Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het ontwerp van verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (11791/2013 – C7-0238/2013 – 2011/0177(APP))
– gezien het ontwerp van verordening van de Raad (11791/2013) en het corrigendum van de Raad van 14 november 2013 (11791/2013 COR1),
– gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (C7‑0238/2013),
– gezien zijn resolutie van 23 oktober 2012 met het oog op het bereiken van een positief resultaat van de goedkeuringsprocedure van het meerjarig financieel kader(1),
– gezien zijn resolutie van 13 maart 2013 over de conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013 betreffende het meerjarig financieel kader(2),
– gezien zijn resolutie van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het meerjarig financieel kader 2014-2020(3),
– gezien de artikelen 75 en 81, lid 1, van zijn Reglement,
– gezien de aanbeveling van de Begrotingscommissie en het advies van de Commissie regionale ontwikkeling en de brief van de Commissie vervoer en toerisme (A7‑0389/2013),
1. hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 zoals weergegeven in de bijlage bij deze resolutie;
2. hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaringen van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die als bijlage bij de onderhavige resolutie zijn gevoegd;
3. neemt kennis van de aan deze resolutie gehechte verklaringen van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.
Bijlage 1
ONTWERP VAN VERORDENING VAN DE RAAD TOT BEPALING VAN HET MEERJARIG FINANCIEEL KADER VOOR DE JAREN 2014-2020
(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad.)
Bijlage 2
VERKLARINGEN
Gemeenschappelijke verklaring over de eigen middelen
1. Overeenkomstig artikel 311 van het VWEU voorziet de Unie zich van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en uitvoering te geven aan haar beleid; tevens is in dat artikel bepaald dat de begroting, onverminderd andere ontvangsten, volledig uit eigen middelen wordt gefinancierd. Overeenkomstig artikel 311, derde alinea, stelt de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen een besluit betreffende het stelsel van eigen middelen vast, en kan de Raad in dat kader nieuwe categorieën van eigen middelen vaststellen, dan wel bestaande categorieën intrekken.
2. Op die basis heeft de Commissie in juni 2011 een reeks voorstellen ter hervorming van het eigenmiddelenstelsel van de Unie ingediend. Tijdens zijn bijeenkomst van 7 en 8 februari is de Europese Raad overeengekomen dat de algemene doelstellingen van eenvoudigheid, transparantie en billijkheid als leidraad voor de eigenmiddelenregeling moeten dienen. Daarnaast richtte de Europese Raad een verzoek tot de Raad om te blijven werken aan het Commissievoorstel voor een nieuwe bron van eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde (btw). Tevens verzocht hij de lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking inzake de belasting op financiële transacties (bft), te onderzoeken of die belasting de grondslag kan worden voor een nieuwe bron van eigen middelen voor de EU-begroting.
3. De kwestie van de eigen middelen vergt nader beraad. Daartoe zal een groep op hoog niveau bijeen worden geroepen, bestaande uit leden die door de drie instellingen worden aangewezen. Die zal haar gedachten laten gaan over alle bestaande en eventuele toekomstige bijdragen van de drie instellingen en de nationale parlementen. De groep moet putten uit passende expertise, onder meer van nationale begrotings- en belastingautoriteiten alsmede van onafhankelijke deskundigen.
4. Deze groep zal het eigenmiddelenstelsel volledig tegen het licht houden, uitgaande van de algemene doelstellingen van eenvoudigheid, transparantie, billijkheid en democratische verantwoordingsplicht. Een eerste evaluatie zal eind 2014 beschikbaar zijn. De vooruitgang bij deze werkzaamheden zal regelmatig - minimaal één keer per half jaar - in vergaderingen op politiek niveau worden geëvalueerd.
5. De nationale parlementen zullen worden uitgenodigd voor een interinstitutionele conferentie in 2016 die het resultaat van dit werk moet beoordelen.
6. In het licht daarvan zal de Commissie beoordelen of nieuwe initiatieven voor eigen middelen wenselijk zijn. Deze beoordeling geschiedt parallel aan de in artikel 1 bis van de MFK-verordening vermelde evaluatie met het oog op mogelijke hervormingen voor de periode waarop het volgende meerjarig financieel kader betrekking heeft.
Gezamenlijke verklaring over het effectiever maken van overheidsuitgaven op gebieden die het voorwerp zijn van EU-optreden
Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie komen overeen samen te werken om kostenbesparingen en betere synergieën op nationaal en Europees niveau te realiseren teneinde overheidsuitgaven op gebieden die het voorwerp zijn van EU-optreden, effectiever te maken. Daartoe zullen de instellingen naar eigen goeddunken, onder andere, zich laten leiden door beste praktijken, informatie delen en vertrouwen op beschikbaar onafhankelijk oordeel. De resultaten moeten beschikbaar zijn en als grondslag dienen voor het Commissievoorstel voor het volgende meerjarig financieel kader.
Gemeenschappelijke verklaring
Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie komen overeen dat in de jaarlijkse begrotingsprocedures die worden toegepast voor het MFK 2014-2020, waar passend, genderelementen zullen worden geïntegreerd, rekening houdend met de wijze waarop het algeheel financieel kader van de Unie bijdraagt aan meer gendergelijkheid (en zorgt voor gendermainstreaming).
Gezamenlijke verklaring betreffende artikel 15 van de Verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020
De instellingen komen overeen het bedrag dat is vermeld in artikel 15 van de Verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 als volgt te besteden: 2.143 miljoen EUR voor werkgelegenheid voor jongeren, 200 miljoen EUR voor Horizon 2020, 150 miljoen EUR voor Erasmus en 50 miljoen EUR voor Cosme.
Verklaring van de Europese Commissie betreffende verklaringen inzake nationaal beheer
In zijn kwijtingsresolutie van 17 april 2013 heeft het Europees Parlement verzocht een template op te stellen voor verklaringen inzake nationaal beheer die lidstaten op het passende politieke niveau moeten uitgeven. De Commissie is bereid zich op dit verzoek te beraden en het Europees Parlement en de Raad te verzoeken deel te nemen aan een werkgroep die aan het eind van het jaar aanbevelingen moet verstrekken.
Verklaring van de Europese Commissie over evaluatie/herziening
Wat de bepalingen van artikel 1 bis van de MFK-verordening betreft, bevestigt de Commissie, rekening houdend met de uitkomst van de evaluatie, haar voornemen om wetgevingsvoorstellen voor een herziening van de MFK-verordening in te dienen. In dit verband zal zij bijzondere aandacht besteden aan het functioneren van de overkoepelende marge voor betalingen opdat het algemene maximum voor betalingen gedurende de hele periode beschikbaar blijft. Zij zal tevens de evolutie van de overkoepelende marge voor vastleggingen onderzoeken. De Commissie zal voorts rekening houden met de bijzondere vereisten van het Horizon 2020-programma. De Commissie zal verder onderzoeken of ze haar voorstellen voor het volgende MFK gelijk kan doen lopen met de politieke cycli van de instellingen.
Besluit van het Europees Parlement van 19 november 2013 over de sluiting van een interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer (2011/2152(ACI))
– gezien het ontwerp van interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer,
– gezien de artikelen 310, 311, 312 en 323 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),
– gezien zijn resolutie van 23 oktober 2012 met het oog op het bereiken van een positief resultaat van de goedkeuringsprocedure voor het meerjarig financieel kader 2014‑2020(1),
– gezien de conclusies van de Europese Raad van 8 februari 2013,
– gezien zijn resolutie van 13 maart 2013 over de conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari betreffende het meerjarig financieel kader(2),
– gezien de conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2013,
– gezien zijn resolutie van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het meerjarig financieel kader 2014‑2020(3),
– gezien artikel 127, lid 1, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A7‑0337/2013),
A. overwegende dat op 27 juni 2013 een politiek akkoord is bereikt op het hoogste politieke niveau tussen het Europees Parlement, het Ierse voorzitterschap van de Raad en de Commissie over het meerjarig financieel kader (MFK) 2014‑2020 en over een nieuw interinstitutioneel akkoord;
B. overwegende dat voor de eerste keer gebruik is gemaakt van nieuwe bepalingen betreffende het MFK zoals ingevoerd met het Verdrag van Lissabon, met name wat betreft de krachtens deze bepalingen aan het Europees Parlement toegekende grotere rol en ruimere prerogatieven;
C. overwegende dat het in de context van het MFK wenselijk is een interinstitutioneel akkoord te sluiten teneinde uitvoering te geven aan de begrotingsdiscipline en om het verloop van de jaarlijkse begrotingsprocedure en de samenwerking tussen de instellingen in begrotingszaken te verbeteren;
1. aanvaardt het politieke akkoord dat is bereikt over het MFK voor 2014‑2020 en over een nieuw interinstitutioneel akkoord; is vastbesloten om tijdens de komende begrotingsprocedures ten volle gebruik te maken van de nieuwe instrumenten, met name wat flexibiliteit betreft;
2. benadrukt dat het lange en moeizame onderhandelingsproces, zowel binnen de Raad als tussen de instellingen, samen met de resultaten daarvan een onbevredigende tenuitvoerlegging behelzen van de nieuwe bepalingen betreffende het MFK zoals ingevoerd met het Verdrag van Lissabon, met name met betrekking tot de krachtens deze bepalingen aan het Europees Parlement toegekende grotere rol en ruimere prerogatieven;
3. keurt de onderhandelingsstrategie van de Raad af, waarbij de onderhandelaars gebonden waren aan de conclusies van de Europese Raad van 8 februari 2013 inzake kwesties die onder de gewone wetgevingsprocedure vallen, zoals gedetailleerde toewijzingscriteria, totaalbedragen per programma of begunstigde, alsmede discretionaire financiële toewijzingen ter correctie van de hoogte van de bedragen die van de Uniebegroting naar de lidstaten terugvloeien, waardoor beide wetgevende instanties de kans werd ontnomen behoorlijke onderhandelingen te voeren;
4. betreurt daarnaast dat het grote aantal contacten en vergaderingen in de afgelopen paar jaar tussen zijn delegatie en de achtereenvolgende voorzitterschappen van de Raad geen invloed had op de teneur, het tijdschema of de inhoud van de onderhandelingen of op het standpunt van de Raad, waaronder de noodzaak om onderscheid te maken tussen de wetgevende en budgettaire aspecten van het akkoord inzake het MFK;
5. stelt vast dat in overeenstemming met artikel 312, lid 5, VWEU in de toekomst alternatieve regelingen moeten worden opgezet om de vaststelling van het MFK te vergemakkelijken, teneinde te waarborgen dat de wetgevende en budgettaire bevoegdheden van het Parlement, zoals vastgelegd in het VWEU, volledig worden geëerbiedigd, dat de Raad in de praktijk ook onderhandelt over zogeheten "MFK-aspecten" van de rechtsgrondslagen voor de programma's, en dat de Europese Raad zich niet opstelt als wetgever, hetgeen een schending inhoudt van het VWEU;
6. verzoekt zijn voor begrotingszaken verantwoordelijke commissie, in samenwerking met zijn voor constitutionele zaken verantwoordelijke commissie, tijdig voor de indiening van voorstellen inzake de herziening van 2016, na de verkiezingen, de nodige conclusies op te stellen en nieuwe voorstellen in te dienen met betrekking tot de modaliteiten van de MFK-onderhandelingen, om het democratische en transparante karakter van het proces van vaststelling van de begroting te waarborgen;
7. hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het akkoord;
8. verzoekt zijn Voorzitter het akkoord met de voorzitter van de Raad en de voorzitter van de Commissie te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
9. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit, met de bijlage, ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
BIJLAGE
Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer
(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met het interinstitutioneel akkoord als bekendgemaakt in PB C 373 van 20 december 2013, blz. 1.)
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2013 - Verhoging van de middelen van het Europees Sociaal Fonds (ESF) met het oog op de bestrijding van jeugdwerkloosheid, armoede en sociale uitsluiting in Frankrijk, Italië en Spanje
204k
21k
Resolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2013 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling III – Commissie (14180/2013 – C7-0350/2013 – 2013/2160(BUD))
– gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
– gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1),
– gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, definitief vastgesteld op 12 december 2012(2),
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(3),
– gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(4),
– gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2013, goedgekeurd door de Commissie op 25 juli 2013 (COM(2013)0557),
– gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2013, vastgesteld door de Raad op 7 oktober 2013 en meegedeeld aan het Europees Parlement op 14 oktober 2013 (14180/2013 – C7–0350/2013),
– gezien de artikelen 75 ter en 75 sexies van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0367/2013),
A. overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7 voor het begrotingsjaar 2013 (OGB 7/2013) betrekking heeft op een verhoging van de vastleggingskredieten ten belope van 150 miljoen EUR in rubriek 1b van het meerjarig financieel kader (MFK), met als doel om met deze middelen een aantal kwesties aan te pakken die het gevolg zijn van het eindresultaat van de onderhandelingen over het MFK voor de jaren 2014-2020 en die betrekking hebben op Frankrijk, Italië en Spanje;
B. overwegende dat deze bijkomende kredieten moeten bijdragen aan de aanpak van specifieke problemen op het vlak van werkloosheid, en in het bijzonder jeugdwerkloosheid, armoede en sociale uitsluiting in deze lidstaten;
C. overwegende dat de Commissie van mening is dat een verhoging van de middelen van het Europees Sociaal Fonds (ESF) de meest geschikte wijze is om bijstand aan deze lidstaten te verlenen;
D. overwegende dat de verhoging met een bedrag van 150 miljoen EUR aan vastleggingskredieten valt onder de marge voor het uitgavenmaximum van rubriek 1b (16 miljoen EUR) en wordt gefinancierd door een beroep te doen op het flexibiliteitsinstrument (134 miljoen EUR), waarbij de middelen op deze specifieke actie worden toegespitst;
1. neemt kennis van OGB 7/2013, door de Commissie gepresenteerd op 25 juli 2013, dat betrekking heeft op een verhoging van de vastleggingskredieten ten belope van 150 miljoen EUR in rubriek 1b van het MFK, met als doel om met deze middelen een aantal kwesties aan te pakken die het gevolg zijn van het eindresultaat van de onderhandelingen binnen de Europese Raad over het MFK voor de jaren 2014-2020 en die betrekking hebben op Frankrijk, Italië en Spanje;
2. steunt het voorstel van de Commissie om deze aanvullende middelen toe te voegen aan de bestaande ESF-programma's in de betrokken lidstaten om de specifieke problemen op het vlak van werkloosheid, en in het bijzonder jeugdwerkloosheid en sociale uitsluiting aan te pakken; verwacht dat de Commissie tijdig aan het Parlement verslag uitbrengt over de concrete maatregelen en acties die met deze middelen worden gefinancierd;
3. stelt verder vast dat het bijkomende bedrag van 150 miljoen EUR vooral gefinancierd zal worden door middel van de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument;
4. keurt het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2013 goed;
5. verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 7/2013 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
6. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2013 (OGB 2 bis) - Verhoging van de betalingen per MFK-rubriek en tekort aan betalingskredieten in de begroting 2013
209k
23k
Resolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2013 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling III – Commissie (14871/2013 – C7-0387/2013 – 2013/2227(BUD))
– gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
– gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1),
– gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, definitief vastgesteld op 12 december 2012(2),
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(3),
– gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(4),
– gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2013, goedgekeurd door de Commissie op 25 september 2013 (COM(2013)0669),
– gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2013, vastgesteld door de Raad op 30 oktober 2013 en meegedeeld aan het Europees Parlement op 31 oktober 2013 (14871/2013 – C7–0387/2013),
– gezien de artikelen 75 ter en 75 sexies van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0371/2013),
A. overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8 voor het jaar 2013 (OGB 8/2013) betrekking heeft op de verhoging van de betalingskredieten met 3,9 miljard EUR, verdeeld over de rubrieken 1a, 1b, 2, 3a, 3b en 4 van het meerjarig financieel kader (MFK), met als doel om te voorzien in de behoeften tot het einde van het jaar, zodat uitstaande verplichtingen in verband met vastleggingen uit het verleden en van het lopende jaar kunnen worden nagekomen, geldboeten kunnen worden vermeden en begunstigden de middelen ontvangen die voor goedgekeurd EU-beleid in het vooruitzicht zijn gesteld en waarvoor het Parlement en de Raad de overeenkomstige vastleggingskredieten in eerdere begrotingsjaren hadden goedgekeurd;
B. overwegende dat met de gevraagde aanvullende betalingskredieten de nog uitstaande verplichtingen (de "RAL, reste à liquider"), kunnen worden verlaagd, evenals het risico dat abnormaal grote aantallen onbetaalde rekeningen naar 2014 worden doorgeschoven;
C. overwegende dat OGB 8/2013 een actualisering is van het door de Commissie in maart 2013 voorgestelde OGB 2/2013 ten belope van 11,2 miljard EUR, dat in september 2013 slechts ten dele door de begrotingsautoriteit is goedgekeurd voor een bedrag van 7,3 miljard EUR;
D. overwegende dat het totale bedrag aan betalingsaanvragen in het kader van het cohesiebeleid (2007-2013) die eind 2012 nog niet waren voldaan, ter hoogte van 16,2 miljard EUR, naar 2013 moest worden overgeheveld, leidend tot een verlaging van het niveau van de beschikbare betalingen op de begroting 2013 ter dekking van de betalingsbehoeften van dit jaar; overwegende dat dit bedrag eind 2013 in totaal 20 miljard EUR zal bedragen, mits OGB 8/2013 in zijn geheel wordt goedgekeurd;
E. overwegende dat het politieke akkoord over het MFK voor de periode 2014-2020 dat op 27 juni 2013 op het hoogste politieke niveau is bereikt door het Parlement, het voorzitterschap van de Raad en de Commissie de toezegging van de Raad omvatte om alle stappen te zullen nemen om te waarborgen dat de Unie haar verplichtingen voor 2013 ten volle zal nakomen, om OGB 2/2013 ter hoogte van 7,3 miljard EUR formeel goed te keuren, alsmede de toezegging om onverwijld een besluit te nemen inzake een nieuw ontwerp van gewijzigde begroting, door de Commissie in het begin van het najaar in te dienen, om een tekort aan gerechtvaardigde betalingskredieten te voorkomen;
F. overwegende dat overeenkomstig artikel 41, lid 2, van het Financieel Reglement de Commissie de mogelijkheden voor interne herschikking heeft onderzocht in het kader van een algehele evaluatie van de betalingsbehoeften tot het einde van het begrotingsjaar, en heeft voorgesteld 509,8 miljoen EUR over te hevelen via de zogeheten "globale overschrijving";
G. overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 3 juli 2013 de goedkeuring door de Raad van een nieuw ontwerp van gewijzigde begroting in het begin van het najaar als voorwaarde stelt voor de goedkeuring van de MFK-verordening of de begroting 2014;
1. verwelkomt de presentatie van OGB 8/2013 door de Commissie op 25 september 2013, dat betrekking heeft op de verhoging van de betalingskredieten met 3,9 miljard EUR, verdeeld over de rubrieken 1a, 1b, 2, 3a, 3b en 4 van het MFK, tot het reeds in OGB 2/2013 voorgestelde niveau; benadrukt dat met een volledige goedkeuring van OGB 8/2013, het maximum van de betalingen voor 2013 zal zijn bereikt;
2. herinnert eraan dat OGB 8/2013 de tweede tranche van OGB 2/2013 omvat, overeenkomstig het akkoord tussen de drie instellingen, als het minimum dat noodzakelijk is om uiterlijk eind 2013 te voldoen aan de wettelijke verplichtingen van de Unie en vastleggingen uit het verleden, teneinde geldboeten te vermijden en het niveau van de uitstaande verplichtingen (RAL) te verlagen;
3. is van mening dat, zoals ook herhaaldelijk door de Commissie gesteld, de volledige goedkeuring van OGB 8/2013 de Unie in staat zal stellen aan al haar verplichtingen tot het einde van 2013 te voldoen; is echter bezorgd dat ondanks een totale verhoging van de betalingen met 11,2 miljard EUR (OGB 2/2013 en OGB 8/2013) wordt geschat dat nog altijd een omvangrijke overheveling naar het volgende jaar van circa 20 miljard EUR aan betalingsverzoeken in verband met de cohesieprogramma's van de periode 2007-2013 zal moeten plaatsvinden, zoals bevestigd door de Commissie op de jongste interinstitutionele vergadering over de betalingen op 26 september 2013; benadrukt dat de situatie ook kritiek is voor andere programma's buiten rubriek 1b;
4. wijst erop dat de goedkeuring door de Raad van OGB 8/2013 deel uitmaakte van het politieke akkoord over het MFK 2014-2020 en dat met deze goedkeuring derhalve wordt voldaan aan slechts een van de drie voorwaarden voor het Parlement om zijn goedkeuring te verlenen aan de MFK-verordening, zoals bepaald in zijn resolutie van 3 juli 2013;
5. aanvaardt de verlaging met 14,8 miljoen EUR zoals voorgesteld door de Raad, uitsluitend aangezien dit bedrag wordt toegevoegd aan het oorspronkelijke bedrag van 11,2 miljard EUR van OGB 2/2013; benadrukt in dit verband vast te houden aan zijn beginselstandpunt dat de financiering van speciale instrumenten, zoals het Solidariteitsfonds van de EU, zowel voor de vastleggingen als de betalingen moet plaatsvinden met nieuwe kredieten boven de maxima van het MFK;
6. herinnert eraan dat een standpunt van de Raad overeenkomstig artikel 314, lid 3, VWEU, een voorbereidende handeling is die van toepassing is vanaf de datum van vaststelling; geeft aan dat hij het standpunt van de Raad over OGB 8/2013, door de fungerend voorzitter van de Raad op 31 oktober 2013 aan het Parlement toegezonden, beschouwt als geldig voor de toepassing van artikel 314, lid 3, en artikel 314, lid 4, VWEU vanaf de datum van vaststelling van 30 oktober 2013; verwerpt en negeert de clausule in het bijgevoegde "besluit", waarin de Raad zijn standpunt over OGB 8/2013 zogenaamd van toepassing verklaart vanaf de datum van goedkeuring door het Parlement van het akkoord inzake het MFK voor 2014-2020 en van het standpunt van de Raad ten aanzien van ontwerp van gewijzigde begroting nr. 9/2013;
7. keurt het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2013 goed;
8. verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 8/2013 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.
Resolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/004 ES/Bouwmaterialen Comunidad Valenciana, Spanje) (COM(2013)0635 – C7-0269/2013 – 2013/2192(BUD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0635 – C7‑0269/2013),
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1) (IIA van 17 mei 2006), en met name punt 28 hiervan,
– gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2) (EFG-verordening),
– gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 28 van het IIA van 17 mei 2006,
– gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0341/2013),
A. overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;
B. overwegende dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) ook tijdelijk is opengesteld voor vanaf 1 mei 2009 tot en met 31 december 2011 ingediende aanvragen om bijstand voor werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis;
C. overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op de overlegvergadering van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 17 mei 2006 wat betreft het nemen van besluiten om middelen beschikbaar te stellen uit het EFG;
D. overwegende dat Spanje aanvraag EGF/2013/004 AT/ES/Comunidad Valenciana voor een financiële bijdrage uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 630 gedwongen ontslagen bij 140 ondernemingen die actief zijn in de NUTS II-regio Comunidad Valenciana, tijdens de referentieperiode van 14 juni 2012 tot 14 maart 2013, waarbij 300 werknemers in aanmerking komen voor maatregelen met medefinanciering door het EFG;
E. overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;
1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2, onder b), van de EFG-verordening en dat Spanje bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;
2. stelt vast dat de Spaanse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 22 mei 2013 hebben ingediend en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 16 september 2013 is gepubliceerd; is ingenomen met het snelle beoordelingsproces van vier maanden;
3. wijst erop dat Comunidad Valenciana ernstig is getroffen door de crisis en dat de werkloosheid in die regio in het eerste kwartaal van 2013 is gestegen tot 29,19%; verwelkomt het feit dat de regio opnieuw een beroep doet op het EFG om de hoge werkloosheid aan te pakken;
4. complimenteert Comunidad Valenciana met de aanvraag voor de inzet van EFG-middelen om problemen op te lossen op het gebied van de arbeidsmarkt, die wordt gekenmerkt door een hoog percentage kleine en middelgrote ondernemingen; herinnert er in dit verband aan dat Comunidad Valenciana reeds vier keer eerder EFG-steun heeft aangevraagd voor de sectoren textiel, keramiek en natuursteen, alsmede voor de bouwsector(3);
5. is van mening dat de ontslagen in de 140 ondernemingen in de productiesector in de NUTS II-regio Comunidad Valenciana (ES52) verband houden met de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, die hebben geleid tot een toename van de invoer in de Unie van andere niet-metaalhoudende minerale producten en tot een vermindering van het aandeel van de Unie in de productie van andere niet-metaalhoudende minerale producten op wereldwijd niveau;
6. is verheugd dat de Spaanse autoriteiten op 22 augustus 2013 hebben besloten met de uitvoering van de individuele maatregelen te beginnen teneinde de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;
7. wijst erop dat de Spaanse autoriteiten in hun beoordeling op basis van eerdere EFG-aanvragen aangeven dat slechts 300 van de werknemers die in aanmerking komen voor EFG-steun zullen kiezen voor deelname aan de maatregelen; roept de Spaanse autoriteiten op ten volle gebruik te maken van de EFG-steun, met name voor het bijscholen van werknemers die alleen basisonderwijs hebben gevolgd, en die 74,4% van de in aanmerking komende werknemers uitmaken;
8. merkt op dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening dat moet worden medegefinancierd maatregelen omvat voor de terugkeer van 300 ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt, waaronder profilering, beroepsoriëntatie, begeleiding, opleiding, intensieve hulp bij het zoeken naar werk, ondersteuning van ondernemerschap, aanmoedigingsmaatregelen als stimulering van het zoeken van een baan, bijdrages in de reiskosten, stimulering van outplacement en ondersteuning bij de oprichting van een bedrijf;
9. wijst erop dat het gecoördineerde pakket voorziet in financiële stimulansen voor het zoeken naar werk (vast bedrag van 300 EUR per werknemer), mobiliteit (tot 400 EUR) en outplacement (tot 700 EUR); verwelkomt het feit dat het totaalbedrag aan financiële stimulansen beperkt is, waardoor het grootste deel van de bijdragen gebruikt kan worden voor opleidingen, begeleiding, hulp bij het zoeken naar werk en ondersteuning van ondernemerschap;
10. is verheugd dat de sociale partners, en met name de lokale vakbonden (UGT-PV, CCOO-PV) en de organisatie zonder winstoogmerk FESMAC, zijn geraadpleegd over de ontwikkeling van het gecoördineerde EFG-pakket en dat het beleid van gelijkheid van mannen en vrouwen en non-discriminatie zal worden toegepast in de verschillende stadia van de uitvoering van het EFG en bij de toegang ertoe;
11. herinnert aan het belang van een verbetering van de inzetbaarheid van alle werknemers door aangepaste scholing en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de scholing die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;
12. is verheugd dat het gecoördineerde pakket ook beroepsopleiding omvat gericht op sectoren waar kansen op werk zijn of waarschijnlijk zullen komen, alsmede bijscholing om te voorzien in de toekomstige behoeften van producenten in de sector waar de ontslagen plaatsvinden;
13. merkt op dat de informatie die is verstrekt over het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening die door het EFG moet worden gefinancierd gegevens bevat over de complementariteit met acties die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; benadrukt dat de Spaanse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen om ervoor te zorgen dat de bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en dubbel gebruik van door de Unie gefinancierde diensten wordt voorkomen;
14. verzoekt de betrokken instellingen de nodige maatregelen te nemen om de procedurele regelingen te verbeteren teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen, met als doel de begrotingsautoriteit de beoordeling door de Commissie van de subsidiabiliteit van een EFG-aanvraag voor te leggen samen met het voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG; hoopt dat verdere verbeteringen aan de procedure zullen worden opgenomen in de nieuwe EFG-verordening (2014-2020) en dat grotere doelmatigheid, transparantie en zichtbaarheid van het EFG zullen worden bereikt;
15. beklemtoont dat overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet worden gewaarborgd dat met middelen van het EFG de stabiele terugkeer van individuele ontslagen werknemers in de arbeidsmarkt wordt gesteund; benadrukt voorts dat de EFG-steun alleen actieve arbeidsmarktmaatregelen kan medefinancieren die duurzame werkgelegenheid voor de lange termijn opleveren; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen voor de herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;
16. is ingenomen met het akkoord dat de Raad heeft bereikt om in de EFG-verordening voor de periode 2014-2020 het criterium van de financiële en economische crisis opnieuw in te voeren, die het mogelijk maakt ook financiële steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van de huidige financiële en economische crisis en niet alleen aan werknemers die hun baan verliezen als gevolg van veranderingen in de wereldhandelspatronen;
17. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;
18. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
BIJLAGE
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/004 ES/Bouwmaterialen Comunidad Valenciana, Spanje)
(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit 2013/708/EU.)
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van "Erasmus voor iedereen" Het programma van de Unie voor onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport (COM(2011)0788 – C7-0436/2011 – 2011/0371(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2011)0788),
– gezien artikel 294, lid 2, artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0436/2011),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 29 maart 2012(1),
– gezien het advies van het Comité van de Regio's van 4 mei 2012(2),
– gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 24 oktober 2013 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Begrotingscommissie, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A7‑0405/2012),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 19 november 2013 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van "Erasmus+": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG
(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) nr. 1288/2013.)
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Creatief Europa (COM(2011)0785 – C7-0435/2011 – 2011/0370(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2011)0785),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 166, lid 4, artikel 167, lid 5, en artikel 173, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0435/2011),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 maart 2012(1),
– gezien het advies van het Comité van de Regio's van 18 juli 2012(2),
– gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 16 oktober 2013 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A7-0011/2013),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter zijn standpunt te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 19 november 2013 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014 - 2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG
(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) nr. 1295/2013.)
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het ontwerp van verordening van de Raad tot vaststelling van het programma “Europa voor de burger” voor de periode 2014-2020 (12557/2013 – C7-0307/2013 – 2011/0436(APP))
– gezien het ontwerp van verordening van de Raad (12557/2013),
– gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 352 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7-0307/2013),
– gezien het advies van de Commissie juridische zaken over de voorgestelde rechtsgrondslag,
– gezien de artikelen 81, lid 1, en 37 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie constitutionele zaken (A7-0424/2012),
1. hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van verordening van de Raad;
2. hecht zijn goedkeuring aan de verklaring die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;
3. verzoekt zijn Voorzitter zijn standpunt te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.
BIJLAGE
Verklaring van het Europees Parlement
Het Europees Parlement spreekt opnieuw als zijn overtuiging uit dat met deze verordening ook de in artikel 167 VWEU verankerde doelstellingen op het gebied van cultuur en geschiedenis worden nagestreefd. Daarom had voor dit dossier een tweeledige rechtsgrond moeten gelden die in de gewone wetgevingsprocedure voorziet. Dat het Europees Parlement zijn standpunt inzake de tweeledige rechtsgrond en daarmee zijn eis met betrekking tot medebeslissing heeft opgegeven en de goedkeuringsprocedure - overeenkomstig het op artikel 352 VWEU gebaseerde voorstel van de Commissie - heeft aanvaard, is uitsluitend ingegeven door zijn wens een volledige procedurele impasse en een daaruit voortvloeiende vertraging bij de inwerkingtreding van het programma te voorkomen. Het Europees Parlement wijst erop dat het vastbesloten is een dergelijke situatie niet nog eens te laten ontstaan.
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de Connecting Europe Facility (COM(2011)0665 – C7-0374/2011 – 2011/0302(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0665/3),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0374/2011),
– gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 22 februari 2012(1),
– gezien het advies van het Comité van de Regio's van 19 juli 2012(2),
– gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 10 juli 2013 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien de artikelen 55 en 37 van zijn Reglement,
– gezien het gezamenlijke overleg van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme overeenkomstig artikel 51 van het Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie regionale ontwikkeling (A7-0021/2013),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 19 november 2013 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010
(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) nr. 1316/2013.)
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende EU-richtsnoeren voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnet (COM(2011)0650 – C7-0375/2012 – 2011/0294(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0650/3),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7- 0375/2012),
– gezien artikel 294, lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Franse senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerpwetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 22 februari 2012(1),
– gezien het advies van het Comité van de Regio's van 3 mei 2012(2),
– gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 12 juni 2013 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie regionale ontwikkeling (A7-0012/2013),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 19 november 2013 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU
(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) nr. 1315/2013.)
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van bepaalde wetgevingshandelingen op het gebied van landbouw- en visserijstatistieken (COM(2012)0724 – C7-0397/2012 – 2012/0343(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0724),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7–0397/2012),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door het Spaanse Congres van Afgevaardigden en de Spaanse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,
– gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 6 september 2013 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A7-0148/2013),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 19 november 2013 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van bepaalde wetgevingshandelingen op het gebied van landbouw- en visserijstatistieken
(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) nr. 1350/2013.)
Overeenkomst inzake overheidsopdrachten ***
191k
19k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (07917/2013 – C7-0180/2013 – 2013/0086(NLE))
– gezien het ontwerpbesluit van de Raad (07917/2013),
– gezien het ontwerpprotocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (07918/2013),
– gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207, lid 4, eerste alinea, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a) v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7–0180/2013),
– gezien artikel 81 en artikel 90, lid 7, van zijn Reglement,
– gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A7-0339/2013),
1. hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het Protocol;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.
Bescherming en gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren ***
190k
19k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het ontwerp van besluit van de Raad tot aanvaarding namens de Europese Unie van de wijziging van de artikelen 25 en 26 van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren (12713/2013 – C7-0304/2013 – 2013/0127(NLE))
– gezien het ontwerp van besluit van de Raad (12713/2013),
– gezien de wijziging van de artikelen 25 en 26 van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren (12713/2013),
– gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 192, lid 1, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7–0304/2013),
– gezien artikel 81 en artikel 90, lid 7, van zijn Reglement,
– gezien de aanbeveling van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0356/2013),
1. hecht namens de Europese Unie zijn goedkeuring aan de wijziging van de artikelen 25 en 26 van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.
Aanvullend onderzoeksprogramma voor het ITER-project (2014-2018) *
401k
30k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende vaststelling van een aanvullend onderzoeksprogramma voor het ITER-project (2014-2018) (COM(2011)0931 – C7-0032/2012 – 2011/0460(NLE))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0931),
– gezien artikel 7 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
– gezien het verzoek om advies van de Raad (C7-0032/2012),
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A7-0211/2013),
A. overwegende dat het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie het nog steeds niet mogelijk maakt dat het Europees Parlement optreedt als medewetgever,
1. brengt een positief advies uit over het voorstel van de Commissie, als geamendeerd;
2. roept de Commissie op om haar voorstel dienovereenkomstig aan te passen, in overeenstemming met artikel 293, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Euratom-Verdrag;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een besluit Overweging -1 (nieuw)
(-1) De inzet van de Unie bij de Overeenkomst tot oprichting van de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie voor de gezamenlijke uitvoering van het ITER-project1 (de "ITER-overeenkomst") wordt opnieuw bevestigd.
__________________
1 PB L 358 van 16.12.2006, blz. 62.
Amendement 2 Voorstel voor een besluit Overweging 1
(1) De Overeenkomst tot oprichting van de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie voor de gezamenlijke uitvoering van het ITER-project (hierna de"ITER-overeenkomst") is op 21 november 2006 ondertekend door de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom), de Volksrepubliek China, de Republiek India, Japan, de Republiek Korea, de Russische Federatie en de Verenigde Staten van Amerika. Bij de ITER-overeenkomst wordt de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (hierna de "ITER-organisatie") opgericht die de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de bouw, het bedrijf, de exploitatie en de deactivatie van de ITER-faciliteiten.
(1) De ITER-overeenkomst is op 21 november 2006 ondertekend door de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom), de Volksrepubliek China, de Republiek India, Japan, de Republiek Korea, de Russische Federatie en de Verenigde Staten van Amerika. Bij de ITER-overeenkomst wordt de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (hierna de "ITER-organisatie") opgericht die de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de bouw, het bedrijf, de exploitatie en de deactivatie van de ITER-faciliteiten.
Amendement 3 Voorstel voor een besluit Overweging 3
(3) In het kader van de onderhandelingen om de steun te verkrijgen van andere partijen bij de ITER-overeenkomst om de locatie voor ITER in Europa te kiezen, werd in 2007 de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de regering van Japan voor de gezamenlijke uitvoering van de bredereaanpakactiviteiten op het gebied van onderzoek inzake fusie-energie gesloten met het oog op de uitvoering van aanvullende gezamenlijke fusie-onderzoeksactiviteiten op het grondgebied van Japan teneinde de snelle start van een kwalitatief hoogstaande exploitatie van ITER te waarborgen. De bredereaanpakactiviteiten en andere aan ITER gerelateerde activiteiten worden uitgevoerd via de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie. De financiering van de bredereaanpakactiviteiten wordt voornamelijk gewaarborgd door bijdragen in natura van sommige leden van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, terwijl het resterende deel van de Euratom-bijdrage gedekt wordt door de Euratom-begroting.
(3) In het kader van de onderhandelingen om de steun te verkrijgen van andere partijen bij de ITER-overeenkomst om de locatie voor ITER in Europa te kiezen, werd in 2007 de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de regering van Japan voor de gezamenlijke uitvoering van de bredereaanpakactiviteiten op het gebied van onderzoek inzake fusie-energie gesloten met het oog op de uitvoering van aanvullende gezamenlijke fusie-onderzoeksactiviteiten op het grondgebied van Japan teneinde de snelle start van een kwalitatief hoogstaande exploitatie van ITER te waarborgen. De bredereaanpakactiviteiten en andere aan ITER gerelateerde activiteiten worden uitgevoerd via de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie. De financiering van de bredereaanpakactiviteiten wordt voornamelijk gewaarborgd door bijdragen in natura van sommige leden van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, terwijl het resterende deel van de Euratom-bijdrage gedekt wordt door de Euratom-begroting. In de routekaart voor de realisatie van fusie-energie getiteld "Fusion Electricity – Roadmap to the Realisation of Fusion Energy" (de "EFDA fusie routekaart 2012") van de European Fusion Development Agreement (EFDA) van 2012 wordt vastgesteld dat permanente financiële ondersteuning nodig is voor belangrijke projecten en voor activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling op belangrijke domeinen tot de startdatum van de functionering van ITER, om de wetenschappelijke en technologische uitdagingen op het pad naar fusie-energie aan te gaan.
Amendement 4 Voorstel voor een besluit Overweging 5
(5) Voor de periode na 2013 heeft de Commissie in haar mededeling "Een begroting voor Europa 2020" voorgesteld het ITER-project buiten het MFK te financieren. Bijgevolg moet een aanvullend onderzoeksprogramma voor het ITER-project worden vastgesteld voor de periode 2014 tot en met 2018.
(5) Het ITER-project moet zorgen voor een consolidering van het leiderschap van de Unie op het gebied van fusie door een snelle realisatie van de opgegeven doelstellingen op het gebied van bouw en exploitatie.
Amendement 5 Voorstel voor een besluit Overweging 6
(6) Het aanvullend onderzoeksprogramma voor het ITER-project moet worden gefinancierd met bijdragen van de lidstaten op basis van een afroepingspercentage dat wordt toegepast op het bruto nationaal inkomen (BNI) als gedefinieerd met het oog op de berekening van de op het BNI gebaseerde bijdrage aan de eigen middelen van de algemene begroting van de Europese Unie. Deze bijdragen worden opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie en worden toegewezen aan dit aanvullend programma. Derde landen die met Euratom een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van beheerste kernfusie hebben gesloten waarbij hun respectieve onderzoeksprogramma's worden geassocieerd met de Euratom-programma's, moeten eveneens een bijdrage kunnen leveren aan het programma.
(6) Ondanks de kostenbeperkingsmaatregelen, die toegepast moeten blijven worden, kan het ITER-project kostenoverschrijdingen blijven veroorzaken door het wetenschappelijke karakter ervan en door de grote omvang en het hoge technologische risico ervan. Kostenoverschrijdingen boven het in artikel 2 bepaalde maximumbedrag van mogen geen gevolgen hebben voor andere projecten die uit de begroting van de Unie worden gefinancierd, met name voor de projecten in rubriek 1A (onderzoeksbegroting - Horizon 2020), en moeten waar passend worden gefinancierd met aanvullende middelen die los staan van de maxima. Derde landen die met Euratom een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van beheerste kernfusie hebben gesloten waarbij hun respectieve onderzoeksprogramma's worden geassocieerd met de Euratom-programma's, moeten eveneens een bijdrage kunnen leveren aan het aanvullend onderzoeksprogramma.
Amendement 6 Voorstel voor een besluit Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis) Het Europees Parlement en de Raad moeten het erover eens zijn dat uitstel of prolongatie met betrekking tot nog niet voldane betalingskredieten in verband met het ITER-project moet worden vermeden en moeten zich ertoe verplichten samen te werken om een dergelijke situatie te voorkomen.
Amendement 7 Voorstel voor een besluit Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis) Overeenkomstig de oproep in de prioriteiten die worden voorgesteld in de routekaart voor de realisatie van fusie-energie van de EFDA moet het Joint European Torus (JET)-project een centrale rol spelen in de energietransitie.
Amendement 8 Voorstel voor een besluit Artikel 2 – alinea 1
Het programma wordt gefinancierd via een maximumbijdrage van 2,573 miljoen euro (huidige waarde) overeenkomstig artikel 3.
Het programma wordt gefinancierd via een maximumbijdrage van 2,573 miljoen euro (huidige waarde) naast de MFK-maxima, namelijk buiten rubriek 1a, en wel in aanvulling op de begroting voor het programma Horizon 2020-kaderprogramma, het Euratom-kaderprogramma of andere programma's van de Unie, terwijl de volledige bevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad behouden blijven. Om die reden moeten er voor het programma voldoende financiële middelen worden gereserveerd om de Unie in staat te stellen het programma te implementeren terwijl er in het MFK ook een absoluut maximumbedrag moet worden bepaald voor de bijdragen uit de begroting van de Unie in de jaren 2014-2018. Kostenoverschrijdingen boven dit maximumbedrag mogen geen gevolgen hebben voor de begrotingskredieten voor andere projecten en moeten waar passend worden gefinancierd met aanvullende middelen die los staan van de maxima.
Amendement 9 Voorstel voor een besluit Artikel 3
Het programma wordt gefinancierd met bijdragen van de lidstaten op basis van een afroepingspercentage dat wordt toegepast op het bruto nationaal inkomen (BNI) als gedefinieerd met het oog op de berekening van de op het BNI gebaseerde bijdrage aan de eigen middelen van de algemene begroting van de Europese Unie. Deze bijdragen worden beschouwd als externe bestemmingsontvangsten voor het programma in overeenstemming met [artikel XX van Verordening (EU) nr. XX/2012 van het Europees Parlement en de Raad [Nieuwe financiële verordening] .
Het programma wordt gefinancierd uit de eigen middelen van de Unie.
Amendement 10 Voorstel voor een besluit Artikel 4 – alinea 1
Derde landen die met Euratom een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van beheerste kernfusie hebben gesloten waarbij hun respectieve onderzoeksprogramma's worden geassocieerd met de Euratom-programma's (hierna "geassocieerde landen"), kunnen eveneens een bijdrage leveren aan het programma.
Derde landen die met Euratom een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van beheerste kernfusie hebben gesloten waarbij hun respectieve onderzoeksprogramma's worden geassocieerd met de Euratom-programma's (hierna „geassocieerde landen”), kunnen een bijdrage leveren aan het programma.
Amendement 11 Voorstel voor een besluit Artikel 5 – alinea 2 bis (nieuw)
Halverwege de looptijd en vóór 30 juni 2016 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatie van het verloop van het programma in, voor hun advies.
Amendement 12 Voorstel voor een besluit Artikel 6 – lid 1
1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van dit besluit gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.
1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van dit besluit gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden en/of fouten worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties. De Commissie voorziet ook in passende maatregelen voor een adequate risicocontrole en ter voorkoming van kostenoverschrijdingen.
Amendement 13 Voorstel voor een besluit Artikel 6 – lid 2
2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten en controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten, subcontractanten en andere derde partijen die uit hoofde van dit besluit middelen van de Unie hebben ontvangen.
2. Het Europees Parlement, de Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten en controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten, subcontractanten en andere derde partijen die uit hoofde van dit besluit middelen van de Unie hebben ontvangen. Gezien de omvang en de aanzienlijke tekortkomingen in het verleden van het ITER-project moet het Europees Parlement, in zijn hoedanigheid van begrotings- en kwijtingsautoriteit, nauwgezet toezicht uitoefenen, en moet de Commissie het Europees Parlement regelmatig op de hoogte stellen over de ontwikkeling van het programma, met name wat kosten en tijdschema betreft.
Amendement 14 Voorstel voor een besluit Artikel 6 – lid 2 – alinea 3
Onverminderd de eerste en de tweede alinea verlenen de uit dit besluit voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en -besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.
Onverminderd de eerste en de tweede alinea verlenen de uit dit besluit voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en -besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren. De resultaten van deze audits, controles en verificaties ter plaatse worden meegedeeld aan het Europees Parlement.
Amendement 15 Voorstel voor een besluit Bijlage – Wetenschappelijke en technologische doelstelling – alinea 2
De eerste prioriteit van de strategie om die doelstelling te bereiken is de bouw zelf van ITER (een zeer grote experimenteerfaciliteit waarin de wetenschappelijke en technologische haalbaarheid van fusie-energie wordt aangetoond), gevolgd door de bouw van een demonstratie-eenheid van een op kernfusie gebaseerde elektriciteitscentrale.
De eerste prioriteit van de strategie om die doelstelling te bereiken is de bouw zelf van ITER (een zeer grote experimenteerfaciliteit waarin de wetenschappelijke en technologische haalbaarheid van fusie-energie wordt aangetoond), gevolgd door de bouw van een demonstratie-eenheid van een op kernfusie gebaseerde elektriciteitscentrale. Er moet rekening worden gehouden met de prioriteiten die worden voorgesteld in de fusieroutekaart van de EFDA, om te waarborgen dat ITER een belangrijke rol zal spelen in de energietransitie.
Amendement 16 Voorstel voor een besluit Bijlage – Wetenschappelijke en technologische doelstelling – alinea 2 bis (nieuw)
De demonstratie van concurrerende elektriciteitsproductie in 2050 moet worden gewaarborgd. Om dit doel te bereiken evalueert de Commissie het programma regelmatig en stelt zij een jaarlijks voortgangsverslag op over voorkomende uitdagingen op het gebied van de fysica, technologie, begroting en veiligheid. Het verslag van de Commissie moet een analyse bevatten van potentiële gevolgen voor de drie hoofdfasen, alsmede een noodplan met daarin de prioriteiten op basis van de voordelen, risico's en kosten die verbonden zijn aan het realiseren van de commerciële fusiedoelstellingen. De Commissie moet overwegen om een systeem voor vroegtijdige waarschuwing in te voeren teneinde risico's te identificeren en het risicobeperkingsproces te versnellen.
Amendement 17 Voorstel voor een besluit Bijlage – Grondreden – alinea 1
Fusie heeft het potentieel om binnen enkele decennia een grote bijdrage te leveren aan een duurzame en verzekerde energievoorziening voor de Unie. De succesvolle ontwikkeling fusie-energie kan zorgen voor een energievoorziening die veilig, duurzaam en milieuvriendelijk is.
Fusie heeft het potentieel om binnen enkele decennia een grote bijdrage te leveren aan een duurzame en verzekerde energievoorziening voor de Unie. De succesvolle ontwikkeling fusie-energie kan zorgen voor een energievoorziening die veilig, duurzaam en milieuvriendelijk is. Het bruikbaar maken van fusie-energie is een veelbelovend doel, maar ook een grote uitdaging, aangezien er nog steeds vraagstukken op het gebied van de fysica en engineering zijn die opgelost moeten worden om vooruitgang te boeken bij het demonstreren van de haalbaarheid van kernfusie. Om een aantal van deze uitdagingen zo goed mogelijk het hoofd te bieden is het van essentieel belang dat de Unie alles in het werk stelt om de inspanningen te ondersteunen van de JET-faciliteit, om te helpen elke kennis- of ervaringskloof te dichten.
Amendement 18 Voorstel voor een besluit Bijlage – Activiteiten – alinea 2 – letter a
(a) de Euratom-bijdrage leveren aan de Internationale ITER-organisatie voor fusie-energie, met inbegrip van die O&O-activiteiten welke noodzakelijk zijn om de basis te leggen voor de aankoop van de ITER-componenten en de testmantelmodules voor ITER;
(a) de Euratom-bijdrage leveren aan de Internationale ITER-organisatie voor fusie-energie, met inbegrip van die O&O-activiteiten welke noodzakelijk zijn om de basis te leggen voor de aankoop van de ITER-componenten en de testmantelmodules voor ITER evenals voorstellen indienen voor potentiële verbeteringen in de governance van het programma;
Amendement 19 Voorstel voor een besluit Bijlage 1 – Activiteiten – alinea 2 – letter c
(c) naargelang passend, andere activiteiten teneinde de basis te leggen voor het ontwerp van een demonstratiereactor en de daaraan gerelateerde faciliteiten.
(c) naargelang passend, andere activiteiten teneinde de basis te leggen voor het ontwerp van een demonstratiereactor en de daaraan gerelateerde faciliteiten, met name de activiteiten die vereist zijn om een behoorlijke oplossing te vinden voor de resterende kwesties met betrekking tot de bouw en exploitatie van DEMO. Hierin begrepen is het garanderen van de voortzetting van de JET-exploitatie tot de startdatum van de volledige functionering van ITER.Standaardoplossingen moeten worden bevorderd teneinde zoveel mogelijk te worden hergebruikt bij de bouw van commerciële energiecentrales.
Amendement 20 Voorstel voor een besluit Bijlage – Activiteiten – alinea 2 – letter c bis (nieuw)
(c bis) een industrieel beleid voeren dat erop is gericht de industrie, inclusief kleine en middelgrote ondernemingen, bij de zaak te betrekken, om de mededinging te bevorderen en het Europese systeem voor te bereiden op het fusietijdperk.
Amendement 21 Voorstel voor een besluit Bijlage 1 – Activiteiten – alinea 2 – letter c ter (nieuw)
(c ter) de industrie, met inbegrip van gespecialiseerde kleine en middelgrote ondernemingen, zo breed en vroeg mogelijk betrekken bij de inspanningen om betrouwbare standaardoplossingen en -apparatuur te ontwikkelen en valideren. Dit zal ertoe bijdragen dat het project binnen de begroting wordt gerealiseerd.
Amendement 22 Voorstel voor een besluit Bijlage 1 – Activiteiten – alinea 2 – letter c quater (nieuw)
(c quater) de beschikbaarheid van kundige en ervaren werknemers en wetenschappers bevorderen als cruciaal element voor het succes van kernfusie. De bouw van ITER moet worden verbonden aan specifieke maatregelen ter ondersteuning van onderwijs en opleidingen in fusiewetenschap en -technologie.
Amendement 23 Voorstel voor een besluit Bijlage 1 – Activiteiten – alinea 2 – letter c quinquies (nieuw)
(c quinquies) een communicatieprogramma voor de burgers van de Unie ontwikkelen om hen volledig te informeren en raadplegen over de uitdagingen, risico's en veiligheid van kernfusie.
Amendement 24 Voorstel voor een besluit Bijlage 1 – Activiteiten – alinea 4
De gedetailleerde werkprogramma's voor de tenuitvoerlegging van de bovengenoemde activiteiten worden jaarlijks vastgesteld door de Raad van bestuur van Fusion for Energy.
De gedetailleerde werkprogramma's voor de tenuitvoerlegging van de bovengenoemde activiteiten worden jaarlijks vastgesteld en medegedeeld aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie door de Raad van bestuur van Fusion for Energy.
Programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie*
539k
62k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018) ter aanvulling van "Horizon 2020" – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (COM(2011)0812 – C7-0009/2012 – 2011/0400(NLE))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0812),
– gezien artikel 7 van het Euratom-verdrag,
– gezien het verzoek om advies van de Raad (C7-0009/2012),
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie juridische zaken (A7-0407/2012),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Euratom-verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 3
(3) Door het onderzoek inzake kernenergie te ondersteunen draagt het programma voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap (hierna het "Euratom-programma") bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van "Horizon 2020" – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie zoals vastgesteld bij Verordening (EU XX/XXXX van [….] (hierna "Horizon 2020-kaderprogramma") en bevordert het de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie en de totstandbrenging en werking van de Europese onderzoeksruimte.
(3) Door het onderzoek inzake kernenergie en uitmuntendheid op het gebied van innovatie te ondersteunen draagt het programma voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap (hierna het "Euratom-programma") bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van "Horizon 2020" – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. .../….. van [….] (hierna "Horizon 2020-kaderprogramma"), bevordert het de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie en de totstandbrenging en werking van de Europese onderzoeksruimte,en helpt het om het strategisch plan voor energietechnologie (SET-plan) ten uitvoer te leggen. Daarnaast moet het Euratom-programma streven naar verdere gebruikmaking van de structuurfondsen voor nucleair onderzoek en de afstemming garanderen van de fondsen met de onderzoeksprioriteiten van de Gemeenschap, zonder afbreuk te doen aan het beginsel van uitmuntendheid.
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis) Binnen het zevende kaderprogramma van Euratom (2007–2011) zijn drie grote Europese samenwerkingsinitiatieven gestart op het gebied van nucleaire wetenschap en technologie: het Technologieplatform voor duurzame kernenergie (SNETP), het Technologisch Platform implementatie van geologische berging (IGDTP) en het Multidisciplinary European Low Dose Initiative (MELODI). SNETP en IGDTP sluiten beide nauw aan op de doelen van het SET-plan.
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 4
(4) Niettegenstaande het potentieel van kernenergie op het gebied van energievoorziening en economische ontwikkeling kunnen ernstige nucleaire incidenten een gevaar voor de menselijke gezondheid inhouden. Daarom moet in het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding zoveel mogelijk aandacht worden besteed aan nucleaire veiligheid en, waar nodig, beveiligingsaspecten.
(4) Niettegenstaande het potentieel van kernenergie op het gebied van energievoorziening en economische ontwikkeling kunnen ernstige nucleaire incidenten, nucleaire proliferatie en kwaadwillige handelingen, waaronder nucleair terrorisme, een gevaar voor de menselijke gezondheid inhouden. Daarom moet in het Euratom-programma zoveel mogelijk aandacht worden besteed aan nucleaire veiligheid en, daar waar het om het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) gaat, beveiligingsaspecten. Ook moet aandacht uitgaan naar derde landen die aan de Unie grenzen en naar grensoverschrijdende aspecten van nucleaire veiligheid die de meerwaarde van de Unie benadrukken.
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis) Het Europees Initiatief voor duurzame kernenergie (ESNII) is erop gericht dat uiterlijk in 2040 snelle neutronenreactoren van de vierde generatie met een gesloten brandstofcyclus worden ingezet. Het omvat drie hoofdprojecten: het (natriumgekoelde) prototype ASTRID, de (gasgekoelde) demonstratie-eenheid ALLEGRO en de (loodgekoelde) technologische proefinstallatie MYRRHA.
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 5
(5) Aangezien alle lidstaten over kerninstallaties beschikken of gebruik maken van radioactief materiaal, met name voor medische doeleinden, erkent de Raad in zijn conclusies van 2 december 2008 dat er nog steeds behoefte bestaat aan competenties op nucleair gebied en dat er derhalve onderzoeksgerelateerde onderwijs- en opleidingsactiviteiten nodig zijn die door de Gemeenschap worden gecoördineerd.
(5) Aangezien alle lidstaten over kerninstallaties beschikken of gebruik maken van radioactief materiaal, met name voor medische doeleinden, erkent de Raad in zijn conclusies van 2 december 2008 dat er nog steeds behoefte bestaat aan competenties op nucleair gebied en dat er derhalve zowel onderzoeksgerelateerde onderwijs- en opleidingsactiviteiten als verbeterde arbeidsomstandigheden nodig zijn die door de Gemeenschap worden gecoördineerd.
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 6
(6) Met de sluiting van de Overeenkomst tot oprichting van de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie voor de gezamenlijke uitvoering van het ITER-project heeft de Gemeenschap zich ertoe verbonden deel te nemen aan de bouw en de toekomstige exploitatie van ITER. De bijdrage van de Gemeenschap geschiedt via de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (hierna "Fusie-energie"), zoals vastgesteld bij het Besluit van de Raad van 27 maart 2007. De activiteiten van Fusie-energie, met inbegrip van ITER, moeten door een afzonderlijk wetgevingsbesluit worden gereguleerd.
(6) Met de sluiting van de Overeenkomst tot oprichting van de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie voor de gezamenlijke uitvoering van het ITER-project heeft de Gemeenschap zich ertoe verbonden deel te nemen aan de bouw en de toekomstige exploitatie van ITER. De bijdrage van de Gemeenschap geschiedt via de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (hierna "Fusie-energie"), zoals vastgesteld bij het Besluit van de Raad van 27 maart 2007. De activiteiten van Fusie-energie, met inbegrip van ITER, moeten worden gereguleerd door een afzonderlijk wetgevingsbesluit dat ervoor zorgt dat de financiering voor ITER uit het meerjarig financieel kader (MFK) komt en dat tevens een gereserveerd maximumbedrag vaststelt voor de bijdrage van de begroting van de Unie voor de jaren 2014-2018.
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis) Als aanvulling op andere prioriteiten van de Unie voor de komende decennia moet het kader voor onderzoek naar kernsplijting onder het Euratom programma bijdragen aan de bestaande doelstellingen en voorstellen van de Unie, zoals het SET-plan en het "Energiestappenplan 2050". Het kader moet ook ondersteuning bieden aan ESNII en voor zover mogelijk een aanvulling vormen op bredere voorstellen van de Unie inzake samenwerking met derde landen.
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 7
(7) Om te waarborgen dat fusie uitgroeit tot een geloofwaardige optie voor commerciële energieproductie is het in de eerste plaats noodzakelijk de bouw van ITER tijdig en op succesvolle wijze af te ronden en de reactor in werking te stellen. Daarna moet een ambitieuze maar realistische routekaart voor de elektriciteitsproductie in 2050 worden opgesteld. Om deze doelstellingen te kunnen verwezenlijken dient het Europese fusieprogramma te worden aangepast. Er moet meer nadruk worden gelegd op de activiteiten ter ondersteuning van ITER. De beoogde rationalisatie mag echter niet ten koste gaan van de toonaangevende rol die Europa thans speelt op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek naar fusie.
(7) Om te waarborgen dat fusie uitgroeit tot een geloofwaardige optie voor commerciële energieproductie is het in de eerste plaats noodzakelijk om de bouw van ITER tijdig en op succesvolle wijze af te ronden en de reactor in werking te stellen, alsook om de steun aan de activiteiten van bestaande verwante en bijkomende projecten, zoals de Joint European Torus (JET), voort te zetten. Daarna moet een ambitieuze maar realistische routekaart voor de elektriciteitsproductie in 2050 worden opgesteld. Om deze doelstellingen te kunnen verwezenlijken dient het Europese fusieprogramma te worden aangepast. Er moet meer nadruk worden gelegd op de activiteiten ter ondersteuning van ITER, ook wat betreft het garanderen van een volledige en transparante financiering binnen het MFK. Door de financiering binnen het MFK te waarborgen, zal de Gemeenschap zich inspannen voor het succes van het project op lange termijn en wordt voorkomen dat de kosten nadien exponentieel zullen oplopen.Het behouden van de toonaangevende rol die Europa thans speelt op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek naar fusie is een essentieel doel van het Euratom programma.
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 8
(8) Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek(JRC) moet verder onafhankelijke klantgestuurde wetenschappelijke en technologische ondersteuning verlenen voor de formulering, ontwikkeling, tenuitvoerlegging en monitoring van het beleid van de Gemeenschap, met name op het gebied van nucleaire veiligheid en onderzoek en opleiding inzake beveiliging.
(8) Het JRC moet verder onafhankelijke klantgestuurde wetenschappelijke en technologische ondersteuning verlenen voor de formulering, ontwikkeling, tenuitvoerlegging en monitoring van het beleid van de Gemeenschap en in voorkomend geval van internationaal beleid, met name op het gebied van nucleaire veiligheid en onderzoek en opleiding inzake beveiliging. Bij deze ondersteuning dient rekening te worden gehouden met de koers die de Europese instellingen kiezen, met name in het licht van de in de kerncentrales uitgevoerde stresstests.
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 10
(10) Terwijl iedere lidstaat zelf moet uitmaken of hij al dan niet gebuik maakt van kernenergie, is het de taak van de Unie om, in het belang van alle lidstaten, een kader te ontwikkelen ter ondersteuning van gezamenlijk baanbrekend onderzoek, het creëren en behouden van kennis over kernsplijtingstechnologieën, met bijzondere aandacht voor veiligheid, beveiliging, stralingsbescherming en non-proliferatie. Een en ander vergt het bezit van onafhankelijke wetenschappelijke gegevens, waartoe het JRC een belangrijke bijdrage kan leveren. Dit is erkend in de mededeling van de Commissie 'Europa 2020 – vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie', waarin de Commissie haar voornemen te kennen gaf om meer belang te hechten aan wetenschappelijke onderbouwing van de beleidsvorming door het JRC. Het JRC stelt voor deze uitdaging te beantwoorden door zijn onderzoek op het gebied van nucleaire veiligheid en beveiliging toe te spitsen op de beleidsprioriteiten van de Unie.
(10) Terwijl iedere lidstaat zelf moet uitmaken of hij al dan niet gebruik maakt van kernenergie, is het de taak van de Unie om, in het belang van alle lidstaten, een kader te ontwikkelen ter ondersteuning van gezamenlijk baanbrekend onderzoek, het creëren en behouden van kennis over kernsplijtingstechnologieën, met name ten aanzien van de nieuwe generatie splijtingsreactoren, met bijzondere aandacht voor veiligheid, beveiliging, stralingsbescherming, met inbegrip van verbeterde arbeidsomstandigheden voor wie rechtstreeks werkt met nucleair materiaal, nucleaire ontmanteling en non-proliferatie. Een en ander vergt het bezit van onafhankelijke wetenschappelijke gegevens, waartoe het JRC een belangrijke bijdrage kan leveren. Dit is erkend in de mededeling van de Commissie 'Europa 2020 – vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie', waarin de Commissie haar voornemen te kennen gaf om meer belang te hechten aan wetenschappelijke onderbouwing van de beleidsvorming door het JRC. Het JRC stelt voor deze uitdaging te beantwoorden door zijn onderzoek op het gebied van nucleaire veiligheid en beveiliging toe te spitsen op de beleidsprioriteiten van de Unie. De precieze aard van deze werkzaamheden moet aansluiten bij de koers die de Europese instellingen kiezen, met name in het licht van de in de kerncentrales uitgevoerde stresstests.
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis) Aangezien de Europese burgers het middelpunt van het debat op Europees niveau moeten blijven vormen, dient het Europees Parlement nauwer te worden betrokken bij de discussies en besluiten over het Euratom-programma.
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 11
(11) Teneinde de relatie tussen de wetenschap en de samenleving te verdiepen en het vertrouwen van het publiek in de wetenschap te versterken moet het Euratom-programma er mede voor zorgen dat de burgers en het maatschappelijk middenveld over de nodige informatie beschikken en belangstelling tonen voor onderzoeks- en innovatievraagstukken door het wetenschappelijk onderwijs te bevorderen, de toegang tot wetenschappelijke kennis te vergemakkelijken, te voorzien in verantwoorde agenda's voor onderzoek en innovatie die rekening houden met de zorgpunten en de verwachtingen van de burgers en het maatschappelijk middenveld en de deelname van de burgers en het maatschappelijk middenveld aan de activiteiten van het Euratom-programma te vergemakkelijken.
(11) Teneinde de relatie tussen de wetenschap en de samenleving te verdiepen en het vertrouwen van het publiek in de wetenschap te versterken moet het Euratom-programma er mede voor zorgen dat de burgers en het maatschappelijk middenveld over de nodige informatie beschikken en belangstelling tonen voor onderzoeks- en innovatievraagstukken door het wetenschappelijk onderwijs te bevorderen, de toegang tot wetenschappelijke kennis te vergemakkelijken, te voorzien in verantwoorde agenda's voor onderzoek en innovatie die rekening houden met de zorgpunten en de verwachtingen van de burgers en het maatschappelijk middenveld en de deelname van de burgers en het maatschappelijk middenveld aan de activiteiten van het Euratom-programma te vergemakkelijken. Dit zou ook het aantrekkelijk maken van carrières in wetenschap en onderzoek voor de volgende generatie onderzoekers moeten omvatten, in het bijzonder voor groepen die ondervertegenwoordigd zijn op het gebied van onderzoek. Door het Europees Parlement, dat de Europese burgers vertegenwoordigt, nauwer bij een en ander te betrekken, worden ook de burgers nauwer betrokken bij vraagstukken met betrekking tot de activiteiten van het Euratom-programma.
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 13
(13) Het Euratom-programma moet er mede voor zorgen dat een onderzoekloopbaan in de Unie aantrekkelijker wordt. In dit verband dient de nodige aandacht te worden besteed aan het Europees handvest voor onderzoekers en de gedragscode voor de rekrutering van onderzoekers, samen met andere relevante kaders die zijn vastgesteld binnen de Europese onderzoeksruimte, met inachtneming van het beginsel van vrijwilligheid.
(13) Het Euratom-programma moet er mede voor zorgen dat een onderzoekloopbaan in de Unie aantrekkelijker wordt, met als algemene doelstelling het vergroten van de zichtbaarheid van wetenschap in de samenleving, maar ook het voorkomen van een mogelijke braindrain (verlies aan vaardigheden) vanuit de Unie naar derde landen. Hoewel de Unie momenteel beschikt over een hoog niveau van expertise, is het van cruciaal belang dat een nieuwe generatie van nucleaire onderzoekers opgeleid wordt in alle aspecten van nucleair onderzoek. Het Euratom-programma moet ook trachten een Europese meerwaarde te bieden op alle niveaus en voor iedereen die wenst deel te nemen aan nucleair onderzoek. In dit verband dient de nodige aandacht te worden besteed aan het Europees handvest voor onderzoekers en de gedragscode voor de rekrutering van onderzoekers, samen met andere relevante kaders die zijn vastgesteld binnen de Europese onderzoeksruimte, met inachtneming van het beginsel van vrijwilligheid.
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 15
(15) Onderzoeks- en opleidingsactiviteiten die gefinancierd worden uit het Euratom-programma moeten voldoen aan fundamentele ethische beginselen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de adviezen van de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën. Onderzoeksactiviteiten moeten tevens in overeenstemming zijn met artikel 13 van het VWEU, waarbij het gebruik van dieren bij onderzoek en experimenten moet worden verminderd en uiteindelijk door andere middelen moet worden vervangen. Bij alle activiteiten moet een hoog beschermingsniveau van de menselijke gezondheid gewaarborgd zijn.
(15) Onderzoeks- en opleidingsactiviteiten die gefinancierd worden uit het Euratom-programma moeten voldoen aan ethische beginselen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de adviezen van de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën. Onderzoeksactiviteiten moeten tevens in overeenstemming zijn met artikel 13 VWEU, waarbij het gebruik van dieren bij onderzoek en experimenten moet worden vervangen, verminderd enverfijnd. Bij alle activiteiten moet een hoog beschermingsniveau van de menselijke gezondheid gewaarborgd zijn.
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 16
(16) Een grotere impact moet ook worden verkregen door het Euratom-programma te combineren met particuliere middelen in publiek-private partnerschappen op essentiële gebieden waar onderzoek en innovatie kunnen bijdragen tot de bredere concurrentiedoelstellingen van de Unie. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de betrokkenheid van kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo's).
