Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/0414(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0327/2012

Ingediende teksten :

A7-0327/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/11/2013 - 8.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0470

Aangenomen teksten
PDF 356kWORD 49k
Dinsdag 19 november 2013 - Straatsburg
Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid *
P7_TA(2013)0470A7-0327/2012

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (COM(2011)0841 – C7-0014/2012 – 2011/0414(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0841),

–  gezien artikel 203 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0014/2012),

–  gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A7-0327/2012),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  In deze verordening is voor deze handeling een referentiebedrag in de zin van punt 18 van het interinstitutioneel akkoord van ../2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer*, zonder dat de begrotingsbevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad beïnvloed worden.
____________________
* PB ...
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 ter (nieuw)
(1 ter)  Voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het instrument moeten een betere uitvoering en een betere kwaliteit van de bestedingen als richtsnoeren worden gehanteerd, waarbij een optimale benutting van de financiële middelen moet worden gewaarborgd.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 quater (nieuw)
(1 quater)  Het is belangrijk ervoor te zorgen dat het instrument financieel goed wordt beheerd en zo doeltreffend en gebruikersvriendelijk mogelijk ten uitvoer wordt gelegd, en tevens zorg te dragen voor rechtszekerheid en de toegankelijkheid van het instrument voor alle deelnemers.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)   De ramp in Tsjernobyl in 1986 heeft duidelijk gemaakt dat nucleaire veiligheid van mondiaal belang is. Door de ramp met de kerncentrale Fukushima Daiichi in 2011 is bevestigd dat het noodzakelijk is om de inspanningen ter verbetering van de nucleaire veiligheid voort te zetten totdat er aan de hoogst mogelijke normen wordt voldaan. Om veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend, dient de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ('de Gemeenschap') de nucleaire veiligheid in derde landen te kunnen steunen.
(3)   De ramp in Tsjernobyl in 1986 heeft duidelijk gemaakt dat nucleaire veiligheid van mondiaal belang is. Door de ramp met de kerncentrale Fukushima Daiichi in 2011 is bevestigd dat nucleaire risico´s inherent zijn aan iedere kernreactor en dat het daarom noodzakelijk is om de inspanningen ter verbetering van de nucleaire veiligheid voort te zetten teneinde te voldoen aan de hoogst mogelijke normen, die een afspiegeling vormen van optimale werkwijzen, met name voor wat betreft beleidsaansturing en onafhankelijke regelgeving. Zolang bestaande kerncentrales nog in gebruik zijn en er nog nieuwe kerncentrales bij worden gebouwd, moet dit instrument erop zijn gericht te waarborgen dat het veiligheidsniveau in begunstigde landen de Europese veiligheidsnormen weerspiegelen, dat deze normen in acht worden genomen en dat de ondersteuning van onafhankelijke toezichtsautoriteiten hoge prioriteit krijgt. Om veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend, dient de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ('de Gemeenschap') de nucleaire veiligheid in derde landen te kunnen steunen.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)   Door samen met de lidstaten op basis van gemeenschappelijke beleidsmaatregelen en strategieën te handelen, beschikt alleen de Europese Unie over de kritische massa die nodig is om op mondiale uitdagingen te kunnen reageren en verkeert zij tevens in de beste positie om de samenwerking met derde landen te coördineren.
(4)   Wereldwijd overwegen of plannen diverse landen kerncentrales te bouwen, hetgeen een reeks aan uitdagingen met zich meebrengt evenals de noodzaak adequate nucleaire veiligheidsculturen en beheersstructuren tot stand te brengen. Er moeten manieren worden gevonden om de veiligheid en beveiliging te verbeteren van kerncentrales die dicht bij de grens met de Unie worden gebouwd, met name wanneer er sprake is van een gebrek aan politieke samenwerking met de Unie. In het kader hiervan moeten in alle lidstaten en betrokken derde landen stresstests worden uitgevoerd om mogelijke veiligheidsrisico´s op te sporen, terwijl de maatregelen die nodig zijn om deze risico´s te verhelpen onverwijld ten uitvoer moeten worden gelegd. Door samen met de lidstaten op basis van gemeenschappelijke beleidsmaatregelen en strategieën te handelen en door samen te werken met internationale en regionale organisaties, bevindt de Europese Unie zich in de juiste positie om op mondiale uitdagingen te kunnen reageren en om de samenwerking met derde landen te coördineren. Er moet prioriteit worden verleend aan de waarborging van steun van onafhankelijke toezichtsautoriteiten en aan ondersteuning van de betrokken regelgevende instanties, de bevordering van multilaterale regionale en internationale structuren die vertrouwen kunnen versterken, en de toepassing van normen door middel van mechanismen voor wederzijdse beoordeling. Het Europees Parlement moet in dit verband en overeenkomstig onderhavige richtlijn geregeld door de Commissie op de hoogte worden gesteld over de plannen van derde landen op het gebied van nucleaire veiligheid.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)   Met het oog op het in stand houden en bevorderen van een continue verbetering van de nucleaire veiligheid en de bijbehorende regelgeving, heeft de Raad Richtlijn 2009/71/Euratom van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties vastgesteld. Daarnaast heeft de Raad op 19 juli 2011 Richtlijn 2011/70/Euratom aangenomen tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtsof en radioactief afval . Deze richtlijnen vormen, samen met de hoge normen voor nucleaire veiligheid en voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof zoals die in de Unie ten uitvoer zijn gelegd, goede voorbeelden die kunnen worden gebruikt om derde landen aan te sporen vergelijkbare hoge normen vast te stellen.
