Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/0088(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0031/2014

Ingediende teksten :

A7-0031/2014

Debatten :

PV 24/02/2014 - 18
CRE 24/02/2014 - 18

Stemmingen :

PV 25/02/2014 - 5.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0118

Aangenomen teksten
PDF 824kWORD 378k
Dinsdag 25 februari 2014 - Straatsburg
Gemeenschapsmerk ***I
P7_TA(2014)0118A7-0031/2014
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 25 februari 2014 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad inzake het Gemeenschapsmerk (COM(2013)0161 – C7-0087/2013 – 2013/0088(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0161),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 118, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0087/2013),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake het gebruik van gedelegeerde handelingen van 14 oktober 2013,

–  gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A7-0031/2014),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt de Commissie maatregelen te nemen ter codificatie van de verordening zodra de wetgevingsprocedure is afgerond;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 25 februari 2014 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2014 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad inzake het Gemeenschapsmerk
P7_TC1-COD(2013)0088

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 118, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Verordening (EG) nr. 40/94(2), die in 2009 is gecodificeerd als Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad(3), heeft specifiek voor de Europese Unie een stelsel van merkbescherming tot stand gebracht dat in bescherming van merken op het niveau van de Europese Unie heeft voorzien, naast de bescherming van merken die beschikbaar is op het niveau van de lidstaten overeenkomstig de nationale merkenstelsels die geharmoniseerd zijn bij Richtlijn 89/104/EEG van de Raad(4), gecodificeerd als Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad(5).

(2)  Ten gevolge van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moet de terminologie van Verordening EG) nr. 207/2009 worden aangepast. Dit betekent heeft tot gevolg dat “Gemeenschapsmerk” door “Europees merkEU-merk” wordt vervangen. Overeenkomstig de gemeenschappelijke aanpak over de gedecentraliseerde agentschappen, die het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in juli 2012 hebben vastgesteld, moet de benaming “Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)” worden vervangen door “Agentschap voor merken, tekeningen en modellen intellectuele eigendom van de Europese Unie” (hierna “Agentschap”). [Am. 1]

(3)  In aansluiting op haar mededeling van 16 juli 2008 over een strategie inzake industriële-eigendomsrechten voor Europa(6) heeft de Commissie een diepgaande evaluatie van de algemene werking van het merkenstelsel in Europa als geheel verricht, waarbij het merkenstelsel van de Unie en de nationale merkenstelsels alsmede de onderlinge betrekkingen tussen deze stelsels zijn behandeld.

(4)  In zijn conclusies van 25 mei 2010 over de toekomstige herziening van het merkenstelsel in de Europese Unie(7) heeft de Raad de Commissie opgeroepen voorstellen in te dienen voor de herziening van Verordening (EG) nr. 207/2009 en Richtlijn 2008/95/EG.

(5)  Uit de ervaring die sinds de oprichting van het Europese merkenstelsel is opgedaan, blijkt dat ondernemingen van binnen de Unie en uit derde landen het stelsel hebben omarmd en dat het stelsel een succesvol en werkbaar succesvolle en werkbare aanvulling op en een alternatief voor de bescherming van merken op het niveau van de lidstaten is geworden. [Am. 2]

(6)  Nationale merkenstelsels blijven niettemin noodzakelijk voor ondernemingen die geen bescherming van hun merken op het niveau van de Unie verlangen of die niet in staat zijn deze bescherming over heel de Unie te verkrijgen terwijl er voor nationale bescherming geen belemmeringen bestaan. Elke persoon die merkbescherming verlangt, moet vrij de beslissing kunnen nemen of deze bescherming alleen als nationaal merk in een of meerdere lidstaten dan wel alleen als EU-merk of op beide niveaus wordt aangevraagd.

(7)  Hoewel in de evaluatie over de algemene werking van het stelsel van gemeenschapsmerken is bevestigd dat vele elementen van dit stelsel, met inbegrip van de basisbeginselen waarop het is gebaseerd, de tand des tijds goed hebben doorstaan en blijven voldoen aan de behoeften en verwachtingen van de ondernemingswereld, heeft de Commissie in haar mededeling “Een eengemaakte markt voor intellectuele-eigendomsrechten” van 24 mei 2011(8) geconcludeerd dat het noodzakelijk is het merkenstelsel in de Unie te moderniseren door het doeltreffender, efficiënter en als geheel consistenter te maken en het aan het internettijdperk aan te passen.

(8)  Naast de verbeteringen en wijzigingen in het stelsel van de gemeenschapsmerken moeten de nationale wetten en praktijken op het gebied van merken verder worden geharmoniseerd en met het merkenstelsel van de Unie in overeenstemming worden gebracht zodat voor zover mogelijk in heel de Unie gelijke voorwaarden worden gecreëerd voor de inschrijving en de bescherming van merken.

(9)  Om meer flexibiliteit mogelijk te maken en tegelijkertijd meer rechtszekerheid te brengen met betrekking tot de voorstellingswijze van merken, moet het vereiste van "vatbaarheid voor grafische voorstelling” uit de definitie van Europees merk EU-merk worden geschrapt. Het moet mogelijk worden in het register van EU-merken een teken voor te stellen in elke passende vorm en dus niet noodzakelijk met grafische middelen, op voorwaarde dat het teken op een duidelijke, nauwkeurige, op zichzelf staande, gemakkelijk toegankelijke, duurzame en objectieve manier wordt weergegeven. Tekens zijn derhalve toegestaan in iedere gepaste vorm, rekening houdende met de algemeen beschikbare technologie, en stellen de bevoegde autoriteiten en het publiek op basis van de voorstelling in staat nauwkeurig en duidelijk kunnen te bepalen wat juist het voorwerp van bescherming is. [Am. 3]

(10)  De huidige bepalingen van Verordening (EG) nr. 207/2009 blijven in gebreke om oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen dezelfde graad van bescherming te bieden als andere instrumenten van Unierecht. Het is dan ook noodzakelijk de absolute weigeringsgronden betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen te verduidelijken en ervoor te zorgen dat deze volledig in overeenstemming zijn met het desbetreffende Unierecht voor bescherming van deze intellectuele-eigendomsrechten. Ter wille van de samenhang met andere Uniewetgeving moet het toepassingsgebied van deze absolute gronden uitgebreid worden en zich eveneens uitstrekken tot beschermde traditionele aanduidingen voor wijn en gegarandeerde traditionele specialiteiten.

(11)  Merken die worden aangevraagd in een schrift of een taal die in de Unie niet wordt begrepen, verdienen geen bescherming indien bij de vertaling of de transcriptie in een officiële taal van een lidstaat inschrijving moet worden geweigerd op absolute gronden.

(12)  Oneerlijke toe-eigening van merken moet moeilijker worden gemaakt door meer mogelijkheden te bieden om oppositie in te stellen tegen te kwader trouw aangevraagde EU-merken.

(13)  Om een sterke bescherming van rechten te handhaven voor op het niveau van de Unie beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, dient te worden verduidelijkt dat deze rechten de bevoegdheid verlenen om oppositie in te stellen tegen de inschrijving van een later Europees merk EU-merk, ongeacht of er al dan niet weigeringsgronden bestaan die bij het ambtshalve onderzoek in aanmerking moeten worden genomen.

(14)  Omwille van de rechtszekerheid en met het oog op volledige overeenstemming met het voorrangsbeginsel volgens hetwelk een vroeger ingeschreven merk voorrang heeft op later ingeschreven merken, moet worden bepaald dat de handhaving van door een Europees merk EU-merk verleende rechten geen afbreuk mag doen aan rechten die houders vóór de datum van indiening of de datum van voorrang hebben verkregen. Dit is in overeenstemming met artikel 16, lid 1, van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom van 15 april 1994(9).

(15)  Ter wille van de rechtszekerheid en ter verduidelijking moet worden bepaald dat niet alleen in geval van overeenstemming maar ook ingeval een identiek teken voor identieke waren of diensten wordt gebruikt, bescherming aan een Europees merk moet worden verleend, alleen indien en voor zover de belangrijkste functie van het Europees merk, namelijk het waarborgen van de commerciële herkomst van de waren of diensten, wordt aangetast. [Am. 4]

(16)  Over de commerciële oorsprong van de waren of diensten kan zich verwarring voordoen wanneer een onderneming hetzelfde of een soortgelijk teken op zodanige wijze als handelsnaam gebruikt dat er een verband wordt gelegd tussen de onderneming die de naam draagt, en de waren of diensten die van die onderneming afkomstig zijn. Derhalve is eveneens sprake van inbreuk op een Europees merk EU-merk ingeval het teken als handelsnaam of soortgelijke aanduiding wordt gebruikt, voor zover dit gebruik bedoeld is om waren of diensten te onderscheiden met betrekking tot hun commerciële oorsprong.

(17)  Omwille van de rechtszekerheid en met het oog op volledige overeenstemming met specifieke wetgeving van de Unie moet worden bepaald dat de houder van een Europees merk EU-merk het recht moet hebben een derde partij te verbieden gebruik te maken van een teken in vergelijkende reclame wanneer deze reclame in strijd is met Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad(10).

(18)  Om de bescherming van het merk te verbeteren en de strijd tegen namaak daadwerkelijk te versterken, en onverminderd de WTO-regels, in het bijzonder artikel V van de GATT over vrijheid van doorvoer, moet de houder van een Europees merk EU-merk derden kunnen verhinderen om waren in het douanegebied van de Unie binnen te brengen zonder dat deze in de vrije handel worden gebracht, wanneer deze waren uit derde landen afkomstig zijn en zonder toestemming een merk dragen dat in wezen gelijk is aan het voor deze waren ingeschreven Europees merk EU-merk. Dit dient geen afbreuk te doen aan de vlotte doorvoer van generische geneesmiddelen, overeenkomstig de internationale verplichtingen van de Europese Unie, met name zoals weergegeven in de door de WTO-ministerconferentie op 14 november 2001 in Doha aangenomen verklaring over de TRIPs-Overeenkomst en de volksgezondheid. [Am. 115]

(18 bis)  De houder van een EU-merk moet het recht hebben om de nodige juridische stappen te ondernemen, o.a. het recht om de nationale douaneautoriteiten te verzoeken goederen die beweerdelijk inbreuk maken op zijn rechten te onderwerpen aan maatregelen zoals inbeslagname of vernietiging overeenkomstig Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad(11). [Am. 6]

(18 ter)  Artikel 28 van Verordening (EU) nr. 608/2013 bepaalt dat op een rechthebbende jegens de houder van de goederen een schadevergoedingsplicht kan komen te rusten, onder meer wanneer later blijkt dat de bewuste goederen geen inbreuk vormen op een intellectueel eigendomsrecht. [Am. 7]

(18 quater)  De lidstaten nemen de juiste maatregelen om te zorgen voor een vlotte doorvoer van generieke geneesmiddelen. Daarom heeft de houder van een EU-merk niet het recht derden te verhinderen in het kader van commerciële activiteiten waren binnen te brengen in het douanegebied van de lidstaat op grond van een vermeende of feitelijke gelijkenis tussen de internationale generieke benaming (INN) voor het werkzame bestanddeel in het geneesmiddel en een ingeschreven merk. [Am. 8]

(19)  Om doelmatiger op te treden tegen het binnenbrengen van goederen die inbreuk maken op de wetgeving namaakgoederen, in het bijzonder wanneer deze goederen in kleine zendingen zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 608/2013 over het internet worden verkocht, moet de houder van een geldig geregistreerd EU-merk het recht hebben de invoer van dergelijke goederen in de Unie te verbieden wanneer het alleen de verzender van de waren namaakwaren is die commerciële doeleinden nastreeft met commercieel oogmerk handelt. Wanneer dergelijke maatregelen worden genomen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen of entiteiten die de goederen hebben besteld, worden geïnformeerd over de motieven voor die maatregelen, alsook over hun wettelijke rechten ten aanzien van de verzender. [Am. 9]

(20)  Om houders van Europese merk EU-merken in staat te stellen namaak daadkrachtiger te bestrijden, moet hun het recht worden verleend het aanbrengen van een inbreuk makend merk of voorbereidende handelingen die daaraan voorafgaan, te verbieden.

(21)  De exclusieve rechten die door een Europees merk EU-merk worden verleend, mogen er niet toe leiden dat de houder het gebruik kan verbieden van tekens of aanduidingen die op billijke wijze en in overeenstemming met eerlijke gebruiken in nijverheid en handel worden gebruikt. Om in geval van conflict gelijke voorwaarden te creëren voor handelsnamen en merken, rekening houdend met het feit dat aan handelsnamen gewoonlijk onbeperkte bescherming tegen latere merken wordt verleend, moet een dergelijk gebruik geacht worden alleen het gebruik van de eigen persoonsnaam te omvatten. Verder moet ook sprake zijn van gebruik van beschrijvende of niet-onderscheidende aanduidingen in het algemeen. Bovendien mag de houder niet het recht krijgen het algemeen billijk en eerlijk gebruik van het Europees merk EU-merk te verbieden wanneer dit gebruik bedoeld is ter identificatie of aanduiding van waren of diensten zoals die van de houder.

(22)  Omwille van de rechtszekerheid en ter vrijwaring van legitiem verkregen rechten op het merk is het raadzaam en noodzakelijk te bepalen, zonder afbreuk te doen aan het beginsel dat een later merk niet kan worden tegengeworpen aan een ouder merk, dat houders van Europese merken EU-merken zich niet kunnen verzetten tegen het gebruik van een later merk indien dit latere merk verkregen werd op een tijdstip waarop de voorrang van het vroegere merk ten aanzien van het latere merk niet kon worden afgedwongen. Bij de controles maken de douaneautoriteiten gebruik van de bevoegdheden en procedures waarin is voorzien door de Uniewetgeving inzake de toepassing van de douanevoorschriften betreffende de intellectuele-eigendomsrechten. [Am. 10]

(23)  Om redenen van billijkheid en rechtszekerheid moet het gebruik van een Europees merk EU-merk in een vorm die in bepaalde onderdelen afwijkt zonder dat het onderscheidende karakter van het merk in de vorm waarin het is ingeschreven, daardoor wordt aangetast, voldoende zijn om de verleende rechten te vrijwaren, ongeacht of het merk zoals het wordt gebruikt, ook in die vorm is ingeschreven.

(24)  Verordening (EG) nr. 207/2009 verleent de Commissie bevoegdheden om uitvoeringsregels voor deze verordening vast te stellen. Ten gevolge van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moeten de op grond van Verordening (EG) nr. 207/2009 aan de Commissie verleende bevoegdheden worden aangepast aan artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(25)  Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(26)  Om een efficiënte inschrijving van rechtsinstrumenten betreffende het Europees merk EU-merk als vermogensbestanddeel te verzekeren en volledige transparantie van het register van Europese merken te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van een aantal verplichtingen van de aanvrager met betrekking tot specifieke merken, de procedures voor de vermelding van de overgang van Europese merk EU-merken, de creatie en de overgang van een zakelijk recht, de gedwongen tenuitvoerlegging, de betrokkenheid bij een insolventieprocedure en de toekenning of overdracht van een licentie in het register alsmede voor de doorhaling of de wijziging van de desbetreffende vermeldingen.

(27)  Gelet op de geleidelijke vermindering en het zeer beperkte aantal aanvragen voor gemeenschapsmerken bij de centrale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten van de lidstaten (“diensten van de lidstaten”), moet het alleen maar in het Agentschap nog mogelijk zijn een aanvrage om inschrijving van een Europees merk EU-merk in te dienen.

(28)  Europese merk EU-merkbescherming wordt verleend met betrekking tot specifieke waren en diensten en de aard en het aantal daarvan bepaalt hoe ver de bescherming reikt ten aanzien van de houder van het merk. Daarom is het belangrijk ter wille van de rechtszekerheid en een behoorlijk bestuur dat in Verordening (EG) nr. 207/2009 regels voor de aanduiding en classificatie van waren en diensten worden opgenomen. Het is dan ook noodzakelijk dat de waren en diensten waarvoor bescherming door middel van een merk wordt aangevraagd, door de aanvrager voldoende duidelijk en nauwkeurig worden omschreven zodat de bevoegde autoriteiten en de marktdeelnemers louter en alleen op basis van de aanvrage kunnen vaststellen welke draagwijdte de te verkrijgen bescherming aanneemt. Het gebruik van algemene bewoordingen moet zo worden geïnterpreteerd dat hiermee alleen de waren en diensten worden bedoeld die onder de letterlijke betekenis van het woord vallen. Houders van Europese merk EU-merken, die wegens de vroegere praktijk van het Agentschap voor een volledige hoofdklasse van de classificatie van Nice zijn ingeschreven, moeten de mogelijkheid krijgen hun omschrijving van waren en diensten aan te passen zodat wordt gewaarborgd dat de inhoud van het register in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie aan de vereisten inzake duidelijkheid en nauwkeurigheid voldoet.

(29)  Om te voorzien in een doeltreffende en efficiënte regeling voor het indienen van aanvragen van Europese merkEU-merken, inclusief de aanvragen op grond van voorrang of anciënniteit, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de regels en procedures voor de indiening van een aanvrage om een Europees merk EU-merk, de formele voorwaarden voor de aanvrage, de inhoud van de aanvrage, het soort indieningstaks, alsmede de procedures voor de controle van de wederkerigheid, de regels om aanspraak te maken op voorrang van een vroegere aanvrage, voorrang in geval van tentoonstelling en anciënniteit van een nationaal merk. [Am. 11]

(30)  De huidige regeling voor recherche naar Europese merk EU-merken en nationale merken is niet betrouwbaar en niet efficiënt. Zij moet daarom worden vervangen door een regeling waarbij exhaustieve, snelle en krachtige zoekrobots voor vrij gebruik door het publiek beschikbaar worden gesteld in een vorm van samenwerking tussen het Agentschap en de diensten van de lidstaten.

(31)  Om ervoor te zorgen dat het Agentschap de aanvragen om Europese merkEU-merken doeltreffend, efficiënt en snel onderzoekt en registreert met gebruik van procedures die transparant, degelijk, eerlijk en billijk zijn, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de procedures voor het toezicht op de naleving van de voorschriften betreffende de datum van indiening en van de formele voorwaarden voor een aanvrage, de controle van de betaling van de taksen en het onderzoek van de absolute weigeringsgronden, de regels betreffende de publicatie van de aanvrage, de procedures voor de correctie van fouten en vergissingen in publicaties van aanvragen, de procedures met betrekking tot opmerkingen van derden, de oppositieprocedure, de procedures voor de indiening en het onderzoek van een oppositie en voor de wijziging en de afsplitsing van een aanvrage, de gegevens die in het register moeten worden vermeld bij de inschrijving van een Europees merk EU-merk, de wijze van publicatie van de inschrijving en de inhoud en de regels voor de afgifte van een inschrijvingsbewijs.

(32)  Om de vernieuwing van Europese merkEU-merken doeltreffend en efficiënt te laten verlopen en om de bepalingen inzake wijziging en afsplitsing van een Europees merk EU-merk in de praktijk veilig te kunnen toepassen zonder afbreuk te doen aan de rechtszekerheid, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de regels procedure voor de vernieuwing van een Europees merk EU-merk en de procedures voor de wijziging en afsplitsing van een Europees merk EU-merk. [Am. 12]

(33)  Om de houder van een Europees merk EU-merk in staat te stellen gemakkelijk afstand te doen van een Europees merk EU-merk met inachtneming van de rechten van derden die met betrekking tot dat merk in het register zijn ingeschreven, en om ervoor te zorgen dat een Europees merk EU-merk op doeltreffende en efficiënte wijze vervallen of nietig kan worden verklaard door middel van transparante, gedegen, eerlijke en billijke procedures, en om rekening te houden met de in deze verordening vastgestelde beginselen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de procedure voor afstand van een Europees merk EU-merk en van de procedures voor de vervallen- en nietigverklaring daarvan.

(34)  Om een doeltreffende, efficiënte en volledige herziening van beslissingen van het Agentschap door de kamers van beroep mogelijk te maken door middel van transparante, gedegen, eerlijke en billijke procedures met inachtneming van de in Verordening (EG) nr. 207/2009 neergelegde beginselen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de inhoud van het beroepsschrift, de procedure voor de indiening en het onderzoek van het beroep, de inhoud en de vorm van de beslissingen van de kamer van beroep en de terugbetaling van de beroepstaksen.

(35)  Als aanvulling op de huidige regeling inzake collectieve gemeenschapsmerken en om de bestaande scheeftrekking tussen de nationale stelsels en het Europese merkEU-merkenstelsel te verhelpen, moet een reeks specifieke bepalingen voor bescherming van Europese kwaliteitsmerken worden ingevoerd zodat de certificatie-instelling of ‑organisatie zijn aangesloten leden de mogelijkheid kan bieden het merk te gebruiken als teken voor waren of diensten die aan de certificatievoorschriften voldoen.