(16) Een grotere impact moet ook worden verkregen door het Euratom-programma te combineren met particuliere middelen in publiek-private partnerschappen op essentiële gebieden waar onderzoek en innovatie kunnen bijdragen tot de bredere concurrentiedoelstellingen van de Unie. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de betrokkenheid van kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo's). De noodzaak om het gebruik van beschikbare openbare financiering door het mkb te vergroten dient evenzeer te gelden voor kmo's die werken rond kernenergie als voor andere kmo's. Het Euratom-kader moet kmo's in alle fases van de innovatieketen ondersteunen, vooral wat betreft de activiteiten die dicht bij de markt staan, onder andere door het gebruik van innovatieve financiële instrumenten. Dergelijke steun moet het speciale kmo-instrument omvatten en alle herziene financiële instrumenten die in passende maatregelen voorzien om het volledige innovatiepotentieel van kmo's te kunnen benutten en welke beschikbaar worden via het kaderprogramma Horizon 2020 en via vergelijkbare programma's, zoals het Programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kmo's (2014-2020) (COSME).
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 17
(17) Het Euratom-programma moet met name op veiligheidsgebied bijdragen tot de bevordering van de samenwerking met derde landen op basis van gemeenschappelijke belangen en wederzijds voordeel.
(17) Het Euratom-programma moet in het bijzonder rekening houden met alle nucleaire installaties in derde landen die aan de Unie grenzen, en in het bijzonder indien deze zich bevinden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurrampen. Internationale samenwerking op het gebied van kernenergie moet passende instrumenten omvatten die voorzien in wederzijdse financiële verplichtingen. Dit behelst onder meer samenwerkingscontracten en financiële afspraken in beide richtingen.
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Overweging 19
(19) Op 4 februari 2011 heeft de Europese Raad erkend dat moet worden voorzien in een nieuwe aanpak van de controle en het risicobeheer op het gebied van de EU-onderzoeksfinanciering en dat een nieuw evenwicht moet worden gevonden tussen vertrouwen en controle en tussen het nemen en vermijden van risico's. In zijn resolutie van 11 november 2010 inzake het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek pleit het Europees Parlement voor een pragmatische verschuiving in de richting van administratieve en financiële vereenvoudiging en geeft het te verstaan dat het beheer van de Europese financiering van onderzoek in sterkere mate gebaseerd moet zijn op vertrouwen en risicotolerantie ten aanzien van deelnemers.
(19) Op 4 februari 2011 heeft de Europese Raad erkend dat moet worden voorzien in een nieuwe aanpak van de controle en het risicobeheer op het gebied van de EU-onderzoeksfinanciering en dat een nieuw evenwicht moet worden gevonden tussen vertrouwen en controle en tussen het nemen en vermijden van risico's. Het Europees Parlement heeft opgeroepen tot een drastische vereenvoudiging van de EU-financiering voor onderzoek en innovatie en heeft ook herhaaldelijk gepleit voor een verschuiving naar een veel grotere administratieve en financiële vereenvoudiging. In zijn resolutie van 11 november 20101 inzake het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek heeft het Europees Parlement gepleit voor een pragmatische verschuiving in de richting van administratieve en financiële vereenvoudiging en geeft het te verstaan dat het beheer van de Europese financiering van onderzoek in sterkere mate gebaseerd moet zijn op vertrouwen en risicotolerantie ten aanzien van deelnemers. In zijn resolutie van 8 juni 2011 met als titel "Investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa"2 heeft het Europees Parlement opnieuw aangedrongen op een verschuiving naar een grotere administratieve en financiële vereenvoudiging, en heeft het ook benadrukt dat verhogingen van de middelen gepaard moeten gaan met een drastische vereenvoudiging van de financieringsprocedures. Het Euratom-programma moet ook terdege rekening houden met de zorgen en de aanbevelingen van de onderzoeksgemeenschap, zoals die werden aangegeven in het eindverslag van de deskundigengroep "Tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma" van 12 november 2010 en in het Groenboek van de Commissie van 9 februari 2011 getiteld "Van uitdagingen naar kansen: naar een gemeenschappelijk strategisch kader voor EU-financiering van onderzoek en innovatie".
_____________
1PB C 74 E van 13.3.2012, blz. 34.
2 PB C 380 E van 11.12.2012, blz. 89.
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Overweging 20
(20) Om de financiële belangen van de Unie te beschermen moeten tijdens de gehele uitgavencyclus proportionele maatregelen worden genomen, met inbegrip van preventie, opsporing en onderzoek van onregelmatigheden, terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist gebruikte middelen en, waar nodig, sancties. Een herziene controlestrategie waarbij de aandacht wordt verlegd van een minimalisering van de foutpercentages naar controles op risicobasis en de opsporing van fraude moet de controlelast voor de deelnemers verlichten.
(20) Om de financiële belangen van de Unie te beschermen moeten tijdens de gehele uitgavencyclus de nodige proportionele en efficiënte maatregelen worden genomen, met inbegrip van preventie, opsporing en onderzoek van onregelmatigheden, terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist gebruikte middelen en, waar nodig, sancties. Een herziene controlestrategie waarbij de aandacht wordt verlegd van een minimalisering van de foutpercentages naar controles op risicobasis en de opsporing van fraude moet de controlelast voor de deelnemers verlichten.
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Overweging 25
(25) Krachtens artikel 7 van het Euratom-Verdrag ligt de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van het Euratom-programma bij de Commissie. Voor het uitvoeren van het Euratom-programma, met uitzondering van de eigen acties, wordt de Commissie bijgestaan door een raadgevend comité van lidstaten, zodat een passende coördinatie met de nationale beleidsmaatregelen is gewaarborgd op alle terreinen die onder het toepassingsgebied van het onderzoeks- en opleidingsprogramma vallen.
(25) Krachtens artikel 7 van het Euratom-Verdrag ligt de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van het Euratom-programma bij de Commissie. Voor het uitvoeren van het Euratom-programma, met uitzondering van de eigen acties, wordt de Commissie bijgestaan door een raadgevend comité van lidstaten, zodat een passende coördinatie met de nationale beleidsmaatregelen is gewaarborgd op alle terreinen die onder het toepassingsgebied van het onderzoeks- en opleidingsprogramma vallen en zodat krachtige synergieën en complementariteit tussen Europese, nationale en regionale fondsen worden bevorderd. Het Europees Parlement moet worden betrokken bij de uitvoering van het Euratom-programma door de Commissie.
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Overweging 25 bis (nieuw)
(25 bis) De uitgaven van de Unie en de lidstaten voor onderzoek en innovatie moeten beter worden gecoördineerd, teneinde te zorgen voor complementariteit, meer efficiëntie en grotere zichtbaarheid, alsook voor meer synergie op begrotingsgebied.
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Overweging 29 bis (nieuw)
(29 bis) In navolging van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en de versterkte rol die daarbij werd toegekend aan het Europees Parlement op het gebied van de begrotingsprocedure, moet het huidige rechtskader worden heroverwogen.
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – letter e bis (nieuw)
(e bis) "kleine of middelgrote onderneming (kmo)": rechtspersoon die beantwoordt aan de criteria vastgesteld in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen1.
_________
1PB L 124 van 30.5.2003, blz. 36.
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 1
1. De algemene doelstelling van het Euratom-programma is het verbeteren van de nucleaire veiligheid en beveiliging en van de stralingsbescherming, en op langere termijn bij te dragen tot het op efficiënte, veilige en betrouwbare wijze koolstofvrij maken van het energiesysteem. De algemene doelstelling moet ten uitvoer worden gelegd door middel van de activiteiten die in bijlage I worden genoemd in de vorm van eigen acties en acties onder contract waarmee de specifieke doelstellingen uit lid 2 en lid 3 van dit artikel worden nagestreefd.
1. De algemene doelstelling van het Euratom-programma is het verbeteren van de nucleaire veiligheid en beveiliging en van de stralingsbescherming, en op langere termijn bij te dragen tot het op efficiënte, veilige en betrouwbare wijze koolstofvrij maken van het energiesysteem, bij te dragen aan andere onderzoeksgebieden met betrekking tot nucleair onderzoek, bijvoorbeeld medisch onderzoek, en de toekomst op lange termijn van Europees nucleair onderzoek te garanderen. De algemene doelstelling moet ten uitvoer worden gelegd door middel van de activiteiten die in bijlage I worden genoemd in de vorm van eigen acties en acties onder contract waarmee de specifieke doelstellingen uit lid 2 en lid 3 van dit artikel worden nagestreefd.
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter a
(a) ondersteuning van de veilige exploitatie van nucleaire systemen;
(a) ondersteuning van de veilige exploitatie van alle bestaande en toekomstige civiele nucleaire systemen;
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter c
(c) ondersteuning van de ontwikkeling en instandhouding van nucleaire competenties op EU-niveau;
(c) ondersteuning van de nodige maatregelen om te zorgen voor passend opgeleid personeel en de ontwikkeling en instandhouding van nucleaire competenties op EU-niveau;
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter d
(d) verbetering van de stralingsbescherming;
(d) ondersteuning van O&O op het gebied van stralingsbescherming; en proberen de best mogelijke arbeidsomstandigheden te handhaven voor wie rechtstreeks werkt met nucleair materiaal;
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
(d bis) ondersteuning van de O&O-agenda die voortvloeit uit de lijst van aanbevelingen welke is opgenomen in de conclusies van de stresstests van de Unie (bijv. seismische modellen, kernsmeltingsscenario's, enz.);
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter d ter (nieuw)
(d ter) ondersteuning van de duurzaamheid op lange termijn van kernsplijting door middel van de verbetering van de levensduur van reactoren of het ontwerp van nieuwe reactortypes;
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter f
(f) de fundamenten leggen voor toekomstige kernfusie-installaties door de ontwikkeling van materialen, technologieën en conceptueel ontwerp;
(f) de fundamenten leggen voor toekomstige kernfusie- en kernsplijtingsinstallaties door de ontwikkeling van materialen, technologieën en conceptueel ontwerp;
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter g
(g) bevordering van innovatie en van het concurrentievermogenvan de industrie;
(g) bevordering van innovatie en van Europees industrieel leiderschap in kernsplijting en –fusie;
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter g bis (nieuw)
(g bis) ondersteuning van de drie Horizon 2020-prioriteiten: wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen;
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – letter h
(h) waarborgen van de beschikbaarheid en het gebruik van onderzoeksinfrastructuur met pan-Europese relevantie.
(h) waarborgen van de beschikbaarheid en het gebruik van onderzoeksinfrastructuur met pan-Europese relevantie, alsook stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe onderzoeksinfrastructuur met pan-Europese relevantie.
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 – letter a
(a) verbetering van de nucleaire beveiliging, met inbegrip van splijtstof- en reactorveiligheid, afvalbeheer en ontmanteling, en paraatheid bij noodsituaties;
(a) verbetering van de nucleaire beveiliging, met inbegrip van splijtstof- en reactorveiligheid, afvalbeheer en ontmanteling, paraatheid bij noodsituaties, arbeidsomstandigheden voor wie rechtstreeks werkt met nucleair materiaal, en reactie op de directe gevolgen van nucleaire incidenten, hoe weinig waarschijnlijk deze ook mogen lijken;
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 – letter d
(d) bevordering van kennisbeheer, onderwijs en opleiding;
(d) bevordering van kennisbeheer, onderwijs en opleiding, met inbegrip van het stimuleren van de keuze voor nucleair onderzoek door Europese wetenschappers, evenals het aantrekken van wetenschappers van buiten de Unie;
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 – letter e
(e) ondersteuning van het beleid van de Unie inzake nucleaire veiligheid en beveiliging en de daaruit voortvloeiende EU-wetgeving.
(e) ondersteuning van het beleid van de Unie inzake nucleaire veiligheid en beveiliging en de daaruit voortvloeiende EU-wetgeving, onder meer door het nastreven van de ontwikkeling van internationaal erkende normen voor de nucleaire veiligheid van splijtingsreactoren;
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 – letter e bis (nieuw)
(e bis) het aanpakken van ieder tekort aan vaardigheden met betrekking tot nucleaire expertise en het voorkomen van een braindrain (verlies aan vaardigheden) van nucleaire wetenschappers vanuit de Unie naar derde landen;
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 – letter e ter (nieuw)
(e ter) het aanvullen van alle vereiste veiligheidsverbeteringen die zijn voorgesteld als resultaat van de stresstests welke zijn uitgevoerd in alle kernreactoren in de Unie en derde landen die aan de Unie grenzen. Dit zou vooral moeten bijdragen aan de O&O-agenda die uit de desbetreffende aanbevelingen voortvloeit;
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 – letter e quater (nieuw)
(e quater) het steunen van de vereenvoudigingsagenda van Horizon 2020, het verminderen van de administratieve lasten van vorige kaderprogramma's, in het bijzonder ten aanzien van kmo's, universiteiten en kleinere onderzoeksinstellingen.
Amendement 39 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 4
4. Bij de tenuitvoerlegging van het Euratom-programma dient te worden gewaarborgd dat de ondersteunde prioriteiten en activiteiten inspelen op de veranderende behoeften en rekening houden met de ontwikkelingen op het gebied van de wetenschap, de technologie, innovatie, beleidsvorming, de markt en de samenleving.
4. Bij de tenuitvoerlegging van het Euratom-programma dient te worden gewaarborgd dat de ondersteunde prioriteiten en activiteiten inspelen op de veranderende behoeften en rekening houden met de ontwikkelingen op het gebied van de wetenschap, de technologie, innovatie, beleidsvorming, de markt en de samenleving, evenals met de directe gevolgen van nucleaire incidenten, hoe weinig waarschijnlijk deze ook mogen lijken.
Amendement 40 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis. Via het Euratom-programma wordt een bijdrage geleverd aan de tenuitvoerlegging van het SET-plan. De daaruit voortvloeiende directe en indirecte maatregelen moeten aansluiten bij de strategische onderzoeksagenda van de drie bestaande Europese technologieplatformen voor kernenergie: SNETP, IGDTP en MELODI.
Amendement 101/rev2 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – alinea 1
De financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van het Euratom-programma bedragen1 788,889 miljoen euro. Dat bedrag wordt als volgt verdeeld:
Inde zin van punt 18 van het Interinstitutioneel Akkoord van ... tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer1 ("het IIA"), bedragen de financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van het Euratom-programma 1 603,329 miljoen euro. Dat bedrag vormt voor het Europees Parlement en de Raad de voornaamste referentie in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure. Het wordt als volgt verdeeld:
(a) acties onder contract voor het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma inzake kernfusie 709,713 miljoen euro;
(a) acties onder contract voor het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma inzake kernfusie 636,095 miljoen euro;
(b) acties onder contract voor kernsplijting, veiligheid en stralingsbescherming 354,857 miljoen euro;
(b) acties onder contract voor kernsplijting, veiligheid en stralingsbescherming 318,048 miljoen euro;
(c) eigen acties 724,319 miljoen euro.
(c) eigen acties 649,186 miljoen euro.
_________________
1 PB C …
Amendement 45 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – alinea 2
Bij de tenuitvoerlegging van acties onder contract op grond van het Euratom-programma mag ten hoogste 13,5 % voor de administratieve uitgaven van de Commissie worden gebruikt.
Bij de tenuitvoerlegging van acties onder contract op grond van het Euratom-programma mag ten hoogste 7 % voor de administratieve uitgaven van de Commissie worden gebruikt.
Amendement 46 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis. Het ITER-project wordt opgenomen in het Euratom-programma en binnen het MFK gefinancierd op een volledige en transparante manier.
Aspecten van het project die niet rechtstreeks verband houden met onderzoek en opleiding behoeven niet in de programmafinanciering voor Euratom te worden opgenomen.
Amendement 47 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 ter (nieuw)
1 ter. De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad toegewezen, onverminderd de bepalingen van de verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 en het IIA.
Amendement 48 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis. De Gemeenschap streeft ernaar de structuurfondsen meer en vaker aan te wenden voor nucleair onderzoek en zorgt ervoor dat de fondsen worden ingezet in overeenstemming met de prioriteiten van de Gemeenschap op onderzoeksgebied.
Amendement 49 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 3 – alinea 1
3. Het "Garantiefonds voor de deelnemers" zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. XX/2012 [Regels voor deelname en verspreiding] biedt vervanging en voortzetting van het garantiefonds voor de deelnemers zoals vastgesteld bij Verordening (Euratom) nr. 1908/2006 en Verordening (Euratom) nr. XX/XX [Euratom-regels voor deelname 2012-2013].
3. Het "Garantiefonds voor de deelnemers" zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. XX/2012 [Regels voor deelname en verspreiding] biedt vervanging en voortzetting van het garantiefonds voor de deelnemers zoals vastgesteld bij Verordening (Euratom) nr. 1908/2006 en Verordening (Euratom) nr. 139/2012.
Amendement 50 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 3 – alinea 2
Alle bedragen van de garantiefondsen voor de deelnemers zoals vastgesteld bij Verordening (Euratom) nr. 1908/2006 en Verordening (Euratom) nr. XX/XX [Euratom-regels voor deelname (2012-2013)] worden per 31 december 2013 overgeheveld naar het garantiefonds voor de deelnemers. Deelnemers aan acties op grond van Besluit XX/XX [Euratom-programma 2012-2013] die na 31 december 2013 een subsidieovereenkomst sluiten, worden geacht bij te dragen tot het garantiefonds voor de deelnemers.
Alle bedragen van de garantiefondsen voor de deelnemers zoals vastgesteld bij Verordening (Euratom) nr. 1908/2006 en Verordening (Euratom) nr. 139/2012 worden per 31 december 2013 overgeheveld naar het garantiefonds voor de deelnemers. Deelnemers aan acties op grond van Besluit 2012/94/Euratom die na 31 december 2013 een subsidieovereenkomst sluiten, worden geacht bij te dragen tot het garantiefonds voor de deelnemers.
Amendement 51 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. Programma's die huidig en toekomstig innovatief onderzoek trachten te bevorderen, moeten ook nucleair onderzoek opnemen als onderdeel van hun lijst van toepasselijke onderzoekscategorieën. Het Eureka/Eurostars-programma en de Marie Curie-acties moeten hun regels voor deelname uitbreiden om kmo's die werken rond nucleair onderzoek de kans te geven om deel te nemen.
Amendement 52 Voorstel voor een verordening Artikel 9
Het Euratom-programma biedt garanties voor een effectieve bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- eninnovatieactiviteiten.
Het Euratom-programma biedt garanties voor een effectieve bevordering van gendergelijkheid en de genderdimensie en steunt de doelstelling van Horizon 2020 om gender te beschouwen als een horizontale aangelegenheid ter bestrijding van de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen.
Amendement 53 Voorstel voor een verordening Artikel 10 – lid 1 – alinea 2
Bijzondere aandacht wordt besteed aan het beginsel van evenredigheid, het recht op privacy, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit van personen, het recht op non-discriminatie en de noodzaak om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te verzekeren.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan het beginsel van evenredigheid, de bescherming van de menselijke waardigheid,het primeren van het belang van de mens, het recht op privacy, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit van de mens, het recht op non-discriminatie en de noodzaak om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te verzekeren.
Amendement 54 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – lid 2 – alinea 2
In dat meerjarenwerkprogramma wordt tevens rekening gehouden met desbetreffende onderzoeksactiviteiten van de lidstaten, geassocieerde landen en Europese en internationale organisaties. Zijworden waar en wanneer nodig bijgewerkt.
Dit meerjarenwerkprogramma wordt ingediend bij de raad van bestuur van het JRC en voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad. Het houdt rekening met desbetreffende onderzoeksactiviteiten van de lidstaten, geassocieerde landen en Europese en internationale organisaties, om te voorkomen dat er in de onderzoeksactiviteiten in Europa overlapping ontstaat en om optimaal gebruik te maken van de financiële middelen. Het programmawordt waar en wanneer nodig bijgewerkt.
Amendement 55 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – lid 3
3. De werkprogramma's houden rekening met de huidige stand van de wetenschap, de technologie en de innovatie op nationaal, Europees en internationaal niveau en met relevante beleids-, markt- en maatschappelijke ontwikkelingen. Zij worden waar en wanneer nodig bijgewerkt.
3. De werkprogramma's houden rekening met de huidige stand van de wetenschap, de technologie en de innovatie op nationaal, Europees en internationaal niveau en met relevante beleids-, markt- en maatschappelijke ontwikkelingen. Zij worden waar en wanneer nodig bijgewerkt, rekening houdend met het streven en de doelstellingen van Horizon 2020.
Amendement 56 Voorstel voor een verordening Artikel 14
Er moet voor worden gezorgd dat kleine en middelgrote ondernemingen op passende wijze deelnemen aan het Euratom-programma en het effect van innovatie ook daadwerkelijk ondervinden. De regelingen voor evaluatie en monitoring moeten kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen omvatten.
1. Er moet voor worden gezorgd dat kleine en middelgrote ondernemingen op passende wijze deelnemen aan het Euratom-programma en het effect van innovatie ook daadwerkelijk ondervinden. De regelingen voor evaluatie en monitoring moeten kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen omvatten.
2. Gezien het belang van de kmo-sector voor de Europese economie en gezien de huidige ondervertegenwoordiging van kmo's in de nucleaire industrie ondersteunt het Euratom-programmaalle inspanningen ter verlichting van de administratieve last voor kmo's, in overeenstemming met de doelstellingen van Horizon 2020.
Amendement 57 Voorstel voor een verordening Artikel 16 – lid 1 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
(c bis) alle vormen van nucleaire proliferatie en handel te bestrijden;
Amendement 58 Voorstel voor een verordening Artikel 16 – lid 1 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)
(c ter) internationale inspanningen ter ontwikkeling van gemeenschappelijke internationale veiligheidsnormen te ondersteunen;
Amendement 59 Voorstel voor een verordening Artikel 16 – lid 1 – alinea 1 – letter c quater (nieuw)
(c quater) de uitwisseling van kennis te helpen verbeteren.
Amendement 60 Voorstel voor een verordening Artikel 16 – lid 2 – alinea 3 bis (nieuw)
Speciale aandacht moet uitgaan naar alle reactoren en kerninstallaties die gevestigd zijn in derde landen en zich geografisch gezien zeer dicht bij het grondgebied van lidstaten bevinden, met name wanneer zulke reactoren en installaties dicht bij gevaarlijke geografische of geologische locaties liggen.
