Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/0039(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0028/2012

Ingediende teksten :

A7-0028/2012

Debatten :

PV 13/03/2012 - 20
CRE 13/03/2012 - 20

Stemmingen :

PV 14/03/2012 - 9.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0076

Aangenomen teksten
PDF 1173kWORD 631k
Woensdag 14 maart 2012 - Straatsburg
Gemeenschappelijke handelsbeleid ***I
P7_TA(2012)0076A7-0028/2012
Resolutie
 Geconsolideerde tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 maart 2012 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van bepaalde verordeningen op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek, wat de procedures voor de vaststelling van bepaalde maatregelen betreft (COM(2011)0082 – C7-0069/2011 – 2011/0039(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0082),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0069/2011),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A7-0028/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 14 maart 2012 met het oog op de aanneming van Verordening (EU) nr. …/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van bepaalde verordeningen op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek, wat de procedures voor de vaststelling van bepaalde maatregelen betreft
P7_TC1-COD(2011)0039

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Een aantal basisverordeningen betreffende de gemeenschappelijke handelspolitiek bepaalt dat handelingen ter uitvoering van de gemeenschappelijke handelspolitiek moeten worden vastgesteld hetzij door de Raad in overeenstemming met procedures die in de verschillende betrokken instrumenten zijn opgenomen, hetzij door de Commissie volgens specifieke procedures en onder controle van de Raad. Dergelijke procedures zijn niet onderworpen aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(2).

(2)  Deze basisverordeningen dienen te worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat zij consistent zijn met de bepalingen die bij het Verdrag van Lissabon zijn ingevoerd. Dit moet waar passend geschieden door toekenning van gedelegeerde bevoegdheden aan de Commissie en door toepassing van bepaalde procedures die worden vermeld in Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(3).

(3)  De volgende verordeningen moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd:

   Verordening (EEG) nr. 2841/72 van de Raad van 19 december 1972 betreffende de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat(4);
   Verordening (EEG) nr. 2843/72 van de Raad van 19 december 1972 betreffende de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland(5);
   Verordening (EEG) nr. 1692/73 van de Raad van 25 juni 1973 betreffende de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen(6);
   Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen(7);[Am. 1]
   Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad van 22 december 1994 tot vaststelling van communautaire procedures op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Gemeenschap ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld(8);
   Verordening (EG) nr. 385/96 van de Raad van 29 januari 1996 inzake bescherming tegen schade veroorzakende prijzen van vaartuigen(9);
   Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen(10);
   Verordening (EG) nr. 1515/2001 van de Raad van 23 juli 2001 inzake de maatregelen die de Gemeenschap kan nemen naar aanleiding van een rapport van het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO betreffende antidumping- en antisubsidiemaatregelen(11);
   Verordening (EG) nr. 2248/2001 van de Raad van 19 november 2001 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, en de interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds(12);
   Verordening (EG) nr. 153/2002 van de Raad van 21 januari 2002 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, en de interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds(13);
   Verordening (EG) nr. 427/2003 van de Raad van 3 maart 2003 over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen(14);
   Verordening (EG) nr. 452/2003 van de Raad van 6 maart 2003 inzake de maatregelen die de Gemeenschap kan nemen ten aanzien van het gecombineerde effect van antidumping- of antisubsidiemaatregelen en vrijwaringsmaatregelen(15);
   Verordening (EG) nr. 673/2005 van de Raad van 25 april 2005 tot vaststelling van aanvullende douanerechten op de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika(16);
   Verordening (EG) nr. 1236/2005 van de Raad van 27 juni 2005 met betrekking tot de handel in bepaalde goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing(17);[Am. 2]
   Verordening (EG) nr. 1616/2006 van de Raad van 23 oktober 2006 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië(18);
   Verordening (EG) nr. 1528/2007 van de Raad van 20 december 2007 tot toepassing van de regelingen voor goederen van oorsprong uit bepaalde staten behorende tot de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), die zijn opgenomen in overeenkomsten tot instelling van, of leidende tot instelling van, een economische partnerschapsovereenkomst(19);
   Verordening (EG) nr. 140/2008 van de Raad van 19 november 2007 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds(20);
   Verordening (EG) nr. 55/2008 van de Raad van 21 januari 2008 tot invoering van autonome handelspreferenties voor de Republiek Moldavië en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 980/2005 en Besluit 2005/924/EG van de Commissie(21);
   Verordening (EG) nr. 594/2008 van de Raad van 16 juni 2008 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds, en de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds(22);
   Verordening (EG) Nr. 732/2008 van de Raad van 22 juli 2008 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode vanaf 1 januari 2009 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 552/97 en (EG) nr. 1933/2006 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1100/2006 en (EG) nr. 964/2007 van de Commissie(23);
   Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn(24),
   Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling(25);
   Verordening (EG) nr. 625/2009 van de Raad van 7 juli 2009 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen(26);
   Verordening (EG) nr. 1061/2009 van de Raad van 19 oktober 2009 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer(27);
   Verordening (EG) nr. 1215/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie(28); [Am. 3]
   Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(29).

(4)  Ter waarborging van de rechtszekerheid moet deze verordening de procedures voor de vaststelling van maatregelen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening geïnitieerd maar niet afgerond zijn, onverlet laten,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde verordeningen worden overeenkomstig de bijlage aangepast aan artikel 290 van het Verdrag of aan de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 182/2011.

Artikel 2

De verwijzingen naar bepalingen van de in de bijlage genoemde instrumenten moeten worden gelezen als verwijzingen naar die bepalingen zoals aangepast bij deze verordening.

Verwijzingen naar de voormalige namen van de comités moeten worden gelezen als verwijzingen naar de nieuwe namen zoals bepaald in deze verordening.

Door de in de Bijlage vermelde verordeningen heen, dient elke verwijzing naar „Europese Gemeenschap”, „Gemeenschap”, Europese Gemeenschappen' of „Gemeenschappen” te worden beschouwd als een verwijzing naar de Europese Unie of Unie; dient elke verwijzing naar de woorden „gemeenschappelijke markt” te worden beschouwd als verwijzing naar de „interne markt”; dient elke verwijzing naar de woorden „Comité dat is ingesteld bij artikel 113”, „Comité dat is ingesteld bij artikel 133”, „in artikel 113 bedoeld Comité” en „in artikel 133 bedoeld Comité” te worden beschouwd als een verwijzing naar „Comité dat is ingesteld bij artikel 207”; dient elke verwijzing naar de woorden „artikel 113 van het Verdrag” of „artikel 133 van het Verdrag” te worden beschouwd als een verwijzing naar „artikel 207 van het Verdrag”.[Am. 4]

Artikel 3

Deze verordening heeft geen gevolgen voor procedures die zijn ingeleid voor de vaststelling van maatregelen als voorzien in de verordeningen die in de bijlage zijn vermeld wanneer, bij of vóór de inwerkingtreding van deze verordening:

   a) de Commissie een handeling heeft vastgesteld; of
   b) krachtens een van de verordeningen raadpleging is vereist en dergelijke raadplegingen zijn ingeleid; of
   c) krachtens een van de verordeningen een voorstel is vereist en de Commissie een dergelijk voorstel heeft aangenomen.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dertigste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ,

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

Voor de Raad

De voorzitter

(1) Standpunt van het Europees Parlement van 14 maart 2012.
(2) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
(3) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(4) PB L 300 van 31.12.1972, blz. 284.
(5) PB L 301 van 31.12.1972, blz. 162.
(6) PB L 171 van 27.6.1973, blz. 103.
(7) PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18.
(8) PB L 349 van 31.12.1994, blz. 71.
(9) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 21.
(10) PB L 309 van 29.11.1996, blz. 1.
(11) PB L 201 van 26.7.2001, blz. 10.
(12) PB L 304 van 21.11.2001, blz. 1.
(13) PB L 25 van 29.1.2002, blz. 16.
(14) PB L 65 van 8.3.2003, blz. 1.
(15) PB L 69 van 13.3.2003, blz. 8.
(16) PB L 110 van 30.4.2005, blz. 1.
(17) PB L 200 van 30.7.2005, blz. 1.
(18) PB L 300 van 31.10.2006, blz. 1.
(19) PB L 348 van 31.12.2007, blz. 1.
(20) PB L 43 van 19.2.2008, blz. 1.
(21) PB L 20 van 24.1.2008, blz. 1.
(22) PB L 169 van 30.6.2008, blz. 1.
(23) PB L 211 van 6.8.2008, blz. 1.
(24) PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.
(25) PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1.
(26) PB L 185 van 17.7.2009, blz. 1.
(27) PB L 291 van 7.11.2009, blz. 1.
(28) PB L 328 van 15.12.2009, blz. 1.
(29) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.


BIJLAGE

Lijst van verordeningen op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek, die worden aangepast aan artikel 290 van het Verdrag of aan de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(1).

1.  Verordening (EEG) Nr. 2841/72 van de Raad van 19 december 1972 betreffende de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat(2)

Wat Verordening (EEG) nr. 2841/72 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EEG) nr. 2841/72 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging 3 bis wordt ingevoegd:"
Overwegende dat aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheiden moeten worden toegekend om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen voor de toepassing van de vrijwaringsclausule van de bilaterale Overeenkomst. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*;
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 5]

   -1 bis. de volgende overweging 3 ter wordt ingevoegd:"
Overwegende dat voor de vaststelling van voorlopige maatregelen de raadplegingsprocedure moet worden gevolgd, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de gevolgtijdelijke logica ervan in verhouding tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen kunnen nemen,"
  

[Am. 6]

   1. artikel 1 wordt vervangen door:"
Artikel 1
De Commissie kan besluiten zich tot het Gemengd Comité, ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat - hierna te noemen de Overeenkomst - te wenden inzake de maatregelen bedoeld in de artikelen 22, 24, 24 bis en 26 van de Overeenkomst. In voorkomend geval stelt de Commissie die maatregelen vast volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7, lid 2."
   2. artikel 2, lid 1, tweede zin, wordt vervangen door:"
In voorkomend geval stelt de Commissie vrijwaringsmaatregelen vast volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7, lid 2."
   3. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
1.  Indien uitzonderlijke omstandigheden een onmiddellijk ingrijpen vereisen in de gevallen bedoeld in de artikelen 24, 24 bis en 26 van de Overeenkomst, alsmede in het geval van steunmaatregelen bij de uitvoer die een rechtstreekse en onmiddellijke invloed op het handelsverkeer hebben, kunnen de in artikel 27, lid 3, onder e), van de Overeenkomst bedoelde beschermende maatregelen door de Commissie volgens de raadplegingsprocedure van artikel 7, lid 2,lid 1 bis, van deze verordening worden vastgesteld. In dringende gevallen is artikel 7, lid 3, van toepassing. [Am. 7]
2.  Wanneer een lidstaat de Commissie om een optreden heeft verzocht, neemt deze binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek een besluit."
   3 bis. artikel 5 wordt geschrapt;[Am. 8]
   4. het volgende artikel wordt toegevoegd:"
Artikel 7
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling* opgerichte vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182./2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 9]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]artikel 4 van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011]182/2011 van toepassing. [Am. 10]
3 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.[Am. 11]
* PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1."
   4 bis. het volgende artikel wordt toegevoegd:"
Artikel 7 bis
1.  De Commissie legt om de twee jaar een verslag over de toepassing en uitvoering van de Overeenkomst voor aan het Europees Parlement. Het verslag bevat informatie over de activiteiten van de diverse organen die belast zijn met het toezicht op de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst, waaronder de verplichtingen met betrekking tot handelsbelemmeringen.
2.  Het verslag bevat daarnaast een samenvatting van de statistieken en een bericht over de ontwikkeling van de handel met de Zwitserse Bondsstaat.
3.  Het verslag bevat informatie over de tenuitvoerlegging van deze verordening.
4.  Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft voorgelegd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst uiteen te zetten en toe te lichten.
5.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 12]

2.  Verordening (EEG) Nr. 2843/72 van de Raad van 19 december 1972 betreffende de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland(3)

Wat Verordening (EEG) nr. 2843/72 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EEG) nr. 2843/72 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging 3 bis wordt ingevoegd:"
Overwegende dat aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheiden moeten worden toegekend om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen voor de toepassing van de vrijwaringsclausule van de bilaterale Overeenkomst. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*;
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 13]

   -1 bis. de volgende overweging 3 ter wordt ingevoegd:"
Overwegende dat voor de vaststelling van voorlopige maatregelen de raadplegingsproceduremoet worden gevolgd, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de gevolgtijdelijke logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 14]

   1. artikel 1 wordt vervangen door:"
Artikel 1
„De Commissie kan besluiten zich tot het Gemengd Comité, ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland - hierna te noemen de Overeenkomst - te wenden inzake de maatregelen bedoeld in de artikelen 23, 25, 25 bis en 27 van de Overeenkomst. In voorkomend geval stelt de Commissie die maatregelen vast volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7, lid 2 van deze verordening."
   2. artikel 2, lid 1, tweede zin, wordt vervangen door:"
In voorkomend geval stelt de Commissie vrijwaringsmaatregelen vast volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7, lid 2."
   3. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
1.  Indien uitzonderlijke omstandigheden een onmiddellijk ingrijpen vereisen in de gevallen bedoeld in de artikelen 25, 25 bis en 27 van de Overeenkomst, alsmede in het geval van steunmaatregelen bij de uitvoer die een rechtstreekse en onmiddellijke invloed op het handelsverkeer hebben, kunnen de in artikel 28, lid 3, sub e), van de Overeenkomst bedoelde beschermende maatregelen door de Commissie volgens de raadplegingsprocedure van artikel 7, lid 2,lid 1 bis, van deze verordening worden vastgesteld. In dringende gevallen is artikel 7, lid 3, van toepassing. [Am. 15]
2.  Wanneer een lidstaat de Commissie om een optreden heeft verzocht, neemt deze binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek een besluit."
   3 bis. artikel 5 wordt geschrapt;[Am. 16]
   4. het volgende artikel 7 wordt toegevoegd:"
Artikel 7
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling* opgerichte vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 17]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011] 182/2011, in samenhang met artikel [5]artikel 4 daarvan, van toepassing. [Am. 18]
3 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.[Am. 19]
* PB L 84 van , 31.3.2009, blz. 1.„;"
   4 bis. het volgende artikel wordt toegevoegd:"
'Artikel 7 bis
1.  De Commissie dient om de twee jaar een verslag over de toepassing en uitvoering van de overeenkomst in bij het Europees Parlement. Het verslag bevat informatie over de activiteiten van de diverse organen die belast zijn met het toezicht op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst, waaronder de verplichtingen betreffende handelsbelemmeringen.
2.  Daarnaast bevat het verslag een samenvatting van de statistieken en een bericht over de ontwikkeling van de handel met IJsland.
3.  Het verslag bevat informatie over de tenuitvoerlegging van deze verordening.
4.  Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de overeenkomst uiteen te zetten en toe te lichten.
5.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 20]

3.  Verordening (EEG) Nr. 1692/73 van de Raad van 25 juni 1973 betreffende de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen(4)

Wat Verordening (EEG) nr. 1692/73 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EEG) nr. 1692/73 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging 3 bis wordt ingevoegd:"
Overwegende dat aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden moeten worden toegekend om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelenvereist voor de toepassing van de vrijwaringsclausule van de bilaterale Overeenkomst. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*; ____________________
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 21]

   -1 bis. de volgende overweging 3 ter wordt ingevoegd:"
Overwegende dat voor de vaststelling van voorlopige maatregelen de raadplegingsprocedure moet worden gevolgd, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de gevolgtijdelijke logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 22]

   1. artikel 1 wordt vervangen door:"
Artikel 1
„De Commissie kan besluiten zich tot het Gemengd Comité, ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen - hierna te noemen de Overeenkomst - te wenden inzake de maatregelen bedoeld in de artikelen 22, 24, 24 bis en 26 van de Overeenkomst. In voorkomend geval stelt de Commissie die maatregelen vast volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7, lid 2 van deze verordening."
   2. artikel 2, lid 1, tweede zin, wordt vervangen door:"
In voorkomend geval stelt de Commissie vrijwaringsmaatregelen vast volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7, lid 2."
   3. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
1.  Indien uitzonderlijke omstandigheden een onmiddellijk ingrijpen vereisen in de gevallen bedoeld in de artikelen 24, 24 bis en 26 van de Overeenkomst, alsmede in het geval van steunmaatregelen bij de uitvoer die een rechtstreekse en onmiddellijke invloed op het handelsverkeer hebben, kunnen de in artikel 27, lid 3, sub e), van de Overeenkomst bedoelde beschermende maatregelen door de Commissie volgens de raadplegingsprocedure van artikel 7, lid 2,lid 1 bis, van deze verordening worden vastgesteld. In dringende gevallen is artikel 7, lid 3, van toepassing. [Am. 23]
2.  Wanneer een lidstaat de Commissie om een optreden heeft verzocht, neemt deze binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek een besluit."
   3 bis. artikel 5 wordt geschrapt;[Am. 24]
   4. het volgende artikel wordt toegevoegd:"
Artikel 7
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling opgerichte vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 25]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel [8]artikel 8 van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011]182/2011, in samenhang met artikel [5]artikel 4 daarvan, van toepassing. [Am. 26]
3 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.[Am. 27]
* PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1."
   4 bis. het volgende artikel wordt toegevoegd:"
Artikel 7 bis
1.  De Commissie dient om de twee jaar een verslag over de toepassing en uitvoering van de overeenkomst in bij het Europees Parlement. Het verslag bevat informatie over de activiteiten van de diverse organen die belast zijn met het toezicht op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, waaronder de verplichtingen inzake handelsbelemmeringen.
2.  Daarnaast bevat het verslag een samenvatting van de statistieken en een bericht over de ontwikkeling van de handel met het Koninkrijk Noorwegen.
3.  Het verslag bevat informatie over de tenuitvoerlegging van deze verordening.
4.  Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de overeenkomst uiteen te zetten en toe te lichten.
5.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 28]

3 bis.  Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen(5)[Am. 29]

Wat Verordening (EG) nr. 3448/93 aangaat, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen, ten einde nadere voorschriften vast te leggen en de bijlage bij die verordening te kunnen wijzigen. Bovendien moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van die verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) Nr. 3448/93 als volgt gewijzigd:

[Am. 30]

   1. de volgende overweging 17 bis wordt ingevoegd:"
Overwegende dat, teneinde de bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening, aan de Commissie de bevoegdheid moet worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de vastlegging van nadere regels voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 van artikel 6 uit hoofde van artikel 6, lid 4, ten aanzien van de vastlegging van nadere regels voor de bepaling en het beheer van verlaagde agrarische elementen uit hoofde van artikel 7, lid 2, en ten aanzien van het wijzigen van tabel 2 van Bijlage B. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad."
  

[Am. 31]

   2. overweging 18 wordt vervangen door:"
Overwegende dat aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheiden moeten worden toegekend om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van diverse maatregelen en van gedetailleerde regels voor de communicatie tussen de Commissie en de lidstaten vereist. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 32]

   3. artikel 2, lid 4 wordt vervangen door:"
4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende nadere regels voor de toepassing van dit artikel."
  

[Am. 33]

   4. artikel 6, lid 4, eerste alinea, wordt vervangen door:"
4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende nadere regels voor de toepassing van dit artikel."
  

[Am. 34]

   5. artikel 7, lid 2, inleidende formule wordt vervangen door:"
2.  Wanneer een preferentiële overeenkomst voorziet in een verlaging van het agrarisch element van de belasting is de Commissie bevoegd overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere regels voor de bepaling en het beheer van deze verlaagde agrarische elementen, voor zover in de overeenkomst wordt bepaald:"
  

[Am. 35]

   6. artikel 7, lid 3, wordt vervangen door:"
3.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende nadere regels voor het initiëren en beheren van de niet-agrarische elementen van de belasting"
  

[Am. 36]

  7. artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 37]
   a) Lid 3 wordt vervangen door:"
3.  De gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor de in dit artikel bedoelde restitutieregeling worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."
   b) Lid 4, tweede alinea, wordt vervangen door:"
Deze bedragen worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De voor de toepassing van dit lid noodzakelijke uitvoeringsbepalingen en met name de maatregelen om te waarborgen dat goederen die worden aangegeven voor uitvoer in het kader van een preferentiële regeling niet in werkelijkheid op basis van een niet-preferentiële regeling worden uitgevoerd, of omgekeerd, worden vastgesteld volgens dezelfde procedure."
   c) Lid 6 wordt vervangen door:"
6.  Het bedrag waaronder kleine exporteurs kunnen worden vrijgesteld van de verplichting om certificaten van de uitvoer restitutieregeling over te leggen, wordt vastgesteld op 50.000 EUR per jaar. Het bedrag kan worden aangepast volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."
   8. artikel 9 wordt vervangen door:"
Artikel 9
Wanneer krachtens een verordening houdende een gemeenschappelijke ordening van de markten in een bepaalde sector, wordt besloten heffingen, belastingen of andere maatregelen toe te passen bij uitvoer van een in bijlage I bedoeld landbouwproduct, kunnen volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure geëigende maatregelen worden vastgesteld ten aanzien van bepaalde goederen waarvan de uitvoer wegens het hoge gehalte aan dit landbouwproduct en het gebruik dat van die goederen kan worden gemaakt, nadelig kan zijn voor het bereiken van het in de betrokken landbouwsector nagestreefde doel. Hierbij moet terdege rekening worden gehouden met het specifieke belang van de verwerkende industrie. In geval van urgentie stelt de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen vast volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde procedure."
  