(35 bis)  Teneinde het gehele registratiesysteem beter te laten functioneren en te bewerkstelligen dat merken niet worden geregistreerd wanneer er absolute weigeringsgronden voorhanden zijn, met name waar het een beschrijvend of niet-onderscheidend merk betreft, of wanneer het merk tot misleiding van het publiek zou kunnen leiden, bijvoorbeeld ten aanzien van de aard, de kenmerken of de geografische oorsprong van de waren of diensten, moeten derden bij de centrale diensten voor de industriële eigendom van de lidstaten schriftelijke opmerkingen kunnen indienen om aan te geven welke absolute gronden er voorhanden zijn om registratie te verhinderen. [Am. 13]

(36)  Om een doeltreffend en efficiënt gebruik van Europese collectieve merken en kwaliteitsmerken mogelijk te maken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de termijnen waarbinnen formele inhoud van de regels voor het gebruik van deze merken en de inhoud daarvan moeten worden ingediend. [Am. 14]

(37)  Uit de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van het huidige stelsel van gemeenschapsmerken, is gebleken dat een aantal aspecten van de procedure vatbaar zijn voor verbetering. Er moeten dan ook een aantal maatregelen worden genomen om de procedures waar passend te vereenvoudigen en te versnellen en de rechtszekerheid en voorspelbaarheid waar nodig te verbeteren.

(38)  Om te komen tot een vlotte, doeltreffende en efficiënte werking van het Europese merkEU-merkenstelsel, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de voorschriften betreffende de vorm van beslissingen, de mondelinge procedure en de wijze van bewijsvoering, de regels voor de kennisgeving, de procedure voor het vaststellen van verlies van rechten, de communicatiemiddelen en de formulieren die door de partijen in de procedure moeten worden gebruikt, de regels betreffende de berekening en de duur van de termijnen, de procedures voor de herroeping van een beslissing of voor de doorhaling van een vermelding in het register en voor de correctie van kennelijke vergissingen in beslissingen en de rechtzetting van vergissingen van het Agentschap, de regels voor de onderbreking van de procedure en de procedures betreffende de verdeling en vaststelling van de kosten, de gegevens die in het register moeten worden vermeld, de regels betreffende de openbare inzage in dossiers en betreffende de bewaring daarvan, de wijze van publicatie in het Blad van Europese merkEU-merken en in het Publicatieblad van het Agentschap, de regels voor de administratieve samenwerking tussen het Agentschap en de autoriteiten van lidstaten en de wijze van vertegenwoordiging voor het Agentschap. [Am. 15]

(39)  Omwille van de rechtszekerheid en met het oog op een grotere transparantie is het aangewezen alle taken van het Agentschap duidelijk te omschrijven, ook de taken die geen verband houden met het beheer van het Europese merkenstelsel.

(40)  Om de convergentie van praktijken te bevorderen en gemeenschappelijke instrumenten te ontwikkelen, moet een passend kader voor samenwerking tussen het Agentschap en de diensten van de lidstaten worden opgesteld. Hierin moeten de voornaamste gebieden van samenwerking duidelijk worden afgebakend en moet het Agentschap in staat worden gesteld om de desbetreffende projecten van gemeenschappelijk belang voor de Unie te coördineren en deze projecten binnen de grenzen van een maximumbedrag te financieren door middel van subsidies. Deze samenwerking moet een gunstige weerslag hebben op ondernemingen die gebruik maken van de merkenstelsels in Europa de Unie. Gebruikers van het bij deze Verordening (EG) nr. 207/2009 vastgestelde merkenstelsel van de Unie moeten in de gemeenschappelijke projecten en met name de gegevensbanken die gebruikt worden voor recherche en raadpleging kosteloos beschikbare, bijkomende gemakkelijk toegankelijke en efficiënte en kosteloos beschikbare instrumenten vinden zodat zij kunnen voldoen aan de specifieke voorwaarden van het Europees merk EU-merk, namelijk dat dit merk een eenheid vormt. De lidstaten mogen echter niet worden verplicht de resultaten van dergelijke gemeenschappelijke projecten in praktijk te brengen. Het is weliswaar van belang dat alle partijen bijdragen aan het welslagen van gemeenschappelijke projecten, met name door optimale praktijken en ervaringen uit te wisselen, want alle lidstaten de strikte verplichting opleggen om de resultaten van gemeenschappelijke projecten in praktijk te brengen – ook al is een lidstaat bijvoorbeeld van oordeel dat hij reeds over een beter IT- of soortgelijk instrumentarium beschikt – zou noch proportioneel, noch in het belang van de gebruikers zijn. [Am. 16]

(41)  Bepaalde beginselen met betrekking tot het bestuur van het Agentschap moeten worden aangepast aan de gemeenschappelijke aanpak over de gedecentraliseerde agentschappen, die het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in juli 2012 hebben vastgesteld.

(42)  Met het oog op een grotere rechtszekerheid en een betere transparantie is het onontbeerlijk dat een aantal bepalingen betreffende de organisatie en de werking van het Agentschap worden geactualiseerd.

(43)  In het belang van een gezond financieel beheer moet worden vermeden dat de begrotingsoverschotten te groot worden. Dit kan echter niet in de weg staan dat het Agentschap een financiële reserve aanhoudt die overeenstemt met één jaar van zijn operationele uitgaven, zodat de continuïteit van zijn werking en de uitvoering van zijn taken verzekerd blijft.

(44)  Om een doeltreffende en efficiënte omzetting van een aanvrage of inschrijving voor een Europees merk EU-merk in een aanvrage voor een nationaal merk mogelijk te maken en een grondig onderzoek van de desbetreffende voorschriften te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de formele voorwaarden waaraan een verzoek om omzetting moet voldoen, en van de regels voor het onderzoek en de publicatie ervan.

(44 bis)  De vergoedingenstructuur is vastgelegd bij Verordening (EG) nr. 2869/95 van de Commissie(12). De vergoedingenstructuur vormt echter een centraal aspect van de werking van het merkenstelsel van de Unie, en is sinds de instelling ervan slechts tweemaal herzien, en dan nog maar pas nadat er een zeer intensieve politieke discussie aan was voorafgegaan. Daarom moet de vergoedingenstructuur rechtstreeks bij Verordening (EG) nr. 207/2009 worden gereguleerd. Derhalve moet Verordening (EG) nr. 2869/95 worden ingetrokken en moeten de in Verordening (EG) nr. 2868/95 van de Commissie(13) vervatte bepalingen betreffende de vergoedingenstructuur worden geschrapt. [Am. 17]

(45)  Om een doeltreffende en efficiënte methode voor geschillenbeslechting te verzekeren, te komen tot en om consistentie met de talenregeling van Verordening (EG) nr. 207/2009, snelle afhandeling van beslissingen in zaken betreffende over een eenvoudig onderwerp alsmede doeltreffende en efficiënte organisatie van de kamers van beroep en om de door het Agentschap aan te rekenen taksen op een passend en realistisch niveau vast te stellen met te waarborgen, onder inachtneming van de in Verordening (EG) nr. 207/2009 neergelegde begrotingsbeginselen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de voor het Agentschap te gebruiken talen, de gevallen waarin beslissingen inzake oppositie en doorhaling door één lid moeten worden genomen, de regeling voor inzake de organisatie van de kamers van beroep, de bedragen van de aan het Agentschap te betalen taksen en de regels voor de betaling ervan van taksen. [Am. 18]

(46)  Om een doeltreffende en efficiënte inschrijving van internationale merken te verzekeren die volledig overeenstemt met de regels van het protocol van de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de procedureregels betreffende de internationale inschrijving van merken.

(46 bis)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad(14) en heeft op 11 juli 2013 een advies uitgebracht(15). [Am. 19]

(47)  Verordening (EG) nr. 207/2009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 207/2009 wordt als volgt gewijzigd:

(1)  in de titel wordt “Gemeenschapsmerk” vervangen door “Europees merk EU-merk”;

(2)  in de gehele verordening wordt het woord “Gemeenschapsmerk” vervangen door “Europees merkEU-merk” en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht; [Am. 20 Dit amendement geldt voor de gehele tekst.]

(3)  in de gehele verordening worden de woorden “rechtbank voor het Gemeenschapsmerk” vervangen door “rechtbank voor het Europees merk EU-merk” en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht; [Am. 21 Dit amendement geldt voor de gehele tekst.]

(4)  in de gehele verordening worden de woorden “collectief Gemeenschapsmerk” vervangen door “Europees collectief merk EU-merk” en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht; [Am. 22 Dit amendement geldt voor de gehele tekst]

(5)  in de gehele verordening, behalve in de in punten 2), 3) en 4) bedoelde gevallen, worden de woorden “Gemeenschap”, “Europese Gemeenschap” en “Europese Gemeenschappen” vervangen door “Unie” en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht;

(6)  in de gehele verordening wordt het woord “Bureau”, voor zover hiermee naar het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt verwezen, vervangen door “Agentschap” en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht;

(7)  in de gehele verordening wordt het woord “voorzitter” vervangen door “uitvoerend bestuurder” en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht;

(8)  artikel 2 wordt vervangen door:"

“Artikel 2

Agentschap

1.  Er wordt een Agentschap voor merken, tekeningen en modellen het intellectuele eigendom van de Europese Unie ingesteld, hierna "het Agentschap" te noemen. [Am. 23 Dit amendement geldt voor de gehele tekst.]

2.  Alle verwijzingen in het recht van de Unie naar het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) worden gelezen als verwijzingen naar het Agentschap.”;

"

(9)  artikel 4 wordt vervangen door:"

“Artikel 4

Tekens die een Europees merk EU-merk kunnen vormen

Europese merken EU-merken kunnen worden gevormd door alle tekens, met name woorden, met inbegrip van namen van personen, tekeningen, letters, cijfers, kleuren als zodanig, vormen van waren of van verpakking, of geluiden, mits deze, met gebruikmaking van een algemeen toegankelijke technologie,

   a) de waren of diensten van een onderneming kunnen onderscheiden; en
   b) vatbaar zijn voor een zodanige voorstelling dat in het register van EU-merken kunnen worden weergegeven op een wijze die de bevoegde autoriteiten en het publiek in staat zijn nauwkeurig te bepalen wat stelt het specifieke en precieze voorwerp is van de aan de houder ervan verleende bescherming vast te stellen."; [Am. 24]

"

(10)  artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 worden de punten j) en k) vervangen door:"

“j) merken die van inschrijving uitgesloten zijn en niet verder mogen worden gebruikt overeenkomstig wetgeving van de Unie of internationale overeenkomsten waarbij de Unie partij is, welke voorzien in bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen;

   k) merken die van inschrijving uitgesloten zijn overeenkomstig wetgeving van de Unie of internationale overeenkomsten waarbij de Unie partij is, welke voorzien in bescherming van gedistilleerde dranken, traditionele aanduidingen voor wijn en gegarandeerde traditionele specialiteiten;
   l) merken die geheel of gedeeltelijk bestaan uit een oudere rasbenaming geregisteerd overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 2100/94 van de Raad*;[Am. 25]

_________________

* Verordening (EG) Nr. 2100/94* van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht met betrekking tot hetzelfde soort product (PB L 227 van 1.9.1994, blz. 1.”;

"

b)  lid 2 wordt vervangen door:"

“2. Lid 1 is ook van toepassing indien de weigeringsgronden slechts bestaan:

   a) in een deel van de Unie; in een deel van de Unie;
   b) wanneer een in een vreemde taal of een vreemd schrift gevormd merk wordt vertaald of getranscribeerd in een schrift of een officiële taal van een lidstaat."; [Am. 26]

"

(11)  artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 3 wordt vervangen door:"

“3. Na oppositie door de houder wordt de inschrijving van een merk geweigerd:

   a) wanneer deze door de gemachtigde of de vertegenwoordiger van de houder op eigen naam en zonder toestemming van de houder wordt aangevraagd, tenzij de gemachtigde of vertegenwoordiger zijn handelwijze rechtvaardigt; dan wel [Am. 27]
   b) wanneer het merk kan worden verward met een ouder merk dat buiten de Unie wordt beschermd, op voorwaarde dat het oudere merk op de datum van aanvrage nog normaal werd gebruikt en de aanvrager te kwader trouw was.”;

"

b)  in lid 4 wordt de aanhef vervangen door:"

“4. Na oppositie door de houder van een niet-ingeschreven merk of een ander in het economisch verkeer gebruikt teken van meer dan alleen plaatselijke betekenis, wordt de inschrijving van het aangevraagde merk geweigerd wanneer en voor zover krachtens het Unierecht dat voorziet in bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, of het voor dat teken geldende recht van de lidstaat:”

"

a)  lid 5 wordt vervangen door:"

“5. Na oppositie door de houder van een ouder ingeschreven merk in de zin van lid 2 wordt de inschrijving van het aangevraagde merk eveneens geweigerd wanneer het gelijk is aan of overeenstemt met het oudere merk, ongeacht of de waren of diensten waarvoor de inschrijving wordt aangevraagd, gelijk zijn aan of al dan niet overeenstemmen met die waarvoor het oudere merk is ingeschreven, wanneer het in geval van een ouder Europees merk EU-merk een in de Unie bekend merk betreft, of in geval van een ouder nationaal merk, het een in de betrokken lidstaat bekend merk betreft, en wanneer door het gebruik zonder geldige reden van het aangevraagde merk ongerechtvaardigd voordeel wordt gehaald uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het oudere merk.”;

"

(12)  artikel 9 wordt vervangen door:"

“Artikel 9

Rechten verbonden aan het Europees merk EU-merk

1.  De inschrijving van een Europees merk EU-merk geeft de houder een uitsluitend recht.

2.  Onverminderd de rechten die houders vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van het Europees merk EU-merk hebben verkregen, heeft de houder van een Europees merk EU-merk het recht iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economische verkeer voor waren en diensten te verbieden wanneer:

   a) het teken gelijk is aan het Europees merk EU-merk en wordt gebruikt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het Europees merk EU-merk is ingeschreven, en wanneer dit gebruik een nadelige invloed heeft of kan hebben op de functie van het Europees merk inzake het waarborgen van de herkomst van de waren of diensten ten aanzien van de consumenten;
   b) letter a) onverlet latend, het teken gelijk is aan of overeenstemt met het Europees merk EU-merk en wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het Europees merk EU-merk is ingeschreven, indien daardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan; verwarring omvat het gevaar van associatie met het merk;
   c) het teken gelijk is aan of overeenstemt met het Europees merk EU-merk ongeacht of het wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan, overeenstemmen met of niet overeenstemmen met die waarvoor het Europees merk EU-merk is ingeschreven, wanneer het een in de Unie bekend merk betreft en wanneer door het gebruik zonder geldige reden van het teken ongerechtvaardigd voordeel wordt gehaald uit of afbreuk gedaan wordt aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het Europees merk EU-merk .

3.  Krachtens lid 2 kan met name worden verboden:

   a) het aanbrengen van het teken op de waren of op de verpakking;
   b) het aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben van waren of het aanbieden of verrichten van diensten onder dit teken;
   c) het invoeren of uitvoeren van waren onder het teken;
   d) het gebruik van het teken als handelsnaam of als gedeelte van een handels- of bedrijfsnaam;
   e) het gebruik van het teken in stukken voor zakelijk gebruik en in advertenties;
   f) het gebruik van het teken in vergelijkende reclame op een wijze die strijdig is met Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad*.

4.  De houder van een Europees merk EU-merk heeft ook het recht de in lid 3, onder c), bedoelde invoer in de Unie van goederen in kleine zendingen zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad** te verbieden wanneer alleen de verzender van de goederen commerciële doeleinden heeft met commercieel oogmerk handelt en wanneer deze goederen, met inbegrip van verpakking, zonder toestemming een merk dragen dat gelijk is aan het voor deze goederen ingeschreven EU-merk of dat in zijn belangrijkste onderdelen niet van dat EU-merk kan worden onderscheiden. Wanneer dergelijke maatregelen worden genomen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen of entiteiten die de goederen hebben besteld, worden geïnformeerd over de motieven voor die maatregelen, alsook over hun wettelijke rechten ten aanzien van de verzender.

5.  Onverminderd de WTO-regels, in het bijzonder artikel V van de GATT over vrijheid van doorvoer, heeft de houder van een Europees merk heeft EU-merk eveneens het recht derden te verhinderen in het kader van commerciële activiteiten waren in het douanegebied van de Unie binnen te brengen zonder dat deze daar in de vrije handel worden gebracht, wanneer deze waren, met inbegrip van verpakking, uit derde landen afkomstig zijn en zonder toestemming een merk dragen dat gelijk is aan het voor deze waren ingeschreven Europees merk EU-merk of in zijn belangrijkste onderdelen niet van dat merk kan worden onderscheiden.; [Ams. 28 en 116]

________________________

* Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 21).

** Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PB L 181 van 28.6.2013, blz. 15)."

"

(13)  de volgende artikelen worden ingevoegd:"

“Artikel 9 bis

Inbreuk op de rechten van de houder door gebruik van vormgevende elementen, verpakking of andere middelen

Wanneer er gevaar bestaat dat de aanbiedingsvorm, verpakking of andere middelen waarop het merk is aangebracht, voor waren of diensten zullen worden gebruikt en het gebruik voor deze waren of diensten een inbreuk zou vormen op de rechten van de houder overeenkomstig artikel 9, leden 2 en 3, heeft de houder van een Europees merk EU-merk het recht het volgende te verbieden:

   a) het in het economisch verkeer aanbrengen van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met het Europees merk EU-merk, op een aanbiedingsvorm, verpakking of andere middelen waarop het merk kan worden aangebracht;
   b) het aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben, of het invoeren of uitvoeren van aanbiedingsvormen, verpakkingen of andere middelen waarop het merk is aangebracht.

Artikel 9 ter

Datum waarop rechten tegenover derden gelden

1.  Op de aan het Europees merk EU-merk verbonden rechten kan tegenover derden een beroep worden gedaan vanaf de datum van publicatie van de inschrijving van het merk.

2.  Er kan een redelijke vergoeding worden verlangd wegens feiten die na de publicatie van een aanvrage om een Europees merk EU-merk hebben plaatsgevonden, wanneer deze feiten na de publicatie van de inschrijving van het merk krachtens deze publicatie verboden zouden zijn.

3.  De rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, doet geen uitspraak over de zaak zelf voordat de inschrijving is gepubliceerd.”;

"

(14)  artikel 12 wordt vervangen door:"

“Artikel 12

Beperking van de aan het Europees merk EU-merk verbonden rechtsgevolgen

1.  Het Europees merk EU-merk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van:

   a) diens naam of adres;
   b) tekens of aanduidingen die geen onderscheidend vermogen hebben of die betrekking hebben op soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of van verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten;
   c) het merk ten behoeve van de identificatie van of de verwijzing naar waren of diensten als die van de houder van het merk, in het bijzonder wanneer het gebruik van het merk:
   (i) noodzakelijk is om de bestemming van een product of dienst met name als accessoire of reserveonderdeel aan te duiden.
   (ii) plaatsvindt in het kader van vergelijkende reclame onder inachtneming van de in Richtlijn 2006/114/EG bepaalde voorwaarden;
   (iii) plaatsvindt om de aandacht van de consument te vestigen op de wederverkoop van authentieke goederen die oorspronkelijk zijn verkocht door of met toestemming van de houder van het merk;
   (iv) plaatsvindt om een legitiem alternatief te bieden voor de waren of diensten van de houder van het merk;
   (v) plaatsvindt bij wijze van karikatuur, artistieke expressie, kritiek of commentaar.

De eerste alinea Dit lid is alleen van toepassing wanneer het gebruik door een derde in overeenstemming is met eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.

2.  Het gebruik door een derde wordt geacht niet in overeenstemming met eerlijke gebruiken te zijn met name in de volgende gevallen:

   a) wanneer indien het de indruk wekt dat er een zakelijke band bestaat tussen de derde en de houder van het merk;
   b) wanneer indien het op ongerechtvaardigde wijze voordeel haalt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.

2bis.  Het aan het merk verbonden recht staat de houder niet toe een derde te verbieden om het merk met een geldige reden te bezigen voor enig niet-commercieel gebruik daarvan.

2ter.  Het aan het merk verbonden recht staat de houder niet toe een derde te verbieden om in het economische verkeer gebruik te maken van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis, wanneer dat recht erkend is door de wetgeving van de betrokken lidstaat en binnen de grenzen van het grondgebied waarin het erkend wordt.". [Am. 29]

"

(15)  In artikel 13, lid 1, worden de woorden “in de Gemeenschap” wordt vervangen door “in de Europese Economische Ruimte";"

"1. Het aan het EU-merk verbonden recht staat de houder niet toe het gebruik daarvan te verbieden voor waren die onder dit merk door de houder of met zijn toestemming in de Europese Economische Ruimte in de handel zijn gebracht."; [Am. 30]

"

(16)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 13 bis

Recht van de houder van een later ingeschreven merk om tussen te komen als verweer in een vordering wegens inbreuk

1.  In een vordering wegens inbreuk heeft de houder van een Europees merk EU-merk niet het recht het gebruik van een later ingeschreven Europees merk EU-merk te verbieden wanneer dit later ingeschreven merk overeenkomstig artikel 53, leden 3 en 4, artikel 54, leden 1 en 2, en artikel 57, lid 2, niet nietig kan worden verklaard.

2.  In een vordering wegens inbreuk heeft de houder van een Europees merk EU-merk niet het recht het gebruik van een later ingeschreven nationaal merk te verbieden wanneer dit later ingeschreven nationaal merk overeenkomstig artikel 8, artikel 9, leden 1 en 2, en artikel 48, lid 3, van Richtlijn [xxx] niet nietig kan worden verklaard.

3.  Wanneer de houder van een Europees merk EU-merk overeenkomstig de leden 1 en 2 niet het recht heeft het gebruik van een later ingeschreven merk te verbieden, heeft de houder van dit later ingeschreven merk in een vordering wegens inbreuk niet het recht het gebruik van dit oudere Europees merk EU-merk te verbieden.”;

"

(17)  in artikel 15, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:"

“Als gebruik in de zin van de eerste alinea wordt eveneens beschouwd:

   a) het gebruik van het Europees merk EU-merk in een gedeeltelijk afwijkende vorm die het onderscheidend vermogen van het merk in de vorm waarin het is ingeschreven, niet wijzigt, ongeacht of het merk in de vorm zoals het wordt gebruikt, al dan niet is ingeschreven;
   b) het aanbrengen van het Europees merk EU-merk op waren of verpakking ervan in de Unie, uitsluitend met het oog op uitvoer.”;

"

(18)  in artikel 16, lid 1, wordt de aanhef vervangen door:"

“1. Tenzij in de artikelen 17 tot en met 24 anders is bepaald, wordt het Europees merk EU-merk als vermogensbestanddeel in zijn geheel en voor het gehele grondgebied van de Unie beschouwd als een nationaal merk dat is ingeschreven in de lidstaat waar volgens het register van Europese merkEU-merken (hierna “het register"):”;

"

(19)  artikel 17, lid 4, wordt geschrapt;

(20)  artikel 18 wordt vervangen door:"

“Artikel 18

Overgang van een merk ingeschreven op naam van een gemachtigde

1.  Wanneer een Europees merk EU-merk zonder machtiging van de merkhouder op naam van de gemachtigde of vertegenwoordiger van de merkhouder is ingeschreven, heeft deze laatste het recht overgang van het Europees merk EU-merk te zijnen behoeve te vorderen, tenzij de gemachtigde of vertegenwoordiger zijn handelwijze rechtvaardigt.

2.  De merkhouder kan overeenkomstig lid 1 een verzoek om toekenning indienen bij:

   a) het Agentschap, in plaats van een verzoek om nietigverklaring op grond van artikel 53, lid 1, onder b);
   b) een rechtbank voor het Europees merk EU-merk als bedoeld in artikel 95, in plaats van een reconventionele vordering tot nietigverklaring op grond van artikel 100, lid 1.”;

"

(21)  artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:"

“2. Op verzoek van een van de partijen worden de in lid 1 bedoelde rechten of de overgang van deze rechten ingeschreven in het register en gepubliceerd.”;

"

b)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

“3. Een inschrijving in het register overeenkomstig lid 2 wordt op verzoek van een van de partijen doorgehaald of gewijzigd.”;

"

(22)  aan artikel 20 wordt het volgende toegevoegd:"

“4. Een inschrijving in het register overeenkomstig lid 3 wordt op verzoek van een van de partijen doorgehaald of gewijzigd.”;

"

(23)  aan artikel 22 wordt het volgende lid toegevoegd:"

“6. Een inschrijving in het register overeenkomstig lid 5 wordt op verzoek van een van de partijen doorgehaald of gewijzigd.”;

"

(24)  in titel II wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

“AFDELING 5

Delegatie van bevoegdheden

Artikel 24 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de verplichting van de aanvrager om te voorzien in een vertaling of transcriptie in de taal van de aanvrage, als bedoeld in artikel 7, lid 2, onder b);
   b) de procedure voor de inschrijving in het register van de overgang, als bedoeld in artikel 17, lid 5;
   c) de procedure voor de inschrijving in het register van de creatie of de overgang van een zakelijk recht, als bedoeld in artikel 19, lid 2;
   d) de procedure voor de inschrijving in het register van de gedwongen tenuitvoerlegging, als bedoeld in artikel 20, lid 3;
   e) de procedure voor de inschrijving in het register van de betrokkenheid bij een insolventieprocedure, als bedoeld in artikel 21, lid 3;
   f) de procedure voor de inschrijving in het register van de verlening of overdracht van een licentie, als bedoeld in artikel 22, lid 5;
   g) de procedure voor de doorhaling of wijziging van de inschrijving in het register van een zakelijk recht, een gedwongen tenuitvoerlegging of een licentie, als bedoeld in respectievelijk artikel 19, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 22, lid 6.”;

"

(25)  Artikel 25 wordt vervangen door:"

“Artikel 25

Indiening van de aanvrage

De aanvrage om een Europees merk EU-merk wordt ingediend bij het Agentschap.”;

"

(26)  Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt punt d) vervangen door:"

“d een afbeelding van het merk die aan de in artikel 4, onder b), bedoelde vereisten voldoet.”;

"

a bis)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. Bij de aanvrage om een EU-merk moet een indieningstaks worden betaald. Deze indieningstaks omvat:

   a) de basistaks;
   b) een klassetaks voor elke klasse boven degene waarin de waren of diensten overeenkomstig regel 28 gerangschikt worden;
   c) in voorkomend geval, de in artikel 38, lid 2, bedoelde taks voor de recherche.

De aanvrager dient de betalingsopdracht voor de indieningstaks uiterlijk op de datum waarop hij de aanvraag indient te verstrekken."; [Am. 31]

"

b)   lid 3 wordt vervangen door:"

“3. Naast de in de leden 1 en 2 bedoelde vereisten voldoet een aanvrage om een Europees merk EU-merk aan de formele voorwaarden die overeenkomstig artikel 35 bis, onder b), worden vastgesteld. Indien deze voorwaarden erin voorzien dat het merk in elektronische vorm wordt weergegeven, kan de uitvoerend bestuurder van het Agentschap het formaat en de maximumafmetingen van dit elektronisch bestand vaststellen.”

"

(27)  Artikel 27 wordt vervangen door:"

“Artikel 27

Datum van indiening

De datum van indiening van de aanvrage om een Europees merk EU-merk is die waarop de aanvrager de documenten met de in artikel 26, lid 1, bedoelde gegevens aan het Agentschap voorlegt, behoudens op voorwaarde dat de opdracht voor de betaling van de indieningstaks waartoe uiterlijk op die datum opdracht moet wordt gegeven binnen 21 dagen nadat de bovenbedoelde documenten voorgelegd zijn gegeven.”; [Am. 32]

"

(28)  Artikel 28 wordt vervangen door:"

“Artikel 28

Aanduiding en indeling van waren en diensten

1.  Waren en diensten waarvoor inschrijving wordt aangevraagd, worden ingedeeld overeenkomstig het classificatiesysteem ingevoerd bij de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken van 15 juni 1957 (hierna “classificatie van Nice”).

2.  Waren en diensten waarvoor bescherming van het merk wordt aangevraagd, worden door de aanvrager voldoende duidelijk en nauwkeurig omschreven zodat de bevoegde autoriteiten en de marktdeelnemers alleen op basis daarvan de draagwijdte van de aangevraagde bescherming kunnen vaststellen. Op basis van de lijst van waren en diensten kan elk artikel in slechts één klasse van de classificatie van Nice worden ingedeeld.

3.  Voor de toepassing van lid 2 kunnen de algemene benamingen van de hoofdklassen van de classificatie van Nice of andere algemene bewoordingen worden gebruikt op voorwaarde dat deze voldoen aan de basisvereisten van duidelijkheid en nauwkeurigheid.

4.  Het Agentschap verwerpt de aanvrage in geval van onduidelijke of onnauwkeurige benamingen of bewoordingen indien de aanvrager geen aanvaardbare formulering voorstelt binnen de daartoe door het Agentschap gestelde termijn.

5.  Het gebruik van algemene bewoordingen, met inbegrip van de algemene benamingen van de hoofdklassen van de classificatie van Nice, wordt geïnterpreteerd als betrekking hebbende op alle waren of diensten die duidelijk onder de letterlijke betekenis van de benamingen of bewoordingen vallen. Het gebruik van deze benamingen of bewoordingen wordt niet geïnterpreteerd als betrekking hebbende op waren of diensten die niet als dusdanig kunnen worden begrepen.

6.  Wanneer de aanvrager verzoekt om inschrijving voor meer dan een klasse, worden moet hij de waren en diensten gegroepeerd groeperen volgens de klassen van de classificatie van Nice, waarbij elke groep wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse waartoe deze groep van waren of diensten behoort, en dient hij ze in de volgorde van de klassen wordt voorgesteld voor te stellen. [Am. 33]

7.  De classificatie van waren en diensten dient uitsluitend voor administratieve doeleinden. Waren en diensten worden niet geacht aan elkaar gelijk te zijn op grond dat zij in dezelfde klasse volgens de classificatie van Nice voorkomen, en waren en diensten worden niet geacht van elkaar te verschillen op grond dat zij in onderscheiden klassen volgens de classificatie van Nice voorkomen.

8.  Houders van vóór 22 juni 2012 aangevraagde Europese merk EU-merken die alleen voor een volledige hoofdklasse van de classificatie van Nice zijn ingeschreven, kunnen verklaren dat zij op de datum van indiening het voornemen hadden bescherming aan te vragen voor meer waren of diensten dan die welke onder de letterlijke betekenis van de hoofdklasse vallen, op voorwaarde dat de aldus aangewezen waren of diensten voorkomen op de alfabetische lijst voor die klasse van de op de datum van indiening geldende versie van de classificatie van Nice. [Am. 34]

De verklaring wordt binnen vier zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening bij het Agentschap ingediend en vermeldt op duidelijke, nauwkeurige en specifieke wijze de andere oorspronkelijk door de houder bedoelde waren en diensten dan die welke duidelijk onder de letterlijke betekenis van de benamingen van de hoofdklassen vallen. Het Agentschap neemt passende maatregelen om het register dienovereenkomstig te wijzigen. Deze mogelijkheid doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 15, artikel 42, lid 2, artikel 51, lid 1, onder a), en artikel 57, lid 2. [Am. 35]

Europese merkEU-merken waarvoor binnen de in de tweede alinea bedoelde termijn geen verklaring is ingediend, worden na afloop van deze termijn geacht alleen betrekking te hebben op de waren en diensten die voor de desbetreffende klasse onder de letterlijke betekenis van de benamingen van de hoofdklasse vallen.

8bis.  Bij wijziging van het register verhinderen de exclusieve rechten die overeenkomstig artikel 9 voortvloeien uit het EU-merk derden niet gebruik te blijven maken van een merk met betrekking tot waren en diensten in zoverre:

   a) het merk voor waren of diensten al in gebruik was genomen voordat het register werd gewijzigd, en
   b) het gebruik van het merk met betrekking tot die waren of diensten geen inbreuk vormde op de rechten van de houder op grond van de letterlijke betekenis van de lijst van waren en diensten die op dat moment waren geregistreerd.

Daarnaast geeft de wijziging van de in het register opgenomen lijst van waren en diensten de houder van het EU-merk het recht bezwaar aan te tekenen tegen of een nietigverklaring aan te vragen van een later aangevraagd merk in zoverre:

   a) het later aangevraagde merk al in gebruik was of de aanvrage om het merk voor waren of diensten in te schrijven, al was ingediend vóór het register werd gewijzigd, en
   b) het gebruik van het merk met betrekking tot die waren of diensten geen inbreuk vormde of zou vormen op de rechten van de houder op grond van de letterlijke betekenis van de lijst van waren en diensten die op dat moment waren geregistreerd."; [Am. 36]

"

(29)  aan artikel 29, lid 5, wordt de volgende zin toegevoegd:"

“Indien nodig vraagt de uitvoerend bestuurder van het Agentschap de Commissie of zij kan te onderzoeken of een staat als bedoeld in de eerste zin deze wederkerige behandeling verleent.”; [Am. 37]

"

(30)  artikel 30 wordt vervangen door:"

“Artikel 30

Beroep op voorrang

1.  Een verzoek om voorrang wordt samen met de aanvrage om een Europees merk EU-merk ingediend en bevat de datum, het nummer en het land van de eerdere aanvrage. De aanvrager dient binnen drie maanden na de datum van indiening een afschrift in van de eerdere aanvrage. Indien de eerdere aanvrage betrekking heeft op een EU-merk, neemt het Agentschap ambtshalve een afschrift van de voorgaande aanvrage op in het dossier. [Am. 38]

2.  De uitvoerend bestuurder van het Agentschap kan bepalen dat de aanvullende informatie en documenten die de aanvrager tot staving van het verzoek om voorrang moet verstrekken, minder moeten omvatten dan wat is voorgeschreven in de krachtens artikel 35 bis, onder d), vastgestelde regels, op voorwaarde dat de voorgeschreven informatie voor het Agentschap beschikbaar is uit andere bronnen.”;

"

(31)  artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

a)  aan lid 1 wordt de volgende zin toegevoegd:"

“Het verzoek om voorrang wordt samen met de aanvrage om het Europees merk EU-merk ingediend.”;

"

b)  lid 2 wordt vervangen door:"

“2. De aanvrager die aanspraak wenst te maken op de voorrang krachtens lid 1, moet bewijzen dat hij de waren of diensten onder het aangevraagde merk heeft tentoongesteld.”;

"

(32)  artikel 34, lid 3, wordt vervangen door:"

“3. De voor het Europees merk EU-merk aangevoerde anciënniteit gaat teniet wanneer het oudere merk waarvoor anciënniteit wordt aangevoerd, nietig of vervallen wordt verklaard. Wanneer het oudere merk vervallen wordt verklaard, gaat de anciënniteit teniet op voorwaarde dat het verval ingaat vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van het Europees merk EU-merk.”;

"

(33)  In titel III wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

“AFDELING 5

Delegatie van bevoegdheden

Artikel 35 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de regels en de procedures voor de indiening van een aanvrage om een Europees merk EU-merk overeenkomstig artikel 25;
   b) de inhoud van de formele aanvrage om een Europees merk EU-merk als bedoeld in artikel 26, lid 1, de soorten voor de aanvrage te betalen taksen als bedoeld in artikel 26, lid 2, met inbegrip van het aantal klassen van waren en diensten waarop deze taksen van toepassing zijn, en de formele voorwaarden voor de aanvrage als bedoeld in artikel 26, lid 3; [Am. 39]
   c) de procedures voor de controle van de wederkerigheid overeenkomstig artikel 29, lid 5;
   d) de procedure en de regels inzake de gegevens en documenten waarmee overeenkomstig artikel 30 om voorrang van een eerdere aanvrage kan worden verzocht;
   e) de procedure en de regels inzake de bewijsstukken waarmee overeenkomstig artikel 33, lid 1, om voorrang in geval van tentoonstelling kan worden verzocht;
   f) de procedure waarmee overeenkomstig artikel 34, lid 1, en artikel 35, lid 1, om anciënniteit van een nationaal merk kan worden verzocht.”;

"

(34)  artikel 36, lid 1, onder b), wordt vervangen door:"

“b) of de aanvrage om een Europees merk EU-merk voldoet aan de in deze verordening gestelde voorwaarden en aan de formele voorwaarden als bedoeld in artikel 26, lid 3.”;

"

(35)  artikel 37, lid 2, wordt geschrapt;

(36)  titel IV, afdeling 2, wordt geschrapt;

(37)  artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

“1. Indien de voorwaarden waaraan de aanvrage om een Europees merk EU-merk moet voldoen, zijn nagekomen, wordt de aanvrage gepubliceerd voor de toepassing van artikel 42, tenzij de aanvrage overeenkomstig artikel 37 is afgewezen. De publicatie van de aanvrage doet geen afbreuk aan informatie die overeenkomstig deze verordening of krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen reeds op een andere wijze aan het publiek beschikbaar is gesteld.”;

"

b)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

“3. Het Agentschap verbetert fouten en vergissingen in de publicatie van de aanvrage.”;

"

(38)  artikel 40 wordt vervangen door:"

“Artikel 40

Opmerkingen van derden

1.  Iedere natuurlijke of rechtspersoon en groepering of instantie die fabrikanten, producenten, dienstverrichters, handelaren of consumenten vertegenwoordigt, kan bij het Agentschap schriftelijke opmerkingen indienen met vermelding van de gronden overeenkomstig de artikelen 5 en 7 op basis waarvan de inschrijving van het merk ambtshalve moet worden geweigerd.

Zij zijn geen partij in de procedure voor het Agentschap.

2.  Opmerkingen van derden worden ingediend vóór het einde van de oppositieperiode of wanneer er oppositie tegen het merk is ingediend, voordat de eindbeslissing over de oppositie wordt genomen.

3.  De in lid 1 bedoelde indiening van opmerkingen doet geen afbreuk aan het recht van het Agentschap om, wanneer passend, het onderzoek van de absolute gronden op eigen initiatief en te allen tijde vóór de inschrijving van het merk te heropenen.

4.  Van de in lid 1 bedoelde opmerkingen wordt kennis gegeven aan de aanvrager, die daarover zijn mening kan geven.”

"

(39)  Artikel 41, lid 3, wordt vervangen door:"

“3. De oppositie wordt schriftelijk ingesteld en vermeldt op welke gronden de oppositie is gebaseerd. De oppositie wordt geacht eerst te zijn ingesteld nadat de oppositietaks is betaald.

4.  Binnen een door het Agentschap te stellen termijn kan de opposant feiten, bewijzen en argumenten tot staving van de oppositie aanvoeren.”

"

(40)  Inartikel 42, lid 2, eerste zin, worden de woorden “in de vijf jaar vóór de publicatie van de aanvrage” wordt vervangen door: “in de vijf jaar vóór de datum van indiening of de datum van voorrang” "

"2. Op verzoek van de aanvrager levert de houder van een ouder EU-merk die oppositie heeft ingesteld, het bewijs dat in de vijf jaar vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van de aanvrage van het EU-merk het oudere EU-merk in de Unie normaal is gebruikt voor de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is en waarop de oppositie gebaseerd is, of dat er een geldige reden is voor het niet gebruiken, voor zover het oudere EU-merk op die datum sinds ten minste vijf jaar ingeschreven was. Kan dat bewijs niet worden geleverd, dan wordt de oppositie afgewezen. Wordt het oudere EU-merk slechts gebruikt voor een deel van de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is, dan wordt het voor het onderzoek van de oppositie geacht alleen voor dat deel van de waren of diensten ingeschreven te zijn."; [Am. 40]

"

(41)  artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2, onder b), komt als volgt te luiden:"

“b) voordat de datum van indiening als bedoeld in artikel 27 door het Agentschap is toegekend en gedurende de oppositietermijn als bedoeld in artikel 41, lid 1.”;

"

b)  lid 3 wordt geschrapt;

(42)  artikel 45 wordt vervangen door:"

“Artikel 45

Inschrijving

1.  Wanneer de aanvrage voldoet aan de voorwaarden van deze verordening en geen oppositie is ingesteld binnen de in artikel 41, lid 1, bedoelde termijn of wanneer de oppositie bij onherroepelijke beslissing is verworpen, wordt het merk ingeschreven als Europees merk EU-merk. De inschrijving wordt gepubliceerd.

2.  Het Agentschap geeft een inschrijvingsbewijs af. Het bewijs kan langs elektronische weg worden afgegeven.

3.  De houder van een ingeschreven Europees merk EU-merk heeft het recht voor de onder de inschrijving vallende waren en diensten een symbool naast het merk te gebruiken ten bewijze dat het merk in de Unie alleen is ingeschreven zolang de inschrijving van kracht blijft. De juiste vormgeving van dit symbool wordt door de uitvoerend bestuurder van het Agentschap vastgesteld.

4.  Het symbool voor het ingeschreven merk wordt niet gebruikt door andere personen dan de houder van het merk of zonder dat de houder daartoe toestemming geeft. De houder van het merk gebruikt het symbool voor het merk niet vóór de inschrijving van het merk of na vervallenverklaring, nietigverklaring, verstrijken van de geldigheid of afstand van het merk.”;

"

(43)  in titel IV wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

“AFDELING 7

Delegatie van bevoegdheden

Artikel 45 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de procedure voor het onderzoek van de naleving van de voorschriften inzake de datum van indiening als bedoeld in artikel 36, lid 1, onder a), en van de formele voorwaarden als bedoeld in artikel 26, lid 3, alsmede de procedure voor de controle van de betaling van klassetaksen als bedoeld in artikel 36, lid 1, onder c);
   b) de procedure voor het onderzoek van de absolute weigeringsgronden als bedoeld in artikel 37;
   c) de gegevens die de in artikel 39, lid 1, bedoelde publicatie van de aanvrage moet bevatten;
   d) de procedure voor de in artikel 39, lid 3, bedoelde verbetering van fouten en vergissingen in de publicatie van de aanvrage om een Europees merk EU-merk ;
   e) de procedure voor de in artikel 40 bedoelde indiening van opmerkingen door derden;
   f) de procedure voor het instellen en het onderzoeken van oppositie, als bedoeld in de artikelen 41 en 42;
   g) de procedures voor de in artikel 43, lid 2, bedoelde wijziging van de aanvrage en de afsplitsing van de aanvrage overeenkomstig artikel 44;
   h) de gegevens die bij de inschrijving van een Europees merk EU-merk in het register worden vermeld, en de regels voor de in artikel 45, lid 1, bedoelde publicatie van de inschrijving, de inhoud en de wijze van afgifte van het inschrijvingsbewijs als bedoeld in artikel 45, lid 2.”;

"

(43 bis)  aan artikel 47 wordt het volgende lid toegevoegd:"

"1 bis. De voor de vernieuwing van een EU-merk verschuldigde taks bestaat uit:

   a) een basistaks;
   b) een klassetaks voor elke klasse boven degene waarvoor vernieuwing wordt aangevraagd; en
   c) in voorkomend geval de toeslag voor laattijdige betaling van de vernieuwingstaks of voor te late indiening van het verzoek tot vernieuwing overeenkomstig lid 3"; [Am. 41]

"

(44)  artikel 49, lid 3, wordt geschrapt;

(45)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 49 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de procedureregels procedure voor de vernieuwing van het Europees merk EU-merk overeenkomstig artikel 47, met inbegrip van het soort te betalen taksen; [Am. 42]
   b) de procedure inzake de wijziging van de inschrijving van het Europees merk EU-merk als bedoeld in artikel 48, lid 2;
   c) de procedure inzake de afsplitsing van een Europees merk EU-merk als bedoeld in artikel 49.”;

"

(46)  artikel 50, leden 2 en 3, wordt vervangen door:"

“2. Van de afstand moet door de merkhouder schriftelijk kennis worden gegeven aan het Agentschap. De afstand wordt eerst van kracht na inschrijving in het register. De afstand van een Europees merk EU-merk waarvan kennis is gegeven aan het Agentschap nadat een vordering tot vervallenverklaring of tot nietigverklaring van dit merk overeenkomstig artikel 56, lid 1, is ingesteld, is slechts geldig wanneer de vordering tot vervallenverklaring of tot nietigverklaring hiervan onherroepelijk is afgewezen of ingetrokken. [Am. 43]

3.  De afstand wordt slechts ingeschreven met toestemming van de houder van een in het register ingeschreven recht. Indien een licentie is ingeschreven, wordt de afstand in het register eerst ingeschreven nadat de merkhouder aantoont dat hij de licentiehouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om van het merk afstand te doen; deze inschrijving vindt plaats nadat de overeenkomstig artikel 57 bis, onder a), vastgestelde termijn is verstreken na een termijn van drie maanden na de datum waarop de merkhouder het Agentschap heeft geïnformeerd dat hij de licentiehouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen afstand van een merk te doen.”; [Am. 44]

"

(47)  aan artikel 53, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:"

“Aan de onder a), b) en c) van de eerste alinea bedoelde voorwaarden moet voldaan zijn op de datum van indiening of de datum van voorrang van het Europees merk EU-merk.”;

"

(48)  In artikel 54, leden 1 en 2, worden de woorden "noch bezwaar maken tegen het gebruik van het jongere merk” geschrapt vervangen door:"

"1. De houder van een EU-merk die het gebruik van een jonger EU-merk heeft gedoogd gedurende vijf opeenvolgende jaren, kan niet meer op grond van het oudere merk vorderen dat het jongere merk nietig wordt verklaard voor de waren of diensten waarvoor dat jongere merk is gebruikt, tenzij het jongere EU-merk te kwader trouw is aangevraagd.

2.  De houder van een in artikel 8, lid 2, bedoeld ouder nationaal merk of een in artikel 8, lid 4, bedoeld ander ouder teken die het gebruik van een jonger EU-merk in de lidstaat waar het oudere merk of het andere oudere teken beschermd wordt heeft gedoogd gedurende vijf opeenvolgende jaren, kan niet meer op grond van het oudere merk of het andere oudere teken vorderen dat het jongere merk nietig wordt verklaard voor de waren of diensten waarvoor dat jongere merk is gebruikt, tenzij het jongere EU-merk te kwader trouw is aangevraagd."; [Am. 45]

"

(49)  artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1, onder c), worden de woorden “krachtens het nationale recht van de betrokken lidstaat” vervangen door “krachtens het recht van de Unie of het nationale recht van de betrokken lidstaat”;

b)  lid 3 wordt vervangen door:"

“3. De vordering tot vervallenverklaring of nietigverklaring is niet ontvankelijk wanneer op een vordering met hetzelfde voorwerp en op dezelfde grond en aangaande dezelfde partijen door het Agentschap of door een rechtbank voor het Europees merk EU-merk als bedoeld in artikel 95 een uitspraak ten principale is gedaan en de beslissing van het Agentschap of de rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.”;

"

(50)  In artikel 57, lid 2, worden in de tweede zin de woorden “datum van publicatie” wordt vervangen door “datum van indiening of datum van voorrang van de aanvrage om een Europees merk”;"

"2. Op verzoek van de houder van het EU-merk levert de houder van een ouder EU-merk die partij is in de nietigheidsprocedure, het bewijs dat in de vijf jaren die voorafgaan aan de datum van de vordering tot nietigverklaring, het oudere EU-merk in de Unie normaal is gebruikt voor de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is en die hij tot staving van zijn vordering aanvoert, of dat er geldige redenen zijn voor het niet gebruiken, voor zover het oudere EU-merk op die datum sinds ten minste vijf jaar ingeschreven was. Bovendien moet de houder van het oudere EU-merk, indien het oudere EU-merk op de datum van indiening of de datum van voorrang van de aanvrage om een EU-merk sinds ten minste vijf jaar ingeschreven was, eveneens het bewijs leveren dat op die datum aan de in artikel 42, lid 2, gestelde voorwaarden voldaan was. Kan dat bewijs niet worden geleverd, dan wordt de vordering tot nietigverklaring afgewezen. Wordt het oudere EU-merk slechts gebruikt voor een deel van de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is, dan wordt het voor het onderzoek van de vordering tot nietigverklaring geacht alleen voor dat deel van de waren of diensten ingeschreven te zijn."; [Am. 46]

"

(51)  in titel VI wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

“AFDELING 6

Delegatie van bevoegdheden

Artikel 57 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de procedure inzake de afstand van een Europees merk EU-merk als bedoeld in artikel 50; met inbegrip van de in lid 3 van dat artikel bedoelde termijn; [Am. 47]
   b) de procedures inzake de vervallenverklaring en de nietigverklaring van een Europees merk EU-merk als bedoeld in de artikelen 56 en 57.”;

"

(52)  artikel 58, lid 1, wordt als volgt vervangen:"

“1. Tegen de beslissingen van de hiertoe bevoegde organen van het Agentschap als bedoeld in artikel 130, onder a) tot en met d), kan beroep worden ingesteld. Zowel de beroepstermijn als bedoeld in artikel 60 als de indiening van het beroep hebben schorsende werking.”;

"

(53)  artikel 62 wordt geschrapt;

(54)  artikel 64, lid 3, wordt als volgt vervangen:"

“3. De beslissing van de kamer van beroep treedt eerst in werking na afloop van de in artikel 65, lid 5, gestelde termijn of, indien binnen deze termijn bij het Gerecht beroep is ingesteld, na afwijzing van dit beroep of van de hogere voorziening tegen de beslissing van het Gerecht bij het Hof van Justitie.”;

"

(55)  artikel 65 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

“1. Tegen de beslissingen van de kamer van beroep kan een beroep worden ingesteld bij het Gerecht.”;

"

b)  lid 3 wordt vervangen door:"

“3. Het Gerecht kan de bestreden beslissing vernietigen of wijzigen.”;

"

c)  de leden 5 en 6 worden vervangen door:"

“5. Het beroep bij het Gerecht wordt ingesteld binnen twee maanden na kennisgeving van de beslissing van de kamer van beroep.

6.  Het Agentschap neemt de maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Gerecht of, in geval van hogere voorziening, van het arrest van het Hof van Justitie.”;

"

(56)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 65 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de formele inhoud van het beroep als bedoeld in artikel 60 en de procedure voor de indiening en het onderzoek van het beroep; [Am. 48]
   b) de formele inhoud en de vorm van de beslissingen van de kamer van beroep, als bedoeld in artikel 64; [Am. 49]
   c) de terugbetaling van de beroepstaksen als bedoeld in artikel 60.”;

"

(57)  het opschrift van Titel VIII wordt vervangen door:"

“SPECIFIEKE BEPALINGEN INZAKE EUROPESE COLLECTIEVE MERKEN EN KWALITEITSMERKEN”

"

(58)  tussen het opschrift van titel VIII en artikel 66 wordt het volgende opschrift ingevoegd:"

“AFDELING 1

Europese EU-collectieve merken”

"

(59)  artikel 66, lid 3, wordt vervangen door:"

“3. De titels I tot en met VII en IX tot en met XIV zijn van toepassing op Europese collectieve EU-merken tenzij in deze afdeling anders is bepaald.”;

"

(60)  In artikel 67, lid 1, worden de woorden “binnen de gestelde termijn” wordt vervangen door "binnen de overeenkomstig artikel 74 bis vastgestelde termijn”.;"

"1. De aanvrager van een collectief EU-merk dient binnen een termijn van twee maanden na de datum van indiening een reglement inzake het gebruik daarvan in."; [Am. 50]

"

(61)  artikel 69 wordt vervangen door:"

“Artikel 69

Opmerkingen van derden

Wanneer overeenkomstig artikel 40 bij het Agentschap opmerkingen over een Europees collectief EU-merk worden ingediend, kunnen deze eveneens berusten op de bijzondere gronden op basis waarvan een Europees collectief EU merk overeenkomstig artikel 68 moet worden afgewezen.”;

"

(61 bis)  artikel 71, lid 3, wordt als volgt vervangen:"

"3. Overeenkomstig artikel 69 kunnen eveneens schriftelijke opmerkingen worden ingediend met betrekking tot de wijziging van het reglement voor het gebruik van het merk."; [Am. 51]

"

(62)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 74 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de in artikel 67, lid 1, bedoelde termijn waarin formele inhoud van het reglement voor het gebruik van het collectief Europees merk EU-merk bij het Agentschap moet worden ingediend, alsmede de inhoud van dit reglement als bedoeld in artikel 67, lid 2.”; [Am. 52]

"

(63)  aan bijlage VIII wordt de volgende afdeling toegevoegd:"

“AFDELING 2

Europese kwaliteitsmerken

Artikel 74 ter

Europese kwaliteitsmerken

1.  Een Europees kwaliteitsmerk is een Europees merk EU-merk dat bij de aanvrage als zodanig wordt omschreven en op grond waarvan de waren en diensten die door de houder van het merk zijn gecertificeerd met betrekking tot de geografische herkomst, het materiaal, de wijze van vervaardiging van waren of verrichting van diensten, kwaliteit, nauwkeurigheid of ander kenmerk, kunnen worden onderscheiden van waren en diensten die niet als zodanig zijn gecertificeerd.

2.  Alle rechtspersonen, waaronder publiekrechtelijke instellingen, autoriteiten en instanties, kunnen een Europees kwaliteitsmerk aanvragen op voorwaarde dat:

   a) de rechtspersoon geen activiteiten uitoefent waarbij waren worden geleverd of diensten worden verricht van het soort waarop het kwaliteitsmerk betrekking heeft;
   b) de rechtspersoon bevoegd is voor het certificeren van de waren en diensten waarvoor het merk wordt ingeschreven.

3.  In afwijking van artikel 7, lid 1, onder c), kunnen Europese kwaliteitsmerken in de zin van lid 1 bestaan uit tekens of aanduidingen die in de handel kunnen wijzen op de plaats van herkomst van de waren of diensten. Een kwaliteitsmerk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om deze tekens of aanduidingen in het economisch verkeer te gebruiken, voor de derde ervan gebruik maakt volgens eerlijke gebruiken in nijverheid en handel. Een kwaliteitsmerk kan niet worden ingeroepen tegen een derde die gerechtigd is een geografische benaming te gebruiken.

4.  De titels I tot en met VII en IX tot en met XIV zijn van toepassing op kwaliteitsmerken tenzij in deze afdeling anders is bepaald.”

"

Artikel 74 quater

Reglement voor gebruik van het merk

1.  Een De aanvrager van een Europees kwaliteitsmerk dient binnen de overeenkomstig artikel 74 duodecies vastgestelde termijn een termijn van twee maanden na de datum van indiening een reglement in voor het gebruik van het kwaliteitsmerk daarvan. [Am. 53]

2.  Het reglement voor het gebruik bepaalt welke personen het merk mogen gebruiken, welke kenmerken door het merk worden gecertificeerd, hoe de certificeringsinstantie deze kenmerken moet testen en hoe zij moet toezien op het gebruik van het merk, alsmede onder welke voorwaarden het merk kan worden gebruikt, met inbegrip van de op te leggen sancties.

Artikel 74 quinquies

Afwijzing van de aanvrage

1.  Naast de in de artikelen 36 en 37 bepaalde weigeringsgronden wordt de aanvrage om een Europees kwaliteitsmerk EU-kwaliteitsmerk afgewezen wanneer niet aan de artikelen 74 ter en 74 quater is voldaan of wanneer het reglement strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.

2.  Een aanvrage om een Europees kwaliteitsmerk wordt eveneens afgewezen wanneer het publiek kan worden misleid inzake de aard of betekenis van het merk, in het bijzonder wanneer het de indruk kan wekken iets anders te zijn dan een kwaliteitsmerk.

3.  De aanvrage wordt niet afgewezen wanneer de aanvrager door een wijziging van het reglement voor het gebruik voldoet aan de in leden 1 en 2 gestelde voorwaarden.

Artikel 74 sexies

Opmerkingen van derden

Wanneer overeenkomstig artikel 40 bij het Agentschap opmerkingen over een Europees kwaliteitsmerk worden ingediend, kunnen deze ook berusten op de bijzondere gronden op basis waarvan een Europees kwaliteitsmerk overeenkomstig artikel 74 quinquies moet worden afgewezen.

Artikel 74 septies

Wijziging van het reglement voor gebruik van het merk

1.  De houder van het Europees kwaliteitsmerk dient bij het Agentschap elke wijziging van het reglement voor het gebruik in.

2.  Wanneer het gewijzigde reglement niet voldoet aan de vereisten van artikel 74 quater of een in artikel 74 quinquies bedoelde afwijzingsgrond doet ontstaan, wordt de wijziging niet in het register vermeld.

3.  Overeenkomstig artikel 74 sexies is van toepassing op het gewijzigde kunnen er eveneens schriftelijke opmerkingen worden ingediend met betrekking tot de wijziging van het reglement voor het gebruik van het merk. [Am. 54]

4.  Voor de toepassing van deze verordening worden wijzigingen van het reglement voor het gebruik eerst van kracht vanaf de datum waarop de wijziging in het register wordt vermeld.

Artikel 74 octies

Overgang

In afwijking van artikel 17, lid 1, kan een Europees kwaliteitsmerk alleen worden overgedragen aan een rechtspersoon die voldoet aan de vereisten van artikel 74 ter, lid 2.

Artikel 74 nonies

Personen die een vordering wegens inbreuk kunnen instellen

1.  Alleen de houder van het Europees kwaliteitsmerk of een specifiek daartoe gemachtigde persoon kan een vordering wegens inbreuk instellen.

2.  De houder van een Europees kwaliteitsmerk kan vergoeding eisen namens de personen die bevoegd zijn het merk te gebruiken, indien zij schade hebben geleden door onrechtmatig gebruik van het merk.

Artikel 74 decies

Gronden van verval

Naast de in de artikel 51 bepaalde weigeringsgronden worden de rechten van de houder van een Europees kwaliteitsmerk op vordering bij het Agentschap of op reconventionele vordering in een inbreukprocedure vervallen verklaard in een van de volgende gevallen:

a)  de houder voldoet niet langer aan de vereisten van artikel 74 ter, lid 2;

b)  de houder neemt geen redelijke maatregelen om te voorkomen dat het merk wordt gebruikt op een wijze die niet verenigbaar is met de voorwaarden van het reglement voor het gebruik, waarvoor indien nodig wijzigingen in het register zijn vermeld;

c)  het publiek kan worden misleid in de zin van artikel 74 quinquies, lid 2, door de wijze waarop de merkhouder het merk heeft gebruikt;

d)  een wijziging van het reglement voor het gebruik is in strijd met artikel 74 septies, lid 2, in het register vermeld tenzij de merkhouder door een nieuwe wijziging van het reglement voor het gebruik voldoet aan de in dit artikel gestelde eisen.

Artikel 74 undecies

Nietigheidsgronden

Naast de in de artikelen 52 en 53 bepaalde nietigheidsgronden wordt het Europees kwaliteitsmerk dat in strijd met artikel 74 quinquies is ingeschreven, op vordering bij het Agentschap of bij reconventionele vordering in een inbreukprocedure nietig verklaard, tenzij de merkhouder door een wijziging van het reglement voor het gebruik voldoet aan de vereisten van artikel 74 quinquies.

Artikel 74 duodecies

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de in artikel 74 quater, lid 1, bedoelde termijn waarin formele inhoud van het reglement voor het gebruik van het collectief Europees kwaliteitsmerk bij het Agentschap moet worden ingediend, alsmede van de inhoud van dit reglement merk als bedoeld in artikel 74 quater, lid 2.”; [Am. 55]

(64)  artikel 75 wordt vervangen door:"

“Artikel 75

Vorm van beslissingen en mededelingen van het Agentschap

1.  De beslissingen van het Agentschap worden met redenen omkleed. Zij kunnen slechts worden genomen op gronden of bewijsstukken waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren.

2.  In elke beslissing, kennisgeving of mededeling van het Agentschap worden de bevoegde dienst of afdeling van het Agentschap en de naam van het bevoegde personeelslid of de bevoegde personeelsleden vermeld. Zij worden door het personeelslid of de personeelsleden ondertekend of worden, in plaats daarvan, voorzien van een gedrukt of gestempeld zegel van het Agentschap. De uitvoerend bestuurder kan bepalen dat in plaats van de dienst of afdeling van het Agentschap, de naam van het bevoegde personeelslid of de bevoegde personeelsleden of het stempel andere vormen van identificatie dan kunnen worden gebruikt wanneer beslissingen, kennisgevingen of mededelingen van het Agentschap per fax of met andere technische communicatiemiddelen worden verzonden.";

"

(65)  aan artikel 76, lid 1, wordt de volgende zin toegevoegd:"

“In de nietigheidsprocedure overeenkomstig artikel 52 beperkt het Agentschap zijn onderzoek tot de door de partijen aangevoerde gronden en argumenten.”;

"

(66)  aan artikel 78 wordt het volgende lid toegevoegd:"

“5. De uitvoerend bestuurder van het Agentschap bepaalt de vergoedingen voor de uitgaven, met inbegrip van voorschotten, voor de in artikel 93 bis, onder b), bedoelde onderzoeksverrichtingen.”;

"

(67)  artikel 79 wordt vervangen door:"

“Artikel 79

Kennisgeving

1.  Het Agentschap stelt alle betrokken partijen ambtshalve in kennis van beslissingen en oproepen alsook van aankondigingen of andere mededelingen waarvoor een termijn geldt,of waarvan kennisgeving aan de betrokkenen anderszins is voorgeschreven bij deze verordening of bij krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen, of waarvan kennisgeving door de uitvoerend bestuurder van het Agentschap is bevolen.

