Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/2842(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0476/2012

Debatten :

PV 26/10/2012 - 4.1
CRE 26/10/2012 - 4.1

Stemmingen :

PV 26/10/2012 - 6.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0400

Aangenomen teksten
PDF 188kWORD 43k
Vrijdag 26 oktober 2012 - Straatsburg
Situatie van de mensenrechten in de Verenigde Arabische Emiraten
P7_TA(2012)0400RC-B7-0476/2012

Resolutie van het Europees Parlement van 26 oktober 2012 over de situatie van de mensenrechten in de Verenigde Arabische Emiraten (2012/2842(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 24 maart 2011(1) over de betrekkingen van de Europese Unie met de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC),

–  gezien het bezoek van zijn Delegatie voor de betrekkingen met het Arabisch schiereiland aan de Verenigde Arabische Emiraten van 29 april tot 3 mei 2012,

–  gezien artikel 30 van de grondwet van de Verenigde Arabische Emiraten,

–  gezien het Arabisch Handvest voor de rechten van de mens, waarbij de Verenigde Arabische Emiraten partij zijn,

–  gezien zijn jaarverslagen over de mensenrechten,

–  gezien het strategisch kader en het actieplan voor mensenrechten en democratie van de Europese Unie,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten van 2004, die in 2008 zijn geactualiseerd,

–  gezien de verklaring van de covoorzitters tijdens de 22e Gezamenlijke raad en ministeriële bijeenkomst van de EU en de GCC in Luxemburg op 25 juni 2012,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger (VV/HV) na de Gezamenlijke raad en ministeriële bijeenkomst van de EU en de GCC van 20 april 2011, en haar opmerkingen na de 22e Gezamenlijke raad en ministeriële bijeenkomst van de EU en de GCC van 25 juni 2012,

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst van 25 februari 1989 tussen de Europese Unie en de Samenwerkingsraad van de Golf,

–  gezien het gezamenlijk actieprogramma (2010-2013) voor de tenuitvoerlegging van de samenwerkingsovereenkomst EU-GCC van 1989,

  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–  gezien het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR),

–  gezien het Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel (Protocol van Palermo), het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gezien de aanbevelingen van de speciale VN-rapporteur inzake mensenhandel, in het bijzonder vrouwen- en kinderhandel, van 12 april 2012,

–  gezien artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de regering van de Verenigde Arabische Emiraten in 2012 haar repressiecampagne tegen mensenrechtenactivisten en activisten van het maatschappelijk middenveld heeft opgedreven, waardoor het aantal politieke gevangenen is opgelopen tot 64;

B.  overwegende dat de meesten onder hen in isoleercellen zitten, dat er sprake is van foltering en dat toegang tot rechtsbijstand hun wordt ontzegd;

C.  overwegende dat onder meer de volgende personen gevangen worden gehouden: de ondervoorzitter van de studentenbeweging van de Verenigde Arabische Emiraten, Mansoor al-Ahmadi, een zittende rechter, Mohamed al-Abdouly, twee gewezen rechters, Khamis al-Zyoudiand en Ahmed al-Za'abi, en twee prominente mensenrechtenadvocaten, Mohamed al-Mansoori – een gewezen voorzitter van de juristenbond – en Mohamed al-Roken;

D.  overwegende dat medewerkers van de advocaat (VAE-onderdaan) die de gevangenen rechtsbijstand verleent naar verluidt het slachtoffer zijn van stelselmatige pesterijen en intimidatie, waaronder de verbanning van drie medewerkers die geen VAE-onderdaan zijn om redenen van nationale veiligheid; overwegende dat advocaten die naar de Verenigde Arabische Emiraten zijn gereisd om de gevangenen rechtsbijstand te verlenen eveneens zijn lastiggevallen;

E.  overwegende dat mensenrechten- en democratieactivisten het slachtoffer zijn van pesterijen, reisverbod, beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering, arbitraire opsluiting, intrekking van de nationaliteit, verbanning en onwettelijke gevangenneming;

F.  overwegende dat de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten benadrukken dat hun repressiecampagne een antwoord is op een islamitisch complot vanuit het buitenland om de regering omver te werpen; overwegende dat alle gevangenen banden hebben met al-Islah, een vreedzame islamitische groepering die sinds 1974 in de Verenigde Arabische Emiraten actief is; overwegende dat er aanwijzingen zijn dat de nationale veiligheid gewoon een voorwendsel is voor de repressie tegen vreedzame activisten om oproepen tot grondwettelijke hervormingen en hervormingen op het gebied van mensenrechtenkwesties, zoals stateloosheid, in de kiem te smoren;

G.  overwegende dat een bekende mensenrechtenactivist en blogger, Ahmed Mansoor, de afgelopen weken twee maal is aangevallen en constant wordt geïntimideerd en bedreigd; overwegende dat hij in 2011 zeven maanden in de gevangenis heeft doorgebracht vooraleer hij in november werd veroordeeld wegens belediging van hoge ambtsdragers van het land; overwegende dat de autoriteiten zijn paspoort hebben ingetrokken en hem willekeurig een reisverbod hebben opgelegd;

H.  overwegende dat Mansoor samen met andere activisten werd beschuldigd van belediging van politieke figuren in het land omdat ze een petitiecampagne hadden georganiseerd waarin werd opgeroepen tot meer politieke participatie via een verkozen parlement met volledige wetgevende en regelgevende bevoegdheden;

