Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/0303(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0360/2012

Ingediende teksten :

A7-0360/2012

Debatten :

PV 10/12/2012 - 15
CRE 10/12/2012 - 15

Stemmingen :

PV 11/12/2012 - 8.13
PV 11/12/2012 - 8.14
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0478

Aangenomen teksten
PDF 307kWORD 31k
Dinsdag 11 december 2012 - Straatsburg
Associatieovereenkomst EU-Midden-Amerika
P7_TA(2012)0478A7-0360/2012

Resolutie van het Europees Parlement van 11 december 2012 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds (16395/1/2011 – C7-0182/2012 – 2011/0303(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (16395/1/2011),

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds (16396/2011),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 217 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7-0182/2012),

  gezien het handelshoofdstuk van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds,

–  gezien zijn resolutie van 15 november 2001 over het globaal partnerschap en een gemeenschappelijke strategie voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika(1), van 27 april 2006 over een sterker partnerschap tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika(2), en van 24 april 2008 over de vijfde top EU-Latijns-Amerika en de Caraïben (EU-LAC) in Lima(3),

–  gezien zijn resolutie van 1 juni 2006 over handel en armoede: naar een handelsbeleid dat de bijdrage van de handel aan armoedebestrijding maximaliseert(4), van 23 mei 2007 over handelsgebonden hulpverlening van de Europese Unie(5), van 21 oktober 2010 over de handelsbetrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika(6) en van 12 juni 2012 over de vaststelling van een nieuwe ontwikkelingssamenwerking met Latijns-Amerika(7),

–  gezien zijn resolutie van 5 februari 2009 over versterking van de rol van Europese kmo's in de internationale handel(8), van 25 november 2010 over mensenrechten, sociale normen en milieunormen in internationale handelsovereenkomsten(9), van 25 november 2010 over maatschappelijk verantwoord ondernemen in het kader van internationale handelsovereenkomsten(10), en van 27 september 2011 over een nieuw handelsbeleid voor Europa in het kader van de Europa 2020-strategie(11),

–  gezien zijn resolutie van 5 mei 2010 over de strategie van de EU voor de betrekkingen met Latijns-Amerika(12) en van 5 juli 2011 over het trefzekerder maken van het EU-ontwikkelingsbeleid(13),

–  gezien de resoluties van de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering (EuroLat), in het bijzonder de resoluties die zijn aangenomen tijdens de vijfde plenaire algemene vergadering van 18 en 19 mei 2011 in Montevideo, Uruguay, over de vooruitzichten voor de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika, over de strategieën voor de bescherming en creatie van werkgelegenheid, in het bijzonder voor vrouwen en jongeren, en over de betrekkingen tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika op het gebied van veiligheid en defensie,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van 15 maart 2007 betreffende de richtsnoeren voor de onderhandelingen over een associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Midden-Amerikaanse landen, anderzijds(14),

–  gezien de verklaringen van de zes toppen van staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de EU die plaats hadden in Rio de Janeiro (28 en 29 juni 1999), Madrid (17 en 18 mei 2002), Guadalajara (28 en 29 mei 2004), Wenen (12 en 13 mei 2006), Lima (16 en 17 mei 2008) en Madrid (17 en 18 mei 2010),

–  gezien artikel 81, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien het interimverslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel en van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A7-0360/2012),

A.  overwegende dat de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika een belangrijk precedent schept, aangezien het de eerste keer is dat de EU een biregionale associatieovereenkomst ondertekent sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon;

B.  overwegende dat regionale, maatschappelijke, economische en culturele integratie via de sluiting van subregionale en bilaterale associatieovereenkomsten de belangrijkste doelstelling van het biregionaal strategisch partnerschap tussen de EU en Latijns-Amerika is;

C.  overwegende dat, ten einde ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van partnerschapsbetrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika voor beide partijen van belang is en beide partijen ten goede komt, het van wezenlijk belang is dat de eerbiediging van de democratie en van de rechtsstaat en de volledige uitoefening van de mensenrechten door alle leden van de samenleving de belangrijke elementen van de politieke dialoog vormen;

