Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/0264(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0169/2014

Ingediende teksten :

A7-0169/2014

Debatten :

PV 02/04/2014 - 26
CRE 02/04/2014 - 26

Stemmingen :

PV 03/04/2014 - 7.4
CRE 03/04/2014 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0280

Aangenomen teksten
PDF 778kWORD 528k
Donderdag 3 april 2014 - Brussel
Betalingsdiensten in de interne markt ***I
P7_TA(2014)0280A7-0169/2014

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 3 april 2014 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2013/36/EU en 2009/110/EG en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (COM(2013)0547 – C7-0230/2013 – 2013/0264(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)   Richtlijn 2007/64/EG is aangenomen in december 2007 op basis van een voorstel van de Commissie van december 2005. De markt van de retailbetalingen heeft sindsdien grote technische innovaties gezien, met de snelle toename van het aantal elektronische en mobiele betalingen en de opkomst van nieuwe soorten betalingsdiensten op de markt.
(2)   Richtlijn 2007/64/EG is aangenomen in december 2007 op basis van een voorstel van de Commissie van december 2005. De markt van de retailbetalingen heeft sindsdien grote technische innovaties gezien, met de snelle toename van het aantal elektronische en mobiele betalingen en de opkomst van nieuwe soorten betalingsdiensten op de markt, waardoor het huidige kader onder druk is komen te staan.
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)   Uit de evaluatie van het EU-rechtskader voor betalingsdiensten en met name uit de analyse van de effecten van Richtlijn 2007/64/EG en de raadpleging over het groenboek van de Commissie "Naar een geïntegreerde Europese markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen"15 is gebleken dat deze ontwikkelingen de wet- en regelgeving voor grote uitdagingen stellen. Belangrijke segmenten van de betaalmarkt, met name die van de kaart-, internet- en mobiele betalingen, zijn vaak nog opgedeeld langs nationale grenzen. Talrijke innoverende betalingsproducten of -diensten vallen, volledig of grotendeels, buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2007/64/EG. In een paar gevallen is ook gebleken dat het toepassingsgebied van Richtlijn 2007/64/EG en met name de uitsluiting van een aantal elementen, zoals bepaalde betalingsgerelateerde activiteiten, van de algemene voorschriften te vaag, te algemeen of gewoon achterhaald was, gelet op de ontwikkelingen op de markt. Dit heeft geleid tot rechtsonzekerheid, potentiële veiligheidsrisico's in de betalingsketen en een gebrek aan consumentenbescherming op sommige gebieden. Innoverende en gebruiksvriendelijke digitale betalingsdiensten konden daardoor maar moeilijk ingang vinden en dienst doen als doeltreffende, handige en veilige betalingsmethoden in de Unie voor consumenten en detailhandelaren.
(3)   Uit de evaluatie van het EU-rechtskader voor betalingsdiensten en met name uit de analyse van de effecten van Richtlijn 2007/64/EG en de raadpleging over het groenboek van de Commissie "Naar een geïntegreerde Europese markt voor kaart-, internet- en mobiele betalingen"15 is gebleken dat deze ontwikkelingen de wet- en regelgeving voor grote uitdagingen stellen. Belangrijke segmenten van de betaalmarkt, met name die van de kaart-, internet- en mobiele betalingen, zijn vaak nog opgedeeld langs nationale grenzen. Talrijke innoverende betalingsproducten of -diensten vallen, volledig of grotendeels, buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2007/64/EG. In een paar gevallen is ook gebleken dat het toepassingsgebied van Richtlijn 2007/64/EG en met name de uitsluiting van een aantal elementen, zoals bepaalde betalingsgerelateerde activiteiten, van de algemene voorschriften te vaag, te algemeen of gewoon achterhaald was, gelet op de ontwikkelingen op de markt. Dit heeft geleid tot rechtsonzekerheid, potentiële veiligheidsrisico's in de betalingsketen en een gebrek aan consumentenbescherming op sommige gebieden. Innoverende, veilige en gebruiksvriendelijke digitale betalingsdiensten konden daardoor maar moeilijk ingang vinden en dienst doen als doeltreffende, handige en veilige betalingsmethoden in de Unie voor consumenten en detailhandelaren. Op dit gebied bestaat een groot positief potentieel dat op consistentere wijze moet worden benut.
__________________
__________________
15 COM(2012)0941 final.
15 COM(2012)0941.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)   De totstandbrenging van een geïntegreerde eengemaakte markt voor elektronische betalingen is van wezenlijk belang om ervoor te zorgen dat consumenten, handelaren en bedrijven alle voordelen van de interne markt kunnen benutten, gelet op de ontwikkeling van de digitale economie.
(4)   De totstandbrenging van een geïntegreerde eengemaakte markt voor veilige elektronische betalingen is van wezenlijk belang de groei van de EU-economie te steunen en om ervoor te zorgen dat consumenten, handelaren en bedrijven op transparantie wijze kunnen kiezen tussen verschillende betalingsdiensten om alle voordelen van de interne markt te kunnen benutten, gelet op de ontwikkeling van de digitale economie.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
(5)   Nieuwe voorschriften moeten worden vastgesteld om de leemten in de regelgeving te dichten en tegelijkertijd de rechtsduidelijkheid te vergroten en een consistente toepassing van het wetgevingskader overal in de Unie te garanderen. Bestaande en nieuwe spelers op de markt moeten de garantie hebben dat zij onder gelijke voorwaarden hun activiteiten kunnen ontplooien, waardoor nieuwe betaalmiddelen gemakkelijker een grotere markt zullen bereiken en er in de hele Unie een hoog niveau van consumentenbescherming bij het gebruik van deze betalingsdiensten zal worden gegarandeerd. Dit moet de kosten en prijzen voor betalingsdienstgebruikers laten dalen en tot meer keuze tussen en transparantie van betalingsdiensten leiden.
(5)   Nieuwe voorschriften moeten worden vastgesteld om de leemten in de regelgeving te dichten en tegelijkertijd de rechtsduidelijkheid te vergroten en een consistente toepassing van het wetgevingskader overal in de Unie te garanderen. Bestaande en nieuwe spelers op de markt moeten de garantie hebben dat zij onder gelijke voorwaarden hun activiteiten kunnen ontplooien, waardoor nieuwe betaalmiddelen gemakkelijker een grotere markt zullen bereiken en er in de hele Unie een hoog niveau van consumentenbescherming bij het gebruik van deze betalingsdiensten zal worden gegarandeerd. Dit moet zorgen voor efficiëntie in het betalingssysteem als geheel en moet de kosten en prijzen voor betalingsdienstgebruikers laten dalen en tot meer keuze tussen en transparantie van betalingsdiensten leiden, terwijl het vertrouwen van de consument in een geharmoniseerde betalingsmarkt wordt versterkt.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)  Het single euro payments area ("SEPA") zal in 2014 een mijlpaal bereiken met de migratie van nationale overmakingen en automatische afschrijvingen in euro naar SEPA-conforme overmakingen en automatische afschrijvingen. De vorming van een geïntegreerde, concurrerende, innovatieve markt – met een gelijk speelveld – voor retailbetalingen in de eurozone moet worden voortgezet teneinde een werkelijke interne markt voor betalingsdiensten in de Unie tot stand te brengen. Dit marktvormingsproces moet worden gesteund door versterkt bestuur onder leiding van de Europese Centrale Bank (ECB). De aankondiging van de ECB om de Euro Retail Payments Board (ERPB) op te richten, als opvolger van de SEPA-Raad, moet bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstelling en deze vergemakkelijken. Bij de samenstelling van de ERPB moet er, rekening houdend met een beter evenwicht tussen de belangen van de vraag- en de aanbodzijde van de betalingsmarkt, gezorgd worden voor effectief advies ten aanzien van de richting van het SEPA-project in de toekomst en mogelijke obstakels voor de totstandbrenging ervan, manieren om deze uit de weg te ruimen en manieren om innovatie, concurrentie en integratie in retailbetalingen in euro in de Unie te bevorderen. Deelname van de Commissie als waarnemer moet worden overwogen om ervoor te zorgen dat taken, samenstelling en werking van de ERPB bijdragen tot de bevordering van het SEPA-project.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)   De afgelopen jaren zijn de veiligheidsrisico's in verband met elektronische betalingen gestegen als gevolg van de grotere technische complexiteit van elektronische betalingen, de wereldwijd steeds grotere hoeveelheden elektronische betalingen en de nieuwe soorten betalingsdiensten. Veilige en zekere betalingsdiensten zijn een absolute voorwaarde voor een goed functionerende markt voor betalingsdiensten en de gebruikers van die diensten moeten voldoende beschermd zijn tegen deze risico's. Betalingsdiensten zijn essentieel voor de handhaving van vitale economische en maatschappelijke activiteiten en om die reden zijn betalingsdienstaanbieders zoals kredietinstellingen aangemerkt als marktdeelnemers overeenkomstig artikel 3, punt 8, van Richtlijn [nummer van de NIB-richtlijn toevoegen na de vaststelling ervan] van het Europees Parlement en de Raad16.
(6)   De afgelopen jaren zijn de veiligheidsrisico's in verband met elektronische betalingen gestegen als gevolg van de grotere technische complexiteit van elektronische betalingen, de wereldwijd steeds grotere hoeveelheden elektronische betalingen en de nieuwe soorten betalingsdiensten. Veilige en zekere betalingsdiensten zijn een absolute voorwaarde voor een goed functionerende markt voor betalingsdiensten en de gebruikers van die diensten moeten voldoende beschermd zijn tegen deze risico's. Betalingsdiensten zijn essentieel voor de handhaving van vitale economische en maatschappelijke activiteiten en om die reden zijn betalingsdienstaanbieders zoals kredietinstellingen aangemerkt als marktdeelnemers overeenkomstig artikel 3, punt 8, van Richtlijn [nummer van de NIB-richtlijn toevoegen na de vaststelling ervan] van het Europees Parlement en de Raad16. Bij de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze richtlijn moeten de veiligheidsvoorschriften als bepaald in de artikelen 16 en 17 van Richtlijn 95/46/EG worden nageleefd.
__________________
__________________
16 Richtlijn XXXX/XX/EU van het Europees Parlement en de Raad van [datum] houdende maatregelen om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te waarborgen (PB L […] van […], blz. […]).
16 Richtlijn XXXX/XX/EU van het Europees Parlement en de Raad van [datum] houdende maatregelen om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te waarborgen (PB L […] van […], blz. […]).
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
(7)   Naast de algemene maatregelen die op het niveau van de lidstaten moeten worden genomen overeenkomstig Richtlijn [nummer van de NIB-richtlijn toevoegen na de vaststelling ervan], dienen de veiligheidsrisico's in verband met betalingstransacties ook te worden aangepakt op het niveau van de betalingsdienstaanbieders. De door de betalingsdienstaanbieders te nemen veiligheidsmaatregelen moeten in verhouding staan tot de veiligheidsrisico's in kwestie. Er dient een mechanisme voor regelmatige rapportage te worden gecreëerd om ervoor te zorgen dat betalingsdienstaanbieders de bevoegde autoriteiten jaarlijks actuele informatie verstrekken over de door hen verrichte veiligheidsrisicobeoordeling en de naar aanleiding hiervan genomen (aanvullende) maatregelen. Teneinde voorts te garanderen dat schade voor andere betalingsdienstaanbieders en betalingssystemen, zoals een omvangrijke verstoring van een betalingssysteem, en voor gebruikers zoveel mogelijk wordt beperkt, is het van wezenlijk belang dat betalingsdienstaanbieders de verplichting hebben om onverwijld belangrijke veiligheidsincidenten te melden aan de Europese Bankautoriteit.
(7)   Naast de algemene maatregelen die op het niveau van de lidstaten moeten worden genomen overeenkomstig Richtlijn [nummer van de NIB-richtlijn toevoegen na de vaststelling ervan], dienen de veiligheidsrisico's in verband met de keuze van het technische systeem om betalingstransacties aan te bieden ook te worden aangepakt op het niveau van de betalingsdienstaanbieders en te hunnen laste en verantwoordelijkheid. De door de betalingsdienstaanbieders te nemen veiligheidsmaatregelen moeten in verhouding staan tot de veiligheidsrisico's in kwestie voor hun cliënten. Er dient een mechanisme voor regelmatige rapportage te worden gecreëerd om ervoor te zorgen dat betalingsdienstaanbieders de bevoegde autoriteiten ten minste drie maal per jaar actuele informatie verstrekken over de door hen verrichte veiligheidsrisicobeoordeling en de naar aanleiding hiervan genomen aanvullende maatregelen om deze risico's te verlagen. Teneinde voorts te garanderen dat schade voor andere betalingsdienstaanbieders en betalingssystemen, zoals een omvangrijke verstoring van een betalingssysteem, en voor gebruikers zoveel mogelijk wordt beperkt, is het van wezenlijk belang dat betalingsdienstaanbieders de verplichting hebben om onverwijld belangrijke veiligheidsincidenten te melden aan de Europese Bankautoriteit, die jaarlijks een verslag moet publiceren over de veiligheid van de digitale betalingsdiensten in de Unie.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Om ervoor te zorgen dat de consumenten hun rechten en plichten krachtens deze richtlijn begrijpen, moeten zij op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte worden gesteld. Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn moet de Commissie derhalve een gebruiksvriendelijke elektronische brochure opstellen waarin op duidelijke en bevattelijke wijze de rechten en plichten van consumenten krachtens deze richtlijn en gerelateerde Uniewetgeving inzake betalingsdiensten staan vermeld. Die informatie moet beschikbaar worden gesteld op de websites van de Commissie, de bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad1 bis opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit)("EBA") en de nationale bankentoezichthouders. De lidstaten zorgen ervoor dat de betalingsdienstaanbieders de brochure voor al hun bestaande en nieuwe cliënten in haar oorspronkelijke formaat op hun websites in elektronische vorm en bij hun filialen, hun agenten en de entiteiten waaraan zij hun activiteiten uitbesteden in papiervorm, kosteloos beschikbaar stellen.
_________________
1 bis Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
(8)   Het herziene regelgevingskader voor betalingsdiensten wordt aangevuld door Verordening (EU) [XX/XX/XX] van het Europees Parlement en de Raad17. Deze verordening voorziet in voorschriften betreffende het aanrekenen van multilaterale en bilaterale interbancaire vergoedingen voor alle transacties met debet- en kredietkaarten van consumenten en op die transacties gebaseerde mobiele betalingen en legt beperkingen op ten aanzien van de toepassing van bepaalde bedrijfsregels met betrekking tot kaarttransacties. Zij moet bijdragen aan de snellere totstandkoming van een effectieve geïntegreerde markt voor kaartbetalingen.
(8)   Het herziene regelgevingskader voor betalingsdiensten wordt aangevuld door Verordening (EU) [XX/XX/XX] van het Europees Parlement en de Raad17. Deze verordening voorziet in voorschriften betreffende het aanrekenen van multilaterale en bilaterale interbancaire vergoedingen voor alle transacties met debet- en kredietkaarten van consumenten en op die transacties gebaseerde mobiele betalingen waardoor een aanzienlijke belemmering tussen nationale betalingsmarkten wordt weggenomen, en legt beperkingen op ten aanzien van de toepassing van bepaalde bedrijfsregels met betrekking tot kaarttransacties. Zij moet bijdragen aan de snellere totstandkoming van een effectieve geïntegreerde markt voor kaartbetalingen.
__________________
__________________
17 Verordening (EU) [XX/XX/XX] van het Europees Parlement en de Raad [datum] betreffende interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PB L […] van […], blz. […]).
17 Verordening (EU) [XX/XX/XX] van het Europees Parlement en de Raad [datum] betreffende interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PB L […] van […], blz. […]).
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)   Om te vermijden dat de lidstaten op uiteenlopende wijze te werk gaan, hetgeen ten koste van de consument zou zijn, dienen de bepalingen betreffende transparantie en informatievereisten voor betalingsdienstaanbieders in deze richtlijn ook te gelden voor transacties waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler of de begunstigde in de Europese Economische Ruimte (hierna "de EER" genoemd) gevestigd is en de andere betalingsdienstaanbieder buiten de EER. Het is ook passend de toepassing van de bepalingen betreffende transparantie en informatievereisten uit te breiden tot transacties in alle valuta's tussen betalingsdienstaanbieders die in de EER gevestigd zijn.
(9)   Om te vermijden dat de lidstaten op uiteenlopende wijze te werk gaan, hetgeen ten koste van de consument zou zijn, dienen de bepalingen betreffende transparantie en informatievereisten voor betalingsdienstaanbieders en inzake de rechten en verplichtingen met betrekking tot de verlening en het gebruik van betalingsdiensten in deze richtlijn ook te gelden voor transacties waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler of de begunstigde in de Europese Economische Ruimte (hierna "de EER" genoemd) gevestigd is en de andere betalingsdienstaanbieder buiten de EER. Op basis van een evaluatie door de Commissie en, indien passend, een wetgevingsvoorstel, moet de toepassing van deze richtlijn op dergelijke transacties ook worden uitgebreid tot het merendeel van de bepalingen inzake rechten en plichten met betrekking tot het aanbieden en het gebruiken van betalingsdiensten. Het is ook passend de toepassing van de bepalingen betreffende transparantie en informatievereisten uit te breiden tot transacties in alle valuta's tussen betalingsdienstaanbieders die in de EER gevestigd zijn.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
(10)   De definitie van betalingsdiensten moet technologieneutraal zijn en ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling van nieuwe soorten betalingsdiensten terwijl zij zowel bestaande als nieuwe betalingsdienstaanbieders garandeert dat zij onder gelijke voorwaarden hun activiteiten kunnen ontplooien.
(10)   De definities van betalingsdiensten, betalingsprotocollen en -normen moeten technologieneutraal zijn en ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling van nieuwe soorten betalingsdiensten terwijl zij zowel bestaande als nieuwe betalingsdienstaanbieders garanderen dat zij onder gelijke veilige voorwaarden hun activiteiten kunnen ontplooien.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)   Uit feedback van de markt blijkt dat er bij de betalingsactiviteiten die plaatsvinden onder de vrijstelling voor beperkte netwerken, vaak sprake is van zeer grote betalingsvolumes en bedragen waarbij de consument honderden of duizenden verschillende producten en diensten worden aangeboden, hetgeen in strijd is met de geest van de vrijstelling voor beperkte netwerken van Richtlijn 2007/64/EG. Betalingsdienstgebruikers, met name consumenten, lopen hierdoor grotere risico's en hebben geen juridische bescherming terwijl gereglementeerde marktdeelnemers duidelijk worden benadeeld. Om deze risico's te beperken, dient een preciezere definitie van een beperkt netwerk in overeenstemming met Richtlijn 2009/110/EG te worden vastgesteld. Een betaalinstrument dient daarom als een slechts binnen een "beperkt netwerk" bruikbaar instrument te worden beschouwd als het alleen maar kan worden gebruikt voor de aankoop van goederen en diensten in een welbepaalde winkel of winkelketen, dan wel voor de aankoop van een beperkte reeks goederen of diensten, ongeacht de geografische locatie van het verkooppunt. Dergelijke instrumenten zijn bijvoorbeeld klantenkaarten, tankkaarten, lidmaatschapskaarten, kaarten voor openbaar vervoer, maaltijdcheques of cheques voor specifieke diensten, die soms onder een specifiek rechtskader op het gebied van belastingen of arbeid vallen dat tot doel heeft het gebruik van dergelijke instrumenten te bevorderen om de doelstellingen die zijn vastgelegd in de sociale regelgeving te kunnen bereiken. Wanneer een dergelijk instrument voor specifieke doeleinden een instrument voor algemene doeleinden wordt, dient de vrijstelling van het toepassingsgebied van deze richtlijn niet langer te gelden. Instrumenten die voor aankopen in winkels van geregistreerde handelaren kunnen worden gebruikt, mogen niet worden vrijgesteld van het toepassingsgebied van deze richtlijn omdat dergelijke instrumenten juist zijn bedoeld voor een netwerk van dienstverleners dat voortdurend aangroeit. De vrijstelling moet gelden in combinatie met de verplichting voor potentiële betalingsdienstaanbieders om activiteiten te melden die onder de definitie van een beperkt netwerk vallen.