Amendement 61 Voorstel voor een verordening Artikel 17 – lid 2 – letter a
(a) initiatieven die gericht zijn op het versterken van het bewustzijn en het bevorderen van de toegang tot financiering uit het Euratom-programma, met name voor ondervertegenwoordigde regio's of soorten deelnemers;
(a) initiatieven die gericht zijn op het versterken van het bewustzijn en het bevorderen van de toegang tot financiering uit het Euratom-programma, met name voor ondervertegenwoordigde regio's of soorten deelnemers en in het bijzonder voor kmo's, opdat zij meer gebruik zouden maken van de beschikbare financiering en vaker zouden deelnemen aan relevante programma's;
Amendement 62 Voorstel voor een verordening Artikel 17 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)
Over de inspanningen ter vereenvoudiging van de deelnamevoorwaarden moet worden gecommuniceerd met alle betrokkenen, waaronder kmo's en academische instellingen.
Amendement 63 Voorstel voor een verordening Artikel 19 – lid 1
1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie met de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.
1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie met de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties. Het Europees Parlement wordt van deze maatregelen in kennis gesteld.
Amendement 64 Voorstel voor een verordening Artikel 19 – lid 2 – alinea 1
2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.
2. Het Europees Parlement, de Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.
Amendement 65 Voorstel voor een verordening Artikel 19 – lid 4
4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3 wordt in samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten, subsidiebesluiten en contracten die voortvloeien uit de uitvoering van deze verordening uitdrukkelijk vermeld dat de Commissie, de Europese Rekenkamer en het OLAF bevoegd zijn om audits en controles en inspecties ter plaatse te verrichten.
4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3 wordt in samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten, subsidiebesluiten en contracten die voortvloeien uit de uitvoering van deze verordening uitdrukkelijk vermeld dat de Commissie, de Europese Rekenkamer en het OLAF bevoegd zijn om audits en controles en inspecties ter plaatse te verrichten. Het Europees Parlement wordt onverwijld van de resultaten van deze audits in kennis gesteld.
Amendement 66 Voorstel voor een verordening Artikel 21 – lid 1 – alinea 2
Bijgestaan door onafhankelijke deskundigen legt de Commissie op uiterlijk 31 mei2017, rekening houdende met het feit dat de evaluatie achteraf van het zevende Euratom-kaderprogramma, vastgesteld bij Besluit 2006/970/Euratom, en het Euratom-programma (2012-2013), vastgesteld bij Besluit 20XX/XX/Euratom, eind 2015 moet zijn afgerond, een tussentijdse evaluatie van het Euratom-programma voor waarin aandacht wordt besteed aan de verwezenlijking van de doelstellingen, met name aan de resultaten en de vorderingen met betrekking tot het beoogde effect, en het blijvende nut van de maatregelen, de efficiëntie en het gebruik van de middelen, de mogelijkheden voor verdere vereenvoudiging en de Europese meerwaarde. In aanvulling hierop wordt in de evaluatie tevens rekening gehouden met de bijdrage van de maatregelen tot de EU-prioriteiten van slimme, duurzame en inclusieve groei en de bevordering van het langetermijneffect van de voorgaande maatregelen.
Bijgestaan door onafhankelijke deskundigen legt de Commissie op uiterlijk 31 mei 2016, rekening houdende met het feit dat de evaluatie achteraf van het zevende Euratom-kaderprogramma, vastgesteld bij Besluit 2006/970/Euratom, en het Euratom-programma (2012-2013), vastgesteld bij Besluit 2012/93/Euratom, eind 2015 moet zijn afgerond, een tussentijdse evaluatie van het Euratom-programma voor waarin aandacht wordt besteed aan de verwezenlijking van de doelstellingen, met name aan de resultaten en de vorderingen met betrekking tot het beoogde effect, en het blijvende nut van de maatregelen, de efficiëntie en het gebruik van de middelen, de mogelijkheden voor verdere vereenvoudiging en de Europese meerwaarde. Bij deze evaluatie worden aspecten in overweging genomen die verband houden met de toegang tot financieringsmogelijkheden met het oog op het vergroten van de uitmuntendheid van de wetenschappelijke en innovatiebasis van de Unie voor kmo's en voor het bevorderen van genderevenwicht. In aanvulling hierop wordt in de evaluatie tevens rekening gehouden met de bijdrage van de maatregelen tot de EU-prioriteiten van slimme, duurzame en inclusieve groei en de bevordering van het langetermijneffect van de voorgaande maatregelen.
Amendement 67 Voorstel voor een verordening Artikel 21 – lid 4
4. De lidstaten verschaffen de Commissie de nodige gegevens en informatie, zodat zij de betrokken maatregelen kan monitoren en evalueren.
4. De lidstaten verschaffen het Europees Parlement en de Commissie de nodige gegevens en informatie, zodat zij de betrokken maatregelen kunnen monitoren en evalueren.
Amendement 68 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 1 – paragraaf 2
Het Euratom-programma vormt een versterking van het onderzoeks- en innovatiekader op nucleair gebied. Tegelijkertijd worden de onderzoeksinspanningen van de lidstaten gecoördineerd, waardoor doublures voorkomen, een kritische massa op essentiële gebieden behouden blijft en de overheidsfinanciering op een optimale manier wordt gebruikt.
Het Euratom-programma vormt een versterking van het onderzoeks- en innovatiekader op nucleair gebied. Tegelijkertijd worden de onderzoeksinspanningen van de lidstaten gecoördineerd, waardoor overlapping wordt voorkomen, de meerwaarde van de Unie tot uiting komt, sleutelvaardigheden en een kritische massa op essentiële gebieden behouden blijven en de overheidsfinanciering op een optimale manier wordt gebruikt.
Amendement 69 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 1 – alinea 3
De strategie om kernfusie tot een geloofwaardig alternatief voor een commerciële koolstofvrije energieproductie te ontwikkelen, is gebaseerd op een routekaart met mijlpalen met als doel om in 2050 een adequate elektriciteitsproductie te realiseren. Om die strategie te kunnen verwezenlijken, wordt een ingrijpende herstructurering van de kernfusiegerelateerde activiteiten in de Unie doorgevoerd (met inbegrip van governance, financiering en beheer), zodat er een accentverschuiving plaats kan vinden van zuiver onderzoek naar het ontwerpen, bouwen en exploiteren van toekomstige faciliteiten, zoals ITER (de internationale thermonucleaire reactor), DEMO (de modelreactor voor kernfusie) en andere geavanceerde voorzieningen. Hiervoor is een nauwe samenwerking vereist tussen de gehele kernfusiegemeenschap in de EU, de Commissie en de nationale financieringsagentschappen.
De strategie om kernfusie tot een geloofwaardig alternatief voor een commerciële koolstofvrije energieproductie te ontwikkelen, is gebaseerd op een routekaart met mijlpalen met als doel om in 2050 een adequate elektriciteitsproductie te realiseren. Om die strategie te kunnen verwezenlijken, wordt een herstructurering van de kernfusiegerelateerde activiteiten in de Unie doorgevoerd (met inbegrip van governance en beheer), zodat er een accentverschuiving plaats kan vinden van zuiver onderzoek naar het ontwerpen, bouwen en exploiteren van toekomstige faciliteiten, zoals ITER (de internationale thermonucleaire reactor), DEMO (de modelreactor voor kernfusie) en andere geavanceerde voorzieningen. Hiervoor is een nauwe samenwerking vereist tussen de gehele kernfusiegemeenschap in de EU, de Commissie en de lidstaten.
Amendement 70 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.1 – letter d – rubriek
(d) Verbetering van stralingsbescherming (Wetenschappelijk onderzoek op topniveau; Maatschappelijke uitdagingen)
(d) Ondersteuning van O&O op het gebied van stralingsbescherming (Wetenschappelijk onderzoek op topniveau; Maatschappelijke uitdagingen)
Amendement 71 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.1 – letter e – alinea -1 (nieuw)
Ondersteuning van activiteiten voor de gemeenschappelijke realisatie van ITER als een internationale onderzoeksinfrastructuur. De Gemeenschap zal als gastheer van het project een speciale verantwoordelijkheid hebben en een leidende rol spelen binnen de ITER-organisatie, met name wat betreft de voorbereiding van het terrein, de samenstelling van de ITER-organisatie, beheer en personeel, alsook algemene technische en administratieve ondersteuning.
Ondersteuning van de in Besluit XXXX/XXX/EU van de Raad [houdende vaststelling van een aanvullend onderzoeksprogramma voor het ITER-project (2014-2018)] overeengekomen activiteiten voor het beheer van het project.
Amendement 72 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.1 – letter i – alinea 1 bis (nieuw)
De rechtspersoon ondersteunt alle inspanningen om het werk van JET voort te zetten na het voorziene einde van de experimentele fase in 2015, en ondersteunt waar mogelijk ook alle inspanningen gericht op het aantrekken van internationale partners om te voorzien in bijkomende financiering. Dergelijke inspanningen moeten wederzijdse overeenkomsten voor toekomstige betrokkenheid van de Unie bij DEMO en andere geplande fusiereactoren omvatten.
Amendement 73 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.2 – alinea 1
De nucleaire activiteiten van het JRC zijn met name gericht op de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van Richtlijnen 2009/71/Euratom en 2011/70/Euratom van de Raad, evenals op de conclusies van de Raad waarin prioriteit wordt gegeven aan de hoogst mogelijke normen voor nucleaire veiligheid en beveiliging op zowel EU- als internationaal niveau. Meer in het bijzonder zal het JRC de noodzakelijke capaciteit en expertise mobiliseren om een bijdrage te leveren aan de beoordeling en verbetering van de veiligheid van nucleaire installaties, aan het veilige en vreedzame gebruik van kernenergie en andere niet aan kernsplijting gerelateerde toepassingen, een en ander met het oog op het creëren van een wetenschappelijke basis voor EU-wetgeving terzake. Daarnaast zal het JRC, waar noodzakelijk, overeenkomstig zijn missie en bevoegdheden reageren op nucleaire incidenten en ongevallen. Te dien einde zal het JRC onderzoeken en beoordelingen uitvoeren, referenties en normen opstellen en gericht onderwijs en specifieke opleidingen verzorgen. Waar van toepassing, zal gestreefd worden naar synergieën met het Technologieplatform voor duurzame kernenergie (SNETP) en met andere horizontale initiatieven.
De nucleaire activiteiten van het JRC zijn met name gericht op de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van Richtlijnen 2009/71/Euratom en 2011/70/Euratom van de Raad, evenals op de conclusies van de Raad waarin prioriteit wordt gegeven aan de hoogst mogelijke normen voor nucleaire veiligheid en beveiliging op zowel EU- als internationaal niveau. Meer in het bijzonder zal het JRC de noodzakelijke capaciteit en expertise mobiliseren om een bijdrage te leveren aan O&O op het gebied van de veiligheid van nucleaire installaties, aan het veilige en vreedzame gebruik van kernenergie en andere niet aan kernsplijting gerelateerde toepassingen, een en ander met het oog op het creëren van een wetenschappelijke basis voor EU-wetgeving terzake. Daarnaast zal het JRC, waar noodzakelijk, overeenkomstig zijn missie en bevoegdheden reageren op nucleaire incidenten en ongevallen. Te dien einde zal het JRC onderzoeken en beoordelingen uitvoeren, referenties en normen opstellen en gericht onderwijs en specifieke opleidingen verzorgen. Er zal noodzakelijkerwijs gestreefd worden naar synergieën met het Technologieplatform voor duurzame kernenergie (SNETP) en met andere horizontale initiatieven, zodat optimaal gebruik wordt gemaakt van de personele en financiële middelen voor nucleair O&O in Europa. Het JRC houdt rekening met de gepubliceerde resultaten van de stresstests die in 2011 op alle bestaande kernreactoren zijn uitgevoerd in overeenstemming met de regelgeving van de Unie.
Amendement 74 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.2 – letter a – rubriek
(a) Verbetering van de nucleaire beveiliging, met inbegrip van splijtstof- en reactorveiligheid, afvalbeheer en ontmanteling, en paraatheid bij noodsituaties;
(a) Verbetering van de nucleaire beveiliging, met inbegrip van splijtstof- en reactorveiligheid, afvalbeheer en ontmanteling, arbeidsomstandigheden voor wie rechtstreeks werkt met nucleair materiaal, en paraatheid bij noodsituaties;
Amendement 77 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.2 – letter a – alinea -1 (nieuw)
Gezien de wetenschappelijke ontwikkelingen en de veiligheidseisen vormen stillegging en ontmanteling veelbelovende markten. De Unie dient zichzelf te voorzien van de beste technologieën om deze activiteiten uit te voeren, waarbij het zal gaan om steeds geavanceerdere technieken (onder water snijden, met laser snijden, gebruik van geavanceerde robots zodat het niet nodig is mensen in te zetten, enz.).
Amendement 75 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.2 – letter a – alinea 1 – inleidende formule
Het JRC levert een bijdrage aan de ontwikkeling van instrumenten en methoden om hoge veiligheidsnormen te realiseren voor kernreactors en splijtstofkringlopen die relevant zijn voor Europa. Tot die instrumenten en methoden behoren:
Het JRC levert in nauwe samenwerking met de relevante actoren op het gebied van onderzoek in de Unie een bijdrage aan de ontwikkeling van instrumenten en methoden om hoge veiligheidsnormen te realiseren voor kernreactors en splijtstofkringlopen die relevant zijn voor Europa. Tot die instrumenten en methoden behoren:
Amendement 76 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.2 – letter a – alinea 1 – punt 1
(1) modellering van de analyses van ernstige ongevallen en methodologieën voor het beoordelen van de operationele veiligheidsmarges van nucleaire installaties; ondersteuning van het opzetten van een gemeenschappelijke communautaire aanpak voor de evaluatie van geavanceerde splijtstofkringlopen en -ontwerpen; onderzoek naar en verspreiding van de geleerde lessen uit de operationele ervaringen en van het versterkte 'European Clearinghouse on NPP Operational Experience Feedback' dat is opgericht om te reageren op de nieuwe nucleaire veiligheidsuitdagingen die zijn ontstaan na de ramp in Fukushima;
(1) modellering van de analyses van ernstige ongevallen en methodologieën voor het beoordelen van de operationele veiligheidsmarges van nucleaire installaties; ondersteuning van het opzetten van een gemeenschappelijke communautaire aanpak voor de evaluatie van geavanceerde splijtstofkringlopen en -ontwerpen; onderzoek naar en verspreiding van de geleerde lessen uit de operationele ervaringen en voortzettingvan het werk van het 'European Clearinghouse on NPP Operational Experience Feedback' dat is opgericht om te reageren op de nieuwe nucleaire veiligheidsuitdagingen die zijn ontstaan na de ramp in Fukushima, dit door een beroep te blijven doen op de deskundigheid van de lidstaten op dit gebied;
Amendement 78 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.2 – letter c – alinea 1
Het JRC geeft een vervolg aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke basis voor nucleaire veiligheid en beveiliging. De nadruk ligt daarbij op onderzoek naar de fundamentele eigenschappen en gedragingen van actiniden, structureel en nucleair materiaal. Ter ondersteuning van de normalisatie binnen de Unie, stelt het JRC state-of-the-art nucleaire normen, referentiegegevens en metingen op, met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie van databanken en beoordelingsinstrumenten. Daarnaast ondersteunt het JRC de vervolgontwikkeling van medische toepassingen, zoals nieuwe behandelingen voor kanker op basis van alfastraling.
Het JRC geeft een vervolg aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke basis voor nucleaire veiligheid en beveiliging. De nadruk ligt daarbij op onderzoek naar de fundamentele eigenschappen en gedragingen van actiniden, structureel en nucleair materiaal. Ter ondersteuning van de normalisatie binnen de Unie, stelt het JRC state-of-the-art nucleaire normen, referentiegegevens en metingen op, met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie van databanken en beoordelingsinstrumenten. Daarnaast ondersteunt het JRC de vervolgontwikkeling van medische toepassingen, zoals nieuwe behandelingen voor kanker op basis van alfastraling. Het JRC houdt rekening met de doelstellingen van Horizon 2020, evenals met de noodzaak om een braindrain (verlies aan vaardigheden) vanuit Europa te voorkomen.
Amendement 79 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 2 – punt 2.2 – letter e – alinea 1
Het JRC versterkt zijn kwaliteiten en capaciteiten met het oog op het beschikbaar stellen van de onafhankelijke wetenschappelijke en technische bewijzen die nodig zijn ter ondersteuning van de zich ontwikkelende EU-wetgeving inzake de nucleaire veiligheid en beveiliging.
Het JRC versterkt zijn kwaliteiten en capaciteiten met het oog op het beschikbaar stellen van de onafhankelijke wetenschappelijke en technische bewijzen die nodig zijn ter ondersteuning van de zich ontwikkelende EU-wetgeving inzake de nucleaire veiligheid en beveiliging en ter ondersteuning van strengere internationale normen. De precieze aard van dit onderzoek moet aansluiten bij de koers die de Europese instellingen kiezen, met name in het licht van de in de kerncentrales uitgevoerde stresstests.
Amendement 80 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 3 – alinea 1
Om de overkoepelende doelstellingen te verwezenlijken, ondersteunt het Euratom-programma complementaire activiteiten (eigen acties en acties onder contract, coördinatie en het stimuleren van een gezamenlijke programmering) die tot een synergie van onderzoeksinspanningen leiden bij het oplossen van gemeenschappelijke uitdagingen (bijv. qua materialen, koeltechnologieën, nucleaire referentiegegevens, modellering en simulatie, remote handling, afvalbeheer en stralingsbescherming).
Om de overkoepelende doelstellingen te verwezenlijken, ondersteunt het Euratom-programma complementaire activiteiten (eigen acties en acties onder contract, bescherming van werknemers, coördinatie en het stimuleren van een gezamenlijke programmering) die tot een synergie van onderzoeksinspanningen leiden bij het oplossen van gemeenschappelijke uitdagingen (bijv. qua materialen, koeltechnologieën, nucleaire referentiegegevens, modellering en simulatie, remote handling, afvalbeheer en stralingsbescherming).
Amendement 81 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 4 – alinea 2
Het Euratom-programma kan een bijdrage leveren aan het op de vraagzijde afgestemde financiële instrumentdat ontwikkeld is uit hoofde van het kaderprogramma 'Horizon 2020' en dat wordt uitgebreid om ook de in artikel 3 genoemde doelstellingen te kunnen bestrijken.
Het Euratom-programma kan een bijdrage leveren aan de schuldfaciliteit en de vermogensfaciliteitdie ontwikkeld zijn uit hoofde van het kaderprogramma 'Horizon 2020' en die worden uitgebreid om ook de in artikel 3 genoemde doelstellingen te kunnen bestrijken en om de zichtbaarheid en de deelname van kmo's te verhogen.
Amendement 82 Voorstel voor een verordening Bijlage I – deel 4 – alinea 2 bis (nieuw)
Daar fundamenteel wetenschappelijk onderzoek op termijn kan uitmonden in toepassingen op nucleair gebied maar ook op andere onderzoeksgebieden die onder Horizon 2020 vallen, kan het via het programma van de Europese Onderzoeksraad (ERC) worden gefinancierd.
Amendement 83 Voorstel voor een verordening Bijlage II – deel 1 – letter d bis (nieuw)
(d bis) Ondersteuning van de O&O-agenda die voortvloeit uit de lijst van aanbevelingen welke is opgenomen in de conclusies van de stresstests van de Unie, onder meer deze inzake seismische modellen of kernsmeltingssimulatie
– percentage gefinancierde projecten die naar alle waarschijnlijkheid de uitvoering van deze aanbevelingen zullen faciliteren.
Amendement 84 Voorstel voor een verordening Bijlage II – deel 1 – letter d ter (nieuw)
(d ter) Ondersteuning van de duurzaamheid op lange termijn van kernsplijting door middel van de verbetering van de levensduur van reactoren of het ontwerp van nieuwe reactortypes
– percentage gefinancierde projecten die naar alle waarschijnlijkheid een aantoonbare impact zullen hebben op de verbetering van de levensduur van reactoren of op het ontwerp van nieuwe reactortypes.
Amendement 85 Voorstel voor een verordening Bijlage II – deel 1 – letter e
(e) Verschuiving naar het aantonen van de haalbaarheid van kernfusie als energiebron door het exploiteren van de bestaande en toekomstige kernfusie-installaties
(e) Verschuiving naar het aantonen van de haalbaarheid van kernfusie als energiebron door het exploiteren van de bestaande en toekomstige kernfusie-installaties en het ontwikkelen van materialen, technologieën en conceptuele ontwerpen
Amendement 86 Voorstel voor een verordening Bijlage II – deel 2 – alinea 2 – puntje 1
verbetering van de nucleaire veiligheid, met inbegrip van splijtstof- en reactorveiligheid, afvalbeheer en ontmanteling, en paraatheid bij noodsituaties;
verbetering van de nucleaire veiligheid, met inbegrip van splijtstof- en reactorveiligheid, afvalbeheer en ontmanteling, bescherming van werknemers en paraatheid bij noodsituaties;
Amendement 87 Voorstel voor een verordening Bijlage II – deel 2 – alinea 1 – puntje 5 bis (nieuw)
— voorkomen van verlies aan vaardigheden op belangrijke wetenschappelijke en technische gebieden.
Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid *
356k
49k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (COM(2011)0841 – C7-0014/2012 – 2011/0414(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0841),
– gezien artikel 203 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0014/2012),
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A7-0327/2012),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis) In deze verordening is voor deze handeling een referentiebedrag in de zin van punt 18 van het interinstitutioneel akkoord van ../2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer*, zonder dat de begrotingsbevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad beïnvloed worden.
____________________
* PB ...
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 1 ter (nieuw)
(1 ter) Voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het instrument moeten een betere uitvoering en een betere kwaliteit van de bestedingen als richtsnoeren worden gehanteerd, waarbij een optimale benutting van de financiële middelen moet worden gewaarborgd.
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 1 quater (nieuw)
(1 quater) Het is belangrijk ervoor te zorgen dat het instrument financieel goed wordt beheerd en zo doeltreffend en gebruikersvriendelijk mogelijk ten uitvoer wordt gelegd, en tevens zorg te dragen voor rechtszekerheid en de toegankelijkheid van het instrument voor alle deelnemers.
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 3
(3) De ramp in Tsjernobyl in 1986 heeft duidelijk gemaakt dat nucleaire veiligheid van mondiaal belang is. Door de ramp met de kerncentrale Fukushima Daiichi in 2011 is bevestigd dat het noodzakelijk is om de inspanningen ter verbetering van de nucleaire veiligheid voort te zetten totdat er aan de hoogst mogelijke normen wordt voldaan. Om veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend, dient de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ('de Gemeenschap') de nucleaire veiligheid in derde landen te kunnen steunen.
(3) De ramp in Tsjernobyl in 1986 heeft duidelijk gemaakt dat nucleaire veiligheid van mondiaal belang is. Door de ramp met de kerncentrale Fukushima Daiichi in 2011 is bevestigd dat nucleaire risico´s inherent zijn aan iedere kernreactor en dat het daarom noodzakelijk is om de inspanningen ter verbetering van de nucleaire veiligheid voort te zetten teneinde te voldoen aan de hoogst mogelijke normen, die een afspiegeling vormen van optimale werkwijzen, met name voor wat betreft beleidsaansturing en onafhankelijke regelgeving. Zolang bestaande kerncentrales nog in gebruik zijn en er nog nieuwe kerncentrales bij worden gebouwd, moet dit instrument erop zijn gericht te waarborgen dat het veiligheidsniveau in begunstigde landen de Europese veiligheidsnormen weerspiegelen, dat deze normen in acht worden genomen en dat de ondersteuning van onafhankelijke toezichtsautoriteiten hoge prioriteit krijgt. Om veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend, dient de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ('de Gemeenschap') de nucleaire veiligheid in derde landen te kunnen steunen.
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 4
(4) Door samen met de lidstaten op basis van gemeenschappelijke beleidsmaatregelen en strategieën te handelen, beschikt alleen de Europese Unie over de kritische massa die nodig is om op mondiale uitdagingen te kunnen reageren en verkeert zij tevens in de beste positie om de samenwerking met derde landen te coördineren.
(4) Wereldwijd overwegen of plannen diverse landen kerncentrales te bouwen, hetgeen een reeks aan uitdagingen met zich meebrengt evenals de noodzaak adequate nucleaire veiligheidsculturen en beheersstructuren tot stand te brengen. Er moeten manieren worden gevonden om de veiligheid en beveiliging te verbeteren van kerncentrales die dicht bij de grens met de Unie worden gebouwd, met name wanneer er sprake is van een gebrek aan politieke samenwerking met de Unie. In het kader hiervan moeten in alle lidstaten en betrokken derde landen stresstests worden uitgevoerd om mogelijke veiligheidsrisico´s op te sporen, terwijl de maatregelen die nodig zijn om deze risico´s te verhelpen onverwijld ten uitvoer moeten worden gelegd. Door samen met de lidstaten op basis van gemeenschappelijke beleidsmaatregelen en strategieën te handelen en door samen te werken met internationale en regionale organisaties, bevindt de Europese Unie zich in de juiste positie om op mondiale uitdagingen te kunnen reageren en om de samenwerking met derde landen te coördineren. Er moet prioriteit worden verleend aan de waarborging van steun van onafhankelijke toezichtsautoriteiten en aan ondersteuning van de betrokken regelgevende instanties, de bevordering van multilaterale regionale en internationale structuren die vertrouwen kunnen versterken, en de toepassing van normen door middel van mechanismen voor wederzijdse beoordeling. Het Europees Parlement moet in dit verband en overeenkomstig onderhavige richtlijn geregeld door de Commissie op de hoogte worden gesteld over de plannen van derde landen op het gebied van nucleaire veiligheid.
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 6
(6) Met het oog op het in stand houden en bevorderen van een continue verbetering van de nucleaire veiligheid en de bijbehorende regelgeving, heeft de Raad Richtlijn 2009/71/Euratom van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties vastgesteld. Daarnaast heeft de Raad op 19 juli 2011 Richtlijn 2011/70/Euratom aangenomen tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtsof en radioactief afval . Deze richtlijnen vormen, samen met de hoge normen voor nucleaire veiligheid en voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof zoals die in de Unie ten uitvoer zijn gelegd, goede voorbeelden die kunnen worden gebruikt om derde landen aan te sporen vergelijkbare hoge normen vast te stellen.
(6) Met het oog op het in stand houden en bevorderen van een continue verbetering van de nucleaire veiligheid en de bijbehorende regelgeving, heeft de Raad Richtlijn 2009/71/Euratom van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties vastgesteld. In de mededeling van de Commissie van 4 oktober 2012 betreffende de alomvattende risico- en veiligheidsbeoordeling ("stress tests") van kerncentrales in de Europese Unie en hiermee samenhangende activiteiten, wordt benadrukt dat dit kader moet worden versterkt. Daarnaast heeft de Raad op 19 juli 2011 Richtlijn 2011/70/Euratom aangenomen tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtsof en radioactief afval . Deze richtlijnen vormen, samen met de hoge normen voor nucleaire veiligheid en voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof zoals die in de Unie ten uitvoer zijn gelegd, goede voorbeelden die kunnen worden gebruikt om derde landen aan te sporen vergelijkbare hoge normen vast te stellen.
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 10
(10) Het is in het bijzonder van belang voor de Gemeenschap om haar inspanningen ter ondersteuning van effectieve veiligheidscontroles van kernmateriaal in derde landen voort te zetten, voortbouwend op haar eigen veiligheidscontrolewerkzaamheden binnen de Europese Unie.
(10) Het is in het bijzonder van belang voor de Gemeenschap om haar inspanningen ter ondersteuning van effectieve veiligheidscontroles van kernmateriaal in derde landen voort te zetten, voortbouwend op haar eigen veiligheidscontrolewerkzaamheden binnen de Europese Unie. De inzet van uit de Unie afkomstige deskundigen om derde landen op nucleair gebied bij te staan, is tevens van belang voor de handhaving van een hoog expertiseniveau binnen de Unie.
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis) Horizon 2020 – In het nieuwe kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2014-2020 ("Horizon 2020")1 en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018)2, dat een aanvulling vormt op Horizon 2020, wordt bijzondere aandacht besteed aan internationale samenwerking en betrekkingen tussen de Unie en derde landen. In dit opzicht moet speciaal worden gelet op de ontwikkeling van personele middelen.
____________________ 1 Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van Horizon 2020 - Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit 1982/2006/EG (PB L...).
____________________ 2 Verordening van de Raad (Euratom) nr. .../... van ... tot vaststelling van een programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018) ter aanvulling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (PB ...).
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 12 ter (nieuw)
(12 ter) Door middel van individuele inspanningen van lidstaten en andere internationale, regionale en lokale organisaties moeten samenhang, coördinatie en complementariteit van bijstand van de Unie op het gebied van nucleaire veiligheid worden gewaarborgd, teneinde overlappingen en dubbele financiering te voorkomen.
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Artikel 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Onderwerp en toepassingsgebied
Overeenkomstig de bepalingen van deze verordening financiert de Europese Unie maatregelen ter ondersteuning van de bevordering van een hoog niveau van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles op kernmateriaal in derde landen.
Overeenkomstig de bepalingen van deze verordening financiert de Europese Unie maatregelen ter ondersteuning van de bevordering van een hoog niveau van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles op kernmateriaal in derde landen. Hiermee wordt gewaarborgd dat het kernmateriaal uitsluitend voor de beoogde civiele doeleinden wordt gebruikt.
1. Daarbij wordt gestreefd naar de verwezenlijking van de navolgende specifieke doelstellingen:
1. Daarbij wordt gestreefd naar de verwezenlijking van de navolgende specifieke doelstellingen:
(a) de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen en stralingsbescherming;
(a) de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en beheersstructuur, evenals de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen en stralingsbescherming;
(b) een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties;
(b) een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties in derde landen;
(c) het vaststellen van kaders en methoden voor de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal in derde landen.
(c) het vaststellen van kaders en methoden voor de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal in derde landen.
2. De algemene vooruitgang bij het verwezenlijken van bovengenoemde specifieke doelstellingen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende prestatie-indicatoren:
2. De algemene vooruitgang bij het verwezenlijken van bovengenoemde specifieke doelstellingen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende prestatie-indicatoren:
(a) het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld tijdens collegiale toetsingsmissies van de IAEA;
(a) het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld tijdens collegiale toetsingsmissies van de IAEA;
(a bis) de mate waarin de landen die steun ontvangen de hoogst mogelijke nucleaire veiligheidsnormen ontwikkelen, overeenkomstig de in de Unie vereiste veiligheidsnormen op technisch, regulerings- en operationeel gebied;
(b) de stand van de ontwikkeling van de strategieën voor verbruikte splijtstof, nucleair afval en ontmanteling, het desbetreffende wet- en regelgevingskader en de uitvoering van projecten;
(b) de stand van de ontwikkeling van de strategieën voor verbruikte splijtstof, nucleair afval en ontmanteling, het aantal saneringen dat moet worden uitgevoerd in voormalige kerncentrales en -installaties en de omvang ervan, het desbetreffende wet- en regelgevingskader en de uitvoering van projecten;
(c) het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld in de relevante IAEA-verslagen over de nucleaire veiligheidscontroles.
(c) het aantal en het belang van de kwesties die zijn vastgesteld in de relevante IAEA-verslagen over de nucleaire veiligheidscontroles.
(c bis) een langdurig effect op het milieu;
3. De Commissie ziet erop toe dat de vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het algemene strategische beleidskader van de Unie voor het partnerland, en met name met de doelstellingen van de beleidslijnen en programma's op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking.
3. De Commissie ziet erop toe dat de vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het algemene strategische beleidskader van de Unie voor het partnerland, en met name met de doelstellingen van de beleidslijnen en programma's op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking.
3 bis. De hierboven in lid 1 uiteengezette maatregelen worden voornamelijk verwezenlijkt met behulp van de volgende maatregelen:
(a) steun voor regelgevende instanties teneinde hun onafhankelijkheid, bevoegdheid en ontwikkeling te waarborgen, alsook voor investeringen in personele middelen;
(b) steun voor maatregelen om het wetgevingskader te versterken en ten uitvoer te leggen;
(c) steun voor het opstellen en uitvoeren van veiligheidsbeoordelingssystemen op basis van normen die vergelijkbaar zijn met de normen die in de Europese Unie worden gehanteerd;
(d) samenwerking op de volgende gebieden: de ontwikkeling van expertise, ervaring en vaardigheden, procedures voor het beheer en de preventie van ongelukken, strategieën voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en ontmantelingsstrategieën.
Een essentieel onderdeel van de maatregelen wordt gevormd door kennisoverdracht (het delen van expertise, steun voor zowel bestaande als nieuwe opleidings- en trainingsprogramma's op het gebied van nucleaire veiligheid) teneinde de bereikte resultaten te verduurzamen.
4. De specifieke maatregelen die door deze verordening worden ondersteund en de criteria die op de samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid van toepassing zijn, worden nader beschreven in de bijlage.
4. De specifieke maatregelen die door deze verordening worden ondersteund en de criteria die op de samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid van toepassing zijn, worden nader beschreven in de bijlage.
5. De financiële, economische en technische samenwerking in het kader van deze verordening vormt een aanvulling op de bijstand die uit hoofde van andere instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking door de Unie wordt verleend.
5. De financiële, economische en technische samenwerking in het kader van deze verordening vormt een aanvulling op de bijstand die uit hoofde van andere instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking door de Unie wordt verleend, "Horizon 2020" en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018), dat een aanvulling vormt op Horizon 2020.
5 bis. Bij de verlening van bijstand in het kader van dit instrument wordt prioriteit gegeven aan begunstigde landen overeenkomstig Verordening (EU) nr. .../...1 en Verordening (EU) nr. .../...2 van het Europees Parlement en de Raad.
__________________ 1 Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L...)en tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument
__________________ 2 Verordening (EU) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L...)
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 3
3. De strategiedocumenten moeten een samenhangend kader bieden voor de samenwerking tussen de Unie en de betrokken partnerlanden of partnerregio's, dat in overeenstemming is met het overkoepelende doel en toepassingsgebied, de doelstellingen, de beginselen en het beleid van de Unie.
3. De strategiedocumenten moeten een samenhangend kader bieden voor de samenwerking tussen de Unie, de lidstaten en de betrokken partnerlanden of partnerregio's, dat in overeenstemming is met het overkoepelende doel en toepassingsgebied, de doelstellingen, de beginselen en het externe en interne beleid van de Unie.
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 5
5. Het strategiedocument wordt door de Commissie goedgekeurd in overeenstemming met de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 15, lid 3, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening. Strategiedocumenten worden halverwege of telkens wanneer dat nodig is op basis van diezelfde onderzoeksprocedure geëvalueerd. De toepassing van die procedure is echter niet vereist voor aanpassingen van de strategie die niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument.
5. Het strategiedocument wordt door de Commissie goedgekeurd in overeenstemming met de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 15, lid 3, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening. Strategiedocumenten moeten halverwege of telkens wanneer dat nodig is op basis van diezelfde onderzoeksprocedure worden geëvalueerd. De toepassing van die procedure is echter niet vereist voor aanpassingen van de strategie die niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument, tenzij deze wijzigingen een financieel effect hebben dat groter is dan de in artikel 2, lid 2, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening gedefinieerde drempelwaarden.
Het strategiedocument moet worden voorgelegd aan het Europees Parlement, dat zijn visie zal geven tijdens de tussentijdse evaluatie.
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2
2. In de indicatieve meerjarenprogramma's worden de voor financiering geselecteerde prioritaire terreinen, de specifieke doelstellingen, de verwachte resultaten, de prestatie-indicatoren en de indicatieve financiële toewijzingen zowel globaal als per prioriteitsgebied vastgelegd, waarbij ook een redelijke reserve aan niet-toegewezen middelen wordt gevormd; deze kan in de vorm van een marge of een minimumbedrag worden aangehouden.
2. In de indicatieve meerjarenprogramma's worden de voor financiering geselecteerde prioritaire terreinen, de specifieke doelstellingen, de verwachte resultaten, duidelijke, specifieke en transparante prestatie-indicatoren en de indicatieve financiële toewijzingen zowel globaal als per prioriteitsgebied vastgelegd, waarbij ook een redelijke reserve aan niet-toegewezen middelen wordt gevormd, doch zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit; deze kan in de vorm van een marge of een minimumbedrag worden aangehouden. De indicatieve meerjarenprogramma's bevatten regels om overlapping te voorkomen en het correcte gebruik van beschikbare middelen te waarborgen.
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3
3. Indicatieve meerjarenprogramma's zijn in beginsel gebaseerd op een dialoog met de partnerlanden, de regio of de regio's, waarbij belanghebbenden worden betrokken, om te waarborgen dat het betrokken land of de betreffende regio voldoende verantwoordelijkheid voor het proces neemt en om de ondersteuning voor nationale ontwikkelingsstrategieën te bevorderen.
3. Indicatieve meerjarenprogramma's zijn zoveel mogelijk gebaseerd op een dialoog met de partnerlanden, de regio of de regio's, waarbij belanghebbenden worden betrokken, om te waarborgen dat het betrokken land of de betreffende regio voldoende verantwoordelijkheid voor het proces neemt en om de ondersteuning voor nationale ontwikkelingsstrategieën te bevorderen. Deze indicatieve meerjarenprogramma's houden rekening met het werkprogramma van de IAEA op het gebied van nucleaire veiligheid en afvalbeheer.
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 5
5. De indicatieve meerjarenprogramma's worden wanneer nodig volgens dezelfde procedure herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de eventuele evaluatie van de relevante strategiedocumenten. De onderzoeksprocedure is echter niet vereist voor wijzigingen van indicatieve meerjarenprogramma's waarbij het gaat om technische aanpassingen, herschikking van middelen binnen de toewijzingen per prioriteitsgebied of verhoging of verlaging van de initiële indicatieve toewijzing met minder dan 20 %, mits die wijzigingen niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument. Het Europees Parlement en de Raad dienen te allen tijde binnen één maand van dergelijke technische aanpassingen in kennis te worden gesteld.
5. De indicatieve meerjarenprogramma's worden wanneer nodig volgens dezelfde procedure herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de eventuele evaluatie van de relevante strategiedocumenten. De onderzoeksprocedure is echter niet vereist voor wijzigingen van indicatieve meerjarenprogramma's waarbij het gaat om technische aanpassingen, herschikking van middelen binnen de toewijzingen per prioriteitsgebied of verhoging of verlaging van de initiële indicatieve toewijzing binnen de percentagelimieten die zijn vastgesteld in artikel 2, lid 2, van de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening, mits die wijzigingen niet van invloed zijn op de initiële prioriteitsgebieden en prioritaire doelstellingen zoals uiteengezet in het strategiedocument. Het Europees Parlement en de Raad dienen te allen tijde binnen één maand van dergelijke technische aanpassingen in kennis te worden gesteld.
Indien het totale bedrag van niet-ingrijpende wijzigingen of de gevolgen ervan voor de begroting de in artikel 2, lid 2, van de algemene uitvoeringsverordening vermelde drempels voor kleinschalige financiering overschrijden, is de in artikel 15, lid 3, van de verordening bedoelde procedure van toepassing.
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Artikel 4 bis (nieuw)
Artikel 4 bis
Verslaglegging
1. De Commissie beoordeelt de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de maatregelen die krachtens deze verordening zijn genomen en legt het Europees Parlement en de Raad een tweejaarlijks verslag voor over de tenuitvoerlegging van de samenwerking.
2. Het verslag bevat gegevens met betrekking tot de voorafgaande twee jaren over de gefinancierde maatregelen, de resultaten van het toezicht en de beoordeling, en de uitvoering van de begroting voor wat betreft vastleggings- en betalingskredieten per land, regio en per samenwerkingsterrein, evenals de plannen van derde landen op het gebied van nucleaire veiligheid.
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Artikel 5 bis (nieuw)
Artikel 5 bis
Coherentie en complementariteit van de bijstand van de Unie
1. Bij de tenuitvoerlegging van deze verordening moet worden gezorgd voor samenhang met de andere onderdelen en instrumenten van het extern optreden van de Unie en met andere relevante beleidsterreinen van de Unie.
2. De Unie en de lidstaten stemmen hun steunprogramma's op elkaar af om te zorgen voor een grotere doeltreffendheid en doelmatigheid van de steun en de beleidsdialoog, overeenkomstig de beginselen inzake de versterking van de operationele coördinatie op het gebied van externe bijstand, en voor de harmonisering van hun beleid en procedures. Coördinatie omvat onder meer regelmatig overleg en frequente uitwisseling van relevante informatie tijdens de verschillende fasen van de steuncyclus.
3. De Unie neemt, in overleg met de lidstaten, de vereiste stappen voor een goede coördinatie en samenwerking met multilaterale en regionale organisaties en entiteiten, waaronder, maar niet uitsluitend, Europese financiële instellingen, internationale financiële instellingen, agentschappen, fondsen en programma's van de Verenigde Naties, particuliere en politieke stichtingen en niet-Unie-donoren.
Amendement 33/Rev. Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 1
1. Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening gedurende de periode 2014-2020 is 631 100 000 EUR.
1. Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening gedurende de periode 2014-2020 is 225 321 000 EUR.
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 2
2. De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit goedgekeurd binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.
2. De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad toegestaan binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Bijlage - Specifieke ondersteunde maatregelen
Specifieke ondersteunde maatregelen
Specifieke ondersteunde maatregelen
De volgende maatregelen kunnen worden ondersteund om de in artikel 1 van de verordening vermelde doelstellingen te bereiken.
De volgende maatregelen kunnen worden ondersteund om de in artikel 1 van de verordening vermelde doelstellingen te bereiken.
(a) de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen en stralingsbescherming op alle niveaus, meer in het bijzonder door:
(a) de totstandbrenging en de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en beheersstructuur en de tenuitvoerlegging van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen, die een afspiegeling vormen van optimale werkwijzen, en stralingsbescherming op alle niveaus, meer in het bijzonder door:
— permanente steun voor regelgevende lichamen, voor organisaties voor technische ondersteuning en voor de versterking van het regelgevingskader, met name met betrekking tot vergunningsactiviteiten en met inbegrip van de evaluatie en follow-up van effectieve en alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests");
— permanente steun voor regelgevende lichamen, voor organisaties voor technische ondersteuning en voor de versterking van het regelgevingskader, met name met betrekking tot vergunningsactiviteiten en met inbegrip van de evaluatie en de tenuitvoerlegging van de noodzakelijke maatregelen teneinde het hoogste veiligheidsniveau in kerncentrales te waarborgen, tot een norm die een afspiegeling vormt van optimale werkwijzen in de EU op technisch, regulerings- en operationeel gebied;
— de bevordering van effectieve regelgevingskaders, procedures en systemen om een toereikende bescherming tegen ioniserende straling van radioactieve materialen, met name van hoogactieve radioactieve bronnen, en de veilige opberging daarvan te waarborgen;
— de bevordering van effectieve en transparante regelgevingskaders, procedures en systemen om een toereikende bescherming tegen ioniserende straling van radioactieve materialen, met name van hoogactieve radioactieve bronnen, en de veilige opberging daarvan te waarborgen;
— de bevordering van effectieve beheersstructuren voor nucleaire veiligheid, die de onafhankelijkheid, de verantwoordelijkheid en het gezag van de regelgevende instanties, alsook de regionale en internationale samenwerkingsstructuren tussen dergelijke instanties waarborgen;
— de instelling van effectieve regelingen voor de preventie van ongevallen die radiologische gevolgen hebben en voor de inperking van de gevolgen van eventuele dergelijke ongevallen (bijvoorbeeld de milieumonitoring bij het vrijkomen van radioactiviteit, het ontwikkelen en uitvoeren van schadebeperkende activiteiten en saneringsactiviteiten), alsmede voor rampenplannen en maatregelen ter voorbereiding en reactie op noodsituaties, civiele bescherming en herstel;
— de instelling van effectieve regelingen voor de preventie van ongevallen die radiologische gevolgen hebben en voor de inperking van de gevolgen van eventuele dergelijke ongevallen (bijvoorbeeld de milieumonitoring bij het vrijkomen van radioactiviteit, het ontwikkelen en uitvoeren van schadebeperkende activiteiten en saneringsactiviteiten), alsmede voor rampenplannen en maatregelen ter voorbereiding en reactie op noodsituaties, civiele bescherming en herstel;
— steun voor exploitanten van kerninstallaties in uitzonderingsgevallen onder specifieke, goed gemotiveerde omstandigheden in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests");
— samenwerking met exploitanten van kerninstallaties in uitzonderingsgevallen onder specifieke, goed gemotiveerde omstandigheden in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests");
— de bevordering van een beleid voor voorlichting, onderwijs en beroepsopleidingen op het gebied van kernenergie en met betrekking tot de nucleaire splijtstofcyclus, het beheer van kernafval en stralingsbescherming;
(b) een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties, meer in het bijzonder door:
(b) een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties, meer in het bijzonder door:
— samenwerking met derde landen op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (d.w.z. vervoer, voorbehandeling, behandeling, verwerking, opslag en opberging), met inbegrip van de ontwikkeling van specifieke strategieën en kaders voor een verantwoord beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
— samenwerking met derde landen op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (d.w.z. vervoer, voorbehandeling, behandeling, verwerking, opslag en opberging), met inbegrip van de ontwikkeling van specifieke strategieën en kaders voor een verantwoord beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
— de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor de ontmanteling van bestaande installaties, voor de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, en voor het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken;
— de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor de ontmanteling van bestaande installaties, voor de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, en voor het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken;
— de totstandbrenging van het nodige regelgevingskader en de nodige methoden (met inbegrip van nucleaire forensische methoden) voor het uitvoeren van nucleaire veiligheidscontroles, onder meer voor een goede boekhouding en controle van splijtstoffen op het niveau van de staat en van de exploitant;
— de totstandbrenging van het nodige regelgevingskader en de nodige methoden (met inbegrip van nucleaire forensische methoden) voor het uitvoeren van nucleaire veiligheidscontroles, onder meer voor een goede boekhouding en controle van splijtstoffen op het niveau van de staat en van de exploitant;
— maatregelen ter bevordering van internationale samenwerking op bovengenoemde gebieden (onder meer in het kader van de bevoegde internationale organisaties, met name de IAEA), waaronder de uitvoering van en het toezicht op internationale overeenkomsten en verdragen, uitwisseling van informatie, capaciteitsopbouw, opleidingen op het gebied van de nucleaire veiligheid en onderzoek.