D.  overwegende dat tijdens de in Madrid in mei 2010 gehouden topontmoeting alle in de afgelopen jaren vastgelopen onderhandelingen met Latijns-Amerika weer vlot konden worden getrokken, waarna de onderhandelingen over deze associatieovereenkomst konden worden afgesloten;

E.  overwegende dat de ontwikkeling van de betrekkingen met Latijns-Amerika van wederzijds belang is en alle EU-lidstaten ten goede komt;

F.  overwegende dat het Parlement zijn bezorgdheid heeft geuit over geweld tegen vrouwen in zijn resolutie van 11 oktober 2007 over vrouwenmoorden in Mexico en Midden-Amerika en de rol van de Europese Unie in de strijd tegen dit fenomeen(15);

G.  overwegende dat de EU de belangrijkste investeerder en de op één na belangrijkste handelspartner in Midden-Amerika is, evenals de belangrijkste donor van ontwikkelingshulp;

H.  overwegende dat de eerbiediging van de democratie, de rechtsstaat en de mensen-, burger- en politieke rechten van de bevolking van beide regio's fundamentele elementen van de overeenkomst zijn;

I.  overwegende dat de overeenkomst een mensenrechtenclausule omvat, die de ondertekenende partijen ertoe verplicht gedegen toezicht te houden op de mensenrechten en ervoor te zorgen dat de praktische toepassing ervan wordt gewaarborgd;

J.  overwegende dat een hoog armoedepeil, maatschappelijke uitsluiting en sociaal-ecologische kwetsbaarheid kenmerkende omstandigheden van Midden-Amerika zijn;

K.   overwegende dat de associatieovereenkomst tot een politieke en economische associatie tussen de EU en de verschillende landen van Midden-Amerika leidt, waarin de huidige asymmetrische omstandigheden en ongelijkheden tussen beide regio's en tussen de verschillende Midden-Amerikaanse landen in acht worden genomen;

L.  overwegende dat de doelstelling van de overeenkomst de bevordering moet zijn van onder andere duurzame ontwikkeling, maatschappelijke samenhang en regionale integratie;

M.  overwegende dat de EU middels haar samenwerking een bijdrage kan leveren aan het vinden van oplossingen om de veiligheid in de regio te waarborgen en zo een ernstige bron van zorg in Midden-Amerika weg te nemen;

N.  overwegende dat de associatieovereenkomst strookt met de in de mededeling van de Commissie getiteld „Handel, groei en wereldvraagstukken” (COM(2010)0612) opgenomen doelstelling van de EU om de regionale integratie te bevorderen door middel van handel, en deze overeenkomst handel als motor gebruikt voor concurrentie, ontwikkeling en het scheppen van banen in overeenstemming met de Europa 2020-strategie;

O.  overwegende dat door de omvang van het handelsgedeelte van de associatieovereenkomst het aanbod aan goederen en diensten die in aanmerking komen voor een vrijhandelszone kwalitatief en kwantitatief zal worden vergroot en er een kader voor rechtszekerheid in het leven zal worden geroepen dat de stromen van goederen, diensten en investeringen zal stimuleren;

P.  overwegende dat wordt verwacht dat de handelspijler van de associatieovereenkomst per sector de onmiddellijke of geleidelijke asymmetrische afname van douanerechten zal vergemakkelijken, met als doel een biregionale vrijhandelszone tot stand te brengen op basis van een stabiel en voorspelbaar stelsel dat productieve investeringen zal stimuleren, zal zorgen voor een betere opname van de Midden-Amerikaanse regio in de wereldhandel en een doeltreffend beheer van de hulpbronnen, en het concurrentievermogen zal verhogen;

Q.  overwegende dat een van de belangrijkste doelstellingen van de associatieovereenkomst, namelijk het leveren van een bijdrage aan een grotere regionale integratie en stabiliteit in Midden-Amerika, zal worden bereikt mits de verdragsluitende landen (met inbegrip van Panama) een duidelijke politieke wil tonen en zich ertoe verbinden om moeilijkheden te overwinnen en te komen tot verdere dynamische integratie, door effectieve, equivalente en passende maatregelen te nemen om wederzijds voordelige synergieën tot stand te brengen en wat is overeengekomen in het kader van de associatieovereenkomst te versterken, en zo een bijdrage te leveren aan de economische, politieke en sociale ontwikkeling;

