten te herstellen, omdat voorbij wordt gegaan aan de noodzaak van spoedeisend optreden ter ondersteuning van kortetermijnactiviteit en -werkgelegenheid bij het nastreven van de EU 2020-doelstellingen;

3.  wijst erop dat de meeste elementen die nodig zijn voor herstel van vertrouwen, versterking van de concurrentiekracht en bevordering van slimme en duurzame groei en werkgelegenheid reeds te vinden waren in de groeianalyse 2011 en andere initiatieven, die door middel van nationale en Europese wetgeving moeten worden omgezet;

4.  herinnert aan zijn verzoek aan de Raad en de Commissie in zijn resolutie van 1 december 2011 over het Europees semester voor economische beleidscoördinatie, en verlangt een reactie in het openbaar op de in die resolutie genoemde punten;

5.  betreurt dat het schort aan de uitvoering van in EU-verband overeengekomen richtsnoeren, gelet op de nodige manoeuvreerruimte waarover de lidstaten beschikken om hun eigen beleid te voeren, waardoor de overeengekomen richtsnoeren niet hun volledige potentieel kunnen ontplooien om de EU 2020-doelstellingen te verwezenlijken; is er verheugd over dat de groeianalyse dit jaar de nadruk legt op de vereiste uitvoering en op groeibevorderende maatregelen; beklemtoont dat de democratische legitimatie en de nationale zeggenschap over de veranderingen waartoe is besloten in termen van toekomstige behoeften op het punt van economische governance veel groter moeten worden;

6.  wijst erop dat de groeianalyse en de officiële standpunten die het Europees Parlement en de andere Europese instellingen hierover hebben uitgebracht prioriteiten inhouden voor nationaal en Europees optreden in de komende twaalf maanden, onder meer om de EU 2020-doelstellingen te realiseren, die moeten worden vertaald in nationaal economisch en budgettair beleid, rekening houdende met de landspecifieke aanbevelingen van de EU;

7.  is het met de Commissie eens dat de nationale en Europese inspanningen op de volgende vijf prioriteiten moeten worden geconcentreerd:

   een gedifferentieerd, groeivriendelijk beleid van begrotingsconsolidatie voeren, onderwijl zorgend voor economisch herstel en schepping van banen;
   zorgen voor langetermijnfinanciering van de reële economie;
   duurzame groei door middel van meer concurrentievermogen en investeringen bevorderen;
   de werkloosheid en de sociale gevolgen van de crisis aanpakken;
   het bestuursapparaat in de EU en de diensten van algemeen belang moderniseren;

8.  omarmt de voortgangsevaluatie van de vlaggenschipinitiatieven van de EU 2020-strategie, maar onderstreept dat de bestrijding van sociale uitsluiting en armoede in elk beleid hoge prioriteit moet houden;

9.  stelt dat toegang tot elementaire bankdiensten een belangrijke factor blijft voor sociale inclusie en spoort de Commissie daarom aan tot voortvarender optreden om deze toegang te waarborgen;

Een gedifferentieerd, groeivriendelijk beleid van begrotingsconsolidatie voeren, onderwijl zorgend voor economisch herstel en schepping van banen

10.  beseft dat de economie en het begrotingsbeleid van de lidstaten met elkaar verweven zijn met alle overloopeffecten van dien; wijst erop dat de groeivooruitzichten voor alle lidstaten, of ze nu tot de eurozone behoren of niet, sterk afhankelijk zijn van een krachtdadige aanpak van de schuldencrisis en van een gecoördineerd economisch beleid dat daadwerkelijk kan zorgen voor meer aandacht voor investeringen in duurzame groei en werkgelegenheid; verlangt dat de lidstaten de juiste maatregelen nemen om hun buitensporige tekorten binnen de door de Raad gestelde termijn ongedaan te maken en hun staatsschuld terug te brengen tot een houdbaar niveau;

11.  neemt kennis van de nieuwe wetgevingsvoorstellen inzake economische governance; is van oordeel dat die voorstellen de gelegenheid moeten bieden voor verzwaring van de rol van het Europees Parlement bij het vastleggen en uitvoeren van de procedures voor bewaking van het economisch beleid binnen het kader van het Europees semester, een en ander overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 121 en 136 van het Verdrag;

12.  wijst erop dat in de huidige context waarin meerdere lidstaten voor strikte en moeilijke keuzes staan waar het gaat om toewijzing van overheidsmiddelen, er dringend moet worden gezorgd voor samenhang tussen de verschillende instrumenten van economisch beleid en met name beleid dat uitzicht biedt op het halen van de EU 2020-doelstellingen en kerndoelstellingen op gelijkheidsbasis;

