Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/2833(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0541/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/12/2012 - 11.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0509

Aangenomen teksten
PDF 123kWORD 75k
Donderdag 13 december 2012 - Straatsburg
Europese staalindustrie
P7_TA(2012)0509RC-B7-0541/2012

Resolutie van het Europees Parlement van 13 december 2012 over de Europese staalindustrie (2012/2833(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat zijn oorsprong vindt in het EGKS-Verdrag,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de staalindustrie en over de herstructurering, verplaatsing en sluiting van bedrijven in de EU,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 februari 2011 met als titel „Grondstoffen en grondstoffenmarkten: uitdagingen en oplossingen” (COM(2011)0025),

–  gezien de Europa 2020-strategie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met als titel „Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel” (COM(2012)0582),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de Europese staalindustrie (O-000184/2012 – B7-0368/2012),

–  gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat, na het verstrijken van het EGKS-Verdrag, de kool- en staalsector geregeld worden door de bepalingen van het EU-Verdrag;

B.  overwegende dat een van de doelstellingen van de Europese Unie erin bestaat de productie-industrie te steunen en ervoor te zorgen dat ze concurrentieel en duurzaam is en kan inspelen op veranderende omstandigheden op de Europese en de niet-Europese markt, aangezien ze van essentieel belang is voor groei en welvaart in Europa;

C.  overwegende dat de staalindustrie lijdt onder een aanzienlijke daling van de vraag, wat een aanhoudend verlies van banen en concurrentievermogen tot gevolg heeft;

D.  overwegende dat de staalindustrie van strategisch belang is voor de EU-economie, en dat het in het belang van de gehele Europese Unie is om de activiteiten te behouden die haar industrieel weefsel vormen en om de bevoorrading veilig te stellen via interne productie;

E.  overwegende dat een concurrentiële Europese staalindustrie de ruggengraat vormt voor ontwikkeling en het creëren van waarde voor veel grote industriële sectoren zoals de automobiel-, de bouw- en de machinebouwsector;

F.  overwegende dat de staalindustrie voor belangrijke uitdagingen staat, zoals een aanzienlijke daling van de vraag, grote concurrentie van invoer uit derde landen die andere regels en normen hanteren, moeilijke toegang tot grondstoffen en hogere kosten, wat geleid heeft tot herstructureringen, fusies en het schrappen van banen;

G.  overwegende dat de werkgelegenheid in de staalsector gekrompen is van 1 miljoen banen in 1970 tot ongeveer 369 000 in 2012, en dat de secundaire sectoren miljoenen werknemers tellen;

H.  overwegende dat uit gegevens van de Commissie blijkt dat de EU in 2010 33,7 miljoen ton staal heeft uitgevoerd (EUR 32 miljard), waarbij de grootste markten voor de staaluitvoer van de EU Turkije, de VS, Algerije, Zwitserland, Rusland en India waren, terwijl de EU in 2010 26,8 miljoen ton staal heeft ingevoerd (EUR 18 miljard), waarbij de grootste importeurs Rusland, Oekraïne, China, Turkije, Zuid-Korea, Zwitserland en Servië waren;

I.  overwegende dat de huidige crisis enorme sociale problemen veroorzaakt voor de getroffen werknemers en regio's, en dat bedrijven die herstructureren dit moeten doen volgens de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen omdat uit de ervaring blijkt dat succesvol herstructureren niet mogelijk is zonder een toereikende sociale dialoog;

J.  overwegende dat hightechbedrijven – waarvan de staalsector een voorbeeld is – model staan voor technische knowhow en daarom behouden moeten worden door dringend maatregelen te nemen om te vermijden dat ze buiten het grondgebied van de EU worden verplaatst;

1.  verzoekt de Commissie op korte termijn een duidelijk beeld te schetsen van de grote veranderingen die zich in de staalindustrie in Europa voordoen; benadrukt dat het belangrijk is dat de Commissie de voortdurende ontwikkelingen nauwlettend in het oog houdt om het industriële erfgoed van Europa en de betrokken werknemers te vrijwaren;

2.  herinnert eraan dat de Commissie na het verstrijken van het EGKS-Verdrag bevoegd is om de economische en sociale gevolgen van de ontwikkelingen in de Europese staalindustrie aan te pakken, en verzoekt de Commissie rekening te houden met de positieve ervaring van de EGKS, een tripartiet orgaan (vakbonden, sector en Commissie) in te stellen om de Europese staalindustrie verder te ontwikkelen, te zorgen voor anticipatie, overleg en informatieverstrekking aan de werknemers, en te waarborgen dat de wettelijke eisen van de richtlijn betreffende de Europese ondernemingsraad(1) volledig worden geëerbiedigd;