[Am. 38]

   9. artikel 10 bis, lid 4, eerste alinea wordt vervangen door:"
4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende nadere regels voor de toepassing van dit artikel."
  

[Am. 39]

   10. artikel 11, lid 1, derde alinea wordt vervangen door:"
De uitvoeringsmaatregelen in verband met de tweede alinea, welke het mogelijk maken te bepalen welke basisproducten onder de regeling actieve veredeling worden toegelaten en de hoeveelheden daarvan te controleren en te plannen, staan tegelijkertijd garant voor een grotere transparantie voor de ondernemers door vooraf de in te voeren indicatieve hoeveelheden voor elke gemeenschappelijke marktordening te publiceren. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende nadere regels voor de toepassing van dit artikel."
  

[Am. 40]

   11. artikel 12, lid 2 wordt vervangen door:"
2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van Tabel 2, bijlage B, om deze aan de door de Unie gesloten overeenkomsten aan te passen."
  

[Am. 41]

   12. artikel 13, lid 2, tweede alinea wordt vervangen door:"
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de artikelen 14 bis en 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening."
  

[Am. 42]

   13. artikel 14 wordt vervangen door:"
Artikel 14
1.  Volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure kunnen drempels worden bepaald beneden welke de overeenkomstig artikel 6 of artikel 7 bepaalde bedragen op nul worden vastgesteld. In geval van urgentie stelt de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen vast volgens de procedure bedoeld in artikel 16, lid 3. Volgens dezelfde procedure kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd voor het niet toepassen van deze agrarische elementen teneinde te voorkomen dat kunstmatige handelsstromen ontstaan.
2.  Volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure kan een drempel worden vastgesteld beneden welke de lidstaten de uit de toepassing van deze verordening voortvloeiende bedragen met betrekking tot een zelfde economische transactie niet hoeven toe te kennen of te innen wanneer het saldo van die bedragen kleiner is dan dat drempelbedrag. In geval van urgentie stelt de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen vast volgens de procedure van artikel 16, lid 3."
  

[Am. 43]

   14. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
'Artikel 14 bis
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de nadere regels voor de toepassing van artikel 4, leden 1 en 2, ter bepaling van de nadere regels voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 van artikel 6 overeenkomstig artikel 6, lid 4, ter bepaling van de nadere regels voor de bepaling en het beheer van verlaagde agrarische elementen overeenkomstig artikel 7, lid 2, en tot wijziging van Tabel 2 van Bijlage B.„"
  

[Am. 44]

   15. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 14 ter
1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgelegde voorwaarden.
2.  De in artikel 7 bedoeldeom gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar, met ingang van …(6) De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen die verlenging verzet.
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van alle reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5.  Een overeenkomstig artikel 7 vastgestelde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met vier maanden verlengd."
  

[Am. 319]

   16. artikel 16 wordt vervangen door:"
Artikel 16
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een Comité horizontale vraagstukken inzake het handelsverkeer van verwerkte landbouwproducten die niet onder bijlage I vallen (hierna „het comité” genoemd).
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
4.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure moet worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt."
  

[Am. 320]

   17. artikel 17 wordt geschrapt;[Am. 46]
   18. artikel 18 wordt vervangen door:"
Artikel 18
De maatregelen die nodig zijn om deze verordening aan te passen aan de wijzigingen die worden aangebracht in de verordeningen houdende gemeenschappelijke marktordeningen in de landbouwsector om de huidige regeling in stand te houden, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."
  

[Am. 47]

   19. artikel 20 wordt vervangen door:"
'Artikel 20
'De lidstaten verstrekken de Commissie de gegevens die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening, en die betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, en eventueel de productie van de goederen enerzijds en de administratieve uitvoeringsmaatregelen anderzijds. De wijze waarop deze gegevens dienen te worden meegedeeld, wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.„"
  

[Am. 48]

4.  Verordening (EG) Nr. 3286/94 van de Raad van 22 december 1994 tot vaststelling van communautaire procedures op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Gemeenschap ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld(7)

Wat Verordening (EG) nr. 3286/94 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 3286/94 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging 4 bis wordt ingevoegd:"
Overwegende da aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheiden moeten worden toegekend om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 49]

   -1 bis. de volgende overweging 4 ter wordt ingevoegd:"
Overwegende dat de raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van toezicht- en voorlopige maatregelen de raadplegingsprocedure, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 50]

   -1 ter. overweging 9 wordt vervangen door:"
Overwegende dat de institutionele en procedurele bepalingen van artikel 207 van het Verdrag niet uit het oog mogen worden verloren; overwegende dat het Europees Parlement en het uit hoofde van dit artikel opgerichte comité derhalve op de hoogte moet worden gehouden van de ontwikkelingen met betrekking tot individuele gevallen zodat het de verder strekkende politieke consequenties daarvan kan beoordelen;"
  

[Am. 51]

   -1 quater. overweging 10 wordt vervangen door:"
Overwegende bovendien dat wanneer een overeenkomst met een derde land het meest geschikte middel lijkt om een uit een belemmering voor het handelsverkeer voortvloeiend geschil op te lossen, de desbetreffende onderhandelingen dienen te worden gevoerd in overeenstemming met de procedures die in artikel 207 van het Verdrag zijn vastgesteld, in overleg met het bij dit artikel ingestelde comité en met het Europees Parlement;"
  

[Am. 52]

   1. artikel 5, lid 3, wordt vervangen door:"
3.  Wanneer blijkt dat de klacht niet voldoende bewijsmateriaal bevat om het openen van een onderzoek te rechtvaardigen, wordt de klager hiervan in kennis gesteld."
   2. artikel 6, lid 4, wordt vervangen door:"
4.  Wanneer blijkt dat het verzoek niet voldoende bewijsmateriaal bevat om het openen van een onderzoek te rechtvaardigen, wordt de betrokken lidstaat daarvan in kennis gesteld."
  3. artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 54]
   a) het kopje van het artikel wordt vervangen door: „Comité procedures”;
   b) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  a) De Commissie wordt bijgestaan door het Comité inzake handelsbelemmeringen, hierna „het comité” genoemd. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
a bis)  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 53]
b)  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
b bis)  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt."
   c) in lid 2 worden de eerste twee zinnen geschrapt;
   d) de leden 3 en 4 worden geschrapt;
   4. in artikel 8, lid 1, wordt de inleidende zin vervangen door:"
1.  Wanneer de Commissie van oordeel is dat er voldoende bewijsmateriaal voorhanden is om de inleiding van een onderzoekprocedure te rechtvaardigen en dat zulks in het belang van de Unie is, handelt zij als volgt:"
   5. artikel 9, lid 2, onder a), vervangen door:"
a)  Noch de Commissie of de lidstaten, noch de functionarissen van de Commissie of van de lidstaten mogen de bij de toepassing van deze verordening verkregen informatie die een vertrouwelijk karakter heeft of door een bij een onderzoekprocedure betrokken partij op vertrouwelijke grondslag is verstrekt, bekendmaken, tenzij de partij die de informatie heeft verstrekt daarvoor uitdrukkelijk toestemming geeft."
  6. artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 55]
[Am. 56]
[Am. 57]
   a) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  Wanneer na een onderzoekprocedure blijkt dat het belang van de Unie geen maatregelen vereist, wordt de procedure door de Commissie beëindigd volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7, lid 1, onder b. De voorzitter kan het standpunt van het comité verkrijgen volgens de in artikel 7, lid 1, onder b bis), bedoelde schriftelijke procedure."
   b) lid 2, onder a), wordt vervangen door:"
a)  Wanneer na een onderzoekprocedure het betrokken derde land of de betrokken derde landen maatregelen neemt of nemen die bevredigend worden geacht, en de Unie derhalve geen maatregelen behoeft te nemen, kan de procedure door de Commissie worden opgeschort volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 7, lid 1, onder bonder a bis).„"
   c) lid 3 wordt vervangen door:"
3.  Wanneer hetzij na een onderzoekprocedure, hetzij op enig moment voor, tijdens of na een internationale geschillenbeslechtingsprocedure blijkt dat de meest geschikte wijze om een uit een belemmering voor het handelsverkeer voortvloeiend geschil op te lossen de sluiting van een overeenkomst met het betrokken derde land of de betrokken derde landen is, waardoor de essentiële rechten van de Unie en van het betrokken derde land of de betrokken derde landen kunnen worden gewijzigd, wordt de procedure door de Commissie opgeschort volgens de raadplegingsprocedure van artikel 7, lid 1, onder b,a bis), en worden onderhandelingen gevoerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 207 van het Verdrag."
   7. artikel 13 wordt vervangen door:"
Artikel 13
Besluitvormingsprocedures
1.  Wanneer de Unie, naar aanleiding van een overeenkomstig de artikelen 3 en 4 ingediende klacht of een overeenkomstig artikel 6 ingediend verzoek, formele internationale procedures inzake overleg of geschillenbeslechting volgt, worden de besluiten met betrekking tot de inleiding, het verloop en de beëindiging van deze procedures genomen door de Commissie.
2.  Wanneer de Unie, na in overeenstemming met artikel 12, lid 2, te hebben gehandeld, een besluit dient te nemen over de op grond van artikel 11, lid 2, onder c), of artikel 12 te nemen handelspolitieke maatregelen, dan neemt zij in overeenstemming met artikel 207 van het Verdrag en in voorkomend geval met de toepasselijke procedures onverwijld een besluit."
   7 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 13 bis
Verslag
De Commissie dient jaarlijks bij het Europees Parlement een verslag in over de toepassing en tenuitvoerlegging van deze verordening. Het verslag bevat informatie over de activiteiten van de Commissie en het comité handelsbelemmeringen. Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 58]

   8. artikel 14 wordt geschrapt;

5.  Verordening (EG) Nr. 385/96 van de Raad van 29 januari 1996 inzake bescherming tegen schade veroorzakende prijzen van vaartuigen(8)

Wat Verordening (EG) nr. 385/96 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 385/96 als volgt gewijzigd:

   -1. Overweging 25 wordt vervangen door:"
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
   (25) Overwegende dat aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheiden moeten worden toegekend om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
"
  

[Am. 59]

   1. artikel 5, lid 11, wordt vervangen door:"
11.  Wanneer, onverminderd het bepaalde in artikel 15, lid 2, blijkt dat er voldoende bewijsmateriaal is om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen, gaat de Commissie daartoe over binnen 45 dagen na indiening van de klacht of, ingeval de procedure overeenkomstig het bepaalde in lid 8 wordt ingeleid, binnen zes maanden na de datum waarop de verkoop van het vaartuig bekend was of had moeten zijn, en maakt zij dit in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend. Wanneer onvoldoende bewijsmateriaal werd ingediend, wordt de klager daarvan in kennis gesteld binnen 45 dagen na de datum waarop de klacht bij de Commissie werd ingediend."
  2. artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 60]
   a) lid 2 wordt vervangen door:"
2.  Wanneer blijkt dat beschermende maatregelen overbodig zijn wordt het onderzoek of de procedure beëindigd. De Commissie beëindigt het onderzoek volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 10, lid 2. De voorzitter kan het standpunt van het comité verkrijgen volgens de in artikel 10, lid 2 bis), bedoelde schriftelijke procedure."
   b) lid 4 wordt vervangen door:"
Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat er sprake is van schade veroorzakende prijzen en daaruit voortvloeiende schade, legt de Commissie de betrokken scheepsbouwer, overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 10, lid 2, een prijsschadeheffing op. Het bedrag van de prijsschadeheffing is gelijk aan de vastgestelde prijsschademarge. De Commissie neemt de nodige maatregelen voor de tenuitvoerlegging van haar besluit, met name wat de inning van de prijsschadeheffing betreft."
   3. in artikel 8 wordt de eerste alinea vervangen door:"
Het onderzoek kan zonder de instelling van een prijsschadeheffing worden beëindigd indien de scheepsbouwer de verkoop van het vaartuig tegen een schade veroorzakende prijs definitief en onvoorwaardelijk ongedaan maakt of een alternatieve door de Commissie goedgekeurde gelijkwaardige maatregel aanvaardt."
   4. artikel 9, lid 1, wordt vervangen door:"
1.  Indien de betrokken scheepsbouwer de overeenkomstig artikel 7 opgelegde prijsschadeheffing niet betaalt, neemt de Commissie tegenmaatregelen in de vorm van de ontzegging van ladings- en lossingsrechten ten aanzien van de door de betrokken scheepsbouwer gebouwde vaartuigen."
   5. artikel 10 wordt vervangen door:"
Artikel 10
Comité procedure
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Comité schade veroorzakende prijzen van vaartuigen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt."
  

[Am. 61]

   6. artikel 13, lid 5, wordt vervangen door:"
5.  De Commissie en de lidstaten en de functionarissen van de Commissie en de lidstaten maken zonder de uitdrukkelijke toestemming van de persoon die ze heeft verstrekt geen gegevens bekend die zij ingevolge deze verordening hebben verkregen en waarvoor deze persoon om een vertrouwelijke behandeling heeft verzocht. Informatie die tussen de Commissie en de lidstaten wordt uitgewisseld of interne documenten die door de autoriteiten van de Unie of van de lidstaten zijn opgesteld, worden, behalve wanneer in deze verordening anders wordt bepaald, niet bekendgemaakt."
   7. artikel 14, lid 3, wordt vervangen door:"
3.  De mededeling wordt schriftelijk gedaan. Zij geschiedt, met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, zo spoedig mogelijk en normaal uiterlijk één maand voordat de Commissie een definitief besluit neemt. Kan de Commissie bepaalde feiten of overwegingen op dat tijdstip niet mededelen, dan deelt zij deze mede zodra dit mogelijk is. Deze mededeling doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie daarna neemt, maar indien deze besluiten op andere feiten en overwegingen zijn gebaseerd, worden deze zo spoedig mogelijk meegedeeld."
   7 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 14 bis
Verslag
De Commissie dient jaarlijks bij het Europees Parlement een verslag in over de toepassing en tenuitvoerlegging van deze verordening. Het verslag bevat informatie over de activiteiten van de Commissie en het Raadgevend Comité inzake bescherming tegen schade veroorzakende prijzen van vaartuigen. Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 62]

6.  Verordening (EG) Nr. 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen(9)

Wat Verordening (EG) nr. 2271/96 aangaat, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen tot vaststelling van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag, teneinde de bijlage bij die verordening te kunnen wijzigen. Bovendien moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van die verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2271/96 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 9 wordt vervangen door:"
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
   (9) Overwegende dat aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheiden moeten worden toegekend om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van criteria op grond waarvan het personen is toegestaan verplichtingen of verboden volledig of ten dele na te komen of na te leven, met inbegrip van verzoeken van buitenlandse gerechten, voor zover hun belangen of die van de Unie ernstig geschaad zouden worden door niet-nakoming of niet-naleving. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*;
"
  

[Am. 63]

   -1 bis. de volgende overweging 9 bis wordt ingevoegd:"
   (9 bis) Overwegende dat, teneinde de bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening, aan de Commissie de bevoegdheid moet worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen met betrekking tot het toevoegen of schrappen van wettelijke voorschriften van de Bijlage van deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
"
  

[Am. 64]

   1. artikel 1, tweede alinea, wordt vervangen door:"
Overeenkomstig de relevante Verdragsbepalingen en onverminderd de bepalingen van artikel 7, onder c), kan de Commissie in overeenstemming met de artikelen 11 bis, 11 ter en 11 quater gedelegeerde handelingen vaststellen om aan de bijlage bij deze verordening wetten toe te voegen of daarin wetten te schrappen."
   2. artikel 8 wordt vervangen door:"
Artikel 8
1.  Voor de toepassing van artikel 7, onder b) en c), wordt de Commissie bijgestaan door het Comité extraterritoriale wetgeving. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in lid 2 van dit artikel bedoelde onderzoeksprocedure. Het comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. […./2011]182/2011. [Am. 65]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt."
  

[Am. 66]

   3. de volgende artikelen worden ingevoegd:"
Artikel 11 bis
1.  De bevoegdheid tot vaststelling van de De Commissie is bevoegd overeenkomstig bedoeld in artikel 1 gedelegeerde handelingen wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleendvast te stellen met betrekking tot het toevoegen of schrappen van wettelijke voorschriften in de Bijlage bij deze verordening.
2.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij daar tegelijkertijd het Europees Parlement en de Raad van in kennis.
3.  De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt de Commissie verleend onder de in de artikelen 11 ter en 11 quater gestelde voorwaarden.[Am. 67]
Artikel 11 ter
1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden. [Am. 68]
2.  De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de in artikel 1 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar, met ingang van …(10)bevoegdheden zal intrekken, brengt de andere instelling en de Commissie hiervan binnen een redelijke termijn voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en waarom. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het verstrijken van deze periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen deze verlenging verzet.[Am. 321]
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1 verleende bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. HetEen besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit treedt onmiddellijk in werkingwordt van kracht op de dag na de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een in dat besluit bepaalde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
3 bis.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.[Am. 68]
3 ter.  Een overeenkomstig artikel 1 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met vier maanden worden verlengd."
  

[Am. 322]

Artikel 11 quater

1.  Het Europees Parlement en de Raad mogen binnen twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar aantekenen tegen de gedelegeerde handeling. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze periode met een maand worden verlengd.

2.  Indien bij het verstrijken van deze termijn noch het Europees Parlement noch de Raad bezwaar tegen de gedelegeerde handeling heeft aangetekend, wordt deze in het Publicatieblad van de Europese Uniebekendgemaakt en treedt zij op de daarin bepaalde datum in werking.

Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie hebben meegedeeld dat zij niet voornemens zijn bezwaar aan te tekenen, mag de gedelegeerde handeling vóór het verstrijken van die termijn in het Publicatieblad van de Europese Unieworden bekendgemaakt en in werking treden.

3.  Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar tegen een gedelegeerde handeling aantekent, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar maakt, motiveert haar bezwaar tegen de gedelegeerde handeling.„

[Am. 69]

7.  Verordening (EG) Nr. 1515/2001 van de Raad van 23 juli 2001 inzake de maatregelen die de Gemeenschap kan nemen naar aanleiding van een rapport van het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO betreffende antidumping- en antisubsidiemaatregelen(11)

Wat Verordening (EG) nr. 1515/2001 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1515/2001 als volgt gewijzigd:

   -1. De volgende overweging wordt ingevoegd:"
(6 bis)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling of opschorting van maatregelen om te voldoen aan de aanbevelingen of uitspraken van het WTO-orgaan voor de beslechting van geschillen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 70]

   -1 bis. De volgende overweging wordt ingevoegd:"
(6 ter)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de opschorting van maatregelen voor een beperkte periode, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de gevolgtijdelijke logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 71]

  1. artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 72]
[Am. 73]
   a) lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:"
1.  Wanneer het orgaan voor geschillenbeslechting een rapport opstelt betreffende een maatregel van de Unie die is genomen krachtens het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1225/2009 van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap*, Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn** of de onderhavige verordening („betwiste maatregel”), kan de Commissie in overeenstemming met de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 3 bis, lid 2 een of meer van de volgende maatregelen nemen:
* PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
** PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93."
   a bis) lid 1, onder b), wordt vervangen door:"
   b) vaststellen van andere bijzondere maatregelen voor de uitvoering van een wetgevingsbesluit die in de gegeven omstandigheden dienstig worden geacht.
"
   b) lid 3 wordt vervangen door:"
3.  Wanneer het dienstig wordt geacht dat een overeenkomstig lid 1 genomen maatregel wordt voorafgegaan door of gepaard gaat met een herzieningsonderzoek, wordt dat onderzoek door de Commissie geopend."
   c) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Wanneer opschorting van de betwiste of gewijzigde maatregel dienstig wordt geacht, wordt deze opschorting voor een beperkte termijn toegestaan door de Commissie, die haar besluit neemt in overeenstemming met de in artikel 3 bis, lid 2,lid 1 bis, bedoelde raadplegingsprocedure."
  2. artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 74]
   a) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  De Commissie kan bovendien, indien zij dit wenselijk acht, alle in artikel 1, lid 1, bedoelde dienstig geachte maatregelen nemen teneinde rekening te houden met de interpretatie van rechtsregels in een rapport van het orgaan voor geschillenbeslechting betreffende een niet-betwiste maatregel."
   b) lid 3 wordt vervangen door:"
3.  Wanneer het dienstig wordt geacht dat een overeenkomstig lid 1 genomen maatregel wordt voorafgegaan door of gepaard gaat met een herzieningsonderzoek, wordt dat onderzoek door de Commissie geopend."
   c) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Wanneer opschorting van de niet-betwiste of gewijzigde maatregel dienstig wordt geacht, wordt deze opschorting voor een beperkte termijn toegestaan door de Commissie, die haar besluit neemt in overeenstemming met de in artikel 3 bis, lid 2,lid 1 bis, bedoelde raadplegingsprocedure."
   3. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 3 bis
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Antidumpingcomité dat is ingesteld bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 , of in voorkomend geval door het Antisubsidiecomité ingesteld bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 597/2009. Deze comités zijn comités in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 75]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt."
  