(12)   Uit feedback van de markt blijkt dat er bij de betalingsactiviteiten die plaatsvinden onder de vrijstelling voor beperkte netwerken, vaak sprake is van zeer grote betalingsvolumes en bedragen waarbij de consument honderden of duizenden verschillende producten en diensten worden aangeboden, hetgeen in strijd is met de geest van de vrijstelling voor beperkte netwerken van Richtlijn 2007/64/EG. Betalingsdienstgebruikers, met name consumenten, lopen hierdoor grotere risico's en hebben geen juridische bescherming terwijl gereglementeerde marktdeelnemers duidelijk worden benadeeld. Om deze risico's te beperken, dient een preciezere definitie van een beperkt netwerk in overeenstemming met Richtlijn 2009/110/EG te worden vastgesteld. Een betaalinstrument dient daarom als een slechts binnen een "beperkt netwerk" bruikbaar instrument te worden beschouwd als het alleen maar kan worden gebruikt voor de aankoop van goederen en diensten van een welbepaalde detailhandelaar of keten van detailhandelaren, dan wel voor de aankoop van een beperkte reeks goederen of diensten, ongeacht de geografische locatie van het verkooppunt. Dergelijke instrumenten zijn bijvoorbeeld klantenkaarten, tankkaarten, lidmaatschapskaarten, kaarten voor openbaar vervoer, parkeerkaarten, maaltijdcheques of cheques voor specifieke diensten, die soms onder een specifiek rechtskader op het gebied van belastingen of arbeid vallen dat tot doel heeft het gebruik van dergelijke instrumenten te bevorderen om de doelstellingen die zijn vastgelegd in de sociale regelgeving te kunnen bereiken. Wanneer een dergelijk instrument voor specifieke doeleinden een instrument voor algemene doeleinden wordt, dient de vrijstelling van het toepassingsgebied van deze richtlijn niet langer te gelden. Instrumenten die voor aankopen in winkels van geregistreerde handelaren kunnen worden gebruikt, mogen niet worden vrijgesteld van het toepassingsgebied van deze richtlijn omdat dergelijke instrumenten juist zijn bedoeld voor een netwerk van dienstverleners dat voortdurend aangroeit. De vrijstelling moet gelden in combinatie met de verplichting voor potentiële betalingsdienstaanbieders om activiteiten te melden die onder de definitie van een beperkt netwerk vallen.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)   Richtlijn 2007/64/EG voorziet in een vrijstelling voor bepaalde betalingstransacties via telecommunicatie- of IT-toestellen waarbij de netwerkexploitant niet alleen optreedt als intermediair voor de levering van digitale goederen en diensten via het toestel in kwestie, maar ook waarde aan deze goederen of diensten toevoegt. Onder deze vrijstelling valt met name het systeem waarbij gefactureerd wordt via de exploitant of aankopen rechtstreeks via de telefoonrekening worden afgerekend, hetgeen – zoals reeds het geval is met beltonen en premium sms-diensten – bijdraagt aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsmodellen op basis van de verkoop van digitale inhoud voor kleine bedragen. Feedback uit de markt wijst er niet op dat deze betalingsmethode, die de consumenten praktisch vinden voor laagdrempelige betalingen, zich heeft ontwikkeld tot een algemene intermediatiedienst op het gebied van betalingen. Door de vage formulering van de huidige vrijstelling hebben de lidstaten deze regel evenwel op uiteenlopende wijze ten uitvoer gelegd. Dit vertaalt zich in een gebrek aan rechtszekerheid voor exploitanten en consumenten en heeft occasioneel ook andere intermediatiediensten op het gebied van betalingen in staat gesteld aanspraak te maken op de vrijstelling van Richtlijn 2007/64/EG. Het is derhalve passend het toepassingsgebied van die richtlijn te beperken. De vrijstelling moet specifiek gericht zijn op microbetalingen voor digitale inhoud, zoals beltonen, achtergronden, muziek, spellen, video's of apps. De vrijstelling mag uitsluitend gelden voor betalingsdiensten die als nevendienst worden verricht bij elektronische communicatiediensten (dat wil zeggen de kernactiviteit van de betrokken exploitant).
(13)   Richtlijn 2007/64/EG voorziet in een vrijstelling voor bepaalde betalingstransacties via telecommunicatie- of IT-toestellen waarbij de netwerkexploitant niet alleen optreedt als intermediair voor de levering van digitale goederen en diensten via het toestel in kwestie, maar ook waarde aan deze goederen of diensten toevoegt. Onder deze vrijstelling valt met name het systeem waarbij gefactureerd wordt via de exploitant of aankopen rechtstreeks via de telefoonrekening worden afgerekend, hetgeen – zoals reeds het geval is met beltonen en premium sms-diensten – bijdraagt aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsmodellen op basis van de verkoop van digitale inhoud voor kleine bedragen. Feedback uit de markt wijst er niet op dat deze betalingsmethode, die de consumenten praktisch vinden voor laagdrempelige betalingen, zich heeft ontwikkeld tot een algemene intermediatiedienst op het gebied van betalingen. Door de vage formulering van de huidige vrijstelling hebben de lidstaten deze regel evenwel op uiteenlopende wijze ten uitvoer gelegd. Dit vertaalt zich in een gebrek aan rechtszekerheid voor exploitanten en consumenten en heeft occasioneel ook andere intermediatiediensten op het gebied van betalingen in staat gesteld aanspraak te maken op de vrijstelling van Richtlijn 2007/64/EG. Het is derhalve passend het negatieve toepassingsgebied van die richtlijn te beperken. Om te vermijden dat er geen regelgeving bestaat voor grootschalige betalingsactiviteiten, moet de vrijstelling gericht zijn op microbetalingen voor digitale inhoud, zoals beltonen, achtergronden, muziek, spellen, video's of apps. De vrijstelling mag uitsluitend gelden voor betalingsdiensten die als nevendienst worden verricht bij elektronische communicatiediensten (dat wil zeggen de kernactiviteit van de betrokken exploitant).
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)  Richtlijn 2007/64/EG voorziet in een vrijstelling voor technische dienstverleners die de aanbieding van betalingsdiensten ondersteunen zonder op enig moment in het bezit te komen van de over te maken geldmiddelen. Typische diensten die onder die vrijstelling vallen, zijn de verwerking en opslag van gegevens, privacybeschermingsdiensten en informatietechnologie (IT) De vrijstelling geldt dus ook voor de ontwikkeling van technische betalingsoplossingen voor betalingsdienstaanbieders (soms "digitale portemonnees" genoemd), die hun betalingsdiensten meestal beschikbaar stellen op een mobiel of IT-apparaat.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)   Dienstverleners die een beroep willen doen op een vrijstelling van Richtlijn 2007/64/EG, raadplegen vaak niet de autoriteiten om na te gaan of hun activiteiten onder die richtlijn vallen of ervan zijn vrijgesteld, maar vertrouwen in plaats daarvan op hun eigen oordeel. Betalingsdienstaanbieders hebben kennelijk een aantal vrijstellingen aangegrepen om hun bedrijfsmodel aan te passen zodat de aangeboden betalingsactiviteiten buiten het toepassingsgebied van de richtlijn komen te vallen. Dit kan ertoe leiden dat betalingsdienstgebruikers meer risico lopen en dat de voorwaarden waaronder betalingsdienstaanbieders op de interne markt actief zijn, uiteenlopen. Betalingsdienstaanbieders moeten daarom de verplichting krijgen bepaalde activiteiten te melden bij de bevoegde autoriteiten om te garanderen dat de regels overal op de interne markt op dezelfde wijze worden geïnterpreteerd.
(15)   Dienstverleners die een beroep willen doen op een vrijstelling van Richtlijn 2007/64/EG, raadplegen vaak niet de autoriteiten om na te gaan of hun activiteiten onder die richtlijn vallen of ervan zijn vrijgesteld, maar vertrouwen in plaats daarvan op hun eigen oordeel. Betalingsdienstaanbieders hebben kennelijk een aantal vrijstellingen aangegrepen om hun bedrijfsmodel aan te passen zodat de aangeboden betalingsactiviteiten buiten het toepassingsgebied van de richtlijn komen te vallen. Dit kan ertoe leiden dat betalingsdienstgebruikers meer risico lopen en dat de voorwaarden waaronder betalingsdienstaanbieders op de interne markt actief zijn, uiteenlopen. Betalingsdienstaanbieders moeten daarom de verplichting krijgen hun activiteiten te melden bij de bevoegde autoriteiten om te garanderen dat de regels overal op de interne markt op dezelfde wijze worden geïnterpreteerd.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
(18)   Sinds de vaststelling van Richtlijn 2007/64/EG zijn er nieuwe soorten betalingsdiensten ontstaan, met name op het gebied van internetbetalingen. Zo zijn er in het bijzonder derde betalingsdienstaanbieders op de markt gekomen, die zogenaamde betalingsinitiatiediensten verlenen aan consumenten en handelaren, vaak zonder dat zij zelf in het bezit komen van de over te dragen geldmiddelen. Deze diensten vergemakkelijken de e-commercebetalingen doordat zij een softwareverbinding tot stand brengen tussen de website van de handelaar en het onlinebankplatform van de consument om internetbetalingen te initiëren op basis van overmakingen of automatische afschrijvingen. Derde betalingsdienstaanbieders bieden een goedkoop alternatief voor kaartbetalingen zowel voor handelaren als voor consumenten en bieden consumenten een mogelijkheid om ook zonder kredietkaart online te winkelen. Aangezien derde betalingsdienstaanbieders momenteel echter niet aan Richtlijn 2007/64/EG zijn onderworpen, kunnen zij buiten het toezicht van een bevoegde autoriteit vallen en hoeven zij de voorschriften van richtlijn 2007/64/EG niet te volgen. Dit werpt een reeks juridische vragen op, onder meer op het gebied van consumentenbescherming, veiligheid en aansprakelijkheid, mededinging en gegevensbescherming. De nieuwe voorschriften moeten hierop derhalve een antwoord bieden.
(18)   Sinds de vaststelling van Richtlijn 2007/64/EG zijn er nieuwe soorten betalingsdiensten ontstaan, met name op het gebied van internetbetalingen. Zo zijn er in het bijzonder derde betalingsdienstaanbieders op de markt gekomen, die zogenaamde betalingsinitiatiediensten verlenen aan consumenten en handelaren, vaak zonder dat zij zelf in het bezit komen van de over te dragen geldmiddelen. Deze diensten vergemakkelijken de e-commercebetalingen doordat zij een softwareverbinding tot stand brengen tussen de website van de handelaar en het onlinebankplatform van de consument om internetbetalingen te initiëren op basis van overmakingen of automatische afschrijvingen. Derde betalingsdienstaanbieders bieden een goedkoop alternatief voor kaartbetalingen zowel voor handelaren als voor consumenten en bieden consumenten een mogelijkheid om ook zonder betaalkaart online te winkelen. Derde betalingsdienstaanbieders hebben ook een veelbelovend potentieel waar het gaat om het vergemakkelijken van grensoverschrijdende e-commerce in de interne markt. Bovendien werpen derde betalingsaanbieders ernstige beveiligingsproblemen op wat betreft de bescherming van de integriteit van de betalings- en persoonsgegevens die hen door betalers worden verschaft. Aangezien derde betalingsdienstaanbieders momenteel echter niet aan Richtlijn 2007/64/EG zijn onderworpen, kunnen zij buiten het toezicht van een bevoegde autoriteit vallen en hoeven zij de voorschriften van richtlijn 2007/64/EG niet te volgen. Dit werpt een reeks juridische vragen op, onder meer op het gebied van consumentenbescherming, veiligheid en aansprakelijkheid, mededinging en gegevensbescherming. De nieuwe voorschriften moeten daarom voor al deze problemen een adequate oplossing bieden en waarborgen dat in de Unie opererende derde betalingsdienstaanbieders in het bezit zijn van een vergunning of registratie en onder toezicht staan van de betalingsinstellingen.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19
(19)   Een geldtransfer is een eenvoudige betalingsdienst, doorgaans op basis van contanten welke door een betaler worden verstrekt aan een betalingsdienstaanbieder die het overeenkomstige bedrag, bijvoorbeeld via een communicatienetwerk, overmaakt aan een begunstigde of aan een andere, voor rekening van de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder. In sommige lidstaten bieden supermarkten en andere handelaren en winkeliers het publiek een vergelijkbare dienst aan die cliënten in staat stelt hun rekeningen van nutsbedrijven en andere terugkerende huishoudelijke rekeningen te voldoen. Deze diensten voor het betalen van rekeningen moeten worden behandeld als geldtransferdiensten, tenzij de bevoegde autoriteiten oordelen dat de activiteit onder een andere betalingsdienst valt.
(19)   Een geldtransfer is een eenvoudige betalingsdienst, doorgaans op basis van contanten welke door een betaler worden verstrekt aan een betalingsdienstaanbieder die het overeenkomstige bedrag, bijvoorbeeld via een communicatienetwerk, overmaakt aan een begunstigde of aan een andere, voor rekening van de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder. In sommige lidstaten bieden geldautomaten, supermarkten, handelaren en andere winkeliers het publiek een vergelijkbare dienst aan die cliënten in staat stelt hun rekeningen van nutsbedrijven en andere terugkerende huishoudelijke rekeningen te voldoen. Deze diensten voor het betalen van rekeningen moeten worden behandeld als geldtransferdiensten, tenzij de bevoegde autoriteiten oordelen dat de activiteit onder een andere betalingsdienst valt.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19 bis (nieuw)
(19 bis)  Om de interne markt voor betalingen te voltooien en ervoor te zorgen dat zij bevorderlijk is voor een bloeiende elektronische handel en economische groei, is het van belang potentiële nieuwkomers en bestaande betalingsdienstaanbieders het gebruik van alternatieven voor kaartbetalingen toe te staan teneinde hun dienstvoorzieningen voor consumenten en winkeliers te ontwikkelen en te verbeteren. Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn moet de EBA, in nauwe samenwerking met de ECB, een zorgvuldige beoordeling verrichten van de haalbaarheid en wenselijkheid van de invoering van een verplichting om het gebruik van IBAN, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 15, van Verordening (EU) nr. 260/2012, dan wel een andere vergelijkbare identificator, in een elektronisch leesbaar formaat op debetkaarten en, indien passend, op andere betalingsinstrumenten verplicht te stellen. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voorschriften inzake fraudepreventie en gegevensbescherming.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 27
(27)   Betalingsdienstaanbieders die een of meer onder deze richtlijn vallende betalingsdiensten aanbieden, moeten altijd betaalrekeningen aanhouden die uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt. Betalingsinstellingen kunnen pas betalingsdiensten aanbieden als zij ook toegang hebben tot betaalrekeningen. De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat die toegang wordt verleend op een wijze die in verhouding staat tot het legitieme doel dat met die toegang wordt beoogd.
(27)   Betalingsdienstaanbieders die een of meer onder deze richtlijn vallende betalingsdiensten aanbieden, moeten altijd betaalrekeningen aanhouden die uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt. Betalingsinstellingen kunnen pas betalingsdiensten aanbieden als zij ook toegang hebben tot betaalrekeningen. De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat die toegang niet-discriminerend is en wordt verleend op een wijze die in verhouding staat tot het legitieme doel dat met die toegang wordt beoogd. Hoewel de toegang basaal kan zijn, moet deze altijd voldoende uitgebreid zijn zodat de betalingsinstelling haar diensten ongehinderd en op efficiënte wijze kan aanbieden. De vergoeding die in rekening wordt gebracht voor deze toegang mag niet onredelijk zijn of afwijken van wat gebruikelijk is in de sector.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
(29)   Algemeen genomen heeft de samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de vergunningverlening aan betalingsinstellingen, de uitoefening van controles en het nemen van een beslissing over de intrekking van een vergunning, naar behoren gefunctioneerd. Deze samenwerking moet evenwel worden versterkt, zowel wat de uitwisseling van informatie betreft als ten aanzien van een coherente toepassing en uitlegging van de richtlijn in gevallen waarin de vergunninghoudende betalingsinstelling ook in een andere lidstaat dan haar lidstaat van herkomst betalingsdiensten wil aanbieden in uitoefening van het recht tot vestiging of het recht tot het vrij verrichten van diensten (het verlenen van een Europees paspoort). De Europese Bankautoriteit (EBA) dient te worden verzocht om een reeks richtsnoeren voor de samenwerking en gegevensuitwisseling op te stellen.
(29)   Algemeen genomen heeft de samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de vergunningverlening aan betalingsinstellingen, de uitoefening van controles en het nemen van een beslissing over de intrekking van een vergunning, naar behoren gefunctioneerd. Deze samenwerking moet evenwel worden versterkt, zowel wat de uitwisseling van informatie betreft als ten aanzien van een coherente toepassing en uitlegging van de richtlijn in gevallen waarin de vergunninghoudende betalingsinstelling ook in een andere lidstaat dan haar lidstaat van herkomst betalingsdiensten wil aanbieden in uitoefening van het recht tot vestiging of het recht tot het vrij verrichten van diensten (het verlenen van een Europees paspoort). De EBA dient een reeks richtsnoeren voor de samenwerking en gegevensuitwisseling op te stellen, na raadpleging van een adviespanel dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1093/2010 is opgezet met het oog op de uitvoering van deze richtlijn en dat onder andere belanghebbenden buiten de banksector vertegenwoordigt.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
(30)   Om de transparantie te vergroten met betrekking tot de betalingsinstellingen die een vergunning hebben gekregen van of in een register zijn ingeschreven bij bevoegde autoriteiten, daaronder begrepen hun agenten en bijkantoren, moet bij de EBA een webportaal worden opgezet dat dienst doet als Europees elektronisch toegangspunt en alle nationale registers verbindt. Deze maatregelen moeten bijdragen aan een sterkere samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten.
(30)   Om de transparantie te vergroten met betrekking tot de betalingsinstellingen die een vergunning hebben gekregen van of in een register zijn ingeschreven bij bevoegde autoriteiten, daaronder begrepen hun agenten en bijkantoren, moet bij de EBA een webportaal worden opgezet dat dienst doet als Europees elektronisch toegangspunt en alle nationale registers verbindt. Deze maatregelen moeten gericht zijn op een sterkere samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten, en volledig bijdragen tot een betalingsklimaat waarin concurrentie, innovatie en veiligheid worden bevorderd ten gunste van alle belanghebbenden en met name de consument.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
(32)   In deze richtlijn worden de minimale bevoegdheden vastgesteld die de bevoegde autoriteiten moeten hebben bij het toezicht op de naleving ervan door betalingsinstellingen, maar deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend met inachtneming van grondrechten, met inbegrip van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Bij de uitoefening van de bevoegdheden die verregaand kunnen ingrijpen in het recht op de eerbiediging van het privéleven, het familie- en gezinsleven, de woning en de communicatie, dienen de lidstaten te voorzien in adequate en doeltreffende bescherming tegen misbruik of willekeur, bijvoorbeeld indien passend door middel van voorafgaande toestemming van de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat in kwestie.
(32)   In deze richtlijn worden de minimale bevoegdheden vastgesteld die de bevoegde autoriteiten moeten hebben bij het toezicht op de naleving ervan door betalingsinstellingen, maar deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend met inachtneming van grondrechten, met inbegrip van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Onverminderd de controle door een onafhankelijke autoriteit (de nationale gegevensbeschermingsautoriteit) overeenkomstig artikel 8, lid 3, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dienen de lidstaten bij de uitoefening van de bevoegdheden die verregaand kunnen ingrijpen in het recht op de eerbiediging van het privéleven, het familie- en gezinsleven, de woning en de communicatie, te voorzien in adequate en doeltreffende bescherming tegen misbruik of willekeur, bijvoorbeeld indien passend door middel van voorafgaande toestemming van de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat in kwestie.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
(34)   Voor een betalingsdienstaanbieder is het van essentieel belang dat hij toegang heeft tot de diensten van de technische infrastructuren van betalingssystemen. Voor dergelijke toegang dienen echter de nodige eisen te gelden teneinde de integriteit en stabiliteit van deze systemen te verzekeren. Elke betalingsdienstaanbieder die om deelname in een betalingssysteem verzoekt, dient aan de deelnemers van het betalingssysteem het bewijs te leveren dat zijn interne regelingen voldoende bestand zijn tegen alle soorten risico's. Tot die betalingssystemen behoren doorgaans de vierpartijenbetaalkaartsystemen alsmede de grote systemen voor de verwerking van overmakingen en automatische afschrijvingen. Om te garanderen dat de verschillende categorieën vergunninghoudende betalingsdienstaanbieders in de gehele Unie een gelijke behandeling genieten volgens de voorwaarden waaronder zij hun vergunning hebben verkregen, dienen de regels betreffende de toegang tot het aanbieden van betalingsdiensten en de toegang tot betalingssystemen te worden verduidelijkt.
(34)   Voor een betalingsdienstaanbieder is het van essentieel belang dat hij toegang heeft tot de diensten van de technische infrastructuren van betalingssystemen. Voor dergelijke toegang dienen echter de nodige eisen te gelden teneinde de integriteit en stabiliteit van deze systemen te verzekeren. Elke betalingsdienstaanbieder die om deelname in een betalingssysteem verzoekt, dient het risico te dragen van het door hem gekozen systeem en aan de deelnemers van het betalingssysteem het bewijs te leveren dat zijn interne regelingen voldoende bestand zijn tegen alle soorten risico's en frauduleus misbruik door een derde partij vanwege de keuze van besturingssystemen. Tot die betalingssystemen behoren doorgaans de vierpartijenbetaalkaartsystemen alsmede de grote systemen voor de verwerking van overmakingen en automatische afschrijvingen. Om te garanderen dat de verschillende categorieën vergunninghoudende betalingsdienstaanbieders in de gehele Unie een gelijke behandeling genieten volgens de voorwaarden waaronder zij hun vergunning hebben verkregen, dienen de regels betreffende de toegang tot het aanbieden van betalingsdiensten en de toegang tot betalingssystemen te worden verduidelijkt.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 41
(41)   In deze richtlijn dient te worden gespecificeerd welke de plichten van betalingsdienstaanbieders zijn wanneer zij informatie verstrekken aan betalingsdienstgebruikers, die allen dezelfde, kwalitatief hoogwaardige en duidelijke informatie over betalingsdiensten dienen te ontvangen om met kennis van zaken een vrije keuze te kunnen maken overal in de Unie. Ter wille van de transparantie dienen bij deze richtlijn geharmoniseerde vereisten te worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat aan betalingsdienstgebruikers noodzakelijke en toereikende informatie over zowel het betalingsdienstencontract als de betalingstransacties wordt verstrekt. Teneinde een goede werking van de interne markt voor betalingsdiensten te bevorderen, zouden de lidstaten alleen de informatievoorschriften waarin deze richtlijn voorziet, mogen vaststellen.