2.  De uitvoerend bestuurder kan bepalen voor welke andere documenten dan beslissingen waarvoor een beroepstermijn geldt, en voor welke oproepen kennis moet worden gegeven bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging.

3.  Deze kennisgeving kan langs elektronische weg plaatsvinden en de nadere regels hiervoor worden door de uitvoerend bestuurder vastgesteld.

4.  Wanneer de kennisgeving openbaar moet worden meegedeeld, bepaalt de uitvoerend bestuurder hoe de openbare kennisgeving geschiedt en stelt hij de aanvang vast voor de termijn van één maand waarna de kennisgeving van het document wordt geacht te hebben plaatsgevonden.”;

"

(68)  de volgende artikelen worden ingevoegd:"

“Artikel 79 bis

Vaststelling van verlies van rechten

Wanneer het Agentschap tot de bevinding komt dat uit deze verordening of uit overeenkomstig deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen verlies van rechten voortspruit zonder dat hierover enige beslissing is genomen, stelt het overeenkomstig artikel 79 de betrokken persoon daarvan in kennis. Deze kan verzoeken om een beslissing terzake. Het Agentschap neemt een dergelijke beslissing wanneer het niet akkoord gaat met de verzoeker, zo niet wijzigt het zijn bevindingen en stelt het de verzoeker daarvan in kennis.

Artikel 79 ter

Mededelingen aan het Agentschap

Mededelingen aan het Agentschap kunnen met elektronische middelen worden verricht. De uitvoerend bestuurder bepaalt in welke gevallen en volgens welke technische voorwaarden deze mededelingen via elektronisch weg kunnen plaatsvinden.

Artikel 79 quater

Termijnen

1.  De berekening en de duur van De termijnen is gebonden aan de overeenkomstig artikel 93 bis, onder f), vastgestelde regels worden vastgesteld in hele jaren, maanden, weken of dagen. De berekening gaat in op de dag volgende op die waarop zich de daarvoor relevante gebeurtenis heeft voorgedaan. [Am. 56]

2.  De uitvoerend bestuurder van het Agentschap bepaalt voor de aanvang van elk kalenderjaar op welke dagen het Agentschap niet open is voor ontvangst van documenten of op welke dagen de gewone post niet wordt besteld op de plaats waar het Agentschap is gevestigd.

3.  De uitvoerend bestuurder bepaalt de duur van de onderbreking in geval van algemene onderbreking in de postbestelling in de lidstaat waar het Agentschap is gevestigd of in geval van onderbreking van de verbinding van het Agentschap met aanvaarde vormen van elektronische communicatie.

4.  Indien de regelmatige communicatie van de partijen in de procedure met het Agentschap of omgekeerd door uitzonderlijke omstandigheden zoals een natuurramp of een staking wordt onderbroken of verstoord, kan de uitvoerend bestuurder van het Agentschap bepalen dat voor partijen in de procedure die hun woonplaats of zetel in de betrokken staat hebben of die een vertegenwoordiger hebben aangewezen die in deze staat zijn kantoor heeft, alle termijnen die anders op of na de datum van aanvang van een dergelijk door hem vast te stellen voorval zouden verstrijken, worden verlengd tot een door hem vast te stellen datum. Bij de vaststelling van deze datum beoordeelt hij wanneer de uitzonderlijke omstandigheden ten einde lopen. Indien de omstandigheden de zetel van het Agentschap treffen, geschiedt deze vaststelling door de uitvoerend bestuurder met de uitdrukkelijke vermelding dat zij voor alle partijen in de procedure geldt.

Artikel 79 quinquies

Rechtzetting van fouten en kennelijke vergissingen

Het Agentschap zorgt voor rechtzetting van taalfouten of transcriptiefouten en kennelijke vergissingen in de beslissingen van het Agentschap of van technische fouten die bij de inschrijving van het merk of de publicatie van de inschrijving te wijten zijn aan het Agentschap. Het Agentschap houdt een register van dergelijke rechtzettingen bij.”; [Am. 57]

"

(69)  artikel 80 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1, eerste zin, worden de woorden “een beslissing heeft genomen waarbij het een kennelijke procedurefout heeft gemaakt” wordt vervangen door: “een beslissing heeft genomen waarbij het een kennelijke fout heeft gemaakt”;"

"1. Indien het Bureau een inschrijving in het register heeft gedaan of een beslissing heeft genomen waarbij het een kennelijke fout heeft gemaakt, ziet het toe op de doorhaling van deze inschrijving, casu quo de herroeping van deze beslissing. Indien er slechts één partij in de procedure is en de inschrijving of handeling van invloed is op haar rechten, wordt de doorhaling of herroeping ook uitgevoerd wanneer de partij de fout niet had ontdekt."; [Am. 58]

"

b)  komt lid 2 tweede zin, als volgt te luiden wordt vervangen door:"

2. De in lid 1 bedoelde doorhaling of herroeping wordt, ambtshalve of op verzoek van een der partijen in de procedure, uitgevoerd door de instantie die de inschrijving heeft gedaan of de beslissing heeft genomen. De doorhaling van de inschrijving in het register of de herroeping van de beslissing wordt uitgevoerd binnen een jaar na de datum van vermelding in het register of vaststelling van de beslissing, na raadpleging van de partijen in de procedure en van elke in het register vermelde houder van rechten op het Europees merk. EU-merk. Het Agentschap houdt een register van dergelijke doorhalingen of herroepingen bij."; [Am. 59]

"

c)  lid 3 wordt vervangen door:"

“3. Dit artikel doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om beroep in te stellen uit hoofde van de artikelen 58 en 65 en aan de mogelijkheid om overeenkomstig artikel 79 quinquies fouten en kennelijke vergissingen recht te zetten. Wanneer beroep is ingesteld tegen een beslissing van het Agentschap die een fout bevat, raakt de beroepsprocedure zonder voorwerp nadat het Agentschap overeenkomstig lid 1 van dit artikel zijn beslissing heeft herroepen.”;

"

(70)  artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:"

“2. Dit artikel is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in artikel 29, lid 1, artikel 33, lid 1, artikel 36, lid 2, artikel 41, leden 1 en 3, artikel 47, lid 3, artikel 60, artikel 65, lid 5, artikel 81 en artikel 112, noch op de in lid 1 van dit artikel bedoelde termijnen of op de termijn voor het inroepen van anciënniteit uit hoofde van artikel 34 na indiening van het verzoek.”;

"

b)  lid 4 wordt vervangen door:"

“4. Indien het Agentschap het verzoek inwilligt, worden de gevolgen van de niet-nakoming van de termijn geacht zich niet te hebben voorgedaan. Indien een beslissing is genomen tussen het einde van de niet-nagekomen termijn en het verzoek om voortzetting van de procedure, herziet de instantie die bevoegd is voor de beslissing inzake de niet verrichte handeling, haar beslissing en neemt zij een andere beslissing wanneer het voldoende is de niet verrichte handeling aan te vullen. Indien de aanvankelijke beslissing niet moet worden gewijzigd, wordt zij schriftelijk bevestigd.”;

"

(71)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 82 bis

Onderbreking van de procedure

1.  Bij onderbreking of hervatting van De procedure neemt voor het Agentschap de overeenkomstig artikel 93 bis, onder i), vastgestelde regels in acht. wordt onderbroken:

   a) bij overlijden of bij handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager of de houder van een EU-merk, hetzij van de persoon die volgens het nationale recht bevoegd is namens deze te handelen. In zoverre deze gebeurtenissen de machtiging van de overeenkomstig artikel 93 van de verordening aangewezen vertegenwoordiger onverlet laten, wordt de procedure slechts onderbroken indien die vertegenwoordiger erom verzoekt;
   b) indien de aanvrager of de houder van het EU-merk ten gevolge van een actie met betrekking tot zijn vermogen om wettelijke redenen de procedure voor het Agentschap niet kan voortzetten;
   c) indien de vertegenwoordiger van de aanvrager of van de houder van het EU-merk overlijdt, handelingsonbekwaam wordt verklaard of ten gevolge van een actie met betrekking tot zijn vermogen om wettelijke redenen de procedure voor het Agentschap niet kan voortzetten.

2 Indien het Agentschap in de in lid 1, onder a) en b), bedoelde gevallen in kennis is gesteld van de identiteit van de persoon die gemachtigd werd de procedure voor het Agentschap voort te zetten, deelt het deze persoon en een eventuele belanghebbende derde mede dat de procedure op een door het Agentschap vast te stellen datum zal worden hervat.

3 In het in lid 1, onder c), bedoelde geval wordt de procedure hervat indien het Agentschap van de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger van de aanvrager in kennis is gesteld of indien het de andere partijen kennis heeft gegeven van het feit dat de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger van de houder van het EU-merk aan het Agentschap is gemeld. Indien het Agentschap binnen drie maanden na het begin van de onderbreking van de procedure niet van de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger in kennis is gesteld, deelt het aan de aanvrager of aan de houder van het EU-merk mede:

   a) dat wanneer artikel 92, lid 2, van toepassing is, de aanvrage van een EU-merk wordt geacht te zijn ingetrokken indien van de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger niet binnen twee maanden na de kennisgeving van deze mededeling bericht wordt gegeven; dan wel
   b) dat wanneer artikel 92, lid 2, van de verordening niet van toepassing is, de procedure met de aanvrager of de houder van het EU-merk op de datum van de kennisgeving van deze mededeling zal worden hervat.

4 De op de datum van de onderbreking van de procedure ten aanzien van de aanvrager of de houder van het EU-merk lopende termijnen vangen, met uitzondering van de termijn voor de betaling van de vernieuwingstaksen, geheel opnieuw aan op de dag waarop de procedure wordt hervat."; [Am. 60]

"

(72)  artikel 83 wordt vervangen door:"

“Artikel 83

Verwijzing naar algemene beginselen

Voor zover deze verordening of de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen niet voorzien in procedurevoorschriften, richt het Agentschap zich naar de in de lidstaten algemeen aanvaarde beginselen van procesrecht.”;

"

(73)  In artikel 85, lid 1, worden de woorden “overeenkomstig de uitvoeringsverordening” wordt als volgt vervangen: door “overeenkomstig artikel 93 bis, onder j)”.;"

"1. De verliezende partij in een procedure betreffende oppositie, verval, nietigheid of beroep, betaalt de taksen alsook, behoudens het bepaalde in artikel 119, lid 6, alle vereiste procedurekosten die de andere partij heeft gedragen, met inbegrip van de reis- en verblijfkosten en de bezoldiging van een gemachtigde, raadsman of advocaat, met inachtneming van de tarieven die voor elke kostencategorie worden vastgesteld [...]."; [Am. 61]

"

(74)  Artikel 86, lid 2, tweede zin, wordt vervangen door:"

“Elke lidstaat wijst één autoriteit aan die belast is met het onderzoek van de authenticiteit van de beslissing en deelt deze contactgegevens mee aan het Agentschap, het Hof van Justitie en de Commissie. Het exequatur wordt door deze autoriteit verleend na een onderzoek dat zich beperkt tot de authenticiteit van de beslissing.”;

"

(75)  artikel 87 wordt vervangen door:"

“Artikel 87

Register van Europese EU-merken

1.  Het Agentschap houdt legt een register van EU-merken aan en werkt dit bij met gegevens waarvan de inschrijving of vermelding in het register is voorgeschreven door deze verordening of een krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handeling. Het register wordt bijgewerkt door het Agentschap. [Am. 62]

2.  Het register ligt ter inzage van het publiek. Het kan elektronisch worden bijgehouden.

3.  Het Agentschap houdt een elektronische gegevensbank bij met de gegevens van de aanvragen om inschrijving van Europese EU-merken en de vermeldingen in het register. De inhoud van deze gegevensbank kan ter beschikking van het publiek worden gesteld. De uitvoerend bestuurder bepaalt onder welke voorwaarden toegang tot de gegevensbank wordt verleend en op welke wijze de inhoud ervan in een voor de machine leesbare vorm ter beschikking kan worden gesteld, met inbegrip van de daarvoor te betalen kostenvergoeding.”;

"

(76)  artikel 88 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel “Openbare inzage” wordt vervangen door “Inzage en bewaring van dossiers”;

b)  lid 4 wordt vervangen door:"

“4. Bij raadpleging van een dossier krachtens de leden 2 of 3 kunnen bepaalde stukken van inzage worden uitgesloten. De uitvoerend bestuurder bepaalt de wijze van inzage.

5.  Het Agentschap bewaart de dossiers van elke procedure betreffende een aanvrage om een Europees merk EU-merk of een inschrijving van een Europees merk EU-merk . De uitvoerend bestuurder bepaalt in welke vorm deze dossiers worden bijgehouden. Wanneer de dossiers in elektronische vorm worden bijgehouden, worden de originele documenten waarop deze elektronische dossiers berusten, verwijderd na afloop van een bepaalde termijn na de ontvangst bij het Agentschap. Deze termijn wordt vastgesteld door de uitvoerend bestuurder.”;

"

(77)  artikel 89 wordt vervangen door:"

“Artikel 89

Periodieke publicaties

1.  Het Bureau doet periodiek verschijnen:

   a) een blad van Europese merk EU-merken, met de vermeldingen in het register en alle andere mededelingen waarvan de publicatie is voorgeschreven door deze verordening of een krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handeling; [Am. 63]
   b) een publicatieblad, met de bekendmakingen en mededelingen van algemene aard van de uitvoerend bestuurder van het Agentschap en alle andere informatie betreffende deze verordening en de uitvoering ervan.

De in a) en b) bedoelde publicaties kunnen in elektronische vorm verschijnen.

2.  Het blad van Europese merkEU-merken wordt gepubliceerd op een wijze en volgens een regelmaat die door de uitvoerend bestuurder worden vastgesteld.

3.  De uitvoerend bestuurder kan bepalen dat sommige mededelingen in het publicatieblad in alle officiële talen van de Unie worden gepubliceerd.”;

"

(78)  artikel 92 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:"

“2. Onverminderd lid 3, tweede zin, worden natuurlijke of rechtspersonen die in de Unie geen woonplaats, zetel noch werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, overeenkomstig artikel 93, lid 1, voor het Agentschap vertegenwoordigd in alle in deze verordening bedoelde procedures, met uitzondering van de indiening van een aanvrage om een Europees merk EU-merk.;

In afwijking van de eerste alinea moeten de in die alinea bedoelde natuurlijke of rechtspersonen niet voor het Agentschap worden vertegenwoordigd in de gevallen die overeenkomstig artikel 93 bis, onder p), worden vastgesteld.”; [Am. 64]

"

b)  lid 4 wordt vervangen door:"

“4. Wanneer aan de krachtens artikel 93 bis, onder p), vastgestelde voorwaarden is voldaan, wordt een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aangesteld.”; [Am. 65]

"

(79)  artikel 93 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

“1. Natuurlijke of rechtspersonen kunnen voor het Agentschap slechts worden vertegenwoordigd door:

   a) een rechtsbeoefenaar die in een lidstaat daartoe bevoegd is en kantoor houdt binnen de Unie, voor zover hij in deze lidstaat bevoegd is om op te treden als gemachtigde in merkenzaken;
   b) erkende gemachtigden die op een daartoe door het Agentschap bij te houden lijst ingeschreven staan.

Gemachtigden voegen op verzoek van het Agentschap een ondertekende volmacht bij het dossier.”;

"

b)  lid 4 wordt vervangen door:"

“4. De uitvoerend bestuurder van het Agentschap kan ontheffing verlenen van:

   a) de in lid 2, onder c), tweede zin, bedoelde voorwaarde, indien de verzoeker het bewijs levert dat hij de vereiste bekwaamheid op een andere wijze heeft verworven;
   b) de in lid 2, onder a), bedoelde voorwaarde, in geval van hooggeschoolde beroepsbeoefenaars, mits aan de voorwaarden van lid 2, onder b) en c), is voldaan.”;

"

c)  lid 5 wordt vervangen door:"

“5. Een persoon kan van de lijst van erkende gemachtigden worden geschrapt volgens de krachtens artikel 93 bis, onder p), vastgestelde voorwaarden.”; [Am. 66]

"

(80)  in titel IX wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

“AFDELING 5

Delegatie van bevoegdheden

Artikel 93 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de vereisten betreffende de vorm van de beslissingen als bedoeld in artikel 75;
   b) de regels voor de mondelinge procedure en bewijsvoering als bedoeld in de artikelen 77 en 78;
   c) de regels voor de kennisgeving als bedoeld in artikel 79;
   d) de procedure voor de vaststelling van verlies van rechten als bedoeld in artikel 79 bis;
   e) de regels voor de communicatiemiddelen, met inbegrip van de elektronische communicatiemiddelen als bedoeld in artikel 79 ter, die door de partijen in de procedure voor het Agentschap moeten worden gebruikt en de formulieren die door het Agentschap beschikbaar moeten worden gesteld;
   f) de regels voor de berekening en de duur van de termijnen als bedoeld in artikel 79 quater, lid 1;
   g) de procedure voor de rechtzetting van taalfouten of transcriptiefouten en kennelijke vergissingen in de beslissingen van het Agentschap of van technische fouten die bij de inschrijving van het merk of de publicatie van de inschrijving te wijten zijn aan het Agentschap, als bedoeld in artikel 79 quinquies;
   h) de procedure voor de herroeping van een beslissing of voor de doorhaling van een vermelding in het register, als bedoeld in artikel 80, lid 1;
   i) de regels voor de onderbreking en hervatting van de procedure voor het Agentschap, als bedoeld in artikel 82 bis;
   j) de procedures betreffende de verdeling en de vaststelling van de kosten, als bedoeld in artikel 85, lid 1; [Am. 67]
   k) de in het register op te nemen gegevens als bedoeld in artikel 87, lid 1; [Am. 68]
   l) de procedure voor de openbare inzage als bedoeld in artikel 88, met inbegrip van de delen van het dossier die van inzage zijn uitgesloten, en de regels voor de bewaring van dossiers als bedoeld in artikel 88, lid 5; [Am. 69]
   m) de regels voor de publicatie van de mededelingen en vermeldingen, als bedoeld in artikel 89, lid 1, onder a), in het blad van Europese merkEU-merken, met inbegrip van het soort informatie en de talen waarin deze mededelingen en vermeldingen moeten worden gepubliceerd;
   n) de regelmaat, de vorm en de talen waarin het in artikel 89, lid 1, onder b), bedoelde publicatieblad van het Agentschap moet verschijnen;
   o) de regels voor de uitwisseling van informatie en de mededelingen tussen het Agentschap en de autoriteiten van de lidstaten en de inzage in de dossiers door of via gerechtelijke instanties of autoriteiten van de lidstaten, als bedoeld in artikel 90;
   p) de afwijkingen van de verplichting tot vertegenwoordiging voor het Agentschap, als bedoeld in artikel 92, lid 2, de voorwaarden waaronder een gemeenschappelijke vertegenwoordiger moet worden aangesteld, als bedoeld in artikel 92, lid 4, de voorwaarden waaronder werknemers als bedoeld in artikel 92, lid 3, en erkende gemachtigden als bedoeld in artikel 93, lid 1, bij het Agentschap een ondertekende volmacht moeten indienen om als vertegenwoordiger te kunnen optreden, de inhoud van deze volmacht en de voorwaarden waaronder een persoon van de lijst van erkende gemachtigden kan worden geschrapt, als bedoeld in artikel 93, lid 5.”; [Am. 70]

"

(81)  in titel X wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door:"

“Toepassing van de regels van de Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken”;

"

(82)  irtikel 94 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel wordt vervangen door:"

“Toepassing van de regels van de Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken”;

"

b)  in lid 1 worden de woorden “is Verordening (EG) nr. 44/2001 van toepassing” wordt vervangen door: “zijn de regels van de Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van toepassing”;"

"1. Tenzij deze verordening anders bepaalt, zijn de regels van de Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van toepassing op de procedures betreffende EU-merken en aanvragen om EU-merken, alsmede op de procedures betreffende gelijktijdige en opeenvolgende vorderingen die worden ingesteld op grond van EU-merken en nationale merken."; [Am. 71]

"

c)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

“3. Verwijzingen in deze verordening naar Verordening (EG) nr. 44/2001 omvatten waar passend de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken gedaan op 19 oktober 2005.”;

"

(83)  in artikel 96, onder c), worden de woorden “artikel 9, lid 3, tweede zin” vervangen door “artikel 9 ter, lid 2”;

(84)  artikel 99, lid 3, wordt vervangen door:"

“3. In de in artikel 96, onder a) en c), bedoelde rechtsvorderingen kunnen het verval of de nietigheid van het Europees merk EU-merk alleen anders dan bij een reconventionele vordering worden opgeworpen indien de gedaagde stelt dat de rechten van de houder van het Europees merk EU-merk vervallen kunnen worden verklaard wegens ontoereikend normaal gebruik ten tijde van de instelling van de vordering betreffende inbreuk.”;

"

(85)  artikel 100 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt vervangen door:"

“4. De rechtbank voor het Europees merk EU-merk waarbij een reconventionele vordering tot vervallen- of nietigverklaring van een Europees merk EU-merk is ingesteld, gaat niet over tot het onderzoek van de reconventionele vordering voordat de belanghebbende partij of de rechtbank het Agentschap in kennis heeft gesteld van de datum van instelling van de reconventionele vordering. Het Agentschap maakt hiervan melding in het register. Indien een vordering tot vervallen- of nietigverklaring van het Europees merk EU-merk bij het Agentschap aanhangig is, wordt de rechtbank door het Agentschap hiervan in kennis gesteld en wordt de procedure geschorst totdat de beslissing over de vordering onherroepelijk is of de vordering wordt ingetrokken.”;

"

b)  lid 6 wordt vervangen door:"

“6. Wanneer een rechtbank voor het Europees merk EU-merk een in kracht van gewijsde gegane beslissing over een reconventionele vordering tot vervallen- of nietigverklaring van het Europees merk EU-merk heeft gewezen, wordt door de rechtbank of door een partij in de nationale procedure onverwijld een afschrift van de beslissing aan het Agentschap gezonden. Het Agentschap of elke andere belanghebbende partij kan verzoeken om informatie over deze verzending. Het Agentschap vermeldt de beslissing in het register en neemt de nodige maatregelen om zich te voegen naar het dictum.”;

"

(86)  artikel 102, lid 2, wordt vervangen door:"

“2. De rechtbank voor het Europees merk EU-merk kan ook de in het toepasselijke recht beschikbare maatregelen of bevelen toepassen die zij in de omstandigheden van de zaak passend acht.”

"

(87)  artikel 108 wordt geschrapt;

(88)  In artikel 113, lid 3, worden de woorden “alsmede aan de vormvereisten van de uitvoeringsverordening” wordt vervangen door: “alsmede aan de overeenkomstig artikel 114 bis vastgestelde vormvereisten”;"

"3. Het Bureau gaat na of de omzetting waarom wordt verzocht, voldoet aan de voorwaarden van deze verordening, met name aan artikel 112, leden 1, 2, 4, 5 en 6, en lid 1 van het onderhavige artikel, alsmede aan de overeenkomstig artikel 114 bis vastgestelde vormvereisten. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, doet het Bureau het verzoek tot omzetting toekomen aan de diensten voor de industriële eigendom van de in het verzoek aangewezen lidstaten."; [Am. 72]

"

(89)  In artikel 114, lid 2, worden de woorden “de in de onderhavige verordening of in de uitvoeringsverordening gestelde vormvereisten” wordt vervangen door: “de vormvereisten die gesteld zijn in de onderhavige verordening of in de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen”;"

"2. De aanvrage voor een EU-merk of het EU-merk waarvan overeenkomstig artikel 113 kennis is gegeven, mag niet onderworpen worden aan nationaalrechtelijke vormvereisten die afwijken van of verder reiken dan de vormvereisten die gesteld zijn in de onderhavige verordening of in de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen."; [Am. 73]

"

(90)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 114 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de vormvereisten waaraan een verzoek tot omzetting van een Europees merk EU-merk moet voldoen, de regels voor het onderzoek daarvan en voor de publicatie.”;

"

(91)  artikel 116, lid 2, wordt vervangen door:"

“2. Onverminderd lid 1 kan het Agentschap gebruik maken van gedetacheerde nationale deskundigen of ander personeel dat niet in dienst is van het Agentschap. De raad van bestuur neemt een besluit inzake de voorschriften voor detachering van nationale deskundigen naar het Agentschap.”;

"

(92)  In artikel 117 worden de woorden “het Bureau” wordt vervangen door: “het Agentschap en de personeelsleden ervan”;"

"Het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is van toepassing op het Agentschap en zijn personeel."; [Am. 74]

"

(93)  artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 6, tweede alinea, wordt de tweede zin vervangen door:"

“De vertaling wordt binnen de overeenkomstig artikel 144 bis, onder b), vastgestelde termijn ingediend.”

"

b)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

“8. De uitvoerend bestuurder bepaalt op welke wijze de vertalingen worden gecertificeerd.”;

"

(94)  In artikel 120, lid 1, worden de woorden “de uitvoeringsverordening” wordt vervangen door: de woorden “een krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handeling”;"

"1. Aanvragen om een EU-merk, zoals omschreven in artikel 26, lid 1, en alle overige mededelingen waarvan de publicatie bij deze verordening of bij een krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handeling is voorgeschreven, worden in alle officiële talen van de Europese Unie gepubliceerd."; [Am. 75]

"

(95)  artikel 122 wordt geschrapt;

(96)  artikel 123 wordt vervangen door:"

“Artikel 123

Transparantie

1.  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (*) is van toepassing op de documenten die bij het Bureau berusten.

2.  De raad van bestuur stelt nadere bepalingen vast ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

3.  Tegen besluiten van het Agentschap uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan klacht worden ingediend bij de Ombudsman of kan een beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, volgens de voorwaarden van respectievelijk artikel 228 en artikel 263 van het Verdrag.

4.  Op de verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van toepassing (**).

_____________________

(*) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(**) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.)”;

"

(97)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 123 bis

Veiligheidsvoorschriften betreffende de bescherming van gerubriceerde gegevens en gevoelige niet-gerubriceerde gegevens

Het Agentschap past de beginselen inzake veiligheid toe die vervat zijn in de veiligheidsvoorschriften van de Commissie betreffende de bescherming van gerubriceerde EU-gegevens en gevoelige niet-gerubriceerde gegevens, als vastgesteld in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom(*). Toepassing van de veiligheidsbeginselen heeft onder meer betrekking op de uitwisseling, de verwerking en de opslag van deze gegevens.

_____________________

(*) Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 29 november 2001 tot wijziging van haar reglement van orde (PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1.)”;

"

(98)  in titel XII wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

“AFDELING 1 bis

Taken van het Agentschap en samenwerking ter bevordering van convergentie

Artikel 123 ter

Taken van het Agentschap

1.  Het Agentschap heeft de volgende taken:

   a) beheer en bevordering van het Europese EU-merkenstelsel als ingevoerd bij deze verordening;
   b) beheer en bevordering van het Europese modellenstelsel als ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad*;
   c) bevordering van convergentie van praktijken en instrumenten op het gebied van merken en modellen in samenwerking met de centrale diensten voor intellectuele eigendom in de lidstaten, met inbegrip van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom;
   d) de taken als bedoeld in Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad**;
   d bis) de hem uit hoofde van Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad toebedeelde taken***.. [Am. 76]

2.  Het Agentschap werkt met betrekking tot de in lid 1 bedoelde taken samen met instellingen, autoriteiten, instanties, diensten voor intellectuele eigendom, internationale en niet-gouvernementele organisaties.

3.  Het Agentschap kan partijen met vrijwillige bemiddelingsdiensten bemiddelings- en arbitragediensten bijstand verlenen om te komen tot een minnelijke regeling. [Am. 77]

Artikel 123 quater

Samenwerking ter bevordering van convergentie van praktijken en instrumenten

1.  Het Agentschap en de diensten voor intellectuele eigendom van de lidstaten en het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom werken onderling samen om convergentie van praktijken en instrumenten op het gebied van merken en modellen te bevorderen.

Deze samenwerking heeft o.a. betrekking op de volgende activiteiten: [Am. 78]

   a) de ontwikkeling van gemeenschappelijke normen voor onderzoek;
   b) de oprichting van gemeenschappelijke of onderling verbonden gegevensbanken en portaalsites ten behoeve van raadpleging, recherche en classificatie in de hele Unie;
   c) de voortdurende verstrekking en uitwisseling van gegevens en informatie, waaronder het aanvullen van gegevensbanken en portaalsites als bedoeld onder b);
   d) de invoering van gemeenschappelijke normen en praktijken teneinde in de hele Unie interoperabiliteit tussen procedures en systemen te verzekeren en te komen tot meer consistentie, efficiëntie en doeltreffendheid;
   e) informatie-uitwisseling over intellectuele-eigendomsrechten en procedures, met inbegrip van onderlinge bijstand aan helpdesks en informatiecentra;
   f) uitwisseling van technische deskundigheid en bijstand met betrekking tot de onder a) tot en met e) bedoelde gebieden.

2.  Het Agentschap bepaalt, ontwikkelt en coördineert projecten die van gemeenschappelijk belang zijn voor de Unie en de lidstaten met betrekking tot de in lid 1 bedoelde gebieden. In de projectomschrijving bevat worden de specifieke verplichtingen en taken van elke deelnemende dienst voor intellectuele eigendom van de lidstaten en van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom vastgesteld. Gedurende alle fasen van de gemeenschappelijke projecten pleegt het Agentschap overleg met vertegenwoordigers van de gebruikers. [Am. 79]

3.  De diensten voor intellectuele eigendom van de lidstaten en het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom nemen daadwerkelijk deel aan de in lid 2 bedoelde gemeenschappelijke projecten teneinde de ontwikkeling, de werking, de interoperabiliteit en de voortdurende aanvulling ervan te verzekeren.

Indien deze projecten echter leiden tot de ontwikkeling van instrumenten die een lidstaat op grond van een gemotiveerd besluit beschouwt als instrumenten die overeenkomen met in die lidstaat reeds bestaande instrumenten, leidt deelneming aan het samenwerkingsproject niet tot de verplichting om dat resultaat in die lidstaat ook daadwerkelijk te realiseren. [Am. 80]

4.  Het Agentschap biedt financiële ondersteuning aan de in lid 2 bedoelde projecten van gemeenschappelijk belang voor de Unie en de lidstaten voor zover dit noodzakelijk is om overeenkomstig lid 3 de daadwerkelijke deelname van de diensten voor intellectuele eigendom van de lidstaten en het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom aan de projecten te verzekeren. Deze financiële steun kan de vorm van subsidies aannemen. Het totale bedrag van de financiering mag 10 % 20 % van de jaarlijkse inkomsten van het Agentschap niet overschrijden en dekt voor iedere lidstaat het minimumbedrag voor doelstellingen die nauw verband houden met de deelname aan gemeenschappelijke projecten. De begunstigden van de subsidies zijn de diensten voor intellectuele eigendom van de lidstaten en het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Subsidies kunnen zonder openbare oproep tot het indienen van voorstellen worden toegekend overeenkomstig de financiële regels die van toepassing zijn op het Agentschap en de beginselen van de subsidieprocedures als bedoeld in Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad**** en gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie*****. [Am. 81]

__________________________

(*) Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PB L 3 van 5.1.2002, blz. 1).

(**) Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2012 tot toewijzing aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van taken die verband houden met de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de vergadering van vertegenwoordigers van de publieke en private sector als Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten (PB L 129 van 16.5.2012, blz. 1).

(***) Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 5).

(****) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

(*****) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1.).”;

"

(99)  in titel XII worden de afdelingen 2 en 3 als volgt vervangen:"

“AFDELING 2

Raad van bestuur

Artikel 124

Functies van de raad van bestuur

1.  Onverminderd de functies die in afdeling 5 aan het begrotingscomité zijn toegekend, vervult de raad van bestuur de volgende functies:

   a) op basis van een ontwerp dat overeenkomstig artikel 128, lid 4, onder c), door de uitvoerend bestuurder is opgesteld, neemt de raad van bestuur voor het komende jaar het jaarlijks werkprogramma van het Agentschap aan, rekening houdende met het advies van de Commissie, en zendt hij het vastgestelde jaarlijks werkprogramma over aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;
   b) op basis van een ontwerp dat overeenkomstig artikel 128, lid 4, onder d), door de uitvoerend bestuurder is opgesteld en rekening houdend met het advies van de Commissie, stelt de raad van bestuur een strategisch meerjarenprogramma voor het Agentschap op, met inbegrip van de strategie voor internationale samenwerking van het Agentschap, na overleg tussen de uitvoerend bestuurder en de desbetreffende commissie van het Europees Parlement, en zendt hij het vastgestelde strategisch meerjarenprogramma over aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;
   c) op basis van een ontwerp dat overeenkomstig artikel 128, lid 4, onder f), door de uitvoerend bestuurder is opgesteld, neemt de raad van bestuur het jaarverslag aan en zendt hij het vastgestelde jaarverslag over aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer;
   d) op basis van een ontwerp dat overeenkomstig artikel 128, lid 4, onder g), door de uitvoerend bestuurder is opgesteld, neemt de raad van bestuur het meerjarenplan inzake personeelsbeleid aan;
   e) de raad van bestuur neemt regels aan inzake de voorkoming en het beheer van belangenconflicten in het Agentschap;
   f) overeenkomstig lid 2 oefent de raad van bestuur met betrekking tot het personeel van het Agentschap de bevoegdheden tot aanstelling uit die krachtens het Statuut aan het tot aanstelling bevoegde gezag zijn toegekend en die krachtens de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden zijn toegekend aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag ("de bevoegdheden tot aanstelling"); [Am. 83]
   g) de raad van bestuur neemt overeenkomstig artikel 110 van het statuut passende regels aan ter uitvoering van het statuut en van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden;
   h) de raad van bestuur stelt de uitvoerend bestuurder en de adjunct-uitvoerend bestuurder of adjunct-uitvoerend bestuurders aan en kan hen uit het ambt ontzetten overeenkomstig artikel 129, en stelt de voorzitter van het Agentschap, de voorzitters en de leden van de kamers van beroep aan overeenkomstig artikel 136;
   i) de raad van bestuur zorgt voor passende follow-up van de bevindingen en aanbevelingen die voortvloeien uit de interne en externe auditverslagen en evaluaties als bedoeld in artikel 165 bis, alsmede uit de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF);
   ibis) de raad van bestuur definieert gemeenschappelijke projecten die volgens artikel 123 quater van belang zijn voor de Unie en de lidstaten en werkt deze nader uit; [Am. 82]
   j) de raad van bestuur wordt geraadpleegd vóór de vaststelling van de richtsnoeren voor onderzoek in het Agentschap en in de andere gevallen waarin deze verordening voorziet;
   k) de raad van bestuur kan, indien hij dit nodig acht, de uitvoerend bestuurder en de Commissie adviezen verstrekken en hen om inlichtingen verzoeken.

2.  Overeenkomstig artikel 110 van het statuut van de ambtenaren en artikel 142 van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden neemt de raad van bestuur op basis van artikel 2, lid 1, van het statuut en artikel 6 van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit waarbij de desbetreffende bevoegdheden tot aanstelling aan de uitvoerend bestuurder worden gedelegeerd en de voorwaarden worden bepaald waaronder deze delegatie kan worden geschorst.

De uitvoerend bestuurder kan deze bevoegdheden subdelegeren.

Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan de raad van bestuur een besluit nemen om de delegatie van de bevoegdheden tot aanstelling aan de uitvoerend bestuurder en de door hem verleende subdelegatie tijdelijk te schorsen en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen dan wel te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend bestuurder. [Am. 84]

Artikel 125

Samenstelling van de raad van bestuur

1.  De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat, en twee vertegenwoordigers van de Commissie, alsmede één vertegenwoordiger van het Europees Parlement en hun respectieve plaatsvervangers. [Am. 85]

2.  De leden van de raad van bestuur kunnen zich overeenkomstig de bepalingen van het reglement van orde laten bijstaan door adviseurs of deskundigen.

3.  De duur van de ambtstermijn bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

Artikel 126

Voorzitter van de raad van bestuur

1.  De raad van bestuur kiest uit zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter. De ondervoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter indien deze is verhinderd.

2.  De voorzitter en de ondervoorzitter hebben zitting voor een periode van vier jaar. Deze ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd. Indien hun lidmaatschap van de raad van bestuur echter tijdens hun ambtstermijn eindigt, loopt deze ambtstermijn automatisch af op dezelfde datum.

Artikel 127

Vergaderingen

1.  De voorzitter roept de raad van beheer in vergadering bijeen.

2.  De uitvoerend bestuurder neemt deel aan de beraadslagingen, tenzij de raad van bestuur anders bepaalt.

3.  De raad van bestuur houdt eenmaal belegt tweemaal per jaar een gewone vergadering. Daarnaast komt hij bijeen op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van de Commissie, van het Europees Parlement of van een derde van de lidstaten. [Am. 87]

4.  De raad van bestuur stelt zijn reglement van orde vast.

5.  De raad van bestuur neemt besluiten met absolute meerderheid van de stemmen van de leden. Voor besluiten die de raad van bestuur kan nemen overeenkomstig artikel 124, lid 1, onder a) en b), artikel 126, lid 1, en artikel 129, leden 2 en 4 3, is echter een tweederde meerderheid van de leden vereist. In beide gevallen beschikt elk lid over één stem. [Am. 88]

6.  De raad van bestuur kan waarnemers op zijn vergaderingen uitnodigen.

7.  Het secretariaat van de raad van bestuur wordt verzorgd door het Agentschap.

AFDELING 2

Uitvoerende raad

Artikel 127 bis

Instelling

De raad van bestuur kan een uitvoerende raad instellen.

Artikel 127 ter

Functies en organisatie

1.  De uitvoerende raad verleent bijstand aan de raad van bestuur.

2.  De uitvoerende raad heeft de volgende functies:

   (a) de besluiten van de raad van bestuur voorbereiden;
   b) samen met de raad van bestuur zorgen voor passende follow-up van de bevindingen en aanbevelingen die voortvloeien uit de interne en externe auditverslagen en evaluaties als bedoeld in artikel 165 bis, alsmede uit de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF);
   c) onverminderd de functies van de uitvoerend bestuurder als omschreven in artikel 128, bij de tenuitvoerlegging van de besluiten van de raad van bestuur aan de uitvoerend bestuurder ondersteuning en advies verlenen teneinde het toezicht op het administratief beheer te versterken.

3.  In spoedgevallen kan de uitvoerende raad indien nodig bepaalde voorlopige besluiten namens de raad van bestuur nemen, in het bijzonder in aangelegenheden van administratief beheer, met inbegrip van schorsing van de delegatie van de bevoegdheden tot aanstelling.

4.  De uitvoerende raad bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, één vertegenwoordiger van de Commissie in de raad van bestuur en drie andere leden die door de raad van bestuur onder zijn leden zijn aangesteld. De voorzitter van de raad van bestuur is eveneens voorzitter van de uitvoerende raad. De uitvoerend bestuurder neemt deel aan de vergaderingen van de uitvoerende raad maar heeft geen stemrecht.

5.  De ambtstermijn van de leden van de uitvoerende raad bedraagt vier jaar. De ambtstermijn van de leden van de uitvoerende raad eindigt wanneer hun lidmaatschap van de raad van bestuur eindigt.

6.  De uitvoerende raad komt ten minste eenmaal om de drie maanden in gewone vergadering bijeen. Daarnaast komt hij bijeen op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van de leden.

7.  De uitvoerende raad voegt zich naar het door de raad van bestuur vastgestelde reglement van orde. [Am. 86]

AFDELING 3

Uitvoerend bestuurder

Artikel 128

Functies van de uitvoerend bestuurder

1.  Het Agentschap wordt beheerd door de uitvoerend bestuurder. De uitvoerend bestuurder legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

2.  Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie, de raad van bestuur en het begrotingscomité is de uitvoerend bestuurder onafhankelijk bij de uitvoering van zijn taken en vraagt of aanvaardt hij geen instructies van een regering of andere instantie.

