Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 juli 2013 over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Georgië (PE-CONS 00038/2013 – C7-0168/2013 – 2010/0390(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: derde lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst en de daarop betrekking hebbende verklaring van het Parlement en de Raad (PE-CONS 00038/2013 – C7‑0168/2013),
– gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0804),
– gezien zijn in tweede lezing geformuleerde standpunt(2) inzake het standpunt van de Raad in eerste lezing(3),
– gezien het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement op het standpunt van de Raad in eerste lezing (COM(2013)0067),
– gezien het standpunt van de Raad in tweede lezing,
– gezien artikel 294, lid 13, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 69 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A7-0244/2013),
1. keurt de gemeenschappelijke ontwerptekst goed;
2. bevestigt de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;
3. verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;
4. verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan, samen met de daarop betrekking hebbende verklaring van het Parlement en de Raad, in het Publicatieblad van de Europese Unie;
5. verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die samen met het besluit tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Georgië is aangenomen
Het Europees Parlement en de Raad:
— zijn het erover eens dat de aanneming van het besluit tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Georgië in een bredere context moet worden geplaatst, gezien de behoefte aan een kader dat degelijke en doeltreffende besluiten betreffende de toekenning van macrofinanciële bijstand aan derde landen waarborgt;
— delen het standpunt dat de aanneming van besluiten over macrofinanciële bijstandsoperaties gebaseerd moet zijn op onderstaande overwegingen en beginselen voor het verlenen van macrofinanciële bijstand van de Unie aan derde landen en gebieden die daarvoor in aanmerking komen, zonder afbreuk te doen aan het initiatiefrecht inzake wetgeving en de rechtsvorm van het toekomstige instrument waarin deze overwegingen en beginselen vorm krijgen;
— legt zich erop toe om in toekomstige afzonderlijke besluiten over het verlenen van macrofinanciële bijstand van de Unie volledig rekening te houden met deze overwegingen en beginselen.
DEEL A - OVERWEGINGEN
(1) De Unie is een belangrijke verstrekker van economische, financiële en technische bijstand aan derde landen. Macrofinanciële bijstand van de Unie (hierna "macrofinanciële bijstand" genoemd) is een efficiënt instrument voor economische stabilisatie gebleken, alsook een stimulans voor structurele hervormingen in de begunstigde landen en gebieden (hierna "begunstigden" genoemd). Overeenkomstig haar algemene beleid ten aanzien van kandidaat- en potentiële kandidaat-lidstaten en nabuurschapslanden moet de Unie in staat zijn die landen macrofinanciële bijstand te verlenen om een gebied van gedeelde stabiliteit, zekerheid en welvaart te ontwikkelen.
(2) Macrofinanciële bijstand moet worden verleend op basis van landenspecifieke ad-hocbesluiten van het Europees Parlement en de Raad. Deze beginselen zijn gericht op een grotere efficiëntie en doeltreffendheid van het besluitvormingsproces dat tot dergelijke besluiten en de tenuitvoerlegging ervan leidt, alsook op een betere toepassing door de begunstigde van de politieke randvoorwaarden voor de toekenning van macrofinanciële bijstand en meer transparantie en democratische toetsing van deze bijstand.
(3) In zijn resolutie van 3 juni 2003 over het verlenen van macrofinanciële bijstand aan derde landen heeft het Europees Parlement gepleit voor een kaderverordening voor macrofinanciële bijstand om het besluitvormingsproces te versnellen en om dit financiële instrument van een formele en transparante grondslag te voorzien.
(4) In zijn conclusies van 8 oktober 2002 heeft de Raad criteria vastgesteld (de zogeheten Genval-criteria) die als richtsnoeren dienen voor macrofinanciële bijstandsoperaties. Het is wenselijk deze criteria te actualiseren en verduidelijken, met name de criteria voor het bepalen van de meest geschikte vorm van bijstand (lening, gift of een combinatie daarvan).