I.  overwegende dat de openbare aanklager op 15 juli 2012 meedeelde dat de groep gevangen politieke tegenstanders zou worden vervolgd wegens „het beramen van misdaden tegen de staatsveiligheid”, „verzet tegen de grondwet en het rechtssysteem van de VAE”, en „banden met buitenlandse organisaties en agenda's”;

J.  overwegende dat vrijheid van meningsuiting en persvrijheid in de Verenigde Arabische Emiraten grondwettelijk beschermd zijn, maar dat het strafwetboek de autoriteiten toelaat mensen te vervolgen wegens kritiek op de overheid; overwegende dat minstens één online discussieforum werd gesloten en dat de toegang vanuit de Verenigde Arabische Emiraten tot diverse politieke websites werd geblokkeerd;

K.  overwegende dat vooraanstaande internationaal erkende niet-gouvernementele organisaties die de democratie in de regio bevorderen, in 2012 door de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten werden gesloten, met name het kantoor in Dubai van het National Democratic Institute en het kantoor in Abu Dhabi van de Duitse prodemocratische denktank Konrad-Adenauer-Stiftung;

L.  overwegende dat uit het rapport van de speciale VN-rapporteur inzake mensenhandel blijkt dat mensenhandel met het oog op gedwongen tewerkstelling in de Verenigde Arabische Emiraten nog steeds een wijdverspreid fenomeen is en dat de slachtoffers van deze vorm van mensenhandel anoniem blijven;

M.  overwegende dat de overheid weinig vorderingen heeft geboekt inzake de uitvoering van de aanbeveling van begin 2010 van de VN-commissie inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen;

N.  overwegende dat in de Verenigde Arabische Emiraten nog steeds de doodstraf wordt opgelegd;

1.  uit zijn grote bezorgdheid over de aanvallen, repressie en intimidatie ten aanzien van mensenrechten- en politieke activisten en actoren van het maatschappelijk middenveld in de Verenigde Arabische Emiraten die vreedzaam hun fundamentele rechten van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering uitoefenen; verzoekt de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten onmiddellijk een einde te maken aan de aanhoudende repressie;

2.  dringt aan op de onvoorwaardelijke vrijlating van alle gewetensgevangenen en activisten, met inbegrip van mensenrechtenactivisten, en verzoekt de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten ervoor te zorgen dat gevangenen die zogezegd de wet hebben overtreden, voor de rechter worden gebracht, officieel worden aangeklaagd en de rechtsbijstand van hun keuze krijgen;

3.  verzoekt de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten een grondig en onpartijdig onderzoek in te stellen naar de aanvallen en openbare bedreigingen tegen Ahmed Mansoor alsook naar alle andere gevallen van pesterijen en aanvallen;

4.  dringt aan op de eerbiediging van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, zowel via het internet als op andere wijze, de vrijheid van vergadering, vrouwenrechten en gendergelijkheid, de bestrijding van discriminatie, en het recht op een eerlijk proces;

5.  is ingenomen met de toetreding van de Verenigde Arabische Emiraten op 19 juli 2012 tot het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en verzoekt de autoriteiten van de VAE de naleving van de aangegane verdragsverplichtingen te bevestigen door een grondig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar elke vermeende foltering en alle vermeende gedwongen verdwijningen van personen;

6.  verzoekt de Verenigde Arabische Emiraten zijn intentie te bevestigen om de „hoogste normen te hanteren bij de bevordering en de bescherming van de mensenrechten”, die het heeft uitgesproken in het kader van zijn verzoek om lidmaatschap van de VN-Mensenrechtenraad voor de periode 2013-2015, door het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en de optionele protocollen bij beide verdragen te ondertekenen en door alle houders van mandaten voor speciale VN-procedures een permanente uitnodiging te bezorgen om het land te bezoeken;

7.  veroordeelt in alle omstandigheden de toepassing van de doodstraf;

8.  is ingenomen met de goedkeuring van het nieuwe mensenrechtenpakket van de EU en verzoekt de Europese instellingen, met inbegrip van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, met klem samen met de 27 lidstaten concrete maatregelen te nemen om ten aanzien van de Verenigde Arabische Emiraten een duidelijk en principieel EU-beleid te waarborgen dat de aanhoudende ernstige schendingen van de mensenrechten aanpakt via demarches, publieke verklaringen en initiatieven in de VN-Mensenrechtenraad;

9.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie en de Europese instellingen de mensenrechten centraal te stellen in hun betrekkingen met alle derde landen, met inbegrip van strategische partners, en hieraan op de volgende ministeriële bijeenkomst van de EU en de GCC bijzondere aandacht te besteden;

10.  acht het van cruciaal belang de inspanningen voor meer samenwerking tussen de EU en de Golfregio voort te zetten en wederzijds begrip en vertrouwen te bevorderen; is van mening dat regelmatige interparlementaire bijeenkomsten tussen het Europees Parlement en zijn partners in de regio een belangrijk forum zijn om een constructieve en oprechte dialoog te ontwikkelen over kwesties van gemeenschappelijke bezorgdheid;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en het parlement van de Verenigde Arabische Emiraten, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de parlementen en de regeringen van de lidstaten, de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, en de regeringen van de lidstaten van de Samenwerkingsraad van de Golf.

(1) PB C 247 E van 17.8.2012, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid