Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2627(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0263/2014

Debatten :

PV 12/03/2014 - 6
CRE 12/03/2014 - 6

Stemmingen :

PV 13/03/2014 - 14.12
CRE 13/03/2014 - 14.12

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0248

Aangenomen teksten
PDF 135kWORD 54k
Donderdag 13 maart 2014 - Straatsburg
Invasie van Oekraïne door Rusland
P7_TA(2014)0248RC-B7-0263/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2014 over de invasie van Oekraïne door Rusland (2014/2627(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid, het Oostelijk Partnerschap en Oekraïne, en met name zijn resolutie van 27 februari 2014 over de situatie in Oekraïne(1),

–  gezien zijn resolutie van 12 december 2013 over de resultaten van de top van Vilnius en de toekomst van het Oostelijk Partnerschap, in het bijzonder wat Oekraïne betreft(2),

–  gezien zijn resolutie van 6 februari 2014 over de top EU-Rusland(3),

–  gezien de conclusies van de buitengewone vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken op 3 maart 2014 over Oekraïne,

–  gezien de verklaring van de Noord-Atlantische Raad van 4 maart 2014,

–  gezien de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders over Oekraïne na de buitengewone vergadering van de Europese Raad op 6 maart 2014 over Oekraïne,

–  gezien artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Russische daad van agressie, te weten de invasie van de Krim, een schending vormt van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne, strijdig is met het internationaal recht, en een inbreuk vormt op de verplichtingen die Rusland is aangegaan als ondertekenaar van het memorandum van Boedapest betreffende veiligheidsgaranties voor Oekraïne, waarbij Rusland heeft gegarandeerd de territoriale integriteit en soevereiniteit van Oekraïne te zullen eerbiedigen;

B.  overwegende dat pro-Russische milities en Russische soldaten een aantal belangrijke gebouwen in Simferopol, de hoofdstad van de Krim, hebben bezet alsmede belangrijke Oekraïense installaties en strategische doelen op de Krim, waaronder ten minste drie luchthavens; overwegende dat de meeste Oekraïense militaire eenheden op het schiereiland omsingeld zijn maar weigeren hun wapens neer te leggen; overwegende dat sinds het begin van de crisis een groot aantal extra Russische troepen in Oekraïne is ingezet;

C.  overwegende dat de argumenten van de Russische leiders om deze agressie te steunen volkomen onterecht zijn en haaks staan op de realiteit op het terrein, aangezien er geen melding is gemaakt van aanvallen op of intimidatie van Russen of etnisch Russische burgers op de Krim;

D.  overwegende dat de zelfverklaarde en onwettige autoriteiten van de Krim op 6 maart 2014 een besluit hebben genomen ten gunste van aansluiting bij de Russische Federatie en op 16 maart 2014 een referendum over de onafhankelijkheid van de Krim willen houden, hetgeen een schending van de grondwet van zowel Oekraïne als de Krim is;

E.  overwegende dat de Russische premier plannen heeft aangekondigd om spoedig procedures in werking te stellen voor het verkrijgen van het Russische staatburgerschap voor Russisch-sprekenden in het buitenland;

F.  overwegende dat de Federale Raad van de Russische Federatie op 1 maart 2014 toestemming heeft gegeven voor de inzet van Russische troepen in Oekraïne om de belangen van Rusland en Russisch-sprekenden op de Krim en in het land te beschermen;

G.  overwegende dat op alle niveaus krachtige diplomatieke maatregelen genomen moeten worden en een onderhandelingsproces noodzakelijk is om de situatie te de-escaleren, spanningen te verminderen, te voorkomen dat de crisis in een neerwaartse spiraal terecht komt en onbeheersbaar wordt, en een vreedzame uitkomst veilig te stellen; overwegende dat de EU doeltreffend moet reageren, zodat Oekraïne in staat wordt gesteld om vrij van externe druk zijn soevereiniteit en territoriale integriteit ten volle uit te oefenen;

H.  overwegende dat de 28 staatshoofden en regeringsleiders van de EU een krachtige waarschuwing hebben gegeven over de gevolgen van de Russische acties en hebben besloten de bilaterale gesprekken met Rusland over visa-aangelegenheden en de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, alsmede de deelname van de EU-instellingen aan de voorbereiding van de G8-top die is gepland voor juni 2014 in Sotsji, op te schorten;

