Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/0196(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0087/2014

Ingediende teksten :

A7-0087/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2014 - 7.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0397

Aangenomen teksten
PDF 1747kWORD 1514k
Woensdag 16 april 2014 - Straatsburg
Bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten ***I
P7_TA(2014)0397A7-0087/2014
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 16 april 2014 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (herschikking) (COM(2012)0403 – C7-0197/2012 – 2012/0196(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0403),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0197/2012),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 november 2012(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien het Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten(2),

–  gezien de brief d.d. 11 november 2013 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid overeenkomstig artikel 87, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 87 en 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0087/2014),

A.  overwegende dat het betreffende voorstel volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel van de Commissie worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die inhoudelijke wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel een eenvoudige codificatie van de bestaande teksten behelst, zonder inhoudelijke wijziging;

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 11 van 15.1.2013, blz. 85.
(2) PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 16 april 2014 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2014 van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (herschikking)
P7_TC1-COD(2012)0196

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1 ,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het voorstel aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Na raadpleging van het advies van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer(3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd(4). Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die verordening te worden overgegaan.

(2)  Deze verordening heeft ten doel de bescherming te waarborgen van in het wild levende dier- en plantensoorten die door de handel worden bedreigd of zouden kunnen worden bedreigd .

(3)  De bepalingen van deze verordening doen geen afbreuk aan de strengere maatregelen die de lidstaten met inachtneming van het Verdrag kunnen nemen of handhaven, met name wat betreft het houden van specimens van soorten die onder deze verordening vallen.

(4)  Het is van belang objectieve criteria vast te stellen voor het opnemen van in het wild levende dier- en plantensoorten in de bijlagen bij deze verordening.

(5)  De tenuitvoerlegging van deze verordening vergt dat er gemeenschappelijk voorwaarden worden toegepast voor de afgifte, het gebruik en de overlegging van de documenten in verband met de toestemming om specimens van de soorten die onder deze verordening vallen, in de Unie binnen te brengen of uit de Unie uit te voeren dan wel weder uit te voeren. Het is van belang specifieke bepalingen vast te stellen voor de doorvoer van specimens door de Unie.

(6)  Een administratieve instantie van de lidstaat van bestemming, bijgestaan door de wetenschappelijke autoriteit van die lidstaat, heeft tot taak, in voorkomende gevallen met inachtneming van een advies van de wetenschappelijke adviesgroep, een beslissing te nemen over de verzoeken om specimens in de Unie te mogen binnenbrengen.

(7)  In het kader van de bepalingen inzake wederuitvoer moeten worden voorzien in een raadplegingsprocedure om het risico van overtredingen te beperken.

(8)  Er kunnen, ten behoeve van een doeltreffende bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten, aanvullende beperkingen worden opgelegd voor het binnenbrengen van specimens in de Unie en de uitvoer uit de Unie. Deze beperkingen voor levende specimens kunnen op Unieniveau worden aangevuld met beperkingen voor het houden en het vervoer binnen de Unie.

(9)  Het is noodzakelijk specifieke bepalingen vast te stellen voor specimens die in gevangenschap zijn geboren en opgegroeid of kunstmatig zijn voortgebracht, voor specimens die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen, alsmede voor leningen, schenkingen of uitwisselingen voor niet-commerciële doeleinden tussen bekende wetenschappers en erkende wetenschappelijke instellingen.

(10)  Ten behoeve van een volledigere bescherming van de onder deze verordening vallende soorten, is het noodzakelijk bepalingen vast te stellen voor de controle in de Unie op de handel en het vervoer van de soorten, alsmede op de manier waarop deze worden ondergebracht. Voor de certificaten die uit hoofde van deze verordening worden afgegeven en die bijdragen tot de controle op deze activiteiten, moeten gemeenschappelijk regels worden vastgesteld inzake afgifte, geldigheid en gebruik.

(11)  Er moeten maatregelen worden genomen om de negatieve gevolgen voor de levende specimens van het vervoer naar, uit of binnen de Unie , zo gering mogelijk te houden.

