Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/0815(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0064/2012

Ingediende teksten :

A7-0064/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/04/2012 - 7.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0124

Aangenomen teksten
PDF 199kWORD 33k
Woensdag 18 april 2012 - Straatsburg
Ontwerpprotocol betreffende de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon (raadpleging) *
P7_TA(2012)0124A7-0064/2012

Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2012 over het ontwerpprotocol over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon (artikel 48, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie) (00092/2011 – C7-0387/2011 – 2011/0815(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien het besluit van 19 juni 2009 van de staatshoofden en regeringsleiders van de 27 lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Europese Raad bijeen, over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon (bijlage 1 bij de conclusies van het voorzitterschap),

–   gezien het schrijven van de Ierse regering aan de Raad van 20 juli 2011, verstuurd overeenkomstig artikel 48, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, over een ontwerp tot toevoeging van een ontwerpprotocol over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon (het „ontwerpprotocol”), aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de toezending door de Raad, op 11 oktober 2011, van dat ontwerp aan de Europese Raad, overeenkomstig artikel 48, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien artikel 48, lid 3, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Europese Raad is geraadpleegd (C7-0387/2011),

–  gezien artikel 74 bis van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A7-0064/2012),

A.  overwegende dat de Ierse regering in 2008 heeft besloten een referendum te houden over de ratificatie van het Verdrag van Lissabon;

B.  overwegende dat Ierland, door de negatieve uitslag van het referendum van 12 juni 2008, niet in staat was het Verdrag van Lissabon te ratificeren;

C.  overwegende dat de Europese Raad in zijn vergadering van 11 en 12 december 2008, op verzoek van de Ierse regering ermee heeft ingestemd dat een besluit zou worden genomen, inhoudende dat ook na 2014 van elke lidstaat een onderdaan in de Commissie zitting zal hebben;

D.  overwegende dat omwille van de unanimiteit die voor inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon was vereist, van de Ierse regering een oplossing werd verwacht voor de situatie zoals die na het besluit voor een referendum en de daarop volgende verwerping daarvan was ontstaan;

E.  overwegende dat de staatshoofden en regeringsleiders op 19 juni 2009 in de Europese Raad zijn overeengekomen om door middel van de nodige juridische waarborgen tegemoet te komen aan de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het recht op leven, gezin, onderwijs, fiscaal beleid, en veiligheid en defensie, en hebben toegezegd de bepalingen van dat besluit bij de afsluiting van het eerstvolgende toetredingsverdrag, en overeenkomstig hun respectieve constitutionele vereisten, te zullen opnemen in een aan de EU-verdragen te hechten protocol, bij wijze van verduidelijking van de bepalingen van het Verdrag van Lissabon naar aanleiding van de Ierse bezwaren;

F.  overwegende dat artikel 1 van het ontwerpprotocol, voor zover daarin wordt gesteld dat geen enkele bepaling van het Verdrag van Lissabon afbeuk doet aan de reikwijdte of toepasbaarheid van de bescherming van het recht op leven, de bescherming van het gezin en de bescherming van de rechten met betrekking tot onderwijs, als vervat in de Ierse grondwet, op onderwerpen ziet die geen bevoegdheidsgebieden van de Unie uitmaken in de zin van de artikelen 4 en 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 2 tot en met 6 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of ten aanzien waarvan de Unie enkel een aanvullende rol heeft (artikel 6 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie);

G.  overwegende dat artikel 2 van het ontwerpprotocol met betrekking tot belastingen bepaalt dat geen bepaling van het Verdrag van Lissabon, op welke wijze en voor welke lidstaat ook, iets verandert aan de reikwijdte of werking van de bevoegdheden van de Europese Unie, en niet in de weg staat aan verdere vooruitgang in de richting van een sterkere economische coördinatie in de Unie;

H.  overwegende dat artikel 3 van het ontwerpprotocol beoogt de bepalingen van het Verdrag van Lissabon inzake veiligheid en defensie (de artikelen 42 tot en met 46 van het Verdrag betreffende de Europese Unie) te preciseren en duidelijk maakt dat het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Unie geen afbreuk doet aan het veiligheids- en defensiebeleid of de verplichtingen van Ierland, en de verplichting omvat een lidstaat die op zijn grondgebied gewapenderhand wordt aangevallen hulp en bijstand te verlenen en uit solidariteit gezamenlijk op te treden, een en ander overeenkomstig respectievelijk artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 222 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

I.  overwegende dat eerdere politieke afspraken tussen regeringen gerespecteerd moeten worden en dat de inhoud van het ontwerpprotocol uitsluitend betrekking heeft op Ierland;

1.  onderschrijft een besluit van de Europese Raad om de voorgestelde wijzigingen van de Verdragen te behandelen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie en de parlementen van de lidstaten.

Juridische mededeling - Privacybeleid