Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2669(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0295/2013

Debatten :

PV 13/06/2013 - 12.3
CRE 13/06/2013 - 12.3

Stemmingen :

PV 13/06/2013 - 13.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0286

Aangenomen teksten
PDF 132kWORD 27k
Donderdag 13 juni 2013 - Straatsburg
Situatie van de Rohingya-moslims
P7_TA(2013)0286RC-B7-0295/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 13 juni 2013 over de situatie van de Rohingya-moslims (2013/2669(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Birma/Myanmar, met name die van 20 april 2012(1), 13 september 2012(2) en 22 november 2012(3),

–  gezien zijn resolutie van 23 mei 2013 over de hernieuwde toekenning aan Myanmar/Birma van de voordelen van algemene tariefpreferenties(4),

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU van 22 april 2013 over Myanmar/Birma,

–  gezien de verklaring van 27 november 2012 van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, over de resolutie van 2012 van de Algemene Vergadering van de VN over de situatie van de mensenrechten in Myanmar,

–  gezien de verklaring die de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, op 1 juni 2013 aflegde over de overeenkomst gesloten tussen de regering van Myanmar/Birma en de Onafhankelijkheidsbeweging van Kachin,

–  gezien de verklaring van 9 augustus 2012 van de commissaris van de EU voor internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbestrijding, Kristalina Georgieva, over de situatie van de Rohingya-moslims,

–  gezien het eindverslag van het delegatiebezoek aan Birma/Myanmar van 3 tot 5 april 2013 door de Subcommissie mensenrechten,

–  gezien de beperkende maatregelen van de Europese Unie, neergelegd in Besluit 2010/232/GBVB van de Raad van 26 april 2010 en laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1083/2011 van de Raad van 27 oktober 2011,

–  gezien de verklaring die de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, op 23 maart 2013 aflegde over de gewelddadige conflicten in de plaats Meiktila in Birma/Myanmar,

–  gezien de verklaring die de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, op 2 april 2013 aflegde over het bericht van de dood van 13 kinderen die waren omgekomen bij een brand in een moslimschool in Birma,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 1966,

–  gezien het VN-verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol hierbij van 1967,

–  gezien resolutie 67/233 van 24 december 2012 van de Algemene Vergadering van de VN over de situatie van de mensenrechten in Myanmar,

–  gezien de oproep van de UNHCR van 13 november 2012 aan de regeringen in Zuidoost-Azië om hun grenzen open te houden voor personen die Birma over zee ontvluchten,

–  gezien het verslag van 6 maart 2013 van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in Birma/Myanmar, alsmede zijn verklaring van 11 juni 2013 dat „de schendingen van de mensenrechten van de Rohingya's in de staat Rakhine op omvangrijke en stelselmatige wijze worden gepleegd”,

–  gezien de verklaring van Aun San Suu Kyi van 27 mei 2013 over het „tweekindbeleid” voor Rohingya-moslims,

–   gezien het besluit van de ASEAN-top van november 2011 om het voorzitterschap van de ASEAN in 2014 toe te kennen aan Birma/Myanmar,

–   gezien het rapport van Human Rights Watch getiteld „All You Can Do is Pray: Crimes Against Humanity and Ethnic Cleansing of Rohingya Muslims in Burma’s Arakan State” van 22 april 2013,

–  gelet op de artikelen 122, lid 5, en 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de vervolging van en het geweld tegen de Rohingya-minderheid steeds erger worden, vooral in de vorm van vernietiging van eigendom en van gebedshuizen, massale arrestaties, willekeurige opsluiting, marteling, verkrachting en het beperken van de bewegingsvrijheid, de huwelijksrechten en de toegang tot onderwijs;

B.  overwegende dat het religieus geweld dat begon in de staat Rakhine zich over het land heeft verspreid; overwegende dat tussen maart en mei 2013 verschillende aanvallen op moslims zijn gemeld in de divisie Rangoon, Mandalay en Bago, alsmede in de staten Kachin en Shan, met als gevolg 46 doden en meer dan 14 000 ontheemden;

C.  overwegende dat het sektarisch geweld zich nu heeft verspreid naar een nieuwe regio in Birma, getuige het feit dat winkels in de stad Lashio in de staat Shan op 28 mei 2013 door een menigte in brand zijn gestoken en drie Rohingya-vrouwen in de plaats Parein op 4 juni 2013 door de politie zijn gedood bij een conflict over huisvesting voor leden van de ontheemde minderheid;

