Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/0418(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0194/2012

Ingediende teksten :

A7-0194/2012

Debatten :

PV 12/09/2012 - 17
CRE 12/09/2012 - 17

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 11.9
CRE 13/09/2012 - 11.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 12/03/2013 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0345
P7_TA(2013)0072

Aangenomen teksten
PDF 458kWORD 168k
Donderdag 13 september 2012 - Straatsburg
Europese sociaalondernemerschapsfondsen ***I
P7_TA(2012)0345A7-0194/2012
Tekst
 Geconsolideerde tekst

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 13 september 2012 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (COM(2011)0862 – C7-0489/2011 – 2011/0418(COD))(1)
AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)
op het voorstel van de Commissie

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

[Amendement nr. 2]

(1) De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde Commissie uit hoofde van artikel 57, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A7-0194/2012).
(2)* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool █ aangegeven.


VERORDENING (EU) nr. .../2012
VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen
(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114 ervan,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na voorlegging van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Aangezien beleggers ook sociale doelstellingen nastreven en niet enkel op zoek zijn naar financieel rendement, ontstaat er in de Unie steeds meer een sociale beleggingsmarkt, die deels bestaat uit beleggingsfondsen die zich richten op sociale ondernemingen. Dergelijke beleggingsfondsen verschaffen financiering aan sociale ondernemingen die fungeren als motor van sociale veranderingen door innovatieve oplossingen te bieden voor sociale problemen, bijvoorbeeld door de sociale gevolgen van de financiële crisis te helpen aanpakken, en een waardevolle bijdrage te leveren om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te realiseren.

(1 bis)  Deze verordening maakt deel uit van het initiatief voor sociaal ondernemerschap dat de Commissie heeft gepresenteerd in haar mededeling van 25 oktober 2011 getiteld ’Initiatief voor sociaal ondernemerschap - Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie’.

(2)  Het is noodzakelijk om een gemeenschappelijk kader van regels vast te stellen met betrekking tot het gebruik van de benaming voor Europese sociaalondernemerschapsfondsen (ESO's), in het bijzonder de samenstelling van de portefeuille van fondsen die onder deze benaming werken, hun in aanmerking komende beleggingsdoelstellingen, de beleggingsinstrumenten die zij kunnen aanwenden en de categorieën van beleggers die in aanmerking komen om in dergelijke fondsen te beleggen door middel van uniforme regels in de Unie. Bij gebreke van een dergelijk gemeenschappelijk kader bestaat het risico dat lidstaten divergerende maatregelen nemen op nationaal niveau die een rechtstreekse negatieve impact hebben op en hinderpalen creëren voor de goede werking van de interne markt, aangezien fondsen die in de hele Unie zouden willen werken, onderworpen zouden zijn aan verschillende regels in verschillende lidstaten. Bovendien zouden divergerende kwaliteitsvereisten inzake portefeuillesamenstelling, beleggingsdoelstellingen en in aanmerking komende beleggers tot verschillende niveaus van beleggersbescherming kunnen leiden en verwarring kunnen creëren wat betreft het beleggingsaanbod waarop een Europees sociaalondernemerschapsfonds (ESO) betrekking heeft. Daarnaast zouden beleggers in staat moeten zijn om het beleggingsaanbod van verschillende ESO's te vergelijken. Het is noodzakelijk om significante hinderpalen inzake grensoverschrijdende fondsenwerving door ESO's op te heffen, concurrentieverstoringen ten aanzien van deze fondsen te vermijden en om te voorkomen dat in de toekomst andere eventuele hinderpalen voor de handel en significante concurrentieverstoringen ontstaan. Bijgevolg is de passende rechtsgrondslag artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zoals geïnterpreteerd in overeenstemming met de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(3)  Het is noodzakelijk om een verordening vast te stellen tot instelling van uniforme regels die van toepassing zijn op ESO's en overeenkomstige verplichtingen op te leggen aan de beheerders ervan in alle lidstaten die kapitaal in de hele Unie wensen op te halen onder gebruikmaking van de benaming ’ESO’. Deze vereisten zouden moeten zorgen voor vertrouwen bij de beleggers die in dergelijke fondsen wensen te beleggen.

(3 bis)  Deze verordening is niet van toepassing op bestaande nationale regelingen die beleggingen in sociaal ondernemerschap mogelijk maken en niet de benaming ’ESO’ gebruiken.

(4)  Door de kwaliteitsvereisten voor het gebruik van de benaming ’ESO’ in een verordening neer te leggen, moet ervoor gezorgd worden dat die vereisten rechtstreeks van toepassing zijn op de beheerders van instellingen voor collectieve belegging die fondsen werven door gebruik te maken van deze benaming. Hierdoor zou worden gezorgd voor uniforme voorwaarden inzake het gebruik van deze benaming door divergerende nationale vereisten als gevolg van de omzetting van een richtlijn te vermijden. Deze verordening zou inhouden dat beheerders van instellingen voor collectieve belegging die deze benaming gebruiken dezelfde regels in de hele Unie zouden moeten volgen, waardoor ook het vertrouwen zou toenemen van beleggers die in fondsen wensen te beleggen welke zich op sociale ondernemingen richten. Een verordening zou, vooral voor die beheerders die kapitaal wensen op te halen op een grensoverschrijdende basis, ook leiden tot minder complexe regelgeving en tot lagere kosten voor beheerders met betrekking tot het naleven van vaak uiteenlopende nationale regels voor dergelijke fondsen. Een verordening moet ook bijdragen aan het elimineren van concurrentieverstoringen.

(4 bis)  Een ESO moet extern of intern beheerd kunnen worden. Indien het ESO intern wordt beheerd, is het ESO ook de beheerder en moet het derhalve voldoen aan alle vereisten voor ESO-beheerders overeenkomstig deze verordening en als dusdanig geregistreerd zijn. Een intern beheerde ESO mag echter niet de externe beheerder van andere instellingen voor collectieve belegging of icbe's zijn.

(5)  Om de relatie tussen deze verordening en andere regels inzake instellingen voor collectieve belegging en de beheerders ervan te verduidelijken, is het noodzakelijk te bepalen dat deze verordening enkel van toepassing dient te zijn op beheerders van andere instellingen voor collectieve belegging dan icbe's overeenkomstig artikel 1 van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's)(4) die gevestigd zijn in de Unie en geregistreerd zijn bij de bevoegde autoriteit in hun lidstaat van herkomst, overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen(5), mits deze beheerders portefeuilles van ESO's beheren. ESO-beheerders die overeenkomstig deze verordening zijn geregistreerd en externe beheerders zijn, moeten bovendien echter icbe's kunnen beheren waarvoor een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG vereist is.

(5 bis)  Bovendien is deze verordening enkel van toepassing ▌op beheerders van instellingen voor collectieve belegging waarvan de activa onder beheer in totaal niet meer bedragen dan het in artikel 3, lid 2, onder b, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde plafond ▌. Dit betekent dat voor de berekening van het plafond in het kader van deze verordening de berekening van het in artikel 3, lid 2, onder b, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde plafond wordt gevolgd. ESO-beheerders die overeenkomstig deze verordening geregistreerd zijn, waarvan de activa in totaal later boven het in artikel 3, lid 2, onder b, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde plafond uitstijgen en die daardoor krachtens artikel 6 van die richtlijn over een vergunning van de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst dienen te beschikken, mogen de benaming ’ESO’ blijven gebruiken bij het op de markt aanbieden van ESO's in de Unie, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden van die richtlijn en dat zij te allen tijde blijven voldoen aan bepaalde vereisten voor het gebruik van de benaming ’ESO’ die in deze verordening zijn vermeld met betrekking tot het ESO. Dit geldt voor bestaande ESO's en voor ESO's die na het overschrijden van het plafond zijn opgericht.

(6)  Wanneer beheerders van instellingen voor collectieve belegging de benaming ’ESO’ niet wensen te gebruiken, is deze verordening niet van toepassing. In die gevallen dienen de bestaande nationale regels en de algemene regels van de Unie verder van toepassing te zijn.

(7)  Deze verordening moet uniforme regels bepalen inzake de aard van ESO's, meer bepaald betreffende de portefeuillemaatschappijen waarin ESO's mogen beleggen en de beleggingsinstrumenten die dienen te worden gebruikt. Dat is noodzakelijk opdat een duidelijke scheidingslijn kan worden getrokken tussen een ESO en andere alternatieve beleggingsfondsen die andere, minder gespecialiseerde, beleggingsstrategieën hanteren (bijvoorbeeld overnames, die deze richtlijn niet tracht te bevorderen).

(7 bis)  Overeenkomstig het doel de onder deze verordening vallende instellingen voor collectieve belegging nauwkeurig te omschrijven en om de klemtoon te leggen op kapitaalverschaffing aan sociale ondernemingen, moeten ESO's worden beschouwd als fondsen die van plan zijn ten minste 70 % van hun totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal in dergelijke ondernemingen te beleggen. Het mag een ESO niet worden toegestaan meer dan 30 % van zijn totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal te beleggen in andere activa dan in aanmerking komende beleggingen. Dit betekent dat 30 % te allen tijde de maximumgrens voor niet in aanmerking komende beleggingen moet zijn, terwijl 70 % moet worden voorbehouden voor in aanmerking komende beleggingen zolang het ESO bestaat. De voormelde limieten moeten worden berekend op basis van belegbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten en aangehouden geldmiddelen en kasequivalenten. Deze verordening moet de nodige gedetailleerde bepalingen bevatten voor de berekening van de bedoelde beleggingslimieten.