(5) Deze beginselen moeten de Unie in staat stellen snel macrofinanciële bijstand te verlenen, met name wanneer de omstandigheden om een onmiddellijk optreden vragen, en om de criteria voor de verlening van macrofinanciële bijstand duidelijker en transparanter te maken.
(6) De Commissie moet ervoor zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Unie verenigbaar is met de voornaamste beginselen, doelstellingen en maatregelen in het kader van de verschillende onderdelen van het extern optreden en met het desbetreffende beleid van de Unie op andere terreinen.
(7) Macrofinanciële bijstand moet het extern beleid van de Unie ondersteunen. De diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) moeten tijdens de gehele macrofinanciële bijstandoperatie nauw samenwerken om het externe beleid van de Unie te coördineren en de consistentie ervan te waarborgen.
(8) Macrofinanciële bijstand moet de begunstigden ondersteunen in hun gehechtheid aan de waarden die zij met de Unie delen, waaronder democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, alsook aan de beginselen van open, op regels gebaseerde en eerlijke handel.
(9) Eerbied van het in aanmerking komende land voor effectieve democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, moet een randvoorwaarde zijn voor het verlenen van macrofinanciële bijstand. Deze randvoorwaarden dienen regelmatig door de Commissie te worden gecontroleerd.
(10) Individuele macrofinanciële bijstandsbesluiten moeten onder meer het specifieke doel hebben de efficiëntie, transparantie en verantwoordingsplicht inzake het beheer van overheidsfinanciën in de begunstigde landen en gebieden te versterken. De Commissie moet regelmatig controleren of deze doelstellingen worden gehaald.
(11) Macrofinanciële bijstand moet gericht zijn op het herstellen van een houdbare externe financiële situatie voor derde landen en gebieden die een tekort hebben aan buitenlandse deviezen en daaraan gerelateerde externe financieringsmoeilijkheden ondervinden. Macrofinanciële bijstand is niet bedoeld als periodieke financiële steun en heeft evenmin als eerste doelstelling de ondersteuning van de economische en sociale ontwikkeling van de begunstigden.
(12) Macrofinanciële bijstand moet aanvullend zijn op de door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en andere multilaterale financiële instellingen verstrekte middelen en de lasten moeten billijk tussen de Unie en andere donoren worden verdeeld. Bij het verlenen van macrofinanciële bijstand moet ervoor worden gezorgd dat de betrokkenheid van de Unie toegevoegde waarde biedt.
(13) Om te verzekeren dat de financiële belangen van de Unie in het kader van macrofinanciële bijstand op efficiënte wijze worden beschermd, moeten de begunstigden passende maatregelen nemen in verband met de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot deze bijstand en moet er eveneens worden voorzien in controles door de Commissie en audits door de Rekenkamer.
(14) De procedure voor de vaststelling van het memorandum van overeenstemming moet in overeenstemming met de in verordening (EU) nr. 182/2011 vervatte criteria worden gekozen. In dit verband moet de raadplegingsprocedure als algemene regel gelden, maar gezien de potentieel belangrijke gevolgen van operaties boven het in deel B vastgelegde drempelbedrag, is het wenselijk dat voor deze operaties de onderzoeksprocedure wordt toegepast.
DEEL B - BEGINSELEN
1. Doel van de bijstand
(a) Macrofinanciële bijstand moet een uitzonderlijk financieel instrument zijn van ongebonden en niet-toegewezen betalingsbalanssteun aan in aanmerking komende landen en gebieden. Het moet gericht zijn op het herstellen van een houdbare externe financiële situatie voor in aanmerking komende landen en gebieden die externe financieringsmoeilijkheden ondervinden. De bijstand moet dienen als ondersteuning van een beleidsprogramma met krachtige aanpassings- en structurele hervormingsmaatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de betalingsbalanspositie, met name tijdens de programmeringsperiode, en op het versterken van de uitvoering van gerelateerde overeenkomsten en samenwerkingsprogramma's met de Unie.