(6)   Met het oog op het in stand houden en bevorderen van een continue verbetering van de nucleaire veiligheid en de bijbehorende regelgeving, heeft de Raad Richtlijn 2009/71/Euratom van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties vastgesteld. In de mededeling van de Commissie van 4 oktober 2012 betreffende de alomvattende risico- en veiligheidsbeoordeling ("stress tests") van kerncentrales in de Europese Unie en hiermee samenhangende activiteiten, wordt benadrukt dat dit kader moet worden versterkt. Daarnaast heeft de Raad op 19 juli 2011 Richtlijn 2011/70/Euratom aangenomen tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtsof en radioactief afval . Deze richtlijnen vormen, samen met de hoge normen voor nucleaire veiligheid en voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof zoals die in de Unie ten uitvoer zijn gelegd, goede voorbeelden die kunnen worden gebruikt om derde landen aan te sporen vergelijkbare hoge normen vast te stellen.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Het is in het bijzonder van belang voor de Gemeenschap om haar inspanningen ter ondersteuning van effectieve veiligheidscontroles van kernmateriaal in derde landen voort te zetten, voortbouwend op haar eigen veiligheidscontrolewerkzaamheden binnen de Europese Unie.
(10)  Het is in het bijzonder van belang voor de Gemeenschap om haar inspanningen ter ondersteuning van effectieve veiligheidscontroles van kernmateriaal in derde landen voort te zetten, voortbouwend op haar eigen veiligheidscontrolewerkzaamheden binnen de Europese Unie. De inzet van uit de Unie afkomstige deskundigen om derde landen op nucleair gebied bij te staan, is tevens van belang voor de handhaving van een hoog expertiseniveau binnen de Unie.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Horizon 2020 In het nieuwe kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2014-2020 ("Horizon 2020")1 en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018)2, dat een aanvulling vormt op Horizon 2020, wordt bijzondere aandacht besteed aan internationale samenwerking en betrekkingen tussen de Unie en derde landen. In dit opzicht moet speciaal worden gelet op de ontwikkeling van personele middelen.
____________________
1 Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van Horizon 2020 - Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit 1982/2006/EG (PB L...).
____________________
2 Verordening van de Raad (Euratom) nr. .../... van ... tot vaststelling van een programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018) ter aanvulling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (PB ...).
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 ter (nieuw)
(12 ter)  Door middel van individuele inspanningen van lidstaten en andere internationale, regionale en lokale organisaties moeten samenhang, coördinatie en complementariteit van bijstand van de Unie op het gebied van nucleaire veiligheid worden gewaarborgd, teneinde overlappingen en dubbele financiering te voorkomen.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Onderwerp en toepassingsgebied
Overeenkomstig de bepalingen van deze verordening financiert de Europese Unie maatregelen ter ondersteuning van de bevordering van een hoog niveau van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles op kernmateriaal in derde landen.
Overeenkomstig de bepalingen van deze verordening financiert de Europese Unie maatregelen ter ondersteuning van de bevordering van een hoog niveau van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles op kernmateriaal in derde landen. Hiermee wordt gewaarborgd dat het kernmateriaal uitsluitend voor de beoogde civiele doeleinden wordt gebruikt.
1.  Daarbij wordt gestreefd naar de verwezenlijking van de navolgende specifieke doelstellingen:
1.  Daarbij wordt gestreefd naar de verwezenlijking van de navolgende specifieke doelstellingen:
(a)   de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen en stralingsbescherming;
(a)   de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en beheersstructuur, evenals de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen en stralingsbescherming;
(b)   een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties;
(b)   een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties in derde landen;
(c)  het vaststellen van kaders en methoden voor de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal in derde landen.
(c)  het vaststellen van kaders en methoden voor de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal in derde landen.