(7 ter)  Om te zorgen voor de noodzakelijke duidelijkheid en zekerheid, moeten in deze verordening ook uniforme criteria worden vastgesteld voor de inaanmerkingneming van sociale ondernemingen als portefeuillemaatschappij. Een sociale onderneming is een deelnemer in de sociale economie die vooral een sociaal effect beoogt, en niet zozeer een zo groot mogelijke winst voor de eigenaars of de aandeelhouders. Zij is actief op de markt en levert goederen en diensten, waarbij zij de winsten in hoofdzaak voor het realiseren van sociale doelstellingen aanwendt. Zij wordt op een verantwoorde en transparante wijze bestuurd, waarbij met name de werknemers, consumenten en de door haar commerciële activiteiten beïnvloede partijen worden betrokken.

(7 quater)  Daar sociale ondernemingen ▌als belangrijkste doelstelling hebben een positief sociaal effect te bereiken en niet het maximaliseren van hun winst ▌, moet deze verordening alleen de ondersteuning bevorderen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die het bereiken van een meetbaar en positief sociaal effect als belangrijkste doelstelling ▌hebben. Een meetbaar en positief sociaal effect kan bestaan uit de verlening van diensten aan immigranten die anders uitgesloten worden, of uit de re-integratie van gemarginaliseerde groepen op de arbeidsmarkt door werkgelegenheid, ondersteuning of opleiding te verstrekken. Deze ondernemingen gebruiken hun winsten om deze sociale hoofddoelstelling te realiseren en worden op een verantwoorde en transparante wijze beheerd. Voor de, over het algemeen, uitzonderlijke gevallen, waarbij een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij winst wenst uit te keren aan aandeelhouders en eigenaars, dient de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij over vooraf bepaalde procedures en regels te beschikken over de wijze waarop de winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars. In deze regels dient te worden gespecificeerd dat de uitkering van winst de sociale hoofddoelstelling niet ondermijnt.

(8)  Sociale ondernemingen omvatten een uitgebreid gamma van ondernemingen met uiteenlopende juridische vormen, die sociale diensten of goederen leveren aan kwetsbare, gemarginaliseerde, benadeelde of uitgesloten personen. Dergelijke diensten hebben betrekking op toegang tot huisvesting, gezondheidszorg, hulp voor oudere of gehandicapte personen, kinderverzorging, toegang tot werkgelegenheid en opleiding alsook verslavingszorg. Sociale ondernemingen omvatten eveneens ondernemingen die een productiemethode voor goederen of diensten hanteren die hun sociale doelstelling dient, maar waarvan de activiteiten buiten het toepassingsgebied van het leveren van sociale goederen of diensten kunnen liggen. Daartoe kan sociale en professionele integratie behoren door middel van toegang tot werkgelegenheid voor personen die in het bijzonder benadeeld worden wegens onvoldoende kwalificaties of sociale of professionele problemen die leiden tot uitsluiting en marginalisering. Deze activiteiten kunnen ook milieubescherming met een maatschappelijk effect betreffen, zoals maatregelen tegen verontreiniging, recycling en hernieuwbare energie.

(8 bis)  Deze verordening heeft tot doel de groei van sociale ondernemingen in de Unie te ondersteunen. Beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die in derde landen gevestigd zijn, kunnen meer kapitaal naar ESO's leiden en daarmee sociale ondernemingen in de Unie ten goede komen. Er mogen echter in geen geval beleggingen in portefeuillemaatschappijen in derde landen worden gedaan als die gevestigd zijn in belastingparadijzen of niet tot samenwerken geneigde rechtsgebieden.

(8 ter)  Een ESO mag niet worden gevestigd in belastingparadijzen of niet tot samenwerken geneigde rechtsgebieden, zoals derde landen die met name gekenmerkt worden door het ontbreken van belastingen of de toepassing van nominale belastingtarieven, een gebrek aan passende samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de ESO-beheerder en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar het sociaalondernemerschapsfonds gevestigd is, of een gebrek aan doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden. Een ESO mag evenmin beleggen in rechtsgebieden waarop een van de bovenstaande criteria van toepassing is.

(8 quater)  ESO-beheerders dienen in staat te zijn om gedurende de levensduur van een fonds extra kapitaal aan te trekken. Met dergelijke extra kapitaaltoezeggingen tijdens de levensduur van het ESO moet rekening worden gehouden wanneer de volgende belegging in andere dan in aanmerking komende activa wordt overwogen. Extra kapitaaltoezeggingen moeten toegestaan zijn in overeenstemming met de criteria en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in het reglement of de statuten van het ESO.

(9)  Rekening houdend met de specifieke financieringsbehoeften van sociale ondernemingen, is het noodzakelijk om duidelijkheid te verkrijgen met betrekking tot de soorten instrumenten die een ESO moet aanwenden voor deze financiering. Daarom worden in deze verordening uniforme regels vastgesteld met betrekking tot in aanmerking komende instrumenten die door een ESO dienen te worden gebruikt wanneer beleggingen worden gedaan, waaronder aandelen- en quasiaandeleninstrumenten, schuldinstrumenten, zoals promessen en kasbonnen, beleggingen in andere ESO's, gedekte en ongedekte leningen, en toelagen. Om verwatering van de beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen te voorkomen, mag het ESO's alleen worden toegestaan in andere ESO's te beleggen indien die andere ESO's zelf niet meer dan 10 % van hun totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal in andere ESO's hebben belegd.

(9 bis)  De kernactiviteiten van ESO's bestaan uit het financieren van sociale ondernemingen via primaire beleggingen. ESO's mogen niet aan systemisch belangrijke bankactiviteiten buiten het gewone prudentiële regelgevend kader doen (zogenaamd ’schaduwbankieren’). Zij mogen evenmin typische private-equitystrategieën volgen, zoals overnames met vreemd vermogen.

(10)  Om de noodzakelijke flexibiliteit in hun beleggingsportefeuille te handhaven, mogen ESO's ▌beleggen in andere activa dan in aanmerking komende instrumenten, in zoverre deze beleggingen de limiet van 30 % voor niet in aanmerking komende beleggingen niet overschrijden. Met het ▌aanhouden van cash en cashequivalenten dient geen rekening te worden gehouden bij het berekenen van deze limiet daar cash en cashequivalenten niet als beleggingen dienen te worden beschouwd. ESO's dienen in heel hun portefeuille beleggingen te doen die stroken met hun ethische beleggingsstrategie; zo dienen zij zich te onthouden van beleggingen in bijvoorbeeld de wapenindustrie en van beleggingen die tot mensenrechtenschendingen dreigen te leiden of de dumping van elektronisch afval met zich mee brengen.

(11)  Om ervoor te zorgen dat de benaming ’ESO’ betrouwbaar en gemakkelijk herkenbaar is voor beleggers in de hele Unie, dient deze verordening te bepalen dat enkel ESO-beheerders die beantwoorden aan de uniforme kwaliteitscriteria, zoals deze zijn vastgesteld in deze verordening, in aanmerking moeten komen om deze benaming te gebruiken bij het op de markt aanbieden van ESO's in de hele Unie.

(12)  Om ervoor te zorgen dat ESO's een duidelijk en herkenbaar profiel hebben dat geschikt is voor het doel waarvoor zij bedoeld zijn, dienen er uniforme regels te bestaan inzake de samenstelling van de portefeuille en inzake de beleggingstechnieken die toegestaan zijn voor dergelijke fondsen.

(13)  Om ervoor te zorgen dat ESO's niet bijdragen aan de ontwikkeling van systemische risico's en ▌dat dergelijke fondsen zich in hun beleggingsactiviteiten toeleggen op het ondersteunen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen, mag het gebruik van hefboomwerking op het niveau van het fonds niet worden toegestaan. Het mag de ESO-beheerder alleen worden toegestaan krediet te nemen, schuldpapier uit te geven of garanties te verschaffen op het niveau van de ESO's, mits dat krediet, dat schuldpapier of die garanties gedekt zijn door niet-gestort toegezegd kapitaal en aldus de risicopositie van het fonds niet doen toenemen tot een niveau dat hoger is dan zijn toegezegd kapitaal. Vooruitbetalingen in contanten van beleggers in het ESO die volledig gedekt zijn door toegezegd kapitaal van deze beleggers, doen de risicopositie van het ESO op die manier niet toenemen en moeten daarom worden toegestaan. Om het fonds in staat te stellen buitengewone liquiditeitsbehoeften te dekken die in zijn rekeningen zouden kunnen ontstaan tussen een opvraging van toegezegd kapitaal bij beleggers en de daadwerkelijke ontvangst van het kapitaal, dienen ook kredietnemingen op korte termijn te worden toegestaan, op voorwaarde dat het niet-gestort toegezegd kapitaal hiermee niet wordt overschreden.