(41)   In deze richtlijn dient te worden gespecificeerd welke de plichten van betalingsdienstaanbieders zijn wanneer zij informatie verstrekken aan betalingsdienstgebruikers, die allen dezelfde, kwalitatief hoogwaardige en duidelijke informatie over betalingsdiensten dienen te ontvangen om met kennis van zaken (met name van de tariefstructuren) een vrije keuze te kunnen maken overal in de Unie. Ter wille van de transparantie dienen bij deze richtlijn geharmoniseerde vereisten te worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat aan betalingsdienstgebruikers noodzakelijke, toereikende en begrijpelijke informatie over zowel het betalingsdienstencontract als de betalingstransacties wordt verstrekt. Teneinde een goede werking van de interne markt voor betalingsdiensten te bevorderen, zouden de lidstaten alleen de informatievoorschriften waarin deze richtlijn, alsmede Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001 voorzien, mogen vaststellen.
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 43
(43)   De benodigde informatie dient in verhouding te staan tot de gebruikersbehoeften en moet in een standaardformaat worden meegedeeld. De informatievereisten voor een eenmalige betalingstransactie dienen echter te verschillen van die voor een raamcontract dat op een reeks betalingstransacties betrekking heeft.
(43)   De benodigde informatie dient in verhouding te staan tot de gebruikersbehoeften en moet in een gestandaardiseerd en duidelijk formaat worden meegedeeld, ter vergroting van de efficiëntie. De informatievereisten voor een eenmalige betalingstransactie dienen echter te verschillen van die voor een raamcontract dat op een reeks betalingstransacties betrekking heeft.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 46
(46)   Deze richtlijn bevestigt het recht van de consument de toepasselijke informatie kosteloos te ontvangen voordat hij door een betalingsdienstencontract gebonden wordt. Gedurende de contractuele relatie dient de consument te allen tijde voorafgaande informatie, alsmede het raamcontract, kosteloos op papier te kunnen verlangen. Aldus kan de consument de diensten en de voorwaarden van betalingsdienstaanbieders vergelijken en bij een eventueel geschil zijn contractuele rechten en plichten naslaan. Deze voorschriften dienen in overeenstemming te zijn met de in Richtlijn 2002/65/EG vastgestelde regels. Het feit dat deze richtlijn uitdrukkelijke bepalingen over kosteloze informatie bevat, zou er niet toe mogen leiden dat kosten kunnen worden aangerekend voor informatie die op grond van andere toepasselijke richtlijnen aan consumenten wordt verstrekt.
(46)   Deze richtlijn bevestigt het recht van de consument de toepasselijke informatie kosteloos te ontvangen voordat hij door een betalingsdienstencontract gebonden wordt. Gedurende de contractuele relatie dient de consument te allen tijde voorafgaande informatie, alsmede het raamcontract, kosteloos op papier te kunnen verlangen. Aldus kan de consument de diensten en de voorwaarden van betalingsdienstaanbieders vergelijken en bij een eventueel geschil zijn contractuele rechten en plichten naslaan, zodat een hoog niveau van consumentenbescherming wordt gehandhaafd. Deze voorschriften dienen in overeenstemming te zijn met de in Richtlijn 2002/65/EG vastgestelde regels. Het feit dat deze richtlijn uitdrukkelijke bepalingen over kosteloze informatie bevat, zou er niet toe mogen leiden dat kosten kunnen worden aangerekend voor informatie die op grond van andere toepasselijke richtlijnen aan consumenten wordt verstrekt.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 49
(49)   Ter facilitering van cliëntenmobiliteit moet het voor consumenten mogelijk zijn een raamcontract na een jaar kosteloos te beëindigen. Voor consumenten zou geen opzegtermijn van meer dan een maand en voor betalingsdienstaanbieders geen opzegtermijn van minder dan twee maanden mogen worden overeengekomen. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de verplichting van de betalingsdienstaanbieder om in uitzonderlijke omstandigheden uit hoofde van andere Unie- of nationale wetgeving ter zake - zoals wetgeving inzake het witwassen van geld en terrorismefinanciering, elke maatregel gericht op het bevriezen van middelen of een specifieke maatregel in verband met preventie van of onderzoek naar strafbare feiten -, het betalingsdienstencontract te beëindigen.
(49)   Ter facilitering van cliëntenmobiliteit moet het voor consumenten mogelijk zijn een raamcontract kosteloos te beëindigen. Voor consumenten zou geen opzegtermijn van meer dan een maand en voor betalingsdienstaanbieders geen opzegtermijn van minder dan drie maanden mogen worden overeengekomen. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de verplichting van de betalingsdienstaanbieder om in uitzonderlijke omstandigheden uit hoofde van andere Unie- of nationale wetgeving ter zake - zoals wetgeving inzake het witwassen van geld en terrorismefinanciering, elke maatregel gericht op het bevriezen van middelen of een specifieke maatregel in verband met preventie van of onderzoek naar strafbare feiten -, het betalingsdienstencontract te beëindigen.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 51
(51)   Het is nodig om de criteria vast te stellen op basis waarvan derde betalingsdienstaanbieders toegang mogen hebben tot en gebruik mogen maken van de informatie over de beschikbaarheid van geldmiddelen op de rekening van een betalingsdienstgebruiker bij een andere betalingsdienstaanbieder. Er moet met name zowel door de derde betalingsdienstaanbieder als door de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder worden voldaan aan de noodzakelijke gegevensbeschermings- en beveiligingsvereisten die zijn vastgesteld of waarnaar wordt verwezen in deze richtlijn of die zijn opgenomen in de EBA-richtsnoeren. Betalers moeten de derde betalingsdienstaanbieder uitdrukkelijke toestemming voor toegang tot hun betaalrekening verlenen en naar behoren worden geïnformeerd over de omvang van deze toegang. Om ook andere betalingsdienstaanbieders die geen deposito's in ontvangst mogen nemen, de mogelijkheid te bieden activiteiten te ontplooien, moeten kredietinstellingen hen de informatie over de beschikbaarheid van geldmiddelen verstrekken als de betaler ermee heeft ingestemd dat deze informatie wordt meegedeeld aan de betalingsdienstaanbieder die het betaalinstrument heeft uitgegeven.
(51)   Het is nodig om de criteria vast te stellen op basis waarvan derde betalingsdienstaanbieders toegang mogen hebben tot en gebruik mogen maken van de informatie over de beschikbaarheid van geldmiddelen op de rekening van een betalingsdienstgebruiker bij een andere betalingsdienstaanbieder. Er moet met name zowel door de derde betalingsdienstaanbieder als door de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder worden voldaan aan de noodzakelijke gegevensbeschermings- en beveiligingsvereisten die zijn vastgesteld of waarnaar wordt verwezen in deze richtlijn of die zijn opgenomen in de technische uitvoeringsnormen van de EBA. De EBA moet deze technische uitvoeringsnormen ontwikkelen na raadpleging van het in overweging 29 bedoelde adviespanel. Betalers moeten duidelijk worden geïnformeerd wanneer zij gebruik maken van de diensten van een derde betalingsdienstaanbieder en moeten uitdrukkelijke toestemming voor toegang tot hun betaalrekening verlenen en naar behoren worden geïnformeerd over de omvang van deze toegang. Naast de derde betalingsdienstaanbieders zijn er andere derde uitgevers van betaalinstrumenten op de markt die geen deposito's in ontvangst mogen nemen, maar die in tegenstelling tot de derde betalingsdienstaanbieders hun bedrijfsmodel baseren op de uitgifte van op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten. Om ook die derde uitgevers van betaalinstrumenten de mogelijkheid te bieden activiteiten te ontplooien, moeten rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders hen de informatie over de beschikbaarheid van geldmiddelen verstrekken als de betaler ermee heeft ingestemd dat deze informatie aan hen wordt meegedeeld. Om vrije toegang tot de markt voor innovatieve betalingsdienstaanbieders te waarborgen, mag geen contract of overeenkomst tussen een rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder en een derde betalingsdienstaanbieder verplicht worden gesteld.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 51 bis (nieuw)
(51 bis)  Om innovatie te faciliteren en een gelijk speelveld te handhaven, dienen derde betalingsdienstaanbieders niet te worden verplicht contractuele relaties aan te gaan met rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders met het oog op de initiatie van betalingen of voor de verlening van rekeninginformatiediensten. Derde betalingsdienstaanbieders dienen alleen te voldoen aan het algemene wetgevings- en toezichtskader.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 54
(54)   In geval van niet-toegestane betalingstransacties moet de betaler het bedrag van de desbetreffende transactie onmiddellijk worden terugbetaald. Om te vermijden dat de betaler enig nadeel ondervindt, mag de valutadatum van de creditering niet later zijn dan de datum waarop het desbetreffende bedrag werd afgeschreven. Om de betalingsdienstgebruiker ertoe aan te sporen de aanbieder onverwijld van een eventuele diefstal of een eventueel verlies van een betaalinstrument in kennis te stellen en aldus het risico van niet-toegestane betalingstransacties te verminderen, dient de gebruiker slechts voor een zeer beperkt bedrag aansprakelijk te zijn, tenzij de betalingsdienstgebruiker frauduleus of ernstig nalatig heeft gehandeld. In dit verband lijkt een bedrag van 50 EUR passend om een geharmoniseerd en hoog niveau van gebruikersbescherming binnen de Unie te waarborgen. Zodra gebruikers een betalingsdienstaanbieder ervan in kennis hebben gesteld dat hun betaalinstrument gecompromitteerd kan zijn, mag van de gebruikers bovendien niet worden verlangd dat zij verdere verliezen dekken die uit een niet-toegestaan gebruik van dat instrument voortvloeien. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van betalingsdienstaanbieders voor de technische beveiliging van hun eigen producten.
(54)   In geval van niet-toegestane betalingstransacties moet de betaler het bedrag van de desbetreffende transactie binnen een werkdag worden terugbetaald. Om te vermijden dat de betaler enig nadeel ondervindt, mag de valutadatum van de creditering niet later zijn dan de datum waarop het desbetreffende bedrag werd afgeschreven. Indien dit technisch niet meer mogelijk is, moet de betaler ook schadeloos worden gesteld voor het geleden renteverlies. Om de betalingsdienstgebruiker ertoe aan te sporen de aanbieder onverwijld van een eventuele diefstal of een eventueel verlies van een betaalinstrument in kennis te stellen en aldus het risico van niet-toegestane betalingstransacties te verminderen, dient de gebruiker slechts voor een zeer beperkt bedrag aansprakelijk te zijn, tenzij de betalingsdienstgebruiker frauduleus of ernstig nalatig heeft gehandeld. In dit verband lijkt een bedrag van 50 EUR passend om een geharmoniseerd en hoog niveau van gebruikersbescherming binnen de Unie te waarborgen. Zodra gebruikers een betalingsdienstaanbieder ervan in kennis hebben gesteld dat hun betaalinstrument gecompromitteerd kan zijn, mag van de gebruikers bovendien niet worden verlangd dat zij verdere verliezen dekken die uit een niet-toegestaan gebruik van dat instrument voortvloeien. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van betalingsdienstaanbieders voor de technische beveiliging van hun eigen producten.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 57
(57)   Er moeten in deze richtlijn voorschriften inzake terugbetaling worden vastgesteld waardoor de consument wordt beschermd indien de uitgevoerde betalingstransactie het redelijkerwijs te verwachten bedrag overschrijdt. Om te vermijden dat de betaler financieel nadeel ondervindt, moet worden gegarandeerd dat de valutadatum van een creditering niet later is dan de datum waarop het desbetreffende bedrag werd afgeschreven. In het geval van automatische afschrijvingen dienen betalingsdienstaanbieders nog gunstiger voorwaarden te kunnen vaststellen voor hun cliënten, die een onvoorwaardelijk recht op terugbetaling van elke betwiste betalingstransactie zouden moeten hebben. Dit onvoorwaardelijke recht op terugbetaling dat het hoogste niveau van consumentenbescherming garandeert, is evenwel niet gerechtvaardigd in gevallen waarin de handelaar het contract al heeft nagekomen en het overeenkomstige goed of de overeenkomstige dienst al werd verbruikt. Ingeval de gebruiker de terugbetaling eist van een betalingstransactie, moeten de terugbetalingsrechten de aansprakelijkheid van de betaler jegens de begunstigde die voortvloeit uit de onderliggende betrekking, bijvoorbeeld voor de bestelde, verbruikte of rechtmatig aangerekende goederen of diensten, alsook de gebruikersrechten met betrekking tot de herroeping van een betalingsopdracht onverlet laten.
(57)   Er moeten in deze richtlijn voorschriften inzake terugbetaling worden vastgesteld waardoor de consument wordt beschermd indien de uitgevoerde betalingstransactie het redelijkerwijs te verwachten bedrag overschrijdt. Om te vermijden dat de betaler financieel nadeel ondervindt, moet worden gegarandeerd dat de valutadatum van een creditering niet later is dan de datum waarop het desbetreffende bedrag werd afgeschreven. Indien dit technisch niet meer mogelijk is, moet de betaler ook schadeloos worden gesteld voor het geleden renteverlies. In het geval van automatische afschrijvingen dienen betalingsdienstaanbieders nog gunstiger voorwaarden te kunnen vaststellen voor hun cliënten, die een onvoorwaardelijk recht op terugbetaling van elke betwiste betalingstransactie zouden moeten hebben. Ingeval de gebruiker de terugbetaling eist van een betalingstransactie, moeten de terugbetalingsrechten de aansprakelijkheid van de betaler jegens de begunstigde die voortvloeit uit de onderliggende betrekking, bijvoorbeeld voor de bestelde, verbruikte of rechtmatig aangerekende goederen of diensten, alsook de gebruikersrechten met betrekking tot de herroeping van een betalingsopdracht onverlet laten.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 63
(63)   Uiteenlopende nationale praktijken in verband met het aanrekenen van kosten voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument (hierna "toeslagen" genoemd) hebben geleid tot een zeer heterogene betaalmarkt in de Unie en zijn een bron van verwarring voor de consument, met name in het kader van e-commerce en grensoverschrijdende situaties. Handelaren die gevestigd zijn in lidstaten waar toeslagen mogen worden geheven, bieden producten en diensten aan in lidstaten waar dit verboden is en rekenen daarbij de consument nog altijd een toeslag aan. Het feit dat Verordening (EU) nr. xxx/yyyy voorziet in regels voor multilaterale interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingen, is bovendien een sterk argument dat pleit voor de herziening van de praktijken met toeslagen. Aangezien interbancaire vergoedingen het belangrijkste element zijn dat de meeste kaartbetalingen duur maakt en het aanrekenen van toeslagen in de praktijk beperkt is tot op kaarten gebaseerde betalingen, dienen de regels voor interbancaire vergoedingen vergezeld te gaan van een herziening van de regels voor het aanrekenen van toeslagen. Om de kosten transparanter te maken en het gebruik van de efficiëntste betaalinstrumenten te stimuleren, mogen de lidstaten en betalingsdienstaanbieders niet beletten dat de begunstigde een vergoeding van de betaler verlangt voor het gebruik van een specifiek betaalinstrument, met passende inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 2011/83/EU. Het recht van de begunstigde om een toeslag te verlangen, mag evenwel alleen gelden voor betaalinstrumenten waarvoor de interbancaire vergoedingen niet gereglementeerd zijn. Een en ander moet een sturende werking hebben in de richting van de goedkoopste betaalmiddelen.
(63)   Uiteenlopende nationale praktijken in verband met het aanrekenen van kosten voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument (hierna "toeslagen" genoemd) hebben geleid tot een zeer heterogene betaalmarkt in de Unie en zijn een bron van verwarring voor de consument, met name in het kader van e-commerce en grensoverschrijdende situaties. Handelaren die gevestigd zijn in lidstaten waar toeslagen mogen worden geheven, bieden producten en diensten aan in lidstaten waar dit verboden is en rekenen daarbij de consument nog altijd een toeslag aan. Er zijn ook veel voorbeelden van handelaren die de consument veel hogere toeslagen hebben aangerekend dan de kosten die de handelaar heeft gemaakt voor het gebruik van een specifiek betaalinstrument. Het feit dat Verordening (EU) nr. xxx/yyyy voorziet in regels voor multilaterale interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingen, is bovendien een sterk argument dat pleit voor de herziening van de praktijken met toeslagen. Aangezien interbancaire vergoedingen het belangrijkste element zijn dat de meeste kaartbetalingen duur maakt en het aanrekenen van toeslagen in de praktijk beperkt is tot op kaarten gebaseerde betalingen, dienen de regels voor interbancaire vergoedingen vergezeld te gaan van een herziening van de regels voor het aanrekenen van toeslagen. Om het functioneren van de betalingsmarkt van de Unie te verbeteren, de verwarring voor de consument te beperken en een einde te maken aan de praktijk van te hoge toeslagen, moeten de lidstaten toeslagen verbieden door op consistente wijze te voorkomen dat begunstigden een vergoeding verlangen van de betaler voor het gebruik van een specifiek betaalinstrument.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 66
(66)   Het is van essentieel belang dat de betalingsdienstgebruiker de werkelijke kosten en lasten van betalingsdiensten kent, zodat hij een passende keuze kan maken. Het hanteren van niet-transparante prijszettingsmethoden mag dan ook niet worden toegestaan, aangezien algemeen wordt erkend dat dergelijke methoden het voor gebruikers bijzonder moeilijk maken om de werkelijke prijs van de betalingsdienst te bepalen. Met name het gebruik van valutering in het nadeel van de gebruiker mag niet worden toegestaan.
(66)   Om het vertrouwen van consumenten in een geharmoniseerde betalingsmarkt te versterken, is het van essentieel belang dat de betalingsdienstgebruiker de werkelijke kosten en lasten van betalingsdiensten kent, zodat hij een passende keuze kan maken. Het hanteren van niet-transparante prijszettingsmethoden mag dan ook niet worden toegestaan, aangezien algemeen wordt erkend dat dergelijke methoden het voor gebruikers bijzonder moeilijk maken om de werkelijke prijs van de betalingsdienst te bepalen. Met name het gebruik van valutering in het nadeel van de gebruiker mag niet worden toegestaan.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 68
(68)   De betalingsdienstaanbieder van de betaler dient aansprakelijk te zijn voor de correcte uitvoering van de betaling, met inbegrip van met name het volledige bedrag van de betalingstransactie en de uitvoeringstermijn, alsmede de volledige verantwoordelijkheid voor enigerlei nalatigheid van andere partijen in de betalingsketen tot en met de rekening van de begunstigde. Uit hoofde van deze aansprakelijkheid dient de betalingsdienstaanbieder van de betaler, wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde niet of te laat voor het volledige bedrag wordt gecrediteerd, de betalingstransactie te corrigeren of de betaler onverwijld het toepasselijke bedrag van de transactie terug te betalen, onverminderd andere mogelijke vorderingen conform het nationale recht. Gezien de aansprakelijkheid van de betalingsdienstaanbieder mogen aan de betaler of de begunstigde geen kosten in verband met de onjuiste betaling worden opgelegd. In geval van niet-uitvoering, onjuiste uitvoering of te late uitvoering van betalingstransacties dienen de lidstaten erop toe te zien dat de valutadatum van de door de betalingsdienstaanbieder verrichte correctiebetaling altijd dezelfde is als de valutadatum bij correcte uitvoering.
(68)   De betalingsdienstaanbieder van de betaler, te weten de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder of, indien betrokken, de derde betalingsdienstaanbieder, dient aansprakelijk te zijn voor de correcte uitvoering van de betaling, met inbegrip van met name het volledige bedrag van de betalingstransactie en de uitvoeringstermijn, alsmede de volledige verantwoordelijkheid voor enigerlei nalatigheid van andere partijen in de betalingsketen tot en met de rekening van de begunstigde. Uit hoofde van deze aansprakelijkheid dient de betalingsdienstaanbieder van de betaler, wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde niet of te laat voor het volledige bedrag wordt gecrediteerd, de betalingstransactie te corrigeren of de betaler onverwijld op dezelfde dag als waarop de betalingsaanbieder de fout heeft ontdekt het toepasselijke bedrag van de transactie terug te betalen, onverminderd andere mogelijke vorderingen conform het nationale recht. Gezien de aansprakelijkheid van de betalingsdienstaanbieder mogen aan de betaler of de begunstigde geen kosten in verband met de onjuiste betaling worden opgelegd. In geval van niet-uitvoering, onjuiste uitvoering of te late uitvoering van betalingstransacties dienen de lidstaten erop toe te zien dat de valutadatum van de door de betalingsdienstaanbieder verrichte correctiebetaling altijd dezelfde is als de valutadatum bij correcte uitvoering. Tegenstanders van onvoorwaardelijke terugbetaling benadrukken een risico op misbruik door consumenten. Er zijn geen aanwijzingen dat er in landen waar consumenten recht hebben op onvoorwaardelijke terugbetaling, misbruik wordt gemaakt van dit recht. Als er misbruik wordt gemaakt van dit recht, wordt dat gestraft met een nieuwe betalingsvordering door de begunstigde, extra kosten voor de partij die verantwoordelijk is voor die R-transactie, de consument die op een zwarte lijst geplaatst wordt of geen gebruik meer mag maken van de dienst door opzegging van het onderliggende contract, en met het feit dat een herroeping van een betaling de consument niet zou ontheffen van de plicht om voor de geconsumeerde goederen te betalen.
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 71
(71)   Teneinde overal in de Unie effectieve fraudepreventie te bevorderen en betalingsfraude tegen te gaan, dient te worden voorzien in een efficiënte gegevensuitwisseling tussen betalingsdienstaanbieders, die ertoe moeten worden gemachtigd om persoonsgegevens over bij betalingsfraude betrokken personen te verzamelen, te verwerken en uit te wisselen. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad28, de nationale voorschriften tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG, en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad29 zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn.
(71)   Het aanbieden van betalingsdiensten kan de verwerking van persoonsgegevens omvatten. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad28, de nationale voorschriften tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG, en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad29 zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn.
__________________
__________________
28 Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).
28 Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).