2.  De algemene vooruitgang bij het verwezenlijken van bovengenoemde specifieke doelstellingen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende prestatie-indicatoren:
2.  De algemene vooruitgang bij het verwezenlijken van bovengenoemde specifieke doelstellingen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende prestatie-indicatoren:
(a)  het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld tijdens collegiale toetsingsmissies van de IAEA;
(a)  het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld tijdens collegiale toetsingsmissies van de IAEA;
(a bis)  de mate waarin de landen die steun ontvangen de hoogst mogelijke nucleaire veiligheidsnormen ontwikkelen, overeenkomstig de in de Unie vereiste veiligheidsnormen op technisch, regulerings- en operationeel gebied;
(b)   de stand van de ontwikkeling van de strategieën voor verbruikte splijtstof, nucleair afval en ontmanteling, het desbetreffende wet- en regelgevingskader en de uitvoering van projecten;
(b)   de stand van de ontwikkeling van de strategieën voor verbruikte splijtstof, nucleair afval en ontmanteling, het aantal saneringen dat moet worden uitgevoerd in voormalige kerncentrales en -installaties en de omvang ervan, het desbetreffende wet- en regelgevingskader en de uitvoering van projecten;
(c)  het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld in de relevante IAEA-verslagen over de nucleaire veiligheidscontroles.
(c)  het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld in de relevante IAEA-verslagen over de nucleaire veiligheidscontroles.
(c bis)  een langdurig effect op het milieu;
3.  De Commissie ziet erop toe dat de vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het algemene strategische beleidskader van de Unie voor het partnerland, en met name met de doelstellingen van de beleidslijnen en programma's op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking.
3.  De Commissie ziet erop toe dat de vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het algemene strategische beleidskader van de Unie voor het partnerland, en met name met de doelstellingen van de beleidslijnen en programma's op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking.
3 bis.  De hierboven in lid 1 uiteengezette maatregelen worden voornamelijk verwezenlijkt met behulp van de volgende maatregelen:
(a)  steun voor regelgevende instanties teneinde hun onafhankelijkheid, bevoegdheid en ontwikkeling te waarborgen, alsook voor investeringen in personele middelen;
(b)  steun voor maatregelen om het wetgevingskader te versterken en ten uitvoer te leggen;
(c)  steun voor het opstellen en uitvoeren van veiligheidsbeoordelingssystemen op basis van normen die vergelijkbaar zijn met de normen die in de Europese Unie worden gehanteerd;
(d)  samenwerking op de volgende gebieden: de ontwikkeling van expertise, ervaring en vaardigheden, procedures voor het beheer en de preventie van ongelukken, strategieën voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en ontmantelingsstrategieën.
Een essentieel onderdeel van de maatregelen wordt gevormd door kennisoverdracht (het delen van expertise, steun voor zowel bestaande als nieuwe opleidings- en trainingsprogramma's op het gebied van nucleaire veiligheid) teneinde de bereikte resultaten te verduurzamen.
4.  De specifieke maatregelen die door deze verordening worden ondersteund en de criteria die op de samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid van toepassing zijn, worden nader beschreven in de bijlage.
4.  De specifieke maatregelen die door deze verordening worden ondersteund en de criteria die op de samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid van toepassing zijn, worden nader beschreven in de bijlage.
5.   De financiële, economische en technische samenwerking in het kader van deze verordening vormt een aanvulling op de bijstand die uit hoofde van andere instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking door de Unie wordt verleend.
5.   De financiële, economische en technische samenwerking in het kader van deze verordening vormt een aanvulling op de bijstand die uit hoofde van andere instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking door de Unie wordt verleend, "Horizon 2020" en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018), dat een aanvulling vormt op Horizon 2020.
5 bis.  Bij de verlening van bijstand in het kader van dit instrument wordt prioriteit gegeven aan begunstigde landen overeenkomstig Verordening (EU) nr. .../...1 en Verordening (EU) nr. .../...2 van het Europees Parlement en de Raad.
__________________
1 Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L...)en tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument
__________________
2 Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L...)
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 3
3.   De strategiedocumenten moeten een samenhangend kader bieden voor de samenwerking tussen de Unie en de betrokken partnerlanden of partnerregio's, dat in overeenstemming is met het overkoepelende doel en toepassingsgebied, de doelstellingen, de beginselen en het beleid van de Unie.
3.   De strategiedocumenten moeten een samenhangend kader bieden voor de samenwerking tussen de Unie, de lidstaten en de betrokken partnerlanden of partnerregio's, dat in overeenstemming is met het overkoepelende doel en toepassingsgebied, de doelstellingen, de beginselen en het externe en interne beleid van de Unie.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 5
5.   Het strategiedocument wordt door de Commissie goedgekeurd in overeenstemming met de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 15, lid 3, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening. Strategiedocumenten worden halverwege of telkens wanneer dat nodig is op basis van diezelfde onderzoeksprocedure geëvalueerd. De toepassing van die procedure is echter niet vereist voor aanpassingen van de strategie die niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument.