(14)  Om ervoor te zorgen dat ESO's alleen aangeboden worden aan beleggers die over ▌ervaring, kennis en expertise beschikken om hun eigen beleggingsbeslissingen te nemen, om de risico's ▌die deze fondsen inhouden naar behoren te beoordelen, en om het vertrouwen van beleggers in ESO's in stand te houden, dienen bepaalde specifieke beveiligingsmaatregelen te worden getroffen. Daarom mogen ESO's ▌enkel worden aangeboden aan beleggers die professionele klanten zijn of die als professionele klanten kunnen worden behandeld overeenkomstig Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten ▌(6). Om over een voldoende ruime beleggersbasis voor beleggingen in ESO's te beschikken, is het evenwel eveneens wenselijk dat bepaalde andere beleggers, inclusief vermogende individuen, toegang hebben tot deze fondsen. Voor die andere beleggers dienen er evenwel specifieke beveiligingsmaatregelen te worden getroffen om ervoor te zorgen dat ESO's enkel worden aangeboden aan beleggers die over het passende profiel beschikken om dergelijke beleggingen te doen. Deze beveiligingsmaatregelen sluiten aanbieding op de markt met behulp van periodieke spaarplannen uit. Voorts moeten de bestuursleden, directeuren of werknemers die bij het bestuur van een ESO-beheerder betrokken zijn, beleggingen kunnen doen in het ESO dat zij beheren, aangezien deze personen voldoende kennis hebben om hierin te participeren.

(15)  Om ervoor te zorgen dat enkel beheerders van ESO's die aan de uniforme kwaliteitscriteria betreffende hun gedrag op de markt beantwoorden, de benaming ’ESO’ gebruiken, dient deze verordening regels te bepalen betreffende de bedrijfsvoering en betreffende de relatie van de beheerder van het ESO met zijn beleggers. Om dezelfde reden moet deze verordening eveneens uniforme voorwaarden bepalen betreffende het behandelen van belangenconflicten door die beheerders. Deze regels moeten de beheerder er ook toe verplichten de noodzakelijke organisatorische en administratieve regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat belangenconflicten op passende wijze worden behandeld.

(15 bis)  Wanneer een ESO-beheerder functies wil delegeren aan derden, mag de aansprakelijkheid van de beheerder jegens het ESO en de beleggers niet worden beïnvloed door het feit dat de ESO-beheerder functies heeft gedelegeerd aan een derde. Bovendien mag de ESO-beheerder niet in die mate functies delegeren dat hij in wezen niet meer beschouwd kan worden als de beheerder van het ESO en een postbusentiteit wordt. De ESO-beheerder moet te allen tijde verantwoordelijk blijven voor de correcte uitvoering van de gedelegeerde functies en de naleving van deze verordening. Het delegeren van functies mag de doeltreffendheid van het toezicht door de ESO-beheerder niet aantasten en mag in het bijzonder de ESO-beheerder er niet van weerhouden in zijn handelen of in het beheer van het ESO de belangen van de beleggers voorop te stellen.

(16)  Het creëren van positieve sociale effecten boven op het genereren van financiële winst voor beleggers is een sleutelkenmerk van beleggingsfondsen die zich richten op sociale ondernemingen, waardoor deze zich onderscheiden van andere soorten van beleggingsfondsen. Daarom moet deze verordening vereisen dat de ESO-beheerder procedures invoert voor het ▌meten van de positieve sociale effecten die door de belegging in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen dienen te worden gerealiseerd.

(16 bis)  Fondsen die zich richten op sociale resultaten of effecten beoordelen en verzamelen momenteel typisch informatie over de mate waarin sociale ondernemingen de resultaten bereiken waarop zij zich richten. Er bestaan veel soorten sociale resultaten of effecten waarop een sociale onderneming zich kan richten. Er zijn dan ook verschillende manieren ontwikkeld om de sociale effecten vast te stellen en te meten. Zo kan een onderneming die benadeelde personen wil helpen, verslag uitbrengen over het aantal dergelijke personen dat ze geholpen heeft, bijvoorbeeld door ze een baan aan te bieden terwijl ze er anders geen zouden hebben gehad. Of een onderneming die gedetineerden bij hun vrijlating beter wil helpen terugkeren in de maatschappij, kan haar resultaten beoordelen aan de hand van de recidivecijfers. De fondsen helpen de ondernemingen informatie over hun doelstellingen en verwezenlijkingen op te stellen, te verschaffen en voor beleggers te verzamelen. Hoewel informatie over de sociale effecten voor beleggers erg belangrijk is, is vergelijking tussen verschillende sociale ondernemingen en verschillende fondsen moeilijk vanwege de verschillen in sociale resultaten waarop wordt gemikt, en vanwege de verscheidenheid in aanpak. Om op langere termijn een zo groot mogelijke consistentie en vergelijkbaarheid van dergelijke informatie en een zo groot mogelijke efficiëntie in de procedures voor het verkrijgen van de informatie aan te moedigen, is het wenselijk op dit gebied gedelegeerde handelingen uit te werken. Dergelijke gedelegeerde handelingen moeten ook meer duidelijkheid opleveren voor de toezichthouders, de ESO's en sociale ondernemingen.

(17)  Om de integriteit van de benaming ’ESO’ in stand te houden, dient deze verordening eveneens kwaliteitscriteria te bevatten betreffende de organisatie van een ESO-beheerder. Daarom dient deze verordening uniforme, evenredige vereisten vast te stellen betreffende de noodzaak om toereikende technische en menselijke middelen ▌aan te houden ▌.

(17 bis)  Om ervoor te zorgen dat het ESO behoorlijk wordt beheerd en dat de beheerder in staat is potentiële risico's die uit de activiteiten ervan voortkomen op te vangen, dienen in deze verordening uniforme, evenredige vereisten voor ESO-beheerders te worden vastgesteld om voldoende eigen vermogen aan te houden. Dat eigen vermogen moet voldoende bedragen om de continuïteit en het behoorlijke beheer van het ESO te garanderen.

(18)  Met het oog op beleggersbescherming is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat de activa van de ESO's behoorlijk worden geëvalueerd. Daarom dienen het reglement of de statuten van het ESO regels te bevatten inzake de waardering van activa. Dit zou voor integriteit en transparantie van de waardering moeten zorgen.

(19)  Om ervoor te zorgen dat ESO-beheerders die gebruikmaken van de benaming ’ESO’ voldoende rekenschap afleggen van hun activiteiten, dienen uniforme regels inzake jaarverslagen te worden bepaald.

(20)  Om de integriteit van de benaming ’ESO’ in de ogen van beleggers in stand te houden, is het noodzakelijk dat deze benaming enkel wordt gebruikt door fondsbeheerders die volledig transparant zijn wat betreft hun beleggingsbeleid en hun beleggingsdoelstellingen. Daarom dient deze verordening uniforme regels te bepalen betreffende de openbaarmakingsvereisten die voor een ESO-beheerder ten aanzien van zijn beleggers gelden. Deze vereisten omvatten die elementen welke specifiek zijn voor beleggingen in sociale ondernemingen, zodat een grotere consistentie en vergelijkbaarheid van dergelijke informatie kan worden verkregen. Daartoe behoort informatie over de criteria en de procedures die worden gebruikt om welbepaalde in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen te selecteren als beleggingsdoel. Daartoe behoort ook informatie over het positieve sociale effect dat gerealiseerd dient te worden met het beleggingsbeleid en de wijze waarop dit moet worden gemonitord en beoordeeld. Om te zorgen voor het noodzakelijke vertrouwen van beleggers in dergelijke beleggingen, behoort daartoe ook informatie over de activa van ESO's die niet belegd worden in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de wijze waarop deze worden geselecteerd.

(21)  Om ervoor te zorgen dat efficiënt toezicht wordt uitgeoefend met betrekking tot de uniforme vereisten die in deze verordening vervat zijn, dient de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst erop toe te zien dat de ESO-beheerder de uniforme vereisten die zijn vastgesteld in deze verordening naleeft. Te dien einde dient de ESO-beheerder die zijn fondsen wenst aan te bieden onder de benaming ’ESO’ de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst van dit voornemen in kennis te stellen. De bevoegde autoriteit dient de fondsbeheerder te registreren indien alle noodzakelijke informatie is verstrekt en indien geschikte regelingen zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van deze verordening. Deze registratie dient geldig te zijn in heel de Unie.

(21 bis)  Om het efficiënt, grensoverschrijdend op de markt aanbieden van ESO's te vergemakkelijken dient de registratie van de beheerder zo snel mogelijk te gebeuren.

(21 ter)  Hoewel in deze verordening in waarborgen is voorzien om te verzekeren dat fondsen correct worden gebruikt, moeten de toezichthoudende autoriteiten erop letten of aan deze waarborgen wordt voldaan.

(22)  Om te zorgen voor effectief toezicht op het naleven van de uniforme criteria die zijn vastgesteld, dient deze verordening regels te bevatten betreffende de omstandigheden waarbij de informatie die aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verstrekt wordt, geactualiseerd moet worden.

(23)  Met het oog op effectief toezicht op de naleving van de vereisten van deze verordening, dient in deze verordening eveneens een proces te worden vastgesteld voor grensoverschrijdende kennisgevingen tussen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, dat in gang gezet wordt door de registratie van de ESO-beheerder in zijn lidstaat van herkomst.

(24)  Om transparante voorwaarden inzake het op de markt aanbieden van ESO's in de hele Unie in stand te houden, dient aan de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad(7), het aanhouden van een centrale databank te worden toevertrouwd, waarin alle in overeenstemming met deze verordening geregistreerde ESO-beheerders en de ESO's die zij beheren worden opgenomen ▌.

(24 bis)  Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de ESO-beheerder deze verordening overtreedt binnen haar rechtsgebied, dient zij dit onmiddellijk te melden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, die dan passende maatregelen dient te nemen.

