Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 3 april 2014 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (COM(2013)0550 – C7-0241/2013 – 2013/0265(COD))(1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 7
(7) Momenteel is in tal lidstaten21 wetgeving in voorbereiding om interbancaire vergoedingen te reglementeren. Deze ontwerpwetgeving heeft betrekking op diverse aspecten, zoals onder meer de vaststelling van maxima voor interbancaire vergoedingen op verschillende niveaus, handelarenvergoedingen, de verplichting om alle kaarten te honoreren en sturingsmaatregelen. De in sommige lidstaten bestaande administratieve besluiten lopen sterk uiteen. Gezien de schadelijkheid van interbancaire vergoedingen voor detailhandelaars en consumenten wordt verwacht dat op nationaal niveau verdere regelgevingsmaatregelen zullen worden ingevoerd met de bedoeling het niveau van of de verschillen tussen deze vergoedingen aan te pakken. Dergelijke nationale maatregelen zullen naar alle waarschijnlijkheid in aanzienlijke belemmeringen voor de voltooiing van de interne markt voor kaartbetalingen en op kaarten gebaseerde internet- en mobiele betalingen resulteren en aldus tot een beperking van de vrijheid van dienstverrichting leiden.
(7) Momenteel is in tal lidstaten21 wetgeving in voorbereiding of reeds voltooid om interbancaire vergoedingen te reglementeren. Deze ontwerpwetgeving heeft betrekking op diverse aspecten, zoals onder meer de vaststelling van maxima voor interbancaire vergoedingen op verschillende niveaus, handelarenvergoedingen, de verplichting om alle kaarten te honoreren en sturingsmaatregelen. De in sommige lidstaten bestaande administratieve besluiten lopen sterk uiteen. Teneinde de hoogte van de interbancaire vergoedingen nauwer op elkaar af te stemmen, wordt verwacht dat op nationaal niveau verdere regelgevingsmaatregelen zullen worden ingevoerd met de bedoeling het niveau van of de verschillen tussen deze vergoedingen aan te pakken. Dergelijke nationale maatregelen zullen naar alle waarschijnlijkheid in aanzienlijke belemmeringen voor de voltooiing van de interne markt voor kaartbetalingen en op kaarten gebaseerde internet- en mobiele betalingen resulteren en aldus tot een beperking van de vrijheid van dienstverrichting leiden.
__________________
__________________
21 Italië, Hongarije, Polen en het Verenigd Koninkrijk.
21 Italië, Hongarije, Polen en het Verenigd Koninkrijk.
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 8
(8) Betaalkaarten zijn het vaakst gebruikte elektronische betaalinstrument voor aankopen in detailhandelszaken. De integratie van de betaalkaartmarkt in de Unie is echter verre van voltooid omdat vele betalingsoplossingen zich niet over hun landsgrenzen heen kunnen ontwikkelen of omdat nieuwe pan-Europese betalingsdienstaanbieders wordt belet de markt te betreden. De gebrekkige marktintegratie resulteert momenteel in hogere prijzen en een beperktere keuze aan betalingsdiensten voor consumenten en detailhandelaars, en aldus in minder kansen om van de interne markt te profiteren. Het is bijgevolg noodzakelijk de belemmeringen voor de efficiënte werking van de kaartmarkt, waaronder ook op kaarttransacties gebaseerde mobiele en internetbetalingen vallen, weg te nemen omdat deze belemmeringen nog steeds de totstandkoming van een volledig eengemaakte markt verhinderen.
(8) Betaalkaarten zijn het vaakst gebruikte elektronische betaalinstrument voor aankopen in detailhandelszaken. De integratie van de betaalkaartmarkt in de Unie is echter verre van voltooid omdat vele betalingsoplossingen zich niet over hun landsgrenzen heen kunnen ontwikkelen of omdat nieuwe pan-Europese betalingsdienstaanbieders wordt belet de markt te betreden. Teneinde volledig van de interne markt te kunnen profiteren, is het noodzakelijk de belemmeringen voor de introductie van nieuwe mogelijkheden van betaling per kaart, waaronder ook op kaarttransacties gebaseerde mobiele en internetbetalingen, weg te nemen.
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 9
(9) Om tot een efficiënt functionerende interne markt te komen, moet het gebruik van elektronische betalingen worden aangemoedigd en vergemakkelijkt omdat dit in het voordeel van detailhandelaars en consumenten is. Kaarten en andere elektronische betaalinstrumenten kunnen op een veelzijdiger manier worden gebruikt, zoals onder meer om onlinebetalingen te verrichten en aldus van de interne markt en de elektronische handel te profiteren, terwijl elektronische betalingen ook potentieel veiliger betalingen zijn voor detailhandelaars. Kaart- en op een kaart gebaseerde betalingen kunnen derhalve voordeliger uitvallen voor detailhandelaars en consumenten dan contante betalingen, op voorwaarde dat de vergoedingen voor het gebruik van de betalingssystemen op een economisch efficiënt niveau zijn vastgesteld, en tegelijkertijd bijdragen tot innovatie en de toetreding van nieuwkomers tot de markt.
(9) Om tot een efficiënt functionerende interne markt te komen, moet het gebruik van elektronische betalingen worden aangemoedigd en vergemakkelijkt omdat dit in het voordeel van detailhandelaars en consumenten is. Kaarten en andere elektronische betaalinstrumenten kunnen op een veelzijdiger manier worden gebruikt, zoals onder meer om onlinebetalingen te verrichten en aldus van de interne markt en de elektronische handel te profiteren, terwijl elektronische betalingen ook potentieel veiliger betalingen zijn voor detailhandelaars. Kaart- en op een kaart gebaseerde betalingen kunnen derhalve voordeliger uitvallen voor detailhandelaars en consumenten dan contante betalingen, op voorwaarde dat de vergoedingen voor het gebruik van de betalingssystemen op een economisch efficiënt niveau zijn vastgesteld, en tegelijkertijd bijdragen tot eerlijke concurrentie, innovatie en de toetreding van nieuwkomers tot de markt.
