Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0390(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0363/2012

Ingediende teksten :

A7-0363/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/12/2012 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0472

Aangenomen teksten
PDF 238kWORD 31k
Dinsdag 11 december 2012 - Straatsburg
Toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië ***II
P7_TA(2012)0472A7-0363/2012
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement aan de Raad van 11 december 2012 betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië (05682/1/2012 – C7-0221/2012 – 2010/0390(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (05682/1/2012 – C7-0221/2012),

–  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0804),

–  gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 66 van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie internationale handel (A7-0363/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in tweede lezing vast;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 377 E van 7.12.2012, blz. 211.


Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vastgesteld op 11 december 2012 met het oog op de vaststelling van Besluit nr .../2013/EU van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië
P7_TC2-COD(2010)0390

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Betrekkingen tussen Georgië en de Europese Unie ontwikkelen zich in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB). In 2006 hebben de Gemeenschap en Georgië overeenstemming bereikt over een ENB-actieplan waarin prioriteiten op middellange termijn voor de betrekkingen tussen de EU en Georgië werden vastgesteld. In 2010 hebben de Unie en Georgië onderhandelingen aangeknoopt over een associatieovereenkomst, die naar verwachting in de plaats zal komen van de bestaande partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst(2). Het kader van de betrekkingen tussen de EU en Georgië wordt verder versterkt door het onlangs gelanceerde oostelijk partnerschap.

(2)  De buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad van 1 september 2008 heeft bevestigd dat de Unie bereid is de banden met Georgië aan te halen na het gewapende conflict tussen Georgië en de Russische Federatie in augustus 2008.

(3)  De Georgische economie wordt sinds het derde kwartaal van 2008 getroffen door de internationale financiële crisis, hetgeen tot een dalende productie, afnemende belastingopbrengsten en een toenemende behoefte aan externe financiering heeft geleid.

(4)  Op de internationale donorconferentie op 22 oktober 2008 heeft de internationale gemeenschap steun toegezegd voor het economische herstel van Georgië in overeenstemming met de door de Verenigde Naties en de Wereldbank gezamenlijk uitgevoerde behoeftenevaluatie.

(5)  De Unie heeft aangekondigd maximaal 500 miljoen EUR aan financiële bijstand aan Georgië te zullen toekennen.

(6)  Het economische aanpassings- en herstelprogramma van Georgië wordt ondersteund door financiële bijstand van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). In september 2008 heeft de Georgische overheid met het IMF een stand-by-overeenkomst gesloten ten belope van 750 miljoen USD ter ondersteuning van de Georgische economie bij het doen van de noodzakelijke aanpassingen in het licht van de financiële crisis.

(7)  Na een verdere verslechtering van de economische situatie in Georgië en een noodzakelijke herziening van de onderliggende economische aannames van het IMF-programma, alsook de grotere externe financieringsbehoeften van Georgië, bereikten Georgië en het IMF overeenstemming over een verhoging van de lening in het kader van de stand-by-overeenkomst met 424 miljoen USD, die in augustus 2009 door de raad van bestuur van het IMF werd goedgekeurd.

(8)  De Unie is voornemens Georgië in 2010-2012 in het kader van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI) begrotingssteun in de vorm van giften ter grootte van 37 miljoen EUR per jaar te verstrekken.

(9)  In het licht van de verslechterende economische situatie in en vooruitzichten voor Georgië heeft Georgië om macrofinanciële bijstand van de Unie verzocht.

(10)  Aangezien er nog steeds sprake is van een resterend financieringstekort op de betalingsbalans van Georgië, wordt de toekenning van macrofinanciële bijstand onder de huidige uitzonderlijke omstandigheden aangemerkt als een passende reactie op het verzoek van Georgië om in samenhang met het lopende IMF-programma de economische stabilisatie te ondersteunen.

(11)  De aan Georgië te verstrekken macrofinanciële bijstand van de Unie („de macrofinanciële bijstand van de Unie”) is niet alleen bedoeld als aanvulling op de programma's en de middelen van het IMF en de Wereldbank, maar moet een toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie waarborgen.