[Am. 76]

   3 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 3 ter
De Commissie dient jaarlijks bij het Europees Parlement een verslag in over de toepassing en tenuitvoerlegging van de verordening. Het verslag bevat informatie over de activiteiten, procedures en besluiten van de Commissie, van het Antidumpingcomité en van het Antisubsidiecomité. Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 77]

8.  Verordening (EG) Nr. 2248/2001 van de Raad van 19 november 2001 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, en de interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds(12)

Wat Verordening (EG) nr. 2248/2001 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2248/2001 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 6 wordt vervangen door:"
Uitvoeringshandelingen van de Commissie tot wijziging van de gecombineerde nomenclatuur en van de TARIC-codes houden geen substantiële wijzigingen in."
  

[Am. 78]

   -1 bis. overweging 10 wordt vervangen door:"
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van gedetailleerde regels voor de uitvoering van bepaalde bepalingen van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 79]

   -1 ter. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(10 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van onmiddellijke maatregelen in uitzonderlijke en kritieke omstandigheden, gelet op de gevolgen van deze maatregelen en de gevolgtijdelijke logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve maatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 80]

   -1 quater. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(10 ter)  De Commissie moet onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vaststellen, indien dit, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 25, lid 4, onder b), en artikel 26, lid 4, van de interimovereenkomst en nadien artikel 38, lid 4, onder b), en artikel 39, lid 4, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, om dwingende redenen van urgentie vereist is."
  

[Am. 81]

   -1 quinquies. artikel 2 wordt vervangen door:"
Artikel 2
Concessies inzake baby beef
De bepalingen inzake de toepassing van artikel 14, lid 2, van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 27, lid 2, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst betreffende de tariefcontingenten voor producten van de categorie „baby beef” worden vastgesteld door de Commissie volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 7 septies bis, lid 5, van deze verordening."
  

[Am. 82]

   -1 sexies. artikel 3 wordt geschrapt;[Am. 83]
   -1 septies. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
Concessies inzake visserijproducten
De bepalingen inzake de toepassing van artikel 15, lid 1, van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 28, lid 1, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst betreffende de tariefcontingenten voor vis en visserijproducten vermeld in bijlage V a) bij beide overeenkomsten, worden vastgesteld door de Commissie volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 7 septies bis, lid 5, van deze verordening."
  

[Am. 84]

   -1 octies. artikel 5 wordt geschrapt;[Am. 85]
   -1 nonies. artikel 7 wordt vervangen door:"
Artikel 7
Technische aanpassingen
Wijzigingen en technische aanpassingen van uitvoeringsbepalingen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, worden, wanneer zulks noodzakelijk is in verband met wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of de TARIC-codes, of in verband met nieuwe preferentiële overeenkomsten, protocollen, briefwisselingen en andere rechtsinstrumenten die door de Unie en de Republiek Kroatië worden gesloten en die geen ingrijpende wijzigingen met zich meebrengen, vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure as bedoeld in artikel 7 septies bis, lid 5."
  

[Am. 86]

   1. artikel 7 bis wordt als volgt gewijzigd:

a)  de volgende leden 3 bis en 3 ter worden ingevoegd:"

  3bis Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel [5] van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011] van toepassing.

  3ter Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel [8] juncto artikel [5] van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011] van toepassing.

   a) de leden 2, 3 en 4 worden geschrapt;[Am. 87]
   b) lid 6, eerste alinea, wordt vervangen door:
  

„Na het overleg kan de Commissie, indien geen andere regeling kan worden getroffen, volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 7 bis, lid 3 bis,artikel 7 septies bis, lid 5,van deze verordening besluiten om niet te handelen of om passende maatregelen als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van de interimovereenkomst of later de artikelen 38 en 39 van de stabilisatie- en associatieovereenkomst te nemen. In dringende gevallen is artikel 7 bis, lid 3 ter,artikel 7 septies bis, lid 7, van deze verordening van toepassing.”

"

[Am. 88]

   c) de leden 7, 8 en 9 worden geschrapt;
   2. artikel 7 ter wordt vervangen door:"
Artikel 7 ter
Uitzonderlijke en kritieke omstandigheden
In uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 25, lid 4, onder b), en artikel 26, lid 4, van de interimovereenkomst of later artikel 38, lid 4, onder b), en artikel 39, lid 4, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, kan de Commissie volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 7 bis, lid 3 bis,artikel 7 septies bis, lid 4, van deze verordening onmiddellijk de maatregelen treffen waarin is voorzien in de artikelen 25 en 26 van de interimovereenkomst respectievelijk de artikelen 38 en 39 van de stabilisatie- en associatieovereenkomst. In dringende gevallen is artikel 7 bis, lid 3 ter,artikel 7 septies bis, lid 6, van toepassing. [Am. 89]
Indien een lidstaat een verzoek aan de Commissie voorlegt, beslist deze hierover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek."

3.  in artikel 7 sexties wordt lid 1, tweede zin, vervangen door: "

„Zo nodig neemt zij vrijwaringsmaatregelen volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7 bis, lid 3 bis,artikel 7 septies bis, lid 5, behalve in geval van steun waarop Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn* van toepassing is; in dat geval worden maatregelen genomen in overeenstemming met de in die verordening omschreven procedures; [Am. 90]

* PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.„;

"

  3 bis. artikel 7 septies wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 3 wordt vervangen door:"
3.   Zolang bij het in lid 2 bedoelde overleg geen bevredigende oplossing is gevonden, kan de Commissie besluiten andere maatregelen die zij passend acht, te nemen overeenkomstig artikel 30 van de interim-overeenkomst of later artikel 43 van de stabilisatie- en associatieovereenkomsten overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 7 septies bis, lid 5 van de verordening."
   b) leden 4, 5 en 6 worden geschrapt;[Am. 91]
   3 ter. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 7 septies bis
Comitéprocedure
1.   Voor de toepassing van artikel 2 wordt de Commissie bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1254/1999. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.   Voor de toepassing van artikel 4 wordt de Commissie bijgestaan door het Comité Douanewetboek, dat is ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
3.   Voor de toepassing van de artikelen 7 bis, 7 ter, 7 sexies en 7 septies, wordt de Commissie bijgestaan door het raadgevende comité dat is ingesteld bij artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3285/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling*. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
5.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
6.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
7.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
8.   Als het advies van het comité moet worden verkregen via een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt.[Am. 92]
* PB L 349 van 31.12.1994, blz. 53."

9.  Verordening (EG) Nr. 153/2002 van de Raad van 21 januari 2002 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, en de interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds(13)

Wat Verordening (EG) nr. 153/2002 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 153/2002 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 6 wordt vervangen door:"
Uitvoeringshandelingen van de Commissie tot wijziging van de gecombineerde nomenclatuur en van de TARIC-codes houden geen substantiële wijzigingen in."
  

[Am. 93]

   -1 bis. overweging 11 wordt vervangen door:"
(11)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van gedetailleerde regels voor de tenuitvoerlegging van bepaalde bepalingen van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
*PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[AM 94]

   -1 ter. de volgende overweging wordt toegevoegd:"
(11 bis)   De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van onmiddellijke maatregelen in uitzonderlijke en kritieke omstandigheden, gelet op de gevolgen van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve maatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 95]

   -1 quater. de volgende overweging wordt toegevoegd:"
(11 ter)   De Commissie moet onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vaststellen, indien dit in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 24, lid 4, onder b), en artikel 25, lid 4, van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 37, lid 4, onder b), en artikel 38, lid 4, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst om dwingende redenen van urgentie vereist is."
  

[Am. 96]

   -1 quinquies. artikel 2 wordt vervangen door:"
Artikel 2
Concessies inzake baby beef
De bepalingen inzake de toepassing van artikel 14, lid 2, van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 27, lid 2, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst betreffende de tariefcontingenten voor producten van de categorie „baby beef” worden vastgesteld door de Commissie volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7 septies bis, lid 5."
  

[Am. 97]

   -1 sexies. artikel 3 wordt geschrapt;[Am. 98]
   -1 septies. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
Verdere concessies
Indien overeenkomstig artikel 29 van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en artikel 16 van de interim-overeenkomst aanvullende concessies voor visserijproducten worden verleend binnen tariefcontingenten, worden de uitvoeringsbepalingen voor die tariefcontingenten door de Commissie vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure van artikel 7 septies bis, lid 5, van deze verordening."
  

[Am. 99]

   -1 octies. artikel 5 wordt geschrapt;[Am. 100]
   -1 nonies. artikel 7 wordt vervangen door:"
Artikel 7
Technische aanpassingen:
Wijzigingen en technische aanpassingen van uitvoeringsbepalingen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, worden, wanneer zulks noodzakelijk is in verband met wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of de TARIC-codes, of in verband met nieuwe preferentiële overeenkomsten, protocollen, briefwisselingen en andere rechtsinstrumenten die door de Unie en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden gesloten, en die geen ingrijpende wijzigingen met zich meebrengen, vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 7 septies bis, lid 5, als bedoeld in deze verordening."
  

[Am. 101]

   1. artikel 7 bis wordt als volgt gewijzigd:

a)  de volgende leden 3 bis en 3 ter worden ingevoegd:"

  3bis Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel [5] van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011] van toepassing.

  3ter Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel [6] juncto artikel [5] van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011] van toepassing.

"

   a) de leden 2, 3 en 4 worden geschrapt;[Am. 102]
   b) lid 6, eerste alinea, wordt vervangen door: "
„Na het overleg kan de Commissie, indien geen andere regeling kan worden getroffen, volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 7 bis, lid 3 bis,artikel 7 septies bis, lid 5,van deze verordening besluiten om niet te handelen of om passende maatregelen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de interimovereenkomst of later de artikelen 37 en 38 van de stabilisatie- en associatieovereenkomst te nemen. In dringende gevallen is artikel 7 bis, lid 3 ter,artikel 7 septies bis, lid 7, van deze verordening van toepassing.”"
  

[Am. 103]

   c) de leden 7, 8 en 9 worden geschrapt;
   2. artikel 7 ter wordt vervangen door:"
Artikel 7 ter
Uitzonderlijke en kritieke omstandigheden
In uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 24, lid 4, onder b), en artikel 25, lid 4, van de interimovereenkomst of later artikel 37, lid 4, onder b, en artikel 38, lid 4, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, kan de Commissie volgens de procedureraadplegingsprocedurevan artikel 7 bis, lid 3 bis,artikel 7 septies bis, lid 4,van deze verordening onmiddellijk de maatregelen treffen waarin is voorzien in de artikelen 24 en 25 van de interimovereenkomst respectievelijk de artikelen 37 en 38 van de stabilisatie- en associatieovereenkomst. In dringende gevallen is artikel 7 bis, lid 3 ter,artikel 7 septies bis, lid 6,van toepassing. [Am. 104]
Indien een lidstaat een verzoek voorlegt aan de Commissie, beslist deze hierover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek."
   3. in artikel 7 sexties komt de tweede zin van lid 1 als volgt te luiden: "
„In voorkomend geval neemt zij vrijwaringsmaatregelen volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 7 bis, lid 3 bis,artikel 7 septies bis, lid 5, behalve in geval van steun waarop Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn* van toepassing is; in dat geval worden maatregelen genomen in overeenstemming met de in die verordening omschreven procedures. [Am. 105]
* PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.„;"
  3 bis. artikel 7 septies wordt als volgt gewijzigd:
   a) Lid 3 wordt vervangen door:"
3.   Zolang bij het in lid 2 bedoelde overleg geen bevredigende oplossing is gevonden, kan de Commissie besluiten andere maatregelen die zij passend acht te nemen overeenkomstig artikel 30 van de interim-overeenkomst of later artikel 43 van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 7 septies bis, lid 5."
   b) de leden 4, 5 en 6 worden geschrapt;[Am. 106]
   3 ter. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 7 septies bis
Comitéprocedure
1.   Voor de toepassing van artikel 2 wordt de Commissie bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1254/1999. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.   Voor de toepassing van artikel 4 wordt de Commissie bijgestaan door het Comité Douanewetboek, dat is ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
3.   Voor de toepassing van de artikelen 7 bis, 7 ter, 7 sexies en 7 septies, wordt de Commissie bijgestaan door het raadgevende comité dat is ingesteld bij artikel 4 van Verordening (EG) 3285/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling*. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
5.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
6.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
7.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
8.   Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt.[Am. 107]
* PB L 349 van 31.12.1994, blz. 53."

10.  Verordening (EG) Nr. 427/2003 van de Raad van 3 maart 2003 over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen(14)

Wat Verordening (EG) nr. 427/2003 aangaat, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen ten behoeve van het wijzigingen van Bijlage I bij verordening Verordening (EG) nr. 625/2009. Bovendien moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van verordening (EG) nr. 427/2003 in overeenstemming met Verordening (EU) nr. [xxxx/2011]182/2011.. [Am. 108]

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 427/2003 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(21 bis)  Teneinde de bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van wijzigingen van Bijlage I bij Verordening van de Raad (EG) nr. 625/2009 van 7 juli 2009 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen*, om landen te schrappen in de lijst van de in die bijlage genoemde derde landen wanneer die landen lid worden van de WTO. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau . Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen moet de Commissie erop toe zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.
* PB L 185 van 17.7.2009, blz. 1."
  

[Am. 109]

   -1 bis. overweging 22 wordt vervangen door:"
(22)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 110]

   -1ter. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(22 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van voorlopige en toezichtmaatregelen, gelet op de gevolgen van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 111]

   -1 quater. artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:"
(1)   Er wordt een onderzoek geopend op verzoek van een lidstaat, van een rechtspersoon of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die optreedt namens de industrie van de Unie, of op initiatief van de Commissie indien het de Commissie duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek in te stellen."
  

[Am. 112]

   -1 quinquies. aan artikel 5 wordt het volgende lid toegevoegd:"
2 bis.  Het verzoek tot opening van een onderzoek bevat bewijsmateriaal waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor het opleggen van de in artikel 1, lid 1, bedoelde vrijwaringsmaatregelen is voldaan. Het verzoek bevat in de regel de volgende informatie: het tempo en de omvang van de toename van de invoer van het betrokken product in absolute en relatieve cijfers, het door de toegenomen invoer veroverde deel van de interne markt, wijzigingen in de omvang van de verkoop, de productie, de productiviteit, de bezettingsgraad, winst en verlies en de werkgelegenheid.
Een onderzoek kan ook worden geopend als er een toename is van de invoer die geconcentreerd is in een of meer lidstaten, op voorwaarde dat er voldoende voorlopig bewijs voorhanden is dat aan de voorwaarden voor het openen van een onderzoek is voldaan, zoals moet worden bepaald op basis van de factoren als bedoeld in artikel 2, lid 2, en artikel 3."
  

[Am. 113]

   1. artikel 5, lid 4, wordt vervangen door:"
4.  Wanneer het duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om een procedure in te leiden en eventueel overleg op grond van lid 3 niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing heeft geleid, maakt de Commissie dit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie."
   1 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 6 bis
Voorafgaande toezichtmaatregelen
1.   Wanneer de invoer van een product van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zich zodanig ontwikkelt dat dit kan leiden tot één van de in de artikelen 2 en 3 beschreven omstandigheden, kan de invoer van dat product onder voorafgaande toezichtmaatregelen vallen.
2.   Als er een toename is van de invoer van producten in gevoelige sectoren die in een of meer lidstaten is geconcentreerd, kan de Commissie voorafgaande toezichtmaatregelen instellen.
3.   De Commissie stelt voorafgaande toezichtmaatregelen vast volgens de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 15, lid 1 bis.
4.   Voorafgaande toezichtmaatregelen gelden gedurende beperkte tijd. Behoudens andersluidende bepalingen vervallen zij aan het einde van het tweede halfjaar volgende op het eerste halfjaar nadat zij werden ingesteld."
  

[Am. 114]

  2. artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 115]
   a) in lid 1 komen de tweede en de derde zin als volgt te luiden:"
De Commissie neemt deze voorlopige maatregelen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 15, lid 2artikel 15, lid 1 bis. In dringende gevallen is artikel 15, lid 3, van toepassing."
   b) lid 3 wordt geschrapt;
   3. artikel 8 wordt vervangen door:"
Artikel 8
Beëindiging zonder maatregelen
Indien bilaterale vrijwaringsmaatregelen onnodig worden geacht, wordt het onderzoek of de onderzoeksprocedure beëindigd volgens de procedure van artikel 15, lid 2."
  4. artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 2 wordt vervangen door:"
2.  Indien het in lid 1 bedoelde overleg binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek om overleg niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leidt, wordt volgens de onderzoeksprocedure van artikel 15, lid 2, een definitieve vrijwaringsmaatregel of maatregel wegens handelsverlegging vastgesteld."
   b) de leden 3 tot en met 6 worden geschrapt;
   4 bis. artikel 12, lid 3 wordt vervangen door:"
3.   Gedurende de tijd dat een vrijwaringsmaatregel van kracht is, wordt overleg gepleegd met het comité, hetzij op verzoek van een lidstaat of op initiatief van de Commissie, om de gevolgen van de maatregel te onderzoeken en na te gaan of deze nog moet worden toegepast."
  

[Am. 117]

   5. artikel 12, lid 4, wordt vervangen door:"
4.  Wanneer de Commissie van oordeel is dat een vrijwaringsmaatregel moet worden ingetrokken of gewijzigd, zal zij deze intrekken of wijzigen in overeenstemming met de onderzoeksprocedure van artikel 15, lid 2."
  

[Am. 118]

   6. artikel 14, lid 4, wordt vervangen door:"
4.  In het belang van de Unie kunnen maatregelen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld, bij besluit van de Commissie voor een periode van negen maanden worden geschorst. De schorsing kan volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 15, lid 2,lid 1 bis, voor een verdere periode, van ten hoogste een jaar, worden verlengd. Maatregelen kunnen slechts worden geschorst wanneer de omstandigheden op de markt tijdelijk zo zijn gewijzigd dat het onwaarschijnlijk is dat deze schorsing weer tot een verstoring van de markt leidt. Maatregelen kunnen te allen tijde na overleg opnieuw worden ingesteld indien de reden van de schorsing niet meer geldig is."
  

[Am. 119]

   6 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 14 bis
Toekenning van bevoegdheden
De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 14 ter ten aanzien van wijzigingen van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 625/2009, om landen te schrappen in de lijst van de in die bijlage genoemde derde landen wanneer die landen lid worden van de WTO."
  

[Am. 120]

   6 ter. Het volgende artikel wordt ingevoegd:"
'Artikel 14 ter
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgelegde voorwaarden.
2.   De bevoegdheid tot vaststelling van de in artikel 22, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor vijf jaar vanaf...(15). De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn bezwaar maakt tegen een dergelijke verlenging.
3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 22, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van alle reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5.   Een overeenkomstig artikel 22, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met vier maanden worden verlengd."
  