29 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
29 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 72 bis (nieuw)
(72 bis)  De verplichting om veiligheidsincidenten te melden laat andere verplichtingen voor het melden van incidenten krachtens andere wetgevingshandelingen onverlet, met name de voorschriften inzake schendingen op het vlak van persoonsgegevens die zijn vastgesteld in Richtlijn 2002/58/EG, Verordening (EU) nr. .../... [verordening algemene gegevensbescherming] en de geplande voorschriften voor het melden van veiligheidsincidenten krachtens Richtlijn .../.../EU [richtlijn betreffende netwerk- en informatieveiligheid].
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 74
(74)   Onverminderd het recht van cliënten om een gerechtelijke procedure in te stellen, dienen de lidstaten zorg te dragen voor een laagdrempelige en kostenbewuste buitengerechtelijke beslechting van de tussen betalingsdienstaanbieders en consumenten rijzende geschillen die uit de in deze richtlijn neergelegde rechten en plichten voortvloeien. In Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad31 wordt bepaald dat een bij overeenkomst gemaakte rechtskeuze de bescherming die consumenten genieten op grond van de dwingende bepalingen van het recht van het land waar zij hun gewone verblijfplaats hebben, niet mag aantasten. Met het oog op de totstandbrenging van een efficiënte en doeltreffende procedure voor geschillenbeslechting dienen de lidstaten erop toe te zien dat de betalingsdienstaanbieders een doeltreffende klachtenprocedure voor consumenten instellen, die hun cliënten kunnen volgen voordat het geschil in een buitengerechtelijke procedure wordt behandeld of aan de rechter wordt voorgelegd. De klachtenprocedure dient te voorzien in korte en duidelijk bepaalde termijnen waarbinnen de betalingsdienstaanbieder op een klacht moet reageren.
(74)   Onverminderd het recht van cliënten om een gerechtelijke procedure in te stellen, dienen de lidstaten er zorg voor te dragen dat laagdrempelige, onafhankelijke, onpartijdige, transparante en doeltreffende buitengerechtelijke procedures worden ingesteld en gehandhaafd voor de beslechting van de tussen betalingsdienstaanbieders en betalingsdienstgebruikers rijzende geschillen die uit de in deze richtlijn neergelegde rechten en plichten voortvloeien. In Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad31 wordt bepaald dat een bij overeenkomst gemaakte rechtskeuze de bescherming die consumenten genieten op grond van de dwingende bepalingen van het recht van het land waar zij hun gewone verblijfplaats hebben, niet mag aantasten. Met het oog op de totstandbrenging van een efficiënte en doeltreffende procedure voor geschillenbeslechting dienen de lidstaten erop toe te zien dat de betalingsdienstaanbieders een doeltreffende klachtenprocedure instellen, die hun betalingsdienstgebruikers kunnen volgen voordat het geschil in een buitengerechtelijke procedure wordt behandeld of aan de rechter wordt voorgelegd. De klachtenprocedure dient te voorzien in korte en duidelijk bepaalde termijnen waarbinnen de betalingsdienstaanbieder op een klacht moet reageren.
__________________
__________________
31Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6).
31Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6).
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 74 bis (nieuw)
(74 bis)  In het licht van de toezegging van de ECB om de ERPB voor te zitten, en van de toezegging van de Commissie om actief aan de ERPB deel te nemen, dient de Commissie erop toe te zien dat het beheer van de SEPA na de inwerkingtreding van deze richtlijn onmiddellijk wordt verbeterd. Zij moet ervoor zorgen dat waar mogelijk de Uniemethode wordt toegepast en dat tegelijkertijd de betrokkenheid van de belanghebbenden aan zowel de vraag- als de aanbodzijde wordt bevorderd door middel van actieve betrokkenheid, overleg en volledige transparantie. Met name betalingsdienstaanbieders en -gebruikers moeten daarbij op voet van gelijkheid vertegenwoordigd zijn, terwijl tevens de actieve betrokkenheid van de belanghebbenden moet worden gewaarborgd, moet worden bijgedragen aan de adequate bekendmaking van het SEPA-proces aan de eindgebruikers en toezicht moet worden gehouden op de implementatie van het SEPA-proces.
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 80
(80)   Met het oog op een consequente toepassing van deze richtlijn dient de Commissie gebruik te kunnen maken van de deskundigheid en de steun van de EBA, die tot taak moet hebben richtsnoeren op te stellen en technische reguleringsnormen te formuleren inzake de beveiligingsaspecten van betalingsdiensten en de samenwerking tussen de lidstaten in het kader van de dienstverlening door en de vestiging van vergunninghoudende betalingsinstellingen in andere lidstaten. De Commissie dient de bevoegdheid te worden gegeven om die technische reguleringsnormen vast te stellen. Deze specifieke taken zijn volledig in overeenstemming met de rol en de verantwoordelijkheden van de EBA zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1093/2010, waarbij de EBA is opgericht.
(80)   Met het oog op een consequente toepassing van deze richtlijn dient de Commissie gebruik te kunnen maken van de deskundigheid en de steun van de EBA, die tot taak moet hebben technische uitvoeringsnormen te formuleren inzake de beveiligingsaspecten van betalingsdiensten en de samenwerking tussen de lidstaten in het kader van de dienstverlening door en de vestiging van vergunninghoudende betalingsinstellingen in andere lidstaten. Als die technische uitvoeringsnormen de veiligheidsaspecten van betalingen betreffen, houdt de EBA ook rekening met de aanbevelingen die zijn aangenomen door het Europees Forum voor de veiligheid van retailbetalingen (SecurePay Forum) over de veiligheid van internetbetalingen en diensten met toegang tot betaalrekeningen. Bij de naleving van deze voorschriften moet de EBA het in overweging 29 bedoelde adviespanel raadplegen. De Commissie dient de bevoegdheid te worden gegeven om die technische uitvoeringsnormen vast te stellen. Deze specifieke taken zijn volledig in overeenstemming met de rol en de verantwoordelijkheden van de EBA zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1093/2010, waarbij de EBA is opgericht.
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 80 bis (nieuw)
(80 bis)  Om betalingsdiensten soepel te laten functioneren en om het potentieel van het SEPA-project in ruimere zin volledig te kunnen verwezenlijken, is het van essentieel belang dat alle belanghebbenden, en met name de gebruikers van de SEPA – inclusief de consumenten – er nauw bij worden betrokken en een volwaardige rol kunnen vervullen. De oprichting van het SEPA-governanceorgaan is weliswaar een stap voorwaarts naar het beheer van SEPA en andere betalingsdiensten, maar vanwege de betere vertegenwoordiging van belanghebbenden helt de besluitvorming over betalingsdiensten nog steeds over naar de aanbodzijde, en dan vooral naar de Europese banken via de Europese Betalingsraad (EPC). Daarom is het cruciaal dat de Commissie bij haar evaluatie onder meer stilstaat bij de samenstelling van de EPC, de interactie tussen de EPC en een overkoepelende beheersstructuur – zoals de EPO-Raad – alsook bij de rol van deze overkoepelende structuur. Mocht uit de evaluatie van de Commissie naar voren komen dat er daadwerkelijk behoefte is aan verdere initiatieven ter verbetering van het beheer van de SEPA, dan moet de Commissie zo nodig een wetgevingsvoorstel indienen.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 83 bis (nieuw)
(83 bis)  De beginselen van wederzijdse erkenning en toezicht door de lidstaat van herkomst vereisen dat de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat een vergunning intrekken of weigeren indien uit bepaalde gegevens en omstandigheden, zoals de inhoud van het programma van werkzaamheden, de geografische spreiding of de daadwerkelijk uitgeoefende werkzaamheden, op ondubbelzinnige wijze blijkt dat een betalingsinstelling het rechtsstelsel van een lidstaat heeft gekozen om zich te onttrekken aan de strengere voorschriften van een andere lidstaat waar zij het grootste deel van haar werkzaamheden uitoefent of voornemens is uit te oefenen. Een betalingsinstelling moet een vergunning krijgen in de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft, of als er geen statutaire zetel overeenkomstig de nationale wetgeving is, haar hoofdkantoor. De lidstaten moeten tevens voorschrijven dat het hoofdkantoor van een betalingsinstelling zich altijd in de lidstaat van herkomst bevindt en daar feitelijk ook haar activiteiten ontplooit.
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
De Commissie evalueert de toepassing van dit lid. Uiterlijk op ...* dient zij op basis van die evaluatie, indien passend, een wetgevingsvoorstel in om de toepassing van de andere bepalingen van titel IV dan artikel 78 uit te breiden tot betalingstransacties waarbij slechts één van de betalingsdienstaanbieders in de Unie gevestigd is met betrekking tot de gedeelten van de betalingstransactie die in de Unie worden uitgevoerd, indien dat technisch mogelijk is.
________________
* Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – letter d
d)   betalingstransacties die bestaan in het niet-beroepsmatig ophalen en afleveren van contanten in het kader van een activiteit zonder winstoogmerk of voor liefdadigheidsdoeleinden;
d)   betalingstransacties die bestaan in het zonder winstoogmerk ophalen en verwerken van donaties in het kader van door een erkende organisatie verricht liefdadigheidswerk;
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – letter j
j)   door technische dienstverleners verrichte diensten die de aanbieding van betalingsdiensten ondersteunen zonder dat de betrokken dienstverleners op enig moment in het bezit komen van de over te maken geldmiddelen, met inbegrip van verwerking en opslag van gegevens, diensten ter bescherming van het vertrouwen en het privéleven, authenticatie van gegevens en entiteiten, aanbieding van informatietechnologie (IT)- en communicatienetwerken, alsook aanbieding en onderhoud van automaten en instrumenten voor betalingsdiensten, met uitzondering van betalingsinitiatiediensten en rekeninginformatiediensten;
j)   door technische dienstverleners verrichte diensten die de aanbieding van betalingsdiensten ondersteunen zonder dat de betrokken dienstverleners op enig moment in het bezit komen van de over te maken geldmiddelen, met inbegrip van verwerking en opslag van gegevens, diensten ter bescherming van het vertrouwen en het privéleven, authenticatie van gegevens en entiteiten, aanbieding van informatietechnologie (IT)- en communicatienetwerken en veilige kanalen, alsook aanbieding en onderhoud van automaten en instrumenten voor betalingsdiensten, met uitzondering van betalingsinitiatiediensten en rekeninginformatiediensten;
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – letter k
k)   diensten gebaseerd op specifieke instrumenten die zijn ontwikkeld om aan welbepaalde behoeften te voldoen en beperkte gebruiksmogelijkheden hebben, ofwel omdat zij door de houder van het specifieke instrument alleen kunnen worden gebruikt om in de bedrijfsgebouwen van de uitgever ervan of binnen een beperkt netwerk van dienstverleners uit hoofde van een directe handelsovereenkomst met een professionele uitgever goederen of diensten te kopen, ofwel omdat zij alleen kunnen worden gebruikt om een beperkt assortiment goederen of diensten aan te schaffen;
k)   diensten gebaseerd op specifieke instrumenten die zijn ontwikkeld om aan welbepaalde behoeften te voldoen en beperkte gebruiksmogelijkheden hebben, ofwel omdat zij door de houder van het specifieke instrument kunnen worden gebruikt om van slechts één uitgever of binnen een beperkt netwerk van dienstverleners uit hoofde van een directe handelsovereenkomst met een uitgever goederen of diensten te kopen, ofwel omdat zij alleen kunnen worden gebruikt om een klein assortiment goederen of diensten aan te schaffen;
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – letter k bis (nieuw)
k bis) instrumenten die slechts geldig zijn in één enkele lidstaat en worden gereguleerd door een specifieke sociale of fiscale regeling, en op verzoek van een onderneming of overheidsinstantie worden verstrekt, die een particulier persoon het recht verlenen om goederen of diensten te ontvangen van leveranciers die een handelsovereenkomst met de uitgever hebben gesloten en die niet te gelde kunnen worden gemaakt;
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – letter l
l)   betalingstransacties die worden uitgevoerd door een aanbieder van elektronischecommunicatienetwerken ofdiensten, waarbij de transactie voor een abonnee van het netwerk of de dienst wordt verricht met het oog op de aankoop van digitale inhoud als nevendienst bij elektronischecommunicatiediensten, ongeacht het voor de aankoop of consumptie van de inhoud gebruikte apparaat, mits de waarde van afzonderlijke betalingstransacties niet meer is dan 50 EUR en de gecumuleerde waarde van de betalingstransacties in geen enkele facturatiemaand meer is dan 200 EUR;
l)   betalingstransacties die worden uitgevoerd door een aanbieder van elektronischecommunicatienetwerken ofdiensten in zijn hoedanigheid als tussenpersoon en betalingstransacties die als nevendienst worden verricht bij de kernactiviteit van de aanbieder, waarbij de transactie voor een abonnee van het netwerk of de dienst wordt verricht met het oog op de aankoop van digitale inhoud of diensten, ongeacht het voor de aankoop of consumptie van de digitale inhoud of de dienst gebruikte apparaat, mits de waarde van afzonderlijke betalingstransacties niet meer is dan 20 EUR en de gecumuleerde waarde van de betalingstransacties in geen enkele kalendermaand meer is dan 100 EUR;
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 12
12.   "betalingsdienstgebruiker": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt;
12.   "betalingsdienstgebruiker": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt, met uitzondering van derde betalingsdienstaanbieders die specifiek optreden namens een gebruiker;
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 18
18.   "betalingsopdracht": een door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;
18.   "betalingsopdracht": een door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder rechtstreekse of via een derde betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 21
21.   "authenticatie": een procedure die de betalingsdienstaanbieder in staat stelt de identiteit van een gebruiker van een specifiek betaalinstrument te verifiëren, onder meer door het gebruik van persoonlijke veiligheidskenmerken of het controleren van persoonlijke identiteitsdocumenten;
21.   "authenticatie": procedures die de betalingsdienstaanbieder in staat stellen de validiteit van het gebruik van een specifiek betaalinstrument te verifiëren, onder meer door het gebruik van de gepersonaliseerde beveiligingsgegevens van de gebruiker of het controleren van persoonlijke identiteitsdocumenten, of om een derde betalingsdienstaanbieder als tussenpersoon vast te stellen;
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 22
22.   "versterkte cliëntauthenticatie": een procedure voor het valideren van de identificatie van een natuurlijke persoon of rechtspersoon met gebruikmaking van twee of meer factoren die kunnen worden aangemerkt als kennis, bezit en inherente eigenschap en die onderling onafhankelijk zijn, in die zin dat compromittering van één ervan geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de andere en de procedure zodanig is opgezet dat de vertrouwelijkheid van de authenticatiegegevens wordt beschermd;
22.   "versterkte cliëntauthenticatie": een procedure om de validiteit van een betaalinstrument te verifiëren met gebruikmaking van twee of meer factoren die kunnen worden aangemerkt als kennis (iets wat alleen de gebruiker weet), bezit (iets wat alleen de gebruiker bezit) en inherente eigenschap (iets wat de gebruiker is) en die onderling onafhankelijk zijn, in die zin dat compromittering van één ervan geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de andere en de procedure zodanig is opgezet dat de vertrouwelijkheid van de authenticatiegegevens wordt beschermd;
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 26
26.   "betaalinstrument": gepersonaliseerd(e) instrument(en) en/of geheel van procedures, overeengekomen door de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder, waarvan gebruik wordt gemaakt voor het initiëren van een betalingsopdracht;
26.   "betaalinstrument": gepersonaliseerd(e) instrument(en) en/of geheel van procedures, overeengekomen tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder, waarvan de betalingsdienstgebruiker gebruikmaakt om de betalingsdienstaanbieder in staat te stellen een betalingsopdracht te initiëren;
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 32
32.   "betalingsinitiatiedienst": een door een derde betalingsdienstaanbieder aangeboden betalingsdienst die toegang biedt tot een betaalrekening, waarbij de betaler actief betrokken kan zijn bij de initiatie van de betaling of de software van de derde betalingsdienstaanbieder, of waarbij de betaler of de begunstigde betaalinstrumenten kunnen gebruiken om de gegevens van de betaler door te geven aan de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder;
32.   "betalingsinitiatiedienst": een betalingsdienst die toegang biedt tot een betaalrekening, waarbij een betalingstransactie op verzoek van de betaler door een derde betalingsdienstaanbieder wordt geïnitieerd van een betaalrekening die de betaler aanhoudt bij een rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder;
Amendement 54
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 33
33.   "rekeninginformatiedienst": een betalingsdienst waarbij aan een betalingsdienstgebruiker geconsolideerde en gebruikersvriendelijke informatie wordt verstrekt over een of meer betaalrekeningen die de betalingsdienstgebruiker aanhoudt bij een of meer rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders;
33.   "rekeninginformatiedienst": een door een derde betalingsdienstaanbieder op verzoek van de betalingsdienstgebruiker aangeboden dienst om geconsolideerde informatie te verstrekken over een of meer betaalrekeningen die de betalingsdienstgebruiker aanhoudt bij een of meer betalingsdienstaanbieders;
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 38 bis (nieuw)
38 bis.  "gepersonaliseerde beveiligingsgegevens": informatie voor de bekrachtiging van de identiteit van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 38 ter (nieuw)
38 ter.  "derde betalingsdienstaanbieder": een niet-rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder die de in bijlage I, punt 3 of 5, bedoelde bedrijfsactiviteiten uitoefent;
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 38 quater (nieuw)
38 quater.  "overmaking": een binnenlandse of grensoverschrijdende betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde middels een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties vanaf een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler aanhoudt, op basis van een door de betaler gegeven instructie;
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 38 quinquies (nieuw)
38 quinquies.  "gevoelige betalingsgegevens": gegevens die kunnen worden gebruikt voor het plegen van fraude, met uitsluiting van de naam van de rekeninghouder en het rekeningnummer, maar met inbegrip van gegevens op grond waarvan een betalingsopdracht kan worden geïnitieerd, ter authenticatie gebruikte gegevens, gegevens die worden gebruikt voor het bestellen van aan cliënten toe te sturen betaalinstrumenten of authenticatiemiddelen, en gegevens, parameters en software die, indien gewijzigd, het voor de legitieme partij onmogelijk kunnen maken om betalingstransacties te verifiëren, ​​elektronische autorisaties te effectueren of rekeningen te controleren;
Amendement 59
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – punt 38 sexies (nieuw)
38 sexies.  "aanvaarding van betalingstransacties": een betalingsdienst die rechtstreeks of indirect wordt verstrekt door een betalingsdienstaanbieder die er zich jegens een begunstigde toe verbindt de door een betaalinstrument van een betaler geïnitieerde betalingstransacties van de begunstigde in ontvangst te nemen en te verwerken, hetgeen resulteert in de overdracht van geldmiddelen aan de begunstigde; de dienst kan de verstrekking van authenticatie, autorisatie en andere diensten met betrekking tot het beheer van geldstromen aan de begunstigde omvatten, ongeacht of de betalingsdienstaanbieder de gelden voor rekening van de begunstigde aanhoudt of niet.
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – alinea 1 – letter g
g)   een beschrijving van de procedures voor het monitoren, traceren en beperken van de toegang tot gevoelige betalingsgegevens en van kritieke logische en fysieke middelen;
g)   een beschrijving van de procedures voor het monitoren, traceren en beperken van de toegang tot gevoelige betalingsgegevens;
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – alinea 1 – letter k
k)   een beschrijving van de internecontrolemechanismen die de aanvrager heeft opgezet om de in Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad36 en Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad37 neergelegde verplichtingen in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering na te komen;
k)   voor betaalinstellingen die vallen onder de in Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad36 en Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad37 neergelegde verplichtingen in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering: een beschrijving van de internecontrolemechanismen die de aanvrager heeft opgezet om die verplichtingen na te komen;
__________________
__________________
36Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15).
36Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15).
37Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PB L 345 van 8.12.2006, blz. 1).
37Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PB L 345 van 8.12.2006, blz. 1).
Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 3 bis – alinea 1 (nieuw)
Na raadpleging van het overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 opgerichte adviespanel dat alle belanghebbenden, ook die buiten de banksector, vertegenwoordigt, ontwikkelt de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen met vermelding van de gegevens die in de aanvraag tot verlening van een vergunning voor betaalinstellingen moeten worden verstrekt aan de bevoegde autoriteiten, waaronder de vereisten als bedoeld in de eerste alinea, onder a), b), c), e) en g) tot j).
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 3 bis – alinea 2 (nieuw)
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op ... aan de Commissie voor.