5.   Het strategiedocument wordt door de Commissie goedgekeurd in overeenstemming met de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 15, lid 3, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening. Strategiedocumenten moeten halverwege of telkens wanneer dat nodig is op basis van diezelfde onderzoeksprocedure worden geëvalueerd. De toepassing van die procedure is echter niet vereist voor aanpassingen van de strategie die niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument, tenzij deze wijzigingen een financieel effect hebben dat groter is dan de in artikel 2, lid 2, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening gedefinieerde drempelwaarden.
Het strategiedocument moet worden voorgelegd aan het Europees Parlement, dat zijn visie zal geven tijdens de tussentijdse evaluatie.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2
2.   In de indicatieve meerjarenprogramma's worden de voor financiering geselecteerde prioritaire terreinen, de specifieke doelstellingen, de verwachte resultaten, de prestatie-indicatoren en de indicatieve financiële toewijzingen zowel globaal als per prioriteitsgebied vastgelegd, waarbij ook een redelijke reserve aan niet-toegewezen middelen wordt gevormd; deze kan in de vorm van een marge of een minimumbedrag worden aangehouden.
2.   In de indicatieve meerjarenprogramma's worden de voor financiering geselecteerde prioritaire terreinen, de specifieke doelstellingen, de verwachte resultaten, duidelijke, specifieke en transparante prestatie-indicatoren en de indicatieve financiële toewijzingen zowel globaal als per prioriteitsgebied vastgelegd, waarbij ook een redelijke reserve aan niet-toegewezen middelen wordt gevormd, doch zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit; deze kan in de vorm van een marge of een minimumbedrag worden aangehouden. De indicatieve meerjarenprogramma's bevatten regels om overlapping te voorkomen en het correcte gebruik van beschikbare middelen te waarborgen.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3
3.   Indicatieve meerjarenprogramma's zijn in beginsel gebaseerd op een dialoog met de partnerlanden, de regio of de regio's, waarbij belanghebbenden worden betrokken, om te waarborgen dat het betrokken land of de betreffende regio voldoende verantwoordelijkheid voor het proces neemt en om de ondersteuning voor nationale ontwikkelingsstrategieën te bevorderen.
3.   Indicatieve meerjarenprogramma's zijn zoveel mogelijk gebaseerd op een dialoog met de partnerlanden, de regio of de regio's, waarbij belanghebbenden worden betrokken, om te waarborgen dat het betrokken land of de betreffende regio voldoende verantwoordelijkheid voor het proces neemt en om de ondersteuning voor nationale ontwikkelingsstrategieën te bevorderen. Deze indicatieve meerjarenprogramma's houden rekening met het werkprogramma van de IAEA op het gebied van nucleaire veiligheid en afvalbeheer.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 5
5.   De indicatieve meerjarenprogramma's worden wanneer nodig volgens dezelfde procedure herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de eventuele evaluatie van de relevante strategiedocumenten. De onderzoeksprocedure is echter niet vereist voor wijzigingen van indicatieve meerjarenprogramma's waarbij het gaat om technische aanpassingen, herschikking van middelen binnen de toewijzingen per prioriteitsgebied of verhoging of verlaging van de initiële indicatieve toewijzing met minder dan 20 %, mits die wijzigingen niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument. Het Europees Parlement en de Raad dienen te allen tijde binnen één maand van dergelijke technische aanpassingen in kennis te worden gesteld.
5.   De indicatieve meerjarenprogramma's worden wanneer nodig volgens dezelfde procedure herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de eventuele evaluatie van de relevante strategiedocumenten. De onderzoeksprocedure is echter niet vereist voor wijzigingen van indicatieve meerjarenprogramma's waarbij het gaat om technische aanpassingen, herschikking van middelen binnen de toewijzingen per prioriteitsgebied of verhoging of verlaging van de initiële indicatieve toewijzing binnen de percentagelimieten die zijn vastgesteld in artikel 2, lid 2, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening, mits die wijzigingen niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument. Het Europees Parlement en de Raad dienen te allen tijde binnen één maand van dergelijke technische aanpassingen in kennis te worden gesteld.