R.  overwegende dat de totstandbrenging van een kader om de rechtszekerheid te versterken positieve gevolgen zal hebben voor beide partijen, door een toename van de handel en van de investeringsstromen aan te moedigen, alsook sectorale en geografische diversificatie; overwegende dat het grootste effect voor de Unie de besparingen zullen zijn die voortvloeien uit de geleidelijke vermindering of afschaffing van de douanerechten en het vereenvoudigen van de handel, alsook uit investeringen in een kader van stabiliteit en wederzijds vertrouwen, met nadruk op de toezegging van beide regio's om internationale normen na te leven, in het bijzonder die van de Wereldhandelsorganisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie; overwegende dat de overeenkomst voor Midden-Amerika zal zorgen voor een grotere internationale aanwezigheid en een strategisch partnerschap met een gevestigde markt, en een kans zal bieden op diversificatie en het aantrekken van productieve investeringen op lange termijn;

S.  overwegende dat de handelspijler van de associatieovereenkomst een asymmetrisch karakter heeft, wat onder meer blijkt uit de geleidelijke opbouw en de vaststelling van verschillende overgangsperioden voor beide regio's, om de productiestructuren aan te passen aan de nieuwe, uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst voortkomende economische en handelsrealiteit;

T.  overwegende dat bepaalde beginselen van de overeenkomst, met name de eerbiediging van de democratische beginselen, de fundamentele mensenrechten en de rechtsstaat, het binnenlandse en internationale beleid van beide partijen zullen versterken; overwegende dat het belangrijk is dat een specifieke rubriek „Handel en duurzame ontwikkeling” wordt opgenomen, met verwijzingen naar internationale normen en overeenkomsten betreffende arbeid, het milieu en governance, in overeenstemming met de doelstelling van duurzame ontwikkeling en evenwichtige ontwikkeling waarmee de ongelijkheden tussen en binnen de partijen worden verminderd, en dat er op die manier wordt gezorgd voor een belangrijk precedent voor toekomstige onderhandelingen; overwegende dat wordt verwacht dat handel de economische ontwikkeling, ecologisch duurzame groei en sociale samenhang zal bevorderen; overwegende dat de opname in de overeenkomst van institutionele en toezichtsmechanismen, zoals het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling en het forum voor dialoog met de civiele samenleving, wordt toegejuicht;

U.  overwegende dat de toezeggingen van beide regio's met betrekking tot geografische aanduidingen en intellectueel eigendom overeenkomstig de internationale regelgeving worden benadrukt;

V.  overwegend dat alle landen in Midden-Amerika vallen onder het Algemeen Preferentiestelsel Plus (SAP+), dat op 31 december 2013 zal vervallen; overwegende dat het nieuwe SAP niet van toepassing zal zijn op als zodanig door de Wereldbank aangemerkte hogere midden-inkomenslanden, zonder uitzonderingen, wat betekent dat Costa Rica en Panama niet langer onder de regeling zullen vallen; overwegende dat het SAP unilateraal, tijdelijk en herzienbaar is, enkel van toepassing is op een beperkt aantal producten en dat de meeste landbouwproducten er niet door worden gedekt; overwegende dat de associatieovereenkomst de handelspositie van alle landen in Midden-Amerika zal versterken door een nieuw, breder, zeker en tot wederzijds voordeel strekkend rechtskader tot stand te brengen; overwegende dat wordt toegejuicht dat dit nieuwe stelsel geleidelijke liberalisering mogelijk zal maken van de handel in goederen en diensten en van overheidsopdrachten, alsook de bevordering van investeringen;

1.  verzoekt de Raad en de Commissie de volgende aanbevelingen in overweging te nemen:

Inleiding

De politieke dialoog als sleutelelement in de ontwikkeling van het biregionaal partnerschap

Doeltreffende samenwerking op het gebied van de bestrijding van armoede en de bevordering van maatschappelijke samenhang