(12)  Ten behoeve van een doeltreffende controle en ter vergemakkelijking van de douaneprocedure, is het van belang douanekantoren aan te wijzen die over gekwalificeerd personeel beschikken en die zullen worden belast met het vervullen van de nodige formaliteiten en bijbehorende verificaties bij het binnenbrengen in de Unie teneinde de specimens een douanebestemming te geven in de zin van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (5), of bij uitvoer of wederuitvoer uit de Unie. Men dient eveneens te beschikken over voorzieningen die garanderen dat de levende specimens zorgvuldig worden ondergebracht en behandeld.

(13)  Voor de tenuitvoerlegging van deze verordening door de lidstaten moeten ook administratieve instanties en wetenschappelijke autoriteiten worden aangewezen.

(14)  Voorlichting en bewustmaking van het publiek, met name op de grensposten, over de uitvoeringsbepalingen van deze verordening, kunnen de naleving van deze bepalingen vergemakkelijken.

(15)  Ten behoeve van een doeltreffende toepassing van deze verordening, moeten de lidstaten aandachtig toezien op de naleving van haar bepalingen en moeten zij daartoe nauw met elkaar en met de Commissie samenwerken. Dit vereist dat er informatie in verband met de tenuitvoerlegging van deze verordening wordt doorgegeven.

(16)  Het toezicht op de omvang van het handelsverkeer in de in het wild levende dier- en plantensoorten die onder deze verordening vallen, is van cruciaal belang voor de beoordeling van de effecten van de handel op de staat van instandhouding van de soorten. Er moeten gedetailleerde jaarverslagen worden opgesteld volgens een gemeenschappelijk model.

(17)  Het is voor de naleving van deze verordening van belang dat de lidstaten aan personen die inbreuken plegen adequate sancties opleggen die in een passende verhouding staan tot de aard en de ernst daarvan.

(18)  Gezien de talrijke biologische en ecologische aspecten die bij de tenuitvoerlegging van deze verordening in aanmerking moeten worden genomen, is het van belang een wetenschappelijke studiegroep op te richten waarvan de adviezen door de Commissie aan het comité en aan de administratieve instanties van de lidstaten zullen worden meegedeeld teneinde deze bij hun besluitvorming te helpen.

(19)  Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening aan te vullen of te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanneming van bepaalde maatregelen om de handel in in het wild levende dier- en plantensoorten te reguleren, van bepaalde wijzigingen in de bijlagen bij deze verordening alsook van bijkomende maatregelen om de resoluties van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten” (CITES) (hierna „de Overeenkomst” genoemd), besluiten of aanbevelingen van het Permanent Comité van de Overeenkomst, en de aanbevelingen van het secretariaat van de Overeenkomst ten uitvoer te leggen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. 

(20)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend, in het bijzonder voor de bepaling van het design, het model en het formaat van bepaalde documenten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(6), [Am. 1]

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

Deze verordening heeft ten doel, in het wild levende dier- en plantensoorten te beschermen en in stand te houden door de controle op het desbetreffende handelsverkeer overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 22 en de bijlagen A tot en met D, zoals weergegeven in bijlage I, hierna „bijlage A”, „bijlage B”, „bijlage C” en „bijlage D” genoemd.

Deze verordening is van toepassing met inachtneming van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van de in artikel 2, onder b), omschreven Overeenkomst.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)  „het comité”: het in artikel 21, lid 1, bedoelde comité;

b)  „de Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES);

c)  „land van herkomst”: land waar een specimen is gevangen of aan de natuur is onttrokken, in gevangenschap is gekweekt of door kunstmatige voortplanting is verkregen;

d)  „kennisgeving van invoer”: de kennisgeving die op het moment dat een specimen van een in bijlage C of D genoemde soort in de Unie wordt binnengebracht, door de invoerder, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger wordt gedaan op het in artikel 19 10, lid 2 1 quinquies, bedoelde formulier; [Am. 2]

e)  „aanvoer vanuit zee”: het rechtstreeks binnenbrengen in de Unie van een specimen dat is onttrokken aan het mariene milieu dat niet tot het rechtsgebied van enige staat behoort, met inbegrip van het luchtruim boven de zee en de zeebodem en ondergrond daaronder;