Indien het totale bedrag van niet-ingrijpende wijzigingen of de gevolgen ervan voor de begroting de in artikel 2, lid 2, van de algemene uitvoeringsverordening vermelde drempels voor kleinschalige financiering overschrijden, is de in artikel 15, lid 3, van de verordening bedoelde procedure van toepassing.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 bis (nieuw)
Artikel 4 bis
Verslaglegging
1.  De Commissie beoordeelt de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de maatregelen die krachtens deze verordening zijn genomen en legt het Europees Parlement en de Raad een tweejaarlijks verslag voor over de tenuitvoerlegging van de samenwerking.
2.  Het verslag bevat gegevens met betrekking tot de voorafgaande twee jaren over de gefinancierde maatregelen, de resultaten van het toezicht en de beoordeling, en de uitvoering van de begroting voor wat betreft vastleggings- en betalingskredieten per land, regio en per samenwerkingsterrein, evenals de plannen van derde landen op het gebied van nucleaire veiligheid.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 bis (nieuw)
Artikel 5 bis
Coherentie en complementariteit van de bijstand van de Unie
1.  Bij de tenuitvoerlegging van deze verordening moet worden gezorgd voor samenhang met de andere onderdelen en instrumenten van het extern optreden van de Unie en met andere relevante beleidsterreinen van de Unie.
2.  De Unie en de lidstaten stemmen hun steunprogramma's op elkaar af om te zorgen voor een grotere doeltreffendheid en doelmatigheid van de steun en de beleidsdialoog, overeenkomstig de beginselen inzake de versterking van de operationele coördinatie op het gebied van externe bijstand, en voor de harmonisering van hun beleid en procedures. Coördinatie omvat onder meer regelmatig overleg en frequente uitwisseling van relevante informatie tijdens de verschillende fasen van de steuncyclus.
3.  De Unie neemt, in overleg met de lidstaten, de vereiste stappen voor een goede coördinatie en samenwerking met multilaterale en regionale organisaties en entiteiten, waaronder, maar niet uitsluitend, Europese financiële instellingen, internationale financiële instellingen, agentschappen, fondsen en programma's van de Verenigde Naties, particuliere en politieke stichtingen en niet-Unie-donoren.
Amendement 33/Rev.
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
1.  Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening gedurende de periode 2014-2020 is 631 100 000 EUR.
1.  Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening gedurende de periode 2014-2020 is 225 321 000 EUR.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
2.   De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit goedgekeurd binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.
2.   De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad toegestaan binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Bijlage - Specifieke ondersteunde maatregelen
Specifieke ondersteunde maatregelen
Specifieke ondersteunde maatregelen
De volgende maatregelen kunnen worden ondersteund om de in artikel 1 van de verordening vermelde doelstellingen te bereiken.
De volgende maatregelen kunnen worden ondersteund om de in artikel 1 van de verordening vermelde doelstellingen te bereiken.
(a)   de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen en stralingsbescherming op alle niveaus, meer in het bijzonder door:
(a)   de totstandbrenging en de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en beheersstructuur en de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen, die een afspiegeling vormen van optimale werkwijzen, en stralingsbescherming op alle niveaus, meer in het bijzonder door:
—  permanente steun voor regelgevende lichamen, voor organisaties voor technische ondersteuning en voor de versterking van het regelgevingskader, met name met betrekking tot vergunningsactiviteiten en met inbegrip van de evaluatie en follow-up van effectieve en alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests");
—  permanente steun voor regelgevende lichamen, voor organisaties voor technische ondersteuning en voor de versterking van het regelgevingskader, met name met betrekking tot vergunningsactiviteiten en met inbegrip van de evaluatie en de tenuitvoerlegging van de noodzakelijke maatregelen teneinde het hoogste veiligheidsniveau in kerncentrales te waarborgen, tot een norm die een afspiegeling vormt van optimale werkwijzen in de EU op technisch, regulerings- en operationeel gebied;
—  de bevordering van effectieve regelgevingskaders, procedures en systemen om een toereikende bescherming tegen ioniserende straling van radioactieve materialen, met name van hoogactieve radioactieve bronnen, en de veilige opberging daarvan te waarborgen;
—  de bevordering van effectieve en transparante regelgevingskaders, procedures en systemen om een toereikende bescherming tegen ioniserende straling van radioactieve materialen, met name van hoogactieve radioactieve bronnen, en de veilige opberging daarvan te waarborgen;
—  de bevordering van effectieve beheersstructuren voor nucleaire veiligheid, die de onafhankelijkheid, de verantwoordelijkheid en het gezag van de regelgevende instanties, alsook de regionale en internationale samenwerkingsstructuren tussen dergelijke instanties waarborgen;