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 10
(10) Een van de voornaamste praktijken die de goede werking van de interne markt voor kaart- en op een kaart gebaseerde betalingen belemmeren, is het wijdverbreide gebruik van interbancaire vergoedingen, waarvoor in de meeste lidstaten geen wetgeving bestaat. Interbancaire vergoedingen zijn vergoedingen tussen banken die gewoonlijk worden toegepast tussen de kaartaccepterende betalingsdienstaanbieders en de kaartuitgevende betalingsdienstaanbieders die van een bepaald kaartsysteem deel uitmaken. Interbancaire vergoedingen vormen het hoofdbestanddeel van de vergoedingen die accepterende betalingsdienstaanbieders voor elke betaalkaarttransactie aan handelaars in rekening brengen. Handelaars verwerken deze kaartkosten op hun beurt in de algemene prijzen van goederen en diensten. In de praktijk lijkt de concurrentie tussen betaalkaartsystemen er voornamelijk op te zijn gericht zoveel mogelijk uitgevende betalingsdienstaanbieders (bv. banken) ervan te overtuigen hun kaarten uit te geven. Dat leidt doorgaans tot hogere in plaats van tot lagere interbancaire vergoedingen op de markt, terwijl concurrentie in een markteconomie juist wordt geacht een disciplinerend effect op de prijzen te sorteren. Reglementering van interbancaire vergoedingen zou tot een betere werking van de interne markt leiden.
(10) In de meeste lidstaten gelden voor de interbancaire vergoedingengeen wettelijke regelingen, maar zijn veeleer besluiten van de nationale mededingingsautoriteiten van toepassing. Interbancaire vergoedingen zijn vergoedingen tussen banken die gewoonlijk door de kaartaccepterende betalingsdienstaanbieders worden doorbetaald aan de kaartuitgevende betalingsdienstaanbieders die van het desbetreffende systeem deel uitmaken. Interbancaire vergoedingen vormen de hoofdcomponent van de vergoedingen die accepterende betalingsdienstaanbieders voor elke betaalkaarttransactie aan handelaars in rekening brengen. Handelaars verwerken deze kaartkosten op hun beurt in de algemene prijzen van goederen en diensten, net zoals bij al hun andere kosten. Een coherente toepassing van de mededingingsregels op interbancaire vergoedingen zou tot een verlaging van de transactiekosten voor de consument en dus tot een betere werking van de interne markt leiden.
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 11
(11) Het thans bestaande brede scala aan interbancaire vergoedingen en het niveau ervan beletten de opkomst van "nieuwe" pan-Europese marktdeelnemers wier bedrijfsmodellen op lagere interbancaire vergoedingen zijn gebaseerd, wat ten koste gaat van potentiële schaal- en synergievoordelen en eventuele daaruit voortvloeiende efficiëntiewinsten. Deze toestand heeft negatieve gevolgen voor detailhandelaars en consumenten en belet innovatie. Daar pan-Europese spelers uitgevende banken ten minste de hoogste interbancaire vergoeding zouden moeten bieden die bestaat op de markt die zij willen betreden, resulteert deze situatie ook in een aanhoudende marktversnippering. Ook kunnen bestaande binnenlandse systemen die lagere of geen interbancaire vergoedingen toepassen, onder druk van banken die hogere inkomsten uit interbancaire vergoedingen nastreven, ertoe worden gedwongen de markt te verlaten. Dit alles heeft tot gevolg dat consumenten en handelaars het met een beperktere keuze, hogere prijzen en betalingsdiensten van mindere kwaliteit moeten doen, terwijl zij ook maar op beperkte wijze van pan-Europese betalingsoplossingen kunnen gebruikmaken. Daarbij komt nog dat detailhandelaars de verschillen in vergoedingen niet kunnen ondervangen door gebruik te maken van kaartacceptatiediensten die door banken in andere lidstaten worden aangeboden. De betaalkaartsystemen passen immers specifieke regels toe die voorschrijven dat voor elke betalingstransactie de interbancaire vergoeding van het "verkooppunt" (land van de detailhandelaar) geldt. Dit belet accepterende banken om hun diensten met succes over de grenzen heen aan te bieden. Tevens belet het detailhandelaars hun betalingskosten in het voordeel van consumenten te reduceren.
(11) Het thans bestaande brede scala aan interbancaire vergoedingen en het niveau ervan beletten de opkomst van "nieuwe" pan-Europese marktdeelnemers wier bedrijfsmodellen op lagere of geen interbancaire vergoedingen zijn gebaseerd, wat ten koste gaat van potentiële schaal- en synergievoordelen en eventuele daaruit voortvloeiende efficiëntiewinsten. Deze toestand heeft negatieve gevolgen voor detailhandelaars en consumenten en belet innovatie. Daar pan-Europese spelers uitgevende banken ten minste de hoogste interbancaire vergoeding zouden moeten bieden die bestaat op de markt die zij willen betreden, resulteert deze situatie ook in een aanhoudende marktversnippering. Ook kunnen bestaande binnenlandse systemen die lagere of geen interbancaire vergoedingen toepassen, onder druk van banken die hogere inkomsten uit interbancaire vergoedingen nastreven, ertoe worden gedwongen de markt te verlaten. Dit alles heeft tot gevolg dat consumenten en handelaars het met een beperktere keuze, hogere prijzen en betalingsdiensten van mindere kwaliteit moeten doen, terwijl zij ook maar op beperkte wijze van pan-Europese betalingsoplossingen kunnen gebruikmaken. Daarbij komt nog dat detailhandelaars de verschillen in vergoedingen niet kunnen ondervangen door gebruik te maken van kaartacceptatiediensten die door banken in andere lidstaten worden aangeboden. De internationale betaalkaartsystemen passen immers specifieke, van hun nationale licentiebeleid afhankelijke regels toe die voorschrijven dat voor elke betalingstransactie de interbancaire vergoeding van het "verkooppunt" (land van de detailhandelaar) geldt. Dit belet accepterende banken om hun diensten met succes over de grenzen heen aan te bieden. Tevens kan het detailhandelaars beletten hun betalingskosten in het voordeel van consumenten te reduceren.
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 15
(15) In deze verordening wordt een geleidelijke benadering gevolgd. In een eerste fase is het noodzakelijk maatregelen te treffen omde grensoverschrijdende uitgifte en acceptatie van betaalkaarttransacties te vergemakkelijken. Het toestaan van handelaars om een accepteerder van buiten hun eigen lidstaat te kiezen ("grensoverschrijdende acceptatie") en het vaststellen van een maximum voor grensoverschrijdende interbancaire vergoedingen voor grensoverschrijdende acceptatietransacties zouden de nodige rechtszekerheid moeten verschaffen. Voorts moeten licenties voor de uitgifte of acceptatie van betaalinstrumenten zonder enige geografische beperking in de gehele Unie geldig zijn. Deze maatregelen zouden de goede werking van een interne markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen in de hand werken, met alle positieve gevolgen van dien voor consumenten en detailhandelaars.