[Am. 323]

   7. artikel 15 wordt vervangen door:"
Artikel 15
Comitéprocedure
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling opgerichte Vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 122]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]artikel 4 van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011]182/2011 van toepassing. [Am. 123]
4.  Ingevolge artikel 3, lid 5, van Verordening (EU) nr. 182./2011 wordt wanneer een schriftelijke procedure wordt gevolgd, deze procedure afgesloten zonder verder vervolg, indien binnen de door de voorzitter vastgestelde termijn deze zulks besluit of een meerderheid van de leden van het comité zoals omschreven in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 182/2011 daarom verzoekt.
* PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1."
   8. artikel 17, lid 5, wordt vervangen door:"
5.  De Commissie en de lidstaten of de functionarissen van de Commissie of de lidstaten maken zonder de uitdrukkelijke toestemming van de persoon die deze heeft verstrekt, geen gegevens bekend die zij ingevolge deze verordening hebben verkregen en waarvoor deze persoon om een vertrouwelijke behandeling heeft verzocht. Informatie die tussen de Commissie en de lidstaten wordt uitgewisseld of die verband houdt met het overleg op grond van artikel 12 of met het overleg zoals bedoeld in artikel 5, lid 3, en artikel 9, lid 1, of interne documenten die door de autoriteiten van de Unie of van de lidstaten zijn opgesteld, worden, tenzij in deze verordening anders is bepaald, niet bekendgemaakt."
   9. in artikel 18, lid 4, komt de vierde zin als volgt te luiden:"
Deze mededeling doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie daarna neemt, maar indien een dergelijk besluit op andere feiten en overwegingen zijn gebaseerd, worden deze zo spoedig mogelijk medegedeeld."
   10. artikel 19, leden 5 en 6, komen als volgt te luiden:"
5.  De Commissie onderzoekt de informatie die op passende wijze is verstrekt, en gaat na of deze representatief is. Het resultaat van dit onderzoek, tezamen met een oordeel over de waarde van de informatie, wordt aan het comité voorgelegd.
6.  Partijen die overeenkomstig lid 2 hebben gehandeld, mogen verzoeken dat de gegevens en overwegingen op grond waarvan waarschijnlijk definitieve besluiten worden genomen, aan hen worden meegedeeld. Deze informatie wordt hun zoveel mogelijk verstrekt, zonder dat dit afbreuk doet aan de later door de Commissie te nemen besluiten."
   10 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 19 bis
Verslag
1.   De Commissie dient jaarlijks bij het Europees Parlement een verslag in over de toepassing en tenuitvoerlegging van de verordening. Het verslag bevat informatie over de activiteiten van de Commissie, het comité en alle andere organen die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening en de naleving van de hieruit voortvloeiende verplichtingen, waaronder de verplichtingen inzake handelsbelemmeringen.
2.   Daarnaast bevat het verslag een samenvatting van de statistieken en een overzicht van de ontwikkeling van de handel met China.
3.   Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft ingediend, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de toepassing van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
4.   Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 124]

   10 ter. artikel 22, lid 3, wordt geschrapt;[Am. 125]

11.  Verordening (EG) Nr. 452/2003 van de Raad van 6 maart 2003 inzake de maatregelen die de Gemeenschap kan nemen ten aanzien van het gecombineerde effect van antidumping- of antisubsidiemaatregelen en vrijwaringsmaatregelen(16)

Wat Verordening (EG) nr. 452/2003 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 452/2003 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging 10 bis wordt ingevoegd:"
(10 bis)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 126]

   1. artikel 1, lid 1, inleidende zin, wordt vervangen door:"
  Wanneer de Commissie van oordeel is dat een combinatie van antidumping- of antisubsidiemaatregelen en vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van dezelfde ingevoerde producten een groter effect zou kunnen sorteren dan voor de doeleinden van de handelsbescherming van de Unie wenselijk is, dan kan zij volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 2 bis, lid 2, een of meer van de volgende maatregelen ter uitvoering van een wetgevende handeling nemen die zij dienstig acht:"
  

[Am. 127]

   2. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 2 bis
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap* opgerichte Antidumpingcomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.[Am. 128]
* PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51."

12.  Verordening (EG) Nr. 673/2005 van de Raad van 25 april 2005 tot vaststelling van aanvullende douanerechten op de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika(17)

De bevoegdheid tot intrekking van Verordening (EG) nr. 673/2005 is aan de Raad toegekend. Deze bevoegdheid moet worden verwijderd, en op de intrekking van deze verordening moet artikel 207 van het Verdrag van toepassing zijn.

Verordening (EG) nr. 673/2005 wordt derhalve als volgt gewijzigd:

Artikel 7 wordt geschrapt

12 bis.   VERORDENING (EG) NR. 1236/2005 VAN DE RAAD VAN 27 JUNI 2005 MET BETREKKING TOT DE HANDEL IN BEPAALDE GOEDEREN DIE GEBRUIKT ZOUDEN KUNNEN WORDEN VOOR DE DOODSTRAF, FOLTERING OF ANDERE WREDE, ONMENSELIJKE OF ONTERENDE BEHANDELING OF BESTRAFFING(18)[Am. 129]

Wat Verordening (EG) nr. 1236/2005 aangaat, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag vast te stellen, ten einde de bijlagen bij die verordening te kunnen wijzigen.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1236/2005 als volgt gewijzigd:

[Am. 130]

   1. overweging 25 wordt vervangen door:"
25.   Teneinde de bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van Bijlagen II, III, IV en V van deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer met deskundigen. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad."
  

[Am. 131]

   2. artikel 12, lid 2, wordt vervangen door:"
2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de bijlagen II, III, IV en V te wijzigen."
  

[Am. 132]

   3. Artikel 15 wordt geschrapt; [Am. 133]
   4. Het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 15 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgelegde voorwaarden.
2.   De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor een termijn van vijf jaar aan de Commissie toegekend vanaf ...(19). De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen die verlenging verzet.
3.   De in artikel 15 verleende delegatie van bevoegdheid kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van alle reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5.   Een overeenkomstig artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met vier maanden worden verlengd."
  

[Am. 324]

   5. artikel 16 wordt geschrapt;[Am. 135]

13.  Verordening (EG) Nr. 1616/2006 van de Raad van 23 oktober 2006 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië(20)

Wat Verordening (EG) nr. 1616/2006 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1616/2006 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 7 wordt geschrapt;[Am. 136]
   -1 bis. overweging 8 wordt vervangen door:"
(8)   Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van gedetailleerde regels voor de tenuitvoerlegging van bepaalde bepalingen van de SOA, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 137]

   -1 ter. de volgende overweging 8 bis wordt ingevoegd:"
(8 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van onmiddellijke maatregelen in uitzonderlijke en kritieke omstandigheden en voor de tijdelijke schorsing van een bepaalde preferentiële behandeling, gelet op de gevolgen van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve maatregelen. Daar waar een vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 138]

   -1 quater. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(8 ter)  De Commissie moet onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vaststellen, indien dit in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 26, lid 4, van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 39, lid 4, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst om dwingende redenen van urgentie vereist is."
  

[Am. 139]

   -1 quinquies. artikel 2 wordt vervangen door:"
Artikel 2
Concessies voor vis en visserijproducten
De bepalingen inzake de toepassing van artikel 15, lid 1, van de Interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 28, lid 1, van de SAO, betreffende tariefcontingenten voor vis en visserijproducten, worden door de Commissie vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2 van deze verordening."
  

[Am. 140]

   -1 sexies. artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:"
Artikel 4
Technische aanpassingen
Wijzigingen en technische aanpassingen van bepalingen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, worden wanneer die noodzakelijk zijn in verband met wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of de TARIC-codes, of vanwege de sluiting van nieuwe preferentiële overeenkomsten, protocollen, briefwisselingen of andere rechtsinstrumenten die door de Unie en de Republiek Albanië worden gesloten en die geen ingrijpende wijzigingen met zich meebrengen, vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2, van deze verordening."
  

[Am. 141]

   -1 septies. artikel 5 wordt vervangen door:"
Artikel 5
Algemene vrijwaringsclausule
De Unie stelt maatregelen als bedoeld in artikel 25 van de Interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 38 van de SAO, vast overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2, tenzij anders bepaald in artikel 25 van de Interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 38 van de SAO."
  

[Am. 142]

   -1 octies. artikel 6 wordt vervangen door:"
Artikel 6
Schaarsteclausule
De Unie stelt maatregelen als bedoeld in artikel 26 van de Interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 39 van de SAO, vast overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2, van deze verordening."
  

[Am. 143]

   1. in artikel 7 komen de derde tot en met de vijfde alinea als volgt te luiden:"
De Commissie neemt deze maatregelen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 8 bis, lid 2artikel 8 bis, lid 1 ter. In dringende gevallen is artikel 8 bis, lid 3,artikel 8 bis, lid 2 bis, van toepassing."
  

[Am. 144]

   2. artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  De Commissie neemt deze maatregelen volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2. In dringende gevallen is artikel 8 bis, lid 3, van toepassing."
   3. het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:"
Artikel 8 bis
Comitéprocedure
-1.  Voor de toepassing van de artikelen 2, 4 en 11 wordt de Commissie bijgestaan door het Comité Douanewetboek, dat is ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek*. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 145]
1.  Voor de toepassing van de artikelen 7 en 8de artikelen 5, 7 en 8, wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, vancomité dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 260/2009 van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling**van de Raad(21) opgerichte Vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. […./2011]182/2011. [Am. 146]
1 bis.  Voor de toepassing van artikel 6 wordt de Commissie bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1061/2009 van de Raad van 19 oktober 2009 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer***Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 147]
1 ter.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 148]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 149]
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.[Am. 150]
*PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.
** PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1.
***PB L 291 van 7.11.2009, blz. 1."
   3 bis. artikel 11, derde alinea, wordt vervangen door:"
De Commissie kan, overeenkomstig de raadplegingsprocedure bedoeld in artikel 8 bis, lid 1 ter, de preferentiële behandeling van producten bedoeld in artikel 30, lid 4, van de Interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 43, lid 4, van de SAO, tijdelijk schorsen."
  

[Am. 151]

   3 ter. artikel 12 wordt geschrapt;[Am. 152]

14.  Verordening (EG) Nr. 1528/2007 van de Raad van 20 december 2007 tot toepassing van de regelingen voor goederen van oorsprong uit bepaalde staten behorende tot de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), die zijn opgenomen in overeenkomsten tot instelling van, of leidende tot instelling van, een economische partnerschapsovereenkomst(22)

Wat Verordening (EG) nr. 1528/2007 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordeningmoeten worden vastgesteld in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1528/2007 als volgt gewijzigd:

   -1. Overweging 17 wordt vervangen door:"
(17)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 153]

   1. artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 komt als volgt te luiden:"

2.  De Commissie wijzigt bijlage I door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig de artikelen 24 bis, 24 ter en 24 quater, door toevoeging van regio's en staten uit de ACS-groep van staten die onderhandelingen hebben afgesloten over een overeenkomst met de Unie waarin ten minste wordt voldaan aan de eisen van artikel XXIV van de GATT 1994.

"

b)  in lid 3 komt de inleidende zin als volgt te luiden:"

3.  De regio of staat blijft in bijlage I opgenomen, tenzij de Commissie bij gedelegeerde handeling overeenkomstig de artikelen 24 bis, 24 ter en 24 quater een regio of staat uit die bijlage schrapt, met name wanneer:

"

[Am. 155]

   1 bis. artikel 5, lid 3, inleidende formule, wordt vervangen door:"
3.  Indien de Commissie, op grond van gegevens van een lidstaat of op eigen initiatief, vaststelt dat de voorwaarden als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel zijn vervuld, kan de ter zake dienende behandeling overeenkomstig de raadplegingsprocedure van artikel 21, lid 1 quinquies, worden geschorst, op voorwaarde dat de Commissie eerst:"
  

[Am. 156]

   1 ter. in artikel 5 wordt lid 4 vervangen door:"
4.   Een schorsing op grond van dit artikel mag niet langer duren dan nodig is om de financiële belangen van de Unie te beschermen. Zij is beperkt tot zes maanden, waarna verlenging mogelijk is. Na het verstrijken van deze periode besluit de Commissie de schorsing te beëindigen dan wel om de schorsing overeenkomstig de in artikel 21, lid 1 quinquies, bedoelde raadplegingsprocedure te verlengen."
  

[Am. 325]

   1 quater. artikel 5, lid 6, tweede alinea wordt vervangen door:"
Het besluit tot schorsing van de ter zake dienende behandeling wordt overeenkomstig de raadplegingsprocedure van artikel 21, lid 1 quinquies, genomen."
  

[Am. 158]

   1 quinquies. artikel 6, lid 3, wordt vervangen door:"
3.   De nadere voorschriften voor de toepassing van de in lid 2 van dit artikel bedoelde tariefcontingenten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."
  

[Am. 159]

   1 sexies. artikel 7, lid 4, wordt vervangen door:"
4.   De nadere voorschriften voor de toepassing van de in dit artikel bedoelde tariefcontingenten en voor de verdeling ervan tussen de regio's worden overeenkomstig de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld."
  

[Am. 160]

   1 septies. artikel 9, lid 5, wordt vervangen door:"
5.   De Commissie stelt nadere voorschriften vast voor de onderverdeling van de in lid 1 bedoelde hoeveelheden en voor het beheer van het in de leden 1, 3 en 4 van dit artikel bedoelde systeem, en schorsingsbesluiten overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 21, lid 2."
  

[Am. 161]

   1 octies. artikel 10, lid 4 wordt vervangen door:"
4.   Overeenkomstig de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure stelt de Commissie nadere voorschriften vast voor het beheer van dit systeem, en schorsingsbesluiten."
  

[Am. 162]

  2. artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 3 wordt vervangen door:"
3.  Wanneer duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen, maakt de Commissie daartoe een bericht bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. De procedure wordt ingeleid binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving door een lidstaat."
   b) lid 4, eerste zin, wordt vervangen door:"
4.  Indien de Commissie meent dat er sprake is van de in artikel 12 beschreven omstandigheden, stelt zij de betrokken, in bijlage I opgenomen regio of staten onverwijld in kennis van haar voornemen een onderzoek te openen."
  3. artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 163]
   a) in lid 1 komen de tweede en de derde zin als volgt te luiden:"
Voorlopige maatregelen worden genomen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 21, lid 2lid 1 quinquies. In dringende gevallen is artikel 21, lid 3, van toepassing."
   b) in lid 2 wordt de tweede zin geschrapt;
   c) lid 4 wordt geschrapt;
   4. artikel 17 wordt vervangen door:"
Artikel 17
Beëindiging van het onderzoek en de procedure zonder maatregelen
Wanneer het onnodig wordt geacht bilaterale vrijwaringsmaatregelen te nemen, worden het onderzoek en de onderzoeksprocedure beëindigd volgens de procedure van artikel 21, lid 2."
  5. artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 2 wordt vervangen door:"
2.  Indien het in lid 1 van dit artikel bedoelde overleg niet binnen 30 dagen na voorlegging van de aangelegenheid aan de betrokken regio of staat tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leidt, neemt de Commissie in overeenstemming met de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 21, lid 2, binnen twintig werkdagen na het einde van de overlegperiode een besluit tot instelling van definitieve bilaterale vrijwaringsmaatregelen."
   b) de leden 3 en 4 worden geschrapt;
   6. artikel 20, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Het besluit om de invoer van een product onder toezicht te plaatsen, wordt door de Commissie genomen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 21, lid 2lid 1 quinquies."
  

[Am. 164]

   7. artikel 21 wordt vervangen door:"
Artikel 21
Comitéprocedure
1.  Voor de toepassing van dit hoofdstukde artikelen 5, 16, 17, 18 en 20 van deze verordening wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling* opgerichte comité inzake vrijwaringsmaatregelen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011]182/2011. [Am. 165]
1 bis.  Voor de toepassing van artikel 4 wordt de Commissie bijgestaan door het Comité douanewetboek dat is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2913/92. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 166]
1 ter.  voor de toepassing van artikel 6 wordt de Commissie bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt**. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 167]
1 quater.   voor de toepassing van de artikelen 7 en 9 wordt de Commissie bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 318/2006 ingestelde comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 168]
1 quinquies.   wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 169]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]artikel 4 van Verordening (EU) nr. [xxxx/2011]182/2011 van toepassing. [Am. 170]
4.  Voor producten die onder tariefpost 1701 vallen, wordt het comité als bedoeld in lid 1 bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 195 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”)***.
4 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.[Am. 171]
* PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1.
**PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96.
*** PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.„;"
   7 bis. artikel 24 wordt geschrapt;[Am. 172]
   8. de volgende artikelen 24 bis, 24 ter en 24 quater worden ingevoegd:"
Artikel 24 bis
Uitoefening van de delegatie
1.  De bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 2, leden 2 en 3, wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend.
2.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij daar tegelijkertijd het Europees Parlement en de Raad van in kennis.
3.  De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt de Commissie verleend onder de in de artikelen 24 ter en 24 quater gestelde voorwaarden.
Artikel 24 ter
Intrekking van de delegatie
1.  De in artikel 2, leden 2 en 3, bedoelde delegatie van bevoegdheden kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.
2.  De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de delegatie van bevoegdheden zal intrekken, brengt de andere instelling en de Commissie hiervan binnen een redelijke termijn voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en waarom.
3.  Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in dat besluit worden vermeld. Het besluit treedt onmiddellijk in werking of op een in dat besluit bepaalde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
Artikel 24 quater
Bezwaren tegen gedelegeerde handelingen
1.  Het Europees Parlement en de Raad mogen binnen twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar aantekenen tegen de gedelegeerde handeling. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze periode met een maand worden verlengd.
2.  Indien bij het verstrijken van deze termijn noch het Europees Parlement noch de Raad bezwaar tegen de gedelegeerde handeling heeft aangetekend, wordt deze in het Publicatieblad van de Europese Uniebekendgemaakt en treedt zij op de daarin bepaalde datum in werking.
Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie hebben meegedeeld dat zij niet voornemens zijn bezwaar aan te tekenen, mag de gedelegeerde handeling vóór het verstrijken van die termijn in het Publicatieblad van de Europese Unieworden bekendgemaakt en in werking treden.
3.  Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar tegen de vastgestelde gedelegeerde handeling aantekent, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar maakt, motiveert haar bezwaar tegen de gedelegeerde handeling."
  

[Am. 173]

   8 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 24 quinquies
Vertrouwelijkheid
1.   De op grond van deze verordening ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor zij werd gevraagd.
2.   Informatie van vertrouwelijke aard of op vertrouwelijke basis verstrekte informatie die op grond van deze verordening werd ontvangen, wordt niet bekendgemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die de informatie heeft verstrekt.
3.   Bij elk verzoek om vertrouwelijke behandeling van informatie wordt aangegeven waarom deze vertrouwelijk is. Wanneer degene die de informatie heeft verstrekt, deze noch openbaar wil maken noch toestemming wil geven tot bekendmaking ervan in algemene termen of in samengevatte vorm en wanneer blijkt dat het verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.
4.   Gegevens worden in elk geval als vertrouwelijk beschouwd indien uit de bekendmaking ervan aanzienlijk nadeel kan voortvloeien voor degene die ze heeft verstrekt of van wie ze afkomstig zijn.
5.   De leden 1 tot en met 4 beletten de autoriteiten van de Unie niet algemene informatie te vermelden en in het bijzonder te verwijzen naar de motivering van de op grond van deze verordening genomen besluiten. Deze autoriteiten moeten echter rekening houden met het rechtmatige belang dat de betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen erbij hebben dat hun zakengeheimen niet worden bekendgemaakt."
  

[Am. 174]

   8 ter. Het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 24 sexies
Verslag
1.   De Commissie dient jaarlijks een verslag over de toepassing en uitvoering van de verordening in bij het Europees Parlement. Het verslag bevat informatie over de activiteiten van de Commissie, de comités als bedoeld in deze verordening, en alle andere organen die belast zijn met de uitvoering van deze verordening en de naleving van de hieruit voortvloeiende verplichtingen, waaronder de verplichtingen inzake handelsbelemmeringen.
2.   Daarnaast bevat het verslag een samenvatting van de statistieken en een bericht over de ontwikkeling van de handel met de ACS-landen.
3.   Het verslag bevat informatie over de tenuitvoerlegging van deze verordening.
4.   Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
5.   Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 175]

15.  Verordening (EG) Nr. 140/2008 van de Raad van 19 november 2007 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds(23)

Wat Verordening (EG) nr. 140/2008 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 140/2008 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 7 wordt geschrapt;[Am. 176]
   -1 bis. overweging 8 wordt vervangen door:"
(8)   Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van bepaalde bepalingen van de SOA, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 177]

   -1 ter. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(8 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van toezicht- en voorlopige maatregelen en voor de tijdelijke schorsing van de preferentiële behandeling, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 178]

   -1 quater. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(8 ter)  De Commissie moet onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vaststellen, indien dit in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 26, lid 5, onder b), artikel 27, lid 4, van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 41, lid 5, onder b), en artikel 42, lid 4, van de SOA om dwingende redenen van urgentie vereist is."
  