(b) Macrofinanciële bijstand mag alleen worden verleend indien er sprake is van een aanzienlijk en resterend extern financieringstekort dat is vastgesteld door de Commissie in samenwerking met de multilaterale financiële instellingen en dat de door het IMF en andere multilaterale instellingen verstrekte middelen overschrijdt, ondanks het feit dat het betrokken land of gebied krachtige economische stabilisatie- en hervormingsprogramma's uitvoert.
(c) Macrofinanciële bijstand moet van kortlopende aard zijn en worden beëindigd zodra de externe financiële situatie weer houdbaar is.
2. In aanmerking komende landen en gebieden
De derde landen en gebieden die in aanmerking komen voor macrofinanciële bijstand zijn:
— kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten,
— landen en gebieden die onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen,
— in uitzonderlijke en naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden, andere derde landen die een beslissende rol spelen op het vlak van de regionale stabiliteit, van strategisch belang zijn voor de Unie, politiek en economisch nauw met de Unie verbonden zijn en geografisch dicht bij de Unie liggen.
3. Bijstandsvorm
(a) Macrofinanciële bijstand moet over het algemeen in de vorm van een lening worden verstrekt. In uitzonderlijke gevallen mag de steun echter in de vorm van een gift of een combinatie van een lening en een gift worden verstrekt. Bij het bepalen van de passende vorm van een eventueel giftgedeelte moet de Commissie, bij het voorbereiden van haar voorstel, rekening houden met het economisch ontwikkelingspeil van de begunstigde – gemeten naar het inkomen per hoofd van de bevolking en het armoedepercentage – alsook met het vermogen tot terugbetaling op basis van een schuldhoudbaarheidsanalyse. Daarnaast moet zij erop toezien dat het beginsel van billijke lastenverdeling tussen de Unie en andere donoren wordt geëerbiedigd. In dit verband moet de Commissie ook rekening houden met de mate waarin andere financiële instellingen en donoren het betrokken land concessionele voorwaarden bieden.
(b) Wanneer macrofinanciële bijstand de vorm van een lening aanneemt, moet de Commissie worden gemachtigd om namens de Unie op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen de nodige middelen te lenen en deze aan de begunstigde door te lenen.
(c) De verrichtingen tot het opnemen en verstrekken van leningen moeten worden uitgevoerd in euro, op dezelfde valutadatum worden verricht en mogen voor de Unie geen transformatie van looptijd en geen valuta- of renterisico met zich meebrengen.
(d) Alle kosten die de Unie ter zake van de opgenomen of verstrekte leningen maakt, moeten ten laste van de begunstigde komen.
(e) De Commissie kan op verzoek van het begunstigde land of gebied en indien de omstandigheden een gunstiger rente op de lening mogelijk maken, haar oorspronkelijk opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in punt 3, onder d) gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de desbetreffende opgenomen leningen en evenmin tot een verhoging van het op de dag van de herfinancieringen of herstructureringen nog uitstaande kapitaal.
4. Financiële bepalingen
(a) De in de vorm van een gift verstrekte bedragen aan macrofinanciële bijstand moeten sporen met de in het meerjarig financieel kader vastgestelde begrotingskredieten.
(b) In de in de vorm van een lening verstrekte bedragen aan macrofinanciële bijstand moet worden voorzien overeenkomstig de verordening tot instelling van een Garantiefonds. De bedragen van de voorzieningen moeten sporen met de in het meerjarig financieel kader vastgestelde begrotingskredieten.
(c) De jaarlijkse kredieten moeten door de begrotingsautoriteit worden toegestaan binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.
5. Bedrag van de bijstand
(a) Het bedrag van de bijstand moet gebaseerd zijn op de resterende externe financieringsbehoeften van het in aanmerking komende land of gebied. Bij de vaststelling van het bedrag moet rekening worden gehouden met het vermogen van dit land of gebied om zichzelf te financieren met eigen middelen, en met name de internationale reserves die het tot zijn beschikking heeft. Deze financieringsbehoeften moeten door de Commissie worden vastgesteld, in samenwerking met internationale financiële instellingen, op basis van een volledige kwantitatieve beoordeling en transparante ondersteunende documenten. Met name moet de Commissie zich baseren op de laatste, door het IMF opgestelde betalingsbalansprognoses voor het desbetreffende land of gebied en rekening houden met de verwachte financiële bijdragen van multilaterale donoren en met de reeds bestaande verdeling van de andere externe financieringsinstrumenten van de Unie in dat in aanmerking komende land of gebied.