Conclusies

o
o   o

   (a) benadrukt dat de procedure rond en de sluiting en ratificatie van de associatieovereenkomst dient vergemakkelijkt te worden;
   (b) wijst erop dat tijdens de top tussen de Europese Unie, Latijns-Amerika en de landen van het Caribisch gebied die in mei 2006 in Wenen werd gehouden, de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie en van een aantal Midden-Amerikaanse republieken besloten om onderhandelingen te openen over een associatieovereenkomst tussen de twee regio's, en dat deze officieel van start gingen in oktober 2007;
   (c) wijst erop dat Panama, dat de onderhandelingen in eerste instantie als waarnemer had bijgewoond, in januari 2010 verzocht om toetreding tot de onderhandelingen, en dat de toetreding van Panama op 10 maart 2010 officieel door de Europese Unie werd goedgekeurd;
   (d) wijst erop dat de onderhandelingen in mei 2010 met succes werden afgesloten en dat de tekst van de overeenkomst na een juridische analyse op 22 maart 2011 werd geparafeerd en op 28 juni 2012 in Tegucigalpa werd ondertekend;
   (e) herinnert eraan dat de in mei 2010 gesloten associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika drie hoofdpijlers omvat: politieke dialoog, samenwerking en handel;
   (f) onderstreept dat dit het eerste alomvattende partnerschap tussen regio's is, en het resultaat van de sterke politieke wil van de Europese Unie; merkt op dat dit partnerschap een beslissende bijdrage levert aan de integratie van Midden-Amerika en betrekking heeft op veel meer vraagstukken dan louter vrije handel;
   (g) benadrukt dat deze associatieovereenkomst met Midden-Amerika past in de logica van het EU-beleid ter ondersteuning van vredesopbouw, stabiliteit en democratisering in de regio, dat in de jaren tachtig is opgestart via een belangrijk politiek engagement met de diverse vredesakkoorden en het proces van Contadora;
   (h) is ingenomen met de nieuwe en buitengewone mogelijkheden voor de biregionale betrekkingen tussen de Europese Unie en Midden-Amerika die de politieke dialoog van de nieuwe associatieovereenkomst biedt, zowel op regeringsniveau als op interparlementair niveau en op het niveau van het maatschappelijk middenveld, hetgeen ten opzichte van de in 1984 opgestarte dialoog van San José een kwalitatieve sprong voorwaarts betekent;
   (i) benadrukt de parlementaire dimensie van de overeenkomst door de oprichting van een parlementaire associatiecommissie met daarin leden van het Europees Parlement en parlementsleden uit Midden-Amerika, die op de hoogte moet worden gehouden over de besluiten van de Associatieraad, aanbevelingen kan doen en informatie over de uitvoering van de overeenkomst kan opvragen;
   (j) benadrukt dat er moet gezorgd worden voor een optimale tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst, door bijzondere aandacht te besteden aan de kwesties die door het Parlement in deze resolutie zijn aangekaart en de uitvoeringsbepalingen van de associatieovereenkomst, en vraagt dat de activiteiten van de parlementaire associatiecommissie worden ondersteund;
   (k) benadrukt dat de met Midden-Amerika bereikte associatieovereenkomst een aantal belangrijke elementen bevat die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het externe optreden van de EU die zijn vastgelegd in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, in het bijzonder de bevordering en consolidering van de mensenrechten en de democratie, een duurzame economie en ontwikkeling op sociaal en milieugebied;
   (l) onderstreept dat in artikel 1 van de associatieovereenkomst de eerbiediging van de democratische beginselen, de fundamentele mensenrechten en het beginsel van de rechtsstaat als „essentieel element” van de overeenkomst wordt vermeld, hetgeen inhoudt dat, indien een van de partijen deze beginselen niet in acht neemt, maatregelen kunnen worden genomen die uiteindelijk kunnen leiden tot de opschorting van de overeenkomst; is echter van mening dat er specifieke mechanismen moeten worden vastgesteld om de eerbiediging en naleving van de mensenrechtenclausule van de associatieovereenkomst te waarborgen;
   (m) stelt voor dat de Commissie jaarlijks verslag uitbrengt aan het Europees Parlement, om de werking van de associatieovereenkomst in zijn geheel te volgen, met inbegrip van aspecten betreffende democratische beginselen en mensenrechten;