3.  verzoekt de Commissie zorgvuldig na te denken over initiatieven op de middellange en lange termijn om de staalindustrie en haar secundaire sectoren te steunen en te behouden;

4.  dringt er bij de Commissie op aan meer belang te hechten aan het industriebeleid om het concurrentievermogen van de Europese staalindustrie op de wereldmarkt nieuw leven in te blazen, teneinde echte gelijke voorwaarden te scheppen en tegelijkertijd strenge sociale en milieunormen in de EU te waarborgen en te streven naar wederkerigheid ten aanzien van derde landen;

5.  is van mening dat het economisch herstel in Europa tevens afhankelijk is van een sterkere productie-industrie; wijst erop dat de staalindustrie een cruciale rol speelt om het concurrentievermogen te waarborgen van strategische secundaire sectoren, die zouden lijden onder een inkrimping van de Europese staalindustrie en afhankelijk zouden worden van invoer uit derde landen, waardoor ze kwetsbaar zouden worden;

6.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om tegen juni 2013 een Europees actieplan voor de staalsector te ontwikkelen, maar benadrukt dat dit zo snel mogelijk moet worden opgesteld;

7.  verzoekt de Commissie terug te komen op haar besluit om het systeem van voorafgaand toezicht op de invoer van staalproducten en stalen buizen, dat is ingesteld door Verordening (EU) nr. 1241/2009(2) van de Commissie, niet te verlengen na 31 december 2012, en dit systeem in het actieplan op te nemen;

8.  dringt er bij de Commissie op aan in haar actieplan alle beschikbare EU-instrumenten op te nemen, zoals meer onderzoek, ontwikkeling en innovatie, met name op het gebied van efficiënt omgaan met energie en middelen, gerichte investeringen van de Europese Investeringsbank, een actief beleid voor vaardigheden, herscholing en omscholing van werknemers, en indien nodig het mogelijke gebruik van financiële instrumenten van de EU zoals het Europees Sociaal Fonds en het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, en andere stimuli om de industrie te helpen investeren en moderniseren;

9.  is van mening dat in dit actieplan ook moet worden nagegaan hoe de hoge kosten voor energie en grondstoffen, die een bedreiging vormen voor het concurrentievermogen van de staalindustrie, kunnen worden aangepakt en gereduceerd; benadrukt in dit verband dat efficiënt omgaan met energie en middelen aanzienlijke besparingen met zich kan brengen, is op dit vlak ingenomen met het Europees publiek-private partnerschap SPIRE, maar dringt er niettemin bij de Commissie en de staalsector zelf op aan de beschikbare mogelijkheden te blijven onderzoeken, de oprichting van bedrijfsconsortia aan te moedigen en een gesloten-kringloop productiesysteem te bevorderen op basis van recuperatie en hergebruik van schroot, gezien de huidige en toekomstige grondstoffenschaarste;

10.  verzoekt de Commissie bij haar herziening van de bestaande staatssteunregelingen oog te hebben voor de staalindustrie, en na te gaan of het haalbaar is kwaliteitscertificaten voor staalgerelateerde producten in te voeren;

11.  verzoekt de Commissie toe te zien op herstructureringen en verplaatsingen van bedrijven en geval per geval te waarborgen dat deze strikt in overeenstemming zijn met het mededingingsrecht van de EU; is van mening dat tevens moet worden toegezien op mogelijk misbruik van een dominante marktpositie;

12.  is ingenomen met projecten zoals het ULCOS-consortium (staalproductie met ultralage CO2-uitstoot), dat geldt als voorbeeld van een innovatief onderzoeks- en ontwikkelingsinitiatief om de staalindustrie te helpen haar CO2-uitstoot verder te reduceren, en benadrukt dat geïnvesteerd moet blijven worden in onderzoek en innovatie omdat deze activiteiten van fundamenteel belang zijn om de staalsector nieuw leven in te blazen en te vernieuwen;

13.  verzoekt de Commissie nauwlettend de toekomstige ontwikkelingen te volgen in de vestigingen in Florange, Luik, Terni, Galați, Schifflange, Piombino, Câmpia Turzii, Rodange, Oțelu Roşu, Triëst, Silezië, Reşiţa, Targoviste, Călăraşi, Hunedoara, Buzău, Braila, Borlänge, Luleå en Oxelösund en elders waar het voortbestaan op de helling staat, om er zeker van te zijn dat het concurrentievermogen van de Europese staalsector en het belang ervan als sector die voor banen zorgt, niet worden bedreigd;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en aan de Raad, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 254 van 30.9.1994, blz. 64.
(2) PB L 332 van 17.12.2009, blz. 54.

Juridische mededeling - Privacybeleid