Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2086(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0288/2013

Ingediende teksten :

A7-0288/2013

Debatten :

PV 07/10/2013 - 25
CRE 07/10/2013 - 25

Stemmingen :

PV 08/10/2013 - 9.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0403

Aangenomen teksten
PDF 192kWORD 46k
Dinsdag 8 oktober 2013 - Straatsburg
Vangstbeperkingen en de territoriale wateren in de Middellandse en de Zwarte Zee - oplossing van geschillen
P7_TA(2013)0403A7-0288/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 8 oktober 2013 over vangstbeperkingen en de territoriale wateren in de Middellandse en de Zwarte Zee - manieren om geschillen op te lossen (2011/2086(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag van 10 december 1982 van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee (UNCLOS),

–  gezien de Overeenkomst van 1995 over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden,

–  gezien de gedragscode voor verantwoordelijke visserij van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), die in oktober 1995 door de FAO-conferentie werd aangenomen,

–  gezien het Verdrag voor de bescherming van de Zwarte Zee tegen verontreiniging, dat in april 1992 in Boekarest werd ondertekend,

–  gezien het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu en de kustgebieden van de Middellandse Zee en de bijbehorende protocollen, dat in februari 1976 in Barcelona werd ondertekend en in juni 1995 in Barcelona werd gewijzigd,

–  gezien het Strategische Actieplan voor de bescherming en het herstel van het milieu in de Zwarte Zee, dat in april 2009 in Sofia werd aangenomen,

–  gezien Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie)(1),

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor maritieme ruimtelijke ordening en geïntegreerd kustbeheer (COM(2013)0133),

–  gezien [deel VII over buitenlands beleid] van Verordening (EU) nr. [...]/2013 van het Europees Parlement en de Raad van [...] betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid(2),

–  gezien zijn resolutie van 20 januari 2011 over een EU-strategie voor het Zwarte Zeegebied(3),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2011 over het huidige en toekomstige visserijbeheer in de Zwarte Zee(4),

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2012 over de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid(5),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 10 oktober 2007 met de titel "Een geïntegreerd maritiem beleid voor de Europese Unie" (COM(2007)0575),

–  gezien zijn resolutie van 21 oktober 2010 over een geïntegreerd maritiem beleid van de EU – beoordeling van de bereikte vooruitgang en nieuwe uitdagingen(6),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 11 september 2009 met de titel "Naar een geïntegreerd maritiem beleid voor beter bestuur in het Middellandse Zeegebied" (COM(2009)0466),

–  gezien het Europees Nabuurschapsbeleid en daaraan gerelateerde financieringsinstrumenten,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 8 september 2010 met de titel "Mariene Kennis 2020 – mariene gegevens en observatie voor slimme en duurzame groei" (COM(2010)0461),

–  gezien het ENPI-programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het Middellandse Zeebekken 2007-2013, dat op 14 augustus 2008 door de Commissie werd goedgekeurd,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 september 2012 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met de titel "Blauwe groei – Kansen voor duurzame mariene en maritieme groei" (COM(2012)0494),

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A7-0288/2013),

A.  overwegende dat de stedelijke ontwikkeling in het Middellandse Zeegebied tegen 2025 een niveau van 60% zou kunnen bereiken, waarbij een derde van de bevolking in kustgebieden zou zijn geconcentreerd, en de vraag naar water- en visserijhulpbronnen zou verdubbelen;

B.  overwegende dat 30% van het mondiale zeeverkeer in het Middellandse Zeegebied plaatsvindt;

C.  overwegende dat de Middellandse en de Zwarte Zee vanuit oceanografisch, sociaal-economisch, visserij- en milieuperspectief specifieke kenmerken hebben;

D.  overwegende dat het beheer van zee- en kustgebieden ingewikkeld is en er verschillende particuliere en openbare instellingen bij betrokken zijn;

E.  overwegende dat de verversingsgraad van de watermassa in de Middellandse en de Zwarte Zeebekkens extreem laag is (respectievelijk 80-90 jaar en 140 jaar), en dat deze bekkens daarom bijzonder gevoelig zijn voor zeeverontreiniging;