[Am. 179]

   -1 quinquies. artikel 2 wordt vervangen door:"
Artikel 2
Concessies voor vis en visserijproducten
De bepalingen inzake de toepassing van artikel 14 van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 29 van de SAO, betreffende tariefcontingenten voor vis en visserijproducten, worden door de Commissie vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2, van deze verordening."
  

[Am. 180]

   -1 sexies. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
Technische aanpassingen:
Wijzigingen en technische aanpassingen van bepalingen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, worden wanneer die noodzakelijk zijn in verband met wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of de TARIC-codes, of vanwege de sluiting van nieuwe of gewijzigde overeenkomsten, protocollen, briefwisselingen of andere rechtsinstrumenten die tussen de Unie en de Republiek Montenegro worden gesloten, en die geen ingrijpende wijzigingen met zich meebrengen, vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2."
  

[Am. 181]

   -1 septies. artikel 5 wordt vervangen door:"
Artikel 5
Algemene vrijwaringsclausule
Wanneer de Unie een maatregel moet nemen als bedoeld in artikel 26 van de interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 41 van de SAO, wordt deze vastgesteld overeenkomstig de in artikel 8 bis, lid 2 als bedoeld in deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure, tenzij anders bepaald in artikel 26 van de interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 41 van de SAO."
  

[Am. 182]

   -1 octies. artikel 6 wordt vervangen door:"
Artikel 6
Schaarsteclausule
De Unie stelt maatregelen als bedoeld in artikel 27 van de Interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 42 van de SAO, vast overeenkomstig de in artikel 8 bis, lid 2, als bedoeld in deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure."
  

[Am. 183]

   1. artikel 7, derde tot en met de vijfde alinea, worden vervangen door:"
De Commissie neemt deze maatregelen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 8 bis, lid 2lid 1 bis. In dringende gevallen is artikel 8 bis, lid 3, , lid 2 bis, van toepassing."
  

[Am. 184]

   2. artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  De Commissie neemt deze maatregelen volgens de procedure van artikel 8 bis, lid 2. In dringende gevallen is artikel 8 bis, lid 3, van toepassing."
   3. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 8 bis
Comitéprocedure
-1.   Voor de toepassing van de artikelen 2, 4 en 11 van deze verordening wordt de Commissie bijgestaan door het Comité Douanewetboek dat is ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek*. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 185]
-1 bis.  Voor de toepassing van artikel 6 wordt de Commissie bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 1061/2009 van de Raad van 19 oktober 2009 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer**ingestelde comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 186]
1.  Voor de toepassing van de artikelen 5, 7 en 8 wordt de Commissie bijgestaan door het Vrijwaringscomité dat is opgericht bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling*** . Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. […./2011]182/2011. [Am. 187]
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 188]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 189]
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.
[Am. 190]
*PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.
**PB L 291 van 7.11.2009, blz. 1.
*** PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1."
   3 bis. in artikel 11, derde alinea, wordt vervangen door:"
De Commissie kan, overeenkomstig de raadgevingsprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 1 bis, van deze verordening, de preferentiële behandeling van producten bedoeld in artikel 31, lid 4, van de interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 46, lid 4, van de SAO, tijdelijk schorsen."
  

[Am. 191]

   3 ter. artikel 12 wordt geschrapt.[Am. 192]

16.  Verordening (EG) Nr. 55/2008 van de Raad van 21 januari 2008 tot invoering van autonome handelspreferenties voor de Republiek Moldavië en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 980/2005 en Besluit 2005/924/EG van de Commissie(24)

Wat Verordening (EG) nr. 55/2008 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 55/2008 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 11 wordt geschrapt;[Am. 193]
   -1 bis. overweging 12 wordt geschrapt;[Am. 194]
   -1 ter. overweging 13 wordt vervangen door:"
(13)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 195]

   -1 quater. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(13 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van toezicht- en voorlopige maatregelen, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen is, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 196]

   -1 quinquies. artikel 3, lid 3, wordt vervangen door:"
3.   Onverminderd de overige bepalingen van deze verordening, en met name artikel 10, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen passende maatregelen nemen indien de invoer van landbouwproducten een ernstige verstoring van de markten van de Unie en de regulerende mechanismen daarvan veroorzaakt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 11 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."
  

[Am. 197]

   -1 sexies. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
Toepassing van de tariefcontingenten voor zuivelproducten
Nadere regels voor de toepassing van de tariefcontingenten voor de posten 0401 tot en met 0406 worden door de Commissie vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 11 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."
  

[Am. 198]

   -1 septies. artikel 7, inleidende formule, wordt vervangen door:"
De Commissie stelt volgens de in artikel 11 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure de voor de toepassing van deze verordening noodzakelijke bepalingen, andere dan die bedoeld in artikel 4, vast, en met name:"
  

[Am. 199]

   -1 octies. artikel 8 wordt geschrapt; [Am. 200]
  1. artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 201]
[Am. 326]
   a) de inleidende zin van lid 1 wordt vervangen door:"
1.  Wanneer de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, onregelmatigheden of systematisch verzuim van Moldavië om de regels inzake de oorsprong van producten en de desbetreffende procedures na te leven of te handhaven of de vereiste administratieve medewerking als bedoeld in artikel 2, lid 1, te verlenen, of verzuim om de andere in artikel 2, lid 1, vastgelegde voorwaarden na te leven, kan zij maatregelen nemen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 11 bis, lid 2,lid 1 ter, om de bij deze verordening vastgestelde preferentiële regelingen voor een periode van niet meer dan zes maanden geheel of ten dele te schorsen, mits zij vooraf:"
   b) lid 2 wordt geschrapt;
   b bis) Lid 3 wordt vervangen door:"
3.  Aan het einde van de schorsingsperiode besluit de Commissie de voorlopige schorsing te beëindigen of de schorsing overeenkomstig de raadplegingsprocedure van artikel 11 bis, lid 1 quinquies, te verlengen."
   2. artikel 11, lid 1, wordt vervangen door:"
1.  Wanneer de invoer van een product van oorsprong uit Moldavië ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor een producent in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten, kunnen de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op dat product te allen tijde door de Commissie opnieuw worden ingesteld volgens de procedure van artikel 11a, lid 2."
   2 bis. in artikel 11 wordt lid 5 vervangen door:"
5.   Het onderzoek wordt binnen zes maanden na de in lid 2 bedoelde aankondiging afgerond. De Commissie kan deze periode in geval van buitengewone omstandigheden en na raadpleging van het comité overeenkomstig de in artikel 11 bis, lid 1 quinquies, bedoelde raadplegingsprocedure verlengen."
  

[Am. 327]

   2 ter. artikel 11, lid 6 wordt vervangen door:"
6.   De Commissie neemt binnen drie maanden een besluit volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 11 bis, lid 2. Dat besluit treedt in werking binnen een maand nadat het is bekendgemaakt."
  

[Am. 204]

   2 quater. artikel 11, lid 7, wordt vervangen door:"
7.   Wanneer geen onderzoek mogelijk is als gevolg van buitengewone omstandigheden die een onmiddellijk optreden vereisen, kan de Commissie alle strikt noodzakelijke preventieve maatregelen nemen in overeenstemming met de in artikel 11 bis, lid 2 bis, bedoelde procedure."
  

[Am. 205]

   3. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 11 bis
Comité
1.  Voor de toepassing van artikelen 11artikel 3, lid 3, en de artikelen 11 en 12 van deze Verordening wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling* opgerichte Vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. […./2011]182/2011. [Am. 206]
1 bis.  Voor de toepassing van artikel 4 van deze Verordening wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 195 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”)**opgerichte comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 207]
1 ter.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 208]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 209]
2 ter.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.[Am. 210]
*PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1.
**PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1."
   3 bis. artikel 12, lid 2 wordt vervangen door: "
'2.  Indien Moldavië zich niet houdt aan de oorsprongsregels of de in artikel 2 voorgeschreven administratieve samenwerking voor voornoemde hoofdstukken 17, 18, 19 en 21 niet verleent, of indien de invoer van producten uit deze hoofdstukken met toepassing van de preferentiële regelingen krachtens deze verordening de gebruikelijke uitvoerniveaus door Moldavië aanzienlijk overschrijdt, worden er volgens de in artikel 11 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure passende maatregelen getroffen.„"
  

[Am. 211]

17.  Verordening (EG) Nr. 594/2008 van de Raad van 16 juni 2008 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds, en de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds(25)

Wat Verordening (EG) nr. 594/2008 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 594/2008 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 7 wordt geschrapt;[Am. 212]
   -1 bis. overweging 8 wordt vervangen door:"
(8)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van gedetailleerde regels voor de tenuitvoerlegging van bepaalde bepalingen van de SOA, moeten aan de Commisie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 213]

   -1 ter. de volgende overweging wordt toegevoegd:"
(8 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van toezicht- en voorlopige maatregelen en de tijdelijke schorsing van de preferentiële behandeling, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen is, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 214]

   -1 quater. De volgende overweging wordt toegevoegd:"
(8 ter)  De Commissie moet onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vaststellen, indien dit in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 24, lid 5, onder b), en artikel 25, lid 4, van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 39, lid 5, onder b), en artikel 40, lid 4, van de SAO om dwingende urgente redenen vereist is."
  

[Am. 215]

   -1 quinquies. Artikel 2 wordt vervangen door:"
Artikel 2
Concessies voor vis en visserijproducten
De bepalingen inzake de toepassing van artikel 13 van de interim-overeenkomst en in een later stadium artikel 28 van de SAO, betreffende tariefcontingenten voor vis en visserijproducten, worden door de Commissie vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2 van deze verordening."
  

[Am. 216]

   -1 sexies. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
Technische aanpassingen
Wijzigingen en technische aanpassingen van bepalingen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, worden wanneer die noodzakelijk zijn in verband met wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of de TARIC-codes, of vanwege de sluiting van nieuwe of gewijzigde overeenkomsten, protocollen, briefwisselingen of andere rechtsinstrumenten tussen de Unie en Bosnië en Herzegovina, en die geen ingrijpende wijzigingen met zich meebrengen, vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2."
  

[Am. 217]

   -1 septies. artikel 5 wordt vervangen door:"
Artikel 5
Algemene vrijwaringsclausule
Daar waar het noodzakelijk is dat de Unie een maatregel vaststelt als bedoeld in artikel 24 van de interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 39 van de SAO, wordt deze vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2, van deze verordening, tenzij anders bepaald in artikel 24 van de Interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 39 van de SAO."
  

[Am. 218]

   -1 octies. artikel 6 wordt vervangen door:"
Artikel 6
Tekortclausule
[Daar waar het noodzakelijk is dat de Unie een maatregel vaststelt als bedoeld in artikel 25 van de Interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 40 van de SAO, wordt deze vastgesteld vast overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2 van deze verordening."
  

[Am. 219]

   1. in artikel 7 komen de derde tot en met de vijfde alinea als volgt te luiden:"
De Commissie treft deze maatregelen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 8 bis, lid 2.lid 1 bis. In dringende gevallen is artikel 8 bis, lid 3, lid 2 bis, van toepassing."
  

[Am. 220]

   2. artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  „De Commissie treft deze maatregelen volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 8 bis, lid 2. In dringende gevallen is artikel 8 bis, lid 3, van toepassing.”; "
   3. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
'Artikel 8 bis
Comitéprocedure
-1.  Voor de toepassing van de artikelen 2, 4 en 11 van deze verordening wordt de Commissie bijgestaan door het Comité Douanewetboek dat is ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek*. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 221]
-1 bis.  Voor de toepassing van artikel 6 wordt de Commissie bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 1061/2009 van de Raad van 19 oktober 2009 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer** opgerichte Vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.[Am. 222]
1.  Voor de toepassing van de artikelen 7 en 8artikelen 5, 7 en 8 wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling*** opgerichte Vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 223]
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 224]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
2 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 225]
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3 bis.  Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.„[Am. 226]
*PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.
**PB L 291 van 7.11.2009, blz. 1.
*** PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1."
   3 bis. artikel 11, lid 3, wordt vervangen door:"
De Commissie kan, overeenkomstig de in artikel 8 bis, lid 1 bis, van deze verordening bedoelde raadplegingsprocedure, de preferentiële behandeling van producten bedoeld in artikel 29, lid 4, van de interim-overeenkomst, en in een later stadium artikel 44, lid 4, van de SAO, tijdelijk schorsen."
  

[Am. 227]

   3 ter. artikel 12 wordt geschrapt.[Am. 228]

18.  Verordening (EG) Nr. 732/2008 van de Raad van 22 juli 2008 betreffende de toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 552/97 en (EG) nr. 1933/2006 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1100/2006 en (EG) nr. 964/2007 van de Commissie(26)

Wat Verordening (EG) nr. 732/2008 aangaat, moet aan de Commissie bevoegdheid worden overgedragen om gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op het wijzigingen van bijlage I bij deze verordening. Bovendien moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. [xxxx/2011]182/2011. [Am. 229]

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 732/2008 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(24 bis)  Teneinde de bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen met betrekking tot de toekenning van de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur aan het verzoekende land en dienovereenkomstige wijziging van bijlage I van deze verordening, vaststelling van gedetailleerde regels betreffende verlaging van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor de producten onder tariefpost 1701, schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor de producten onder de tariefposten 1006 en 1701, het verplicht stellen van invoercertificaten voor de invoer van producten onder tariefpost 1701, uitsluiting van een land van de regeling door wijziging van bijlage I, en vaststelling van een overgangsperiode, opheffing van de in deze verordening voorziene preferentiële regelingen, tijdelijke intrekking van de preferentiële regelingen met betrekking tot alle of bepaalde producten van oorsprong uit een begunstigd land, en wijzigingen van de bijlage. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad."
  

[Am. 230]

   -1 bis. overweging 25 wordt vervangen door:"
(25)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor het nemen van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen, voor de instelling van voorafgaande toezichtmaatregelen en voor de beëindiging van een onderzoek zonder dat maatregelen worden genomen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 231]

   -1 ter. de volgende overweging wordt toegevoegd:"
(25 bis)  De raadplegingsprocedure in samenhang met onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen moet worden toegepast voor het initiëren en de uitbreiding van een onderzoek, voor het nemen van een besluit om de situatie in het begunstigde land voor een periode van zes maanden te volgen en te evalueren indien zij van oordeel is dat de tijdelijke intrekking van preferenties gerechtvaardigd is, en voor de vaststelling van voorlopige maatregelen gelet op de gevolgen van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade veroorzaakt die moeilijk te herstellen is, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 232]

   1 quater artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 233]
   a) Lid 2 wordt vervangen door:"
2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om na onderzoek van het verzoek te beslissen of zij een verzoekend land de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur toekent en bijlage I dienovereenkomstig te wijzigen.
Wanneer een vertraging bij de instelling van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen is en daarom dwingende urgente redenen dat vereisen, is de in artikel 27 ter bedoelde procedure van toepassing op gedelegeerde handelingen die overeenkomstig dit lid worden vastgesteld."
   b) Lid 5 wordt vervangen door:"
5.  De Commissie onderhoudt alle betrekkingen met het verzoekende land naar aanleiding van het verzoek volgens de in artikel 27, lid 5, bedoelde raadplegingsprocedure."
  -1 quinquies. artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 234]
   a) Lid 7 wordt vervangen door:"
7.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op vaststelling van nauwkeurige bepalingen voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen waarnaar wordt verwezen in de leden 4, 5 en 6 van dit artikel.
Wanneer een vertraging bij de instelling van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen is en urgente redenen dit daarom vereisen, is de in artikel 27 ter bedoelde procedure van toepassing op gedelegeerde handelingen die overeenkomstig dit lid worden vastgesteld."
   b) Lid 8 wordt vervangen door:"
8.  Wanneer een land door de Verenigde Naties van de lijst van minst ontwikkelde landen wordt verwijderd, wordt het van de lijst van begunstigde landen van deze regeling geschrapt; De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om een land van de regeling uit te sluiten door wijziging van bijlage I en om een overgangsperiode van ten minste drie jaar vast te stellen."

[Am. 236]
  1. artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 235]
   a) lid 3, inleidende zin, wordt vervangen door:"
3.  De Commissie kanis bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op schorsing van de preferentiële regelingen volgens de procedure van artikel 27, lid 6, in deze verordening schorsen voor alle dan wel bepaalde producten van oorsprong uit een begunstigd land, wanneer zij van oordeel is dat er voldoende bewijs is dat tijdelijke intrekking om de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde redenen gerechtvaardigd is, mits zij voordien:"
   b) lid 4 wordt geschrapt;
   2. artikel 17 wordt vervangen door:"
Artikel 17
1.  Wanneer de Commissie of een lidstaat informatie ontvangt die tijdelijke intrekking van een preferentiële regeling kan rechtvaardigen en de Commissie of een lidstaat van oordeel is dat er voldoende redenen zijn voor een onderzoek, stelt deze het in artikel 27 bedoelde comité daarvan in kennis.
2.  De Commissie kan binnen een maand volgens de raadplegingsprocedure van artikel 27, lid 5, besluiten een onderzoek te openen."
   2 bis. artikel 18, lid 6 wordt vervangen door:"
6.  Het onderzoek moet binnen een jaar voltooid zijn. De Commissie kan deze periode overeenkomstig de raadplegingsprocedure van artikel 27, lid 5, verlengen."
  3. artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 237]
[Am. 238]
   -a) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  De Commissie legt haar bevindingen in een verslag aan het in artikel 27, lid 1 bedoelde comité en aan het Europees Parlement voor."
   -a bis) Lid 2 wordt vervangen door:"
2.  Wanneer de Commissie van oordeel is dat de bevindingen van het onderzoek geen tijdelijke intrekking rechtvaardigen, besluit zij volgens de raadplegingsprocedure van artikel 27, lid 5, het onderzoek te beëindigen. In dat geval kondigt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie de beëindiging van het onderzoek aan en maakt zij haar belangrijkste conclusies bekend."

a)  lid 3, tweede zin, wordt vervangen door:"

3.  Wanneer de Commissie van oordeel is dat de bevindingen van het onderzoek een tijdelijke intrekking om de in artikel 15, lid 1, onder a), genoemde reden rechtvaardigen, besluit zij volgens de procedure van artikel 27, lid 5, om gedurende een periode van zes maanden de situatie in het betrokken begunstigde land te volgen en te evalueren. De Commissie stelt het betrokken begunstigde land van dat besluit in kennis en kondigt in het Publicatieblad van de Europese Unie aan dat zij voornemens is de preferentiële regelingen voor alle of bepaalde producten van oorsprong uit een begunstigd land tijdelijk in te trekken, tenzij het betrokken begunstigde land vóór het einde van die periode toezegt de nodige maatregelen te nemen om zich binnen een redelijke termijn aan de in deel A van bijlage III vermelde verdragen te conformeren.

"

[Am. 239]

   b) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Wanneer de De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op een besluit over tijdelijke intrekking. tijdelijke intrekking noodzakelijk acht, besluit zij daartoe volgens de procedure van artikel 27, lid 6. In het in lid 3 van dit artikel bedoelde geval handelt de Commissie aan het einde van de in dat lid genoemde termijn."
  

[Am. 240]

   c) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  Wanneer de Commissie toteen gedelegeerde handeling voor tijdelijke intrekking besluitvaststelt, treedt dit besluit in werking zes maanden na de dag waarop het is aangenomen, tenzij zijde gedelegeerde handeling is ingetrokken of de Commissie vóór het einde van die periode heeft besloten datde gedelegeerde handeling in te trekken omdat de redenen die aan de intrekking ten grondslag liggen, niet langer geldig zijn."
  

[Am. 241]

  4. artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 328]
[Am. 243]
   a) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  Het onderzoek wordt binnen zes maanden afgerond, te rekenen vanaf de datum van de in lid 2 van dit artikel bedoelde aankondiging. De Commissie kan deze periode in het geval van buitengewone omstandigheden volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 27, lid 5, verlengen."
   b) lid 6 wordt vervangen door:"
6.  De Commissie neemt binnen een maand een besluit volgens de onderzoeksprocedure van artikel 27, lid 6. Een dergelijk besluit treedt in werking binnen een maand na de datum van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie."
   c) lid 7 wordt vervangen door:"
7.  Wanneer geen onderzoek mogelijk is als gevolg van buitengewone omstandigheden die een onmiddellijk optreden vereisen, kan de Commissie, nadat zij het in artikel 27, lid 7, bedoelde comité daarvan in kennis heeft gesteld, alle strikt noodzakelijke preventievevoorlopige maatregelen nemen.
Daar waar een lidstaat om een onmiddellijk optreden van de Commissie verzoekt en aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, neemt de Commissie binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek een besluit.
Voorlopige maatregelen gelden niet meer dan 200 dagen.
Als de voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden ingetrokken omdat uit het onderzoek blijkt dat niet aan de voorwaarden in dit artikel is voldaan, worden de douanerechten die uit hoofde van de voorlopige maatregelen zijn geïnd, automatisch terugbetaald."
   5. artikel 21 wordt vervangen door:"
Artikel 21
Wanneer de invoer van producten die zijn vermeld in bijlage I bij het Verdrag de markten van de Unie, met name in een of meer van de ultraperifere gebieden, of de desbetreffende marktordeningen ernstig verstoort of dreigt te verstoren, kan de Commissie, op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat, nadat zij het comité van beheer van de desbetreffende gemeenschappelijke marktordening heeft geraadpleegd, de preferentiële regelingen ten aanzien van de betrokken producten schorsen volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 27, lid 6lid 5."
  