   (n) benadrukt dat de associatieovereenkomst met Midden-Amerika moet worden gezien als het juiste kader om, op voet van gelijkheid, krachten te bundelen in de strijd tegen sociale ongelijkheid en armoede, voor inclusieve ontwikkeling en voor de aanpak van de aanhoudende maatschappelijke, economische en politieke uitdagingen;
   (o) is ingenomen met de vastberaden keuze voor multilateralisme om gemeenschappelijke waarden, beginselen en doelstellingen beter te verdedigen, alsmede om wereldwijde uitdagingen op doeltreffende wijze aan te pakken;
   (p) constateert dat de nieuwe associatieovereenkomst nieuwe en interessante mogelijkheden biedt voor de dialoog inzake de bestrijding van drugshandel en georganiseerde misdaad, in overeenstemming met de door de presidenten van Midden-Amerika goedgekeurde regionale veiligheidsstrategie; is verheugd over de diverse coördinatieverplichtingen die de partijen op zich hebben genomen in de strijd tegen drugshandel, witwaspraktijken, terrorismefinanciering, georganiseerde misdaad en corruptie;
   (q) is van mening dat de daadwerkelijke betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld moet worden bevorderd, zowel in de EU als in Midden-Amerika, door de deelname aan sectorale fora, commissies en subcommissies te stimuleren; is in dit opzicht verheugd over de oprichting van het gemengd raadgevend comité voor het maatschappelijk middenveld EU - Midden-Amerika;
   (r) onderstreept de prioriteit van maatschappelijke samenhang als doelstelling van het beleid voor regionale samenwerking; benadrukt dat deze samenhang uitsluitend kan worden bereikt met vermindering van armoede, ongelijkheid, maatschappelijke uitsluiting en elke vorm van discriminatie via degelijk onderwijs, met inbegrip van beroepsopleiding; onderstreept dat maatschappelijke ongelijkheden de afgelopen jaren niet genoeg zijn teruggedrongen en dat onveiligheid een ernstige bron van zorg in Midden-Amerika is;
   (s) benadrukt de door deze associatieovereenkomst geboden kansen voor de verbetering van de sociale cohesie en duurzame ontwikkeling, die een centrale rol spelen bij de bestendiging van economische groei, maatschappelijke stabiliteit en democratische betrokkenheid;
   (t) benadrukt de aangegane verplichtingen inzake samenwerking op het vlak van modernisering van staat en overheid, verbetering van de systemen voor belastinginning en transparantie, bestrijding van corruptie en straffeloosheid, versterking van het rechtsstelsel en stimulering van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld;
   (u) onderstreept het door de partijen bereikte akkoord op het gebied van milieu, met doelstellingen als verbetering van de milieukwaliteit, duurzame ontwikkeling, samenwerking inzake beheer van natuurrampen en bestrijding van klimaatverandering, ontbossing en verwoestijning, en behoud van de biodiversiteit;
   (v) wijst op de noodzaak bij te dragen aan het geven van een nieuwe impuls aan en het versterken van de economische en handelsbetrekkingen en de integratie van het productieapparaat van beide regio's, te zorgen voor zo groot mogelijke voordelen bij de uitvoering van de associatieovereenkomst, en op die manier evenwichtige en duurzame groei te bevorderen die leidt tot nieuwe economische, handels- en investeringsmogelijkheden die een grotere interne en externe integratie van Midden-Amerika in de internationale handelsstructuur mogelijk zullen maken;
   (w) benadrukt dat er moet gezorgd worden voor naleving van de in de associatieovereenkomst opgenomen voorwaarden, waarbij grotere synergieën tussen de regio's tot stand worden gebracht, zonder evenwel de algemene belangen op te offeren, met inbegrip van geografische aanduidingen en intellectuele-eigendomsrechten, alsook de economische en handelsprioriteiten van de EU;