13.  acht het in dat verband zaak dat de overloopeffecten van het economisch beleid van de lidstaten expliciet worden benoemd, beoordeeld en aangepakt, en dat er sociaaleffectbeoordelingen worden uitgevoerd van de economische beleidsinstrumenten die in het kader van het Europees semester worden aangewend;

14.  beklemtoont dat de lidstaten een op de eigen begrotingssituatie afgestemde strategie moeten volgen en hun overheidsuitgaven minder moeten laten stijgen dan de bbp-groeitrend op middellange termijn, met dien verstande dat toegenomen uitgaven niet gepaard gaan met extra discretionaire inkomstenmaatregelen; verzoekt de lidstaten bij de uitgaven- en ontvangstenzijde van de begroting prioriteit te verlenen aan groeibevorderend beleid, bijvoorbeeld op het vlak van onderwijs, onderzoek, innovatie, infrastructuur en energie, en erop toe te zien dat die uitgaven en ontvangsten doelmatig plaatsvinden; dringt aan op een doelmatige, sociaal rechtvaardige en duurzame hervorming van

   de pensioen- en socialezekerheidsstelsels,
   een groeibevorderend fiscaal beleid in de lidstaten alsmede betere fiscale coördinatie en, waar zulks zinvol is, harmonisatie in de EU; spoort de lidstaten aan hun nationale financiële kader zoals overeengekomen te verbeteren teneinde tot een efficiënt en toekomstbestendig begrotingsbeleid te komen(5); verzoekt de Commissie zorg te dragen voor coördinatie van de maatregelen tegen belastingontduiking;

Zorgen voor langetermijnfinanciering van de reële economie

15.  is er verheugd over dat er een ingrijpende hervorming van de regulering van en het toezicht op de financiële sector gaande is; acht voortvarender en ambitieuzere maatregelen geboden om de veerkracht van de financiële stelsels in de EU te vergroten; wijst erop dat de concurrentiekracht van de Europese Unie hiermee gediend zou zijn; onderstreept dat dit zodanig moet worden aangepakt dat toezichtarbitrage wordt ontmoedigd en kapitaalvlucht of verplaatsing van financiële activiteit naar buiten de EU niet wordt aangemoedigd;

16.  benadrukt dat voor herstel van het beleggersvertrouwen een versterking van de kapitaalbasis van de banken en maatregelen om hun toegang tot financiering te vergemakkelijken nodig zijn, waarbij zoveel mogelijk paal en perk wordt gesteld aan kortetermijnbeloningsstelsels en ontoereikende bedrijfsmodellen; stelt dat een nadere hervorming van de regulering van en het toezicht op de financiële sector nodig is om in te spelen op de verhoogde risico's op de markten voor publieke en private schulden, hetgeen onder meer inhoudt dat de kapitaalbasis van systeembanken versterkt moet worden, zij het dat de concurrentiepositie van niet-systemische financiële instellingen daardoor niet mag worden ondermijnd; beklemtoont dat banken na een afdoende herkapitalisatie hun kredietverlening aan de reële economie niet nodeloos mogen beperken en dat de reguleringsmaatregelen daarom de basis moeten leggen voor vergroting van hun kredietverleningscapaciteit; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat het Europese systeem van financieel toezicht de kredietverlening door banken overeind houdt, en met name de kredietverlening door instellingen die in verband met de crisis een beroep hebben gedaan op overheidssteun en liquiditeitssteun van de ECB; verwacht voor de zomer van 2012 voorstellen van de Commissie inzake bankcrisisbeheer; betreurt de overname door de maatschappij van particuliere schulden via liquiditeitsinjecties in de banksector, en het speculatieve gedrag van de ratingbureaus en de internationale financiële centra;

17.  staat achter de creatie van projectobligaties die moeten bijdragen aan de financiering van belangrijke infrastructuurprojecten ter bevordering van duurzame groei en werkgelegenheid;

18.  beklemtoont dat voor de EIB een belangrijke taak weggelegd is in het ondersteunen van de reële economie en het midden- en kleinbedrijf in het bijzonder en het verzorgen van investeringen in infrastructuurprojecten voor de lange termijn overeenkomstig de EU 2020-strategie; is van oordeel dat de EU gebruik moet maken van de bestaande middelen, en innovatieve financieringsinstrumenten moet creëren voor lidstaten met beperkte ruimte voor financiële prikkels;

Duurzame groei bevorderen door middel van meer concurrentievermogen en investeringen