Amendement 64
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 3 bis – alinea 3 (nieuw)
De Commissie stelt de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van reguleringsnormen vast overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 – inleidende formule
De lidstaten of de bevoegde autoriteiten verlangen dat een betalingsinstelling die een betalingsdienst aanbiedt, voor zover zij tegelijkertijd andere in artikel 17, lid 1, onder c), bedoelde werkzaamheden verricht, de middelen die zij van de betalingsdienstgebruikers of via een andere betalingsdienstaanbieder heeft ontvangen voor de uitvoering van betalingstransacties, op een van de volgende wijzen veiligstelt:
De lidstaten of de bevoegde autoriteiten verlangen dat een betalingsinstelling die een in bijlage I genoemde betalingsdienst aanbiedt, of een in artikel 17, lid 1, onder c), bedoelde bedrijfsactiviteit ontplooit, de middelen die zij van de betalingsdienstgebruikers of via een andere betalingsdienstaanbieder heeft ontvangen voor de uitvoering van betalingstransacties, op een van de volgende wijzen veiligstelt:
Amendement 66
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 – letter a
a)   de middelen worden op geen enkel tijdstip vermengd met de geldmiddelen van een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon dan de betalingsdienstgebruikers namens wie de geldmiddelen worden aangehouden; wanneer zij aan het einde van de werkdag volgende op de dag waarop de middelen zijn ontvangen, nog door de betalingsinstelling worden aangehouden en nog niet aan de begunstigde of aan een andere betalingsdienstaanbieder zijn overgemaakt, worden zij op een afzonderlijke rekening gestort bij een kredietinstelling of belegd in veilige, liquide activa met een lage risicograad als omschreven door de lidstaat van herkomst; zij worden overeenkomstig het nationale recht in het belang van de betalingsdienstgebruikers gevrijwaard tegen vorderingen van andere schuldeisers van de betalingsinstelling, in het bijzonder in het geval van insolventie;
a)   de middelen worden op geen enkel tijdstip vermengd met de geldmiddelen van een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon dan de betalingsdienstgebruikers namens wie de geldmiddelen worden aangehouden; wanneer zij aan het einde van de werkdag volgende op de dag waarop de middelen zijn ontvangen, nog door de betalingsinstelling worden aangehouden en nog niet aan de begunstigde of aan een andere betalingsdienstaanbieder zijn overgemaakt, worden zij daarna op een afzonderlijke rekening gestort bij een kredietinstelling of belegd in veilige, liquide activa met een lage risicograad als omschreven door de lidstaat van herkomst; zij worden overeenkomstig het nationale recht in het belang van de betalingsdienstgebruikers gevrijwaard tegen vorderingen van andere schuldeisers van de betalingsinstelling, in het bijzonder in het geval van insolventie;
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 - lid 3
3.   Een betalingsinstelling die overeenkomstig de nationale wetgeving van haar lidstaat van herkomst een statutaire zetel heeft, moet haar hoofdkantoor hebben in dezelfde lidstaat als die waar zij haar statutaire zetel heeft.
3.   Een betalingsinstelling die overeenkomstig de nationale wetgeving van haar lidstaat van herkomst een statutaire zetel heeft, moet haar hoofdkantoor hebben in dezelfde lidstaat als die waar zij haar statutaire zetel heeft en waar zij daadwerkelijk haar bedrijfsactiviteiten ontplooit.
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule
1.   De bevoegde autoriteiten kunnen een vergunning die aan een betalingsinstelling is verleend alleen dan intrekken wanneer:
1.   De bevoegde autoriteiten kunnen een vergunning die aan een betalingsinstelling is verleend slechts in een van de volgende gevallen intrekken:
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – lid 1 – letter d
d)   de instelling door de voortzetting van haar betalingsdienstenbedrijf een bedreiging voor de stabiliteit van of het vertrouwen in het betalingssysteem zou vormen;
d)   de instelling door de voortzetting van haar betalingsdienstenbedrijf een bedreiging voor de stabiliteit van of het vertrouwen in het betalingssysteem zou vormen; of
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 2 bis (nieuw)
In het register wordt ook vermeld wanneer een vergunning door de bevoegde autoriteiten is ingetrokken en waarom.
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 4 – alinea 1
De EBA stelt een ontwerp op voor technische reguleringsnormen waarbij op het niveau van de Unie technische vereisten worden vastgesteld voor de toegang tot de informatie die is opgenomen in de in artikel 13 bedoelde openbare registers. De EBA legt dit ontwerp voor technische reguleringsnormen uiterlijk op … [uiterlijk twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] voor aan de Commissie.
Na raadpleging van het in artikel 5, lid 3 bis, bedoelde adviespanel stelt de EBA een ontwerp op voor technische reguleringsnormen waarbij op het niveau van de Unie technische vereisten worden vastgesteld voor de toegang tot de informatie die is opgenomen in de in artikel 13 bedoelde openbare registers.
De EBA legt dit ontwerp voor technische reguleringsnormen uiterlijk op …* voor aan de Commissie.
______________
* Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 - lid 2
2.   Wanneer betalingsinstellingen een of meer betalingsdiensten aanbieden, mogen zij alleen betaalrekeningen aanhouden die uitsluitend voor betalingstransacties wordt gebruikt. De lidstaten zorgen ervoor dat op evenredige basis toegang tot die betaalrekeningen wordt verleend.
2.   Wanneer betalingsinstellingen een of meer betalingsdiensten aanbieden, mogen zij betaalrekeningen aanhouden die uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt. De lidstaten zorgen ervoor dat betalingsinstellingen op objectieve, niet-discriminerende en evenredige basis toegang krijgen hebben tot de betalings- en depositodiensten van kredietinstellingen. Deze toegang dient uitgebreid genoeg te zijn om betalingsinstellingen in staat te stellen betalingsdiensten ongehinderd en efficiënt te verrichten.
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 21 - lid 3
3.   De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer op hun grondgebied meer dan één autoriteit bevoegd is voor de onder deze titel vallende aangelegenheden, deze autoriteiten nauw samenwerken, zodat zij hun respectieve taken effectief kunnen uitvoeren. Hetzelfde geldt wanneer de voor de onder deze titel vallende aangelegenheden bevoegde autoriteiten niet de bevoegde autoriteiten zijn die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op kredietinstellingen.
3.   De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer de autoriteit die voor de onder deze titel vallende aangelegenheden bevoegd is niet de voor het toezicht op kredietinstellingen bevoegde autoriteit is, deze autoriteiten nauw samenwerken, zodat zij hun respectieve taken effectief kunnen uitvoeren.
Amendement 74
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 – lid 1 – alinea 2 – letter a
a)   van de betalingsinstelling te verlangen dat zij alle informatie verstrekt die nodig is om toezicht te houden op de naleving;
a)   van de betalingsinstelling te verlangen dat zij alle informatie verstrekt die nodig is om toezicht te houden op de naleving door middel van een formeel besluit waarin de rechtsgrond, het doel van de aanvraag, de gevraagde informatie en de termijn waarbinnen de informatie moet worden verstrekt, worden gespecificeerd.
Amendement 75
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Elk verzoek om informatie of documenten door bevoegde instanties of de lidstaten wordt gedaan op basis van een besluit met vermelding van de rechtsgrond, het doel van het verzoek, een gedetailleerde beschrijving van de gevraagde informatie of documenten, de termijn waarbinnen deze moeten worden verstrekt en de termijn gedurende welke de informatie of de documenten zullen worden bewaard.
Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 25 - lid 1
1.   De bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten werken onderling samen en in voorkomend geval met de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten, de EBA en andere relevante bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen krachtens Uniewetgeving of nationale wetgeving die op betalingsdienstaanbieders van toepassing is.
1.   De bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten werken onderling samen en in voorkomend geval met de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten, de EBA en andere relevante bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen krachtens Uniewetgeving of nationale wetgeving die op betalingsdienstaanbieders van toepassing is. Indien deze autoriteiten persoonsgegevens verwerken, moeten ze specificeren voor welk concreet doel dat gebeurt en tevens de juiste rechtsgrond in de Uniewetgeving vermelden.
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 25 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
d bis) Europol, in zijn hoedanigheid van wetshandhavingsinstantie van de Unie die verantwoordelijk is voor het begeleiden en coördineren van het gemeenschappelijk door de bevoegde politie-instanties van de lidstaten te voeren beleid ter bestrijding van georganiseerde misdaad, andere ernstige misdrijven en terrorisme, met inbegrip van namaak van de euro, valsemunterij en vervalsing van andere betaalmiddelen.
Amendement 78
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 25 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De EBA is bevoegd om bindende bemiddelingsprocedures in gang te zetten en te bevorderen om geschillen tussen bevoegde autoriteiten, die voortkomen uit informatie-uitwisseling te beslechten.
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 26 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De lidstaten leggen EU-betalingsinstellingen die betaaldiensten in een lidstaat van ontvangst willen aanbieden, geen extra voorschriften op die niet van toepassing zijn op betalingsinstellingen waarvoor de lidstaat van ontvangst een vergunning heeft verleend.
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 26 - lid 3
3.   De bevoegde autoriteiten verstrekken elkaar alle essentiële en/of relevante informatie, in het bijzonder wanneer er sprake is van inbreuken of vermoedelijke inbreuken door een agent of een bijkantoor of een entiteit waaraan taken zijn uitbesteed. Daartoe verstrekken zij desgevraagd alle relevante informatie en verstrekken zij op eigen initiatief alle essentiële informatie.
3.   De bevoegde autoriteiten verstrekken elkaar alle essentiële en/of relevante informatie, in het bijzonder wanneer er sprake is van inbreuken of vermoedelijke inbreuken door een agent of een bijkantoor of een entiteit waaraan taken zijn uitbesteed. Daartoe verstrekken zij desgevraagd alle relevante informatie en verstrekken zij op eigen initiatief alle essentiële informatie. Als persoonsgegevens bewaard worden, slaan bevoegde autoriteiten deze niet op voor een periode langer dan tien jaar. In ieder geval moet de opslag van persoonsgegevens voldoen aan Richtlijn 95/46/EG.
Amendement 81
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 26 - lid 5
5.   De EBA vaardigt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren uit over de factoren die in aanmerking moeten worden genomen bij de beslissing of de activiteit die een aangemelde betalingsinstelling in de andere lidstaat wenst aan te bieden, valt onder de uitoefening van het recht tot vestiging of het recht tot het vrij verrichten van diensten. Die richtsnoeren worden uiterlijk op [datum invoegen] [uiterlijk twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] vastgesteld.
5.   De EBA vaardigt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren uit over de factoren die in aanmerking moeten worden genomen bij de beslissing of de activiteit die een aangemelde betalingsinstelling in de andere lidstaat wenst aan te bieden, valt onder de uitoefening van het recht tot vestiging of het recht tot het vrij verrichten van diensten. Die richtsnoeren worden uiterlijk op ...* vastgesteld.
____________
* 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 82
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 27 – lid 1 – letter a
a)   het gemiddelde van het totale bedrag aan betalingstransacties die de betrokken persoon de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht, met inbegrip van die van agenten waarvoor hij volledig aansprakelijk is, niet hoger is dan 1 miljoen EUR per maand. Dit vereiste wordt beoordeeld op basis van het in het bedrijfsplan begrote totaalbedrag aan betalingstransacties, tenzij de bevoegde autoriteiten een aanpassing van dat plan verlangen;
a)   het gemiddelde van het totale bedrag aan betalingstransacties die de betrokken persoon de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht of geïnitieerd, met inbegrip van die van agenten waarvoor hij volledig aansprakelijk is, niet hoger is dan 1 miljoen EUR per maand. Dit vereiste wordt beoordeeld op basis van het in het bedrijfsplan begrote totaalbedrag aan betalingstransacties, tenzij de bevoegde autoriteiten een aanpassing van dat plan verlangen;
Amendement 83
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 31 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De lidstaten zien erop toe dat particulieren de juiste informatie ontvangen over de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming met de nationale bepalingen waarmee de artikelen 10 en 11 van Richtlijn 95/46/EG worden omgezet en over artikel 11 van Verordening (EG) nr. 45/2001.
Amendement 84
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 33 - lid 3
3.   Kosten die de betalingsdienstaanbieder krachtens lid 2 mag aanrekenen, zijn passend en in overeenstemming met de kosten die de betalingsdienstaanbieder feitelijk heeft gemaakt.
3.   Kosten die de betalingsdienstaanbieder krachtens lid 2 mag aanrekenen, zijn schappelijk en in overeenstemming met de kosten die de betalingsdienstaanbieder feitelijk heeft gemaakt.
Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 33 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De lidstaten zien erop toe dat consumenten die overstappen op een andere betaalrekening, op verzoek en tegen een schappelijk tarief informatie kunnen ontvangen van de overbrengende betalingsdienstaanbieder over transacties die zijn uitgevoerd op de vorige betaalrekening en die zijn vastgelegd op een duurzame gegevensoverdrager.
Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 34
De lidstaten kunnen bepalen dat de bewijslast ten bewijze van de naleving van de informatievereisten uit hoofde van deze titel op de betalingsdienstaanbieder rust.
De lidstaten bepalen dat de bewijslast ten bewijze van de naleving van de informatievereisten uit hoofde van deze titel bij de betalingsdienstaanbieder rust.
Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 37 - lid 1
1.   De lidstaten schrijven voor dat de betalingsdienstaanbieder, voordat de betalingsdienstgebruiker door een contract of een aanbod betreffende een eenmalige betalingstransactie gebonden is, hem op gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel 38 bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking stelt. Op verzoek van de betalingsdienstgebruiker verstrekt de betalingsdienstaanbieder hem de informatie en voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager. De informatie en voorwaarden worden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm verstrekt in een officiële taal van de lidstaat waar de betalingsdienst wordt aangeboden of in een andere taal die door de partijen is overeengekomen.
1.   De lidstaten schrijven voor dat de betalingsdienstaanbieder, voordat de betalingsdienstgebruiker door een contract of een aanbod betreffende een eenmalige betalingstransactie gebonden is, hem met betrekking tot zijn eigen diensten op gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel 38 bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking stelt. Op verzoek van de betalingsdienstgebruiker verstrekt de betalingsdienstaanbieder hem de informatie en voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager. De informatie en voorwaarden worden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm verstrekt in een officiële taal van de lidstaat waar de betalingsdienst wordt aangeboden of in een andere taal die door de partijen is overeengekomen.
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 37 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De lidstaten schrijven voor dat, wanneer een betalingsopdracht door een derde betalingsdienstaanbieder wordt geïnitieerd, de betalingsdienstaanbieder de betalingsdienstgebruiker in kennis stelt van de in artikel 38 bedoelde informatie en voorwaarden. De informatie en de voorwaarden worden verstrekt in een duidelijke en bevattelijke vorm en in een officiële taal van de lidstaat waar de betalingsdienst wordt aangeboden, dan wel in een andere, door de partijen overeen te komen taal.
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 38 - lid 2
2.   De lidstaten zorgen ervoor dat, in het geval van betalingsinitiatiediensten, de derde betalingsdienstaanbieder de betaler informatie over de aangeboden dienst en de contactgegevens van de derde betalingsdienstaanbieder verstrekt.
2.   De lidstaten zorgen ervoor dat, in het geval van betalingsinitiatiediensten, de derde betalingsdienstaanbieder de betaler de volgende duidelijke en uitvoerige informatie verstrekt alvorens tot initiatie over te gaan:
a)  de contactgegevens en het registratienummer van de derde betalingsdienstaanbieder en de naam van de verantwoordelijke toezichthoudende instantie;
b)  indien van toepassing, de maximumtermijn voor de betalingsinitiatieprocedure;
c)  alle mogelijke kostenvergoedingen die door de betalingsdienstgebruiker aan de derde betalingsdienstaanbieder verschuldigd zijn en, voor zover van toepassing, de uitsplitsing van de bedragen van eventuele kosten;
d)  indien van toepassing, de bij de betalingstransactie toe te passen feitelijke of referentiewisselkoers.
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 39 – inleidende formule
Wanneer een derde betalingsdienstaanbieder op verzoek van de betaler een betalingsopdracht initieert, worden aan de betaler en, indien van toepassing, de begunstigde, de volgende gegevens verstrekt of ter beschikking gesteld:
Wanneer een derde betalingsdienstaanbieder op verzoek van de betaler een betalingsopdracht initieert, worden aan de betaler en, indien van toepassing, de begunstigde, de volgende gegevens op duidelijke en ondubbelzinnige wijze verstrekt:
Amendement 91
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 39 – letter a
a)   een bevestiging dat de betalingsopdracht met succes is geïnitieerd bij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van de betaler;
a)   een bevestiging dat de betalingstransactie met succes is geïnitieerd bij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van de betaler;
Amendement 92
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 39 – alinea 1 – letter d
d)   in voorkomend geval het bedrag van de voor de betalingstransactie verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de uitsplitsing daarvan.
d)   in voorkomend geval het bedrag van de voor de betalingstransactie verschuldigde kosten die moeten worden betaald aan de derde betalingsdienstaanbieder, waarbij deze kostenposten afzonderlijk moeten worden weergegeven. Een derde betalingsdienstaanbieder is alleen in staat om een gedetailleerd overzicht te geven van zijn eigen kosten;
Amendement 93
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 39 – alinea 1 bis (nieuw)
Dit artikel doet geen afbreuk aan de voor de derde betalingsdienstaanbieder en de begunstigde geldende verplichtingen inzake gegevensbescherming.
Amendement 94
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 41 – inleidende formule
Onmiddellijk na de ontvangst van de betalingsopdracht wordt de volgende informatie door de betalingsdienstaanbieder van de betaler op dezelfde wijze als in artikel 37, lid 1, is bepaald, aan de betaler verstrekt of ter beschikking gesteld:
Onmiddellijk na de ontvangst van de betalingsopdracht wordt door de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder op dezelfde wijze als in artikel 37, lid 1, is bepaald, aan de betaler de volgende informatie met betrekking tot de door hem aangeboden diensten verstrekt of ter beschikking gesteld:
Amendement 95
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 42 – inleidende formule
Onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie wordt de volgende informatie door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde op dezelfde wijze als in artikel 37, lid 1, is bepaald, aan de begunstigde verstrekt of ter beschikking gesteld:
Onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie wordt door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde de volgende informatie over zijn eigen diensten – als hij zelf over die informatie beschikt – op dezelfde wijze als in artikel 37, lid 1, is bepaald, aan de begunstigde verstrekt of ter beschikking gesteld:
Amendement 96
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 44 - lid 1
1.   De lidstaten schrijven voor dat de betalingsdienstaanbieder, ruimschoots voordat de betalingsdienstgebruiker door een raamcontract of aanbod gebonden is, hem op papier of op een andere duurzame drager de in artikel 45 bedoelde informatie en voorwaarden verstrekt. De informatie en voorwaarden worden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm verstrekt in een officiële taal van de lidstaat waar de betalingsdienst wordt aangeboden of in een andere taal die door de partijen is overeengekomen.
1.   De lidstaten schrijven voor dat de betalingsdienstaanbieder, ruimschoots voordat de betalingsdienstgebruiker door een raamcontract of aanbod gebonden is, hem op papier of op een andere duurzame drager de in artikel 45 bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking stelt dan wel, op verzoek van de betalingsdienstgebruiker, verstrekt. De informatie en voorwaarden worden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm verstrekt in een officiële taal van de lidstaat waar de betalingsdienst wordt aangeboden of in een andere taal die door de partijen is overeengekomen.
Amendement 97
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 45 – punt 2 – letter a
а)   een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de aan te bieden betalingsdienst;
а)   een duidelijke beschrijving van de voornaamste kenmerken van de aan te bieden betalingsdienst;
Amendement 98
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 45 – punt 2 – letter c
c)   de vorm waarin en de procedure volgens welke de instemming met het initiëren of uitvoeren van een betalingstransactie wordt verstrekt, respectievelijk wordt ingetrokken, overeenkomstig de artikelen 57 en 71;
c)   de vorm waarin en de procedure volgens welke de instemming met het initiëren van een betalingsopdracht of het uitvoeren van een betalingstransactie wordt verstrekt, respectievelijk wordt ingetrokken, overeenkomstig de artikelen 57 en 71;
Amendement 99
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 45 – punt 6 – letter a
a)   indien overeengekomen, de informatie dat de betalingsdienstgebruiker geacht wordt overeenkomstig artikel 47 wijzigingen in de voorwaarden te hebben aanvaard tenzij hij de betalingsdienstaanbieder vóór de voorgestelde datum van inwerkingtreding van die wijzigingen ervan in kennis heeft gesteld dat hij de wijzigingen niet aanvaardt;
a)   indien aldus is overeengekomen – behalve als de wijziging in de zin van artikel 47, lid 2, duidelijk en ondubbelzinnig gunstiger uitvalt voor de betalingsdienstgebruikers – de informatie dat de betalingsdienstgebruiker geacht wordt overeenkomstig artikel 47 wijzigingen in de voorwaarden te hebben aanvaard tenzij hij de betalingsdienstaanbieder vóór de voorgestelde datum van inwerkingtreding van die wijzigingen ervan kennis heeft gegeven dat hij de wijzigingen niet aanvaardt, waarbij een dergelijke kennisgeving geen gevolg heeft als de wijziging duidelijk en ondubbelzinnig gunstiger uitvalt voor de betalingsdienstgebruikers;
Amendement 100
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 47 – lid 1 – alinea 1
Elke wijziging in het raamcontract en in de in artikel 45 vermelde informatie en voorwaarden wordt uiterlijk twee maanden vóór de datum van de beoogde inwerkingtreding ervan door de betalingsdienstaanbieder voorgesteld op dezelfde wijze als in artikel 44, lid 1, is bepaald.
Elke wijziging in het raamcontract die niet duidelijk en ondubbelzinnig gunstiger uitvalt voor de betalingsdienstgebruikers, en in de in artikel 45 vermelde informatie en voorwaarden wordt uiterlijk twee maanden vóór de datum van de beoogde inwerkingtreding ervan door de betalingsdienstaanbieder voorgesteld op dezelfde wijze als in artikel 44, lid 1, is bepaald.
Amendement 101
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 47 - lid 2
2.   Wijzigingen in de rentevoet of de wisselkoers kunnen met onmiddellijke ingang zonder kennisgeving worden toegepast, mits het recht daartoe in het raamcontract is overeengekomen en de wijzigingen gebaseerd zijn op de overeenkomstig artikel 45, lid 3, onder b) en c), overeengekomen referentierentevoet of -wisselkoers. De betalingsdienstgebruiker wordt zo spoedig mogelijk van elke wijziging in de rentevoet in kennis gesteld op dezelfde wijze als in artikel 44, lid 1, is bepaald, tenzij door de partijen is overeengekomen dat de informatie met een specifieke frequentie of op een specifieke wijze moet worden verstrekt of ter beschikking moet worden gesteld. Wijzigingen in de rentevoet of de wisselkoers die ten gunste van de betalingsdienstgebruiker uitvallen, kunnen echter zonder kennisgeving worden toegepast.