—  de instelling van effectieve regelingen voor de preventie van ongevallen die radiologische gevolgen hebben en voor de inperking van de gevolgen van eventuele dergelijke ongevallen (bijvoorbeeld de milieumonitoring bij het vrijkomen van radioactiviteit, het ontwikkelen en uitvoeren van schadebeperkende activiteiten en saneringsactiviteiten), alsmede voor rampenplannen en maatregelen ter voorbereiding en reactie op noodsituaties, civiele bescherming en herstel;
—  de instelling van effectieve regelingen voor de preventie van ongevallen die radiologische gevolgen hebben en voor de inperking van de gevolgen van eventuele dergelijke ongevallen (bijvoorbeeld de milieumonitoring bij het vrijkomen van radioactiviteit, het ontwikkelen en uitvoeren van schadebeperkende activiteiten en saneringsactiviteiten), alsmede voor rampenplannen en maatregelen ter voorbereiding en reactie op noodsituaties, civiele bescherming en herstel;
—   steun voor exploitanten van kerninstallaties in uitzonderingsgevallen onder specifieke, goed gemotiveerde omstandigheden in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests");
—   samenwerking met exploitanten van kerninstallaties in uitzonderingsgevallen onder specifieke, goed gemotiveerde omstandigheden in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests");
—  de bevordering van een beleid voor voorlichting, onderwijs en beroepsopleidingen op het gebied van kernenergie en met betrekking tot de nucleaire splijtstofcyclus, het beheer van kernafval en stralingsbescherming;
(b)  een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties, meer in het bijzonder door:
(b)  een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties, meer in het bijzonder door:
—  samenwerking met derde landen op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (d.w.z. vervoer, voorbehandeling, behandeling, verwerking, opslag en opberging), met inbegrip van de ontwikkeling van specifieke strategieën en kaders voor een verantwoord beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
—  samenwerking met derde landen op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (d.w.z. vervoer, voorbehandeling, behandeling, verwerking, opslag en opberging), met inbegrip van de ontwikkeling van specifieke strategieën en kaders voor een verantwoord beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
—  de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor de ontmanteling van bestaande installaties, voor de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, en voor het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken;
—  de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor de ontmanteling van bestaande installaties, voor de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, en voor het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken;
—  de totstandbrenging van het nodige regelgevingskader en de nodige methoden (met inbegrip van nucleaire forensische methoden) voor het uitvoeren van nucleaire veiligheidscontroles, onder meer voor een goede boekhouding en controle van splijtstoffen op het niveau van de staat en van de exploitant;
—  de totstandbrenging van het nodige regelgevingskader en de nodige methoden (met inbegrip van nucleaire forensische methoden) voor het uitvoeren van nucleaire veiligheidscontroles, onder meer voor een goede boekhouding en controle van splijtstoffen op het niveau van de staat en van de exploitant;
—  maatregelen ter bevordering van internationale samenwerking op bovengenoemde gebieden (onder meer in het kader van de bevoegde internationale organisaties, met name de IAEA), waaronder de uitvoering van en het toezicht op internationale overeenkomsten en verdragen, uitwisseling van informatie, capaciteitsopbouw, opleidingen op het gebied van de nucleaire veiligheid en onderzoek.
—  maatregelen ter bevordering van internationale samenwerking op bovengenoemde gebieden (onder meer in het kader van de bevoegde regionale en internationale organisaties, met name de IAEA), waaronder de uitvoering van en het toezicht op internationale overeenkomsten en verdragen, uitwisseling van informatie, capaciteitsopbouw, opleidingen op het gebied van de nucleaire veiligheid en onderzoek.
(b bis)  bijstand om een hoog niveau van vaardigheden en expertise van regelgevende instanties, organisaties voor technische ondersteuning en exploitanten te waarborgen (zonder verstoring van de concurrentie) op de door deze verordening bestreken gebieden, in het bijzonder door:
—  permanente steun voor de opleiding en training van het personeel van regelgevende instanties, organisaties voor technische ondersteuning en exploitanten van kerninstallaties (zonder verstoring van de concurrentie);
—  de bevordering van de ontwikkeling van geschikte opleidingsfaciliteiten.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Bijlage – Criteria – 1. Algemene criteria
1.   Algemene criteria
1.   Algemene criteria
—  De samenwerking kan met alle 'derde landen' (landen die geen lidstaat van de EU zijn) overal ter wereld worden aangegaan.
—  De samenwerking moet met alle 'derde landen' (landen die geen lidstaat van de EU zijn) worden aangegaan overeenkomstig de doelstellingen zoals uiteengezet in artikel 1 van deze verordening.
—  Bij de samenwerking wordt prioriteit gegeven aan toetredingslanden en landen in de Europese nabuurschapsregio. Regionale benaderingen krijgen de voorkeur.
—  Bij de samenwerking wordt prioriteit gegeven aan toetredingslanden en landen in de Europese nabuurschapsregio. Regionale benaderingen krijgen de voorkeur.