(b) Wanneer geen macrofinanciële bijstand plaatsvindt, moeten de documenten van de Commissie informatie bevatten over de verwachte deviezenreserves en de passend geachte niveaus, afgemeten aan relevante indicatoren zoals de verhouding tussen de reserves en de buitenlandse schuld op korte termijn, en de verhouding tussen de reserves en de invoer van het begunstigde land.
(c) Bij de vaststelling van de bedragen van de verleende macrofinanciële bijstand moet er ook rekening mee worden gehouden dat de lasten billijk tussen de Unie en de andere donoren moeten worden verdeeld en moet worden gewaarborgd dat de betrokkenheid van de Unie toegevoegde waarde biedt.
(d) Indien de financieringsbehoeften van de begunstigde tijdens de periode van uitbetaling van de macrofinanciële bijstand aanzienlijk verminderen ten opzichte van de oorspronkelijke prognoses, moet de Commissie daarbij handelend volgens de raadplegingsprocedure wanneer de bijstand lager is of gelijk aan 90 miljoen EUR, en volgens de onderzoeksprocedure wanneer de bijstand hoger is dan 90 miljoen EUR, het bedrag van zulke bijstand verlagen of deze opschorten of annuleren.
6. Conditionaliteit
(a) Eerbiediging door het in aanmerking komende land of gebied van effectieve democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, de rechtsstaat en de mensenrechten, moet een randvoorwaarde zijn voor het verlenen van macrofinanciële bijstand. De Commissie moet een voor het publiek toegankelijke evaluatie(1) publiceren over het vervullen van deze randvoorwaarde, en moet hier tijdens de gehele loopduur van de macrofinanciële bijstand toezicht op uitoefenen. Dit punt moet worden toegepast in overeenstemming met het besluit tot vaststelling van de organisatie en werking van de EDEO.
(b) Macrofinanciële bijstand mag worden verleend mits er een niet uit voorzorg getroffen kredietregeling bestaat tussen het in aanmerking komende land of gebied en het IMF, die aan de volgende voorwaarden voldoet:
— de doelstelling van de regeling spoort met het doel van de macrofinanciële bijstand, namelijk het verzachten van betalingsbalansmoeilijkheden op korte termijn.
— er worden krachtige aanpassingsmaatregelen ten uitvoer gelegd, overeenkomstig het in punt 1, onder a), omschreven doel van macrofinanciële bijstand.
(c) De bijstand mag pas worden uitgekeerd indien sprake is van een bevredigende voortgang van een door het IMF ondersteund beleidsprogramma en indien aan de in letter a) van dit punt omschreven randvoorwaarden is voldaan. Zij moet ook afhankelijk zijn van de voorwaarde dat binnen een specifieke termijn uitvoering wordt gegeven aan een reeks duidelijk bepaalde economische beleidsmaatregelen, in de eerste plaats met het oog op structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën, die tussen de Commissie en de begunstigde worden overeengekomen en in een memorandum van overeenstemming worden vastgelegd.
(d) Met het oog op het beschermen van de financiële belangen van de Unie en het versterken van het bestuur van de begunstigden, moet het memorandum van overeenstemming maatregelen bevatten ter versterking van de efficiëntie en transparantie van en de verantwoordingsplicht voor systemen voor het beheer van overheidsfinanciën.
(e) Bij het bepalen van de beleidsmaatregelen moet ook terdege rekening worden gehouden met vooruitgang wat betreft het wederzijds openstellen van markten, de ontwikkeling van op regels gebaseerde en eerlijke handel en andere prioriteiten in het kader van het externe beleid van de Unie.