f)  „afgifte”: de afhandeling van de gehele procedure van het opstellen en valideren van een vergunning of certificaat, alsmede de overhandiging daarvan aan de aanvrager;

g)  „administratieve instantie”: een nationale administratieve instantie die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 13, lid 1, waar het een lidstaat betreft en overeenkomstig artikel IX van de Overeenkomst waar het een derde land betreft dat partij is bij de Overeenkomst;

h)  „lidstaat van bestemming”: de lidstaat van bestemming die wordt vermeld in het document voor de uitvoer of de wederuitvoer van een specimen; in geval van aanvoer vanuit zee de lidstaat waaronder de plaats van bestemming van een specimen ressorteert;

i)  „ ten verkoop aanbieden ”: het te koop aanbieden alsmede elke handeling die redelijkerwijs als dusdanig uitgelegd kan worden, met inbegrip van rechtstreekse of onrechtstreekse reclame met het oog op verkoop en het uitnodigen tot zaken doen;

j)  „persoonlijke bezittingen of huisraad”: dode specimens alsmede delen en producten daarvan, die een particulier toebehoren en die deel uitmaken van zijn gewone persoonlijke bezittingen of daartoe bestemd zijn;

k)  „plaats van bestemming”: de plaats die op het moment van het binnenbrengen van de specimens in de Unie geldt als hun voorziene gewone bewaarplaats; voor levende specimens is dit de eerste plaats waar zij naar verwachting zullen worden ondergebracht na afloop van een eventuele quarantaine of enige andere vorm van isolatie ten behoeve van sanitaire keuring en controle;

l)  „populatie”: een volledige in biologisch of geografisch opzicht onderscheiden groep individuen;

m)  „overwegend commerciële doeleinden”: alle doeleinden waarvan de niet-commerciële aspecten niet duidelijk de overhand hebben;

n)  „wederuitvoer uit de Unie ”: uitvoer uit de Unie van een specimen dat daar eerder is binnengebracht;

o)  „reïntroductie in de Unie ”: het binnenbrengen van een specimen dat eerder werd uitgevoerd of wederuitgevoerd;

p)  „verkoop”: alle vormen van verkoop. Voor de toepassing van deze verordening worden huur, ruil of uitwisseling gelijkgesteld met verkoop; uitdrukkingen van dezelfde strekking worden in dezelfde zin geïnterpreteerd;

q)  „wetenschappelijke autoriteit”: een door een lidstaat overeenkomstig artikel 13, lid 2, of door een derde land dat partij is bij de Overeenkomst conform artikel IX van de Overeenkomst, aangewezen wetenschappelijke autoriteit;

r)  „wetenschappelijke studiegroep”: het bij artikel 17 ingestelde adviesorgaan;

s)  „soort”: een soort, ondersoort of populatie daarvan;

t)  „specimen”: elk dier of elke plant, dood of levend, van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten, elk deel daarvan en elk daarvan verkregen product, al dan niet in andere goederen vervat, alsmede alle goederen waarvan op grond van een bewijsstuk, verpakking, merkteken of etiket of enige andere omstandigheid moet worden aangenomen dat het gaat om delen of producten van tot deze soorten behorende dieren of planten, tenzij deze delen of producten door middel van een aanduiding in die zin in de bijlagen waarin de betrokken soorten worden genoemd, expliciet van het toepassingsgebied van deze verordening of van de bepalingen met betrekking tot de betrokken bijlage zijn uitgesloten.