D.  overwegende dat meer dan 130 000 ontheemde Rohingya's in kampen en andere gebieden verblijven en de regering van Birma/Myanmar slechts in beperkte en ontoereikende mate humanitaire hulp aan de getroffen Rohingya-bevolking toelaat; overwegende dat veel Rohingya's in gebieden moeten verblijven die regelmatig overstromen, waar zij blootgesteld zijn aan moessonregens en cyclonen; overwegende dat zij niet naar huis terug kunnen keren vanwege het aanhoudende geweld of omdat hun huizen zijn vernietigd, ofwel omdat zij door veiligheidstroepen worden belet de kampen te verlaten waar zij worden vastgehouden;

E.  overwegende dat tienduizenden Rohingya's over zee zijn gevlucht om aan de vervolging te ontkomen, en overwegende dat honderden van hen om het leven zijn gekomen door zinkende boten of doordat zij weer de zee opgejaagd werden; overwegende dat bijna 1700 Rohingya's die Birma ontvluchtten volgens berichten onder mensonterende omstandigheden worden vastgehouden in Thaise detentiecentra voor immigranten;

F.  overwegende dat de onafhankelijke onderzoekscommissie die in augustus 2012 is opgericht om het sektarisch geweld in de staat Rakhine te onderzoeken op 23 april 2013 een rapport heeft uitgebracht met aanbevelingen om de spanningen te verminderen, maar niettemin heeft geweigerd de Rohingya-identiteit te erkennen, geen verantwoordelijken heeft aangewezen voor de mensenrechtenschendingen tijdens de onlusten, zich uitsprak voor een „tijdelijke scheiding” van de moslim- en boeddhistische gemeenschappen, en de aanbeveling deed om onaanvaardbare geboortebeperkingsprogramma's voor moslims in te voeren;

G.  overwegende dat de president van Myanmar/Birma U Thein Sein in een toespraak op 6 mei 2013 de belofte deed dat zijn regering de grondrechten van moslims in de staat Rakhine zou garanderen, en dat hij weliswaar enkele stappen heeft ondernomen om de burgerrechten in het land uit te breiden, maar dat de dramatische situatie van de Rohingya's, en van de interetnische betrekkingen in het algemeen, het gehele hervormingsproces in Birma/Myanmar in gevaar zou kunnen brengen; overwegende dat geloofwaardige onafhankelijke berichten wijzen op de medeplichtigheid van de autoriteiten van Birma/Myanmar aan misdaden tegen de menselijkheid gericht tegen de Rohingya-bevolking, die ertoe hebben geleid dat de staat Rakhine grotendeels naar religie is opgesplitst;

H.  overwegende dat de regering van Birma/Myanmar onlangs heeft aangekondigd het tweekindbeleid opnieuw te zullen invoeren; overwegende dat dit door de speciale rapporteur van de VN over de mensenrechten in Birma/Myanmar, Tomás Ojea Quintana, is veroordeeld als een discriminerende dwangmaatregel tegen de Rohingya's in de staat Rakhine, die een schending inhoudt van de fundamentele mensenrechten van de Rohingya's en van de internationale verplichtingen en verbintenissen op het gebied van de mensenrechten;

I.  overwegende dat de internationale gemeenschap er bij de regering van Birma/Myanmar op heeft aangedrongen haar wet op het staatsburgerschap van 1982 te herzien, om ervoor te zorgen dat de Rohingya's niet langer staatloos zijn en de diepere oorzaken van de al lang bestaande discriminatie tegen de Rohingya-bevolking worden aangepakt;

J.  overwegende dat dr. Tun Aung, een 65-jarige arts en gerespecteerd leider in de gemeenschap in de staat Rakhine, in juni 2012 werd gearresteerd en veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf op grond van beschuldigingen die door een groot aantal mensenrechtengroeperingen, waaronder Amnesty International, zijn gekenschetst als politiek gemotiveerd;

K.  overwegende dat volgens het rapport van 22 april 2013 van Human Rights Watch getiteld „All You Can Do is Pray: Crimes Against Humanity and Ethnic Cleansing of Rohingya Muslims in Burma’s Arakan State”, de misdaden die vorig jaar tegen de Rohingya's zijn begaan, naar verluidt ook door overheidsinstanties, neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuivering; overwegende dat in dit rapport ook bewijzen worden vermeld voor vier massagraven in de staat Rakhine, daterend uit 2012;