F.  overwegende dat circa 75% van de visbestanden in de Middellandse Zee overbevist is;

G.  overwegende dat de wetgeving op het gebied van de toegang van vaartuigen tot de nationale visserijsector varieert naar gelang de nationaliteit van het vaartuig;

1.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de toenemende concurrentie om slinkende visbestanden en mariene hulpbronnen, die leidt tot regionale spanningen en mogelijke geschillen tussen kuststaten over zeegebieden; roept in dit verband op tot extra inspanningen op regionaal, nationaal en EU-niveau om de regulering van de toegang tot visbestanden te verbeteren;

2.  dringt er bij alle kuststaten op aan zich extra in te spannen om geleidelijk een eind te maken aan overbevissing in de Middellandse en Zwarte Zee, aangezien slinkende visbestanden de kans op conflicten in deze gebieden vergroten;

3.  is er sterk van overtuigd dat de vreedzame beslechting van geschillen betreffende zeegebieden en de vaststelling van zeegrenzen – in overeenstemming met de rechten en plichten van de lidstaten en van derde landen die voortvloeien uit internationale en EU-wetgeving, met name het VN-Verdrag inzake het recht van de zee – een essentieel onderdeel vormt van goed bestuur met betrekking tot maritieme aangelegenheden;

4.  is van oordeel dat het beheer van de Middellandse en de Zwarte Zee verdergaande politieke cohesie en samenwerking tussen de desbetreffende kuststaten vergt; wijst op de belangrijke rol van bilaterale samenwerking en internationale overeenkomsten, aangezien de meeste landen van de Zwarte en de Middellandse Zee geen EU-lidstaten zijn en derhalve niet gebonden zijn aan EU-wetgeving;

5.  is ingenomen met de rol van de Commissie bij het bevorderen van een meer solide en gestructureerde dialoog met niet-lidstaten die aan de Middellandse en de Zwarte Zee grenzen inzake het beheer van gedeelde visbestanden in deze zeebekkens; spoort de Commissie aan om hiertoe extra inspanningen te leveren via een regionale aanpak;

6.  is van oordeel dat het mariene beheer van het Middellandse en het Zwarte Zeegebied mogelijkheden biedt voor internationale betrekkingen en voor een effectieve beleidsaansturing in de regio;

7.  benadrukt dat de concurrentie om dalende visbestanden en mariene hulpbronnen tot wrijving met derde landen kan leiden; verzoekt de EU en de lidstaten met klem samen te werken op het gebied van de bewaking, controle, beveiliging en veiligheid van de kustwateren, territoriale wateren, exclusieve economische zones (EEZ), het Europees continentaal plat, de maritieme infrastructuur en mariene hulpbronnen; merkt op dat de EU dit hoog op de politieke agenda moet houden en internationale geschillen moet helpen voorkomen;

8.  dringt er bij de EU op aan dat zij diplomatieke middelen inzet ter bevordering van de dialoog tussen de lidstaten en derde landen, om te bewerkstelligen dat zij waarde gaan hechten aan de beginselen van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Unie, en gaat toezien op de naleving van de bijbehorende regelgeving; benadrukt dat in het bijzonder kandidaat-lidstaten zich moeten houden aan de beginselen van het visserijbeleid van de Unie en aan de desbetreffende internationale en EU-wetten die van toepassing zijn op visserijactiviteiten;

9.  merkt op dat van de 21 landen van het Middellandse Zeegebied, er drie UNCLOS niet hebben ondertekend noch geratificeerd; verzoekt de Commissie om deze landen, en met name de kandidaat-lidstaten voor toetreding tot de Unie, aan te sporen zich bij het verdrag aan te sluiten en UNCLOS als onlosmakelijk deel van het EU-regelgevingskader voor maritieme aangelegenheden ten uitvoer te leggen;