2.   Wijzigingen in de rentevoet of de wisselkoers kunnen met onmiddellijke ingang zonder kennisgeving worden toegepast, mits het recht daartoe in het raamcontract is overeengekomen en de wijzigingen in de rentevoet of de wisselkoers gebaseerd zijn op de overeenkomstig artikel 45, lid 3, onder b) en c), overeengekomen referentierentevoet of -wisselkoers. De betalingsdienstgebruiker wordt zo spoedig mogelijk van elke wijziging in de rentevoet in kennis gesteld op dezelfde wijze als in artikel 44, lid 1, is bepaald, tenzij door de partijen is overeengekomen dat de informatie met een specifieke frequentie of op een specifieke wijze moet worden verstrekt of ter beschikking moet worden gesteld. Wijzigingen in de rentevoet of de wisselkoers die ten gunste van de betalingsdienstgebruikers uitvallen, en wijzigingen in het raamcontract die duidelijk en ondubbelzinnig gunstiger uitvallen voor betalingsdienstgebruikers, kunnen echter zonder kennisgeving worden toegepast.
Amendement 102
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 48 - lid 2
2.   Een raamcontract dat voor een termijn van meer dan twaalf maanden of voor onbepaalde duur is gesloten, kan door de betalingsdienstgebruiker na het verstrijken van die termijn van twaalf maanden kosteloos worden beëindigd. In alle andere gevallen zijn de voor beëindiging aan te rekenen kosten passend en in overeenstemming met de feitelijke kosten.
2.   Een raamcontract kan door de betalingsdienstgebruiker kosteloos worden beëindigd.
Amendement 103
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 50 - lid 2
2.   Een raamcontract kan de voorwaarde omvatten dat de in lid 1 bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand moet worden verstrekt of ter beschikking moet worden gesteld op de overeengekomen wijze die de betaler de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.
2.   Een raamcontract omvat de voorwaarde dat de in lid 1 bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand kosteloos moet worden verstrekt of ter beschikking moet worden gesteld op de overeengekomen wijze die de betaler de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.
Amendement 104
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 50 - lid 3
3.   De lidstaten mogen echter verlangen dat de betalingsdienstaanbieder eenmaal per maand kosteloos op papier informatie verstrekt.
3.   De lidstaten mogen echter verlangen dat de betalingsdienstaanbieder eenmaal per maand kosteloos op papier of op een andere duurzame drager informatie verstrekt.
Amendement 105
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 51 – lid 1 – letter a
a)   de referentie aan de hand waarvan de begunstigde kan uitmaken om welke betalingstransactie en, in voorkomend geval, om welke betaler het gaat, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;
a)   de referentie aan de hand waarvan de begunstigde kan uitmaken om welke betalingstransactie en om welke betaler het gaat, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;
Amendement 106
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 51 - lid 3
3.   De lidstaten mogen echter verlangen dat de betalingsdienstaanbieder eenmaal per maand kosteloos op papier informatie verstrekt.
3.   De lidstaten mogen echter verlangen dat de betalingsdienstaanbieder eenmaal per maand kosteloos op papier of op een andere duurzame drager informatie verstrekt.
Amendement 107
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 52 – lid 2 – alinea 1
2.  Wanneer vóór het initiëren van de betalingstransactie een valutawisseldienst wordt aangeboden en wanneer die valutawisseldienst op het verkooppunt of door de begunstigde wordt aangeboden, stelt de partij die de valutawisseldienst aan de betaler aanbiedt, de betaler in kennis van alle aan te rekenen kosten, alsook van de wisselkoers die bij de omrekening van de betalingstransactie zal worden gehanteerd.
2.  Wanneer vóór het initiëren van de betalingstransactie een valutawisseldienst wordt aangeboden en wanneer die valutawisseldienst door een geldautomaat, op het verkooppunt of door de begunstigde wordt aangeboden, stelt de partij die de valutawisseldienst aan de betaler aanbiedt, de betaler in kennis van alle aan te rekenen kosten, alsook van de wisselkoers die bij de omrekening van de betalingstransactie zal worden gehanteerd.
Amendement 108
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 53 - lid 2
2.  Wanneer een betalingsdienstaanbieder of een derde een vergoeding verlangt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, licht hij de betalingsdienstgebruiker daarover in voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd.
Schrappen
Amendement 109
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 53 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Als een betalingsdienstaanbieder het recht heeft om kosten van derden door te berekenen aan de betaler, is de betaler niet verplicht deze te betalen, tenzij het volledige bedrag voorafgaand aan de betalingstransactie bekend was gemaakt.
Amendement 110
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 55 - lid 1
1.   De betalingsdienstaanbieder mag de betalingsdienstgebruiker geen kosten aanrekenen voor het vervullen van zijn informatieverplichtingen of de toepassing van corrigerende of preventieve maatregelen uit hoofde van deze titel, tenzij in artikel 70, lid 1, artikel 71, lid 5, of artikel 79, lid 2, anders is bepaald. De aan te rekenen kosten worden overeengekomen tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder; zij zijn passend en in overeenstemming met de kosten die de betalingsdienstaanbieder feitelijk gemaakt heeft.
1.   De betalingsdienstaanbieder mag de betalingsdienstgebruiker geen kosten aanrekenen voor het vervullen van zijn informatieverplichtingen of de toepassing van corrigerende of preventieve maatregelen uit hoofde van deze titel, tenzij in artikel 70, lid 1, artikel 71, lid 5, of artikel 79, lid 2, anders is bepaald. De aan te rekenen kosten worden overeengekomen tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder; zij zijn passend en in overeenstemming met de kosten die de betalingsdienstaanbieder feitelijk gemaakt heeft. Op verzoek geeft de betalingsdienstaanbieder inzage in de feitelijke kosten van de betalingstransactie.
Amendement 111
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 55 - lid 3
3.   De betalingsdienstaanbieder belet niet dat de begunstigde aan de betaler een vergoeding vraagt, een korting aanbiedt of de betaler anderszins stimuleert een bepaald betaalinstrument te gebruiken. De eventueel in rekening gebrachte kosten mogen echter niet uitstijgen boven de kosten die de begunstigde zelf voor het gebruik van het specifieke betaalinstrument maakt.
3.   De betalingsdienstaanbieder belet niet dat de begunstigde aan de betaler een vergoeding vraagt, een korting aanbiedt of de betaler anderszins stimuleert een bepaald betaalinstrument te gebruiken. De eventueel in rekening gebrachte kosten stijgen echter niet uit boven de kosten die de begunstigde zelf voor het gebruik van het specifieke betaalinstrument maakt.
Amendement 112
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 55 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  Niettegenstaande lid 4 kunnen de lidstaten bepalen dat de begunstigde geen enkele vergoeding mag vragen voor het gebruik van om het even welk betaalinstrument.
Amendement 113
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 57 – lid 2 – alinea 1
De instemming met de uitvoering van een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties wordt verleend in de tussen de betaler en de betalingsdienstaanbieder overeengekomen vorm. De instemming kan ook rechtstreeks of onrechtstreeks via de begunstigde worden verleend. De instemming met de uitvoering van een betalingstransactie wordt voorts geacht te worden verleend wanneer de betaler een derde betalingsdienstaanbieder toestaat om de betalingstransactie bij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder te initiëren.
De instemming met de uitvoering van een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties (inclusief automatische debiteringen) wordt verleend in de tussen de betaler en de betalingsdienstaanbieder overeengekomen vorm. De instemming kan ook rechtstreeks of onrechtstreeks via de begunstigde worden verleend. De instemming met de uitvoering van een betalingstransactie wordt voorts geacht te worden verleend wanneer de betaler een derde betalingsdienstaanbieder toestaat om een betalingstransactie te initiëren bij een rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder die een aan de betaler toebehorende rekening beheert.
Amendement 114
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – titel
Toegang van een derde betalingsdienstaanbieder tot betaalrekeninginformatie en gebruik van deze informatie door de derde betalingsdienstaanbieder
Toegang tot en gebruik van betaalrekeninginformatie door derde betalingsdienstaanbieders en derde uitgevers van betaalinstrumenten.
Amendement 115
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat een betaler het recht heeft om via een derde betalingsdienstaanbieder betalingsdiensten af te nemen op basis van de in bijlage I, punt 7, bedoelde toegang tot betaalrekeningen.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat een betaler, voor zover hij beschikt over een betaalrekening die via een onlinebankingplatform toegankelijk is, het recht heeft om via een vergunninghoudende derde betalingsdienstaanbieder betalingsdiensten af te nemen op basis van de in bijlage I, punt 7, bedoelde toegang tot betaalrekeningen. De lidstaten zorgen ervoor dat een betaler het recht heeft om via een vergunninghoudende derde uitgever van betaalinstrumenten betaalinstrumenten af te nemen waarmee betalingstransacties kunnen worden verricht.
Amendement 116
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder mag de derde betalingsdienstaanbieder of de derde uitgever van betaalinstrumenten de toegang overeenkomstig dit artikel niet ontzeggen wanneer deze gemachtigd is om voor rekening van de betaler een specifieke betaling uit te voeren, voor zover de betaler daartoe overeenkomstig artikel 57 uitdrukkelijk toestemming heeft verleend.
Amendement 117
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 1 ter (nieuw)
1 ter.  Begunstigden die betalers de mogelijkheid bieden om gebruik te maken van derde betalingsdienstaanbieders of derde uitgevers van betaalinstrumenten, moeten de betalers ondubbelzinnige informatie verstrekken omtrent de bewuste derde betalingsdienstaanbieder(s), met inbegrip van hun registratienummer en de naam van hun verantwoordelijke toezichthouder.
Amendement 118
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 2 – inleidende formule
Een derde betalingsdienstaanbieder aan wie de betaler in het kader van lid 1 heeft toegestaan betalingsdiensten aan te bieden, is verplicht om:
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)
Amendement 119
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 2 – letter a
a)   ervoor te zorgen dat de gepersonaliseerde beveiligingskenmerken van de betalingsdienstgebruiker niet voor andere partijen toegankelijk zijn;
a)   ervoor te zorgen dat de gepersonaliseerde authenticatiegegevens van de betalingsdienstgebruiker niet voor andere partijen toegankelijk zijn;
Amendement 120
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 2 – letter b
b)   zich op ondubbelzinnige wijze bij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder(s) van de rekeninghouder te authenticeren;
b)   zich telkens wanneer er een betaling wordt geïnitieerd of rekeninggegevens worden opgevraagd op ondubbelzinnige wijze bij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder(s) van de rekeninghouder te authenticeren.
Amendement 121
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 2 – letter c
c)   geen gevoelige betalingsgegevens of gepersonaliseerde beveiligingsgegevens van de betalingsdienstgebruiker op te slaan.
c)   geen gepersonaliseerde beveiligingsgegevens van de betalingsdienstgebruiker op te slaan.
Amendement 122
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
c bis) gegevens niet te gebruiken voor andere doeleinden dan die waarom de betaler uitdrukkelijk heeft verzocht.
Amendement 123
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Indien de betaler een derde uitgever van betaalinstrumenten die aan de betaler een betaalinstrument heeft verstrekt, toestemming heeft verleend om informatie over de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor een bepaalde betalingstransactie op een bepaalde betaalrekening van de betaler in te winnen, dan verstrekt de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van die betaalrekening dergelijke informatie aan de derde uitgever van betaalinstrumenten zodra de betalingsopdracht van de betaler is ontvangen. De informatie over de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen moet overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG bestaan ​​uit een antwoord in de vorm van een eenvoudig 'ja' of 'nee', en niet uit een rekeningsaldoafschrift.
Amendement 124
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 - lid 4
4.   De rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder behandelt betalingsopdrachten die via de diensten van een derde betalingsdienstaanbieder worden gegeven, qua termijn en prioriteit niet anders dan betalingsopdrachten die de betaler zelf rechtstreeks geeft, tenzij er objectieve redenen zijn om deze ongelijk te behandelen.
4.   De rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder behandelt betalingsopdrachten die via de diensten van een derde betalingsdienstaanbieder of door een derde uitgever van betaalinstrumenten worden gegeven, met name qua termijn en prioriteit of kosten niet anders dan betalingsopdrachten die de betaler zelf rechtstreeks geeft, tenzij er objectieve redenen zijn om deze ongelijk te behandelen.
Amendement 125
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  Derde betalingsdienstaanbieders zijn met het oog op de initiatie van betalingen of voor de verlening van rekeninginformatiediensten niet verplicht met rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders contractuele relaties aan te gaan.
Amendement 126
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 58 – lid 4 ter (nieuw)
4 ter.  Als de gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen eenmaal overeenkomstig artikel 94 bis zijn vastgesteld en door de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van de cliënt op derde betalingsdienstaanbieders worden toegepast, zorgen de lidstaten ervoor dat de betalingsdienstgebruiker de veiligste en meest geavanceerde technologische oplossing kan gebruiken bij het initiëren van elektronische betalingstransacties via derde betalingsdienstaanbieders.
Amendement 127
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 59
Artikel 59
Schrappen
Toegang van een derde uitgever van betaalinstrumenten tot betaalrekeninginformatie en gebruik van deze informatie door de derde uitgever van betaalinstrumenten
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een betaler het recht heeft om via een derde uitgever van betaalinstrumenten betaalkaartdiensten af te nemen.
2.  Indien de betaler een derde uitgever van betaalinstrumenten die aan de betaler een betaalinstrument heeft verstrekt, toestemming heeft verleend om informatie over de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor een bepaalde betalingstransactie op een bepaalde betaalrekening van de betaler in te winnen, dan verstrekt de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van die betaalrekening dergelijke informatie aan de derde uitgever van betaalinstrumenten zodra de betalingsopdracht van de betaler is ontvangen.
3.  De rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder behandelt betalingsopdrachten die via de diensten van een derde uitgever van betaalinstrumenten worden gegeven, qua termijn en prioriteit niet anders dan betalingsopdrachten die de betaler persoonlijk rechtstreeks geeft, tenzij er objectieve redenen zijn om deze ongelijk te behandelen.
Amendement 128
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 61 - lid 2
2.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), neemt de betalingsdienstgebruiker, zodra hij een betaalinstrument ontvangt, in het bijzonder alle redelijke maatregelen om de veiligheid van de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken ervan te waarborgen. De zorgvuldigheidsplichten van de betalingsdienstgebruikers vormen geen beletsel voor het gebruik van de in het kader van deze richtlijn toegestane betaalinstrumenten en betalingsdiensten.
2.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), neemt de betalingsdienstgebruiker, zodra hij een betaalinstrument ontvangt, in het bijzonder alle redelijke maatregelen om de veiligheid van de bijbehorende gepersonaliseerde authenticatiegegevens te waarborgen. De zorgvuldigheidsplichten van de betalingsdienstgebruikers vormen geen beletsel voor het gebruik van de in het kader van deze richtlijn toegestane betaalinstrumenten en betalingsdiensten.
Amendement 129
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 62 – lid 1 – letter a
a)   ervoor te zorgen dat de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken van een betaalinstrument niet toegankelijk zijn voor andere partijen dan de betalingsdienstgebruiker die gerechtigd is het betaalinstrument te gebruiken, onverminderd de verplichtingen van de betalingsdienstgebruiker overeenkomstig artikel 61;
a)   ervoor te zorgen dat de gepersonaliseerde beveiligingsgegevens van een betaalinstrument absoluut betrouwbaar zijn en niet toegankelijk voor andere partijen dan de betalingsdienstgebruiker die gerechtigd is het betaalinstrument te gebruiken, onverminderd de verplichtingen van de betalingsdienstgebruiker overeenkomstig artikel 61;
Amendement 130
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 62 - lid 2
2.   De betalingsdienstaanbieder draagt het risico van het zenden van een betaalinstrument aan de betaler of het zenden van gepersonaliseerde veiligheidskenmerken ervan.
2.   De betalingsdienstaanbieder draagt het risico van het zenden van een betaalinstrument aan de betaler of het zenden van bijbehorende gepersonaliseerde beveiligingsgegevens.
Amendement 131
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 63 - lid 2
2.   Als bij de transactie een derde betalingsdienstaanbieder betrokken is, verkrijgt de betalingsdienstgebruiker tevens rectificatie van de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder krachtens lid 1, zulks onverminderd artikel 65, lid 2, en artikel 80, lid 1.
2.   Wanneer de betalingsdienstgebruiker heeft besloten gebruik te maken van een derde betalingsdienstaanbieder, stelt hij deze daarvan in kennis en brengt hij tevens de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder op de hoogte. De betalingsdienstgebruiker verkrijgt rectificatie van de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder krachtens lid 1 van dit artikel, zulks onverminderd artikel 80, lid 1.
Amendement 132
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 63 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De betalingsdienstgebruiker meldt aan zijn rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder elk incident waarvan hij weet heeft dat voor de betalingsdienstgebruiker ongunstige gevolgen heeft in verband met het gebruik van een derde betalingsdienstaanbieder of een derde uitgever van betaalinstrumenten. De rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder stelt de nationale bevoegde autoriteiten op de hoogte van eventuele incidenten die zich voordoen. De nationale bevoegde autoriteiten volgen in dat geval de door de EBA vastgestelde procedures, in nauwe samenwerking met de ECB, zoals bepaald in artikel 85.
Amendement 133
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 64 – lid 1 – alinea 1
De lidstaten schrijven voor dat, wanneer een betalingsdienstgebruiker ontkent dat hij een uitgevoerde betalingstransactie heeft toegestaan of aanvoert dat de betalingstransactie onjuist is uitgevoerd, de betalingsdienstaanbieder en in passende gevallen de derde betalingsdienstaanbieder indien deze erbij betrokken is, gehouden zijn het bewijs te leveren dat de betalingstransactie is geauthenticeerd, juist is geregistreerd, is geboekt en niet door een technische storing of enig ander falen is beïnvloed.
De lidstaten schrijven voor dat, wanneer een betalingsdienstgebruiker ontkent dat hij een uitgevoerde betalingstransactie heeft toegestaan of aanvoert dat de betalingstransactie onjuist is uitgevoerd, de betalingsdienstaanbieder en de derde betalingsdienstaanbieder indien deze erbij betrokken is, gehouden zijn het bewijs te leveren dat de betalingstransactie is geauthenticeerd, juist is geregistreerd, is geboekt en niet door een technische storing of enig ander falen is beïnvloed.
Amendement 134
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 64 – lid 1 – alinea 2
Indien de betalingstransactie via een derde betalingsdienstaanbieder is geïnitieerd, dient deze te bewijzen dat de betalingstransactie niet door een technische storing of enig ander falen in verband met zijn betalingsdienst is beïnvloed.
Indien de betalingsdienstgebruiker de betalingstransactie initieert via een derde betalingsdienstaanbieder, dient deze te bewijzen dat de betalingstransactie is geauthenticeerd, correct is geregistreerd en niet door een technische storing of enig ander falen in verband met zijn betalingsdienst is beïnvloed.
Amendement 135
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 64 - lid 2
2.   Wanneer een betalingsdienstgebruiker ontkent dat hij een uitgevoerde betalingstransactie heeft toegestaan, vormt het feit dat het gebruik van een betaalinstrument door de betalingsdienstaanbieder en, in voorkomend geval, de derde betalingsdienstaanbieder is geregistreerd op zichzelf niet noodzakelijkerwijze afdoende bewijs dat de betalingstransactie door de betaler is toegestaan of dat de betaler frauduleus heeft gehandeld of opzettelijk of met grove nalatigheid een of meer van de verplichtingen uit hoofde van artikel 61 niet is nagekomen.
2.   Wanneer een betalingsdienstgebruiker ontkent dat hij een uitgevoerde betalingstransactie heeft toegestaan, vormt het feit dat het gebruik van een betaalinstrument door de betalingsdienstaanbieder en, in voorkomend geval, de derde betalingsdienstaanbieder is geregistreerd op zichzelf niet noodzakelijkerwijze afdoende bewijs dat de betalingstransactie door de betaler is toegestaan of dat de betaler frauduleus heeft gehandeld of opzettelijk of met grove nalatigheid een of meer van de verplichtingen uit hoofde van artikel 61 niet is nagekomen. In dergelijke gevallen kunnen loutere veronderstellingen zonder ondersteunend bewijs dat verder gaat dan het geregistreerde gebruik van het betaalinstrument niet als adequaat bewijs tegen de betalingsgebruiker worden aangemerkt. De betalingsdienstaanbieder – en in voorkomend geval de derde betalingsdienstaanbieder – dient te bewijzen dat er van de zijde van de betaler sprake is van fraude of grove nalatigheid.
Amendement 136
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 65 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat, onverminderd artikel 63, de betalingsdienstaanbieder van de betaler, in geval van een niet-toegestane betalingstransactie, de betaler onmiddellijk het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie terugbetaalt en, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, herstelt in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de niet-toegestane betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. In dit verband wordt er ook voor gezorgd dat de valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler uiterlijk de datum is waarop het bedrag was gedebiteerd.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat, onverminderd artikel 63, de betalingsdienstaanbieder van de betaler, in geval van een niet-toegestane betalingstransactie, de betaler binnen 24 uur nadat hij de transactie heeft opgemerkt of daarvan in kennis is gesteld, het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie terugbetaalt en, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, herstelt in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de niet-toegestane betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. In dit verband wordt er ook voor gezorgd dat de valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler uiterlijk de datum is waarop het bedrag was gedebiteerd.
Amendement 137
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 65 - lid 2
2.   Bij betrokkenheid van een derde betalingsdienstaanbieder betaalt de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie terug en herstelt deze, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de niet-toegestane betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. In een dergelijke situatie kan een financiële compensatie van de derde betalingsdienstaanbieder aan de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van toepassing zijn.