L.  overwegende dat de pers- en mediavrijheid, zowel online als offline, een cruciale rol spelen bij het opsporen en documenteren van mensenrechtenschendingen en het ter verantwoording roepen van regeringen;

M.  overwegende dat volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens eenieder het recht heeft om in geval van vervolging asiel aan te vragen;

1.  veroordeelt de ernstige schendingen van de mensenrechten en het geweld tegen de Rohingya-moslims in Birma/Myanmar en roept alle partijen op zich te onthouden van geweld;

2.  spreekt zijn medeleven uit met de slachtoffers van het geweld en de onrechtmatige vervolging in Birma/Myanmar;

3.  wijst op de stappen die president U Thein Sein en andere hervormers in Birma/Myanmar in de loop van het jaar hebben ondernomen om democratische hervormingen door te voeren; betreurt echter dat de regering niet in staat is geweest om de Rohingya's te beschermen tegen het georganiseerde geweld, en roept de regering en de gehele samenleving van Birma/Myanmar op om ogenblikkelijk een einde te maken aan de mensenrechtenschendingen, en de plegers van de gewelddadige aanvallen en andere gerelateerde misdaden voor het gerecht te brengen;

4.  dringt er bij de regering van Birma/Myanmar op aan ervoor te zorgen dat haar veiligheidsdiensten alles in het werk stellen om de Rohingya-moslims te beschermen tegen gewelddadigheden; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de beschuldigingen dat leden van de veiligheidsdiensten van Birma/Myanmar hebben deelgenomen aan de gewelddadigheden, en herhaalt zijn dringende oproep om met hulp van de Verenigde Naties een volledig en onafhankelijk onderzoek naar deze beschuldigingen uit te voeren;

5.  benadrukt dat dringend maatregelen moeten worden genomen met het oog op de humanitaire risico's waar alle ontheemden in Birma/Myanmar mee te maken hebben, en met name de Rohingya's; herhaalt zijn oproep aan de regering van Birma/Myanmar om VN-agentschappen en humanitaire ngo's, alsmede journalisten en diplomaten, ongehinderd toegang te verlenen tot alle delen van het land, waaronder de staat Rakhine, en onbeperkte en volledige toegang te waarborgen voor humanitaire steun aan alle gemeenschappen die getroffen worden door conflicten en sektarisch geweld; roept de autoriteiten van Myanmar/Birma op de omstandigheden in de ontheemdenkampen van de Rohingya's met spoed te verbeteren;

6.  dringt er bij alle landen in de regio op aan hun internationale verplichtingen met betrekking tot de rechten van vluchtelingen na te komen, hun grenzen open te stellen voor Rohingya's die asiel zoeken en ze tenminste tijdelijke bescherming te bieden, en tevens de regering van Birma/Myanmar te helpen bij het vinden van duurzame, rechtvaardige oplossingen voor de onderliggende oorzaken;

7.  roept de regering van Thailand op onmiddellijk een einde te maken aan de onmenselijke opsluiting van minstens 1700 Rohingya-asielzoekers en ze toegang te verlenen tot vluchtelingenagentschappen van de VN; betreurt het feit dat de regering van Thailand tot nu toe geen toestemming heeft gegeven aan de UNHCR om onderzoek te doen ter vaststelling van de vluchtelingenstatus van Rohingya-asielzoekers;

8.  dringt er bij de regering van Birma/Myanmar op aan de vestiging van een OHCHR-kantoor toe te staan, met bijkantoren in de staten, om een goede controle van de mensenrechtensituatie in het land mogelijk te maken;

9.  verwelkomt de belofte van president U Thein Sein dat alle geweldplegers vervolgd zullen worden, alsmede zijn inzet voor een multiculturele, multi-etnische en multireligieuze samenleving; roept de president op verdere maatregelen te nemen om de rechtsstaat door te voeren en de achterliggende oorzaken van het geweld aan te pakken;

10.  is ingenomen met de mededeling van president U Thein Sein van 4 juni 2013 dat alle politieke gevangenen in Birma/Myanmar zullen worden vrijgelaten; herhaalt zijn standpunt dat de vrijlating van alle politieke gevangenen, waaronder dr. Tun Aung, onmiddellijk en onvoorwaardelijk moet plaatsvinden, met volledige toekenning van hun rechten en vrijheden;