[Am. 329]

   6. artikel 22, lid 2, wordt geschrapt;wordt vervangen door:"
   2. De Commissie stelt voorafgaande toezichtmaatregelen vast volgens de in artikel 27, lid 5, bedoelde raadplegingsprocedure.
"
  

[Am. 244]

   6 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 22 bis
1.  Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat niet aan de in artikel 20 bedoelde voorwaarden is voldaan, stelt de Commissie overeenkomstig de in artikel 27, lid 6, bedoelde onderzoeksprocedure een besluit vast om het onderzoek en de procedure te beëindigen.
2.  De Commissie dient bij het Europees Parlement een verslag in met haar bevindingen en gemotiveerde conclusies over alle relevante feitelijke en juridische kwesties, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 27 quater. Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 245]

   6 ter. artikel 25, inleidende formule, wordt vervangen door:"
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om wijzigingen in de bijlagen vast te stellen die nodig zijn als gevolg van:"
  

[Am. 246]

   7. aan artikel 27 worden de volgende leden 6 en 7 toegevoegdwordt vervangen door:"
Artikel 27
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een Comité algemene preferenties. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
5.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
6.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
7.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
7 bis.  Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt."
  

[Am. 247]

   7 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 27 bis
1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgelegde voorwaarden.
2.  De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 10, lid 2, artikel 11, leden 7 en 8, artikel 16, lid 3, artikel 19, leden 4 en 5, en artikel 25, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar vanaf...(27). De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn bezwaar maakt tegen een dergelijke verlenging.
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 10, lid 2, artikel 11, leden 7 en 8, artikel 16, lid 3, artikel 19, leden 4 en 5, en artikel 25 bedoelde delegatie van bevoegdheid te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van alle reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5.  Een overeenkomstig artikel 10, lid 2, artikel 11, leden 7 en 8, artikel 16, lid 3, artikel 19, leden 4 en 5, en artikel 25 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement of de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met vier maanden worden verlengd."
  

[Am. 330]

   7 ter. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 27 ter
1.  Gedelegeerde handelingen vastgesteld overeenkomstig dit artikel treden onverwijld in werking en zijn van toepassing zolang er geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. De kennisgeving van een gedelegeerde handeling bevat de redenen voor het aanwenden van de spoedprocedure.
2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 27 bis, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt."
  

[Am. 249]

   7 quater. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 27 quater
1.  De op grond van deze verordening ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor zij werd gevraagd.
2.  Informatie van vertrouwelijke aard of op vertrouwelijke basis verstrekte informatie die op grond van deze verordening werd ontvangen, wordt niet bekendgemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die de informatie heeft verstrekt.
3.  Bij elk verzoek om vertrouwelijke behandeling van informatie wordt aangegeven waarom deze vertrouwelijk is. Wanneer degene die de informatie heeft verstrekt, deze noch openbaar wil maken noch toestemming wil geven tot bekendmaking ervan in algemene termen of in samengevatte vorm en wanneer blijkt dat het verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.
4.  Gegevens worden in elk geval als vertrouwelijk beschouwd indien uit de bekendmaking ervan aanzienlijk nadeel kan voortvloeien voor degene die ze heeft verstrekt of van wie ze afkomstig zijn.
5.  De leden 1 tot en met 4 beletten de autoriteiten van de Unie niet algemene informatie te vermelden en in het bijzonder te verwijzen naar de motivering van de op grond van deze verordening genomen besluiten. Deze autoriteiten moeten echter rekening houden met het rechtmatige belang dat de betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen erbij hebben dat hun zakengeheimen niet worden bekendgemaakt."
  

[Am. 250]

   7 quinquies. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 27 quinquies
1.  De Commissie dient jaarlijks een verslag over de toepassing en uitvoering van de verordening in bij het Europees Parlement. Het verslag heeft betrekking op alle in artikel 1 , lid 2, bedoelde preferentiële regelingen, bevat informatie over de activiteiten van de diverse organen die belast zijn met het toezicht op de tenuitvoerlegging van deze verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, waaronder de verplichtingen inzake handelsbelemmeringen, en omvat een samenvatting van de statistische gegevens en de evolutie van de handel met de begunstigde landen en gebieden.
2.  Het Comité algemene preferenties en het Europees Parlement onderzoeken de gevolgen van de regeling, op basis van het verslag. Het Europees Parlement kan de Commissie op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de overeenkomst uiteen te zetten en toe te lichten.
3.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Comité algemene preferenties en het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 251]

19.  Verordening (EG) Nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn(28)

Wat Verordening (EG) nr. 597/2009 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 597/2009 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 16 wordt vervangen door:"
„(16)  Het is noodzakelijk te bepalen dat onderzoeken, ongeacht of definitieve maatregelen worden ingesteld, normalerwijze binnen elf maanden en in ieder geval niet later dan twaalf maanden na de opening van het onderzoek dienen te worden beëindigd. Alleen als de lidstaten de Commissie laten weten dat zij een intense controverse in het besluitvormingsproces verwachten, met de noodzaak een ontwerpuitvoeringshandeling overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren* in te dienen bij de beroepsinstantie, moet de Commissie kunnen besluiten de periode te verlengen tot maximum 13 maanden.
*PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.„; [Am. 252]"
   -1 bis. overweging 26 wordt geschrapt;[Am. 253]
   -1 ter. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(26 bis)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen en voor de vaststelling van voorlopige en definitieve maatregelen en voor de beëindiging van een onderzoek zonder maatregelen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011."
  

[Am. 254]

   -1 quater. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(26 ter)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van voorlopige maatregelen en de beëindiging van een onderzoek, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve maatregelen. Daar waar een vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 255]

   -1 quinquies. artikel 10, lid 1, tweede alinea wordt vervangen door:"
De klacht kan worden ingediend bij de Commissie of bij een lidstaat, die deze aan de Commissie doet toekomen. De Commissie doet de lidstaten van elke klacht die zij ontvangt een afschrift toekomen. De klacht wordt geacht te zijn ingediend op de eerste werkdag volgende op de dag van bezorging bij de Commissie als aangetekend poststuk of op die van afgifte van een ontvangstbewijs door de Commissie. Alvorens de procedure te starten brengt de Commissie de lidstaten op de hoogte en biedt zij hun de kans hun standpunt bekend te maken."
  

[Am. 256]

   1. artikel 10, lid 11, wordt vervangen door:"
11.  Indien duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om inleiding van een procedure te rechtvaardigen, gaat de Commissie binnen 45 dagen nadat de klacht is ingediend, daartoe over en maakt zij dit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer het ingediende bewijsmateriaal ontoereikend is, wordt de klager daarvan binnen 45 dagen na de datum waarop de klacht bij de Commissie werd ingediend, in kennis gesteld."
   2. artikel 11, lid 9, wordt vervangen door:"
9.  Een onderzoek wordt in de overeenkomstig artikel 10, lid 11, ingeleide procedure zoveel mogelijk binnen één jaar11 maanden afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 1312 maanden na de opening ervan afgesloten in overeenstemming met de bevindingen als bedoeld in artikel 13 voor verbintenissen of met die als bedoeld in artikel 15 voor definitieve maatregelen. In uitzonderlijke gevallen kan de Commissie gelet op de ingewikkeldheid van het onderzoek uiterlijk 8 maanden na de opening van het onderzoek besluiten deze termijn te verlengen tot maximaal 18 maanden."
  

[Am. 257]

   2 bis. In artikel 11 wordt het volgende lid ingevoegd:"
9 bis.  Uiterlijk zeven en een halve maand na de initiëring van het onderzoek raadpleegt de Commissie op basis van de onderzoeksresultaten de lidstaten. De lidstaten geven de Commissie in het kader van deze raadpleging aan of zij een intense controverse in het besluitvormingsproces overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van deze verordening voor definitieve maatregelen verwachten, hetgeen waarschijnlijk de in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 bedoelde beroepsprocedure in werking zou doen treden. Als dit het geval is, kan de Commissie uiterlijk 8 maanden na de opening van het onderzoek besluiten de termijn van lid 9 van dit artikel te verlengen tot maximum 13 maanden. De Commissie maakt dit besluit openbaar."
  

[Am. 258]

  3. artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 259]
   a) in lid 1 komt de tweede alinea als volgt te luiden:"
Voorlopige rechten worden niet eerder ingesteld dan 60 dagen na en uiterlijk 98 maanden na de inleiding van de procedure. In uitzonderlijke gevallenAls de lidstaten de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 9 bis, laten weten dat zij een intense controverse in het besluitvormingsproces overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van deze verordening voor definitieve maatregelen verwachten, hetgeen waarschijnlijk de in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 bedoelde beroepsprocedure in werking zou doen treden, kan de Commissie, gelet op de ingewikkeldheid van het onderzoek, uiterlijk 8 maanden na de opening van het onderzoek besluiten deze termijn te verlengen tot maximaal 129 maanden."
   b) lid 3 wordt vervangen door:"
3.  De Commissie stelt voorlopige maatregelen vast volgens de procedure van artikel 25, lid 3."
   c) lid 5 wordt geschrapt;
  4. artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 260]
   a) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  Mits er voorlopig is vastgesteld dat subsidiering plaatsvindt en daaruit schade voortvloeit, kan de Commissie overgaan tot aanvaarding van op vrijwillige basis aangeboden bevredigende verbintenissen, die inhouden dat:
   a) het land van oorsprong en/of van uitvoer ermee instemt de subsidie in te trekken of te beperken of andere maatregelen te nemen met betrekking tot de gevolgen ervan, of
   b) een exporteur zich ertoe verbindt zijn prijzen te herzien of zijn uitvoer naar het betrokken gebied te staken zolang voor deze uitvoer tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden verleend, mits de Commissie ervan overtuigd is dat daarmee de schadelijke gevolgen van de subsidiëring worden weggenomen.

In dergelijke gevallen en voor de duur van de verbintenis gelden de door de Commissie op grond van artikel 12, lid 3, ingestelde voorlopige rechten of de op grond van artikel 15, lid 1, ingestelde definitieve rechten niet voor de invoer van de betreffende producten die worden geproduceerd door de ondernemingen die worden genoemd in het besluit van de Commissie tot aanvaarding van verbintenissen, en eventuele wijzigingen daarvan.
De prijzen worden ingevolge deze verbintenissen niet meer verhoogd dan nodig is om de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie te compenseren; de prijsverhogingen zouden lager moeten zijn dan de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies als dat toereikend is om de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade weg te nemen."
   b) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  Wanneer verbintenissen worden aanvaard, wordt het onderzoek beëindigd. De Commissie beëindigt het onderzoek volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 25, lid 2. De voorzitter kan het standpunt van het comité verkrijgen volgens de in artikel 15, lid 5, bedoelde schriftelijke procedure."
   c) in lid 9 komt de eerste alinea als volgt te luiden:"
9.  Wanneer een verbintenis door een partij wordt geschonden of opgezegd, of wanneer de aanvaarding van de verbintenis door de Commissie wordt opgezegd, wordt de aanvaarding van de verbintenis ingetrokken door middel van hetzij een besluit hetzij een verordening van de Commissie, en zijn de door de Commissie op grond van artikel 12 ingestelde voorlopige rechten of de door de Raad op grond van artikel 15, lid 1, ingestelde definitieve rechten van toepassing, op voorwaarde dat de betrokken importeur of het land van oorsprong en/of uitvoer, de gelegenheid heeft gehad opmerkingen te maken, tenzij deze importeur of dit land zelf de verbintenis heeft opgezegd."
   d) lid 10 wordt vervangen door:"
10.  Overeenkomstig artikel 12 kan op basis van de beste beschikbare informatie een voorlopig recht worden ingesteld, hetzij omdat er redenen zijn om aan te nemen dat een verbintenis wordt geschonden, hetzij ingeval van schending of opzegging van een verbintenis, indien het onderzoek dat tot de verbintenis heeft geleid, niet is afgesloten."
   5. artikel 14, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Wanneer blijkt dat beschermende maatregelen onnodig zijn wordt het onderzoek of de procedure beëindigd. De Commissie beëindigt het onderzoek volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 25, lid 21 bis. De voorzitter kan het standpunt van het comité verkrijgen volgens de in artikel 25, lid 4 ter, bedoelde schriftelijke procedure."
  

[Am. 261]

  6. artikel 15, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
   a) de eerste alinea wordt vervangen door:"
1.  Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat er sprake is van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies en daardoor schade wordt veroorzaakt, en het in het belang van de Unie is om maatregelen te nemen in de zin van artikel 31, stelt de Commissie een definitief compenserend recht in volgens de onderzoeksprocedure van artikel 25, lid 2. Voor zover voorlopige rechten van kracht zijn, leidt de Commissie deze procedure uiterlijk een maand vóór het vervallen van die rechten in."
   b) de tweede en de derde alinea worden geschrapt;
   7. artikel 16, lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:"
2.  Wanneer een voorlopig recht is toegepast en uit de definitief vastgestelde feiten het bestaan blijkt van subsidies die tot compenserende maatregelen aanleiding kunnen geven en van schade, besluit de Commissie, ongeacht of al dan niet een definitief compenserend recht dient te worden ingesteld, welk deel van het voorlopige recht definitief dient te worden ingevorderd."
   8. artikel 20, lid 2, wordt vervangen door:"
Alvorens een dergelijk nieuw onderzoek wordt geopend, worden de producenten in de Unie in de gelegenheid gesteld commentaar te leveren."
   9. in artikel 21, lid 4, komt de eerste alinea als volgt te luiden:"
4.  De Commissie besluit of en in hoeverre het verzoek wordt ingewilligd en kan te allen tijde besluiten een tussentijds nieuw onderzoek te openen; op basis van de informatie die bij dit nieuwe onderzoek, dat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen die op dergelijke onderzoeken van toepassing zijn, wordt verkregen en de conclusies die eruit worden getrokken, wordt bepaald of en in hoeverre terugbetaling gerechtvaardigd is."
  10. artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 262]
[Am. 263]
   a) in lid 1 komt de tweede alinea als volgt te luiden:"
Herzieningen op grond van de artikelen 18 en 19 worden versneld ten uitvoer gelegd en moeten normaal gesproken voltooid zijn binnen twaalf11 maanden na de datum waarop de herzieningsprocedure werd ingeleid. Herzieningsprocedures op grond van de artikelen 18 en 19 moeten in ieder geval voltooid zijn binnen 1514 maanden na de datum waarop zij werden ingeleid. In uitzonderlijke gevallenUiterlijk 7 en een halve maand na de initiëring van het onderzoek overeenkomstig artikel 11 raadpleegt de Commissie op basis van de onderzoeksresultaten de lidstaten. De lidstaten laten de Commissie weten of zij een intense controverse in het besluitvormingsproces overeenkomstig de artikelen 14 en 15 voor definitieve maatregelen verwachten, hetgeen waarschijnlijk de in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 bedoelde beroepsprocedure in werking zou doen treden. Indien dit zo is, kan de Commissie gelet op de ingewikkeldheid van het onderzoek uiterlijk 9acht maanden na de opening van het onderzoek besluiten deze termijn te verlengen tot maximaal 1815 maanden. De Commissie maakt dit besluit openbaar."
   b) in lid 1 wordt de vijfde alinea geschrapt;
   c) lid 2 wordt vervangen door:"
2.  Nieuwe onderzoeken uit hoofde van de artikelen 18, 19 en 20 worden door de Commissie geopend. Alvorens de procedure te starten brengt de Commissie de lidstaten op de hoogte en biedt zij hun de kans hun standpunt bekend te maken."
  11. artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
   a) in lid 4 komt de eerste alinea als volgt te luiden:"
Onderzoeken op grond van dit artikel worden geopend op initiatief van de Commissie of op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende, op basis van voldoende bewijsmateriaal met betrekking tot de in de leden 1, 2 en 3 omschreven factoren. Het onderzoek wordt geopend door middel van een verordening van de Commissie die de douaneautoriteiten tevens de instructie kan geven de invoer overeenkomstig artikel 24, lid 5, te registreren of zekerheidstelling te eisen."
   b) in lid 4 komt de derde alinea als volgt te luiden:"
Wanneer de definitief vastgestelde feiten uitbreiding van de maatregelen rechtvaardigen, neemt de Commissie een besluit volgens de procedure van artikel 25, lid 2."
   c) in lid 6 komt de vierde alinea als volgt te luiden:"
Deze vrijstellingen worden verleend door middel van een besluit van de Commissie en zijn van toepassing gedurende de periode en onder de voorwaarden zoals vastgesteld in dat besluit."
  12. artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Als het in het belang van de Unie is, mogen maatregelen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld, bij besluit van de Commissie voor een periode van negen maanden worden geschorst. De Commissie kan volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 25, lid 21 bis, besluiten de schorsing met ten hoogste één jaar te verlengen. [Am. 264]
Maatregelen mogen uitsluitend worden geschorst als de marktverhoudingen tijdelijk zodanig zijn gewijzigd dat het onwaarschijnlijk is dat door de schorsing opnieuw schade ontstaat, en mits de bedrijfstak van de Unie in de gelegenheid is gesteld opmerkingen te maken en met die opmerkingen rekening is gehouden. Maatregelen kunnen te allen tijde weer worden ingesteld wanneer de reden van de schorsing niet meer bestaat."
   b) lid 5, eerste alinea, wordt vervangen door:"
De Commissie kan de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat vervolgens, met ingang van de datum van registratie, rechten op de betrokken producten kunnen worden geheven."
   13. artikel 25 wordt vervangen door:"
Artikel 25
Comitéprocedure
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Antisubisidiecomité, hierna „het comité” genoemd. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Het adviescomité brengt zijn advies uit binnen een maand na de datum van indiening. Amendementen worden uiterlijk drie dagen voor de vergadering van het comité ingediend.[Am. 265]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Het onderzoekscomité brengt zijn advies uit binnen een maand na de datum van indiening. Amendementen worden uiterlijk drie dagen voor de vergadering van het comité ingediend.[Am. 266]
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. [Am. 267]
4.  Ingevolge artikel 3, lid 5, van Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt wanneer een schriftelijke procedure wordt gevolgd, deze procedure afgesloten zonder verder vervolg, indien binnen de door de voorzitter vastgestelde termijn deze zulks besluit of een meerderheid van de leden van het comité zoals omschreven in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 182/2011 daarom verzoekt.
4 bis.  In het geval dat een ontwerpuitvoeringshandeling wordt ingediend bij het comité van beroep overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011, brengt dit zijn advies uit binnen een maand na de datum van indiening. Amendementen worden uiterlijk drie dagen voor de vergadering van het comité ingediend.[Am. 268]
4 ter.  Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt.„"
  

[Am. 269]