(24 ter)  Indien de ESO-beheerder blijft handelen op een wijze die duidelijk tegen deze verordening indruist, ondanks de maatregelen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of omdat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst niet binnen een redelijk tijdsbestek optreedt, mag de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, nadat zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst op de hoogte heeft gebracht, alle passende maatregelen treffen die nodig zijn om de beleggers te beschermen, met inbegrip van de mogelijkheid de betrokken beheerder te verhinderen zijn ESO's nog langer op de markt aan te bieden op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst.

(25)  Om ervoor te zorgen dat effectief toezicht wordt uitgeoefend met betrekking tot de vastgestelde uniforme vereisten, dient de verordening een lijst van toezichtbevoegdheden te bevatten waarover de bevoegde autoriteiten moeten beschikken.

(26)  Om een behoorlijke handhaving te verzekeren, dient deze verordening administratieve sancties en maatregelen wegens schending van sleutelbepalingen van deze verordening te bevatten, namelijk de regels betreffende de portefeuillesamenstelling, betreffende beveiligingsmaatregelen die betrekking hebben op de identiteit van in aanmerking komende beleggers en betreffende het gebruik van de benaming ’ESO’ (enkel door geregistreerde ESO-beheerders). Er dient te worden bepaald dat een schending van deze sleutelbepalingen aanleiding geeft tot het verbod op het gebruik van de benaming en tot de schrapping van de fondsbeheerder uit het register.

(27)  De toezichtinformatie dient te worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van herkomst en de lidstaten van ontvangst en de ESMA.

(28)  De effectieve regelgevende samenwerking tussen de entiteiten die als taak hebben toezicht uit te oefenen op het naleven van de uniforme criteria welke in deze verordening zijn vastgesteld, vereist dat een hoog niveau van beroepsgeheim dient te gelden voor alle relevante nationale overheden en voor de ESMA.

(28 bis)  De bijdrage van ESO's aan de groei van een Europese markt voor sociale beleggingen zal afhangen van het gebruik dat fondsbeheerders van de benaming zullen maken, de erkenning van de benaming door beleggers en de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor sociale ondernemingen in de hele Unie dat deze ondernemingen helpt om gebruik te maken van de geboden financieringsmogelijkheden. Daartoe moeten alle belanghebbenden, inclusief de marktexploitanten, de bevoegde autoriteiten in de lidstaten, de Commissie en andere relevante entiteiten in de Unie ervoor trachten te zorgen dat de mogelijkheden die deze verordening biedt, goed bekend zijn.

(29)  Technische normen voor financiële diensten dienen te zorgen voor een consistente harmonisering en een hoog niveau van toezicht in de gehele Unie. Het zou efficiënt en passend zijn de ESMA, als autoriteit met een sterk gespecialiseerde expertise, met de opstelling van een aan de Commissie voor te leggen ontwerp van technische uitvoeringsnormen te belasten, in zoverre daarin geen beleidskeuzes gedaan worden.

(30)  De Commissie dient gemachtigd te worden om technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen krachtens artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010▌. Aan de ESMA dient het ontwerpen van technische uitvoeringsnormen inzake de vorm ▌van de in deze verordening bedoelde kennisgeving te worden toevertrouwd.

(31)  Om de in deze verordening vastgestelde vereisten te specificeren, dient de bevoegdheid om handelingen vast te stellen in overeenstemming met artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie te worden gedelegeerd ten aanzien van het specificeren van de soorten goederen en diensten of de desbetreffende productiemethoden die een sociaal doel dienen, en de situaties waarin winsten aan de eigenaars en beleggers kunnen worden uitgekeerd, de soorten belangenconflicten die ESO-beheerders dienen te vermijden en de maatregelen die in het licht hiervan dienen te worden getroffen, de nadere procedures om de sociale effecten te meten die door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen dienen te worden bereikt, en de inhoud van de beleggersinformatie en de wijze waarop deze wordt verstrekt. Het is bijzonder belangrijk dat de Commissie, ook op deskundigenniveau, passende raadplegingen houdt tijdens haar voorbereidende werkzaamheden, rekening houdend met zelfreguleringsinitiatieven en gedragscodes. Bij de door de Commissie gehouden raadplegingen tijdens haar voorbereidende werkzaamheden in verband met gedelegeerde handelingen inzake de nadere procedures om de sociale effecten te meten die door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen dienen te worden bereikt, moeten relevante belanghebbenden en de ESMA worden betrokken. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden overgelegd.

(33)  Uiterlijk vier jaar na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, dient een toetsing van deze verordening te worden uitgevoerd om rekening te houden met de ontwikkelingen op de markt van ESO's. De toetsing dient een algemeen onderzoek te omvatten van de werking van de regels in deze verordening en de ervaring die is opgedaan bij het toepassen ervan. Op basis van de toetsing moet de Commissie een verslag, in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen, voorleggen aan het Europees Parlement en de Raad.

(33 bis)  Voorts dient de Commissie tegen uiterlijk 22 juli 2017 werk te maken van een toetsing van de interactie tussen deze verordening en andere regels inzake instellingen voor collectieve belegging en de beheerders ervan, met name die van Richtlijn 2011/61/EU. Bij deze evaluatie moet met name aandacht worden besteed aan het toepassingsgebied van deze verordening en worden beoordeeld of het nodig is dat uit te breiden om beheerders van ruimere alternatieve beleggingsfondsen de benaming ESO te laten gebruiken. Op basis van deze evaluatie dient de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor te leggen dat, zo nodig, vergezeld gaat van wetgevingsvoorstellen.

(33 ter)  In de context van deze toetsing moet de Commissie nagaan of eventuele hinderpalen beleggers hebben belet om van de fondsen gebruik te maken, met inbegrip van de invloed op institutionele beleggers van andere prudentiële regelgeving die mogelijkerwijze op hen van toepassing is. Daarenboven moet de Commissie gegevens verzamelen om te beoordelen welke bijdrage ESO's leveren aan andere EU-programma's, zoals Horizon 2020, die er eveneens toe strekken innovatie in de Unie te ondersteunen.

(33 quater)  In verband met het door de Commissie te voeren onderzoek naar fiscale hinderpalen voor grensoverschrijdende durfkapitaalbeleggingen zoals vermeld in de mededeling van de Commissie van 7 december 2011 getiteld ’Een actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo's’ en in de context van de toetsing van deze verordening, dient de Commissie erover te denken een soortgelijk onderzoek naar mogelijke fiscale hinderpalen voor sociaalondernemerschapsfondsen uit te voeren, en mogelijke fiscale prikkels ter aanmoediging van sociaal ondernemerschap in de Unie te beoordelen.

(33 quinquies)  De ESMA dient een raming op te maken van haar personele en andere behoeften die voortvloeien uit de vervulling van haar taken en bevoegdheden overeenkomstig deze verordening, en daarover verslag uit te brengen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

(34)  Deze verordening respecteert de grondrechten en leeft de beginselen na die in het bijzonder erkend worden in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met inbegrip van het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven en de vrijheid van ondernemerschap.

(35)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(8) regelt de verwerking van persoonsgegevens die wordt uitgevoerd in de lidstaten in het kader van deze verordening en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in het bijzonder de publieke onafhankelijke autoriteiten die door de lidstaten worden aangewezen. Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(9) regelt de verwerking van persoonsgegevens die wordt uitgevoerd door de ESMA binnen het kader van deze verordening en onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

(36)  Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk om een interne markt voor ESO's te ontwikkelen door het bepalen van een kader voor de registratie van ESO-beheerders waardoor het op de markt aanbieden van ESO's in de hele EU wordt vereenvoudigd, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen ervan beter op uniaal niveau kan worden verwezenlijkt, mag de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, zoals bepaald in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Deze verordening bepaalt uniforme vereisten en voorwaarden voor die beheerders van instellingen voor collectieve belegging welke gebruik wensen te maken van de benaming ’ESO’ voor het op de markt aanbieden van ESO's in de Unie en draagt aldus bij tot de vlotte werking van de interne markt.

De verordening stelt tevens uniforme regels vast betreffende het op de markt aanbieden van ESO's aan in aanmerking komende beleggers in de gehele Unie, betreffende de portefeuillesamenstelling van ESO's, betreffende de in aanmerking komende beleggingsinstrumenten en -technieken alsook betreffende de organisatie, de transparantie en het gedrag van ESO-beheerders die ESO's op de markt aanbieden in de hele Unie.

Artikel 2

1.  Deze verordening is van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging, zoals gedefinieerd in punt b) van artikel 3, lid 1, waarvan de activa onder beheer in totaal niet meer bedragen dan het in punt b) van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde plafond, die gevestigd zijn in de Unie en die onderworpen zijn aan registratie bij de bevoegde autoriteiten in hun lidstaat van herkomst, in overeenstemming met punt a) van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU, mits die beheerders portefeuilles van ESO's beheren ▌.

1 bis.  ESO-beheerders die overeenkomstig artikel 14 van deze verordening geregistreerd zijn, waarvan de activa in totaal later boven het in punt b) van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde plafond uitstijgen en die daardoor krachtens artikel 6 van die richtlijn over een vergunning van de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst dienen te beschikken, mogen de benaming ’ESO’ blijven gebruiken bij het op de markt aanbieden van ESO's in de Unie, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2011/61/EU en dat zij te allen tijde blijven voldoen aan de artikelen 3, 5 en 9, artikel 12, lid 2, en artikel 13, lid 1, onder c, d en e, van deze verordening met betrekking tot ESO's.