(f) De beleidsmaatregelen moeten sporen met de bestaande partnerschaps-, samenwerkings- of associatieovereenkomsten die tussen de Unie en de begunstigde zijn gesloten, en met de macro-economische aanpassings- en structurele hervormingsprogramma's die door de begunstigde met de steun van het IMF worden uitgevoerd.
7. Procedure
(a) Een land of gebied dat macrofinanciële bijstand wenst te ontvangen, moet de Commissie daar schriftelijk om verzoeken. De Commissie moet controleren of aan de in de punten 1, 2, 4 en 6 genoemde voorwaarden is voldaan en kan, in voorkomend geval, een voorstel voor een besluit indienen bij het Europees Parlement en de Raad.
(b) In het besluit tot verstrekking van een lening moeten het bedrag, de maximale gemiddelde looptijd en het maximale aantal tranches van de macrofinanciële bijstand worden vermeld. Indien het besluit een giftgedeelte omvat, moeten ook het bedrag en het maximale aantal tranches worden vermeld. Het besluit om een gift ter beschikking te stellen moet vergezeld gaan van een rechtvaardiging van de gift die, of het giftgedeelte dat, deel uitmaakt van de bijstand. In beide gevallen moet worden bepaald gedurende welke periode de macrofinanciële bijstand beschikbaar is. Deze periode duurt als regel niet langer dan drie jaar. Bij het indienen van een voorstel voor een nieuw besluit tot het verlenen van macrofinanciële bijstand, moet de Commissie de in punt 12, onder c), genoemde gegevens verstrekken.
(c) Na de vaststelling van het besluit tot het verlenen van macrofinanciële bijstand, moet de Commissie in het memorandum van overeenstemming de in punt 6, onder c), d), e) en f), omschreven beleidsmaatregelen met de begunstigde overeenkomen, daarbij handelend volgens de raadplegingsprocedure wanneer de bijstand lager is dan of gelijk aan 90 miljoen EUR en volgens de onderzoeksprocedure wanneer deze hoger is dan 90 miljoen EUR.
(d) Na de vaststelling van het besluit tot verlening van macrofinanciële bijstand komt de Commissie met de begunstigde de nadere financiële voorwaarden van de bijstand overeen. Deze nadere financiële voorwaarden moeten in een gift- of leningsovereenkomst worden vastgelegd.
(e) De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad inlichten over de ontwikkelingen op het vlak van landenspecifieke bijstand, met inbegrip van de uitkeringen, en verstrekt daarbij tijdig de relevante documenten aan die instellingen.
8. Uitvoering en financieel beheer
(a) De Commissie moet de verleende macrofinanciële bijstand uitvoeren overeenkomstig de financiële voorschriften van de Unie.
(b) Macrofinanciële bijstand moet onder direct gecentraliseerd beheer worden uitgevoerd.
(c) Begrotingsvastleggingen moeten plaatsvinden op basis van besluiten die door de Commissie overeenkomstig dit punt zijn genomen. Indien macrofinanciële bijstand over een aantal boekjaren wordt verleend, mogen begrotingsvastleggingen voor die bijstand in jaarlijkse tranches worden gesplitst.
9. Uitkering van de bijstand
(a) Macrofinanciële bijstand moet worden betaald aan de centrale bank van het begunstigde land.
(b) De macrofinanciële bijstand moet in opeenvolgende tranches worden betaald, mits de in punt 6, onder a), bedoelde randvoorwaarde en de in punt 6, onder b) en c), bedoelde voorwaarden zijn vervuld.
(c) De Commissie moet op gezette tijden nagaan of de in punt 6, onder b) en c), bedoelde voorwaarden vervuld blijven.
(d) Als de in punt 6, onder a), genoemde randvoorwaarde en de in punt 6, onder b) en c), genoemde voorwaarden niet zijn vervuld, moet de Commissie de uitkering van de macrofinanciële bijstand tijdelijk opschorten of annuleren. In die gevallen moet zij het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van de redenen van de opschorting of annulering.
10. Ondersteunende maatregelen
Uit de begrotingsmiddelen van de Unie kunnen ook uitgaven worden gefinancierd die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van macrofinanciële bijstand.