— maatregelen ter bevordering van internationale samenwerking op bovengenoemde gebieden (onder meer in het kader van de bevoegde regionale en internationale organisaties, met name de IAEA), waaronder de uitvoering van en het toezicht op internationale overeenkomsten en verdragen, uitwisseling van informatie, capaciteitsopbouw, opleidingen op het gebied van de nucleaire veiligheid en onderzoek.
(b bis) bijstand om een hoog niveau van vaardigheden en expertise van regelgevende instanties, organisaties voor technische ondersteuning en exploitanten te waarborgen (zonder verstoring van de concurrentie) op de door deze verordening bestreken gebieden, in het bijzonder door:
— permanente steun voor de opleiding en training van het personeel van regelgevende instanties, organisaties voor technische ondersteuning en exploitanten van kerninstallaties (zonder verstoring van de concurrentie);
— de bevordering van de ontwikkeling van geschikte opleidingsfaciliteiten.
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Bijlage – Criteria – 1. Algemene criteria
1. Algemene criteria
1. Algemene criteria
— De samenwerking kan met alle 'derde landen' (landen die geen lidstaat van de EU zijn) overal ter wereld worden aangegaan.
— De samenwerking moet met alle 'derde landen' (landen die geen lidstaat van de EU zijn) worden aangegaan overeenkomstig de doelstellingen zoals uiteengezet in artikel 1 van deze verordening.
— Bij de samenwerking wordt prioriteit gegeven aan toetredingslanden en landen in de Europese nabuurschapsregio. Regionale benaderingen krijgen de voorkeur.
— Bij de samenwerking wordt prioriteit gegeven aan toetredingslanden en landen in de Europese nabuurschapsregio. Regionale benaderingen krijgen de voorkeur.
— Samenwerking met hoge-inkomenslanden behoort alleen tot de mogelijkheden indien waar noodzakelijk en wenselijk uitzonderlijke maatregelen moeten worden genomen, bijvoorbeeld na een grote nucleaire ramp.
— Samenwerking met hoge-inkomenslanden behoort alleen tot de mogelijkheden indien waar noodzakelijk en wenselijk uitzonderlijke maatregelen moeten worden genomen, bijvoorbeeld na een grote nucleaire ramp.Voor de toepassing van deze verordening worden onder "hoge-inkomenslanden" landen en gebieden verstaan die zijn opgenomen in Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad1.
— Er dient sprake te zijn van een gemeenschappelijke visie en een akkoord tussen het derde land en de Europese Unie, hetgeen moet worden bevestigd door een officieel verzoek aan de Commissie waarin de betrokken regering zich hierop vastlegt.
— Er dient sprake te zijn van een gemeenschappelijke visie en een akkoord tussen het derde land en de Europese Unie, hetgeen moet worden bevestigd door een officieel verzoek aan de Commissie waarin de betrokken regering zich hierop vastlegt.
— Derde landen die met de Europese Unie willen samenwerken, moeten zich volledig aan de non-proliferatiebeginselen houden. Bovendien moeten zij partij zijn bij de desbetreffende overeenkomsten in IAEA-verband inzake nucleaire veiligheid en beveiliging of reeds stappen hebben gezet waaruit hun vaste voornemen blijkt om toe te treden tot die overeenkomsten. Aan de samenwerking met de Europese Unie kan de voorwaarde worden verbonden dat de betrokken landen toetreden tot de overeenkomsten of voorbereidingen treffen om toe te treden tot de overeenkomsten. Het is wenselijk dat dit beginsel in noodgevallen bij wijze van uitzondering flexibel wordt toegepast.
— Derde landen die met de Europese Unie willen samenwerken, moeten zich volledig aan de non-proliferatiebeginselen houden. Bovendien moeten zij partij zijn bij de desbetreffende overeenkomsten in IAEA-verband inzake nucleaire veiligheid en beveiliging of reeds stappen hebben gezet waaruit hun vaste voornemen blijkt om toe te treden tot die overeenkomsten. Aan de samenwerking met de Europese Unie moet de voorwaarde worden verbonden dat de betrokken landen toetreden tot de overeenkomsten en deze ten uitvoer leggen. Het is wenselijk dat dit beginsel in noodgevallen bij wijze van uitzondering flexibel wordt toegepast, wanneer het uitblijven van maatregelen het risiconiveau voor de Unie en haar burgers zou verhogen.
— Om te garanderen en te controleren dat aan de samenwerkingsdoelstellingen wordt voldaan, moeten de begunstigde derde landen instemmen met het beginsel dat de uitgevoerde acties worden beoordeeld. Deze beoordeling maakt het mogelijk te controleren en te verifiëren dat aan de overeengekomen doelstellingen wordt voldaan en kan een voorwaarde zijn voor verdere uitbetaling van de bijdrage van de Gemeenschap.
— Om te garanderen en te controleren dat aan de samenwerkingsdoelstellingen wordt voldaan, moeten de begunstigde derde landen instemmen met het beginsel dat de uitgevoerde acties worden beoordeeld. Verifieerbare en voortdurende naleving van de overeengekomen doelstellingen moet een voorwaarde zijn voor verdere uitbetaling van de bijdrage van de Gemeenschap
— De samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid en veiligheidscontrole op grond van deze verordening is niet bedoeld om het gebruik van kernenergie te bevorderen.
— De samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid en veiligheidscontrole op grond van deze verordening is niet bedoeld om het gebruik van kernenergie te bevorderen of om de levensduur van bestaande kerncentrales te verlengen.
_______________
1 Verordening (EG) nr. 1934/2006 van 21 december 2006 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen, en met ontwikkelingslanden die vallen onder Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad, voor activiteiten anders dan officiële ontwikkelingshulp (PB L 405 van 30.12.2006).
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Bijlage – Criteria - 2. Landen die reeds over de capaciteit beschikken om kernenergie op te wekken – alinea 1
Voor landen die reeds eerder een financiële bijdrage van de Gemeenschap hebben ontvangen, is verdere samenwerking afhankelijk van de beoordeling van de acties die uit de begroting van de Gemeenschap zijn gefinancierd en van een adequate motivering van de nieuwe financieringbehoeften. Doel van die beoordeling is om beter vast te stellen wat de aard van de samenwerking moet zijn en welke bedragen er in de toekomst aan dergelijke landen moeten worden toegewezen.
Voor landen die reeds eerder een financiële bijdrage van de Gemeenschap hebben ontvangen, is verdere samenwerking afhankelijk van de beoordeling van de acties die uit de begroting van de Gemeenschap zijn gefinancierd en van een adequate motivering van de nieuwe financieringbehoeften. Doel van die beoordeling is om beter vast te stellen wat de aard van de samenwerking moet zijn en welke bedragen er in de toekomst aan dergelijke landen moeten worden toegewezen. De Unie moet regionale samenwerking en mechanismen voor wederzijdse beoordeling bevorderen.
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Bijlage – Criteria - 3. Landen zonder capaciteit om kernenergie op te wekken – alinea 2
Voor landen die, ongeacht of zij al dan niet over onderzoeksreactoren beschikken, capaciteit wensen te ontwikkelen om kernenergie op te wekken, en waarvoor het zaak is op het juiste moment in te grijpen zodat er tegelijk met de ontwikkeling van een kernenergieprogramma een cultuur van nucleaire veiligheid en nucleaire beveiliging ontstaat, met name wat betreft het versterken van de regelgevende instanties en de organisaties voor technische ondersteuning, zal er bij de samenwerking rekening worden gehouden met de geloofwaardigheid van het nucleaire ontwikkelingsprogramma, de aanwezigheid van een overheidsbesluit inzake de toepassing van kernenergie en de uitwerking van een eerste draaiboek.
Voor landen die, ongeacht of zij al dan niet over onderzoeksreactoren beschikken, capaciteit wensen te ontwikkelen om kernenergie op te wekken, en waarvoor het zaak is op het juiste moment in te grijpen zodat er tegelijk met de ontwikkeling van een kernenergieprogramma een cultuur van nucleaire veiligheid en nucleaire beveiliging ontstaat, met name wat betreft het versterken van het beheer op het gebied van nucleaire veiligheid ende onafhankelijkheid en capaciteit van de regelgevende instanties en de organisaties voor technische ondersteuning, zal er bij de samenwerking rekening worden gehouden met de geloofwaardigheid van het nucleaire ontwikkelingsprogramma, de aanwezigheid van een overheidsbesluit inzake de toepassing van kernenergie en de uitwerking van een eerste draaiboek.
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Bijlage – Prioriteiten – alinea 1
Om de veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend en om te waarborgen dat nucleaire materialen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor zij oorspronkelijk bestemd waren, is de samenwerking voornamelijk gericht op de nucleaire regelgevers (en hun organisaties voor technische ondersteuning). Doel is om hun technische competenties en onafhankelijkheid te garanderen en om het regelgevingskader te versterken, met name met betrekking tot activiteiten op het gebied van vergunningverlening, met inbegrip van de herziening en follow-up van effectieve en alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests").
In het kader van dit instrument is de samenwerking voornamelijk gericht op de nucleaire regelgevers (en hun organisaties voor technische ondersteuning), teneinde hun technische competenties en onafhankelijkheid te garanderen en het regelgevingskader te versterken, met name met betrekking tot activiteiten op het gebied van vergunningverlening, met inbegrip van de herziening en follow-up van effectieve en alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen ("stresstests"). Op deze manier moeten veiligheidsvoorwaarden worden gecreëerd om de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking weg te nemen en om te waarborgen dat nucleaire materialen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor zij oorspronkelijk waren bestemd.
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Bijlage – Prioriteiten – alinea 2
Tot de andere prioriteiten van de samenwerkingsprogramma's die in het kader van deze verordening ontwikkeld worden, behoren:
Tot de andere prioriteiten van de samenwerkingsprogramma's die in het kader van deze verordening ontwikkeld worden, behoren:
— activiteiten op het gebied van vergunningverlening;
— de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
— de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en kaders voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
— de ontmanteling van bestaande installaties, de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, evenals het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken voor zover zij een gevaar voor de bevolking vormen.
— de ontmanteling van bestaande installaties, de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties en locaties voor de uraanwinning, evenals het terughalen en beheer van radioactieve objecten en materialen die in zee zijn afgezonken voor zover zij een gevaar voor de bevolking vormen;
— het waarborgen dat nucleaire materialen niet worden gebruikt voor doeleinden anders dan die waarvoor zij zijn bedoeld.
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Bijlage – Prioriteiten – alinea 3
De samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties in derde landen zal in overweging worden genomen in specifieke situaties in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de "stresstests". Deze samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties omvat geen levering van uitrusting of apparatuur.
De samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties in derde landen zal in overweging worden genomen in specifieke situaties in het kader van follow-upmaatregelen naar aanleiding van de "stresstests". Deze samenwerking met exploitanten van nucleaire installaties omvat geen levering van uitrusting of apparatuur, noch andere activiteiten of bijstand die de exploitant via commerciële weg zou kunnen en moeten verkrijgen teneinde aan de veiligheidsnormen op het gebied van regelgeving te voldoen.
Bijstandsprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije, Litouwen enSlowakije *
461k
48k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije, Litouwen en Slowakije (COM(2011)0783 – C7-0514/2011 – 2011/0363(NLE))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0783),
– gezien artikel 203 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0514/2011),
– gezien artikel 56 van de akte inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en Protocol nr. 4,
– gezien het advies van de Commissie juridische zaken over de voorgestelde rechtsgrond,
– gezien de artikelen 55 en 37 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A7-0119/2013),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 4
(4) In overeenstemming met de verplichtingen van het toetredingsverdrag en met de steun van communautaire bijstand hebben Bulgarije, Litouwen en Slowakije de kerncentrales gesloten en aanzienlijke vooruitgang geboekt in de ontmanteling ervan. Verdere werkzaamheden zijn noodzakelijk om de eigenlijke ontmanteling voort te zetten totdat een onomkeerbare toestand in het veilige ontmantelingsproces bereikt is, terwijl gegarandeerd is dat de hoogste veiligheidsnormen worden toegepast. Op basis van de beschikbare ramingen zal de voltooiing van de ontmantelingswerkzaamheden aanzienlijke bijkomende financiële middelen vergen.
(4) In overeenstemming met de verplichtingen van het toetredingsverdrag en met de steun van communautaire bijstand hebben Bulgarije, Litouwen en Slowakije de kerncentrales of de betrokken eenheden gesloten en aanzienlijke vooruitgang geboekt in de ontmanteling ervan. Verdere werkzaamheden zijn noodzakelijk om de eigenlijke operaties van vernietiging, decontaminatie, ontmanteling en beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval voort te zetten en om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces, waarbij gegarandeerd moet worden dat de hoogste veiligheidsnormen worden toegepast. Op basis van de beschikbare ramingen zal de voltooiing van de ontmantelingswerkzaamheden aanzienlijke bijkomende financiële middelen vergen, rekening houdend met de gedeelde financiële verantwoordelijkheid van de Unie en van die lidstaten.
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis) Het vervroegd sluiten en vervolgens ontmantelen van twee reactoren van de kerncentrale van Ignalina met een vermogen van 1 500 MW, van vier eenheden van de kerncentrale van Kozloduy met een vermogen van 1 760 MW, en van twee eenheden van de V1-kerncentrale van Bohunice met een vermogen van 880 MW heeft de burgers van de drie betrokken landen langdurig een zware last bezorgd met gevolgen op het gebied van energie, financiën, economie, milieu en maatschappij.
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 4 ter (nieuw)
(4 ter) De ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina is een langetermijnproject en brengt voor Litouwen uitzonderlijke financiële lasten met zich mee die niet in verhouding staan tot de omvang en de economische draagkracht van het land, en Protocol nr. 4 van het Toetredingsverdrag van 2003 stelt: "Met het oog hierop wordt het Ignalina-programma ononderbroken voortgezet en verlengd tot na 2006.", daaraan toevoegend: "Voor de periode van de volgende financiële vooruitzichten zullen de algemene gemiddelde vastleggingen in het kader van het verlengde Ignalina-programma toereikend zijn".
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 4 quater (nieuw)
(4 quater) In het geval van Bulgarije verwijst artikel 30 van de toetredingsakte van 2005 alleen naar de periode 2007-2009, en in het geval van Slowakije heeft de toetredingsakte van 2003 het enkel over de periode 2004-2006. Daarom moet met betrekking tot verdere steun aan Bulgarije en Slowakije artikel 203 van het Euratom-verdrag worden toegepast, en dienen Protocol nr. 4 en artikel 56 van de toetredingsakte van 2003 als rechtsgrondslag voor verdere steun aan Litouwen.
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis) Bij de voor de periode 2007-2013 vastgestelde programma's heeft de Commissie vooral toezicht gehouden op de budgettaire toepassing van de financiële middelen en op de projectuitvoering, en minder op de mate van bereikte voortgang in de richting van de programmadoelstellingen in hun geheel. Onvoldoende meting van de vorderingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's en ontoereikend toezicht op het gebruik van de middelen heeft ertoe geleid dat niemand aansprakelijk is voor de algehele prestaties van de programma's.
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 5 ter (nieuw)
(5 ter) Er dient terdege rekening te worden gehouden met Speciaal verslag 16/2011 van de Rekenkamer: "Financiële steun van de EU voor de ontmanteling van kerncentrales in Bulgarije, Litouwen en Slowakije: resultaten en uitdagingen voor de toekomst", dat conclusies en aanbevelingen bevat. De Rekenkamer concludeert dat et belangrijkste deel van het ontmantelingsproces in Bulgarije, Litouwen en Slowakije nog moet worden gerealiseerd en dat er voor de laatste fase een aanzienlijk financieringstekort dreigt (ongeveer 2,5 miljard euro). Vooral grote infrastructuurprojecten kampen in dit verband met vertragingen en kostenoverschrijdingen, en de kostenramingen zijn onvolledig bij gebrek aan essentiële informatie over radioactief afval en/of voorzieningen en technologieën om dit te verwerken.
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 5 quater (nieuw)
(5 quater) Hoewel de sluiting van alle betrokken eenheden binnen de respectieve termijnen verliep ondervinden sommige ontmantelingsprogramma's nog steeds vertragingen die economische schadelijk en politiek onaanvaardbaar zijn: Voor dergelijke vertragingen moet in het herziene, gedetailleerde ontmantelingsprogramma een oplossing worden gevonden.
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 5 quinquies (nieuw)
(5 quinquies) Aangezien sommige programma's nog geen aanleiding hebben gegeven tot de organisatorische veranderingen die voor een effectieve ontmanteling nodig zijn, moet erop worden toegezien dat de noodzakelijke hervorming van de organisatorische structuren plaatsvindt.
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 6
(6) Na het verzoek van Bulgarije, Litouwen en Slowakije om verdere financiering werd in het voorstel van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020: "Een begroting voor Europa 2020" een bedrag van 700 miljoen euro uit de algemene begroting van de Europese Unie bestemd voor nucleaire veiligheid en ontmanteling. Van dit bedrag is 500 miljoen euro in prijzen van 2011, wat overeenkomt met ongeveer 553 miljoen euro in de huidige prijzen, uitgetrokken voor een nieuw programma voor verdere steun aan de ontmanteling van eenheden 1-2 van de V1-kerncentrale van Bohunice en eenheden 1-2 van de kerncentrale van Ignalina gedurende de periode van 2014 tot 2017 en eenheden 1-4 van de kerncentrale van Kozloduy gedurende de periode 2014 tot en met 2020. De financiering in het kader van dit nieuwe programma dient op een geleidelijk afnemende manier beschikbaar te worden gesteld.
(6) Na het verzoek van Bulgarije, Litouwen en Slowakije om verdere financiering moeten de financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2014-2020 voorzien in passende financiële steun van de Unie, op basis van elk van de ontmantelingsplannen.
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis) Het bedrag van de aan de programma's toegewezen vastleggingen, alsmede de programmalooptijd en de verdeling over de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice, kunnen in het licht van de resultaten van de tussentijdse en definitieve evaluatieverslagen worden herzien, mits de hoogste veiligheidsnormen en het gestage ontmantelingsproces, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen, niet in het gedrang komen.
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 7
(7) De steun die onder deze verordening valt, dient ervoor te zorgen dat de ontmanteling op naadloze wijze wordt voortgezet en dient gericht te zijn op maatregelen om een onomkeerbare toestand in het veilige ontmantelingsproces te bereiken, waardoor de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie wordt gerealiseerd en tegelijkertijd de overgang naar de financiering van de voltooiing van de ontmanteling door de lidstaat zelf wordt gegarandeerd. De eindverantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid blijft berusten bij de betrokken lidstaten, wat ook impliceert dat zij de eindverantwoordelijkheid dragen voor de financiering ervan, inclusief de financiering van de ontmanteling. Deze verordening laat het resultaat onverlet van eventuele toekomstige staatssteunprocedures die kunnen worden ingeleid overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het Verdrag.
(7) De steun die onder deze verordening valt, dient ervoor te zorgen dat de ontmanteling op naadloze wijze wordt voortgezet en dient gericht te zijn op maatregelen om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces, waarbij gegarandeerd moet worden dat de hoogste veiligheidsnormen worden toegepast, aangezien dergelijke de grootste toegevoegde waarde voor de Unie bieden. De eindverantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid blijft berusten bij de betrokken lidstaten, wat ook impliceert dat zij de eindverantwoordelijkheid dragen voor de financiering ervan, inclusief de financiering van de ontmanteling. Als zij deze verantwoordelijkheid niet nakomen, kan dit burgers van de Unie in gevaar brengen. Deze verordening laat het resultaat onverlet van eventuele toekomstige staatssteunprocedures die kunnen worden ingeleid overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 9
(9) De ontmanteling van de kerncentrales die onder deze verordening vallen, dient te worden uitgevoerd met gebruik van de beste technische expertise die beschikbaar is, rekening houdend met de aard en de technische specificaties van de te sluiten reactoren, zodat de grootst mogelijke doeltreffendheid wordt bereikt.
(9) De ontmanteling van de kerncentrales die onder deze verordening vallen, dient te worden uitgevoerd met gebruik van de beste technische expertise die beschikbaar is, rekening houdend met de aard en de technische specificaties van de te sluiten reactoren en met een uitgebreide evaluatie van de voortgang van de processen ter ontmanteling van de centrales en het opvangen van de gevolgen daarvan, zodat de grootst mogelijke doeltreffendheid wordt bereikt.
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis) De kostenraming van de in deze verordening bedoelde ontmantelingsacties moet worden opgesteld volgens internationaal erkende criteria voor de raming van ontmantelingskosten, zoals de International Structure for Decommissioning Costing, een gezamenlijke publicatie van het Agentschap voor kernenergie, de Internationale Organisatie voor atoomenergie en de Commissie.
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 11
(11) De Commissie zal zorgen voor een effectieve controle van de evolutie van het ontmantelingsproces om de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie te verzekeren van de financiering die in het kader van deze verordening wordt toegewezen, ook al ligt de eindverantwoordelijkheid voor de ontmanteling bij de lidstaten. Dit omvat effectieve prestatiemetingen en de beoordeling van corrigerende maatregelen tijdens het programma.
(11) De Commissie zal zorgen voor een effectieve controle van de evolutie van het ontmantelingsproces om de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie te verzekeren van de financiering die in het kader van deze verordening wordt toegewezen, ook al ligt de eindverantwoordelijkheid voor de ontmanteling bij de lidstaten. Dit omvat effectieve prestatiemetingen en de beoordeling van corrigerende maatregelen tijdens het programma. Deze controle moet steunen op de vaststelling van betekenisvolle kwalitatieve en kwantitatieve prestatie-indicatoren die zo nodig makkelijk kunnen worden gebruikt voor toezicht en rapportage.