1.  veroordeelt krachtig de Russische daad van agressie die bestaat uit de invasie in de Krim, dat een onmiskenbaar deel van Oekraïne vormt en als dusdanig door de Russische Federatie en de internationale gemeenschap is erkend; vraagt een onmiddellijke de-escalatie van de crisis, met de onmiddellijke terugtrekking van alle militaire strijdkrachten die illegaal op Oekraïens grondgebied aanwezig zijn, en dringt aan op volledige naleving van het internationale recht en op volledige nakoming van de bestaande verplichtingen op grond van verdragen;

2.  herinnert eraan dat deze acties duidelijk in strijd zijn met het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE, het statuut van de Raad van Europa, het memorandum van Boedapest uit 1994 betreffende veiligheidsgaranties, de bilaterale overeenkomst uit 1997 inzake vriendschap, samenwerking en partnerschap, de overeenkomst uit 1997 over de status en de voorwaarden voor de aanwezigheid van de Russische Zwarte-Zeevloot op het grondgebied van Oekraïne en de internationale verplichtingen van Rusland; is van mening dat de door Rusland uitgevoerde handelingen een bedreiging vormen voor de veiligheid van de EU; betreurt het besluit van de Russische Federatie om de door de ondertekenaars van het memorandum bijeengeroepen vergadering van 5 maart 2014 in Parijs over de veiligheid van Oekraïne niet bij te wonen;

3.  wijst erop dat de territoriale integriteit van Oekraïne is gegarandeerd door Rusland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk in het met Oekraïne ondertekende memorandum van Boedapest en onderstreept dat de Autonome Republiek van de Krim volgens de Oekraïense grondwet alleen referenda kan organiseren over lokale kwesties en niet over een wijziging van de internationaal erkende grenzen van Oekraïne; benadrukt het feit dat een referendum over de kwestie van toetreding tot de Russische Federatie daarom zal worden beschouwd als illegitiem en illegaal, net als elk ander referendum dat in strijd is met de Oekraïense grondwet en het internationaal recht; is dezelfde mening toegedaan over het uitroepen van de onafhankelijkheid door de onwettige en zelfverklaarde autoriteiten van de Krim op 11 maart 2014;

4.  benadrukt het feit dat de EU en haar lidstaten tegen Rusland moeten spreken met één stem en dat zij het recht moeten ondersteunen van een Oekraïne dat één is om zijn toekomst vrij te bepalen; is daarom tevreden met en ondersteunt krachtig de gezamenlijke verklaring van de buitengewone Europese top van 6 maart 2014 waarin de Russische daden van agressie werden veroordeeld en de territoriale integriteit van Oekraïne werd ondersteund; vraagt nauwe trans-Atlantische samenwerking inzake stappen in de richting van een oplossing van de crisis;

5.  veroordeelt de officiële Russische doctrine, op basis waarvan het Kremlin het recht op gewapende interventie opeist in aangrenzende soevereine staten ter "bescherming" van de veiligheid van de aldaar woonachtige Russische landgenoten, als zijnde in strijd met het internationaal recht en de internationale gedragscode; wijst erop dat zo'n doctrine neerkomt op unilaterale usurpatie van de positie van hoogste arbiter van het internationaal recht en gebruikt is ter rechtvaardiging van een groot aantal vormen van politieke, economische en militaire interventie;

6.  herinnert aan het feit dat bij het nationale referendum over onafhankelijkheid, dat in 1991 in Oekraïne werd gehouden, de meerderheid van de bevolking van de Krim vóór onafhankelijkheid stemde;

7.  benadrukt ervan overtuigd te zijn dat de totstandbrenging van een constructieve dialoog de best mogelijke manier is om welk conflict ook op te lossen en in Oekraïne te zorgen voor stabiliteit op lange termijn; prijst de verantwoordelijke, gematigde en ingetogen wijze waarop de regering in Kiev met deze ernstige crisis is omgegaan, waarin de territoriale integriteit en de soevereiniteit van het land op het spel staan; verlangt dat de internationale gemeenschap Oekraïne vastberaden bijstaat en ondersteunt;