11. Bescherming van de financiële belangen van de Unie
(a) Overeenkomsten die uit ieder landenspecifiek besluit voortvloeien moeten bepalingen bevatten die ervoor zorgen dat de begunstigden regelmatig nagaan of de uit de begroting van de Unie verstrekte financiering naar behoren is gebruikt, passende maatregelen nemen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude en zo nodig gerechtelijke stappen ondernemen om uit hoofde van ieder landenspecifiek besluit verstrekte middelen die zijn verduisterd, terug te vorderen.
(b) In alle overeenkomsten die uit landenspecifieke besluiten voortvloeien, moeten bepalingen worden opgenomen ter bescherming van de financiële belangen van de Unie, met name ten aanzien van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden, overeenkomstig het desbetreffende Unierecht.
(c) Het in artikel 6, onder c), bedoelde memorandum van overeenstemming moet de Commissie en de Rekenkamer de uitdrukkelijke het recht geven om tijdens en na de periode dat de macrofinanciële bijstand beschikbaar is audits uit te voeren, met inbegrip van documentaudits en audits ter plaatse, zoals onder meer operationele beoordelingen. Voorts moet het memorandum de Commissie of haar vertegenwoordigers de uitdrukkelijke toestemming verlenen controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.
(d) Tijdens de uitvoering van de macrofinanciële bijstand moet de Commissie door middel van operationele beoordelingen toezicht houden op de deugdelijkheid van de voor deze bijstand geldende financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van de begunstigde.
(e) Overeenkomsten die uit een landenspecifiek besluit voortvloeien moeten bepalingen bevatten die verzekeren dat de Unie recht heeft op de volledige terugbetaling van de gift en/of de vervroegde terugbetaling van de lening indien is vastgesteld dat een begunstigde met betrekking tot het beheer van macrofinanciële bijstand fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit heeft gepleegd die de financiële belangen van de Unie schaadt.
12. Jaarverslag
(a) De Commissie moet de geboekte vooruitgang bij het uitvoeren van de macrofinanciële bijstand onderzoeken en jaarlijks uiterlijk 30 juni bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen.
(b) In het jaarverslag moeten de economische situatie en de vooruitzichten van de begunstigden worden beoordeeld, alsook de vooruitgang die is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de in artikel 6, onder c), bedoelde beleidsmaatregelen.
(c) Voorts moet het jaarverslag geactualiseerde informatie bevatten over de beschikbare begrotingsmiddelen in de vorm van leningen en giften, waarbij rekening wordt gehouden met de beoogde operaties.
13. Evaluatie
(a) De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad verslagen sturen van evaluaties achteraf, waarin de resultaten en de efficiëntie van onlangs voltooide macrofinanciële bijstandsoperaties worden beoordeeld, alsook in welke mate zij tot de doelstellingen van de bijstand hebben bijgedragen.
(b) De Commissie moet regelmatig en minstens iedere vier jaar een evaluatie uitvoeren van de verleende macrofinanciële bijstand, en het Europees Parlement en de Raad een gedetailleerd overzicht daarvan bieden. Een dergelijke evaluatie moet tot doel hebben na te gaan of de doelstellingen van de macrofinanciële bijstand zijn behaald, of nog altijd aan de voorwaarden van de macrofinanciële bijstand – met inbegrip van het in punt 7, onder c), vastgelegde drempelbedrag – wordt voldaan, en om de Commissie in staat te stellen aanbevelingen te doen met het oog op de verbetering van toekomstige operaties. De Commissie moet in haar evaluatie ook de samenwerking met Europese of multilaterale financiële instellingen bij het verlenen van macrofinanciële bijstand beoordelen.
Deze evaluatie zal gebaseerd zijn op het jaarverslag inzake mensenrechten en democratie in de wereld dat in het kader van het strategisch kader van de EU en het actieplan inzake de mensenrechten en democratie wordt verwacht (conclusies van de Raad inzake mensenrechten en democratie, 25 juni 2012).