(15) Teneinde de goede werking van een interne markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen in de hand te werken, met alle positieve gevolgen van dien voor consumenten en detailhandelaars, is deze verordening van toepassing op de grensoverschrijdende en nationale uitgifte en acceptatie van betaalkaarttransacties. Indien handelaars een accepteerder van buiten hun eigen lidstaat kunnen kiezen ("grensoverschrijdende acceptatie"), hetgeen gemakkelijker wordt door het vaststellen van een maximum voor grensoverschrijdende interbancaire vergoedingen voor acceptatietransacties en door een verbod op nationale licenties, zou dat de nodige rechtszekerheid verschaffen en concurrentieverstoringen tussen de betaalkaartsystemen vermijden.
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 16
(16) Als gevolg van unilaterale toezeggingen en verbintenissen die in het kader van mededingingsprocedures zijn aanvaard, worden in de Unie reeds veel grensoverschrijdende kaartbetalingstransacties uitgevoerd met inachtneming van de maximale interbancaire vergoedingen die tijdensde eerste uitvoeringsfase van deze verordening van toepassing zijn. De bepalingen met betrekking tot deze transacties zouden dan ook snel in werking moeten kunnen treden, waardoor detailhandelaars de mogelijkheid wordt geboden uit te kijken naar goedkopere grensoverschrijdende acceptatiediensten, en binnenlandse banken of betaalkaartsystemen ertoe worden aangespoord hun acceptatievergoedingen te verlagen.
(16) Als gevolg van unilaterale toezeggingen en verbintenissen die in het kader van mededingingsprocedures zijn aanvaard, worden in de Unie reeds veel grensoverschrijdende kaartbetalingstransacties uitgevoerd met inachtneming van de maximale interbancaire vergoedingen. Om te zorgen voor eerlijke concurrentie opde markt voor acceptatiediensten, moeten de bepalingen met betrekking tot binnenlandse en grensoverschrijdende transacties gelijktijdig en binnen een redelijke termijn na de inwerkingtreding vandeze verordening van kracht worden, rekening houdend met de moeilijkheden en de complexiteit van de door deze verordening opgelegde migratie van betaalkaartsystemen.
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 17
(17) Voor binnenlandse transacties is een overgangsperiode vereist om betalingsdienstaanbieders en systemen de tijd te gunnen zich aan de nieuwe voorschriften aan te passen. Daarom dienen de maxima voor interbancaire vergoedingen voor transacties met consumentenkaarten twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening tot alle grensoverschrijdende en binnenlandse betalingen te worden uitgebreid teneinde de interne markt voor op kaarten gebaseerde betalingen te voltooien.
(17) Er is een echter een overgangsperiode vereist om betalingsdienstaanbieders en systemen de tijd te gunnen zich aan de nieuwe voorschriften aan te passen. Daarom dienen de maxima voor interbancaire vergoedingen voor transacties met consumentenkaarten een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening voor alle grensoverschrijdende en binnenlandse betalingen te gelden teneinde de interne markt voor op kaarten gebaseerde betalingen te voltooien.
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 18
(18) Om grensoverschrijdende acceptatie te vergemakkelijken, zal voor alle (grensoverschrijdende en binnenlandse) transacties met debetkaarten van consumenten en op dergelijke kaarten gebaseerde betalingstransacties een maximale interbancaire vergoeding gelden van 0,20% en voor alle (grensoverschrijdende en binnenlandse) transacties met kredietkaarten van consumenten en op dergelijke kaarten gebaseerde betalingstransacties een maximale interbancaire vergoeding van 0,30%.
(18) Voor alle transacties met debetkaarten en op dergelijke kaarten gebaseerde betalingstransacties dient een maximale interbancaire vergoeding te gelden van 0,2% en voor alle transacties met kredietkaarten en op dergelijke kaarten gebaseerde betalingstransacties een maximale interbancaire vergoeding van 0,3%.
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 18 bis (nieuw)
(18 bis) Uit de effectbeoordeling blijkt dat een verbod op interbancaire vergoedingen voor transacties met debetkaarten positieve gevolgen zou hebben voor de acceptatie van kaarten, het gebruik van kaarten, en de ontwikkeling van de interne markt, en voor handelaars en consumenten meer voordelen zou opleveren dan een op een hoger niveau vastgesteld maximum. Daarnaast zou daarmee worden voorkomen dat nationale systemen met hele lage interbancaire vergoedingen voor transacties met debetkaarten, of met interbancaire vergoedingen met een nultarief voor dit soort transacties, negatieve gevolgen zouden ondervinden van een hoger maximum als gevolg van een grensoverschrijdende expansie of doordat nieuwe marktdeelnemers de vergoedingen optrekken tot het maximum. Een verbod op interbancaire vergoedingen voor transacties met debetkaarten verhindert ook dat het model voor interbancaire vergoedingen ook wordt toegepast op nieuwe, innovatieve betalingssystemen, zoals mobiele en onlinesystemen.
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 19 bis (nieuw)
(19 bis) In overeenstemming met de grondbeginselen van de interne markt moeten accepteerders handelaars in de hele Unie diensten kunnen aanbieden tegen dezelfde multilaterale interbancaire tarieven (MIF's) als die zij op hun thuismarkt hanteren. Voor grensoverschrijdende transacties mogen zij echter geen hogere MIF's in rekening brengen dan voor nationale transacties.
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 22
(22) Betaalkaarttransacties worden doorgaans uitgevoerd volgens twee belangrijke bedrijfsmodellen, zogeheten driepartijenbetaalkaartsystemen (kaarthouder – accepterend en uitgevend systeem – handelaar) en vierpartijenbetaalkaartsystemen (kaarthouder – uitgevende bank – accepterende bank – handelaar). Tal van vierpartijenbetaalkaartsystemen hanteren een expliciete, meestal multilaterale interbancaire vergoeding. In driepartijenbetaalkaartsystemen is er sprake van impliciete interbancaire vergoedingen (vergoedingen die door accepterende banken worden betaald om de uitgifte en het gebruik van kaarten te stimuleren). Om het bestaan van impliciete interbancaire vergoedingen te erkennen en tot de verwezenlijking van gelijke concurrentievoorwaarden bij te dragen, moeten driepartijenbetaalkaartsystemen die van betalingsdienstaanbieders als uitgevers of accepteerders gebruikmaken, als vierpartijenbetaalkaartsystemen worden aangemerkt en dezelfde voorschriften in acht nemen; transparantie- en andere maatregelen in verband met bedrijfsregels dienen op alle aanbieders van toepassing te zijn.