3.  De uitvoerend bestuurder treedt op als wettelijke vertegenwoordiger van het Agentschap.

4.  De uitvoerend bestuurder vervult in het bijzonder de volgende functies:

   a) hij neemt alle nodige maatregelen, waaronder de vaststelling van interne administratieve instructies en de bekendmaking van aankondigingen, om de werking van het Agentschap te verzekeren;
   b) hij voert de besluiten van de raad van bestuur uit;
   c) hij stelt een ontwerp van jaarlijks werkprogramma op, met vermelding van de geraamde menselijke en financiële middelen voor elke activiteit, en legt dit na raadpleging van de Commissie voor aan de raad van bestuur;
   d) hij stelt een ontwerp van strategisch meerjarenprogramma op, met inbegrip van de strategie voor internationale samenwerking van het Agentschap, en legt dit voor aan de raad van bestuur, na raadpleging van de Commissie en overleg met de desbetreffende commissie van het Europees Parlement;
   e) hij voert het jaarlijks werkprogramma en het strategisch meerjarenprogramma uit en doet verslag aan de raad van bestuur over de tenuitvoerlegging;
   f) hij stelt het jaarverslag over de werkzaamheden van het Agentschap op en legt het verslag ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur;
   g) hij stelt een ontwerp van meerjarenplan inzake personeelsbeleid op en legt het na raadpleging van de Commissie voor aan de raad van bestuur;
   h) hij stelt een actieplan op voor de follow-up van de conclusies van de interne en externe auditverslagen en evaluaties alsmede van de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en rapporteert tweemaal per jaar over de voortgang daarvan aan de Commissie en de raad van bestuur;
   i) hij beschermt de financiële belangen van de Unie door toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van effectieve controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en indien nodig, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties;
   j) hij stelt een strategie ter bestrijding van fraude voor het Agentschap op en legt deze ter goedkeuring voor aan het begrotingscomité;
   k) om de eenvormige toepassing van de verordening te verzekeren kan hij aan de uitgebreide kamer van beroep rechtsvragen voorleggen, in het bijzonder indien de kamers van beroep terzake onderling afwijkende beslissingen hebben genomen;
   l) hij stelt een raming van ontvangsten en uitgaven van het Agentschap op en voert de begroting uit;
   lbis) onverminderd de artikelen 125 en 136 oefent de raad van bestuur met betrekking tot het personeel van het Agentschap de bevoegdheden tot aanstelling uit die krachtens het Statuut aan het tot aanstelling bevoegde gezag zijn toegekend en die krachtens de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden zijn toegekend aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag ("de bevoegdheden tot aanstelling"); [Am. 91]
   m) hij oefent ten aanzien van de personeelsleden de bevoegdheden uit die hem krachtens artikel 124, lid 1, onder f), door de raad van bestuur zijn toegekend; [Am. 89]
   mbis) hij kan de Commissie voorstellen doen tot wijziging van deze verordening, de naar aanleiding van deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen, alsmede van alle andere voorschriften inzake het EU-merkenstelsel, na de raad van bestuur en, wat betreft het in deze verordening neergelegde reglement inzake taksen en begrotingsbepalingen, het begrotingscomité gehoord te hebben; [Am. 90]
   n) hij oefent de bevoegdheden uit die hem krachtens artikel 26, lid 3, artikel 29, lid 5, artikel 30, lid 2, artikel 45, lid 3, artikel 75, lid 2, artikel 78, lid 5, de artikelen 79, 79 ter, 79 quater, artikel 87, lid 3, de artikelen 88 en 89, artikel 93, lid 4, artikel 119, lid 8, en artikel 144 zijn toegekend in overeenstemming met de criteria waarin deze verordening en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen voorzien;
   o) hij kan zijn functies delegeren.

5.  De uitvoerend bestuurder wordt bijgestaan door een of meer adjunct-uitvoerend bestuurders. Bij afwezigheid of verhindering van de uitvoerend bestuurder wordt deze vervangen door de adjunct-uitvoerend bestuurder of een van de adjunct-uitvoerend bestuurders volgens de door de raad van bestuur vastgestelde procedure.

Artikel 129

Aanstelling en ontslag van de uitvoerend bestuurder en verlenging van zijn ambtstermijn

1.  De uitvoerend bestuurder wordt aangesteld als tijdelijk functionaris van het Agentschap overeenkomstig artikel 2, onder a), van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

2.  De uitvoerend bestuurder wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten. ten minste drie kandidaten, voorgedragen door een voorselectiecomité van de raad van bestuur bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en het Europees Parlement, na een open en transparante selectieprocedure en de publicatie van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie en andere organen. Vóór zijn aanstelling kan de door de raad van bestuur geselecteerde kandidaat worden uitgenodigd om voor een daartoe bevoegde commissie van het Europees Parlement een verklaring af te leggen en te antwoorden op vragen van leden van deze commissie. Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend bestuurder wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

De uitvoerend bestuurder kan uitsluitend uit zijn functie worden ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Europese Commissie, nadat op verzoek van de raad van bestuur of van het Europees Parlement door de Commissie een evaluatieverslag is opgesteld.

3.  De ambtstermijn van de uitvoerend bestuurder bedraagt vijf jaar. Aan het eind van deze termijn verricht de Commissie raad van bestuur een beoordeling waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de uitvoerend bestuurder en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap. De raad van bestuur kan de ambtstermijn van de uitvoerend directeur met vijf jaar verlengen. Bij het nemen van besluiten over de verlenging van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur houdt de raad van bestuur rekening met het evaluatieverslag van de Commissie over de prestaties van de uitvoerend directeur en met de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap.

4.  Op voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de beoordeling als bedoeld in lid 3, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend bestuurder eenmaal verlengen met ten hoogste vijf jaar.

5.  Een uitvoerend bestuurder wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

6.  De adjunct-uitvoerend bestuurder of de adjunct-uitvoerend bestuurders worden aangesteld of uit het ambt ontzet overeenkomstig lid 2, na raadpleging van de uitvoerend bestuurder en, indien van toepassing, de verkozen uitvoerend bestuurder. De ambtstermijn van de adjunct-uitvoerend bestuurder bedraagt vijf jaar. De termijn kan door de raad van bestuur na raadpleging van de uitvoerend bestuurder eenmaal voor ten hoogste vijf jaar worden verlengd op voorstel van de Commissie, als, zoals voorgeschreven in lid 4 lid 3, na raadpleging van de uitvoerend bestuurder.”; [Am. 92]

"

(100)  artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt c) wordt vervangen door:"

"c) de dienst die belast is met het bijhouden van het register;”

"

b)  het volgende punt wordt toegevoegd:"

“f) elke andere eenheid of persoon die door de uitvoerend bestuurder daartoe is aangesteld.”;

"

(101)  in artikel 132, lid 2, wordt de derde zin vervangen door:"

“In bijzondere gevallen vastgesteld overeenkomstig artikel 144 bis, onder c), worden de beslissingen door één lid genomen.";

"

(102)  artikel 133 wordt vervangen door:"

“Artikel 133

Dienst die belast is met het bijhouden van het register

1.  De dienst die belast is met het bijhouden van het register, is bevoegd om beslissingen te nemen met betrekking tot vermeldingen in het register.

2.  Hij is ook bevoegd om de in artikel 93, lid 2, bedoelde lijst van erkende gemachtigden bij te houden.

3.  De beslissingen van de dienst worden genomen door één lid.”;

"

(103)  artikel 134 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

“1. Een nietigheidsafdeling is bevoegd om beslissingen te nemen met betrekking tot:

   a) het verzoek om vervallen- of nietigverklaring van een Europees merk EU-merk,
   b) het verzoek om afsplitsing van een Europees merk EU-merk als bedoeld in artikel 18.”;

"

b)  in lid 2 wordt de derde zin vervangen door:"

“In bijzondere gevallen vastgesteld overeenkomstig artikel 144 bis, onder c), worden de beslissingen door één lid genomen.";

"

(104)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 134 bis

Algemene bevoegdheid

Krachtens deze verordening vereiste beslissingen die niet binnen de bevoegdheid van een onderzoeker, een oppositieafdeling, een nietigheidsafdeling of de dienst belast met het bijhouden van het register vallen, worden genomen door een ambtenaar of eenheid die door de uitvoerend bestuurder daartoe is aangesteld.”;

"

(105)  artikel 135 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

“1. De kamers van beroep zijn bevoegd om beslissingen te nemen over het beroep tegen beslissingen die krachtens de artikelen 131 tot en met 134 bis zijn genomen.";

"

b)  in lid 3 wordt punt a) vervangen door:"

“a) het orgaan van de kamers van beroep als bedoeld in artikel 136, lid 4, onder a); of”;

"

c)  lid 4 wordt vervangen door:"

“4. De uitgebreide raad is eveneens bevoegd om gemotiveerde adviezen te verstrekken over juridische vraagstukken die hem worden voorgelegd overeenkomstig artikel 128, lid 4, onder k).”;

"

d)  in lid 5 wordt de laatste zin geschrapt;

(106)  Artikel 136 wordt vervangen door:"

“Artikel 136

Onafhankelijkheid van de leden van de kamers van beroep

1.  De voorzitter van de kamers van beroep en de voorzitters van de kamers worden aangesteld voor een termijn van vijf jaar volgens de in artikel 129 bedoelde procedure voor de aanstelling van de uitvoerend bestuurder. Zij worden tijdens deze termijn niet van hun ambt ontheven, tenzij daarvoor ernstige redenen bestaan en het Hof van Justitie op verzoek van de instantie die hen heeft aangesteld, daartoe beslist.

2.  De ambtstermijn van de voorzitter van de kamers van beroep kan eenmaal worden verlengd met een termijn van vijf jaar, of tot zijn pensionering indien deze leeftijd in de loop van de nieuwe ambtstermijn wordt bereikt, na een voorafgaande positieve evaluatie van zijn prestaties door de raad van bestuur.

3.  De ambtstermijn van de voorzitters van de kamers kan worden verlengd met een termijn van vijf jaar, of tot zijn pensionering indien deze leeftijd in de loop van de nieuwe ambtstermijn wordt bereikt, na een voorafgaande positieve evaluatie van hun prestaties door de raad van bestuur, en na een positief advies van de voorzitter van de kamers van beroep.

4.  De voorzitter van de kamers van beroep heeft de volgende functies op het gebied van beheer en organisatie:

   a) het voorzitterschap van het orgaan van de kamers van beroep dat bevoegd is om de regels en de organisatie van het werk van de kamers vast te stellen;
   b) de tenuitvoerlegging van de beslissingen van dit orgaan;
   c) de toewijzing van de zaken aan een kamer op basis van de objectieve criteria die zijn vastgesteld door het orgaan van de kamers van beroep;
   d) de kennisgeving aan de uitvoerend bestuurder van de behoeften inzake uitgaven van de kamers met het oog op de opstelling van een raming van uitgaven.

De voorzitter van de kamers van beroep zit de uitgebreide kamer voor.

5.  De leden van de kamers van beroep worden door de raad van bestuur aangesteld voor een termijn van vijf jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd met een termijn van vijf jaar, of tot de pensioengerechtigde leeftijd indien deze in de loop van de nieuwe ambtstermijn wordt bereikt, na een voorafgaande positieve evaluatie van hun prestaties door de raad van bestuur, en na een positief advies van de voorzitter van de kamers van beroep.

6.  De leden van de kamers van beroep kunnen niet van hun functie worden ontheven, tenzij daarvoor ernstige redenen bestaan en het Hof van Justitie daartoe beslist nadat de zaak door de raad van bestuur aanhangig is gemaakt op aanbeveling van de voorzitter van de kamers van beroep en na raadpleging van de voorzitter van de kamer waartoe het betrokken lid behoort.

7.  De voorzitter van de kamers van beroep en de voorzitters en leden van de kamers van beroep zijn onafhankelijk. Bij hun beslissingen zijn zij aan geen enkele instructie gebonden.

8.  Beslissingen van een uitgebreide kamer over beroepen of adviezen inzake juridische vraagstukken die overeenkomstig artikel 135 door de uitvoerend bestuurder zijn voorgelegd, zijn verbindend voor de in artikel 130 bedoelde organen met beslissingsbevoegdheid van het Agentschap.

9.  De voorzitter van de kamers van beroep en de voorzitters en leden van de kamers van beroep vervullen niet de functie van onderzoeker, lid van een oppositieafdeling, dienst die belast is met het bijhouden van het register, of nietigheidsafdeling.

Artikel 136 bis

Bemiddelings- en arbitragecentrum

1.  Het Agentschap kan een bemiddelings- en arbitragecentrum instellen dat onafhankelijk van de in artikel 130 genoemde besluitvormingsorganen is. Het centrum wordt bij het Agentschap ondergebracht.

2.  Elke natuurlijke of rechtspersoon kan op vrijwillige basis van de diensten van het centrum gebruik maken ten einde te komen tot de consensuele bijlegging van geschillen die vallen onder deze verordening en onder Richtlijn ...

3.  Het Agentschap kan ook op eigen initiatief een bijleggingsprocedure starten om partijen de gelegenheid te bieden tot een consensuele bijlegging te komen.

4.  Het centrum wordt geleid door een directeur, die voor de activiteiten van het centrum verantwoordelijk is.

5.  De directeur wordt door de raad van bestuur benoemd.

6.  Het centrum stelt regels voor bemiddeling en arbitrage, alsmede voor de werkzaamheden van het centrum vast. De regels voor bemiddeling en arbitrage, alsmede voor de werkzaamheden moeten door de raad van bestuur worden bekrachtigd.

7.  Het centrum stelt een lijst van bemiddelaars en scheidsrechters op die de partijen bijstaan bij de beslechting van geschillen. Dezen zijn onafhankelijk en beschikken over relevante deskundigheid en ervaring. Voor de lijst is de instemming van de raad van bestuur nodig.

8.  De onderzoekers en de leden van de afdelingen van het instituut of van een kamer van beroep mogen niet deelnemen aan de bemiddeling of arbitrage over een zaak waarin zij:

   a) eerder betrokken waren in de procedures die aan bemiddeling of arbitrage onderworpen worden;
   b) een persoonlijk belang hebben; dan wel
   c) eerder betrokken waren als vertegenwoordiger van een van de partijen.

9.  Een persoon die betrokken was bij een oppositie, nietigheid of procedure die aanleiding gaf tot het bemiddelings- of arbitrageproces, mag niet worden opgeroepen om te getuigen als lid van een arbitrage- of bemiddelingspanel."; [Am. 93]

"

(107)  artikel 138 wordt vervangen door:"

“Artikel 138

Begrotingscomité

1.  Het begrotingscomité heeft de functies die hem overeenkomstig deze afdeling worden toegekend.

2.  De artikelen 125, 126 en artikel 127, leden 1 tot en met 4, 6 en 7, zijn mutatis mutandis van toepassing op het begrotingscomité.

3.  Het begrotingscomité neemt besluiten met absolute meerderheid van de stemmen van de leden. Voor besluiten waarvoor het begrotingscomité overeenkomstig artikel 140, lid 3, en artikel 143 bevoegd is, is echter een tweederde meerderheid van de leden vereist. In beide gevallen beschikt elk lid over één stem.”;

"

(108)  in artikel 139 worden de volgende leden toegevoegd:"

“4. Het Agentschap stelt voor het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een tweejaarlijks verslag over zijn financiële situatie op. Op basis van dit dat verslag herziet de Commissie de financiële situatie van het Agentschap.; [Am. 94]

4bis.  Om de continuïteit van zijn activiteiten te waarborgen voorziet het Agentschap in een reservefonds ter dekking van zijn operationele uitgaven gedurende een jaar."; [Am. 95]

"

(109)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 141 bis

Fraudebestrijding

1.  Om de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad* te bevorderen, treedt het Agentschap toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en stelt het voor alle personeelsleden van het Agentschap een passende regeling op volgens het model van de bijlage bij dat akkoord.

2.  De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van het Agentschap EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken of controles en verificaties ter plaatse te verrichten.

3.  Het OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad** onderzoeken, waaronder controles en inspecties ter plaatse, verrichten om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een subsidie of een contract dat door het Agentschap wordt gefinancierd.

4.  Onverminderd de leden 1, 2 en 3 moeten in samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Agentschap bepalingen worden opgenomen die de Europese Rekenkamer en het OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke controles en onderzoeken te verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

5.  Het begrotingscomité stelt een strategie voor fraudebestrijding vast die evenredig met het frauderisico is rekening houdend met de kosten-/batenverhouding van de uit te voeren maatregelen.;

_________________________

* Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (PB L 136 van 31.5.1999).

** Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2). ”;

"

(110)  artikel 144 wordt vervangen door:"

“Artikel 144

Taksen

1.  Naast de taksen waarin artikel 26, lid 2, artikel 36, lid 1, onder c), artikel 41, lid 3, artikel 44, lid 4, artikel 47, leden 1 en 3, artikel 49, lid 4, artikel 56, lid 2, artikel 60, artikel 81, lid 3, artikel 82, lid 1, artikel 113, lid 1, en artikel 147, lid 5, voorzien, worden in de volgende gevallen taksen aangerekend:

   a) afgifte van een duplicaat van het inschrijvingsbewijs;
   b) inschrijving van een licentie of een ander recht inzake een Europees merk EU-merk;
   c) inschrijving van een licentie of een ander recht inzake een aanvrage om een Europees merk EU-merk;
   d) doorhaling van de inschrijving van een licentie of een ander recht;
   e) wijziging van een ingeschreven Europees merk EU-merk;
   f) afgifte van een uittreksel uit het register;
   g) inzage in de dossiers;
   h) afgifte van afschriften van dossierstukken;
   i) afgifte van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de aanvrage;
   j) mededeling van gegevens uit een dossier;
   k) verificatie van de te vergoeden proceskosten.

2.  Het bedrag van de in lid 1 bedoelde taksen moet zodanig op de in bijlage -I aangegeven niveaus worden vastgesteld om te waarborgen dat met de daaruit voortvloeiende ontvangsten in beginsel het evenwicht in de begroting van het Agentschap kan worden gehandhaafd en de toename van grote overschotten wordt vermeden. Onverminderd artikel 139, lid 4, herziet de Commissie de hoogte van de taksen in geval van herhaaldelijke grote overschotten. Ingeval deze herziening geen verdere vermindering of wijziging in het niveau van de taksen tot gevolg heeft waardoor de verdere aangroei van aanzienlijke overschotten wordt voorkomen, worden de overschotten die na de herziening zijn ontstaan, overgedragen aan de begroting van de Unie. [Am. 96]

3.  De uitvoerend bestuurder bepaalt de aan te rekenen vergoeding voor de andere diensten van het Agentschap dan de in lid 1 bedoelde diensten en voor de publicaties die het Agentschap uitgeeft overeenkomstig de criteria waarin de krachtens artikel 144 bis, onder d), vastgestelde gedelegeerde handeling voorziet. Het bedrag van de vergoeding bedraagt niet meer dan wat noodzakelijk is om de kosten van de specifieke door het Agentschap verrichte dienst te vergoeden.

4.  In overeenstemming met de criteria waarin de overeenkomstig artikel 144 bis, onder d), vastgestelde gedelegeerde handeling voorziet, kan de uitvoerend bestuurder de volgende maatregelen nemen:

   a) hij kan bepalen welke andere specifieke betalingsmethoden kunnen worden gebruikt dan die welke overeenkomstig artikel 144 bis, onder d), zijn vastgesteld, in het bijzonder door middel van deposito’s op lopende rekeningen van het Agentschap;
   b) hij kan het bedrag bepalen dat in geval van te hoge betaling voor een taks of een vergoeding niet wordt teruggegeven;
   c) hij kan afzien van gedwongen invordering van een verschuldigd bedrag wanneer het in te vorderen bedrag onbeduidend is of wanneer de invordering te onzeker is.

Wanneer de onder a) bedoelde betalingsmethoden kunnen worden gebruikt, bepaalt de uitvoerend bestuurder op welke datum deze betalingen worden geacht te zijn verricht ten aanzien van het Agentschap.”;

"

(111)  de volgende afdeling wordt ingevoegd:"

“AFDELING 6

Delegatie van bevoegdheden

Artikel 144 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de specifieke criteria voor het gebruik van de talen als bedoeld in artikel 119;
   b) de gevallen waarin beslissingen over oppositie en nietigheid door één lid worden genomen overeenkomstig artikel 132, lid 2, en artikel 134, lid 2;
   c) de regels voor de organisatie van de kamers van beroep, met inbegrip van de instelling en de rol van de autoriteit van kamers van beroep als bedoeld in artikel 135, lid 3, onder a), de samenstelling van de uitgebreide kamer en de regels betreffende de aanhangigmaking als bedoeld in artikel 135, lid 4, en de voorwaarden waaronder beslissingen door één enkel lid worden genomen overeenkomstig artikel 135, leden 2 en 5; [Am. 97]
   d) het stelsel van taksen en vergoedingen die overeenkomstig artikel 144 aan het Agentschap moeten worden betaald, met inbegrip van het bedrag van de taksen, de betalingsmethoden, de valuta, het tijdstip waarop taksen en vergoedingen verschuldigd zijn, de datum waarop de betaling wordt geacht te zijn verricht en de gevolgen van niet- of laattijdige betaling, teveel betaalde of te weinig betaalde bedragen, de diensten die kosteloos kunnen worden verstrekt, en de criteria volgens welke de uitvoerend bestuurder de in artikel 144, leden 3 en 4, bedoelde bevoegdheden kan uitoefenen.”; [Am. 98]

"

(112)  In artikel 145, worden de woorden “haar uitvoeringsverordeningen” wordt vervangen door: “de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen”;"

"Artikel 145

Toepassing van bepalingen

Voor zover in deze titel niet anders is bepaald, zijn deze verordening en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen van toepassing op aanvragen voor een internationale inschrijving uit hoofde van het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, aangenomen te Madrid op 27 juni 1989 (hierna "internationale aanvragen", respectievelijk "het Protocol van Madrid"), die zijn gebaseerd op een aanvrage voor een EU-merk of op een EU-merk, en op inschrijvingen van een merk in het internationale register dat door het Internationale Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom wordt bijgehouden (hierna "internationale inschrijvingen", respectievelijk "het Internationale Bureau"), waarin de Europese Unie wordt aangewezen."; [Am. 99]

"

(113)  in artikel 147 worden de leden 4, 5 en 6 vervangen door:"

“4. Bij de indiening van een internationale aanvrage moet een taks aan het Agentschap worden betaald. Indien de internationale inschrijving op een Europees merk EU-merk moet worden gebaseerd zodra dit is ingeschreven, is de taks verschuldigd op de datum van inschrijving van het Europees merk EU-merk. De aanvrage wordt eerst geacht te zijn ingediend nadat de verschuldigde taks is betaald.