—  Samenwerking met hoge-inkomenslanden behoort alleen tot de mogelijkheden indien waar noodzakelijk en wenselijk uitzonderlijke maatregelen moeten worden genomen, bijvoorbeeld na een grote nucleaire ramp.
—  Samenwerking met hoge-inkomenslanden behoort alleen tot de mogelijkheden indien waar noodzakelijk en wenselijk uitzonderlijke maatregelen moeten worden genomen, bijvoorbeeld na een grote nucleaire ramp.Voor de toepassing van deze verordening worden onder "hoge-inkomenslanden" landen en gebieden verstaan die zijn opgenomen in Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad1.
—  Er dient sprake te zijn van een gemeenschappelijke visie en een akkoord tussen het derde land en de Europese Unie, hetgeen moet worden bevestigd door een officieel verzoek aan de Commissie waarin de betrokken regering zich hierop vastlegt.
—  Er dient sprake te zijn van een gemeenschappelijke visie en een akkoord tussen het derde land en de Europese Unie, hetgeen moet worden bevestigd door een officieel verzoek aan de Commissie waarin de betrokken regering zich hierop vastlegt.
—  Derde landen die met de Europese Unie willen samenwerken, moeten zich volledig aan de non-proliferatiebeginselen houden. Bovendien moeten zij partij zijn bij de desbetreffende overeenkomsten in IAEA-verband inzake nucleaire veiligheid en beveiliging of reeds stappen hebben gezet waaruit hun vaste voornemen blijkt om toe te treden tot die overeenkomsten. Aan de samenwerking met de Europese Unie kan de voorwaarde worden verbonden dat de betrokken landen toetreden tot de overeenkomsten of voorbereidingen treffen om toe te treden tot de overeenkomsten. Het is wenselijk dat dit beginsel in noodgevallen bij wijze van uitzondering flexibel wordt toegepast.
—  Derde landen die met de Europese Unie willen samenwerken, moeten zich volledig aan de non-proliferatiebeginselen houden. Bovendien moeten zij partij zijn bij de desbetreffende overeenkomsten in IAEA-verband inzake nucleaire veiligheid en beveiliging of reeds stappen hebben gezet waaruit hun vaste voornemen blijkt om toe te treden tot die overeenkomsten. Aan de samenwerking met de Europese Unie moet de voorwaarde worden verbonden dat de betrokken landen toetreden tot de overeenkomsten en deze ten uitvoer leggen. Het is wenselijk dat dit beginsel in noodgevallen bij wijze van uitzondering flexibel wordt toegepast, wanneer het uitblijven van maatregelen het risiconiveau voor de Unie en haar burgers zou verhogen.
—  Om te garanderen en te controleren dat aan de samenwerkingsdoelstellingen wordt voldaan, moeten de begunstigde derde landen instemmen met het beginsel dat de uitgevoerde acties worden beoordeeld. Deze beoordeling maakt het mogelijk te controleren en te verifiëren dat aan de overeengekomen doelstellingen wordt voldaan en kan een voorwaarde zijn voor verdere uitbetaling van de bijdrage van de Gemeenschap.
—  Om te garanderen en te controleren dat aan de samenwerkingsdoelstellingen wordt voldaan, moeten de begunstigde derde landen instemmen met het beginsel dat de uitgevoerde acties worden beoordeeld. Verifieerbare en voortdurende naleving van de overeengekomen doelstellingen moet een voorwaarde zijn voor verdere uitbetaling van de bijdrage van de Gemeenschap
—  De samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid en veiligheidscontrole op grond van deze verordening is niet bedoeld om het gebruik van kernenergie te bevorderen.
—  De samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid en veiligheidscontrole op grond van deze verordening is niet bedoeld om het gebruik van kernenergie te bevorderen of om de levensduur van bestaande kerncentrales te verlengen.
_______________
1 Verordening (EG) nr. 1934/2006 van 21 december 2006 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen, en met ontwikkelingslanden die vallen onder Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad, voor activiteiten anders dan officiële ontwikkelingshulp (PB L 405 van 30.12.2006).
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Bijlage – Criteria - 2. Landen die reeds over de capaciteit beschikken om kernenergie op te wekken – alinea 1
Voor landen die reeds eerder een financiële bijdrage van de Gemeenschap hebben ontvangen, is verdere samenwerking afhankelijk van de beoordeling van de acties die uit de begroting van de Gemeenschap zijn gefinancierd en van een adequate motivering van de nieuwe financieringbehoeften. Doel van die beoordeling is om beter vast te stellen wat de aard van de samenwerking moet zijn en welke bedragen er in de toekomst aan dergelijke landen moeten worden toegewezen.