   14. artikel 29, lid 5, wordt vervangen door:"
5.  De Commissie en de lidstaten en de functionarissen van de Commissie of de lidstaten maken zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die ze heeft verstrekt, geen gegevens bekend die zij ingevolge deze verordening hebben verkregen en waarvoor deze persoon om een vertrouwelijke behandeling heeft verzocht. Informatie die tussen de Commissie en de lidstaten wordt uitgewisseld of interne documenten die door de autoriteiten van de Unie of van de lidstaten zijn opgesteld, worden, tenzij in deze verordening specifiek anders is bepaald, niet bekendgemaakt."
  15. artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Definitieve mededeling geschiedt schriftelijk. Dit gebeurt met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke informatie zo spoedig mogelijk en normaal niet later dan één maand voordat de in de artikelen 14 en 15 bedoelde procedures worden ingeleid. Indien de Commissie niet in een positie verkeert om bepaalde feiten of overwegingen op dat tijdstip mede te delen, deelt zij deze zo spoedig mogelijk nadien mede.
Deze mededeling doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie nadien mocht nemen, maar indien dergelijke besluiten op andere feiten en overwegingen zijn gebaseerd, worden deze zo spoedig mogelijk medegedeeld."
   b) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  Na de definitieve mededeling gemaakte opmerkingen worden uitsluitend in aanmerking genomen binnen een door de Commissie in elk afzonderlijk geval vast te stellen termijn van ten minste tien dagen, waarbij de spoedeisendheid van de aangelegenheid op passende wijze in aanmerking wordt genomen. Indien een definitieve mededeling reeds heeft plaatsgevonden, kan een kortere termijn worden gegeven."
  16. artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Partijen die overeenkomstig lid 2 hebben gehandeld, mogen over de toepassing van voorlopige rechten opmerkingen maken. Om in aanmerking te worden genomen, moeten deze opmerkingen uiterlijk 15 dagen na de toepassing van deze maatregelen zijn ontvangen. Deze opmerkingen, of passende samenvattingen daarvan, worden ter beschikking gesteld van andere partijen, die het recht hebben daarover opmerkingen te maken."
   b) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  De Commissie onderzoekt de regelmatig ontvangen informatie en gaat na in hoeverre deze representatief is. Het resultaat van dit onderzoek, tezamen met een oordeel over de waarde van die informatie, wordt aan het comité voorgelegd."
   c) de tweede zin van lid 6 wordt vervangen door:"
Dergelijke informatie wordt voor zover mogelijk beschikbaar gesteld en doet geen afbreuk aan de later door de Commissie te nemen besluiten."
   16 bis. Het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 33 bis
Verslag
1.  De Commissie dient jaarlijks een verslag over de toepassing en uitvoering van deze verordening in bij het Europees Parlement. Het verslag omvat informatie over de vaststelling van voorlopige en definitieve maatregelen, de oplegging van voorafgaande toezichtmaatregelen, de beëindiging van onderzoeken zonder maatregelen, controles en verificatiebezoeken, en de activiteiten van de diverse instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de verordening.
2.  Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
3.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 270]

20.  Verordening (EG) Nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling(29)

Wat Verordening (EG) nr. 260/2009 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 260/2009 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 11 wordt vervangen door:"
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen en voor de oplegging van voorafgaande toezichtmaatregelen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 271]

   -1 bis. De volgende overweging wordt ingevoegd:"
(11 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van toezicht- en voorlopige maatregelen, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 272]

   1. artikel 3 wordt geschrapt;
   2. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een vrijwaringscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 273]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. [Am. 274]
3 bis.  Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt.[Am. 275]
4.  Ingevolge artikel 3, lid 5, van Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt wanneer een schriftelijke procedure wordt gevolgd, deze procedure afgesloten zonder verder vervolg, indien binnen de door de voorzitter vastgestelde termijn deze zulks besluit of een meerderheid van de leden van het comité zoals omschreven in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 182/2011 daarom verzoekt."
  3. artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
   a) in lid 1 komt de eerste zin als volgt te luiden:"
Wanneer duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek te openen, opent de Commissie een onderzoek binnen één maand na ontvangst van de door een lidstaat verstrekte informatie en maakt zij dit in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend."
   b) in lid 2 komt de eerste alinea als volgt te luiden:"
De Commissie wint alle inlichtingen in die zij nodig acht en tracht deze, indien zij dit dienstig acht, te verifiëren bij importeurs, handelaars, vertegenwoordigers, producenten en handelsverenigingen of -organisaties."
   c) lid 7 wordt vervangen door:"
7.  Wanneer blijkt dat er niet voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek te openen, deelt de Commissie de lidstaten haar besluit mede binnen een maand na ontvangst van de door de lidstaten verstrekte inlichtingen."
   4. artikel 7, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Indien de Commissie binnen negen maanden na opening van het onderzoek tot de conclusie komt dat het niet nodig is dat de Unie toezicht- of vrijwaringsmaatregelen neemt, wordt het onderzoek binnen een maand afgesloten."
   5. artikel 9, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Noch de Commissie of de lidstaten, noch hun functionarissen mogen de gegevens van vertrouwelijke aard die zij op grond van deze verordening hebben ontvangen, of inlichtingen die op vertrouwelijke basis zijn verstrekt, bekendmaken zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die ze heeft verstrekt."
   6. artikel 11, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Het besluit toezicht in te stellen wordt door de Commissie genomen door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig de in artikel 164, lid 6, omschreven procedure1 bis, bedoelde raadplegingsprocedure."
  

[Am. 276]

   7. artikel 13 wordt vervangen door:"
Artikel 13
Wanneer de invoer van een product niet onder voorafgaand toezicht van de Unie is geplaatst, kan de Commissie, overeenkomstig artikel 18, een toezicht instellen dat tot een of meer regio's van de Unie is beperkt."
   8. in artikel 16 worden de leden 6 en 7 vervangen door:"
6.  Wanneer een lidstaat de Commissie verzoekt in te grijpen, neemt deze binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek een besluit volgens de procedure van artikel 4, lid 2. In dringende gevallen is artikel 4, lid 3, van toepassing.lid 3."
  

[Am. 277]

   9. artikel 17 wordt vervangen door:"
Artikel 17
Wanneer de belangen van de Unie dit vereisen, kan de Commissie in overeenstemming met de onderzoeksprocedure van artikel 4, lid 2, en in overeenstemming met de in hoofdstuk III omschreven voorwaarden, maatregelen vaststellen om te voorkomen dat een product in dermate gestegen hoeveelheden en/of op zodanige voorwaarden in de Unie wordt ingevoerd dat de producenten in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten hierdoor ernstige schade lijden of dreigen te lijden.
Artikel 16, leden 2 tot en met 5, is van toepassing."
   10. artikel 21, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Wanneer de Commissie van oordeel is dat de in de artikelen 11, 13, 16, 17 en 18 bedoelde toezicht- of vrijwaringsmaatregelen moeten worden ingetrokken of gewijzigd, trekt zij de betrokken maatregelen in of wijzigt zij deze in overeenstemming met de onderzoeksprocedure van artikel 4, lid 2."
   11. artikel 23 wordt vervangen door:"
Artikel 23
Indien de belangen van de Unie dit vereisen, kan de Commissie volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 4, lid 2, passende, passende maatregelen tot uitvoering van wetgevende handelingen vaststellen, welke geen substantiële wijzigingen mogen inhouden, om ervoor te zorgen dat de Unie of al haar lidstaten op internationaal niveau hun rechten kunnen uitoefenen of hun verplichtingen kunnen nakomen, met name op het gebied van de handel in basisproducten."
  

[Am. 278]

   11 bis. Het volgende artikel 23 bis wordt ingevoegd:"
Artikel 23 bis
1.  De Commissie dient jaarlijks een verslag over de toepassing en uitvoering van deze verordening in bij het Europees Parlement. Het verslag omvat informatie over de vaststelling van voorlopige en definitieve maatregelen, voorafgaande toezichtmaatregelen, regionale toezichtmaatregelen en vrijwaringsmaatregelen, de beëindiging van onderzoeken zonder maatregelen en de activiteiten van de diverse instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op de uitvoering van deze verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de verordening.
2.  Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
3.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 279]

21.  Verordening (EG) Nr. 625/2009 van de Raad van 7 juli 2009 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen(30)

Wat Verordening (EG) nr. 625/2009 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 625/2009 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 10 wordt vervangen door:"
(10)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen en voor de oplegging van voorafgaande toezichtmaatregelen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 280]

   -1 bis. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(10 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van toezicht- en voorlopige maatregelen, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 281]

   1. artikel 3 wordt geschrapt;
   2. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling* opgerichte Vrijwaringscomité, hierna „het comité” genoemd. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.[Am. 282]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.„; [Am. 283]
3 bis.  Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt.[Am. 284]
4.  Ingevolge artikel 3, lid 5, van Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt wanneer een schriftelijke procedure wordt gevolgd, deze procedure afgesloten zonder verder vervolg, indien binnen de door de voorzitter vastgestelde termijn deze zulks besluit of een meerderheid van de leden van het comité zoals omschreven in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 182/2011 daarom verzoekt.
* PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1."
  3. artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
   a) in lid 1 komt de eerste zin als volgt te luiden:"
Wanneer de Commissie van oordeel is dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek in te stellen, opent zij binnen één maand na de ontvangst van inlichtingen van een lidstaat een onderzoek en doet zij een bekendmaking verschijnen in het Publicatieblad van de Europese Unie."
   b) in lid 2 komt de eerste alinea als volgt te luiden:"
De Commissie wint alle inlichtingen in die zij nodig acht en tracht deze, indien zij dit dienstig acht, te verifiëren bij importeurs, handelaars, vertegenwoordigers, producenten en handelsverenigingen of -organisaties."
   c) lid 6 wordt vervangen door:"
6.  „Wanneer de Commissie van oordeel is dat er onvoldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek in de stellen, stelt zij de lidstaten binnen één maand na de ontvangst van de inlichtingen van de lidstaten in kennis van haar besluit.”;"
   4. artikel 6, lid 2, eerste zin, wordt vervangen door:"
„Wanneer de Commissie binnen negen maanden na de opening van het onderzoek tot de slotsom komt dat toezicht- of vrijwaringsmaatregelen van de Unie niet noodzakelijk zijn, wordt het onderzoek afgesloten.”;"
   5. artikel 7, lid 2, wordt vervangen door:"
„2.  Noch de Commissie of de lidstaten, noch hun functionarissen mogen inlichtingen met een vertrouwelijk karakter die zij op grond van deze verordening hebben ontvangen, of inlichtingen die op vertrouwelijke basis zijn verstrekt, bekendmaken zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die ze heeft verstrekt."
   5 bis. in artikel 9 wordt het volgende lid ingevoegd:"
1 bis.  De besluiten van lid 1 worden door de Commissie genomen door middel uitvoeringshandelingen in overeenstemming met de in artikel 4, lid 1 bis, bedoelde raadplegingsprocedure."
  

[Am. 285]

   5 ter. artikel 11, tweede streepje, wordt vervangen door:"
   de afgifte van dat document afhankelijk stellen van bepaalde voorwaarden en, bij wijze van uitzondering van de opneming van een herroepingsclausule.
"
  

[Am. 286]

   6. artikel 12 wordt vervangen door:"
Artikel 12
Wanneer de invoer van een product niet onder voorafgaand toezicht van de Unie is geplaatst, kan de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in artikel 4, lid 1 bis, bedoelde raadplegingsprocedure en overeenkomstig artikel 17, een toezicht instellen dat beperkt is tot één of meer regio's van de Unie."
  

[Am. 287]

  7. artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 288]
   a) lid 2 wordt vervangen door:"
  De genomen maatregelen worden onverwijld aan de lidstaten meegedeeld en zijn met onmiddellijke ingang van toepassing."
   b) de leden 4, 5 en 6 komen als volgt te luiden:"
4.  Wanneer een lidstaat de Commissie verzoekt in te grijpen, neemt de Commissie binnen een termijn van vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek een besluit volgens de procedure van artikel 4, lid 2. In dringende gevallen is artikel 4, lid 3, van toepassing.lid 3."
   8. artikel 16, lid 1, wordt vervangen door:"
1.  De Commissie kan met name in de situatie bedoeld in artikel 15, lid 1, passende maatregelenvrijwaringsmaatregelen nemen volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 4, lid 2."
  

[Am. 289]

   8 bis. in artikel 18, lid 1, wordt de inleidende formule vervangen door:"
1.  Gedurende de toepassing van de overeenkomstig de hoofdstukken IV en V vastgestelde toezicht- of vrijwaringsmaatregelen wordt op verzoek van een lidstaat of op initiatief van de Commissie overleg gepleegd in het in artikel 4, lid 1, bedoelde comité, teneinde:"
  

[Am. 290]

   9. artikel 18, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Wanneer de Commissie van oordeel is dat een toezicht- of vrijwaringsmaatregel als bedoeld in de hoofdstukken IV en V moet worden ingetrokken of gewijzigd, trekt zij deze in of wijzigt zij deze."
   9 bis. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 19 bis
1.  De Commissie dient jaarlijks een verslag over de toepassing en uitvoering van deze verordening in bij het Europees Parlement. Het verslag omvat informatie over de vaststelling van voorlopige en definitieve maatregelen, voorafgaande toezichtmaatregelen, regionale toezichtmaatregelen en vrijwaringsmaatregelen en de activiteiten van de diverse instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening.
2.  Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
3.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 291]

22.  Verordening (EG) Nr. 1061/2009 van de Raad van 19 oktober 2009 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer(31)

Wat Verordening (EG) nr. 1061/2009 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1061/2009 als volgt gewijzigd:

   -1. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(11 bis)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van beschermende maatregelen, om een crisistoestand als gevolg van schaarste van essentiële goederen te voorkomen of te ondervangen, en om de uitvoer van een product afhankelijk stellen van de overlegging van een uitvoervergunning, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."
  

[Am. 292]

   1. artikel 3 wordt geschrapt;
   2. artikel 4 wordt vervangen door:"
Artikel 4
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een Comité voor de gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer, hierna „het comité” genoemd. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3 bis.  Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt.„"
  

[Am. 293]

  3. artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 294]
   a) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  Teneinde een crisistoestand veroorzaakt door schaarste aan essentiële goederen te voorkomen of te ondervangen, kan, wanneer de belangen van de Unie een onmiddellijk optreden vergen, de Commissie op verzoek van een lidstaat of eigener beweging en rekening houdende met de aard der producten en de andere bijzondere kenmerken van de betrokken transacties, de uitvoer van een product afhankelijk stellen van de overlegging van een uitvoervergunning die wordt afgegeven volgens de voorschriften en binnen de begrenzingen, die zij volgens de onderzoeksprocedure van artikel 4, lid 2, vaststelt. In dringende gevallen is artikel 4, lid 3, van toepassing."
   a bis) lid 2 wordt vervangen door:"
2.  Het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten worden van de vastgestelde maatregelen in kennis gesteld. Deze maatregelen treden onmiddellijk in werking."
   b) in lid 4 wordt de tweede zin geschrapt;
   c) de leden 5 en 6 worden vervangen door:

„5.  Wanneer de Commissie lid 1 van dit artikel heeft toegepast, besluit zij binnen 12 werkdagen na de inwerkingtreding van de door haar getroffen maatregel, of zij passende maatregelen in de zin van artikel 7 treft. Indien uiterlijk zes weken na de inwerkingtreding van de maatregel geen maatregelen zijn vastgesteld, wordt deze maatregel geacht te zijn ingetrokken.„;

   4. artikel 7, lid 1, inleidende zin, wordt vervangen door:"
Wanneer de belangen van de Unie zulks vereisen, kan de Commissie volgens de onderzoeksprocedure van artikel 4, lid 2, de nodige maatregelen treffen:"
   5. artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:"
2.  Wanneer de Commissie oordeelt dat intrekking of wijziging van de in de artikelen 6 en 7 bedoelde maatregelen geboden is, handelt zij volgens de onderzoeksprocedure van artikel 4, lid 2."
   5 bis. artikel 9, lid 1, wordt vervangen door:"
Voor de producten van bijlage I zijn, tot het Europees Parlement en de Raad passende maatregelen vaststellen die voortvloeien uit de door de Unie of door alle lidstaten aangegane internationale verbintenissen, de lidstaten gerechtigd om, onverminderd de ter zake door de Unie vastgestelde voorschriften, de crisismechanismen in werking te stellen waardoor ten aanzien van derde landen verbintenissen in verband met de toewijzing van producten ten uitvoer worden gelegd welke zijn vastgesteld bij internationale overeenkomsten die zij vóór de inwerkingtreding van deze verordening hebben gesloten."
  

[Am. 295]

   5 ter. het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 9 bis
1.   De Commissie dient jaarlijks een verslag over de toepassing en uitvoering van deze verordening in bij het Europees Parlement. Het verslag omvat informatie over de vaststelling van beschermende maatregelen en de activiteiten van de diverse instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de verordening.
2.   Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
3.   Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 296]

23.  Verordening (EG) Nr. 1215/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie(32);

Wat Verordening (EG) nr. 1215/2009 aangaat, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van [xx/yy/2011] van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(33).

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1215/2009 als volgt gewijzigd:

   1. artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt de tweede alinea geschrapt;

b)  het volgende lid 3 wordt toegevoegd:"

3.  Bij niet-naleving van de leden 1 en 2, kunnen de voordelen van deze verordening voor het land volledig of gedeeltelijk worden opgeschort volgens de procedure van artikel 8 bis, lid 2.

"

   2. het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:"
Artikel 8 bis
Comité
1.  Voor de toepassing van de artikelen 2 en 10 word de Commissie bijgestaan door het Uitvoeringscomité Westelijke Balkan. Dit is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel [5] van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing."
   3. artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

(1)  punt a) komt als volgt te luiden:"

   a) het Uitvoeringscomité Westelijke Balkan heeft ingelicht;
"

(2)  de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:"

De in de eerste alinea bedoelde maatregelen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 8 bis, lid 2.

"

b)  lid 2 wordt geschrapt;

c)  lid 3 komt als volgt te luiden:"

Aan het einde van de schorsingsperiode besluit de Commissie de voorlopige schorsing te beëindigen of de schorsing overeenkomstig lid 1 te verlengen.

"

[Am. 297]

24.  Verordening (EG) Nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(34)

Wat Verordening (EG) nr. 1225/2009 aangaat, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1225/2009 als volgt gewijzigd:

   -1. overweging 15 wordt vervangen door:"
„(15)  Het is noodzakelijk voor te schrijven dat zaken, hetzij zonder dat maatregelen worden ingesteld, hetzij door de instelling van definitieve maatregelen, normaal binnen twaalf maanden en in ieder geval binnen 14 maanden na de opening van het onderzoek worden beëindigd. Alleen als de lidstaten de Commissie laten weten dat zij een intense controverse in het besluitvormingsproces verwachten, met de noodzaak een ontwerpuitvoeringshandeling in te dienen bij de beroepsinstantie overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van 16 februari 2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren*, moet de Commissie dan kunnen besluiten de periode te verlengen tot maximum 15 maanden. Een onderzoek of procedure dient te worden beëindigd wanneer de dumping minimaal of de schade te verwaarlozen is en deze begrippen dienen nader te worden omschreven. Wanneer maatregelen noodzakelijk zijn, dienen bepalingen betreffende de beëindiging van het onderzoek te worden vastgesteld en dient te worden voorgeschreven dat de maatregelen lager moeten zijn dan de dumpingmarge indien een dergelijk lager bedrag de schade zou wegnemen en, bovendien, dient de wijze van berekening van de hoogte van de maatregelen in het geval van een steekproefonderzoek te worden vastgesteld.
* PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.„"
  

[Am. 298]

   -1 bis. overweging 27 wordt geschrapt;[Am. 299]
   -1 ter. overweging 28 wordt vervangen door:"
(28)  Om eenvormige voorwaarden te waarboregen voor de vaststelling van voorlopige en definitieve rechten en voor de beëindiging van een onderzoek zonder maatregelen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011."
  

[Am. 300]

   -1 quater. de volgende overweging wordt ingevoegd:"
(28 bis)  De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de verlenging van de opschorting van maatregelen, de beëindiging van onderzoeken en de vaststelling van voorlopige maatregelen, gelet op de effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve maatregelen. Daar waar een vertraging bij het opleggen van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare voorlopige maatregelen kunnen nemen."
  

[Am. 301]

   1. in artikel 2, lid 7, wordt de laatste alinea vervangen door de volgende tekst:"
Binnen zes maandeneen standaardperiode van drie maanden na de inleiding van de procedure, stelt de Commissie, nadat de industrie van de Unie tenminste gedurende een periode van één maand in de gelegenheid is gesteld opmerkingen te maken, vast of de producent voldoet aan bovengenoemde criteria Deze vaststelling blijft gedurende de hele procedure van kracht. voor ten minst een maand."
  

[Am. 302]

   1 bis. artikel 5, lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door:"
De klacht kan worden ingediend bij de Commissie of bij een lidstaat, die deze aan de Commissie doet toekomen. De Commissie doet de lidstaten van elke klacht die zij ontvangt een afschrift toekomen. De klacht wordt geacht te zijn ingediend op de eerste werkdag volgende op de dag van bezorging bij de Commissie als aangetekend poststuk of op die van afgifte van een ontvangstbewijs door de Commissie. Alvorens de procedure te starten brengt de Commissie de lidstaten op de hoogte en biedt zij hun de kans hun standpunt bekend te maken."
  