10.  verzoekt de Commissie en derde landen een regionale aanpak te ontwikkelen voor de visserij en de instandhouding van de visbestanden in de wateren van de Middellandse en de Zwarte Zee, met inachtneming van de grensoverschrijdende dimensie van visserij en het feit dat bepaalde vissoorten over grote afstanden trekken; benadrukt in dit verband de belangrijke rol van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee bij het waarborgen van gelijke spelregels en als regionaal forum voor het toezien op duurzame visserij in de Zwarte Zee;

11.  onderstreept het belang van milieubescherming en duurzame ontwikkeling in deze zeebekkens; benadrukt voorts dat extra inspanningen moeten worden geleverd op het vlak van het mariene beheer en toezicht, in overeenstemming met internationale wetgeving en met name UNCLOS, met het oog op een betere milieubescherming van kust- en zeegebieden;

12.  is van oordeel dat een geïntegreerd maritiem beleid, en met name maritieme ruimtelijke ordening, een centrale rol kan spelen bij het voorkomen van conflicten tussen EU-lidstaten en met derde landen;

13.  spoort de lidstaten aan tot een geïntegreerd kustbeheer en maritieme ruimtelijke planning - met betrekking tot de productie van offshore windenergie, het aanleggen van onderzeese kabels en leidingen, maritiem vervoer, de visserij en de aquacultuur, het instellen van heruitzettingsgebieden - in het kader van de strategie voor "blauwe groei", in de context van de bestaande overeenkomsten met de buurlanden, met inbegrip van de derde landen, die aan dezelfde regionale zee grenzen;

14.  pleit voor de aanwijzing van maritieme zones, met name exclusieve economische zones en beschermde mariene gebieden, die niet alleen de instandhouding en het beheer van de visserij buiten de territoriale wateren zullen verbeteren, maar ook duurzame visserij zullen bevorderen, het toezicht op en de bestrijding van illegale, niet-aangemelde en ongereglementeerde visserij zullen vergemakkelijken en het mariene beheer in deze zeebekkens zullen verbeteren; onderstreept dat de EU de lidstaten in dit verband passende ondersteuning, coördinatie en begeleiding moet bieden;

15.  verzoekt de Commissie deze punten verder in overweging te nemen met het oog op het waarborgen van de coherentie van relevante EU-beleidsterreinen, met name het gemeenschappelijk visserijbeleid en het geïntegreerde maritieme beleid, en om deze coherentie -en een gelijk speelveld- te bevorderen, zowel binnen de EU als ten opzichte van aangrenzende partnerlanden, door middel van intensievere samenwerking en dialoog;

16.  benadrukt hoe belangrijk evaluaties van de visbestanden zijn en pleit voor intensievere samenwerking tussen wetenschappelijke instellingen in beide zeebekkens, met inbegrip van de uitwisseling van wetenschappelijke gegevens en andere informatie; meent dat de EU de samenwerking en gemeenschappelijke projecten tussen wetenschappelijke teams van de Unie en hun tegenhangers in andere betrokken niet-lidstaten moet bevorderen, stimuleren en vergemakkelijken; is in dit verband ingenomen met het initiatief "Mariene Kennis 2020", dat erop gericht is gegevens over het mariene milieu beschikbaar te stellen aan velerlei potentiële geïnteresseerden op het niveau van openbare instellingen, de industrie, onderwijs en onderzoek en het maatschappelijk middenveld;

17.  dringt aan op een verbeterd systeem voor toezicht, controle en bewaking van visserijactiviteiten in beide zeebekkens vanuit een geïntegreerd perspectief voor een beter behoud van ecosystemen, in overeenstemming met de internationale en de EU-wetgeving (met name UNCLOS), om zo bij te dragen tot een op lange termijn duurzame exploitatie van de visbestanden en een doeltreffender bestrijding van de illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visserij;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19.
(2) Zie Raadsdocument nr. ...
(3) PB C 136 E, 11.5.2012, blz. 81.
(4) PB C 51 E, 22.2.2013, blz. 37.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0461.
(6) PB C 70 E van 8.3.2012, blz. 70.

Juridische mededeling - Privacybeleid