Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2640(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0237/2013

Debatten :

PV 23/05/2013 - 21.1
CRE 23/05/2013 - 21.1

Stemmingen :

PV 23/05/2013 - 22.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0232

Aangenomen teksten
PDF 111kWORD 21k
Donderdag 23 mei 2013 - Straatsburg
India: de terechtstelling van Mohammad Afzal Guru en de gevolgen daarvan
P7_TA(2013)0232RC-B7-0237/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 23 mei 2013 over India: terechtstelling van Mohammad Afzal Guru en de gevolgen daarvan (2013/2640(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien resolutie 62/149 van 18 december 2007 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarin een moratorium op de toepassing van de doodstraf wordt geëist, en resolutie 63/168 van 18 december 2008, waarin de tenuitvoerlegging van de door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen resolutie 62/149 van 2007 wordt geëist,

–  gezien de slotverklaring van het vierde wereldcongres tegen de doodstraf, dat heeft plaatsgevonden in Genève van 24 tot 26 februari 2010, waarin wordt opgeroepen tot de universele afschaffing van de doodstraf,

–  gezien het verslag van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over moratoria op de toepassing van de doodstraf van 11 augustus 2010,

–  gezien zijn eerdere resoluties over afschaffing van de doodstraf, en met name die van 26 april 2007 over het initiatief voor een wereldwijd moratorium op de doodstraf(1),

–  gezien het verzoek van juli 2012 door 14 gepensioneerde rechters van het Indiase hooggerechtshof aan de president van India waarin hem verzocht wordt het doodsvonnis tegen 13 gevangenen om te zetten omdat de vonnissen door het hooggerechtshof in de negen voorafgaande jaren ten onrechte niet gewijzigd waren,

–  gezien de Werelddag tegen de doodstraf en de Europese Dag tegen de doodstraf, elk jaar op 10 oktober,

–  gezien artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Mohammad Afzal Guru in 2002 ter dood was veroordeeld wegens samenzwering in verband met de aanval op het parlement van India in december 2001, en op 9 februari 2013 door de Indiase autoriteiten is terechtgesteld;

B.  overwegende dat de doodstraf, als uiterst wrede en inhumane en onterende bestraffing, een schending vormt van het recht op leven zoals omschreven in de Universele verklaring van de rechten van de mens;

C.  overwegende dat 154 landen in de wereld de doodstraf de jure en de facto hebben afgeschaft; overwegende dat India, toen het zich kandidaat stelde voor een zetel in de VN-Mensenrechtenraad voor de verkiezingen op 20 mei 2011, de plechtige gelofte deed dat het zich zou houden aan de hoogste normen ter bevordering en bescherming van de mensenrechten;

D.  overwegende dat India zijn achtjarig officieuze moratorium op de toepassing van de doodstraf in november 2012 beëindigde, toen het Ajmal Kasab terechtstelde, die was veroordeeld wegens zijn betrokkenheid bij de aanslagen op Mumbai in 2008;

E.  overwegende dat de nationale en internationale mensenrechtenorganisaties ernstige kanttekeningen hebben geplaatst bij de eerlijkheid van het proces tegen Afzal Guru;

F.  overwegende dat momenteel 1 455 gevangen in India wachten op hun terechtstelling;

G.  overwegende dat er veel geprotesteerd werd na de terechtstelling van Afzal Guru, ondank dat er een avondklok was ingesteld in grote delen van het Indiase deel van Kashmir;

1.  herhaalt dat het van oudsher onder alle omstandigheden tegenstander is van de doodstraf, en dringt nogmaals aan op een onmiddellijk moratorium op terechtstellingen in die landen waar de doodstraf nog steeds wordt toegepast;

2.  veroordeelt de heimelijke terechtstelling van Afzal Guru door de regering van India in de Tihar Jail in New Delhi op 9 februari 2013, tegen de wereldwijde trend in om de doodstraf af te schaffen, en betreurt dat de vrouw van Afzal Guru en zijn overige familieleden niet op de hoogte zijn gesteld van zijn nakende terechtstelling en zijn begrafenis;

3.  dringt er bij de regering van India op aan het lichamelijk overschot van Afzal Guru terug te geven aan zijn familie;

4.  dringt er bij de Indiase autoriteiten op aan in alle juridische processen en rechtszaken de hoogste nationale en internationale juridische normen in acht te nemen, en alle gevangenen en verdachten de nodige rechtsbijstand te verlenen;

5.  betreurt de dood van drie jonge Kashmiri's na de protesten tegen de terechtstelling van Afzal Guru; dringt er bij de veiligheidstroepen op aan terughoudendheid te betrachten in het gebruik van geweld tegen vreedzame betogers; uit zijn bezorgdheid over de mogelijk negatieve gevolgen voor het vredesproces in Kashmir;

6.  dringt er bij de regering van India op aan geen toestemming meer te verlenen voor toekomstige terechtstellingen;

7.  vraagt de regering en het parlement van India wetgeving aan te nemen waarmee een permanent moratorium op terechtstellingen wordt ingevoerd, met als doel de doodstraf in de nabije toekomst af te schaffen;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, de Raad, de Commissie, alsmede de regeringen en parlementen van de lidstaten, het secretariaat-generaal van het Gemenebest, de secretaris-generaal van de VN, de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten, alsmede de president, de regering en het parlement van India.

(1) PB C 74 E, 20.3.2008, blz. 775.

Juridische mededeling - Privacybeleid