5.  De internationale aanvrage voldoet aan de formele voorwaarden vastgesteld overeenkomstig artikel 161 bis, onder a).

6.  Het Agentschap onderzoekt of de internationale aanvrage voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 146 en in de leden 1, 3 en 5 van dit artikel.

7.  Het Agentschap doet de internationale aanvrage zo spoedig mogelijk toekomen aan het Internationale Bureau.”; [Am. 100]

"

(114)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 148 bis

Kennisgeving van de ongeldigheid van de basisaanvrage of -inschrijving

Binnen Gedurende vijf jaar na de datum van de internationale inschrijving stelt het Agentschap het Internationale Bureau in kennis van de alle feiten en beslissingen die van invloed zijn voor de geldigheid van de aanvrage voor een Europees merk EU-merk of de inschrijving van een Europees merk EU-merk waarop de internationale inschrijving gebaseerd was.”; [Am. 101]

"

(115)   Aan artikel 149 wordt de volgende zin toegevoegd:"

“Het verzoek voldoet aan de formele voorwaarden vastgesteld overeenkomstig artikel 161 bis, onder c).”; [Am. 102]

"

(116)  artikel 154, lid 4, wordt geschrapt;

(117)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 154 bis

Collectieve en kwaliteitsmerken

Wanneer een internationale inschrijving op een basisaanvrage of basisinschrijving voor een collectief merk, kwaliteitsmerk of garantiemerk is gebaseerd, volgt het Agentschap de procedures waarin overeenkomstig artikel 161 bis, onder f), wordt voorzien. wordt de internationale inschrijving waarin de Europese Unie wordt aangewezen, behandeld als een collectief Europees merk. De houder van de internationale inschrijving dient overeenkomstig artikel 67 binnen twee maanden na de datum waarop het Internationale Bureau het Agentschap in kennis heeft gesteld van de internationale registratie, rechtstreeks bij het Agentschap een reglement in voor het gebruik van het merk.”; [Am. 103]

"

(118)  artikel 155 wordt geschrapt;

(119)  artikel 156 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 worden de woorden “zes maanden” wordt vervangen door “één maand”;"

"2. De oppositie moet worden ingesteld binnen een termijn van drie maanden die één maand na de datum van publicatie overeenkomstig artikel 152, lid 1, begint. De oppositie wordt eerst geacht volgens de regels ingesteld te zijn nadat de oppositietaks is betaald."; [Am. 104]

"

b)  lid 4 wordt geschrapt;

(120)  de volgende artikelen worden ingevoegd:"

“Artikel 158 bis

Rechtsgevolg van inschrijving van overgang

De aantekening in het internationale register van een eigendomsovergang van de internationale inschrijving heeft dezelfde gevolgen als de vermelding van een overgang in het register overeenkomstig artikel 17.

Artikel 158 ter

Rechtsgevolg van inschrijving van licenties en andere rechten

De aantekening in het internationale register van een licentie of een beperking van het beschikkingsrecht van de houder ten aanzien van de internationale inschrijving heeft dezelfde gevolgen als de inschrijving in het register van een licentie, een zakelijk recht, een gedwongen tenuitvoerlegging of insolventieprocedure, overeenkomstig respectievelijk de artikelen 19, 20, 21 en 22.

Artikel 158 ter

Onderzoek van verzoeken om inschrijving van overgangen, licenties of beperkingen van het beschikkingsrecht van de houder

Het Agentschap stuurt de verzoeken om inschrijving van een eigendomsovergang, een licentie of een beperking in het beschikkingsrecht van de houder, de wijziging of doorhaling van een licentie of de opheffing van een beperking van het beschikkingsrecht van de houder die bij hem zijn ingediend, naar het Internationale Bureauin de gevallen waarin overeenkomstig artikel 161 bis, onder h), is voorzien.”; [Am. 105]

"

(121)  artikel 159 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1, onder b), komt als volgt te luiden:"

“b) in de aanwijzing van een lidstaat die partij is bij de Protocol van Madrid, op voorwaarde dat het op de datum van de aanvrage om omzetting mogelijk was deze lidstaat rechtstreeks aan te wijzen op basis van het Protocol van Madrid. De artikelen 112, 113 en 114 zijn van toepassing.”;

"

b)  in lid 2 worden de woorden “of bij de Schikking van Madrid” geschrapt wordt vervangen door:"

"2. De aanvrage om een nationaal merk of de aanwijzing van een lidstaat die partij is bij het Protocol van Madrid welke uit de omzetting van de aanwijzing van de Europese Unie via een internationale inschrijving voortvloeit, draagt in de betrokken lidstaat de datum van de internationale inschrijving, overeenkomstig artikel 3, lid 4, van het Protocol van Madrid of de datum van uitstrekking tot de Europese Unie overeenkomstig artikel 3 ter, lid 2, van het Protocol, indien deze uitstrekking na de internationale inschrijving heeft plaatsgevonden, of de datum van voorrang van die inschrijving, en heeft, waar nodig, de anciënniteit van een merk van de betrokken lidstaat, waarop op grond van artikel 153 een beroep wordt gedaan."; [Am. 106]

"

(122)  in titel XIII wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

“AFDELING 4

Delegatie van bevoegdheden

Artikel 161 bis

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 163 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

   a) de formele voorwaarden van een internationale aanvrage, als bedoeld in artikel 147, lid 5, de procedure voor het onderzoek van een internationale aanvrage overeenkomstig artikel 147, lid 6, en de regels voor de verzending van een internationale aanvrage naar het Internationale Bureau overeenkomstig artikel 147, lid 4; [Am. 107]
   b) de regels voor de kennisgeving als bedoeld in artikel 148 bis;
   c) de formele voorwaarden voor een verzoek om territoriale uitstrekking, als bedoeld in artikel 149, lid 2, de procedure voor het onderzoek van deze voorwaarden en de regels voor de verzending van een verzoek om territoriale uitstrekking naar het Internationale Bureau; [Am. 108]
   d) de procedure voor de indiening van een beroep op anciënniteit overeenkomstig artikel 153;
   e) de procedures voor het onderzoek van absolute weigeringsgronden als bedoeld in artikel 154 en voor de indiening en onderzoek van een oppositie overeenkomstig artikel 156, met inbegrip van de nodige mededelingen aan het Internationale Bureau;
   f) de procedures met betrekking tot de internationale inschrijvingen als bedoeld in artikel 154 bis;
   g) de gevallen waarin het Agentschap het Internationale Bureau in kennis stelt van de nietigverklaring van de gevolgen van een internationale inschrijving overeenkomstig artikel 158 en de informatie die deze kennisgeving moet bevatten;
   h) de regels voor de verzending van de verzoeken aan het Internationale Bureau als bedoeld in artikel 158 ter;
   i) de voorwaarden waaraan een verzoek om omzetting als bedoeld in artikel 159, lid 1, moet voldoen;
   j) de formele voorwaarden van een aanvrage om omzetting als bedoeld in artikel 161 en de procedures voor deze omzetting;
   k) de regels voor de kennisgevingen tussen het Agentschap en het Internationale Bureau, met inbegrip van de kennisgevingen die overeenkomstig artikel 147, lid 4, artikel 148 bis, artikel 153, lid 2, en artikel 158 ter worden verricht.”; [Am. 109]

"

(123)  artikel 162 wordt geschrapt;

(124)  artikel 163 wordt geschrapt;

(125)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 163 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in de artikelen 24 bis, 35 bis, 45 bis, 49 bis, 57 bis, 65 bis, 74 bis, 74 duodecies, 93 bis, 114 bis, 144 bis en 161 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in lid 2 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig de artikelen 24 bis, 35 bis, 45 bis, 49 bis, 57 bis, 65 bis, 74 bis, 74 duodecies, 93 bis, 114 bis, 144 bis en 161 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee vier maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”; [Am. 110]

"

(126)  artikel 164 wordt geschrapt;

(127)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

“Artikel 165 bis

Evaluatie en toetsing

1.  Tegen 2019 en daarna om de vijf jaar geeft maakt de Commissie opdracht tot een evaluatie op van over de tenuitvoerlegging van deze verordening. [Am. 112]

2.  De evaluatie heeft betrekking op het regelgevingskader voor samenwerking tussen het Agentschap en de diensten voor intellectuele eigendom van de lidstaten en het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom, met bijzondere aandacht voor het financieringsmechanisme. De evaluatie behandelt verder de resultaten, de doeltreffendheid en de efficiëntie van het Agentschap en zijn werkmethoden. Zij richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het Agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

3.  De Commissie zendt het evaluatieverslag met haar conclusies over het verslag aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur. De resultaten van de evaluatie worden openbaar gemaakt.

4.  Bij elke tweede evaluatie worden de door het Agentschap bereikte resultaten getoetst aan zijn doelstellingen, opdracht en taken. Indien de Commissie van mening is dat het voortbestaan van het Agentschap niet langer gerechtvaardigd is in het licht van de toegewezen doelstellingen, opdracht en taken, kan zij voorstellen om deze verordening in te trekken.”;

"

(127 bis)  de volgende bijlage wordt ingevoegd:"

"Bijlage -I

Bedrag van de taksen

De bedragen van de uit hoofde van deze verordening en van Verordening (EG) nr. 2868/95 aan het Agentschap te betalen taksen zijn als volgt:

1.  Basistaks voor de aanvraag van een individueel merk (artikel 26, lid 2, regel 4 (a))

925 EUR

1 bis.  Recherchetaks voor de aanvraag van een EU-merk (artikel 38, lid 2, regel 4 (c))

Het bedrag van 12 EUR, vermenigvuldigd met het aantal centrale diensten voor de industriële eigendom als bedoeld in artikel 38, lid 2; dat bedrag, en de latere wijzigingen daarvan, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van het Agentschap

1 ter.  Basistaks voor de aanvraag van een individueel merk langs elektronische weg (artikel 26, lid 2, regel 4 (a))

775 EUR

1 quater.  Basistaks voor de aanvraag van een individueel merk langs elektronische weg onder gebruikmaking van de onlineclassifi-catiedatabank (artikel 26, lid 2, regel 4 (a))

725 EUR

2.  Taks voor een individueel merk voor de tweede klasse van goederen en diensten (artikel 26, lid 2, regel 4 (b))

50 EUR

2 bis.  Taks voor een individueel merk voor de derde klasse van goederen en diensten (artikel 26, lid 2, regel 4 (b))

75 EUR

2 ter.  Taks voor een individueel merk voor iedere klasse van goederen en diensten boven de derde (artikel 26, lid 2, regel 4 (b))

150 EUR

3.  Basistaks voor de aanvraag van een collectief merk (artikel 26, lid 2, en artikel 66, lid 3, regel 4 (a) en regel 42)

EUR 1 000

3 bis.  Basistaks voor de aanvraag van een collectief merk langs elektronische weg onder gebruikmaking van de onlineclassifi-catiedatabank (artikel 26, lid 2, en artikel 66, lid 3, regel 4 (a) en regel 42)

950 EUR

4.  Taks voor een collectief merk voor de tweede klasse van goederen en diensten (artikel 26, lid 2, en artikel 66, lid 3, regel 4 (b) en regel 42)

50 EUR

4 bis.  Taks voor een collectief merk voor de derde klasse van goederen en diensten (artikel 26, lid 2, en artikel 66, lid 3, regel 4 (b) en regel 42)

75 EUR

4 ter.  Taks voor een collectief merk voor iedere klasse van goederen en diensten boven de derde (artikel 26, lid 2, en artikel 66, lid 3, regel 4 (b) en regel 42)

150 EUR

5.  Oppositietaks (artikel 41, lid 3; regel 17 (1))

350 EUR

7.  Basistaks voor de inschrijving van een individueel merk (artikel 45)

0 EUR

8.  Taks voor een individueel merk voor iedere klasse van goederen en diensten boven de derde (artikel 45)

0 EUR

9.  Basistaks voor de inschrijving van een collectief merk (artikel 45 en artikel 66, lid 3)

0 EUR

10.  Taks voor een collectief merk voor iedere klasse van goederen en diensten boven de derde (artikel 45 en artikel 64, lid 3)

0 EUR

11.  Toeslag voor laattijdige betaling van de inschrijvingstaks (artikel 162, lid 2, punt 2)

0 EUR

12.  Basistaks voor de vernieuwing van een individueel merk (artikel 47, lid 1, regel 30, lid 2 (a))

1 150 EUR

12 bis.  Basistaks voor de vernieuwing van een individueel merk langs elektronische weg (artikel 47, lid 1, regel 30, lid 2 (a))

1 000 EUR

13.  Taks voor de vernieuwing van een individueel merk voor de tweede klasse van goederen en diensten (artikel 47, lid 1, regel 30, lid 2 (b))

100 EUR

13 bis.  Taks voor de vernieuwing van een individueel merk voor de derde klasse van goederen en diensten (artikel 47, lid 1, regel 30, lid 2 (b))

150 EUR

13 ter.  Taks voor de vernieuwing van een individueel merk voor iedere klasse van goederen en diensten boven de derde (artikel 47, lid 1, regel 30, lid 2 (b))

300 EUR

14.  Basistaks voor de vernieuwing van een collectief merk (artikel 47, lid 1, en artikel 66, lid 3, regel 30, lid 2 (a) en regel 42)

1 275 EUR

15.  Taks voor de vernieuwing van een collectief merk voor de tweede klasse van goederen en diensten (artikel 47, lid 1, en artikel 66, lid 3, regel 30, lid 2 (b) en regel 42)

100 EUR

15 bis.  Taks voor de vernieuwing van een collectief merk voor de derde klasse van goederen en diensten (artikel 47, lid 1, en artikel 66, lid 3, regel 30, lid 2 (b) en regel 42)

150 EUR

15 ter.  Taks voor de vernieuwing van een collectief merk voor iedere klasse van goederen en diensten boven de derde (artikel 47, lid 1, en artikel 66, lid 3, regel 30, lid 2 (b) en regel 42)

300 EUR

16.  Toeslag voor laattijdige betaling van de vernieuwingstaks of voor te late indiening van de vernieuwings-aanvraag (artikel 47, lid 3, regel 30, lid 2 (c))

25% van de taks voor laattijdige vernieuwing, met een maximum van 1 150 EUR

17.  Taks voor een vordering tot vervallen- of nietigverklaring (artikel 56, lid 2, regel 39, lid 1)

700 EUR

18.  Beroepstaks (artikel 60, regel 49, lid 3)

800 EUR

19.  Taks voor een aanvraag tot herstel in de vorige toestand (artikel 81, lid 3)

200 EUR

20.  Taks voor een aanvraag tot omzetting van een EU-merkaanvraag of van een EU-merk (artikel 113, lid 1, tevens in samenhang met artikel 159, lid 1; artikel 45, lid 2, tevens in samenhang met regel 123, lid 2))

a) in een aanvrage om een nationaal merk;

b) in een aanwijzing van lidstaten in het kader van de Schikking van Madrid

200 EUR

21.  Taks voor voortzetting van de procedure (artikel 82, lid 1)

400 EUR

22.  Taks voor de verklaring van afsplitsing van een ingeschreven EU-merk (artikel 49, lid 4) of een aanvraag voor een EU-merk (artikel 44, lid 4):

250 EUR

23.  Taks voor een aanvraag tot inschrijving van een licentie of een ander recht met betrekking tot een ingeschreven EU-merk (artikel 162, lid 2, onder c), regel 33, lid 2) of een aanvraag voor een EU-merk (artikel 157, lid 2, onder d), regel 33, lid 4):

a)  verlening van een licentie;

b)  overdracht van een licentie;

c)  creatie van een zakelijk recht;

d)  overdracht van een zakelijk recht;

e)  gedwongen tenuitvoerlegging;

200 EUR per inschrijving, maar wanneer er bij dezelfde aanvraag of tegelijkertijd meerdere verzoeken worden ingediend, mag de taks in totaal niet hoger uitkomen dan 1 000 EUR

24.  Taks voor de doorhaling van de inschrijving van licenties en andere rechten (artikel 162, lid 2, onder e), regel 35, lid 3)

200 EUR per doorhaling, maar wanneer er bij dezelfde aanvraag of tegelijkertijd meerdere verzoeken worden ingediend, mag de taks in totaal niet hoger uitkomen dan 1 000 EUR

25.  Taks voor de wijziging van een ingeschreven EU-merk (artikel 162, lid 2, onder f), regel 25, lid 2)

200 EUR

26.  Taks voor de afgifte van een duplicaat van de aanvraag voor een EU-merk (artikel 162, lid 2, onder j), regel 89, lid 5)), een duplicaat van het inschrijvings-bewijs (artikel 162, lid 2, onder b), regel 24, lid 2)), of een uittreksel uit het register (artikel 162, lid 2, onder g), regel 84, lid 6)):

a)  ongewaarmerkte kopie of uittreksel;

b)  gewaarmerkte kopie of uittreksel

10 EUR

30 EUR

27.  Fee for the inspection of the files (Article 162 (2)(h), Rule 89 (1))

EUR 30

28.  Fee for the issue of copies of file documents (Article 162(2)(i), Rule 89(5)):

a)  ongewaarmerkte kopie;

b)  gewaarmerkte kopie,

plus per bladzijde, boven de 10

EUR 10

EUR 30

EUR 1

29.  Taks voor mededeling van gegevens uit een dossier (artikel 162, lid 2, onder k), regel 90)

10 EUR

30.  Taks voor de verificatie van de proceskosten die moeten worden vergoed (artikel 162, lid 2, onder l), regel 94, lid 4))

100 EUR

31.  Taks voor de indiening van een internationale aanvraag bij het Agentschap (artikel 147, lid 5)

300 EUR

[Am. 111]

Artikel 1 bis

Verordening (EG) nr. 2868/95 wordt als volgt gewijzigd:

   (1) Regel 4 wordt geschrapt;
   (2) Regel 30, lid 2, wordt geschrapt. [Am. 113]

Artikel 1 ter

Verordening (EG) nr. 2869/95 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen in overeenstemming met de concordantietabel in de bijlage(16).” [Am. 114]

"

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op [vermeld als datum 90 dagen na die van de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie].

Artikel 1, punten (9), (10)(b), (21), (22), (23), (25), (26), (27), (29), (30), (31), (34), (37), (38), (41), (44), (46), (57), (58), (59), (60), (61), (63), (64), (66), (67), (68), (69), (70), (71), (72), (73), (75), (76), (77), (78), (79), (88), (89), (93), (94), (99) voor zover het betrekking heeft op artikel 128, lid 4, onder n), (101), (103)(b), (105)(d), (112), (113), (114), (115), (117), (120), (123) en (124), treedt in werking op [vermeld de eerste dag van de eerste maand na 18 maanden volgend op de in de eerste alinea vermelde datum].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1) Standpunt van het Europees Parlement van 25 februari 2014.
(2)Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk (PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1).
(3)Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (PB L 78 van 24.3.2009, blz. 1).
(4)Richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB L 40 van 11.2.1989, blz. 1).
(5)Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB L 299 van 8.11.2008, blz. 25).
(6)COM(2008)0465.
(7)PB C 140 van 29.5.2010, blz. 22.
(8)COM(2011)0287.
(9)PB L 336 van 23.12.1994, blz. 214.
(10)Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 21).
(11) Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).
(12) Verordening (EG) nr. 2869/95 van de Commissie van 13 december 1995 inzake de aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) te betalen taksen (PB L 303 van 15.12.1995, blz. 33).
(13)Verordening (EG) nr. 2868/95 van de Commissie van 13 december 1995 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad inzake het Gemeenschapsmerk (PB L 303 van 15.12.1995, blz. 1).
(14) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
(15) PB C 32 van 4.2.2014, blz. 23.
(16) De concordantietabel wordt opgemaakt van zodra er over deze verordening een interinstitutionele akkoord is bereikt.

Juridische mededeling - Privacybeleid