2.   Bij betrokkenheid van een derde betalingsdienstaanbieder betaalt de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie terug en herstelt deze, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de niet-toegestane betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. Indien de derde betalingsdienstaanbieder niet kan aantonen dat hij niet aansprakelijk is voor de niet-toegestane betalingstransactie, betaalt hij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder binnen een werkdag een redelijke compensatie voor de uit de terugbetaling aan de betaler voortvloeiende kosten, inclusief het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie.
Amendement 138
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 66 – lid 1 – alinea 1
1.  In afwijking van artikel 65 kan de betaler worden verplicht om tot een bedrag van 50 EUR het verlies in verband met een niet-toegestane betalingstransactie te dragen dat uit het gebruik van een verloren of gestolen betaalinstrument of uit het onrechtmatig gebruik van een betaalinstrument voortvloeit.
1.  In afwijking van artikel 65 kan de betaler worden verplicht om tot een bedrag van 50 EUR of de tegenwaarde daarvan in een andere nationale munt het verlies in verband met een niet-toegestane betalingstransactie te dragen dat uit het gebruik van een verloren of gestolen betaalinstrument of uit het onrechtmatig gebruik van een betaalinstrument voortvloeit. Deze bepaling is niet van toepassing indien het verlies, de diefstal of het onrechtmatig gebruik van een betaalinstrument voor de betaler niet vast te stellen was voordat er een betaling mee was gedaan.
Amendement 139
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 66 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De EBA stelt, in nauwe samenwerking met de ECB en na raadpleging van het in artikel 5, lid 3 bis, bedoelde adviespanel, conform artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 ten behoeve van betalingsdienstaanbieders richtsnoeren vast inzake de interpretatie en praktische toepassing van het begrip "grove nalatigheid" in deze context. Deze richtsnoeren worden uiterlijk op [datum invoegen – 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] verstrekt en regelmatig bijgewerkt voor zover van toepassing.
Amendement 140
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 66 – lid 2 ter (nieuw)
2 ter.  In gevallen waarin de betaler niet frauduleus of opzettelijk zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 61 heeft verzaakt, kunnen de lidstaten de in lid 1 bedoelde aansprakelijkheid beperken, met name rekening houdend met de aard van de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken van het betaalinstrument en met de omstandigheden waarin het is verloren, gestolen of onrechtmatig gebruikt.
Amendement 141
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 66 – lid 2 quater (nieuw)
2 quater.  De betaler hoeft niet de financiële consequenties te dragen die het gevolg zijn van het verlies, de diefstal of het onrechtmatig gebruikt van een betaalinstrument indien de niet-toegestane betaling die daarvan het gevolg is mogelijk is gemaakt door toepassing van een methode of een inbreuk op de beveiliging die al bekend en gedocumenteerd was en indien de betalingsdienstaanbieder heeft nagelaten strengere beveiligingssystemen in te voeren om dergelijke misbruiken in de toekomst effectief te verhinderen, tenzij de betaler zelf frauduleus heeft gehandeld.
Amendement 142
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 67 – lid 1 – alinea 2
Op verzoek van de betalingsdienstaanbieder toont de betaler aan dat aan deze voorwaarden is voldaan.
Op verzoek van de betalingsdienstaanbieder verstrekt de betaler feitelijke elementen omtrent die voorwaarden.
Amendement 143
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 67 – lid 1 – alinea 3
De terugbetaling bestaat in het volledige bedrag van de uitgevoerde betalingstransactie. Dit houdt ook in dat de valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler uiterlijk de datum is waarop het bedrag was gedebiteerd.
Schrappen
Amendement 144
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 67 – lid 1 – alinea 4
Bij automatische debiteringen heeft de betaler een onvoorwaardelijk recht op terugbetaling binnen de in artikel 68 vastgestelde termijnen, tenzij de begunstigde al aan de contractuele verplichtingen heeft voldaan en de betaler de diensten al heeft ontvangen of de goederen al heeft ge- of verbruikt. Op verzoek van de betalingsdienstaanbieder toont de begunstigde aan dat aan de in de derde alinea genoemde voorwaarden is voldaan.
De lidstaten zorgen ervoor dat de betaler, naast het in lid 1 bedoelde recht, bij directe debiteringen een onvoorwaardelijk recht op terugbetaling binnen de in artikel 68 vastgestelde termijnen heeft.
Amendement 145
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 67 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De terugbetaling bestaat in het volledige bedrag van de uitgevoerde betalingstransactie. De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler is uiterlijk de datum waarop het bedrag was gedebiteerd. De uitvoering van een terugbetaling op zich laat de onderliggende juridische rechten van de begunstigde onverlet.
Amendement 146
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 67 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.  De lidstaten kunnen hun betalingsdienstaanbieders in het kader van hun automatische debiteringsregelingen toestaan ​​gunstigere terugbetalingsrechten toe te kennen, mits deze voor de betaler gunstiger uitvallen.
Amendement 147
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 67 bis (nieuw)
Artikel 67 bis
Betalingstransacties waarbij het ​​transactiebedrag niet vooraf bekend is
1.  Voor betalingstransacties waarbij het ​​transactiebedrag op het moment van de aankoop niet bekend is, stellen de lidstaten het maximumbedrag aan geldmiddelen vast dat op de betaalrekening van de betaler kan worden geblokkeerd, alsook de maximumtermijnen waarbinnen de middelen door de begunstigde kunnen worden geblokkeerd.
2.  De begunstigde is verplicht de betaler vóór de transactie op de hoogte te stellen indien er op de betaalrekening van de betaler meer geldmiddelen dan het aankoopbedrag zullen worden geblokkeerd.
3.  Indien er op de betaalrekening van de betaler meer middelen zijn geblokkeerd dan het bedrag van de aankoop, wordt deze informatie door de betaaldienstaanbieder op het rekeningafschrift aan de betaler verstrekt.
Amendement 148
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 68 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de betaler gedurende een periode van acht weken na de datum waarop de geldmiddelen zijn gedebiteerd, om de in artikel 67 bedoelde terugbetaling van een toegestane, door of via een begunstigde geïnitieerde betalingstransactie kan verzoeken.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de betaler gedurende een periode van ten minste acht weken na de datum waarop de geldmiddelen zijn gedebiteerd, om de in artikel 67 bedoelde terugbetaling van een toegestane, door of via een begunstigde geïnitieerde betalingstransactie kan verzoeken.
Amendement 149
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 69 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat het tijdstip van ontvangst het tijdstip is waarop de betalingsdienstaanbieder van de betaler een betalingsopdracht ontvangt die rechtstreeks door de betaler of namens hem door een derde betalingsdienstaanbieder dan wel onrechtstreeks door of via een begunstigde is geïnitieerd. Indien het tijdstip van ontvangst voor de betalingsdienstaanbieder niet op een werkdag valt, wordt de ontvangen betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen. De betalingsdienstaanbieder kan een uiterste tijdstip aan het einde van een werkdag vaststellen, na welk tijdstip een ontvangen betalingsopdracht geacht wordt op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat het tijdstip van ontvangst het tijdstip is waarop de betalingsdienstaanbieder van de betaler een betalingsopdracht ontvangt die rechtstreeks door de betaler of namens hem door een derde betalingsdienstaanbieder dan wel onrechtstreeks door of via een begunstigde is geïnitieerd. Het tijdstip van ontvangst mag niet later zijn dan het tijdstip van debitering van de rekening van de betaler. Indien het tijdstip van ontvangst voor de betalingsdienstaanbieder niet op een werkdag valt, wordt de ontvangen betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen. De betalingsdienstaanbieder kan een uiterste tijdstip aan het einde van een werkdag vaststellen, na welk tijdstip een ontvangen betalingsopdracht geacht wordt op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.
Amendement 150
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 70 – lid 1 – alinea 1
Wanneer de betalingsdienstaanbieder weigert een betalingsopdracht uit te voeren, wordt de betalingsdienstgebruiker in kennis gesteld van deze weigering en, indien mogelijk, van de redenen daarvoor en van de procedure voor de correctie van eventuele feitelijke onjuistheden die tot de weigering hebben geleid, tenzij andere toepasselijke uniale of nationale wetgeving dit verbiedt.
Wanneer de betalingsdienstaanbieder of, indien van toepassing, de derde betalingsdienstaanbieder weigert een betalingsopdracht uit te voeren of een betalingstransactie te initiëren, wordt de betalingsdienstgebruiker in kennis gesteld van deze weigering en, indien mogelijk, van de redenen daarvoor en van de procedure voor de correctie van eventuele feitelijke onjuistheden die tot de weigering hebben geleid, tenzij andere toepasselijke uniale of nationale wetgeving dit verbiedt.
Amendement 151
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 70 – lid 1 – alinea 3
In het raamcontract kan de voorwaarde worden gesteld dat de betalingsdienstaanbieder voor die kennisgeving kosten mag aanrekenen indien de weigering objectief gerechtvaardigd is.
De betalingsdienstaanbieder rekent de betalingsdienstgebruiker geen kosten aan voor die kennisgeving.
Amendement 152
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 73 - lid 2
2.   Deze afdeling is van toepassing op andere betalingstransacties, tenzij tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder anders overeengekomen is, met uitzondering van artikel 78, ten aanzien waarvan de partijen niet over enige vrijheid beschikken. Indien de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder evenwel een periode overeenkomen die langer is dan in artikel 74 is bepaald, mag die periode voor intra-uniale betalingstransacties niet langer zijn dan vier werkdagen na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel 69.
2.   Deze afdeling is van toepassing op andere betalingstransacties, tenzij tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder anders overeengekomen is, met uitzondering van artikel 78, ten aanzien waarvan de partijen niet over enige vrijheid beschikken. Indien de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder evenwel een periode overeenkomen die langer is dan in artikel 74 is bepaald, mag die periode voor intra-uniale betalingstransacties niet langer zijn dan vier werkdagen of zo lang als volgens andere wettelijke verplichtingen uit hoofde van het nationale en uniale recht is toegestaan na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel 69.
Amendement 153
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 74 - lid 1
1.   De lidstaten schrijven voor dat de betalingsdienstaanbieder van de betaler ervoor moet zorgen dat de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel 69 voor het bedrag van de betalingstransactie wordt gecrediteerd. Deze termijnen kunnen voor betalingstransacties die op papier worden geïnitieerd, met nogmaals een werkdag worden verlengd.
1.   De lidstaten schrijven voor dat de betalingsdienstaanbieder van de betaler ervoor moet zorgen dat de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel 69 voor het bedrag van de betalingstransactie wordt gecrediteerd. Die termijn kan voor betalingstransacties die op papier worden geïnitieerd, met nogmaals een werkdag worden verlengd.
Amendement 154
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 79 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.  De lidstaten zien erop toe dat wanneer een poging om de middelen overeenkomstig lid 3 terug te verkrijgen mislukt, de betalingsdienstaanbieder van de verkeerd geadresseerde begunstigde wordt verplicht de betaler van alle nodige informatie te voorzien om zich in verbinding te kunnen stellen met de ontvanger van de gelden en om zo nodig een rechtsvordering in te stellen om deze terug te krijgen.
Amendement 155
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 80 – lid 1 – alinea 3
Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler of een derde betalingsdienstaanbieder aansprakelijk is uit hoofde van de eerste of de tweede alinea, betaalt de relevante betalingsdienstaanbieder de betaler onverwijld het bedrag van de niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie terug en herstelt deze, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler is uiterlijk de datum waarop het bedrag was gedebiteerd.
Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler of een derde betalingsdienstaanbieder aansprakelijk is uit hoofde van de eerste of de tweede alinea, betaalt de relevante betalingsdienstaanbieder de betaler onverwijld het bedrag van de niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie terug en herstelt deze, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler is uiterlijk de datum waarop het bedrag was gedebiteerd. Indien dit technisch niet meer mogelijk is, wordt de betaler ook schadeloos gesteld voor het geleden renteverlies.
Amendement 156
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 80 – lid 1 – alinea 6
Wanneer een betalingstransactie niet of gebrekkig is uitgevoerd en de betalingsopdracht door de betaler was geïnitieerd, tracht de betalingsdienstaanbieder, ongeacht de aansprakelijkheid uit hoofde van dit lid, desgevraagd onmiddellijk de betalingstransactie te traceren en brengt hij de betaler op de hoogte van de resultaten daarvan. De betaler worden daarvoor geen kosten aangerekend.
Wanneer een betalingstransactie niet of gebrekkig is uitgevoerd en de betalingsopdracht door de betaler was geïnitieerd, tracht de betalingsdienstaanbieder van de betaler, ongeacht de aansprakelijkheid uit hoofde van dit lid, desgevraagd onmiddellijk de betalingstransactie te traceren en brengt hij de betaler op de hoogte van de resultaten daarvan. De betaler worden daarvoor geen kosten aangerekend.
Amendement 157
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 80 – lid 2 – alinea 1
Wanneer een betalingsopdracht door of via de begunstigde wordt geïnitieerd, is de betalingsdienstaanbieder, onverminderd artikel 63, artikel 79, leden 2 en 3, en artikel 83, jegens de begunstigde aansprakelijk voor een juiste verzending van de betalingsopdracht aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler, overeenkomstig artikel 74, lid 3. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk is uit hoofde van deze alinea, geeft hij de betrokken betalingsopdracht onmiddellijk door aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler. Ingeval een betalingsopdracht niet tijdig wordt gegeven, wordt het bedrag niet later op de betaalrekening van de begunstigde gevaluteerd dan op de datum waarop het bij een correcte uitvoering had moeten worden gevaluteerd.
Wanneer een betalingsopdracht door of via de begunstigde wordt geïnitieerd, is de betalingsdienstaanbieder, onverminderd artikel 63, artikel 79, leden 2 en 3, en artikel 83, jegens de begunstigde aansprakelijk voor een juiste verzending van de betalingsopdracht aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler, overeenkomstig artikel 74, lid 3. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk is uit hoofde van deze alinea, geeft hij de betrokken betalingsopdracht onmiddellijk door aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler. Ingeval een betalingsopdracht niet tijdig wordt gegeven, wordt het bedrag niet later op de betaalrekening van de begunstigde gevaluteerd dan op de datum waarop het bij een correcte uitvoering had moeten worden gevaluteerd. Indien dit technisch niet meer mogelijk is, wordt de betaler ook schadeloos gesteld voor het geleden renteverlies.
Amendement 158
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 80 – lid 2 – alinea 2
Voorts is de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, onverminderd artikel 63, artikel 79, leden 2 en 3, en artikel 83, jegens de begunstigde aansprakelijk voor het behandelen van de geldtransactie overeenkomstig zijn verplichtingen krachtens artikel 78. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk is uit hoofde van de eerste alinea, zorgt deze ervoor dat het bedrag van de betalingstransactie onmiddellijk ter beschikking van de begunstigde wordt gesteld zodra de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde met het overeenkomstige bedrag is gecrediteerd. Het bedrag wordt niet later op de rekening van de begunstigde gevaluteerd dan op de datum waarop het bij een correcte uitvoering had moeten worden gevaluteerd.
Voorts is de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, onverminderd artikel 63, artikel 79, leden 2 en 3, en artikel 83, jegens de begunstigde aansprakelijk voor het behandelen van de geldtransactie overeenkomstig zijn verplichtingen krachtens artikel 78. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk is uit hoofde van de eerste alinea, zorgt deze ervoor dat het bedrag van de betalingstransactie onmiddellijk ter beschikking van de begunstigde wordt gesteld zodra de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde met het overeenkomstige bedrag is gecrediteerd. Het bedrag wordt niet later op de rekening van de begunstigde gevaluteerd dan op de datum waarop het bij een correcte uitvoering had moeten worden gevaluteerd. Indien dit technisch niet meer mogelijk is, wordt de betaler ook schadeloos gesteld voor het geleden renteverlies.
Amendement 159
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 80 – lid 2 – alinea 3
Bij een niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie waarvoor de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde niet aansprakelijk is uit hoofde van de eerste en de tweede alinea, is de betalingsdienstaanbieder van de betaler aansprakelijk jegens de betaler. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler aansprakelijk is uit hoofde van de eerste alinea, betaalt hij, in voorkomend geval, de betaler onverwijld het bedrag van de niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie terug en herstelt hij de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden, zulks telkens onverwijld. De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler is uiterlijk de datum waarop het bedrag was gedebiteerd.
Bij een niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie waarvoor de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde niet aansprakelijk is uit hoofde van de eerste en de tweede alinea, is de betalingsdienstaanbieder van de betaler aansprakelijk jegens de betaler. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler aansprakelijk is uit hoofde van de eerste alinea, betaalt hij, in voorkomend geval, de betaler onverwijld het bedrag van de niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie terug en herstelt hij de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden, zulks telkens onverwijld. De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler is uiterlijk de datum waarop het bedrag was gedebiteerd. Indien dit technisch niet meer mogelijk is, wordt de betaler ook schadeloos gesteld voor het geleden renteverlies.
Amendement 160
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 80 – lid 2 – alinea 4
Bij een niet tijdig uitgevoerde betalingstransactie kan de betaler bepalen dat het bedrag niet later op de betaalrekening van de begunstigde wordt gevaluteerd dan op de datum waarop het bij een correcte uitvoering had moeten worden gevaluteerd.
Bij een niet tijdig uitgevoerde betalingstransactie kan de betaler bepalen dat het bedrag niet later op de betaalrekening van de begunstigde wordt gevaluteerd dan op de datum waarop het bij een correcte uitvoering had moeten worden gevaluteerd. Indien dit technisch niet meer mogelijk is, wordt de betaler ook schadeloos gesteld voor het geleden renteverlies.
Amendement 161
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 82 - lid 1
1.   Wanneer de aansprakelijkheid van een betalingsdienstaanbieder uit hoofde van artikel 80 kan worden toegerekend aan een andere betalingsdienstaanbieder of een intermediair, vergoedt die betalingsdienstaanbieder of die intermediair eerstgenoemde betalingsdienstaanbieder voor alle verliezen die zijn geleden en/of de bedragen die zijn betaald uit hoofde van artikel 80. Daartoe behoort een compensatie wanneer een van de betalingsdienstaanbieders geen versterkte cliëntauthenticatie toepast.
1.   Wanneer de aansprakelijkheid van een betalingsdienstaanbieder uit hoofde van de artikelen 65 en 80 kan worden toegerekend aan een andere betalingsdienstaanbieder of een intermediair, vergoedt die betalingsdienstaanbieder of die intermediair eerstgenoemde betalingsdienstaanbieder voor alle verliezen die zijn geleden en/of de bedragen die zijn betaald uit hoofde van de artikelen 65 en 80. Daartoe behoort een compensatie wanneer een van de betalingsdienstaanbieders geen versterkte cliëntauthenticatie toepast.
Amendement 162
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 82 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De EBA is bevoegd om bindende bemiddelingsprocedures op gang te brengen en te ondersteunen ter beslechting van geschillen tussen bevoegde autoriteiten die ontstaan bij de uitoefening van de in dit artikel voorziene rechten.
Amendement 163
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 84 - alinea 1
De verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze richtlijn geschiedt overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG, de nationale regelgeving tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001.
1.  De lidstaten staan toe dat betalingssystemen en betalingsdienstaanbieders persoonsgegevens verwerken wanneer zulks noodzakelijk is voor de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van betalingsfraude. De verwerking van deze persoonsgegevens geschiedt overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG, de nationale regelgeving tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001.
Amendement 164
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 84 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Bij de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze richtlijn dienen de beginselen van noodzaak, evenredigheid en doelbegrenzing en een niet-buitensporige gegevensbewaarperiode in acht te worden genomen;
Amendement 165
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 84 – lid 1 ter (nieuw)
1 ter.  In het bijzonder mag iedere dienstaanbieder, agent of gebruiker die persoonsgegevens verwerkt slechts toegang tot persoonsgegevens verkrijgen, deze verwerken en bewaren voor zover zulks noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn betalingsdiensten.
Amendement 166
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 84 – lid 1 quater (nieuw)
1 quater.  De concepten "privacy by design/privacy by default" moeten zijn ingebed in alle gegevensverwerkende systemen die in het kader van deze richtlijn worden ontwikkeld en gebruikt;
Amendement 167
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 84 – lid 1 quinquies (nieuw)
1 quinquies.  In de in artikel 5, onder j), bedoelde documenten moeten onder andere ook de maatregelen worden gedefinieerd die beogen de beginselen van veiligheid en vertrouwelijkheid te doen naleven en de concepten "privacy by design" en "privacy by default" gestalte te geven.
Amendement 168
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 84 – lid 1 sexies (nieuw)
1 sexies.  De voor de toepassing van deze richtlijn te ontwikkelen normen en interoperabiliteitswaarborgen moeten berusten op een privacy-effectbeoordeling, aan de hand waarvan moet kunnen worden bepaald welke risico's zijn verbonden aan elk van de beschikbare technische opties en welke hulpmiddelen kunnen worden ingeschakeld om gegevensbeschermingsrisico's tot een minimum te beperken.
Amendement 169
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 - lid 1
1.   De betalingsdienstaanbieders zijn onderworpen aan Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn], en met name aan de in de artikelen 14 en 15 van die richtlijn vervatte eisen op het gebied van het risicobeheer en de melding van incidenten.
1.   De betalingsdienstaanbieders treffen een regeling die voorziet in passende mitigatiemaatregelen en controlemechanismen ter beheersing van de operationele risico's – met inbegrip van beveiligingsrisico's – welke zijn verbonden aan de door hen verstrekte betalingsdiensten. In het kader van die regeling zorgen de betalingsdienstaanbieders voor de vaststelling en handhaving van doelmatige procedures voor het beheren van incidenten, inclusief het detecteren en classificeren van grote incidenten.
Amendement 170
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 - lid 2
2.   De in het kader van artikel 6, lid 1, van Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn] aangewezen autoriteit stelt de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst en de EBA onverwijld in kennis van de meldingen van NIB-incidenten die van betalingsdienstaanbieders worden ontvangen.