Voor landen die reeds eerder een financiële bijdrage van de Gemeenschap hebben ontvangen, is verdere samenwerking afhankelijk van de beoordeling van de acties die uit de begroting van de Gemeenschap zijn gefinancierd en van een adequate motivering van de nieuwe financieringbehoeften. Doel van die beoordeling is om beter vast te stellen wat de aard van de samenwerking moet zijn en welke bedragen er in de toekomst aan dergelijke landen moeten worden toegewezen. De Unie moet regionale samenwerking en mechanismen voor wederzijdse beoordeling bevorderen.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Bijlage – Criteria - 3. Landen zonder capaciteit om kernenergie op te wekken – alinea 2
Voor landen die, ongeacht of zij al dan niet over onderzoeksreactoren beschikken, capaciteit wensen te ontwikkelen om kernenergie op te wekken, en waarvoor het zaak is op het juiste moment in te grijpen zodat er tegelijk met de ontwikkeling van een kernenergieprogramma een cultuur van nucleaire veiligheid en nucleaire beveiliging ontstaat, met name wat betreft het versterken van de regelgevende instanties en de organisaties voor technische ondersteuning, zal er bij de samenwerking rekening worden gehouden met de geloofwaardigheid van het nucleaire ontwikkelingsprogramma, de aanwezigheid van een overheidsbesluit inzake de toepassing van kernenergie en de uitwerking van een eerste draaiboek.
Voor landen die, ongeacht of zij al dan niet over onderzoeksreactoren beschikken, capaciteit wensen te ontwikkelen om kernenergie op te wekken, en waarvoor het zaak is op het juiste moment in te grijpen zodat er tegelijk met de ontwikkeling van een kernenergieprogramma een cultuur van nucleaire veiligheid en nucleaire beveiliging ontstaat, met name wat betreft het versterken van het beheer op het gebied van nucleaire veiligheid en de onafhankelijkheid en capaciteit van de regelgevende instanties en de organisaties voor technische ondersteuning, zal er bij de samenwerking rekening worden gehouden met de geloofwaardigheid van het nucleaire ontwikkelingsprogramma, de aanwezigheid van een overheidsbesluit inzake de toepassing van kernenergie en de uitwerking van een eerste draaiboek.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Bijlage – Prioriteiten – alinea 1
Om de veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend en om te waarborgen dat nucleaire materialen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor zij oorspronkelijk bestemd waren, is de samenwerking voornamelijk gericht op de nucleaire regelgevers (en hun organisaties voor technische ondersteuning). Doel is om hun technische competenties en onafhankelijkheid te garanderen en om het regelgevingskader te versterken, met name met betrekking tot activiteiten op het gebied van vergunningverlening, met inbegrip van de herziening en follow-up van effectieve en alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests").
In het kader van dit instrument is de samenwerking voornamelijk gericht op de nucleaire regelgevers (en hun organisaties voor technische ondersteuning), teneinde hun technische competenties en onafhankelijkheid te garanderen en het regelgevingskader te versterken, met name met betrekking tot activiteiten op het gebied van vergunningverlening, met inbegrip van de herziening en follow-up van effectieve en alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests"). Op deze manier moeten veiligheidsvoorwaarden worden gecreëerd om de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking weg te nemen en om te waarborgen dat nucleaire materialen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor zij oorspronkelijk waren bestemd.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Bijlage – Prioriteiten – alinea 2
Tot de andere prioriteiten van de samenwerkingsprogramma's die in het kader van deze verordening ontwikkeld worden, behoren:
Tot de andere prioriteiten van de samenwerkingsprogramma's die in het kader van deze verordening ontwikkeld worden, behoren:
—  activiteiten op het gebied van vergunningverlening;
—  de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
—  de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
—  de ontmanteling van bestaande installaties, de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, evenals het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken voor zover zij een gevaar voor de bevolking vormen.
—  de ontmanteling van bestaande installaties, de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, evenals het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken voor zover zij een gevaar voor de bevolking vormen;
—  het waarborgen dat nucleaire materialen niet worden gebruikt voor doeleinden anders dan die waarvoor zij zijn bedoeld.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Bijlage – Prioriteiten – alinea 3
De samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties in derde landen zal in overweging worden genomen in specifieke situaties in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de "stresstests". Deze samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties omvat geen levering van uitrusting of apparatuur.
De samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties in derde landen zal in overweging worden genomen in specifieke situaties in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de "stresstests". Deze samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties omvat geen levering van uitrusting of apparatuur, noch andere activiteiten of bijstand die de exploitant via commerciële weg zou kunnen en moeten verkrijgen teneinde aan de veiligheidsnormen op het gebied van regelgeving te voldoen.
Juridische mededeling - Privacybeleid