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis) De Commissie moet voor maximale transparantie, verantwoording en democratische toetsing van de middelen van de Unie zorgen, in het bijzonder wat betreft de verwachte en werkelijke bijdrage daarvan aan de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van het programma. Met name management-, juridische, financiële en technische problemen moeten worden opgelost of er moeten maatregelen worden genomen om ze op te lossen.
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis) Alles moet in het werk worden gesteld om, enerzijds, de medefinanciering in het kader van de pretoetredingssteun en de bijstand die in de periode 2007-2013 is verleend voor de ontmantelingswerkzaamheden van Litouwen voort te zetten, en om, anderzijds en waar nodig, medefinanciering uit andere bronnen aan te trekken.
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Artikel 1
In deze verordening wordt een meerjarig bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties 2014 - 2020 (hierna "het programma" genoemd) vastgesteld waarin regels worden bepaald voor de tenuitvoerlegging van de financiële steun van de Unie voor maatregelen met betrekking tot de het voortzetten van de ontmanteling van de kerncentrale van Kozloduy (eenheden 1 tot en met 4; het Kozloduy-programma), de kerncentrale van Ignalina (eenheden 1 en 2; het Ignalina-programma) en de V1-kerncentrale van Bohunice (eenheden 1 en 2; het Bohunice-programma).
In deze verordening wordt een meerjarig bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties 2014 - 2020 (hierna "het programma" genoemd) vastgesteld waarin regels worden bepaald voor de verdere tenuitvoerlegging van de financiële steun van de Unie voor maatregelen met betrekking tot de onomkeerbare ontmanteling van de kerncentrale van Kozloduy (eenheden 1 tot en met 4; het Kozloduy-programma), de kerncentrale van Ignalina (eenheden 1 en 2; het Ignalina-programma) en de V1-kerncentrale van Bohunice (eenheden 1 en 2; het Bohunice-programma).
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Artikel 1 bis (nieuw)
Artikel 1 bis
Definitie
In deze verordening omvat ontmanteling: werkzaamheden ter voorbereiding op de definitieve sluiting (bijvoorbeeld de opstelling van een ontmantelingsplan, de voorbereiding van vergunningsdocumenten en projecten voor afvalverwerkingsinfrastructuur) en naar alle werkzaamheden die na de sluiting van de reactoren worden verricht, met name de verwijdering en definitieve berging van bestraalde splijtstofelementen, de decontaminatie, ontmanteling en/of afbraak van de kerncentrales, de berging van overblijvend radioactief afval en het herstel van het milieu op de besmette locatie. Het ontmantelingsproces eindigt wanneer de installatie niet langer aan enige wettelijke controle of radiologische restrictie is onderworpen.
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 1
1. De algemene doelstelling van het programma is de betrokken lidstaten bijstand te verlenen om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy, de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina en de eenheden 1 en 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen daarvan, terwijl het hoogste veiligheidsniveau wordt aangehouden.
1. De algemene doelstelling van het programma is de betrokken lidstaten bijstand te verlenen om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden1 tot en met4 van de kerncentrale van Kozloduy, de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina en de eenheden1 en 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen daarvan, terwijl het hoogste veiligheidsniveau wordt aangehouden overeenkomstig Unierecht inzake nucleaire veiligheid, en in het bijzonder de Richtlijnen 96/29/Euratom1, 2009/71/Euratom2 en 2011/70/Euratom3 van de Raad.
___________
1 Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1).
2 Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties (PB L 172 van 2.7.2009, blz. 18).
3 Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PB L 199 van 2.8.2011, blz. 48).
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 2 – letter a – punt iii
(iii) veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van de hoeveelheid en het type geconditioneerd afval;
(iii) veilig beheer van de langdurige opslag en verwijdering van ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig nationaal plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van de hoeveelheid en het type opgeslagen en verwijderd afval;
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 2 – letter b – punt iii
(iii) ontmanteling van de turbinezaal en andere bijgebouwen en veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde hulpsystemen en de hoeveelheid en het type geconditioneerd afval;
(iii) ontmanteling van de turbinezaal en andere bijgebouwen en veilig beheer van de langdurige opslag en verwijdering van ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig nationaal plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van de hoeveelheid en het type opgeslagen en verwijderd afval;
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 2 – letter c – sub iii
(iii) veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van de hoeveelheid en het type geconditioneerd afval;
(iii) veilig beheer van de langdurige opslag en verwijdering van ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig nationaal plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van de hoeveelheid en het type opgeslagen en verwijderd afval;
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. Elk van de in lid 2 bedoelde ontmantelingsprogramma's kan ook maatregelen omvatten die ertoe bijdragen dat bij de ontmanteling van de kerncentrales het vereiste hoge veiligheidsniveau wordt gehandhaafd.
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – lid 3
3. Mijlpalen en streefdatums worden bepaald in de handeling waarnaar wordt verwezen in artikel 6, lid 2.
3. De mijlpalen, verwachte algemene resultaten, streefdatums en prestatie-indicatoren van het gezamenlijke jaarlijks werkprogramma worden bepaald in de handeling waarnaar wordt verwezen in artikel 6, lid 2.
Amendement 42 Voorstel voor een verordening Artikel 3 - lid 1
1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2014 tot en met 2020 bedragen 552 947 000 euro in de huidige prijzen.
1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2014 tot en met 2020 bedragen 969 260 000 euro in de huidige prijzen.
Dat bedrag zal als volgt worden verdeeld over de programma’s van Kozloduy, Ignalina en Bohunice:
Dat bedrag zal als volgt worden verdeeld over de programma’s van Kozloduy, Ignalina en Bohunice:
(a) 208 503 000 euro voor het Kozloduy-programma voor de periode 2014 tot en met 2020;
(a) 293 032 000 euro voor het Kozloduy-programma voor de periode 2014 tot en met 2020;
(b) 229 629 000 euro voor het Ignalina-programma voor de periode 2014 tot en met 2017;
(b) 450 818 000 euro voor het Ignalina-programma voor de periode 2014 tot en met 2020;
(c) 114 815 000 euro voor het Bohunice-programma voor de periode 2014 tot en met 2017.
(c) 225 410 000 euro voor het Bohunice-programma voor de periode 2014 tot en met 2020.
1 bis. De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader en met inachtneming van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord van …2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer1.
____________________
1 PB ...
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2
2. Tegen het einde van 2015 zal de Commissie de prestaties van het programma beoordelen en de voortgang van de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice vergelijken met de in artikel 2, lid 3 bedoelde mijlpalen en streefdatums in het kader van de in artikel 8 bedoelde tussentijdse evaluatie. Op grond van de resultaten van deze beoordeling is het mogelijk dat de Commissie de omvang van de aan het programma toegewezen kredieten zal herzien, evenals de programmaperiode en de verdeling ervan tussen de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice.
2. Op basis van programma's als bedoeld in artikel 6, lid 1 en lid 2, zal de Commissie tegen het einde van 2017 de prestaties van het programma beoordelen en de voortgang van de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice vergelijken met de in artikel 2, lid 3 bedoelde mijlpalen en streefdatums in het kader van de in artikel 8 bedoelde tussentijdse evaluatie. Op grond van de resultaten van deze beoordeling zal de Commissie, teneinde rekening te houden met de geboekte vooruitgang en ervoor te zorgen dat de financiële middelen verder op basis van de werkelijke behoeften worden toegewezen, zo nodig de omvang van de aan het programma toegewezen kredieten herzien, evenals de programmaperiode en de verdeling ervan tussen de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice. Een eventuele aanpassing van de toewijzingen mag de veiligheidsnormen in de in artikel 1 bedoelde kerncentrales niet in het gedrang brengen.
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3
3. De financiële middelen voor de programma's van Kozloduy, Ignalina, en Bohunice kunnen ook worden aangewend voor uitgaven in verband met de voorbereidende werkzaamheden, monitoring, controle, doorlichting en evaluatie die vereist zijn voor het beheer van het programma en het behalen van de doelstellingen; met name studies, vergaderingen met deskundigen, informatie en communicatie, waaronder bedrijfscommunicatie over de beleidsprioriteiten van de Europese Unie voor zover zij betrekking hebben op de algemene doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT-netwerken die bedoeld zijn voor de verwerking en uitwisseling van informatie, samen met alle andere kosten voor technische en administratieve bijstand die door de Commissie worden opgelopen voor het beheer van het programma.
3. De financiële middelen voor de programma's van Kozloduy, Ignalina, en Bohunice kunnen ook worden aangewend voor uitgaven in verband met de voorbereidende werkzaamheden, monitoring, controle, doorlichting en evaluatie die vereist zijn voor het beheer van het programma en het behalen van de doelstellingen; met name studies, vergaderingen met deskundigen, opleiding, informatie en communicatie, waaronder bedrijfscommunicatie over de beleidsprioriteiten van de Europese Unie voor zover zij betrekking hebben op de algemene doelstellingen van deze verordening. Ook uitgaven in verband met IT-netwerken die bedoeld zijn voor de verwerking en uitwisseling van informatie, samen met alle andere kosten voor technische en administratieve bijstand die door de Commissie worden opgelopen voor het beheer van het programma, kunnen worden gedekt.
De financiële middelen mogen ook worden aangewend om de kosten te dekken voor de technische en administratieve bijstand die nodig is om de overgang te verzekeren tussen het programma en de maatregelen die zijn goedgekeurd in het kader van Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad, Verordening (Euratom) nr. 549/2007 van de Raad en Verordening (Euratom) nr. 647/2010 van de Raad.
De financiële middelen mogen ook worden aangewend om de kosten te dekken voor de technische en administratieve bijstand die nodig is om de overgang te verzekeren tussen het programma en de maatregelen die zijn goedgekeurd in het kader van Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad, Verordening (Euratom) nr. 549/2007 van de Raad en Verordening (Euratom) nr. 647/2010 van de Raad. De financiële middelen mogen niet voor andere maatregelen dienen dan die als bedoeld in dit artikel en in artikel 2 van deze verordening zijn vermeld.
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis. Alles moet in het werk worden gesteld om de medefinanciering in het kader van de pretoetredingssteun en de bijstand die in de periode 2007-2013 is verleend voor de ontmantelingswerkzaamheden van Bulgarije, Litouwen en Slowakije voort te zetten en zo nodig medefinanciering uit andere bronnen aan te trekken.
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter. Gebrek aan overeenstemming over de interpretatie van Verdragen en de gunning van contracten staat open voor rechterlijke toetsing of, wat het laatste betreft, wordt onderworpen aan een arbitrageprocedure.
Als er ten gevolge hiervan vertragingen in het ontmantelingsproces ontstaan, kan dit leiden tot uitstel van betalingen en lagere financiële toewijzingen. Hierover brengt de Commissie in het kader van het in artikel 6, lid 1 bis, bedoelde jaarlijkse evaluatieverslag verslag uit aan het Europees Parlement en aan de Raad.
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 4
1. Uiterlijk 1 januari 2014 dienen Bulgarije, Litouwen en Slowakije te voldoen aan de volgende ex-antevoorwaarden:
1. Uiterlijk op 1 januari 2014 dienen Bulgarije, Litouwen en Slowakije de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de volgende ex-antevoorwaarden:
(a) naleving van het acquis van de Unie; meer bepaald op het vlak van nucleaire veiligheid, de omzetting in nationale wetgeving van Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad inzake nucleaire veiligheid en Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
(a) naleving van het acquis van de Unie op het vlak van nucleaire veiligheid, de omzetting in nationale wetgeving van Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad inzake nucleaire veiligheid en Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
(b) vaststelling van een nationaal rechtskader dat voorziet in passende bepalingen voor de tijdige inzameling van nationale financiële middelen ten behoeve van de veilige voltooiing van de ontmanteling overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake staatssteun;
(b) vaststelling in een nationaal rechtskader van een algemeen financieringsplan waarin de volledige kosten van de veilige voltooiing van de ontmanteling van de kernreactoreenheden die onder deze verordening vallen, alsook de financieringsbronnen duidelijk worden vermeld, overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake staatssteun;
(c) voorlegging aan de Commissie van een herzien, uitvoerig ontmantelingsplan.
(c) voorlegging aan de Commissie van een herzien, uitvoerig ontmantelingsplan, met vermelding van de voornaamste doelstellingen en taken (uitgesplitst tot op het niveau van de ontmantelingswerkzaamheden), de geplande projecten, het tijdschema, de kostenstructuur en de medefinancieringspercentages, met nadere gegevens over de wijze waarop deze nationale financiering op lange termijn zal worden gegarandeerd. In dat plan wordt rekening gehouden met de recentste richtsnoeren van het Agentschap voor kernenergie (NEA) en de Commissie inzake de raming van ontmantelingskosten.
1 bis. Uiterlijk op 1 januari 2014 verstrekken Bulgarije, Litouwen en Slowakije de Commissie de informatie waaruit blijkt dat zij aan de ex-antevoorwaarden als bedoeld in lid 1 voldoen.
2. De Commissie beoordeelt de verstrekte informatie betreffende de naleving van de ex-antevoorwaarden wanneer zij het in artikel 6, lid 1 bedoelde jaarlijkse werkprogramma voor 2014 opstelt. Bij de goedkeuring van het jaarlijkse werkprogramma kan zij beslissen de financiële bijstand van de Unie geheel of gedeeltelijk op te schorten in afwachting van de naar behoren afgeronde ex-antevoorwaarden.
2. De Commissie beoordeelt de verstrekte informatie betreffende de naleving van de ex-antevoorwaarden wanneer zij het in artikel 6, lid 1 bedoelde jaarlijkse werkprogramma voor 2014 opstelt, met name dat kritieke management-, juridische, financiële en technische problemen zijn opgelost of dat er maatregelen zijn genomen om ze op te lossen. Indien de Commissie een met redenen omkleed advies uitbrengt wegens het niet-nakomen van de voorwaarde als bedoeld in lid 1, onder (a), van dit artikel ofindien de voorwaarden als bedoeld in lid 1, onder (b) of (c), van dit artikel niet naar voldoening zijn vervuld, kan zij beslissen de financiële bijstand van de Unie geheel of gedeeltelijk op te schorten in afwachting van de naar behoren afgeronde ex-antevoorwaarden.
Met dergelijke besluiten wordt vervolgens rekening gehouden bij de vaststelling van het jaarlijks werkprogramma; zij mogen de veiligheidsnormen in de in artikel 1 bedoelde kerncentrales niet in het gedrang brengen. Het bedrag van de opgeschorte bijstand wordt vastgesteld in overeenstemming met de criteria die zijn vastgesteld in de in artikel 6, lid 2, bedoelde handelingen.
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 6
1. De Commissie stelt één gezamenlijk jaarlijks werkprogramma vast voor de programma's voor Kozlodiu, Ignalina en Bohunice, met vermelding van de doelstellingen, de verwachte resultaten, gerelateerde indicatoren en het tijdschema voor het gebruik van middelen in het kader van elke jaarlijkse financiële vastlegging.
1. Aan het begin van elk jaar van de periode 2014-2020 stelt de Commissie één gezamenlijk jaarlijks werkprogramma vast voor de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice, met respectievelijk vermelding van de doelstellingen, de verwachte resultaten, streefdatums, gerelateerde prestatie-indicatoren en het tijdschema voor het gebruik van middelen in het kader van elke jaarlijkse financiële vastlegging.
1 bis. Aan het eind van elk jaar van de periode 2014-2020 dient de Commissie een evaluatieverslag in over de uitvoering van de gezamenlijke jaarlijkse werkprogramma's bij het Europees Parlement en de Raad. Dat verslag dient als basis voor de vaststelling van de volgende jaarlijkse werkprogramma's.
2. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2014 gedetailleerde uitvoeringsprocedures vast voor de gehele duur van het programma. In het besluit waarbij de uitvoeringsprocedures worden vastgesteld, worden ook de verwachte resultaten, activiteiten en de bijbehorende prestatie-indicatoren voor de programma's in verband met Kozloduy, Ignalina en Bohunice omschreven. Het besluit bevat de in artikel 4, lid 1, onder c), herziene ontmantelingsplannen die als uitgangspunt dienen voor de bewaking van de vooruitgang en het tijdig behalen van de verwachte resultaten.
2. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2014 gedetailleerde uitvoeringsprocedures vast voor de gehele duur van de programma's. In de uitvoeringshandelingen waarbij de uitvoeringsprocedures worden vastgesteld, worden ook de in lid 1 bedoelde elementen voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice omschreven. Het besluit bevat de in artikel 4, lid 1, onder c), herziene ontmantelingsplannen die als uitgangspunt dienen voor de bewaking van de vooruitgang en het tijdig behalen van de verwachte resultaten.
2 bis. De Commissie zorgt voor de uitvoering van deze verordening Zij verricht overeenkomstig artikel 8, lid 1, een tussentijdse evaluatie.
3. De jaarlijkse werkprogramma's en de besluiten waarbij de in leden 1 en 2 bedoelde uitvoeringsprocedures worden vastgesteld, worden goedgekeurd in overeenstemming met de in artikel 9, lid 2, genoemde onderzoeksprocedure.
3. De jaarlijkse werkprogramma's en de besluiten waarbij de in leden 1 en 2 bedoelde uitvoeringsprocedures worden vastgesteld, worden goedgekeurd in overeenstemming met de in artikel 9, lid 2, genoemde onderzoeksprocedure.
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis. Uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op ieder boekjaar leggen de lidstaten verantwoording af over de besteding van de financiële middelen. Die door de nationale controle-instellingen te certificeren financiële verantwoordingen worden aan de Commissie en Raad voorgelegd ter behandeling in de kwijtingsprocedure voor de jaarlijkse begroting van de Unie.
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 – alinea 1
2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.
2. De Commissie of haar vertegenwoordigers, de nationale controle-instellingen van de lidstaten waar de te ontmantelen nucleaire installaties zich bevinden en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van het programma middelen van de Unie hebben ontvangen. De resultaten van deze controles worden meegedeeld aan het Europees Parlement.
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 – alinea 2
Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr.2185/96 controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering betrokken economische subjecten uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of –besluit of een contract betreffende financiering door de Unie, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.
Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr.2185/96 controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering betrokken economische subjecten uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of –besluit of een contract betreffende financiering door de Unie, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad. De resultaten van deze controles en verificaties worden meegedeeld aan het Europees Parlement.
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 – alinea 3
Onverminderd de eerste en de tweede alinea verlenen de uit deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en –besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.
Onverminderd de eerste en de tweede alinea wordt er in de uit deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en –besluiten en contracten uitdrukkelijk in voorzien dat de Commissie, de Rekenkamer en OLAF bevoegd zijn om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren en dat de resultaten ervan worden meegedeeld aan het Europees Parlement.
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 8
Evaluatie
Tussentijdse evaluatie
1. De Commissie stelt uiterlijk einde 2015 een evaluatieverslag op betreffende het behalen van de doelstellingen van alle maatregelen, voor wat betreft resultaten en effecten, de doeltreffendheid van de aanwending van de middelen en de toegevoegde waarde voor de Unie, met het oog op een besluit om de maatregelen te wijzigen of op te schorten. De evaluatie heeft verder betrekking op de ruimte voor vereenvoudiging, de interne en externe samenhang en de blijvende relevantie van alle doelstellingen. Zij houdt rekening met evaluatieresultaten betreffende de langdurige effecten van de voorafgaande maatregelen.
1. In nauwe samenwerking met de betrokkenlidstaten en de begunstigden stelt de Commissie uiterlijk einde 2017 een tussentijds evaluatieverslag op betreffende het behalen van de doelstellingen van alle maatregelen, voor wat betreft resultaten en effecten, de doeltreffendheid van de aanwending van de middelen en de toegevoegde waarde voor de Unie en de doeltreffendheid van het programmabeheer, inclusief het beheer van middelen van de Unie, met het oog op een besluit om de maatregelen te wijzigen of op te schorten. Op grond van de resultaten van deze evaluatie kan de Commissie, in overleg met de begrotingsautoriteiten van de Unie en overeenkomstig Verordening (EU) nr. .../2013 [betreffende het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020], eventueel de geschiktheid van de aan het programma toegewezen kredieten en de verdeling ervan tussen Kozloduy, Ignalina en Bohunice herzien. De tussentijdse evaluatie heeft verder betrekking op de ruimte voor vereenvoudiging, de interne en externe samenhang en de blijvende relevantie van alle doelstellingen. Zij houdt rekening met evaluatieresultaten betreffende de langdurige effecten van de voorafgaande maatregelen.
2. De Commissie verricht in nauwe samenwerking met de lidstaten en de begunstigden een ex-postevaluatie. Bij de ex-postevaluatie zullen bovendien de effectiviteit en doeltreffendheid van het programma en de effecten ervan op de ontmanteling worden bekeken.
3. Bij de evaluaties wordt de vooruitgang beoordeeld aan de hand van de in artikel 2, lid 2 bedoelde prestatie-indicatoren.
3. Bij de tussentijdse evaluaties wordt de vooruitgang beoordeeld aan de hand van de in artikel 2, lid 2 bedoelde prestatie-indicatoren en het mate waarin aan de vereisten in het plan voor ontmanteling als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder c), is voldaan.
4. De Commissie legt de conclusies van deze evaluaties voor aan het Europees Parlement en de Raad.
4. De Commissie zendt de conclusies van deze evaluaties toe aan het Europees Parlement en de Raad.
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 8 bis (nieuw)
Artikel 8 bis
Eindevaluatie van de periode 2014-2020
1. De Commissie verricht in nauwe samenwerking met de begunstigden een ex-postevaluatie. Bij de ex-postevaluatie worden de doeltreffendheid en de efficiëntie van het programma en de gevolgen ervan voor de ontmanteling onderzocht.
2. Uiterlijk op 31 december 2020 stelt de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten en de begunstigden een eindevalutieverslag op over de doeltreffendheid en efficiëntie van het programma en de doeltreffendheid van de gefinancierde maatregelen qua effecten, aanwending van de middelen en meerwaarde voor de Unie, met gebruikmaking van passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren. In het evaluatieverslag wordt nagegaan of in het kader van de volgende meerjarig financieel kader financiële steun van de Unie noodzakelijk is.
3. Bij de eindevaluatie wordt de vooruitgang beoordeeld aan de hand van de in artikel 2, lid 2, bedoelde prestatie-indicatoren.
4. De Commissie deelt de conclusies van die definitieve evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad.
5. De Commissie houdt rekening met de diverse deskundigheid en strategieën inzake ontmanteling die Bulgarije, Litouwern en Slowakije gebruiken, teneinde te onderzoeken hoe de aanpak van ontmanteling in de Unie mogelijk kan worden geharmoniseerd zodat de nodige kennis tijdig wordt vergaard om het concurrentievermogen van de nucleaire sector in de Unie op dat gebied te verbeteren.