(22) Betaalkaarttransacties worden doorgaans uitgevoerd volgens twee belangrijke bedrijfsmodellen, zogeheten driepartijenbetaalkaartsystemen (kaarthouder – accepterend en uitgevend systeem – handelaar) en vierpartijenbetaalkaartsystemen (kaarthouder – uitgevende bank – accepterende bank – handelaar). Tal van vierpartijenbetaalkaartsystemen hanteren een expliciete, meestal multilaterale interbancaire vergoeding. In driepartijenbetaalkaartsystemen is er sprake van impliciete interbancaire vergoedingen (vergoedingen die door accepterende banken worden betaald om de uitgifte en het gebruik van kaarten te stimuleren). Om het bestaan van impliciete interbancaire vergoedingen te erkennen en tot de verwezenlijking van gelijke concurrentievoorwaarden bij te dragen, moeten driepartijenbetaalkaartsystemen die van betalingsdienstaanbieders als uitgevers of accepteerders gebruikmaken, als vierpartijenbetaalkaartsystemen worden aangemerkt en dezelfde voorschriften in acht nemen; transparantie- en andere maatregelen in verband met bedrijfsregels dienen op alle aanbieders van toepassing te zijn. Driepartijensystemen moeten de transacties accepteren van elke accepteerder waarbij hun kaarten worden gebruikt en waarbij de algemene normen voor transacties met kaarten in acht worden genomen, regels voor acceptatie worden gerespecteerd die vergelijkbaar zijn met de regels voor handelaars van de desbetreffende driepartijensystemen, en de maxima voor interbancaire vergoedingen zoals bedoeld in deze verordening worden geëerbiedigd.
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 23
(23) Er moet op worden toegezien dat de bepalingen betreffende de door betalingsdienstaanbieders te betalen of te ontvangen interbancaire vergoedingen niet worden omzeild door alternatieve vergoedingenstromen naar uitgevende betalingsdienstaanbieders. Om dit te vermijden, dient de "nettocompensatie" voor de vergoedingen die de uitgevende betalingsdienstaanbieder heeft betaald aan en ontvangen van een betaalkaartsysteem, als de interbancaire vergoeding worden aangemerkt. Om na te gaan of er van omzeiling sprake is, dient bij de berekening van de interbancaire vergoeding rekening te worden gehouden met het totaalbedrag aan betalingen of stimulansen die een uitgevende betalingsdienstaanbieder met betrekking tot de gereglementeerde transacties van een betaalkaartsysteem heeft ontvangen, verminderd met de vergoedingen die de uitgevende betalingsdienstaanbieder aan het systeem heeft betaald. De in aanmerking genomen betalingen, stimulansen en vergoedingen kunnen een direct karakter (d.w.z. volumegebaseerd of transactiespecifiek) of een indirect karakter (zoals onder meer verkoopstimulansen, bonussen, kortingen voor het realiseren van bepaalde transactievolumes) hebben.
(23) Er moet op worden toegezien dat de bepalingen betreffende de door betalingsdienstaanbieders te betalen of te ontvangen interbancaire vergoedingen niet worden omzeild door alternatieve vergoedingenstromen naar uitgevende betalingsdienstaanbieders. Om dit te vermijden, dient de "nettocompensatie" voor de vergoedingen die de uitgevende betalingsdienstaanbieder heeft betaald aan en ontvangen van een betaalkaartsysteem, met inbegrip van eventuele vergoedingen voor vergunningen, als de interbancaire vergoeding worden aangemerkt. Om na te gaan of er van omzeiling sprake is, dient bij de berekening van de interbancaire vergoeding rekening te worden gehouden met het totaalbedrag aan betalingen of stimulansen die een uitgevende betalingsdienstaanbieder met betrekking tot de gereglementeerde transacties van een betaalkaartsysteem heeft ontvangen, verminderd met de vergoedingen die de uitgevende betalingsdienstaanbieder aan het systeem heeft betaald en de monetaire stimulansen of het equivalent daarvan die c.q. dat een kaarthouder van een betaalkaartsysteem heeft ontvangen. Alle betalingen, stimulansen en vergoedingen, hetzij direct (d.w.z. volumegebaseerd of transactiespecifiek), hetzij indirect (zoals onder meer verkoopstimulansen, bonussen, kortingen voor het realiseren van bepaalde transactievolumes) dienen daarbij in aanmerking te worden genomen. Bij de controle op een eventuele omzeiling van de bepalingen van de verordening betreffende de maxima voor interbancaire vergoedingen moet met name gekeken worden naar de winsten van entiteiten die kaarten uitgeven welke het resultaat zijn van speciale programma’s die door uitgevende entiteiten en betaalkaartsystemen gezamenlijk ten uitvoer worden gelegd, en naar inkomsten die gegenereerd worden bij de verwerking en het toekennen van licenties, alsook naar andere vergoedingen die kaartorganisaties in rekening brengen.
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 30
(30) Willen de beperkingen op de verplichting om alle kaarten te honoreren doeltreffend functioneren, dan is bepaalde informatie onontbeerlijk. Ten eerste moeten begunstigden over de middelen beschikken om de verschillende categorieën kaarten te identificeren. Daarom moet het mogelijk zijn de diverse categorieën op zicht en elektronisch op de drager te identificeren. Ten tweede moet ook de betaler over de acceptatie van zijn betaalinstrument(en) op een gegeven verkooppunt worden geïnformeerd. Het is noodzakelijk dat de mededeling door de begunstigde aan de betaler van elke beperking op het gebruik van een bepaald merk, op hetzelfde moment en onder dezelfde voorwaarden geschiedt als de mededeling dat een gegeven merk wordt geaccepteerd.
(30) Begunstigden en betalers moeten over de middelen beschikken om de verschillende categorieën kaarten te identificeren. Daarom moet het mogelijk zijn de diverse categorieën elektronisch en – voor nieuw uitgegevenop kaarten gebaseerde betalingsinstrumenten – ook op zicht op de drager ofwel op de betaalterminal te identificeren. Ten tweede moet ook de betaler over de acceptatie van zijn betaalinstrument(en) op een gegeven verkooppunt worden geïnformeerd.
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 30 bis (nieuw)
(30 bis) Een betaling is een overeenkomst tussen betaler en begunstigde. Het is belangrijk voor de doeltreffendheid van de concurrentie tussen merken dat de keuze voor een betalingsapplicatie gebeurt op het niveau van de gebruikers en niet wordt opgelegd door de upstream-markt, zijnde betaalkaartsystemen, betalingsdienstaanbieders of verwerkers. Dit belet betalers en begunstigden niet om, wanneer dat technisch mogelijk is, een automatische applicatiekeuze in te stellen, op voorwaarde dat deze keuze voor elke transactie kan worden gewijzigd. In het geval van een selectie door de begunstigde van een door beiden ondersteunde applicatie, moet de gebruiker deze kunnen verwerpen en zijn eigen geprefereerde applicatie kiezen.