11.  dringt er bij de regering op aan te blijven werken aan duurzame oplossingen voor de onderliggende oorzaken van de spanningen, waaronder maatregelen om de status van de Rohingya's te regelen, en deze te implementeren; herhaalt zijn eerdere oproepen voor een wijziging of herroeping van de wet op het burgerschap van 1982, om te garanderen dat de Rohingya's gelijke toegang hebben tot het burgerschap van Birma/Myanmar, met zowel rechten als plichten, en de gewijzigde of vervangen wet te laten aansluiten bij internationale normen op het gebied van de mensenrechten en met de verplichtingen van het land uit hoofde van artikel 7 van het VN-Verdrag voor de rechten van het kind;

12.  uit kritiek op de verklaring van de minister van Immigratie Khin Yi van 11 juni 2013, waarin hij zijn steun uitspreekt voor de herinvoering van het tweekindbeleid;

13.  verwelkomt de recente verklaring van oppositieleider Aung San Suu Kyi tegen de herinvoering van het tweekindbeleid voor Rohingya's, en dringt er bij de regering van Birma/Myanmar op aan deze regel ogenblikkelijk in te trekken, tegelijk met andere dwingende of discriminerende beleidsmaatregelen, regels, voorschriften of wetten;

14.  benadrukt het belang van wets- en administratieve wijzigingen om ervoor te zorgen dat een zo groot mogelijk deel van de bevolking van Birma/Myanmar, dus ook minderheden, deelneemt aan de verkiezingen van 2014;

15.  verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger deze kwestie op het hoogst mogelijke politieke niveau aan te kaarten bij haar ontmoetingen met vertegenwoordigers van Birma/Myanmar en andere ASEAN-landen;

16.  herinnert eraan dat de Europese Unie recentelijk het stelsel van algemene preferenties (SAP) voor Birma/Myanmar opnieuw heeft ingesteld; herhaalt dat deze preferenties zijn gebonden aan voorwaarden op het gebied van de eerbiediging van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten; dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend in het oog te houden welke voortgang de autoriteiten van Myanmar/Birma boeken bij de naleving van deze voorwaarden;

17.  verzoekt de Commissie om, wanneer zij bij het Parlement en de Raad een gedelegeerde handeling indient die tot doel heeft de SAP-regelingen voor Birma/Myanmar na 31 december 2013 voort te zetten, dit voorstel vergezeld te laten gaan van een verslag dat aantoont dat er geen sprake is van ernstige en systematische schendingen van de beginselen neergelegd in de verdragen die worden genoemd in de SAP-verordening, met specifieke aandacht voor de Rohingya's;

18.  verzoekt de Commissie om op doeltreffende en omvattende manier te beoordelen wat de gevolgen zijn van de geplande bilaterale investeringovereenkomst voor de mensenrechten, voordat zij haar voorstel voor onderhandelingsrichtsnoeren indient, alsook om het Parlement en maatschappelijke organisaties nauw bij dit proces te betrekken;

19.  verwacht dat de EDEO het Parlement regelmatig raadpleegt en op de hoogte houdt van het proces tot instelling van een mensenrechtendialoog met Birma/Myanmar; vraagt de EDEO en de lidstaten een lijst op te stellen van gedetailleerde normen op het gebied van de mensenrechten om de voortgang van het hervormingsproces in Myanmar/Birma te kunnen beoordelen; benadrukt dat verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en de regering van Birma/Myanmar pas kan plaatsvinden als merkbare vooruitgang wordt geboekt, met name wat betreft de situatie van de Rohingya's;

20.  roept op tot een substantiële en zichtbare betrokkenheid van maatschappelijk organisaties, waarin ook de Rohingya's vertegenwoordigd moeten zijn, bij de Task Force EU-Birma/Myanmar die later dit jaar wordt opgericht, waarbij moet worden voortgebouwd op de ervaringen van de Task Force EU-Egypte;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering en het parlement van Birma/Myanmar, de vice-voorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de EU, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van Birma/Myanmar, de secretaris-generaal van de ASEAN, de intergouvernementele commissie voor de mensenrechten van de ASEAN, de speciale vertegenwoordiger van de VN voor de mensenrechten in Myanmar/Birma, de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN, de VN-Raad voor de mensenrechten en de regeringen en parlementen van andere landen in de regio.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0142.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0355.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0464.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0218.

Juridische mededeling - Privacybeleid