2.   De betalingsdienstaanbieders stellen de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst van de betalingsdienstaanbieder onverwijld in kennis van ieder ernstig operationeel incident, met inbegrip van beveiligingsincidenten.
Amendement 171
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Na ontvangst van een incidentmelding verstrekt de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst onverwijld de relevante incidentgegevens aan de EBA.
Amendement 172
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 - lid 3
3.   Na ontvangst van de melding en voor zover relevant stelt de EBA de bevoegde autoriteiten in de andere lidstaten ervan in kennis.
3.   Na ontvangst van de melding evalueert de EBA, in samenwerking met de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst, de relevantie van het incident en stelt zij op basis van deze evaluatie de bevoegde autoriteiten in de andere lidstaten daarvan in kennis.
Amendement 173
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De nationale bevoegde autoriteit treedt zo nodig preventief op om de directe veiligheid van het financiële systeem te beschermen.
Amendement 174
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 - lid 4
4.   Naast het bepaalde in artikel 14, lid 4, van Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn] stelt zij, wanneer het beveiligingsincident gevolgen voor de financiële belangen van de betalingsdienstgebruikers van de betalingsdienstaanbieder kan hebben, zijn betalingsdienstgebruikers onverwijld van het incident in kennis en informeert zij hen over de mitigerende maatregelen die zij van hun kant kunnen nemen om de schadelijke effecten van het incident te beperken.
4.   Wanneer het beveiligingsincident gevolgen voor de financiële belangen van de betalingsdienstgebruikers van de betalingsdienstaanbieder kan hebben, stelt hij zijn betalingsdienstgebruikers onverwijld van het incident in kennis en informeert hij hen over alle beschikbare mitigerende maatregelen die hij van zijn kant kan nemen om de schadelijke effecten van het incident te beperken.
Amendement 175
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  De EBA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de ECB en na raadpleging van het in artikel 5, lid 3 bis, bedoelde adviespanel, richtsnoeren tot vaststelling van de regeling voor de melding van de in de bovenstaande leden bedoelde grote incidenten. In de richtsnoeren worden de aard en de wijze van behandeling van te verstrekken gegevens gespecificeerd, alsmede de criteria ter bepaling van de relevantie van incidenten en standaard kennisgevingsmodellen ten einde een ​​consistente en efficiënte meldingsprocedure te waarborgen.
Amendement 176
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 85 – lid 4 ter (nieuw)
4 ter.  De lidstaten zien erop toe dat de betalingsdienstaanbieders de bevoegde nationale autoriteiten en de ECB geregeld fraudegegevens verstrekken met betrekking tot de verschillende betaalmiddelen.
Amendement 177
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 86 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de betalingsdienstaanbieders aan de in het kader van artikel 6, lid 1, van Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn] aangewezen autoriteit jaarlijks bijgewerkte informatie verstrekken over de beoordeling van de operationele en beveiligingsrisico's die aan de door hen aangeboden betalingsdiensten verbonden zijn, en over de toereikendheid van de mitigerende maatregelen en controlemechanismen die in reactie op deze risico's zijn door- en ingevoerd. De in het kader van artikel 6, lid 1, van Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn] aangewezen autoriteit zendt aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst onverwijld een kopie van deze informatie toe.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de betalingsdienstaanbieders aan de bevoegde autoriteit jaarlijks bijgewerkte en uitvoerige informatie verstrekken over de beoordeling van de operationele en beveiligingsrisico's die aan de door hen aangeboden betalingsdiensten verbonden zijn, en over de toereikendheid van de mitigerende maatregelen en controlemechanismen die in reactie op deze risico's zijn door- en ingevoerd.
Amendement 178
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 86 - lid 2
2.   Onverminderd de artikelen 14 en 15 van Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn], stelt de EBA in nauwe samenwerking met de ECB richtsnoeren op over de vaststelling, invoering en monitoring van de beveiligingsmaatregelen, waaronder de certificeringsprocedures voor zover zulks relevant is. Zij houdt daarbij onder meer rekening met de normen en/of specificaties die de Commissie in het kader van artikel 16, lid 2, van Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn] bekend heeft gemaakt.
2.   De EBA stelt in nauwe samenwerking met de ECB technische uitvoeringsnormen op voor de vaststelling, invoering en monitoring van de beveiligingsmaatregelen, waaronder de certificeringsprocedures voor zover zulks relevant is. Zij houdt daarbij onder meer rekening met de normen en/of specificaties die de Commissie bekend heeft gemaakt, alsook met de ECB/Eurosysteemaanbevelingen voor de beveiliging van internetbetalingen in het kader van het "SecurePay"-forum.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op ... aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Amendement 179
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 86 - lid 3
3.   De EBA onderwerpt de richtsnoeren in nauwe samenwerking met de ECB regelmatig, doch ten minste om de twee jaar, aan een evaluatie.
3.   De EBA onderwerpt de in lid 2 bedoelde technische uitvoeringsnormen in nauwe samenwerking met de ECB regelmatig, doch ten minste om de twee jaar, aan een evaluatie.
Amendement 180
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 86 - lid 4
4.   Onverminderd de artikelen 14 en 15 van Richtlijn [NIB-richtlijn] [Publicatiebureau: nummer invoegen na goedkeuring richtlijn], stelt de EBA richtsnoeren op die voor de betalingsdienstaanbieders als leidraad kunnen dienen bij de kwalificering van grote incidenten en van de omstandigheden waaronder een betalingsinstelling een beveiligingsincident moet melden. Deze richtsnoeren worden uiterlijk op (datum invoegen: twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn) verstrekt.
4.   De EBA coördineert de informatie-uitwisseling op het gebied van aan betalingsdiensten verbonden operationele en beveiligingsrisico's met de bevoegde autoriteiten van de ECB.
Amendement 181
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 87 - lid 2
2.   Wanneer een betalingsdienstaanbieder de in bijlage I, punt 7, genoemde diensten aanbiedt, authenticeert deze zich bij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van de rekeninghouder.
2.   Wanneer een betalingsdienstaanbieder de in bijlage I, punt 7, genoemde diensten aanbiedt, authenticeert deze zich overeenkomstig de krachtens artikel 94 bis vastgestelde gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen bij de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder van de rekeninghouder.
Amendement 182
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 87 - lid 3
3.   De EBA verstrekt de in artikel 1, lid 1, van deze richtlijn genoemde betalingsdienstaanbieders overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren over een geavanceerde versterkte cliëntauthenticatie en over vrijstellingen voor de toepassing van een versterkte cliëntauthenticatie. Deze richtsnoeren worden uiterlijk op (datum invoegen: twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn) verstrekt en regelmatig bijgewerkt voor zover van toepassing.
3.   De EBA verstrekt, in nauwe samenwerking met de ECB en na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het in artikel 5, lid 3 bis, bedoelde adviespanel, de in artikel 1, lid 1, van deze richtlijn genoemde betalingsdienstaanbieders overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren over de wijze waarop derde betalingsdienstaanbieders zich bij rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders moeten authenticeren, over geavanceerde versterkte cliëntauthenticaties en over vrijstellingen voor de toepassing van een versterkte cliëntauthenticatie. Deze richtsnoeren treden in werking vóór ...* en worden regelmatig bijgewerkt voor zover van toepassing.
_____________
* Datum van omzetting van deze richtlijn (twee jaar na de datum van vaststelling van deze richtlijn).
Amendement 183
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 88 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat procedures voorhanden zijn die betalingsdienstgebruikers en andere belanghebbenden, met inbegrip van consumentenverenigingen, de mogelijkheid bieden bij de bevoegde autoriteiten klachten in te dienen met betrekking tot beweerde inbreuken van betalingsdienstaanbieders op deze richtlijn.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat procedures voorhanden zijn die betalingsdienstgebruikers en andere belanghebbenden, met inbegrip van consumentenverenigingen, de mogelijkheid bieden bij de bevoegde autoriteiten of bij organen voor alternatieve geschilbeslechting (ADR) klachten in te dienen met betrekking tot beweerde inbreuken van betalingsdienstaanbieders op deze richtlijn.
Amendement 184
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 89 - lid 1
1.   De lidstaten wijzen bevoegde autoriteiten aan die een doeltreffende naleving van deze richtlijn waarborgen en monitoren. Die bevoegde autoriteiten nemen alle noodzakelijke maatregelen om een dergelijke naleving te waarborgen. Zij zijn onafhankelijk van de betalingsdienstaanbieders. Zij zijn bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1039/2010.
1.   De lidstaten wijzen bevoegde autoriteiten aan die een doeltreffende naleving van deze richtlijn waarborgen en monitoren. Die bevoegde autoriteiten nemen alle noodzakelijke maatregelen om een dergelijke naleving te waarborgen. Zij zijn onafhankelijk van de betalingsdienstaanbieders. Zij zijn bevoegde autoriteiten als omschreven in artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Amendement 185
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 89 - lid 2
2.   De in lid 1 bedoelde autoriteiten beschikken over alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor het verrichten van hun taken. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer meer dan een autoriteit bevoegd is om een doeltreffende naleving van deze richtlijn te waarborgen en te monitoren, deze autoriteiten nauw samenwerken zodat zij hun respectieve taken effectief kunnen uitvoeren.
2.   De in lid 1 bedoelde autoriteiten beschikken over alle bevoegdheden en middelen die noodzakelijk zijn voor het verrichten van hun taken.
Amendement 186
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 89 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  De EBA verstrekt, na raadpleging van de ECB, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren aan de bevoegde autoriteiten inzake de klachtenprocedures die moeten worden gevolgd om de naleving te waarborgen van de relevante bepalingen van deze richtlijn, zoals uiteengezet in lid 1 van dit artikel. Deze richtsnoeren worden uiterlijk op ...* vastgesteld en, waar nodig, regelmatig bijgewerkt.
__________
* Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 187
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 90 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de betalingsdienstaanbieders adequate en effectieve consumentenklachtenprocedures opzetten voor de afhandeling van klachten van betalingsdienstgebruikers met betrekking tot de uit deze verordening voortvloeiende rechten en plichten.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de betalingsdienstaanbieders adequate en effectieve consumentenklachtenprocedures opzetten en toepassen voor de afhandeling van klachten van betalingsdienstgebruikers met betrekking tot de uit deze verordening voortvloeiende rechten en plichten, en controleren hun feitelijke acties op dit vlak.
Amendement 188
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 90 - lid 2
2.   De lidstaten schrijven voor dat betalingsdienstaanbieders elke mogelijke inspanning leveren om binnen een passende termijn, doch uiterlijk binnen 15 werkdagen, schriftelijk op de klachten van de betalingsdienstgebruiker te reageren en op alle naar voren gebrachte punten in te gaan. In uitzonderlijke situaties, waarin het om redenen die de betalingsdienstaanbieder niet verwijtbaar zijn, niet mogelijk is om binnen 15 werkdagen antwoord te geven, moet de betalingsdienstaanbieder een bericht sturen waarin om een verlenging van de antwoordtermijn wordt verzocht, de redenen van de vertraging in de beantwoording van de klacht duidelijk worden vermeld en de termijn wordt genoemd waarbinnen de consument de definitieve reactie zal ontvangen. Die termijn mag in geen geval meer dan 30 werkdagen bedragen.
2.   De lidstaten schrijven voor dat betalingsdienstaanbieders elke mogelijke inspanning leveren om binnen een passende termijn, doch uiterlijk binnen 15 werkdagen, schriftelijk op de klachten van de betalingsdienstgebruiker te reageren en op alle naar voren gebrachte punten in te gaan. In uitzonderlijke situaties, waarin het om redenen die de betalingsdienstaanbieder niet verwijtbaar zijn, niet mogelijk is om binnen 15 werkdagen antwoord te geven, moet de betalingsdienstaanbieder een bericht sturen waarin om een verlenging van de antwoordtermijn wordt verzocht, de redenen van de vertraging in de beantwoording van de klacht duidelijk worden vermeld en de termijn wordt genoemd waarbinnen de consument de definitieve reactie zal ontvangen. Die termijn mag in geen geval meer dan 15 werkdagen bedragen. Indien in een lidstaat omstandiger, door de bevoegde nationale autoriteit af te wikkelen klachtenprocedures gelden, kunnen de regels van de bewuste lidstaat worden toegepast.
Amendement 189
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 90 - lid 4
4.   De in lid 2 bedoelde informatie moet op eenvoudige, rechtstreekse en duidelijk zichtbare wijze en te allen tijde toegankelijk zijn op de website van de betalingsdienstaanbieder, voor zover deze over een website beschikt, in de algemene voorwaarden van het tussen betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker gesloten contract en op facturen en kwitanties met betrekking tot die contracten. Daarbij wordt aangegeven hoe verdere informatie over de betrokken buitengerechtelijke beroepsentiteit en over de voorwaarden voor de inschakeling ervan kan worden verkregen.
4.   De in lid 3 bedoelde informatie moet op duidelijke, begrijpelijke en eenvoudige wijze toegankelijk zijn op de website van de ondernemer, voor zover hij over een website beschikt, en indien van toepassing in de algemene voorwaarden van tussen de ondernemer en een consument gesloten verkoop- of dienstverleningsovereenkomsten.
Amendement 190
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 91 - lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures voor de beslechting van geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders met betrekking tot de uit deze richtlijn voortvloeiende rechten en plichten overeenkomstig de relevante nationale en uniale wetgeving worden opgezet, waarbij in passende gevallen van bestaande organen gebruik wordt gemaakt. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke procedures op betalingsdienstaanbieders van toepassing zijn en ook op de werkzaamheden van benoemde vertegenwoordigers betrekking hebben.
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat er adequate, onafhankelijke, onpartijdige, transparante en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures voor de beslechting van geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders met betrekking tot de uit deze richtlijn voortvloeiende rechten en plichten overeenkomstig de relevante nationale en uniale wetgeving worden opgezet, waarbij in passende gevallen van bestaande bevoegde organen gebruik wordt gemaakt. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke procedures van toepassing zijn op en toegankelijk zijn voor zowel de gebruikers als de betalingsdienstaanbieders en ook op de werkzaamheden van benoemde vertegenwoordigers betrekking hebben.
Amendement 191
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 91 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De lidstaten zien erop toe dat betalingsdienstaanbieders zijn aangesloten bij een of meer ADR-organen.
Amendement 192
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 91 - lid 2
2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde organen samenwerken bij de afhandeling van grensoverschrijdende geschillen met betrekking tot de uit deze richtlijn voortvloeiende rechten en plichten.
2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde organen samenwerken bij de afhandeling van grensoverschrijdende geschillen met betrekking tot de uit deze richtlijn voortvloeiende rechten en plichten. De lidstaten zien erop toe dat die organen over voldoende capaciteit beschikken om op een adequate en efficiënte manier aan dergelijke grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden mee te werken.
Amendement 193
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 92 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De EBA vaardigt richtsnoeren uit over de in lid 2 bedoelde sancties en zorgt ervoor dat deze doeltreffend, evenredig en ontradend zijn.
Amendement 194
Voorstel voor een richtlijn
Titel V
GEDELEGEERDE HANDELINGEN
GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN TECHNISCHE NORMEN
Amendement 195
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 93 bis (nieuw)
Artikel 93 bis
Technische normen
De EBA ontwikkelt technische reguleringsnormen tot vaststelling van de voorwaarden voor de toepassing van de eigenvermogensvereisten als bedoeld in de artikelen 7 en 8 en de beschermingsvereisten als omschreven in artikel 9.
De EBA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische regulateringsnormen overeenkomst de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 bedoelde procedure vast te stellen.
Amendement 196
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 94 - lid 5
5.   Een overeenkomstig artikel 93 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. De termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
5.   Een overeenkomstig artikel 93 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. De termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Amendement 197
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 94 bis (nieuw)
Artikel 94 bis
Gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen
1.  De EBA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de ECB en na raadpleging van het in artikel 5, lid 3 bis, bedoelde adviespanel, technische reguleringsnormen in de vorm van gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen om te bepalen hoe rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders en derde betalingsdienstaanbieders of derde uitgevers van betaalinstrumenten met elkaar moeten communiceren.
De EBA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ...* voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
2.  De in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen omvatten technische en functionele specificaties voor het doorsturen van informatie en zich vooral gericht op het optimaliseren van de veiligheid en de efficiëntie van de communicatie.
3.  De gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen bepalen met name, op grond van de bepalingen van de artikelen 58 en 87, hoe derde betalingsdienstaanbieders zich bij rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders moeten authenticeren en hoe rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders derde betalingsdienstaanbieders op de hoogte moeten brengen en informatie moeten verstrekken.
4.  De EBA zorgt er in nauwe samenwerking met de ECB voor dat de gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen worden ontwikkeld na passende raadpleging van alle belanghebbenden op de markt voor betalingsdiensten, met inbegrip van belanghebbenden buiten de banksector.
5.  De lidstaten zorgen ervoor dat de gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen worden gebruikt door de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders, de derde betalingsdienstaanbieders en de derde uitgevers van betaalinstrumenten.
6.  De gemeenschappelijke en beveiligde open communicatienormen worden regelmatig getoetst aan innovaties en technische ontwikkelingen.
7.  Dit artikel laat de toepassing van andere in deze richtlijn neergelegde verplichtingen onverlet.
_________
* 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 198
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 94 ter (nieuw)
Artikel 94 ter
1.  De EBA stelt op haar website een lijst beschikbaar van alle vergunninghoudende betalingsdienstaanbieders in de Unie.
2.  Deze lijst vermeldt ook alle vergunninghoudende betalingsdienstaanbieders wier registratie is ingetrokken, alsmede de redenen daarvoor.
3.  Alle betalingsdienstaanbieders zetten op hun website een rechtstreekse link naar de website van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, die een lijst van alle vergunninghoudende betalingsdienstaanbieders bijhoudt.
Amendement 199
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 94 quater (nieuw)
Artikel 94 quater
Verplichting om de consumenten over hun rechten te informeren
1.  Uiterlijk ... * brengt de Commissie een gebruikersvriendelijke elektronische brochure uit waarin op duidelijke en bevattelijke wijze de rechten van de consument uit hoofde van deze richtlijn en van aanverwante Uniewetgeving worden vermeld, nadat zij over de ontwerpbrochure een openbare raadpleging heeft georganiseerd.
2.  De in lid 1 bedoelde brochure wordt voor alle consumenten in de Unie en voor andere belangstellende partijen beschikbaar gesteld op de websites van de Commissie, de EBA en de nationale bankentoezichthouders, en is gemakkelijk te downloaden en naar andere websites over te brengen. De Commissie stelt de lidstaten, de betalingsdienstaanbieders en de consumentenverenigingen van de publicatie van de brochure op de hoogte.
3.  De betalingsdienstaanbieders zien erop toe dat de brochure aan alle consumenten, inclusief niet-cliënten, in haar oorspronkelijke formaat op hun websites in elektronische vorm en bij hun filialen, hun agenten en de entiteiten waaraan zij hun activiteiten uitbesteden in papiervorm beschikbaar wordt gesteld.
Bij deze filialen, agenten en entiteiten wordt de volgende, goed leesbare mededeling met de volgende tekst op een voor de consumenten duidelijk leesbare manier geafficheerd: "Vraag bij de balie schriftelijke informatie over uw rechten als betalingsdienstengebruiker".
Op hun websites moet de volgende duidelijk zichtbare mededeling te lezen zijn: "Klik hier voor informatie over uw rechten als betalingsdienstengebruiker". De betalingsdienstaanbieders dragen er bovendien zorg voor dat deze informatie voor hun cliënten te allen tijde gemakkelijk toegankelijk is via hun onlinerekening, voor zover die beschikbaar is.
4.  De brochure wordt met name elektronisch of in papiervorm verstrekt wanneer de cliënt enigerlei overeenkomst aangaat; wanneer het op de datum van publicatie van de brochure bestaande cliënten betreft , worden deze daarvan binnen een jaar nadat de Commissie de brochure heeft gepubliceerd in kennis gesteld.
5.  Alle betalingsdienstaanbieders zetten op hun website een rechtstreekse link naar de website van de bevoegde autoriteit die een lijst van alle gecertificeerde betalingsdienstaanbieders bijhoudt.
6.  Betalingsdienstaanbieders mogen hun cliënten geen kosten in rekening brengen voor het verstrekken van informatie uit hoofde van dit artikel.
7.  Ten behoeve van blinden en slechtzienden wordt het bepaalde in dit artikel met behulp van passende alternatieve middelen toegepast.
___________
* Twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 200
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 95 - lid 2
2.   Wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de in lid 1 bedoelde mogelijkheden, stelt hij de Commissie daarvan in kennis, alsook van eventuele latere wijzigingen. De Commissie stelt deze informatie beschikbaar voor het publiek via een website of op een andere gemakkelijk toegankelijke wijze.
2.   Wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de in lid 1 bedoelde mogelijkheden, stelt hij de Commissie daarvan in kennis, alsook van eventuele latere wijzigingen. De Commissie stelt deze informatie beschikbaar voor het publiek via een website of op een andere gemakkelijk toegankelijke wijze en stelt tegelijkertijd het Europees Parlement hiervan in kennis.
Amendement 201
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 96 – lid 1 bis (nieuw)
Uiterlijk ...* dient de Commissie een verslag in, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, over het effect van de opneming van driepartijensystemen in het toepassingsgebied van de bepalingen de toegang tot betalingssystemen, met name rekening houdend met de mate van concurrentie en het marktaandeel van de kaartsystemen.
____________
* Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

(1) De zaak werd terugverwezen naar de Commissie uit hoofde van artikel 57, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A7-0169/2014).

Juridische mededeling - Privacybeleid