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 31
(31) Om ervoor te zorgen dat beroep kan worden aangetekend wanneer deze verordening verkeerd wordt toegepast of wanneer er geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders ontstaan, moeten de lidstaten adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures opzetten. De lidstaten moeten voorschriften vaststellen inzake de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en waarborgen dat deze sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, en dat ze worden uitgevoerd.
(31) Om ervoor te zorgen dat beroep kan worden aangetekend wanneer deze verordening verkeerd wordt toegepast of wanneer er geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders ontstaan, moeten de lidstaten adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures opzetten. De lidstaten moeten op basis van door de Europese toezichthoudende autoriteit (de Europese Bankautoriteit) (EBA) opgestelde richtsnoeren, zoals bepaald bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad1 bis voorschriften vaststellen inzake de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en waarborgen dat deze sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, en dat ze worden uitgevoerd.
_________________
1 bis Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 1
1. In deze verordening worden eenvormige technische en bedrijfsmatige vereisten vastgesteld voor betaalkaarttransacties binnen de Unie, waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde binnen de Unie is gevestigd.
1. In deze verordening worden eenvormige technische en bedrijfsmatige vereisten vastgesteld voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties binnen de Unie, waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde binnen de Unie is gevestigd.
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 2
2. Deze verordening is niet van toepassing op betaalinstrumenten die uitsluitend binnen een beperkt netwerk kunnen worden gebruikt om aan welbepaalde behoeften te voldoen met behulp van betaalinstrumenten die slechts beperkte gebruiksmogelijkheden hebben, ofwel omdat ze door de specifieke houder van het instrument alleen kunnen worden gebruikt om in de bedrijfsgebouwen van de uitgever goederen of diensten te kopen binnen een beperkt netwerk van dienstverleners uit hoofde van een directe handelsovereenkomst met een professionele uitgever, ofwel omdat ze enkel kunnen worden gebruikt om een beperkte reeks goederen of diensten aan te schaffen.
2. Deze verordening is niet van toepassing op betaalinstrumenten die uitsluitend binnen een beperkt netwerk kunnen worden gebruikt om aan welbepaalde behoeften te voldoen met behulp van betaalinstrumenten die slechts beperkte gebruiksmogelijkheden hebben, ofwel omdat ze door de specifieke houder van het instrument alleen kunnen worden gebruikt om in de bedrijfsgebouwen van de uitgever goederen of diensten te kopen binnen een beperkt netwerk van dienstverleners uit hoofde van een directe handelsovereenkomst met een professionele uitgever, ofwel omdat ze enkel kunnen worden gebruikt om een zeer beperkte reeks goederen of diensten aan te schaffen.
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 3 – letter a
(a) transacties met commerciële kaarten;
Schrappen
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 3 – letter b
(b) opnemingen van contanten bij geldautomaten; en
(b) opnemingen van contanten of andere transacties dan de verkoop van goederen of diensten bij geldautomaten en uitbetalingen van contanten aan het loket in gebouwen van aanbieders van betalingsdiensten; en
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 3 – letter c
(c) transacties met kaarten die door driepartijenbetaalkaartsystemen zijn uitgegeven.
(c) transacties met kaarten die door driepartijenbetaalkaartsystemen zijn uitgegeven, indien het volume daarvan niet uitstijgt boven de door de Commissie vastgestelde drempel;
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis. De artikelen 6 en 7 zijn niet van toepassing op binnenlandse debetkaartsystemen die een gemiddelde interbancaire vergoeding of een nettocompensatie hanteren waarvan is vastgesteld dat deze zich onder de in de artikelen 3 en 4 bedoelde drempelwaarde bevindt.
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – punt 4
(4) "debetkaarttransactie": kaartbetalingstransactie, ook met vooruitbetaalde kaarten die gekoppeld zijn aan een betaal- of depositorekening waarvan een transactie wordt gedebiteerd in minder dan of 48 uur nadat de transactie is toegestaan/geïnitieerd;
(4) "debettransactie met een kaart": een op kaarten gebaseerde betalingstransactie die gekoppeld is aan een betaal- of depositorekening waarvan een transactie wordt gedebiteerd onmiddellijk nadat de transactie is gecleard, alsook een transactie met een vooruitbetaalde kaart;.
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – punt 5
(5) "kredietkaarttransactie": kaartbetalingstransactie waarbij de transactie wordt afgewikkeld meer dan 48 uur nadat de transactie is toegestaan/geïnitieerd;
(5) "krediettransactie met een kaart": een op een kaart gebaseerde betalingstransactie die minimaal twee werkdagen nadat de transactie is toegestaan/geïnitieerd wordt gedebiteerd.