19.  is er verontrust over dat er sprake is van macro-economische onevenwichtigheden in de EU en dat de productiviteit terugloopt in een groot aantal lidstaten, met name die welke onder druk van de markten staan; benadrukt dat deze problemen zowel in de landen met een tekort als de landen met een overschot aangepakt moeten worden via versterkte coördinatie van het economisch beleid en structurele hervormingen; maakt zich zorgen over de verwachting dat de mondiale groei de komende jaren grotendeels van buiten de EU zal komen, waardoor de exportcapaciteit van de lidstaten zal moeten toenemen en er een stabiel kader moet worden geboden voor rendabele buitenlandse directe investeringen in de reële economie van de EU;

De werkloosheid en de sociale gevolgen van de crisis aanpakken (bevoegdheid van de Commissie EMPL)

20.  is van oordeel dat economisch herstel en langdurige groei gefnuikt worden doordat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt structureel niet op elkaar aansluiten, en dringt daarom aan op structurele hervormingen op de arbeidsmarkt met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en de sociale cohesie; wijst op de rol en verantwoordelijkheden van de sociale partners bij het vormgeven en uitvoeren van structurele hervormingen;

Het openbaar bestuur in de EU en de diensten van algemeen belang moderniseren

21.  wijst erop dat de kwaliteit van het openbaar bestuur op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau meespeelt in het concurrentievermogen en een belangrijke productiviteitsfactor is; wijst erop dat hervormingen van de publieke sector een must zijn voor het herstellen van het concurrentievermogen; is van oordeel dat een hoogwaardig openbaar bestuur voldoende begrotingsmiddelen en hervormingen behoeft, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, zoals neergelegd in protocol nr. 26 betreffende de diensten van algemeen belang;

22.  neemt nota van het kwaliteitskader voor diensten van algemeen belang met het oog op het vergroten van de duidelijkheid over en de rechtszekerheid omtrent de toepassing van EU-regels op diensten van algemeen belang, het veiligstellen van de toegang tot essentiële diensten en het bevorderen van kwaliteit;

23.  betreurt dat de implementatie van de EU-wetgeving door bepaalde lidstaten zo traag verloopt en dringt er bij deze lidstaten op aan dat ze wat betreft hoogwaardige statistische gegevens de resultaatafspraken nakomen; is er rotsvast van overtuigd dat de beschikbaarheid van betrouwbare, nauwkeurige en recente gegevens een essentieel onderdeel van het politieke besluitvormingsproces is; is verheugd over de inspanningen van de Commissie gericht op het verbeteren van de betrouwbaarheid van de gegevens die de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) aanleveren; verzoekt de lidstaten op zo kort mogelijke termijn uitvoering te geven aan de onlangs door de Raad vastgestelde richtlijn tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten;

24.  pleit voor meer efficiëntie van de overheidsdiensten en meer transparantie en betere kwaliteit bij het openbaar bestuur en de rechterlijke macht, alsook voor terugdringing van onnodige administratieve lasten en bureaucratische rompslomp; onderstreept het belang van het monitoren en beoordelen van de prestaties van het ambtenarenapparaat overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel;

25.  is van oordeel dat de jaarlijkse groeianalyse op veel meer betrekking heeft dan uitsluitend economische aspecten en dringt er in dit verband bij de Commissie op aan programma's te ontwikkelen voor specifieke beleidssectoren, zoals defensie, waar gemeenschappelijk beheer door of gemeenschappelijke eigendom van meerdere lidstaten schaalvoordelen zouden kunnen opleveren, hetgeen voor de desbetreffende lidstaten in toegevoegde waarde en financiële besparingen zou resulteren;

26.  onderstreept dat door de EU gefinancierde programma's in de huidige economische context een nog belangrijker rol spelen en spoort de Commissie aan een voorstel te presenteren voor de financiering van acties in het kader van de EU 2020-strategie door overschrijving van niet-bestede betalingskredieten;

Procedureel raamwerk

27.  acht het betreurenswaardig dat de rol van het Europees Parlement bij de formulering van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de jaarlijkse groeianalyse niet formeel in het Verdrag verankerd is, terwijl de inbreng van het Parlement in het werkgelegenheidsbeleid slechts via de raadplegingsprocedure (art. 148, lid 2, VWEU) verloopt; vraagt andermaal dat de jaarlijkse groeianalyse voorwerp van een medebeslissingsprocedure wordt die bij de volgende verdragsherziening moet worden ingevoerd; wil – voor zover nodig en met wederzijds respect en wederzijdse instemming – de dialoog tussen de Europese en de nationale instellingen, met name de parlementen, intensiveren;