3 bis.  ESO-beheerders die in overeenstemming met deze verordening geregistreerd zijn, mogen bovendien icbe's beheren waarvoor een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG vereist is, op voorwaarde dat zij externe beheerders zijn.

Artikel 3

1.  Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

   (a) ’Europees sociaalondernemerschapsfonds’ (ESO): een instelling voor collectieve belegging die:
     (i) van plan is ten minste 70 % van haar totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal te beleggen in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn binnen een tijdsbestek dat is vastgesteld in het reglement of de statuten van het ESO;
     (ii) nooit meer dan 30% van de totale kapitaalinbrengen en het niet-gestort toegezegd kapitaal van het fonds gebruikt voor het verwerven van andere activa dan in aanmerking komende beleggingen;
    (iii) gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat, of in een derde land, op voorwaarde dat dat derde land:
     - niet over fiscale maatregelen beschikt die leiden tot geen belasting of de toepassing van nominale belastingtarieven, of er voordelen worden verleend zelfs zonder enige echte economische activiteit en wezenlijke economische aanwezigheid in het derde land dat dergelijke belastingvoordelen biedt;
     - passende samenwerkingsovereenkomsten met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de ESO-beheerder heeft waardoor een doeltreffende informatie-uitwisseling in de zin van artikel 21 van deze verordening kan worden gewaarborgd en de bevoegde autoriteiten hun taken overeenkomstig deze verordening kunnen uitvoeren;
     - niet op de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF staat;
     - een overeenkomst heeft gesloten met de lidstaat van herkomst van de ESO-beheerder en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in het ESO naar voornemen zullen worden verhandeld, zodat gewaarborgd is dat het derde land volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake belasting op inkomen en vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten.

De in de punten (i) en (ii) bedoelde limieten worden berekend op basis van belegbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten en aangehouden cash en cashequivalenten.

   (a bis) ’relevante kosten’: alle vergoedingen, kosten en uitgaven die direct of indirect door beleggers gedragen worden en die overeengekomen zijn door de beheerder van en de beleggers in de ESO's;
   (b) ’instelling voor collectieve belegging’: een abi zoals gedefinieerd in punt a) van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2011/61/EU;
  (c) ’in aanmerking komende beleggingen’: elk van de onderstaande instrumenten:
   (i) aandelen- of quasiaandeleninstrumenten die:
     - uitgegeven worden door een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en die rechtstreeks door het in aanmerking komend ESO bij de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij worden verworven, ▌
     - uitgegeven worden door een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij in ruil voor gewone aandelen die door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij worden uitgegeven; of
     - uitgegeven worden door een onderneming waarvan de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij een dochteronderneming is waarin de betrokken onderneming een meerderheidsbelang heeft, en die door het in aanmerking komende ESO is verworven in ruil voor een aandeleninstrument dat door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij is uitgegeven;
     (ii) gesecuritiseerde en niet-gesecuritiseerde schuldinstrumenten, uitgegeven door een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij;
     (iii) deelnemingsrechten of aandelen van een of meerdere andere ESO's, op voorwaarde dat die ESO's zelf niet meer dan 10 % van hun totale kapitaalinbrengen en niet-gestort toegezegd kapitaal in ESO's hebben belegd;
     (iv) gedekte en ongedekte leningen die door het ESO verstrekt zijn aan een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij;
     (v) elk ander type van participatie in een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij.
  (d) ’in aanmerking komende portefeuillemaatschappij’: een onderneming die op het ogenblik dat het ESO daarin belegt, niet tot de handel toegelaten is op een gereglementeerde markt of op een multilaterale handelsfaciliteit (multilateral trading facility ‐ MTF), zoals gedefinieerd in punt 14) en 15) van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG, ▌en die:
    (-i) gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat, of in een derde land, op voorwaarde dat dat derde land:
     - niet over fiscale maatregelen beschikt die leiden tot geen belasting of de toepassing van nominale belastingtarieven, of er voordelen worden verleend zelfs zonder enige echte economische activiteit en wezenlijke economische aanwezigheid in het derde land dat dergelijke belastingvoordelen biedt;
     - niet op de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF staat;
     - een overeenkomst heeft gesloten met de lidstaat van herkomst van de ESO-beheerder en met elke andere lidstaat waar de deelnemingsrechten of aandelen in het ESO naar voornemen zullen worden verhandeld, zodat gewaarborgd is dat het derde land volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake belasting op inkomen en vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten;
    (i) als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten overeenkomstig haar statuten of elk ander statutair document of reglement waarbij de onderneming wordt opgericht, voor zover de maatschappij:
   - ▌diensten of goederen levert ten behoeve van kwetsbare, gemarginaliseerde, benadeelde of uitgesloten personen; ▌
   - ▌een productiemethode voor haar goederen of diensten gebruikt die haar sociale doelstelling belichaamt; of
     - uitsluitend financiële steun verleent aan sociale ondernemingen zoals gedefinieerd onder de eerste twee streepjes;
     (ii) haar winst op de eerste plaats gebruikt om haar sociale hoofddoel te realiseren overeenkomstig haar statuten of elk ander statutair document of reglement waarbij de onderneming wordt opgericht. In die statuten of dat reglement zijn vooraf bepaalde procedures en regels ingesteld voor alle omstandigheden waarin winst worden uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars om ervoor te zorgen dat door uitkering van winst de primaire doelstelling niet wordt ondergraven; en
     (iii) op verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en belanghebbenden die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten.
   (e) ’aandeel’: eigendomsbelang in een onderneming dat wordt vertegenwoordigd door een aandeel of een ander instrument van deelneming in het kapitaal van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij dat aan haar beleggers wordt uitgegeven;
     (e bis) ’quasiaandeel’: elk soort financieringsinstrument dat een combinatie van aandelen en schulden is, waarvan het rendement gekoppeld is aan de winsten of verliezen van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en waarbij de terugbetaling van het instrument in geval van wanbetaling niet volledig gedekt is;
   (f) ’aanbieding (op de markt)’: een directe of indirecte aanbieding of plaatsing op initiatief van de ESO-beheerder of in naam van de ESO-beheerder van deelnemingsrechten of aandelen van een door hem beheerd ESO aan, respectievelijk bij beleggers die hun woonplaats of statutaire zetel in de Unie hebben;
   (g) ’toegezegd kapitaal’: elke verbintenis waardoor een belegger verplicht is, binnen het tijdsbestek dat in het reglement of de statuten van het ESO is vastgesteld, een belang in het ESO te verwerven of kapitaal in het ESO in te brengen;
   (h) ’ESO-beheerder’: een rechtspersoon waarvan de normale werkzaamheden bestaan in het beheer van ten minste één in aanmerking komend ESO;
   (i) ’lidstaat van herkomst’: lidstaat waar de ESO-beheerder is gevestigd en onderworpen is aan registratie bij de bevoegde autoriteiten, overeenkomstig punt a) van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU;
   (j) ’lidstaat van ontvangst’: lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de ESO-beheerder ▌ESO's overeenkomstig deze verordening op de markt aanbiedt;
   (k) ’bevoegde autoriteit’: de nationale autoriteit die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen door de lidstaat van herkomst wordt aangewezen om de registratie van de in artikel 2, lid 1, bedoelde beheerders van instellingen voor collectieve belegging te verzorgen;
     (k bis) ’icbe’: een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2009/65/EG.

Met betrekking tot punt (h) wordt, indien de rechtsvorm van een ESO intern beheer toestaat en het bestuursorgaan van het fonds ervoor kiest geen externe beheerder aan te stellen, het ESO zelf als de ESO-beheerder geregistreerd. Een ESO die als interne ESO-beheerder is geregistreerd, kan niet als externe ESO-beheerder van andere instellingen voor collectieve belegging worden geregistreerd.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen tot specificatie van de soorten diensten of goederen alsook de productiemethoden van diensten of goederen die een sociale doelstelling belichamen als bedoeld in lid 1, onder d), punt i), van dit artikel vast te stellen rekening houdend met de verschillende soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de omstandigheden waarin winstuitkeringen aan eigenaars en beleggers kunnen plaatsvinden.

HOOFDSTUK II

VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE BENAMING ’ESO’

Artikel 4

ESO-beheerders die de vereisten naleven die bepaald zijn in dit hoofdstuk, hebben het recht om de benaming ’ESO’ te gebruiken bij het op de markt aanbieden van ESO's in geheel de Unie.

Artikel 5

1.  ESO-beheerders zorgen ervoor dat, wanneer zij andere activa dan in aanmerking komende beleggingen verwerven, niet meer dan 30 % van de totale kapitaalinbrengen en het niet-gestort toegezegd kapitaal gebruikt wordt voor het verwerven van andere activa dan in aanmerking komende beleggingen; de 30 % wordt berekend op basis van de belegbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten; met het ▌aanhouden van cash en cashequivalenten wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van deze limiet daar cash en cashequivalenten niet als beleggingen dienen te worden beschouwd.

2.  De ESO-beheerder mag ▌op het niveau van het ESO geen methoden aanwenden waardoor de uitzetting van het fonds middels het opnemen van cash of effecten, het aangaan van derivatenposities of op welke andere wijze ook toeneemt tot een niveau dat hoger is dan zijn toegezegd kapitaal.