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – punt 8
(8) "grensoverschrijdende betalingstransactie": een kaartbetaling of een op een kaart gebaseerde betalingstransactie die door een betaler of een begunstigde is geïnitieerd, waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in verschillende lidstaten gevestigd zijn, of waarbij de betaalkaart is uitgegeven door een uitgevende betalingsdienstaanbieder die in een andere lidstaat is gevestigd dan het verkooppunt;
(8) "grensoverschrijdende betalingstransactie": een kaartbetaling of een op een kaart gebaseerde betalingstransactie die door een betaler of een begunstigde is geïnitieerd, waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler of het verkooppunt in een andere lidstaat is gevestigd dan die van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, of waarbij de betaalkaart is uitgegeven door een uitgevende betalingsdienstaanbieder die in een andere lidstaat is gevestigd dan het verkooppunt, met inbegrip van situaties waarin een begunstigde gebruik maakt van de diensten van een accepteerder die in een andere lidstaat is gevestigd;
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – punt 12 bis (nieuw)
(12 bis) "betaalkaart": iedere betaalkaart – zij het een debet- dan wel een kredietkaart – die door een kaarthouder kan worden gebruikt om toegang te krijgen tot hem toebehorende middelen of om een betaling te doen via een accepteerder en die door een begunstigde wordt aanvaard om een betalingstransactie te verwerken;
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – punt 13
(13) "betaalkaartsysteem": een enkel geheel van regels, praktijken, normen en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstransacties over de hele Unie en binnen lidstaten dat losstaat van een infrastructuur die, of betalingssysteem dat de werking ervan ondersteunt;
(13) "betaalsysteem": een enkel geheel van regels, praktijken, normen en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstransacties over de hele Unie en binnen lidstaten dat losstaat van een infrastructuur die, of betalingssysteem dat de werking ervan ondersteunt;
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – punt 15
(15) "driepartijenbetaalkaartsysteem": een betaalkaartsysteem waarbij betalingen worden verricht van een betaalrekening die het systeem namens de kaarthouder aanhoudt, naar een betaalrekening die het systeem namens de begunstigde aanhoudt, alsook op kaarten gebaseerde transacties die op dezelfde structuur stoelen. Wanneer een driepartijenbetaalkaartsysteem andere betalingsdienstaanbieders een licentie verleent voor de uitgifte en/of acceptatie van betaalkaarten, wordt het als een vierpartijenbetaalkaartsysteem aangemerkt;
(15) "driepartijenbetaalkaartsysteem": een betaalkaartsysteem waarbij betalingen worden verricht van een betaalrekening die het systeem namens de betaler aanhoudt, naar een betaalrekening die het systeem namens de begunstigde aanhoudt, alsook op kaarten gebaseerde transacties die op dezelfde structuur stoelen. Wanneer een driepartijenbetaalkaartsysteem andere betalingsdienstaanbieders een licentie verleent voor de uitgifte en/of acceptatie van betaalkaarten, of betaalkaarten uitgeeft met een gezamenlijke partner van een ander merk of via een agent, wordt het als een vierpartijenbetaalkaartsysteem aangemerkt;
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – titel
Interbancaire vergoedingen voor grensoverschrijdende transacties met debet- of kredietkaarten van consumenten
Interbancaire vergoedingen voor op debet- of kredietkaarten van consumenten gebaseerde betalingstransacties
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 1
1. Uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van deze verordening bieden of verlangen betalingsdienstaanbieders voor grensoverschrijdende debetkaarttransacties geen interbancaire vergoeding per transactie of enigerlei andere overeengekomen vergoeding met eenzelfde oogmerk of effect meer die meer dan 0,2% van de transactiewaarde bedraagt.
1. Met ingang van ...* bieden of verlangen betalingsdienstaanbieders voor debettransacties met een kaart geen interbancaire vergoeding per transactie of enigerlei andere overeengekomen vergoeding met eenzelfde oogmerk of effect meer van hetzij 7 eurocent, hetzij 0,2% van de transactiewaarde, al naargelang hetgeen het laagst is..
____________
* Een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2
2. Uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van deze verordening bieden of verlangen betalingsdienstaanbieders voor grensoverschrijdende kredietkaarttransacties geen interbancaire vergoeding per transactie of enigerlei andere overeengekomen vergoeding met eenzelfde oogmerk of effect meer die meer dan 0,3% van de transactiewaarde bedraagt.
2. Met ingang van ...* bieden of verlangen betalingsdienstaanbieders voor krediettransacties met een kaart geen interbancaire vergoeding per transactie of enigerlei andere overeengekomen vergoeding met eenzelfde oogmerk of effect meer die meer dan 0,3% van de transactiewaarde bedraagt.
____________
* Een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. De lidstaten kunnen door middel van nationale wetgeving lagere maxima of maatregelen met eenzelfde oogmerk of effect aanhouden of vaststellen.
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Artikel 4
Artikel 4
Schrappen
Interbancaire vergoedingen voor alle transacties met debet- of kredietkaarten van consumenten
1. Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening bieden of verlangen betalingsdienstaanbieders voor op debetkaarten gebaseerde transacties geen interbancaire vergoeding per transactie of enigerlei andere overeengekomen vergoeding met eenzelfde oogmerk of effect meer die meer dan 0,2% van de transactiewaarde bedraagt.
2. Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening bieden of verlangen betalingsdienstaanbieders voor op kredietkaarten gebaseerde transacties geen interbancaire vergoeding per transactie of enigerlei andere overeengekomen vergoeding met eenzelfde oogmerk of effect meer die meer dan 0,3% van de transactiewaarde bedraagt.
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Artikel 5
5. Voor de toepassing van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde maxima wordt elke nettocompensatie die een uitgevende bank van een betaalkaartsysteem in verband met betalingstransacties of daarmee samenhangende activiteiten ontvangt, als onderdeel van de interbancaire vergoeding behandeld.
Voor de toepassing van de in artikel 3 bedoelde maxima wordt elke nettocompensatie die een uitgevende betalingsdienstaanbieder in verband met betalingstransacties ontvangt, als onderdeel van de interbancaire vergoeding behandeld.
De bevoegde autoriteiten treden op tegen elke poging van de betalingsdienstaanbieders om het bepaalde in deze verordening te omzeilen, met inbegrip van de uitgifte buiten de EU van betaalkaarten.
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis. Elke beperking van het aanbieden van betalingsgerelateerde diensten in de regels van betaalkaartsystemen is verboden, tenzij een dergelijke beperking niet-discriminerend is en absoluut noodzakelijk voor de werking van het betalingssysteem.
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 6 bis (nieuw)
Artikel 6 bis
Grensoverschrijdende betalingen
In het geval van grensoverschrijdende transacties is de toepasselijke interbancaire vergoeding de interbancaire vergoeding van het land van de accepteerder.
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2
2. Betaalkaartsystemen voorzien in de mogelijkheid dat toelatings- en clearingberichten met betrekking tot afzonderlijke kaarttransacties van elkaar kunnen worden gescheiden en door verschillende verwerkingsentiteiten kunnen worden verwerkt.
2. Betaalkaartsystemen en uitgevende entiteiten voorzien in de mogelijkheid dat toelatings- en clearingberichten met betrekking tot afzonderlijke kaarttransacties van elkaar kunnen worden gescheiden en door verschillende verwerkingsentiteiten kunnen worden verwerkt. Alle systeemregels en regels in licentieovereenkomsten of andere contracten die resulteren in beperking van de vrijheid om een verwerker te kiezen, zijn verboden.
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 4
4. Verwerkingsentiteiten binnen de Unie dragen er zorg voor dat hun systeem technisch interoperabel is met andere systemen van verwerkingsentiteiten binnen de Unie dankzij het gebruik van door internationale of Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde normen. Bovendien worden door verwerkingsentiteiten geen bedrijfsregels vastgesteld of toegepast die de interoperabiliteit met andere verwerkingsentiteiten binnen de Unie beperken.
4. Verwerkingsentiteiten binnen de Unie dragen er tegen uiterlijk ...* zorg voor dat hun systeem technisch interoperabel is met andere systemen van verwerkingsentiteiten binnen de Unie dankzij het gebruik van door internationale of Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde normen. Bovendien worden door verwerkingsentiteiten geen bedrijfsregels vastgesteld of toegepast die de interoperabiliteit met andere verwerkingsentiteiten binnen de Unie beperken.