28.  wijst erop dat het Europees semester inmiddels onderdeel is van het afgeleide recht van de EU (zie artikel 2 bis van Verordening (EU) nr. 1175/2011)(6);

29.  herinnert eraan dat het wettelijk kader voor economische governance (het „sixpack”) voorziet in het instrument van de economische dialoog: „Om de dialoog tussen de instellingen van de Unie te versterken, met name tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, en om een grotere transparantie en toerekenbaarheid te verzekeren, kan de ter zake bevoegde commissie van het Europees Parlement de voorzitter van de Raad, de Commissie en in voorkomend geval de voorzitter van de Europese Raad of voorzitter van de eurogroep verzoeken voor de commissie te verschijnen om besluiten (...) te bespreken. De bevoegde commissie van het Europees Parlement kan de lidstaat, waarop dergelijke besluiten betrekking hebben, de gelegenheid bieden om deel te nemen aan een gedachtewisseling.”; is van oordeel dat dit instrument, dat economische samenwerking en wederzijds begrip mogelijk maakt, zoveel mogelijk moet worden benut;

30.  wijst erop dat het Europees semester in 2012 voor het eerst plaats zal vinden in het kader van het wetgevingskader voor versterkte economische governance („sixpack”), dat onder meer verscherpte regels voor het stabiliteits- en groeipact en nieuwe procedures voor bewaking en correctie van macro-economische onevenwichtigheden inhoudt;

31.  verzoekt de Commissie om toekomstige analyses de benaming „jaarlijkse richtsnoeren voor duurzame groei” te geven;

32.  verlangt dat de Commissie een gedetailleerde beoordeling geeft van de uitvoering door de lidstaten van de landspecifieke aanbevelingen die zij voor de bijeenkomst van de Europese Raad in juni zal bekendmaken;

33.  verzoekt de Commissie nauw samen te werken met de Raad om een daadwerkelijke en gemeenschappelijke begrotings- en boekhoudnomenclatuur te ontwikkelen;

34.  wijst erop dat de Raad volgens het nieuwe kader voor economische governance in het kader van de economische dialoog in het Parlement zijn standpunt in de openbaarheid moet toelichten wanneer het in belangrijke mate afwijkt van de aanbevelingen en voorstellen van de Commissie;

35.  onderstreept in dit verband dat de aanbevelingen en voorstellen van de Commissie de lidstaten, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en het bepaalde in artikel 126 VWEU, voldoende beleidsruimte moeten laten voor de implementatie, wetend dat er altijd meerdere manieren zijn om de doelstellingen en aanbevolen targets te halen;

36.  verzoekt de Commissie met klem gedetailleerd uit te leggen waarom zij het nationale hervormingsprogramma of het stabiliteits- en convergentieprogramma en enig ander door de lidstaten in het kader van de economische governance ingediend document negatief heeft beoordeeld; verwacht dat de Commissie de betrokken lidstaat aldus uitvoerig uiteen zal zetten welke methodologie zij gebruikt heeft en welke werkhypotheses aan haar oordeel ten grondslag liggen;

37.  wijst erop dat het Europees Parlement volgens het nieuwe wettelijk raamwerk terdege bij het Europees semester moet worden betrokken omwille van meer transparantie en legitimiteit van de genomen besluiten, met name via de economische dialoog zoals bepaald in de desbetreffende afgeleide wetgeving;

38.  complimenteert de Commissie ermee dat zij de jaarlijkse groeianalyse reeds eind november heeft gepresenteerd en gaat ervan uit dat dit tijdschema voortaan regel wordt, zodat het Parlement tijd genoeg heeft om zijn standpunt bekend te maken voordat er op de voorjaarstop van de Europese Raad een besluit valt over de jaarlijkse richtsnoeren;

39.  beklemtoont dat de voorzitters van de Raad en de Commissie, overeenkomstig artikel 121 VWEU, en eventueel ook de voorzitter van de eurogroep, jaarlijks bij het Europees Parlement en de Europese Raad verslag over de resultaten van het multilaterale toezicht uitbrengen;

40.  verzoekt de Commissie, de Raad en de Europese Raad met het Europees Parlement een gestroomlijnd tijdschema voor het Europees semester overeen te komen zodat het maximale doeltreffendheid, transparantie en legitimiteit verwerft;

41.  machtigt zijn Voorzitter dit standpunt tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad (1-2 maart 2012) te verdedigen;

o
o   o

42.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Raad.

(1) PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0583.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0542.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0331.
(5) Zie bijv. Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41).
(6) Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 12).

Juridische mededeling - Privacybeleid