2 bis.  De ESO-beheerder mag alleen krediet nemen, schuldpapier uitgeven of waarborgen verstrekken op het niveau van het ESO indien dat krediet, dat schuldpapier of die waarborgen gedekt zijn door niet-gestort toegezegd kapitaal.

Artikel 6

1.  ESO-beheerders bieden de deelnemingsrechten en aandelen van ESO's onder beheer uitsluitend aan aan beleggers die beschouwd worden als professionele cliënten overeenkomstig afdeling I van bijlage II van Richtlijn 2004/39/EG of die op verzoek als professionele cliënten behandeld mogen worden overeenkomstig afdeling II van bijlage II van Richtlijn 2004/39/EG of aan andere beleggers waarbij:

   (a) die andere beleggers zich ertoe verbinden een minimum van 100.000 EUR te beleggen; en
   (b) die andere beleggers schriftelijk verklaren, in een ander document dan het contract dat wordt gesloten voor de verbintenis om te beleggen, dat zij zich bewust zijn van de risico's die verbonden zijn aan de beoogde verbintenis.

1 bis.  Lid 1 geldt niet voor beleggingen door de bestuursleden, directeuren of werknemers die bij het bestuur van een ESO-beheerder betrokken zijn, wanneer zij beleggen in de ESO's die zij beheren.

Artikel 7

ESO-beheerders moeten met betrekking tot de ESO's die zij beheren:

   (a) bij de uitoefening van hun werkzaamheden billijk, loyaal en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te werk gaan;
   (b) passende beleidsregels en procedures toepassen om wanpraktijken te voorkomen waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat deze een invloed hebben op de belangen van beleggers en de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;
   (c) hun zakelijke activiteiten uitoefenen om het positieve maatschappelijke effect van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin belegd wordt, de belangen van de ESO's die zij beheren en van de beleggers in die ESO's en de integriteit van de markt te bevorderen;
   (d) een hoog niveau van toewijding aan de dag leggen bij het selecteren en aanhoudend monitoren van de beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en hun positieve maatschappelijke effect;
   (e) beschikken over toereikende kennis van en inzicht in de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin zij beleggen;
   (e bis) hun beleggers loyaal behandelen;
   (e ter) ervoor zorgen dat geen enkele belegger een voorkeursbehandeling ten deel valt, tenzij deze voorkeursbehandeling in het reglement of de statuten van het ESO wordt vermeld.

Artikel 7 bis

1.  Indien een ESO-beheerder functies wil delegeren aan derden, mag de aansprakelijkheid van de beheerder jegens het ESO en de beleggers niet worden beïnvloed door het feit dat de beheerder functies heeft gedelegeerd aan een derde, en de beheerder mag evenmin in die mate functies delegeren dat hij in wezen niet meer beschouwd kan worden als de beheerder van het ESO en een postbusentiteit wordt.

2.  Het delegeren mag de doeltreffendheid van het toezicht door de ESO-beheerder niet aantasten en mag in het bijzonder de ESO-beheerder er niet van weerhouden in zijn handelen of in het beheer van het ESO de belangen van de beleggers voorop te stellen.

Artikel 8

1.  ESO-beheerders zijn ermee belast belangenconflicten vast te stellen en te vermijden en, ingeval deze niet kunnen worden vermeden, ze te beheren en te monitoren en, overeenkomstig lid 4, die belangenconflicten terstond openbaar te maken om te voorkomen dat zij een negatieve invloed hebben op de belangen van de ESO's en hun beleggers en om ervoor te zorgen dat de ESO's die zij beheren op eerlijke wijze worden behandeld.

2.  ESO-beheerders stellen in het bijzonder die belangenconflicten vast welke kunnen ontstaan tussen:

   (a) ESO-beheerders, die personen welke daadwerkelijk de activiteiten van de ESO-beheerder uitoefenen, werknemers of elke persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks de ESO-beheerder controleert of door hem gecontroleerd wordt, en het ESO dat beheerd wordt door de ESO-beheerder of de beleggers in die ESO's;
   (b) een ESO of de beleggers in dat ESO, en een ander ESO dat beheerd wordt door die ESO-beheerder, of de beleggers in dat andere ESO;
     (b bis) het ESO of de beleggers in dat ESO, en een instelling voor collectieve belegging of icbe die beheerd wordt door dezelfde ESO-beheerder of de beleggers in die instelling voor collectieve belegging of icbe.

3.  ESO-beheerders houden doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen aan en beheren deze om te voldoen aan de vereisten die zijn vastgesteld in lid 1 en lid 2.

4.  De belangenconflicten als bedoeld in lid 1 worden openbaar gemaakt wanneer de organisatorische regelingen die door de ESO-beheerder worden getroffen om belangenconflicten vast te stellen, te voorkomen, te beheren en te monitoren, niet voldoende zijn om er met redelijke zekerheid voor te zorgen dat de risico's op het berokkenen van schade aan de belangen van de beleggers worden vermeden. ESO-beheerders maken de algemene aard of de bronnen van de belangenconflicten duidelijk kenbaar aan de beleggers alvorens zij activiteiten in hun naam uitoefenen.

5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

   (a) de soorten belangenconflicten als bedoeld in lid 2 van dit artikel;
   (b) de stappen die ▌ESO-beheerders moeten ondernemen op het vlak van structuren en organisatorische en administratieve procedures om belangenconflicten vast te stellen, te voorkomen, te beheren, te monitoren en openbaar te maken.

Artikel 9

1.  ESO-beheerders gebruiken voor elk ESO dat zij beheren procedures om te meten ▌in hoeverre de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het ESO belegt het positieve sociale effect bereiken waartoe zij zich verbinden. De beheerders zorgen ervoor dat deze procedures duidelijk en transparant zijn en indicatoren omvatten die, afhankelijk van de sociale doelstelling en de aard van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij, uit een of meer van de volgende punten kunnen bestaan:

   (a) tewerkstelling en arbeidsmarkten;
   (b) normen en rechten betreffende arbeidskwaliteit;
   (c) sociale integratie en bescherming van bepaalde groepen; gelijke behandeling en kansen, non-discriminatie;
   (d) volksgezondheid en veiligheid;
   (e) toegang tot en gevolgen voor de stelsels voor sociale bescherming, gezondheid en onderwijs.

2.  De Commissie is bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen in overeenstemming met artikel 24 waarin de nadere regels zijn gespecificeerd voor de procedures als bedoeld in lid 1 van dit artikel met betrekking tot verschillende in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen.

Artikel 10

ESO-beheerders dienen te allen tijde voldoende eigen vermogen te hebben en toereikende en passende menselijke en technische middelen aan te wenden die noodzakelijk zijn voor het behoorlijke beheer van ESO's.

De ESO-beheerders dienen ervoor te zorgen dat zij te allen tijde kunnen aantonen dat hun eigen vermogen toereikend is om de operationele continuïteit te handhaven, en kunnen uitleggen waarom dat vermogen volgens hen toereikend is, zoals vermeld in artikel 13.

Artikel 11

1.  De regels betreffende de waardering van de activa worden vastgesteld in de statuten of het reglement van het ESO en moeten een gezond en transparant waarderingsproces garanderen.

1 bis.  De gehanteerde waarderingsprocedures waarborgen dat ten minste eenmaal per jaar de activa behoorlijk worden gewaardeerd en de waarde van de activa wordt berekend.

1 ter.  Om te zorgen voor consistentie in de waardering van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen werkt de ESMA richtlijnen uit met gemeenschappelijke beginselen inzake de behandeling van beleggingen in dergelijke ondernemingen, rekening houdend met hun hoofddoel om meetbare positieve sociale effecten te realiseren en het feit dat zij hun winst op de eerste plaats gebruiken om dat doel te bereiken.

Artikel 12

1.  ESO-beheerders stellen niet later dan 6 maanden volgend op het einde van het boekjaar voor elk ESO onder beheer een jaarverslag beschikbaar voor de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. In dit verslag wordt een beschrijving gegeven van de samenstelling van de portefeuille van het ESO en van de activiteiten van het afgelopen jaar. Het bevat ook een bekendmaking van de winsten van het ESO op het einde van zijn levensduur en, indien van toepassing, een bekendmaking van de uitgekeerde winsten tijdens de levensduur. Het bevat de gecontroleerde financiële rekeningen van het ESO. Deze controle wordt tenminste eenmaal per jaar uitgevoerd en bevestigt dat de geldmiddelen en activa worden aangehouden in naam van het fonds en dat de ESO-beheerder adequate registers en controlemaatregelen heeft vastgesteld en toegepast met betrekking tot het gebruik van mandaten of zeggenschap over de geldmiddelen en activa van het ESO en de beleggers ervan. Het jaarverslag wordt opgemaakt overeenkomstig de bestaande standaarden voor verslaglegging en overeenkomstig de voorwaarden die zijn overeengekomen tussen de ESO-beheerder en de beleggers. ESO-beheerders verstrekken het verslag op verzoek aan beleggers. ESO-beheerders en beleggers kunnen onderling bijkomende openbaarmakingen overeenkomen.