8.  verwerpt het Russische doel om de Russischsprekende bevolking in de Krim te beschermen als zijnde volkomen ongegrond, aangezien deze bevolkingsgroep op geen enkele wijze gediscrimineerd is of wordt; wijst ten stelligste af dat demonstranten tegen het beleid van Janoekovitsj in de Russische propaganda als fascisten worden afgeschilderd;

9.  doet een oproep om een vreedzame oplossing voor de huidige crisis te zoeken en de beginselen van en de verplichtingen uit hoofde van het internationale recht volledig in acht te nemen; is van mening dat de situatie moet worden beheerst en verder gede-escaleerd om een militaire confrontatie op de Krim te voorkomen;

10.  onderstreept dat internationale waarneming en bemiddeling van het grootste belang zijn; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten blijk te geven van de bereidheid om alle mogelijke diplomatieke en politieke middelen uit te putten en onvermoeibaar met alle relevante internationale organisaties, zoals de VN, de OVSE en de Raad van Europa, samen te werken met het oog op een vreedzame oplossing, die moet berusten op de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne; verzoekt daarom om de inzet van een volwaardige monitoringmissie van de OVSE op de Krim;

11.  is ingenomen met het initiatief om een contactgroep onder de auspiciën van de OVSE op te richten, maar betreurt dat gewapende groepen op 6 maart 2014 de toegang van de OVSE-waarnemingsmissie tot de Krim hebben verhinderd; bekritiseert de autoriteiten van Rusland en de zelfverklaarde autoriteiten van de Krim vanwege het feit dat zij niet met de OVSE-waarnemingsmissie samenwerken of de leden ervan geen volledige en veilige toegang tot de regio te verlenen;

12.  betreurt dat de speciale gezant voor de Krim van de VN-secretaris-generaal zijn missie na persoonlijke gewelddadige bedreigingen moest onderbreken;

13.  is van mening dat bepaalde aspecten van de overeenkomst van 21 februari 2014, die is gesloten na onderhandelingen die namens de EU zijn gevoerd door drie ministers van buitenlandse zaken maar door Janoekovitsj is geschonden doordat hij de overeenkomst niet in acht nam door de nieuwe grondwet te ondertekenen, nog steeds kunnen helpen om uit de bestaande impasse te raken; is evenwel van mening dat niemand kan onderhandelen over en/of akkoord kan gaan met oplossingen die de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne ondermijnen, en bevestigt dat het Oekraïense volk het fundamentele recht heeft vrij de toekomst van zijn land te bepalen;

14.  maakt zich ernstige zorgen door de berichten dat gewapende personen een merkteken aanbrengen op de huizen van Oekraïense Tataren in gebieden op de Krim waar zowel Tataren als Russen wonen; merkt op dat de Krimtataren, die na de onafhankelijkheid van Oekraïne naar hun thuisland zijn teruggekeerd nadat zij door Stalin werden gedeporteerd, de internationale gemeenschap verzoeken steun te verlenen aan de territoriale integriteit van Oekraïne en aan een algemeen wettelijk en politiek akkoord over het herstel van hun rechten als oorspronkelijke bewoners van de Krim; verzoek de internationale gemeenschap, de Commissie en de Raad, de hoge VN-commissaris voor de mensenrechten en de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten de rechten van deze en andere minderheidsgemeenschappen op het schiereiland de Krim te beschermen; verlangt dat uitvoerig onderzoek wordt gedaan naar de intimidatie van Joden en aanvallen op Joodse religieuze plaatsen na de invasie van de Krim;

15.  is verheugd over het feit dat de Oekraïense regering zich geëngageerd wil inzetten voor een ambitieuze hervormingsagenda die politieke, economische en maatschappelijke veranderingen behelst; is daarom verheugd over het besluit van de Commissie om aan Oekraïne een financieel steunpakket voor de korte en middellange termijn ten bedrage van 11 miljard euro te verlenen, om het land economisch en financieel te helpen stabiliseren; verwacht dat de Raad en de Commissie samen met het IMF, de Wereldbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling en de Europese Investeringsbank, zo spoedig mogelijk met een langetermijnpakket van robuuste financiële steunmaatregelen komen om Oekraïne te helpen de steeds slechter wordende economische en maatschappelijke situatie te verbeteren en de economische steun te verschaffen om de noodzakelijke grondige en grootscheepse economische hervormingen in gang te zetten; herinnert eraan dat een internationale donorconferentie moet worden georganiseerd en gecoördineerd, die wordt samengeroepen door de Commissie en zo spoedig mogelijk dient plaats te vinden; verzoekt het IMF geen ondraaglijke soberheidsmaatregelen op te leggen, zoals het korten op de energiesubsidies, die de reeds moeilijke sociaaleconomische situatie van het land nog zullen verergeren;