4 bis. Om een consistente harmonisatie van dit artikel te waarborgen, ontwikkelt de EBA, na raadpleging van het adviespanel als bedoeld in artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1093/2010a, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot vaststelling van de vereisten waaraan betalingssystemen en verwerkingsentiteiten moeten voldoen om te zorgen voor een volledig open en concurrentiebestendige kaartverwerkingsmarkt.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op ...** aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.
De in de eerste alinea bedoelde voorschriften treden in werking op ...*** en worden, waar nodig, regelmatig bijgewerkt..
________________
* Eén jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
** Datum...
*** Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 39 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 4 ter (nieuw)
4 ter. De lidstaten kunnen pas opgerichte op kaarten gebaseerde betalingssystemen in afwijking van de artikelen 1 t/m 4 ter na raadpleging van de Commissie voor een beperkte periode van de toepassing van dit artikel vrijstellen.
Amendement 40 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 1
1. Alle systeemregels en regels in licentieovereenkomsten die co-badging door een uitgever van twee of meer verschillende merken van betaalinstrumenten op een kaart of telecommunicatie-, digitale of IT-drager hinderen of beletten, zijn verboden.
1. Alle systeemregels en regels in licentieovereenkomsten of maatregelen met een vergelijkbaar effect die co-badging door een uitgever van twee of meer verschillende merken van betaalinstrumenten op een kaart of telecommunicatie-, digitale of IT-drager hinderen of beletten, zijn verboden.
Amendement 41 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis. Bij het sluiten van een contractuele overeenkomst met een betalingsdienstaanbieder kan de consument bepalen of hij twee of meer verschillende merken van betaalinstrumenten op zijn betaalkaart of telecommunicatie-, digitale of IT-drager nodig heeft. Voordat de overeenkomst wordt ondertekend, informeert de betalingsdienstaanbieder de consument op duidelijke en objectieve wijze over alle beschikbare merken van betaalkaarten en hun kenmerken (functionaliteit, kosten, beveiliging).
Amendement 42 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 2
2. Elk verschil in behandeling van uitgevers of accepteerders in systeemregels en regels in licentieovereenkomsten betreffende co-badging op een kaart of telecommunicatie-, digitale of IT-drager is objectief gerechtvaardigd en niet-discriminerend.
2. Elk verschil in behandeling van uitgevers of accepteerders in systeemregels en regels in licentieovereenkomsten betreffende co-badging of een equivalent co-resideren van verschillende merken of applicaties op een kaart of telecommunicatie-, digitale of IT-drager is objectief gerechtvaardigd en niet-discriminerend.
Amendement 43 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 3
3. Bij transacties waarvoor niet van hun systeem wordt gebruikgemaakt, leggen betaalkaartsystemen geen rapportageverplichtingen, verplichtingen tot betaling van vergoedingen of andere verplichtingen met eenzelfde oogmerk of effect op aan kaartuitgevende en kaartaccepterende betalingsdienstaanbieders wanneer het gaat om transacties die worden uitgevoerd met enigerlei drager waarop hun merk aanwezig is.
3. Bij transacties waarvoor niet van hun systeem wordt gebruikgemaakt, leggen betaalkaartsystemen geen rapportageverplichtingen, verplichtingen tot betaling van vergoedingen of soortgelijke verplichtingen met eenzelfde oogmerk of effect op aan kaartuitgevende en kaartaccepterende betalingsdienstaanbieders wanneer het gaat om transacties die worden uitgevoerd met enigerlei drager waarop hun merk aanwezig is.
Amendement 44 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 4
4. Routeringbeginselen die erop zijn gericht transacties via een specifiek kanaal te laten verlopen, alsook verwerkings- en andere technische en veiligheidsnormen en -voorschriften voor de verwerking van meer dan één betaalkaartmerk op een kaart of een telecommunicatie-, digitale of IT-drager zijn niet-discriminerend en worden op niet-discriminerende wijze toegepast.
4. Routeringbeginselen of equivalente maatregelen die erop zijn gericht transacties via een specifiek kanaal te laten verlopen, alsook verwerkings- en andere technische en veiligheidsnormen en -voorschriften voor de verwerking van meer dan één betaalkaartmerk of equivalent op een kaart of een telecommunicatie-, digitale of IT-drager zijn niet-discriminerend en worden op niet-discriminerende wijze toegepast.
Amendement 45 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 6
6. Betaalkaartsystemen, uitgevers, accepteerders en aanbieders van infrastructuur voor de verwerking van betaalkaarten brengen op het betaalinstrument of in de op het verkooppunt gebruikte apparatuur geen automatische mechanismen, programmatuur of hardware aan die de applicatiekeuze van de betaler beperken wanneer hij van een co-badged betaalinstrument gebruikmaakt.
6. Betaalkaartsystemen, uitgevers, accepteerders en aanbieders van infrastructuur voor de verwerking van betaalkaarten brengen op het betaalinstrument of in de op het verkooppunt gebruikte apparatuur geen automatische mechanismen, programmatuur of hardware aan die de applicatiekeuze van de betaler of de begunstigde beperken wanneer hij van een co-badged betaalinstrument gebruikmaakt. Begunstigden daarentegen behouden de mogelijkheid om in de op het verkooppunt gebruikte apparatuur automatische mechanismen aan te brengen die de prioritaire selectie van een bepaald merk of applicatie invoeren. Begunstigden verhinderen niet dat de betaler voor de door de begunstigde geaccepteerde categorieën kaarten of daaraan gerelateerde betaalinstrumenten een automatische voorkeursselectie van de begunstigde in zijn apparatuur overrulet.
Amendement 46 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 1
1. Accepteerders bieden en rekenen begunstigden afzonderlijk gespecificeerde handelarenvergoedingen voor de verschillende categorieën en verschillende merken van betaalkaarten aan, tenzij handelaars accepterende betalingsdienstaanbieders schriftelijk verzoeken handelarenvergoedingen samen te voegen.
1. Accepteerders bieden en rekenen begunstigden afzonderlijk gespecificeerde handelarenvergoedingen voor de verschillende categorieën en verschillende merken van betaalkaarten met verschillende niveaus van interbancaire vergoedingen aan, tenzij handelaars accepterende betalingsdienstaanbieders schriftelijk verzoeken handelarenvergoedingen samen te voegen.