   (x) benadrukt verder de noodzaak de samenwerking met adequate technische en financiële middelen te bevorderen in voor beide regio's strategische sectoren, in het bijzonder op het vlak van handel en duurzame ontwikkeling, wetenschappelijke en technische samenwerking op gebieden als institutionele capaciteitsopbouw, harmonisering van de regelgeving, douane- en statistische procedures, intellectueel eigendom, dienstverlening, overheidsopdrachten, elektronische handel, industriële ontwikkeling, duurzaam beheer van hulpbronnen, sanitaire en fytosanitaire regelgeving, ondersteuning van het kmo's en diversifiëring; vraagt het belang te erkennen van modernisering en technologische innovatie en beveelt aan deze associatieovereenkomst te gebruiken als instrument om deze doelstellingen te bereiken;
   (y) vraagt jaarlijks het biregionale Forum voor dialoog met het maatschappelijk middenveld te organiseren en te faciliteren; beveelt aan de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld uit te nodigen een bijdrage te leveren door middel van een beleid inzake maatschappelijk verantwoord ondernemerschap dat hen in staat stelt soepele betrekkingen te onderhouden en dat zorgt voor een toename van de duurzame economische ontwikkeling in Midden-Amerika;
   (z) beveelt aan acties te bevorderen om bekendheid aan de associatieovereenkomst te geven bij actoren in beide regio's en beide regio's te stimuleren om handelsbeurzen te organiseren, als platform voor contacten en samenwerkingsovereenkomsten, in het bijzonder tussen kleine en middelgrote ondernemingen;
   (aa) benadrukt de noodzaak steun te geven aan de oprichting van concurrerende productiecentra die toegevoegde waarde genereren in Midden-Amerika; beveelt verder aan de oprichting van regionale handelsacademies in zowel Latijns-Amerikaanse regio's als EU-lidstaten voor te stellen, met het oog op capaciteitsopbouw bij kleine en middelgrote ondernemingen door het organiseren van opleidingsbijeenkomsten over de voorwaarden voor de handel in landbouwproducten, -goederen en -diensten met de partnerregio;
   (ab) benadrukt dat de associatieovereenkomst bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het externe optreden van de EU die zijn vastgelegd in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; onderstreept dat de eerbiediging van de beginselen inzake democratie, de fundamentele mensenrechten en de rechtsstaat een essentieel element van de overeenkomst is;
   (ac) onderstreept dat de huidige tijdelijke handelsregeling, die op een unilateraal stelstel van algemene preferenties is gebaseerd, in de richting gaat van een via onderhandelingen overeengekomen wederkerige regeling voor de geleidelijke liberalisering van de handel in goederen en diensten en overheidsopdrachten en de bevordering van investeringen, waarmee een voorspelbaar kader wordt geschapen dat rechtszekerheid biedt en wederzijds vertrouwen wekt, dat nodig is om handel en investeringen te stimuleren;
   (ad) onderstreept dat maatschappelijke samenhang een prioritaire doelstelling is van het beleid voor regionale samenwerking, die voortvloeit uit het hoofddoel van vermindering van armoede, ongelijkheid, maatschappelijke uitsluiting en elke vorm van discriminatie;
   (ae) benadrukt dat de associatieovereenkomst met Midden-Amerika op doeltreffende wijze bijdraagt aan de inspanningen ter bevordering van de regionale, maatschappelijke en politieke integratie en aan het uiteindelijke doel van het biregionaal strategisch partnerschap tussen de EU en Latijns-Amerika;
   (af) dringt er bij de Associatieraad op aan om vijf jaar na de inwerkingtreding van de associatieovereenkomst deze aan een algemene beoordeling te onderwerpen en, indien noodzakelijk, de associatieovereenkomst te herzien op basis van de in de beoordeling opgenomen resultaten en effecten;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 140 E van 13.6.2002, blz. 569.
(2) PB C 296 E van 6.12.2006, blz. 123.
(3) PB C 259 E van 29.10.2009, blz. 64.
(4) PB C 298 E van 8.12.2006, blz. 261.
(5) PB C 102 E van 24.4.2008, blz. 291.
(6) PB C 70 E van 8.3.2012, blz. 79.
(7) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0235.
(8) PB C 67 E van 18.3.2010, blz.101.
(9) PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 31.
(10) PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 101.
(11) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0412.
(12) PB C 81 E van 15.3.2011, blz. 54.
(13) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0320.
(14) PB C 301 E van 13.12.2007, blz. 233.
(15) PB C 227 E van 4.9.2008, blz. 140.

Juridische mededeling - Privacybeleid