16.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om samen met de Raad van Europa en de Venetiëcommissie, naast financiële steun, ook technische bijstand te verlenen met het oog op een grondwetsherziening, de versterking van de rechtsstaat en de corruptiebestrijding in Oekraïne; kijkt in dit verband uit naar positieve resultaten en benadrukt het feit dat de Majdan-gangers en alle Oekraïners radicale veranderingen verwachten en een behoorlijk functionerend bestuursstelsel;

17.  vraagt vrije, eerlijke, transparante en nationale verkiezingen met waarnemers van de OVSE-ODIHR en herhaalt bereid te zijn om zijn eigen missie op te richten met dezelfde taak; verzoek de Oekraïense autoriteiten alles in het werk te stellen om een grote deelname aan de presidentsverkiezingen te bevorderen, met inbegrip van de oostelijke en zuidelijke delen van het land; herhaalt zijn verzoek aan de Oekraïense autoriteiten om parlementaire verkiezingen te houden overeenkomstig de aanbevelingen van de Commissie van Venetië en steunt de invoering van een proportioneel kiessysteem, om te zorgen voor een behoorlijke vertegenwoordiging, rekening houden met de plaatselijke omstandigheden in het land; benadrukt het feit dat het parlement en de leden hiervan belangrijk zijn, zowel op centraal als op lokaal niveau, met eerbiediging van de rechtsstaat;

18.  vraagt Oekraïne niet toe te geven aan druk om de presidentsverkiezingen van 25 mei 2014 uit te stellen;

19.  vraagt om een regering van Oekraïne die een zo breed mogelijke basis heeft en zo inclusief mogelijk is, zodat het risico op hernieuwd geweld en territoriale verbrokkeling tot een minimum beperkt wordt; waarschuwt krachtig tegen acties die kunnen bijdragen tot een grotere polarisatie langs etnische of taalscheidslijnen; benadrukt dat gewaarborgd moet worden dat de rechten van alle tot nationale minderheden behorende mensen, waaronder de rechten van Russischtalige Oekraïners, overeenkomstig internationale normen volledig worden geëerbiedigd en beschermd, in nauwe samenwerking met de OVSE en de Raad van Europa; herhaalt zijn verzoek om een nieuwe, breed opgezette talenregeling waarmee alle minderheidstalen worden ondersteund;

20.  is ingenomen met het besluit van de waarnemend president om een veto uit te spreken over de wet tot intrekking van de wet op het taalbeleid van 3 juli 2012; herinnert eraan dat deze wet in geen geval op de Krim van toepassing zou zijn; verzoekt de Verchovna Rada de huidige wetgeving ten lange leste te hervormen en deze in overeenstemming te brengen met de verplichtingen die Oekraïne is aangegaan in het kader van het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen;

21.  is ermee ingenomen dat de 28 staatshoofden en regeringsleider van de EU bereid zijn de politieke hoofdstukken van de associatieovereenkomst (AA) zo spoedig mogelijk en voor de presidentsverkiezingen van 25 mei 2014 te ondertekenen, en om unilaterale maatregelen zoals tariefverlagingen te nemen die Oekraïne in staat stellen te profiteren van de bepalingen van de diepe en brede vrijhandelsovereenkomst (DCFTA), zoals de Commissie op 11 maart 2014 heeft voorgesteld; wijst erop dat de EU bereid is de volledige AA/DCFTA zo spoedig mogelijk te ondertekenen, zodra de Oekraïense regering klaar is om deze stap te nemen; wijst erop dat duidelijke signalen moet uitgaan die Rusland laten zien dat niets in deze overeenkomst de toekomstige, op samenwerking gebaseerde bilaterale politieke en economische betrekkingen tussen Oekraïne en Rusland in gevaar brengt of schaadt; onderstreept voorts dat overeenkomstig artikel 49 VEU Oekraïne, net als alle andere Europese staten, een Europees perspectief heeft en het EU-lidmaatschap kan aanvragen, mits het de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden, de mensenrechten en de rechten van minderheden eerbiedigt en het functioneren van de rechtsstaat garandeert;