(12)  De Commissie moet ervoor zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Unie juridisch en materieel verenigbaar is met de in het kader van de verschillende onderdelen van het extern optreden genomen maatregelen en met het relevante beleid van de Unie op andere terreinen.

(13)  De specifieke doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie dienen de doelmatigheid, transparantie en verantwoordingsplicht te versterken. Deze doelstellingen dienen regelmatig door de Commissie te worden gecontroleerd.

(14)  De aan de toekenning van de macrofinanciële bijstand van de Unie verbonden voorwaarden moeten stroken met de hoofdbeginselen en doelstellingen van het beleid van de Unie ten aanzien van Georgië.

(15)  Met het oog op een efficiënte bescherming van de financiële belangen van de Unie in het kader van de macrofinanciële bijstand van de Unie moet Georgië passende maatregelen nemen voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot deze bijstand. De Commissie moet tevens zorgen voor passende controles en erop toezien dat de Rekenkamer passende audits uitvoert.

(16)  De uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet.

(17)  De macrofinanciële bijstand van de Unie moet door de Commissie worden beheerd. Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement en het Economisch en Financieel Comité op de tenuitvoerlegging van dit besluit kunnen toezien, dient de Commissie hen regelmatig in te lichten over de ontwikkelingen betreffende de bijstand en hen daarbij de relevante documenten te verstrekken.

(18)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van dit besluit, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(3),

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.  De Unie stelt Georgië macrofinanciële bijstand („de macrofinanciële bijstand van de Unie”) beschikbaar ten belope van maximaal 46 miljoen EUR om de economische stabilisatie van Georgië te ondersteunen en de in het kader van het lopende IMF-programma vastgestelde betalingsbalansbehoefte te lenigen. Van dat maximale bedrag wordt ten hoogste 23 miljoen EUR verstrekt in de vorm van giften en ten hoogste 23 miljoen EUR in de vorm van leningen. De uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie is slechts mogelijk onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van de Unie voor 2013 door de begrotingsautoriteit.

2.  Ter financiering van de leningcomponent van de macrofinanciële bijstand van de Unie is de Commissie bevoegd de nodige middelen te lenen namens de Unie. De lening heeft een looptijd van ten hoogste vijftien jaar.

3.  De uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie wordt door de Commissie beheerd op een wijze die verenigbaar is met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Georgië en met de hoofdbeginselen en -doelstellingen van de economische hervorming zoals die worden uiteengezet in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Georgië. De Commissie licht het Europees Parlement en het Economisch en Financieel Comité regelmatig in over de ontwikkelingen in het beheer van de macrofinanciële bijstand van de Unie en verstrekt daarbij de relevante documenten.

4.  De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt voor een periode van twee en een half jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming als bedoeld in artikel 2, lid 1.

Artikel 2

1.  De Commissie stelt, overeenkomstig de in artikel 6, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure, een memorandum van overeenstemming vast met het economische beleid en de financiële voorwaarden waaraan de macrofinanciële bijstand van de Unie is onderworpen, met inbegrip van een tijdschema om aan die voorwaarden te voldoen. De voorwaarden inzake economisch beleid en de financiële voorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn vastgelegd, stroken met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomsten of afspraken. Deze voorwaarden zijn er in het bijzonder op gericht de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de macrofinanciële bijstand van de Unie te bevorderen, waaronder met name de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën in Georgië. De vooruitgang behaald bij het verwezenlijken van die doelstellingen wordt regelmatig door de Commissie gecontroleerd. De gedetailleerde financiële voorwaarden van de macrofinanciële bijstand van de Unie worden vastgelegd in de tussen de Commissie en de Georgische overheid te sluiten giftovereenkomst en leningovereenkomst.

2.  Tijdens de tenuitvoerlegging van de macrofinanciële bijstand van de Unie controleert de Commissie de deugdelijkheid van de voor deze bijstand relevante financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen in Georgië, alsook de naleving door Georgië van het overeengekomen tijdschema.

3.  De Commissie onderzoekt periodiek of het economische beleid van Georgië verenigbaar is met de doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie en of op bevredigende wijze aan de voorwaarden inzake economische beleid is voldaan. De Commissie werkt daartoe nauw samen met het IMF en de Wereldbank en, waar nodig, met het Economisch en Financieel Comité.