[Am. 303]

   2. artikel 5, lid 9, wordt vervangen door:"
9.  Wanneer duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen, gaat de Commissie binnen 45 dagen na indiening van de klacht daartoe over en maakt zij dit in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend. Wanneer onvoldoende bewijsmateriaal is ingediend, wordt de klager daarvan in kennis gesteld binnen 45 dagen na de datum waarop de klacht bij de Commissie is ingediend."
   3. artikel 6, lid 9, wordt als volgt gewijzigd: "
„9.  Het onderzoek in de overeenkomstig artikel 5, lid 9, ingeleide procedures wordt, voor zover mogelijk, binnen één jaar afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 15 maanden14 maanden na de opening beëindigd, overeenkomstig artikel 8 of artikel 9 gedane bevindingen. In uitzonderlijke gevallen kan de Commissie gelet op de ingewikkeldheid van het onderzoek uiterlijk 9 maanden na de opening van het onderzoek besluiten deze termijn te verlengen tot maximaal 18 maanden.„"
  

[Am. 304]

   3 bis. in artikel 6 wordt het volgende lid toegevoegd:"
'9 bis.  Uiterlijk 32 weken na de initiëring van het onderzoek raadpleegt de Commissie op basis van de onderzoeksresultaten de lidstaten. De lidstaten geven de Commissie in het kader van deze raadpleging aan of zij een intense controverse in het besluitvormingsproces overeenkomstig artikel 9 van deze verordening voor definitieve maatregelen verwachten, hetgeen waarschijnlijk de in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 bedoelde beroepsprocedure in werking zou doen treden. Als dit het geval is, kan de Commissie uiterlijk 8 maanden na de opening van het onderzoek besluiten de termijn van artikel 6, lid 9, van deze verordening te verlengen tot maximum 15 maanden. De Commissie maakt dit besluit openbaar.„"
  

[Am. 305]

  4. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 306]
   a) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  Voorlopige rechten kunnen worden ingesteld indien een procedure is ingeleid overeenkomstig artikel 5, hiervan bericht is gegeven en belanghebbenden overeenkomstig artikel 5, lid 10, voldoende gelegenheid hebben gehad, inlichtingen te verstrekken en opmerkingen te maken, er voorlopig is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en daaruit schade voor een bedrijfstak van de Unie voortvloeit, en het belang van de Unie maatregelen ter voorkoming van dergelijke schade noodzakelijk maakt.Voorlopige rechten worden niet eerder ingesteld dan 60 dagen na en uiterlijk 9 maanden8 maanden na de inleiding van de procedure. In uitzonderlijke gevallenIn het geval dat de lidstaten de Commissie overeenkomstig artikel 6, lid 10, laten weten dat zij een intense controverse in het besluitvormingsproces overeenkomstig artikel 9 van deze verordening voor definitieve maatregelen verwachten, hetgeen waarschijnlijk de in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 bedoelde beroepsprocedure in werking zou doen treden, kan de Commissie, gelet op de ingewikkeldheid van het onderzoek, uiterlijk 8 maanden na de opening van het onderzoek besluiten deze termijn te verlengen tot maximaal 12 maandennegen maanden."
   b) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  De Commissie stelt voorlopige maatregelen vast volgens de procedure van artikel 15, lid 3."
   c) lid 6 wordt geschrapt;
  5. artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 307]
   a) lid 1 wordt vervangen door:"
1.  Mits er voorlopig is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en daaruit schade voortvloeit, kan de Commissie overgaan tot aanvaarding van een door een exporteur op vrijwillige basis aangeboden bevredigende verbintenis om zijn prijzen te herzien of de uitvoer met dumping te staken, indien zij ervan overtuigd is dat de schadelijke gevolgen van de dumping hierdoor worden weggenomen. In dergelijke gevallen en voor de duur van de verbintenis zijn de door de Commissie op grond van artikel 7, lid 1, ingestelde voorlopige rechten of de op grond van artikel 9, lid 4, ingestelde definitieve rechten niet van toepassing op de invoer van de betreffende producten die geproduceerd worden door de ondernemingen die worden genoemd in het besluit van de Commissie tot aanvaarding van verbintenissen, en eventuele wijzigingen daarvan. De prijzen worden ingevolge deze verbintenissen niet sterker verhoogd dan nodig is om de dumpingmarge te doen verdwijnen, en de prijsverhoging moet lager zijn dan de dumpingmarge als dat toereikend is om de schade voor de bedrijfstak van de Unie weg te nemen."
   b) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  Wanneer verbintenissen worden aanvaard wordt het onderzoek beëindigd. De Commissie beëindigt het onderzoek volgens de procedureonderzoeksprocedure van artikel 15, lid 2. De voorzitter kan het standpunt van het comité verkrijgen volgens de in artikel 15, lid 4, bedoelde schriftelijke procedure."
   c) in lid 9 komt de eerste alinea als volgt te luiden:"
9.  Wanneer een verbintenis door een partij wordt geschonden of opgezegd, of wanneer de aanvaarding van de verbintenis door de Commissie wordt opgezegd, wordt de aanvaarding van de verbintenis ingetrokken door middel van hetzij een besluit hetzij een verordening van de Commissie, en zijn automatisch de door de Commissie op grond van artikel 7 ingestelde voorlopige rechten of de op grond van artikel 9, lid 4, ingestelde definitieve rechten van toepassing, op voorwaarde dat de betrokken importeur de gelegenheid heeft gehad opmerkingen te maken, tenzij hij zelf de verbintenis heeft opgezegd."
   d) lid 10 wordt vervangen door:"
10.  Overeenkomstig artikel 7 kan op basis van de beste informatie die beschikbaar is, een voorlopig recht worden ingesteld, hetzij indien er redenen zijn om aan te nemen dat een verbintenis wordt geschonden, hetzij, in geval van schending of opzegging van een verbintenis, indien het onderzoek dat aanleiding tot de verbintenis heeft gegeven niet is voltooid."
  6. artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 308]
   a) lid 2 wordt vervangen door:"
2.  Wanneer beschermende maatregelen overbodig zijn, wordt het onderzoek of de procedure beëindigd. De Commissie beëindigt het onderzoek volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 15, lid 2lid 1 bis. De voorzitter kan het standpunt van het comité verkrijgen volgens de in artikel 15, lid 4, bedoelde schriftelijke procedure."
   b) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat er dumping plaatsvindt en daardoor schade wordt veroorzaakt, en het in het belang van de Unie is om maatregelen in de zin van artikel 21 te nemen, stelt de Commissie volgens de onderzoeksprocedure van artikel 15, lid 2, een definitief antidumpingrecht in. Voor zover voorlopige rechten van kracht zijn, leidt de Commissie deze procedure uiterlijk een maand vóór het vervallen van die rechten in. Het antidumpingrecht mag niet hoger zijn dan de vastgestelde dumpingmarge en moet lager zijn dan deze marge als dat toereikend is om een einde te maken aan de schade voor de bedrijfstak van de Unie."
   7. artikel 10, lid 2, eerste zin, wordt vervangen door:"
2.  Wanneer een voorlopig recht is toegepast en uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat er sprake is van dumping en schade, beslist de Commissie, ongeacht of een definitief antidumpingrecht dient te worden ingesteld, welk deel van het voorlopige recht definitief dient te worden geïnd."
  8. artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 309]
[Am. 310]
   a) lid 4, derde alinea, eerste zin, wordt vervangen door:"
Een nieuw onderzoek voor een nieuwe exporteur wordt geopend, en versneld ten uitvoer gelegd, nadat de producenten van de Gemeenschap in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken."
   b) in lid 5 komen de eerste en de tweede alinea als volgt te luiden:"
De bepalingen van deze verordening betreffende procedures en onderzoeken, met uitzondering van die welke betrekking hebben op termijnen, zijn van toepassing op alle herzieningsprocedures op grond van de leden 2, 3 en 4. Herzieningen op grond van de leden 2 en 3 worden versneld ten uitvoer gelegd en moeten normaal gesproken voltooid zijn binnen twaalf maanden na de datum waarop de herzieningsprocedure werd ingeleid. Herzieningsprocedures op grond van de leden 2 en 3 moeten in ieder geval voltooid zijn binnen vijftien maanden14 maanden na de datum waarop zij werden ingeleid. In uitzonderlijke gevallenUiterlijk 32 weken na de initiëring van het onderzoek overeenkomstig artikel 6 raadpleegt de Commissie op basis van de onderzoeksresultaten de lidstaten. De lidstaten geven de Commissie in het kader van deze raadpleging aan of zij een intense controverse in het besluitvormingsproces overeenkomstig artikel 9 van deze verordening voor definitieve maatregelen verwachten, hetgeen waarschijnlijk de in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011 bedoelde beroepsprocedure in werking zou doen treden. Als dit het geval is, kan de Commissie gelet op de ingewikkeldheid van het onderzoek uiterlijk negen maandenacht maanden na de opening van het onderzoek besluiten deze termijn te verlengen tot maximaal achttien maanden15 maanden. De Commissie maakt dit besluit openbaar.. Herzieningen op grond van lid 4 moeten in alle gevallen binnen negen maanden na de datum van inleiding van de procedure voltooid zijn. Als een herzieningsprocedure op grond van lid 2 wordt ingeleid terwijl een herzieningsprocedure op grond van lid 3 binnen dezelfde procedure nog gaande is, moet de herzieningsprocedure op grond van lid 3 binnen dezelfde termijn worden voltooid als een herzieningsprocedure op grond van lid 2."
   c) lid 6 wordt vervangen door:"
6.  Nieuwe onderzoeken uit hoofde van dit artikel worden door de Commissie geopend. Alvorens de procedure te starten brengt de Commissie de lidstaten daarvan op de hoogte en biedt zij hun de kans hun standpunt bekend te maken. Wanneer deze onderzoeken daartoe aanleiding geven, worden de maatregelen overeenkomstig lid 2 ingetrokken of gehandhaafd, dan wel overeenkomstig de leden 3 en 4 ingetrokken, gehandhaafd of gewijzigd. Wanneer maatregelen ten aanzien van individuele exporteurs, maar niet ten aanzien van een land in zijn geheel worden ingetrokken, blijft de procedure van toepassing op deze exporteurs, die automatisch kunnen worden onderworpen aan enig nieuw onderzoek dat overeenkomstig dit artikel voor het betrokken land wordt ingesteld."
   d) lid 8, vierde alinea, eerste zin, wordt vervangen door:"
De Commissie besluit of en in hoeverre het verzoek wordt ingewilligd en kan zij op ieder ogenblik besluiten een tussentijds nieuw onderzoek te openen; op basis van de informatie die wordt verkregen bij dit nieuwe onderzoek, dat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen die op dergelijke onderzoeken van toepassing zijn, en de conclusies die eruit worden getrokken, wordt bepaald, of en in hoeverre terugbetaling gerechtvaardigd is."
  9. artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 311]
   a) in lid 1 komt de eerste alinea als volgt te luiden:"
Als de bedrijfstak van de Unie of een andere belanghebbende normaal gesproken binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de maatregelen voldoende inlichtingen verstrekt waaruit blijkt dat na het oorspronkelijke onderzoek en vóór of na de instelling van de maatregelen de uitvoerprijzen zijn gedaald of dat de wederverkoopprijs of de latere verkoopprijs van het ingevoerde product in de Unie niet of nauwelijks is veranderd, kan het onderzoek worden heropend om te beoordelen of de maatregel effect heeft gehad op deze prijzen."
   b) lid 3 wordt vervangen door:"
3.  Wanneer bij een nieuw onderzoek op grond van dit artikel de dumping blijkt te zijn toegenomen, kunnen de geldende maatregelen door de Commissie volgens de onderzoeksprocedure van artikel 15, lid 2, overeenkomstig de nieuwe bevindingen inzake de uitvoerprijzen worden gewijzigd. Het op grond van dit artikel ingestelde antidumpingrecht mag niet hoger zijn dan tweemaal het oorspronkelijk ingestelde recht."
   c) de eerste en de tweede alinea van lid 4 komen als volgt te luiden:"
De relevante bepalingen van de artikelen 5 en 6 zijn van toepassing op alle nieuwe onderzoeken die op grond van dit artikel worden verricht, met dien verstande dat dergelijke nieuwe onderzoeken versneld worden verricht en normaal gesproken moeten worden voltooid binnen negenzes maanden na de datum waarop het nieuwe onderzoek werd geopend. Dergelijke nieuwe onderzoeken moeten in ieder geval binnen een jaartien maanden na opening van het onderzoek voltooid zijn."
  10. artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 3 wordt vervangen door:"
3.  Onderzoeken op grond van dit artikel worden geopend op initiatief van de Commissie of op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende, op basis van voldoende bewijsmateriaal met betrekking tot de in lid 1 omschreven factoren. Het onderzoek wordt geopend door middel van een verordening van de Commissie, die de douaneautoriteiten tevens de instructie kan geven de invoer overeenkomstig artikel 14, lid 5, te registreren of zekerheidstelling te eisen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Commissie, die door de douaneautoriteiten kan worden bijgestaan, en wordt binnen negen maanden voltooid. Wanneer de definitief vastgestelde feiten uitbreiding van de maatregelen rechtvaardigen, neemt de Commissie volgens de onderzoeksprocedure van artikel 15, lid 2, het daartoe strekkende besluit. De uitbreiding geldt vanaf de datum waarop overeenkomstig artikel 14, lid 5, registratie of zekerheidstelling werd geëist. De procedurele bepalingen van deze verordening betreffende de opening en de uitvoering van een onderzoek zijn op dit artikel van toepassing."
   b) lid 4, tweede alinea, wordt vervangen door:"
Deze vrijstellingen worden verleend door middel van een besluit van de Commissie en zijn van toepassing gedurende de periode en onder de voorwaarden zoals vastgesteld in dat besluit."
  11. artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

[Am. 312]
   a) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Als het in het belang van de Unie is, mogen maatregelen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld, bij besluit van de Commissie voor een periode van negen maanden worden geschorst. De Commissie kan volgens de procedureraadplegingsprocedure van artikel 15, lid 2,lid 1 bis, besluiten de schorsing met ten hoogste één jaar te verlengen. Maatregelen mogen uitsluitend worden geschorst als de marktverhoudingen tijdelijk zodanig zijn gewijzigd dat het onwaarschijnlijk is dat door de schorsing opnieuw schade ontstaat, en mits de bedrijfstak van de Unie in de gelegenheid is gesteld opmerkingen te maken en met die opmerkingen rekening is gehouden. Maatregelen kunnen te allen tijde weer worden ingesteld wanneer de reden van de schorsing niet meer bestaat."
   b) in lid 5 komt de eerste zin als volgt te luiden:"
5.  De Commissie kan de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat vervolgens, met ingang van de datum van registratie, rechten op de betrokken producten kunnen worden geheven."
   12. artikel 15 wordt vervangen door:"
Artikel 15
Comitéprocedure
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Antidumpingcomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1 bis.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Het adviescomité brengt zijn advies uit binnen een maand na de datum van indiening. Amendementen worden uiterlijk drie dagen voor de vergadering van het comité ingediend.[Am. 313]
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Het onderzoekscomité brengt zijn advies uit binnen een maand na de datum van indiening. Amendementen worden uiterlijk drie dagen voor de vergadering van het comité ingediend.[Am. 314]
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel [5]4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. [Am. 315]
4.  Ingevolge artikel 3, lid 5, van Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt wanneer een schriftelijke procedure wordt gevolgd, deze procedure afgesloten zonder verder vervolg, indien binnen de door de voorzitter vastgestelde termijn deze zulks besluit of een meerderheid van de leden van het comité zoals omschreven in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 182/2011 daarom verzoekt.
4 bis.  In het geval dat een ontwerpuitvoeringshandeling wordt ingediend bij het comité van beroep overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 182/2011, brengt dit zijn advies uit binnen een maand na de datum van indiening. Amendementen worden uiterlijk drie dagen voor de vergadering van het comité ingediend. [Am. 316]
4 ter.  Als het advies van het comité moet worden verkregen volgens een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité hiertoe besluit of een meerderheid van de leden van het comité hierom verzoekt."
  

[Am. 317]

   13. artikel 19, lid 5, wordt vervangen door:"
5.  De Commissie en de lidstaten en de functionarissen van de Commissie of de lidstaten maken zonder de uitdrukkelijke toestemming van de persoon die ze heeft verstrekt geen gegevens bekend die zij ingevolge deze verordening hebben verkregen en waarvoor deze persoon een vertrouwelijke behandeling heeft gevraagd. Informatie die tussen de Commissie en de lidstaten wordt uitgewisseld of interne documenten die door de autoriteiten van de Unie of van de lidstaten zijn opgesteld, worden, behalve wanneer in deze verordening anders is bepaald, niet bekendgemaakt."
  14. artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  De definitieve mededeling wordt schriftelijk gedaan. Zij geschiedt, met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, zo spoedig mogelijk en normaal uiterlijk één maand vóór de inleiding van de in artikel 9 bedoelde procedures. Kan de Commissie bepaalde feiten of overwegingen op dat tijdstip niet mededelen, dan deelt zij deze mede zodra dit mogelijk is. De mededeling doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie of de Raad daarna nemen, maar indien deze besluiten op andere feiten en overwegingen zijn gebaseerd, worden deze zo spoedig mogelijk medegedeeld. De mededeling doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie daarna neemt, maar indien deze besluiten op andere feiten en overwegingen zijn gebaseerd, worden deze zo spoedig mogelijk medegedeeld."
   b) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  Opmerkingen die na de definitieve mededeling zijn gemaakt, worden uitsluitend in aanmerking genomen indien zij zijn ontvangen binnen een door de Commissie in elk afzonderlijk geval vast te stellen termijn die ten minste tien dagen bedraagt, waarbij de spoedeisendheid van de kwestie in aanmerking wordt genomen. Indien een definitieve mededeling reeds heeft plaatsgevonden, kan een kortere termijn worden gegeven."
  15. artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
   a) lid 4 wordt vervangen door:"
4.  Partijen die overeenkomstig lid 2 hebben gehandeld, kunnen over de toepassing van ingestelde voorlopige rechten opmerkingen maken. Om in aanmerking te worden genomen, moeten deze opmerkingen uiterlijk vijftien dagen na de toepassing van deze maatregelen zijn ontvangen. Deze opmerkingen, of passende samenvattingen daarvan, worden aan de andere partijen ter beschikking gesteld, die het recht hebben daarover opmerkingen te maken."
   b) lid 5 wordt vervangen door:"
5.  De Commissie onderzoekt de regelmatig ontvangen informatie en gaat na in hoeverre deze representatief is. Het resultaat van dit onderzoek, tezamen met een oordeel over de waarde van die informatie, wordt aan het comité voorgelegd."
   c) lid 6, tweede zin, wordt vervangen door:"
Dergelijke informatie wordt voor zover mogelijk ter beschikking gesteld en doet geen afbreuk aan de later door de Commissie te nemen besluiten."
   15 bis. Het volgende artikel wordt ingevoegd:"
Artikel 22 bis
Verslag
1.  De Commissie dient, naar behoren rekening houdend met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 19, jaarlijks een verslag over de over de toepassing en uitvoering van deze verordening in bij het Europees Parlement. Het verslag omvat informatie over de vaststelling van voorlopige en definitieve maatregelen, de beëindiging van onderzoeken zonder maatregelen, nieuwe onderzoeken, controles en verificatiebezoeken, en de activiteiten van de diverse instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening.
2.  Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft gepresenteerd, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
3.  Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement maakt de Commissie het verslag openbaar."
  

[Am. 318]

(1) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(2) PB L 300 van 31.12.1972, blz. 284.
(3) PB L 301 van 31.12.1972, blz. 162.
(4) PB L 171 van 26.6.1973, blz. 103.
(5) PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18.
(6)+ Datum van inwerkingtreding van deze verordening.
(7) PB L 349 van 31.12.1994, blz. 71.
(8) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 21.
(9) PB L 309 van 29.11.1996, blz. 1.
(10)+ Datum van inwerkingtreding van deze verordening.
(11) PB L 201 van 26.7.2001, blz. 10.
(12) PB L 304 van 21.11.2001, blz. 1.
(13) PB L 25 van 29.1.2002, blz. 16.
(14) PB L 65 van 8.3.2003, blz. 1.
(15)+ Datum van inwerkingtreding van deze verordening.
(16) PB L 69 van 13.3.2003, blz. 8.
(17) PB L 110 van 30.4.2005, blz. 1.
(18) PB L 200 van 30.7.2005, blz. 1.
(19)+ Datum van inwerkingtreding van deze verordening.
(20) PB L 300 van 31.10.2006, blz. 1.
(21) PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1.
(22) PB L 348 van 31.12.2007, blz. 1.
(23) PB L 43 van 19.2.2008, blz. 1.
(24) PB L 20 van 24.1.2008, blz. 1.
(25) PB L 169 van 30.6.2008, blz. 1.
(26) PB L 211 van 6.8.2008, blz. 1.
(27)+ Datum van inwerkingtreding van deze verordening
(28) PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.
(29) PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1.
(30) PB L 185 van 17.7.2009, blz. 1.
(31) PB L 291 van 7.11.2009, blz. 1.
(32) PB L 328 van 15.12.2009, blz. 1.
(33) PB L ...
(34) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

Juridische mededeling - Privacybeleid