22.  wijst er in dit verband andermaal op dat de uitvoer van wapens en militaire technologie de stabiliteit en vrede in de hele regio in gevaar kan brengen en ogenblikkelijk stopgezet moet worden; betreurt ten zeerste het feit dat EU-lidstaten op grote schaal wapens en militaire technologie naar Rusland hebben uitgevoerd, waaronder belangrijk strategisch conventioneel materieel;

23.  is ingenomen met het besluit van de Europese Raad van 6 maart 2014 over een eerste reeks op Rusland gerichte maatregelen, zoals de opschorting van de bilaterale gesprekken over visa-aangelegenheden en de nieuwe overeenkomst, alsmede het besluit van de lidstaten en de EU-instellingen om hun voorbereidingen voor de G8-top in Sotsji op te schorten; waarschuwt er echter voor dat bij het uitblijven van de-escalatie of bij verdere escalatie bij annexatie van de Krim, de EU snel de juiste maatregelen moet nemen, waaronder een wapenembargo en een embargo op technologie voor tweevoudige toepassing, visumbeperkingen, bevriezing van tegoeden, toepassing van wetgeving inzake witwaspraktijken op personen die betrokken zijn bij het besluitvormingsproces over de invasie van Oekraïne, en maatregelen tegen Russische ondernemingen en hun dochters, met name in de energiesector met het oog op volledige naleving van het EU-recht en waarbij deze maatregelen consequenties hebben voor de bestaande politieke en economische banden met Rusland;

24.  benadrukt dat de parlementaire samenwerking tussen het Europees Parlement en de Russische Doema en de Federatieraad niet langs de gebruikelijke wegen kan worden voortgezet;

25.  is verheugd over het besluit van de Raad om sancties goed te keuren die zich richten op het bevriezen en terugvorderen van verduisterde Oekraïense gelden, waarbij 18 personen in het middelpunt staan, onder meer Janoekovitsj;

26.  verzoekt de Commissie in dit verband de projecten in de zuidelijke corridor te ondersteunen die op doeltreffende wijze een meer diverse energievoorziening tot stand brengen, en roept de lidstaten op hun overheidsbedrijven niet te laten deelnemen aan projecten met Russische bedrijven die de Europese kwetsbaarheid vergroten;

27.  benadrukt het belang van veilige, gediversifieerde en betaalbare energieleveringen voor Oekraïne; onderstreept in dit verband de strategische rol van de Energiegemeenschap, waarvan Oekraïne in 2014 voorzitter is, en hoe belangrijk het is dat Oekraïne weerstand opbouwt tegen dreigementen vanuit Rusland met betrekking tot energie; herinnert aan de noodzaak van uitbreiding van de opslagcapaciteiten in de EU en van voorzieningen voor een omgekeerde gasstroom van de EU-lidstaten naar Oekraïne; is verheugd over het voorstel van de Commissie om het Oekraïense gasdoorvoersysteem te moderniseren en Oekraïne bij de betaling van zijn schulden aan Gazprom bij te staan; benadrukt dat dringend meer werk moet worden gemaakt van een gemeenschappelijk energiebeleid met een stevige interne markt en een gediversifieerde energievoorziening, en dat toegewerkt moet worden naar volledige tenuitvoerlegging van het derde energiepakket, waardoor de EU minder afhankelijk wordt van olie en gas uit Rusland;

28.  verzoekt de Raad om de Commissie onmiddellijk toestemming te verlenen voor een snellere visumliberalisering met Oekraïne, om toe te werken naar invoering van een visumvrije regeling, naar het voorbeeld van Moldavië; dringt in afwachting hiervan aan op de onmiddellijke invoering van tijdelijke, zeer eenvoudige en goedkope visumprocedures op het niveau van de EU en de lidstaten;

29.  is er sterk van overtuigd dat de gebeurtenissen in Oekraïne aangeven dat de EU haar engagement en haar ondersteuning met betrekking tot de Europese keuze en de territoriale integriteit van Moldavië en Georgië moet verdubbelen, nu deze zich klaarmaken om de associatie- en de DCFTA-overeenkomst met de EU later dit jaar te ondertekenen;

30.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de waarnemend president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0170.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0595.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0101.

Juridische mededeling - Privacybeleid