Artikel 3

1.  Behoudens de in lid 2 vermelde voorwaarden, wordt de macrofinanciële bijstand van de Unie door de Commissie beschikbaar gesteld in twee tranches, die elk bestaan uit een gift- en een leningcomponent. De omvang van elke tranche wordt in het memorandum van overeenstemming vastgelegd.

2.  De Commissie besluit tot de uitbetaling van de tranches bij een bevredigende tenuitvoerlegging van de voorwaarden inzake economisch beleid en de financiële voorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen. De tweede tranche wordt niet vroeger dan drie maanden na de uitkering van de eerste tranche uitbetaald.

3.  De middelen van de Unie worden aan de Nationale Bank van Georgië betaald. Met inachtneming van de in het memorandum van overeenstemming vast te leggen bepalingen, onder andere betreffende een bevestiging van de resterende budgettaire financieringsbehoeften, kunnen de middelen van de Unie aan de Schatkist van Georgië als eindbegunstigde worden overgemaakt.

Artikel 4

1.  De op de leningcomponent van de macrofinanciële bijstand van de Unie betrekking hebbende transacties tot het opnemen en verstrekken van leningen worden uitgevoerd in euro, worden met dezelfde valutadatum afgesloten, en mogen voor de Unie geen looptijdtransformatie, valuta- of renterisico, of enig ander commercieel risico met zich brengen.

2.  Indien Georgië daarom verzoekt, neemt de Commissie de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in de voorwaarden verbonden aan de verstrekte leningen een clausule inzake vervroegde aflossing is opgenomen en dat in de voorwaarden verbonden aan de opgenomen leningen een overeenkomstige clausule voorkomt.

3.  De Commissie kan, op verzoek van Georgië en indien de omstandigheden een gunstigere rente op de verstrekte lening mogelijk maken, haar oorspronkelijk verstrekte leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de betrokken verstrekte leningen en evenmin tot een verhoging van het op de datum van deze herfinancieringen of herstructureringen nog uitstaande bedrag.

4.  Alle kosten die de Unie in verband met de uit hoofde van dit besluit opgenomen of verstrekte leningen maakt, komen ten laste van Georgië.

5.  De Commissie houdt het Europees Parlement en het Economisch en Financieel Comité op de hoogte van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen.

Artikel 5

De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(4) en de uitvoeringsvoorschriften daarvan(5). In het bijzonder worden in het memorandum van overeenstemming, in de leningovereenkomst en in de giftovereenkomst die met de Georgische overheid moeten worden gesloten, specifieke maatregelen vastgesteld met het oog op de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden die van invloed zijn op de macrofinanciële bijstand van de Unie. Om een grotere transparantie bij het beheer en de uitbetaling van de middelen te verzekeren, wordt in het memorandum van overeenstemming, de leningovereenkomst en de giftovereenkomst tevens bepaald dat de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding, het recht heeft controles te verrichten, waaronder waar nodig controles en inspecties ter plaatse. Tevens wordt daarin bepaald dat de Rekenkamer audits kan uitvoeren, waaronder audits ter plaatse.

Artikel 6

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerp-uitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 7

1.  Uiterlijk op 30 juni van elk jaar doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen over de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar, waarin een evaluatie daarvan is opgenomen. In dit verslag wordt het verband gespecificeerd tussen de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden betreffende het economische beleid en financiële voorwaarden, de actuele economische en budgettaire prestaties van Georgië en de besluiten van de Commissie tot uitkering van de tranches van de macrofinanciële bijstand van de Unie.

2.  Uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de in artikel 1, lid 4, bedoelde beschikbaarheidsperiode dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex-post-evaluatieverslag in.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

[Am. 1]

(1) Standpunt van het Europees Parlement van 10 mei 2011 (PB C 377 E van 7.12.2012, blz. 211) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 10 mei 2012 (PB C 291 E van 27.9.2012, blz. 1).Standpunt van het Europees Parlement van 11 december 2012.
(2) Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (PB L 205 van 4.8.1999, blz. 3).
(3) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(4) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(5) Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1).

Juridische mededeling - Privacybeleid