2.  Het jaarverslag moet ten minste de volgende elementen bevatten:

   (a) in voorkomend geval details over de algehele sociale resultaten die door het beleggingsbeleid zijn gerealiseerd en de methode die is gebruikt om deze resultaten te meten;
   (b) een verklaring van alle overdrachten met betrekking tot in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die hebben plaatsgevonden;
   (c) een beschrijving van het feit of er overdrachten met betrekking tot de andere activa van het ESO die niet zijn belegd in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen hebben plaatsgevonden op basis van de criteria als bedoeld onder punt e) van artikel 13, lid 1;
   (d) een overzicht van de activiteiten die de ESO-beheerder heeft ondernomen met betrekking tot de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen als bedoeld onder punt k) van artikel 13, lid 1;
     (d bis) informatie betreffende de aard en het doel van de andere beleggingen dan de in aanmerking komende portefeuillebeleggingen, als bedoeld in artikel 4, lid 1.

3.  Ingeval de ESO-beheerder verplicht is met betrekking tot het ESO een financieel jaarverslag openbaar te maken overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten(10), mag de informatie als bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit artikel afzonderlijk of als een bijkomend onderdeel van het financieel jaarverslag worden verstrekt.

Artikel 13

1.  ESO-beheerders stellen, met betrekking tot de ESO's die zij beheren, hun beleggers voorafgaand aan hun beleggingsbeslissing op een duidelijke en begrijpelijke manier in kennis van de volgende elementen:

   (a) de identiteit van de ESO-beheerder en van alle andere dienstverleners waarmee de ESO-beheerder een contract afsluit met betrekking tot hun beheer en een beschrijving van hun taken;
     (a bis) het bedrag aan eigen vermogen dat de ESO-beheerder ter beschikking heeft, en een uitvoerige toelichting waarom de ESO-beheerder dat eigen vermogen voldoende acht om toereikende menselijke en technische middelen aan te houden die noodzakelijk zijn voor het behoorlijke beheer van zijn ESO's;
  (b) een beschrijving van de beleggingsstrategie en –doelstellingen van het ESO, inclusief:
     (i) de soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het wil beleggen;
     (ii) andere ESO's waarin het wil beleggen;
     (iii) de soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin een ander ESO, als bedoeld in punt (ii), wil beleggen;
     (iv) de niet in aanmerking komende beleggingen die het wil doen;
     (v) de technieken die het wil aanwenden; en
     (vi) alle toepasselijke beleggingsbeperkingen;
   (c) het positieve sociale effect dat wordt nagestreefd met het beleggingsbeleid van het ESO, in voorkomend geval inclusief voorspellingen van die resultaten in zoverre deze redelijk zijn, en informatie over prestaties in het verleden op dit vlak;
   (d) de methodes die zullen worden gebruikt om sociale effecten te meten;
   (e) een beschrijving van de andere activa dan in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en het proces en de criteria die worden gebruikt om deze activa te selecteren, tenzij het om cash of cashequivalenten gaat;
   (f) een beschrijving van het risicoprofiel van het ESO en alle risico's die verbonden zijn aan de activa waarin het fonds kan beleggen of de beleggingstechnieken die kunnen worden aangewend;
   (g) een beschrijving van de waarderingsprocedure van het ESO en van de prijsberekeningsmethode voor de waardering van de activa, inclusief de methodes die gebruikt worden voor de waardering van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;
   (h) een beschrijving van alle relevante kosten en van de maximumbedragen ervan ▌;
   (i) een beschrijving van de wijze waarop de beloning van de ESO-beheerder wordt berekend;
   (j) wanneer beschikbaar, de historische financiële prestaties van het ESO;
   (k) de bedrijfsondersteunende diensten en de andere ondersteunende activiteiten die de ESO-beheerder verleent of verzorgt via derden om de ontwikkeling, de groei of anderszins de lopende operaties van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het ESO belegt te bevorderen, of, wanneer deze diensten of activiteiten niet worden verstrekt, een verklaring van dit feit;
   (l) een beschrijving van de procedures op basis waarvan het ESO zijn beleggingsstrategie of beleggingsbeleid, of beide, kan wijzigen.

2.  Alle informatie als bedoeld in lid 1 is eerlijk, duidelijk en niet misleidend. Zij wordt regelmatig bijgewerkt en getoetst wanneer van toepassing.

3.  Ingeval de ESO-beheerder verplicht is met betrekking tot het ESO een prospectus te publiceren overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten(11) of overeenkomstig de nationale wetgeving, mag de informatie als bedoeld in lid 1 afzonderlijk of als een onderdeel van het prospectus worden verstrekt.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

   (a) de inhoud van de informatie als bedoeld in punten b) tot en met e) en punt k) van lid 1 van dit artikel;
   (b) de wijze waarop de informatie, als bedoeld in punten b) tot en met e) en punt k) van lid 1 van dit artikel uniform kan worden voorgesteld om voor de hoogst mogelijke mate van vergelijkbaarheid te zorgen.

HOOFDSTUK III

TOEZICHT EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel 14

1.  ESO-beheerders die van plan zijn de benaming ’ESO’ te gebruiken voor het op de markt aanbieden van hun ESO stellen de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst in kennis van dit voornemen en verstrekken de volgende informatie:

   (a) de identiteit van de personen die de ESO's daadwerkelijk beheren;
   (b) de identiteit van de ESO's waarvan de deelnemingsrechten of aandelen op de markt worden aangeboden en hun beleggingsstrategieën;
   (c) informatie over de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II;
   (d) een lijst van lidstaten waar de ESO-beheerder van plan is elk ESO op de markt aan te bieden;
     (d bis) een lijst van lidstaten en derde landen waar de ESO-beheerder ESO's heeft opgericht of van plan is op te richten.

2.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst registreert de ESO-beheerder enkel indien voor haar vaststaat dat voldaan is aan de volgende voorwaarden:

     (-a) de personen die de ESO daadwerkelijk beheren, staan als voldoende betrouwbaar bekend en beschikken over voldoende ervaring, ook met betrekking tot de beleggingsstrategieën die door de ESO-beheerder gevolgd worden;
   (a) de vereiste informatie als bedoeld in lid 1 is volledig;
   (b) de regelingen die kenbaar zijn gemaakt overeenkomstig punt c) van lid 1 zijn geschikt om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II;
     (b bis) uit de lijst die kenbaar is gemaakt overeenkomstig punt d bis) van lid 1, blijkt dat alle ESO's zijn opgericht overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt a), onder iii), van deze verordening.

3.  De registratie is geldig voor het gehele grondgebied van de Unie en stelt ESO-beheerders in staat ESO's in de hele Unie op de markt aan te bieden onder de benaming ’ESO’.

Artikel 15

De ESO-beheerder actualiseert de informatie die wordt verstrekt aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst wanneer de ESO-beheerder het voornemen heeft:

   (a) een nieuw ESO op de markt aan te bieden;
   (b) een bestaand ESO op de markt aan te bieden in een lidstaat die niet vermeld staat in de lijst als bedoeld in punt d) van artikel 14, lid 1.

Artikel 16

1.  Onmiddellijk na de registratie van een ESO-beheerder, de toevoeging van een nieuw ESO, de toevoeging van een nieuwe vestigingsplaats voor een ESO of de toevoeging van een nieuwe lidstaat waar de ESO-beheerder van plan is ESO's op de markt aan te bieden, meldt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst dit aan de lidstaten die opgegeven zijn overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, ▌en aan de ESMA.

2.  De lidstaten van herkomst die opgegeven zijn overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, van deze verordening leggen aan de ESO-beheerder die geregistreerd is overeenkomstig artikel 14 geen verplichtingen of administratieve procedures op met betrekking tot het op de markt aanbieden van zijn ESO's en vereisen geen vergunning voor het op de markt aanbieden voorafgaand aan de aanvang ervan.

3.  Om te zorgen voor een uniforme toepassing van dit artikel werkt de ESMA een ontwerp van technische uitvoeringsnormen uit met het oog op het bepalen van de vorm van de kennisgeving.

4.  De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op …(12) voor aan de Commissie.

5.  Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de technische uitvoeringsnormen vast te stellen als bedoeld in lid 3 overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 17

De ESMA houdt op het internet een publiek toegankelijke, centrale databank aan waarin alle ESO-beheerders zijn opgenomen die in de Unie overeenkomstig deze verordening geregistreerd zijn, de ESO's die zij op de markt aanbieden, alsmede de landen waarin zij worden aangeboden.

Artikel 18

1.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst oefent toezicht uit op het naleven van de vereisten die zijn vastgesteld in deze verordening.

1 bis.  Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de ESO-beheerder deze verordening overtreedt binnen haar rechtsgebied, meldt zij dit onmiddellijk aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, die dan passende maatregelen neemt.

1 ter.  Indien de ESO-beheerder blijft handelen op een wijze die duidelijk tegen deze verordening indruist, ondanks de maatregelen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of omdat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst niet binnen een redelijk tijdsbestek optreedt, mag de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst derhalve, nadat zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst op de hoogte heeft gebracht, alle passende maatregelen treffen die nodig zijn om de beleggers te beschermen, met inbegrip van de mogelijkheid de betrokken beheerder te verhinderen zijn ESO's nog langer op de markt aan te bieden op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst.

