Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2151(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0347/2013

Ingediende teksten :

A7-0347/2013

Debatten :

PV 24/10/2013 - 9
CRE 24/10/2013 - 9

Stemmingen :

PV 24/10/2013 - 12.1
CRE 24/10/2013 - 12.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0450

Aangenomen teksten
PDF 204kWORD 22k
Donderdag 24 oktober 2013 - Straatsburg
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2013
P7_TA(2013)0450A7-0347/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 24 oktober 2013 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2013 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling III – Commissie (14870/2013 – C7-0378/2013 – 2013/2151(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1) ("Financieel Regelement"),

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, definitief vastgesteld op 12 december 2012(2),

–  gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(3),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2013, goedgekeurd door de Commissie op 10 juli 2013 (COM(2013)0518) en gewijzigd bij nota van wijzigingen van 18 september 2013 (COM(2013)0655),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2013, vastgesteld door de Raad op 21 oktober 2013 en meegedeeld aan het Europees Parlement dezelfde dag (14870/2013 – C7–0378/2013),

–  gezien de artikelen 75 ter en 75 sexies van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0347/2013),

A.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) nr. 6/2013, als gewijzigd door de Commissie bij nota van wijzigingen van 18 september 2013, betrekking heeft op de herziening van de raming van de traditionele eigen middelen (TEM, d.w.z. douanerechten en heffingen in de suikersector), de btw- en de bni-grondslagen, de opname in de begroting van de relevante Britse correcties en de herziening van de ramingen van andere inkomsten uit boetes, die leiden tot een wijziging van de hoogte en verdeling van de eigenmiddelenbijdragen van de lidstaten aan de Uniebegroting;

B.  overwegende dat OGB nr. 6/2013 ook betrekking heeft op de aanpassing van de begrotingsstructuur om de oprichting van trustfondsen van de Unie overeenkomstig artikel 187 van het Financieel Reglement mogelijk te maken;

C.  overwegende dat het standpunt van de Raad inzake OGB nr. 6/2013 geen aanpassingen inhoudt van het voorstel van de Commissie, als gewijzigd bij de nota van wijzigingen;

D.  overwegende dat dit OGB van cruciaal belang is ter voorkoming van een tekort aan middelen dat zou kunnen leiden tot een tekortschietende uitvoering in 2013, op basis van de in de begroting voor 2013 goedgekeurde betalingskredieten, uitsluitend met inbegrip van de gewijzigde begrotingen nrs. 1/2013 t/m 5/2013;

1.  neemt kennis van OGB nr. 6/2013, gepresenteerd door de Commissie op 10 juli 2013, als gewijzigd bij nota van wijzigingen van 18 september 2013, dat betrekking heeft op een herziening van de raming van de traditionele eigen middelen (TEM, d.w.z. douanerechten en heffingen in de suikersector), op basis van de beste schattingen van de Commissie, en bepaalde andere ontwikkelingen, alsmede de verdere herziening van de ramingen van andere inkomsten uit een reeks boetes die definitief zijn geworden en dus in de begroting kunnen worden opgenomen;

2.  wijst erop dat de daling van de TEM-raming met circa 3 955 miljoen EUR en van de eigen middelen uit de btw met 384 miljoen EUR deels worden gecompenseerd door bovengenoemde boetes ter hoogte van in totaal 1 229 miljoen EUR;

3.  wijst erop dat dit automatisch leidt tot een verhoging van de aanvullende bijdragen op basis van het bni van de lidstaten met een bedrag van 3 110 miljoen EUR, d.w.z. een netto verhoging van de "nationale bijdragen" (inclusief btw) van 2 736 miljoen EUR;

4.  beseft dat dit een aanzienlijke last zal vormen voor de nationale begrotingen, maar benadrukt dat deze technische aanpassing aan de ontvangstenkant niet ten koste mag gaan van de volledige dekking van gerechtvaardigde betalingsbehoeften, die reeds door de Commissie waren geïdentificeerd in OGB nr. 8/2013 en OGB nr. 9/2013; herinnert de Raad aan zijn standpunt gebaseerd op het opzettelijk opstellen van te krappe begrotingen in de afgelopen jaren en benadrukt in dit verband dat de jaarlijkse begrotingen voor de periode 2007-2013 in totaal een gezamenlijk niveau hebben bereikt dat 60 miljard EUR lager is dan het overeengekomen algemene plafond voor betalingen in het MFK voor de periode 2007-2013, terwijl een gecumuleerd overschot van 12 miljard EUR voor de periode 2007-2013 de facto naar de lidstaten is teruggevloeid in de vorm van een verlaging van hun gecumuleerde bni-bijdragen met eenzelfde bedrag;

5.  verzoekt de Commissie het Europees Parlement alle informatie waarover zij beschikt te doen toekomen over wanneer en hoe deze verhoogde nationale bijdragen van de lidstaten zullen worden overgeheveld naar de begroting van de Unie; verzoekt de Commissie het Europees Parlement mee te delen wat de eventuele netto impact van deze verhoogde bni-bijdragen is voor de begrotingen van de lidstaten in de jaren 2013 en 2014;

6.  keurt het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2013 goed;

7.  benadrukt dat de goedkeuring van ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2013 geen oplossing biedt voor het te lage niveau van op de begroting 2013 goedgekeurde betalingskredieten die nodig zijn om openstaande rekeningen te betalen; dringt wederom aan op de noodzaak dat de Raad ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2013 zo spoedig mogelijk goedkeurt; herhaalt opnieuw geen goedkeuring te zullen hechten aan de verordening betreffende het MFK 2014-2020 zolang ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2013 niet is goedgekeurd, zoals duidelijk gesteld in zijn resolutie van 3 juli 2013;

8.  verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 6/2013 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(2) PB L 66 van 8.3.2013.
(3) PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.

Juridische mededeling - Privacybeleid