Amendement 47 Voorstel voor een verordening Artikel 10 – lid 1
1. Betalingssystemen en betalingsdienstaanbieders passen geen enkele regel toe die begunstigden die kaarten en andere betaalinstrumenten accepteren die door een uitgevende betalingsdienstaanbieder in het kader van een betaalinstrumentensysteem zijn uitgegeven, ertoe kan verplichten ook andere betaalinstrumenten van hetzelfde merk en/of dezelfde categorie te accepteren die in het kader van hetzelfde systeem door andere uitgevende betalingsdienstaanbieders zijn uitgegeven, behalve als daarvoor dezelfde gereglementeerde interbancaire vergoeding geldt.
1. Betalingssystemen en betalingsdienstaanbieders passen geen enkele regel toe die begunstigden die kaarten en andere betaalinstrumenten accepteren die door een uitgevende betalingsdienstaanbieder in het kader van een betaalinstrumentensysteem zijn uitgegeven, ertoe kan verplichten ook andere betaalinstrumenten van hetzelfde merk en/of dezelfde categorie te accepteren die in het kader van hetzelfde systeem door andere uitgevende betalingsdienstaanbieders zijn uitgegeven, behalve als daarvoor dezelfde interbancaire vergoeding geldt die bovendien voldoet aan de onder deze Verordening ingestelde maxima.
Amendement 48 Voorstel voor een verordening Artikel 10 – lid 4
4. Uitgevende betalingsdienstaanbieders dragen er zorg voor dat hun betaalinstrumenten op zicht en elektronisch identificeerbaar zijn, waardoor begunstigden ondubbelzinnig kunnen uitmaken voor welke merken en categorieën van vooruitbetaalde, debet-, krediet- of commerciële kaarten of op dergelijke kaarten gebaseerde betalingen de betaler heeft gekozen.
4. Uitgevende betalingsdienstaanbieders dragen er zorg voor dat hun betaalinstrumenten uiterlijkop ...* elektronisch, en hun nieuw uitgegeven op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten elektronisch en ook op zicht identificeerbaar zijn, waardoor begunstigden en betalers ondubbelzinnig kunnen uitmaken voor welke merken en categorieën van vooruitbetaalde, debet-, krediet- of commerciële kaarten of op dergelijke kaarten gebaseerde betalingen de betaler heeft gekozen.
________________
* Een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 49 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – lid 3
3. De leden 1 en 2 laten de voorschriften inzake kosten, kortingen of andere sturingsmiddelen onverlet die in artikel 55 van voorstel COM(2012) 547 en in artikel 19 van Richtlijn 2011/83/EU22 zijn vastgelegd.
3. De leden 1 en 2 van dit artikel laten de voorschriften inzake kosten, kortingen of andere sturingsmiddelen onverlet die in artikel 55 van Richtlijn 2014/.../EU [PSD] en in artikel 19 van Richtlijn 2011/83/EU22 zijn vastgelegd.
__________________
__________________
22 Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten.
Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad
Amendement 50 Voorstel voor een verordening Artikel 12 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. Bij het sluiten van een contractuele overeenkomst met een betalingsdienstaanbieder wordt de consument op gezette tijden duidelijk en objectief geïnformeerd over de kenmerken en de vergoedingen van betalingstransacties.
Amendement 51 Voorstel voor een verordening Artikel 14 – lid 1
1. De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties ook worden toegepast. Deze sancties moeten effectief zijn, in verhouding tot de inbreuk staan en een ontradende werking hebben.
1. De lidstaten stellen voorschriften vast inzake de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties ook worden toegepast. De EBA stelt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren vast om te waarborgen dat deze sancties effectief, evenredig en afschrikkend zijn.
Amendement 52 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 1
1. De lidstaten zetten adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures op voor de beslechting van geschillen tussen begunstigden en hun betalingsdienstaanbieders die met betrekking tot deze verordening ontstaan. Daartoe wijzen de lidstaten bestaande organen aan of richten zij, in voorkomend geval, nieuwe organen op.
1. De lidstaten zetten onafhankelijke, adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures op voor de beslechting van geschillen tussen begunstigden en hun betalingsdienstaanbieders die met betrekking tot deze verordening ontstaan. Daartoe wijzen de lidstaten bestaande organen aan of richten zij, in voorkomend geval, nieuwe organen op. Betalingsdienstaanbieders moeten zich bij ten minste één orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting aansluiten.
Amendement 53 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 2
2. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ervan in kennis welke organen zij hebben aangewezen. Zij delen de Commissie alle latere wijzigingen met betrekking tot deze organen onverwijld mee.
2. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op ...* ervan in kennis welke organen zij hebben aangewezen. Zij delen de Commissie alle latere wijzigingen met betrekking tot deze organen onverwijld mee.
____________
* Twee maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 54 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat betalingsdienstaanbieders in klachtenprocedures zoals bedoeld in lid 1 participeren.
Amendement 55 Voorstel voor een verordening Artikel 16 – lid 1
Vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening. In het verslag van de Commissie wordt met name gekeken naar de niveaus van de interbancaire vergoedingen om te beoordelen of deze passend zijn, alsook naar sturingsmechanismen zoals kosten, rekening houdend met het gebruik en de kosten van de diverse betaalmiddelen en de mate waarin nieuwkomers en nieuwe technologie hun weg naar de markt hebben gevonden.
Uiterlijk op …* dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening. In het verslag van de Commissie wordt met name gekeken naar de niveaus van de interbancaire vergoedingen om te beoordelen of deze passend zijn, alsook naar sturingsmechanismen zoals kosten, rekening houdend met het gebruik en de kosten van de diverse betaalmiddelen en de mate waarin nieuwkomers, nieuwe technologie en innovatieve bedrijfsmodellen hun weg naar de markt hebben gevonden. Bij de beoordeling moet in het bijzonder aandacht worden besteed aan:
a) de ontwikkeling van kaarthoudersvergoedingen;
b) de concurrentie tussen betaalkaartaanbieders en –systemen;
c) de gevolgen voor de kosten voor de betaler en de begunstigde;
d) de mate waarin handelaars lagere interbancaire vergoedingen aan hun klanten doorgeven;
e) de technische voorschriften en de gevolgen daarvan voor alle betrokken partijen;
f) de gevolgen van co-badging voor gebruiksvriendelijkheid, met name voor de oudere en meest kwetsbare gebruikers.
De beoordeling en het verslag van de Commissie gaan, in voorkomend geval, vergezeld van wetgevingsmaatregelen, met inbegrip van, eventueel, een herziening van het maximum voor interbancaire vergoedingen.
_______________
* Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.