Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/0405(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0449/2013

Ingediende teksten :

A7-0449/2013

Debatten :

PV 10/12/2013 - 15
CRE 10/12/2013 - 15

Stemmingen :

PV 11/12/2013 - 4.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0567

Aangenomen teksten
PDF 211kWORD 54k
Woensdag 11 december 2013 - Straatsburg
Europees nabuurschapsinstrument ***I
P7_TA(2013)0567A7-0449/2013
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (COM(2011)0839 – C7-0492/2011 – 2011/0405(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0839),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 209, lid 1 en artikel 212, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0492/2011),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 november 2012(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 9 oktober 2012(2),

–  gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 4 december 2013 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel, de Begrotingscommissie, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie regionale ontwikkeling, de Commissie cultuur en onderwijs en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0449/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de bij deze resolutie gevoegde verklaring van het Parlement;

3.  neemt kennis van de bij deze resolutie gevoegde verklaring van de Commissie;

4.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 11 van 15.1.2013, blz. 77.
(2) PB C 391 van 18.12.2012, blz. 110.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 11 december 2013 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument
P7_TC1-COD(2011)0405

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) nr. 232/2014.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van de Europese Commissie over de strategische dialoog met het Europees Parlement(1)

Op basis van artikel 14 VEU zal de Europese Commissie een strategische dialoog aangaan met het Europees Parlement voorafgaand aan de programmering van Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument, en na, voor zover dienstig, initieel overleg met de relevante begunstigden ervan. De Europese Commissie zal het Europees Parlement de relevante beschikbare documenten over de programmering presenteren met indicatieve toewijzingen per land of regio, en binnen een land of regio, met prioriteiten, mogelijke resultaten en indicatieve toewijzingen per prioriteit voor de geografische programma's, alsook de keuze van steunmodaliteiten(2). De Europese Commissie zal het Europees Parlement de relevante beschikbare documenten over de programmering presenteren met thematische prioriteiten, mogelijke resultaten, de keuze van steunmodaliteiten2, en financiële toewijzingen voor dergelijke prioriteiten waarin de thematische programma's voorzien. De Europese Commissie zal rekening houden met het standpunt van het Europees Parlement op dit punt.

De Europese Commissie zal een strategische dialoog aangaan met het Europees Parlement ter voorbereiding van de tussentijdse evaluatie en vóór elke belangrijke wijziging van de programmeringsdocumenten tijdens de geldigheidsduur van deze verordening.

De Europese Commissie zal, indien het Europees Parlement daarom verzoekt, verklaren waar in de programmeringsdocumenten met de opmerkingen van het Europees Parlement rekening is gehouden en alle verdere uitleg verstrekken over de uitkomsten van de strategische dialoog.

Verklaring van de Europese Commissie betreffende het gebruik van uitvoeringshandelingen voor de vaststelling van bepalingen voor de toepassing van bepaalde regels in Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument en in Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II)

De Europese Commissie is van oordeel dat de uitvoeringsbepalingen voor de programma's voor grensoverschrijdende samenwerking als vastgesteld in Verordening (EU) nr. 236/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de financieringsinstrumenten van de Unie voor extern optreden en andere specifieke, meer gedetailleerde uitvoeringsbepalingen in Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument en in Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), de basishandeling aanvullen en derhalve als gedelegeerde handelingen moeten worden aangenomen op basis van artikel 290 VWEU. De Europese Commissie zal zich niet verzetten tegen de aanneming van de door de medewetgevers overeengekomen tekst. Toch wijst de Europese Commissie erop dat de kwestie van de afbakening tussen de artikelen 290 en 291 VWEU momenteel bij het Hof van Justitie van de EU in behandeling is in de zaak „biociden”.

Verklaring van het Europees Parlement betreffende de opschorting van de in het kader van de financiële instrumenten toegekende steun

Het Europees Parlement stelt vast dat in Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020, Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument, Verordening (EU) nr. 234/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen en Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) geen uitdrukkelijke verwijzing is opgenomen naar de mogelijkheid om de steun op te schorten wanneer een begunstigd land de fundamentele beginselen van het betrokken instrument, en met name de beginselen van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, niet naleeft.

Het Europees Parlement is van mening dat een eventuele opschorting van de in het kader van deze instrumenten verleende steun de volgens de gewone wetgevingsprocedure overeengekomen algemene financiële regeling zou wijzigen. Indien een dergelijk besluit zou worden genomen, heeft het Europees Parlement als medewetgever en tak van de begrotingsautoriteit het recht zijn prerogatieven in dat verband ten volle uit te oefenen.

(1) De Europese Commissie wordt vertegenwoordigd op het niveau van de bevoegde commissaris.
(2) Indien van toepassing.

Juridische mededeling - Privacybeleid