Artikel 19

De bevoegde autoriteiten beschikken krachtens de nationale wetgeving over alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functies. In het bijzonder hebben zij de bevoegdheid om:

   (a) om toegang te verzoeken tot elk document in elke vorm en om een kopie ervan te ontvangen of te nemen;
   (b) van de ESO-beheerder te vereisen onverwijld informatie te verstrekken;
   (c) van elke persoon die betrokken is bij de activiteiten van de ESO-beheerder of het ESO informatie te vereisen;
   (d) ter plaatse inspecties uit te voeren, al dan niet met voorafgaande aankondiging;
   (e) passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een ESO-beheerder de vereisten van deze verordening blijft naleven;
   (f) een bevel uit te vaardigen om ervoor te zorgen dat een ESO-beheerder de vereisten van deze verordening naleeft en er verder van afziet in strijd met deze verordening te handelen.

Artikel 20

1.  De lidstaten bepalen de regels betreffende administratieve sancties en maatregelen ▌die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. De vastgestelde administratieve sancties en maatregelen ▌zijn effectief, evenredig en ontmoedigend.

2.  De lidstaten maken uiterlijk op …(13) de regels als bedoeld in lid 1 kenbaar aan de Commissie en de ESMA. Zij stellen de Commissie en de ESMA onverwijld in kennis van alle verdere wijzigingen ervan.

Artikel 21

1.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst neemt, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de passende maatregelen als bedoeld in lid 2 wanneer een ESO-beheerder:

   (a) nalaat de vereisten na te leven die van toepassing zijn op de portefeuillesamenstelling, in strijd met artikel 5;
   (b) de deelnemingsrechten en aandelen van een ESO op de markt aanbiedt aan niet in aanmerking komende beleggers ▌, in strijd met artikel 6.
   (c) de benaming ’ESOgebruikt zonder geregistreerd te zijn bij de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst overeenkomstig artikel 14;
     (c bis) de benaming ’ESO’ gebruikt voor het op de markt aanbieden van fondsen die niet zijn opgericht overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt a), onder iii) van deze verordening;
     (c ter) een registratie heeft verkregen via valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze in strijd met artikel 14;
     (c quater) bij de uitoefening van zijn werkzaamheden niet billijk, loyaal en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te werk gaat, in strijd met artikel 7, punt a);
     (c quinquies) geen passende beleidsregels en procedures toepast om wanpraktijken te voorkomen, in strijd met artikel 7, punt b);
     (c sexies) zich herhaaldelijk niet houdt aan de vereisten van artikel 12 betreffende het jaarverslag;
     (c septies) zich herhaaldelijk niet houdt aan de verplichting om beleggers te informeren overeenkomstig artikel 13.

2.  In de gevallen als bedoeld onder lid 1 neemt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst voor zover nodig de volgende maatregelen:

     (-a) maatregelen om ervoor te zorgen dat de ESO-beheerder artikel 3, lid 1, punt a), onder iii), de artikelen 5 en 6, artikel 7, punten a) en b), en de artikelen 12, 13 en 14 van deze verordening naleeft;
   (a) verbod van het gebruik van de benaming ’ESOen schrapping van de ESO-beheerder uit het register.

3.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst die zijn opgegeven overeenkomstig punt d) van artikel 14, lid 1, en de ESMA onverwijld in kennis van het feit dat de ESO-beheerder is geschrapt uit het register als bedoeld in punt a) van lid 2 van dit artikel.

4.  Het recht om een of meer ESO's in de Unie op de markt aan te bieden onder de benaming ’ESO’ vervalt met onmiddellijke ingang vanaf de datum van de beslissing van de bevoegde autoriteit als bedoeld in punt a) van lid 2.

Artikel 22

1.  De bevoegde autoriteiten en de ESMA werken met elkaar samen voor het uitvoeren van hun taken krachtens deze verordening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.  De bevoegde autoriteiten en de ESMA wisselen alle informatie en documentatie uit die noodzakelijk is voorhet uitvoeren van hun respectieve taken krachtens deze verordening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010, met name om inbreuken op deze verordening vast te stellen en te verhelpen.

Artikel 22 bis

Bij verschil van mening tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten over een beoordeling, actie of nalatigheid van een bevoegde autoriteit op gebieden waarvoor in deze richtlijn samenwerking of coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat is voorgeschreven, kunnen de bevoegde autoriteiten de zaak voorleggen aan de ESMA, die kan optreden overeenkomstig de bevoegdheden die haar op grond van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 zijn verleend, voor zover het meningsverschil geen verband houdt met artikel 3, lid 1, punt a), onder iii), of artikel 3, lid 1, punt d), onder -i), van deze verordening.

Artikel 23

1.  Alle personen die werken of hebben gewerkt voor de bevoegde autoriteiten of de ESMA, alsook de auditors en deskundigen die door de bevoegde autoriteiten en de ESMA geïnstrueerd zijn, zijn gebonden door het beroepsgeheim. Er mag geen vertrouwelijke informatie die deze personen ontvangen bij het uitoefenen van hun taken worden onthuld aan welke persoon of autoriteit ook, behalve in summiere of geaggregeerde vorm zodat ESO-beheerders en ESO's niet individueel kunnen worden onderkend, onverminderd gevallen die onder het strafrecht en de strafrechtelijke vervolging krachtens deze verordening vallen.

2.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de ESMA worden niet verhinderd informatie uit te wisselen overeenkomstig deze verordening of uniaal recht van toepassing op ESO-beheerders en ESO's.

3.  Wanneer bevoegde autoriteiten of de ESMA vertrouwelijke informatie ontvangen overeenkomstig lid 1, mogen zij deze enkel gebruiken in het kader van hun taken en administratieve en gerechtelijke procedures.

HOOFDSTUK IV

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 24

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2.  De in ▌artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vier jaar met ingang van ...(14). De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in ▌artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die daarin wordt vermeld. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van drie maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 25

1.  Uiterlijk vier jaar na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, toetst de Commissie deze verordening. De toetsing omvat een algemeen onderzoek van de werking van de regels in deze verordening en de ervaring die is opgedaan bij het toepassen ervan, inclusief:

   (a) de mate waarin de benaming ’ESO’ door ESO-beheerders in verschillende lidstaten zowel binnenlands als grensoverschrijdend is gebruikt;
     (a bis) de geografische vestigingsplaats van ESO's en de vraag of er extra maatregelen nodig zijn om te garanderen dat ESO's gevestigd zijn in overeenstemming met artikel 3, lid 1, punt a), onder iii);
     (a ter) de geografische en sectorale spreiding van de door ESO's gedane beleggingen;
   (b) het gebruik van de verschillende in aanmerking komende beleggingen door ESO's en de wijze waarop dit een impact kan hebben op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie;
   (b bis) de opportuniteit van het invoeren van een Europees keurmerk voor ’sociale ondernemingen’;
     (b ter) de mogelijkheid om ESO's ook open te stellen voor particuliere beleggers;
   (c) de praktische toepassing van de criteria voor het aanwijzen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen, de impact hiervan op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie en hun positieve maatschappelijke effect;
   (c bis) een analyse van de procedures die de ESO-beheerders hebben ingesteld om het positieve sociale effect te meten dat door de in artikel 9 vermelde, in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen is gerealiseerd, en een beoordeling van de haalbaarheid van invoering van geharmoniseerde normen om het sociale effect op Unieniveau te kunnen meten op een wijze die aansluit bij het sociaal beleid van de Unie;
     (c ter) de vraag of het opportuun is deze verordening aan te vullen met een bewaardersstelsel;
   (c quater) de vraag of het opportuun is ESO's op te nemen bij de in aanmerking komende activa op grond van Richtlijn 2009/65/EG;
   (c quinquies) de geschiktheid van de in artikel 13 vermelde informatievereisten, met name de vraag of deze volstaan om beleggers in staat te stellen met kennis van zaken een beleggingsbeslissing te nemen;
     (c sexies) een onderzoek naar mogelijke fiscale hinderpalen voor sociaalondernemerschapsfondsen en een beoordeling van mogelijke fiscale prikkels ter aanmoediging van sociaal ondernemerschap in de Unie;
     (c septies) een evaluatie van eventuele hinderpalen die beleggers kunnen hebben belet om van de fondsen gebruik te maken, met inbegrip van de invloed op institutionele beleggers van andere EU-wetgeving van prudentiële aard.

2.  Na de in lid 1 bedoelde toetsing en na raadpleging van de ESMA, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 25 bis

1.  Uiterlijk op 22 juli 2017 begint de Commissie met een toetsing van de interactie tussen deze verordening en andere regels inzake instellingen voor collectieve belegging en de beheerders ervan, met name die van Richtlijn 2011/61/EU. Bij deze evaluatie wordt aandacht besteed aan het toepassingsgebied van deze verordening. Daarbij worden gegevens verzameld om te beoordelen of het nodig is het toepassingsgebied uit te breiden om beheerders die ESO's beheren waarvan de totale activa meer bedragen dan het in artikel 2, lid 1, bepaalde plafond, in staat te stellen om ESO-beheerders te worden.

2.  Na de in lid 1 bedoelde toetsing en na raadpleging van de ESMA, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 26

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 22 juli 2013, behalve voor artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 2 en artikel 13, lid 4, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

De voorzitter

Voor de Raad

(1) PB C 175 van 19.6.2012, blz. 11.
(2) PB C 229 van 31.07.12, blz. 55.
(3) Standpunt van het Europees Parlement van ….
(4) PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32.
(5) PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1.
(6) PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.
(7) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.
(8) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
(9) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
(10) PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.
(11) PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.
(12)* Negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
(13)* 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.
(14)* Inwerkingtreding van deze verordening.

Juridische mededeling - Privacybeleid