Een specimen wordt beschouwd als een specimen behorend tot één van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten indien het een dier of een plant is, dan wel een deel of een afgeleid product van een dier of een plant, waarvan ten minste één „ouder” tot een dergelijke soort behoort. Wanneer de „ouders” van een dergelijk dier of een dergelijke plant behoren tot soorten die in verschillende bijlagen worden genoemd, of tot soorten waarvan er slechts één in een bijlage wordt genoemd, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage van toepassing. Voor specimens van hybride planten waarvan slechts een „ouder” behoort tot een in bijlage A genoemde soort, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage evenwel slechts van toepassing indien zulks met betrekking tot deze soort in de bijlage is vermeld;

u)  „handel”: het binnenbrengen in de Unie met inbegrip van de aanvoer vanuit zee, de uitvoer en wederuitvoer vanuit de Unie en het gebruik, het vervoer en de overdracht van eigendom, in de Unie of in een lidstaat, van specimens waarop de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn;

v)  „doorvoer”: het vervoeren van specimens tussen twee punten buiten de Unie via het grondgebied van de Unie , naar een met name genoemde consignataris en zonder andere onderbrekingen van de reis dan die welke bij deze vorm van vervoer onvermijdelijk zijn;

w)  „meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte specimens”: specimens die vóór 3 maart 1947 ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat en waarvan ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven. Dergelijke specimens gelden enkel als bewerkt indien zij duidelijk passen in een van de genoemde categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig zijn;

x)  „controles bij het binnenbrengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de doorvoer”: de documentcontrole betreffende de bij deze verordening vereiste certificaten, vergunningen en kennisgevingen en, indien bepalingen van de Unie zulks voorschrijven of in de overige gevallen door een representatieve steekproef van de zendingen, het onderzoek van specimens, eventueel vergezeld van een monsterneming voor een grondiger onderzoek of controle.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1.  Bijlage A omvat:

a)  de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor de lidstaten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b)  soorten:

i)  die voor gebruik in de Unie afgenomen worden of kunnen worden of die het voorwerp van internationale handel uitmaken of kunnen uitmaken, en die met uitsterven bedreigd worden dan wel zo zeldzaam zijn dat ook het meest beperkte handelsverkeer het voortbestaan van de soort in gevaar zou brengen;

of

ii)  die behoren tot een genus waarvan de meeste soorten, of die een soort vormen waarvan de meeste ondersoorten, op basis van de onder a) of onder b), i), vermelde criteria in bijlage A zijn opgenomen en die zelf ook in die bijlage dienen te worden opgenomen, omdat anders een doeltreffende bescherming van de beoogde taxa onmogelijk is.

2.  Bijlage B omvat:

a)  de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in bijlage A zijn opgenomen, en waarvoor de lidstaten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b)  de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt;

c)  niet in de bijlagen I of II bij de Overeenkomst opgenomen soorten:

i)  die het voorwerp uitmaken van zoveel internationale handel dat deze een bedreiging zou kunnen vormen:

–  voor het voortbestaan van deze soorten, of het voortbestaan van de populaties daarvan in bepaalde landen; of

–  voor de instandhouding van de populatie op een voldoende getalsterkte opdat deze soorten in de ecosystemen waarin ze voorkomen hun rol naar behoren zouden kunnen vervullen;

of

ii)  waarvan de opneming in de bijlage, gezien hun uiterlijke gelijkenis met andere in bijlage A of B opgenomen soorten, onontbeerlijk is om de handel in tot deze soorten behorende specimens daadwerkelijk te kunnen controleren;

d)  soorten waarvan vaststaat dat het binnenbrengen van levende specimens in het natuurlijk milieu van de Unie een ecologische bedreiging vormt voor inheemse, in het wild levende dier- en plantensoorten van de Unie.

3.  Bijlage C omvat:

a)  de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in bijlage A of B zijn opgenomen en waarvoor de lidstaten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b)  de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

4.  Bijlage D omvat:

a)  niet in de bijlagen A, B en C vermelde soorten waarvan de omvang van de invoer in de Unie een controle rechtvaardigt;

b)  de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

5.  Waar het bestand van de soorten die onder deze verordening vallen, hun opname in één van de bijlagen bij de Overeenkomst noodzakelijk maakt, zullen de lidstaten aan de nodige wijzigingen bijdragen.

Artikel 4

Binnenbrengen in de Unie 

1.  Specimens van in bijlage A genoemde soorten mogen slechts in de Unie worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de lidstaat van bestemming.

Die invoervergunning mag enkel worden afgegeven met inachtneming van de in lid 6 opgelegde beperkingen en indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a)  uitgaande van het advies van de wetenschappelijke studiegroep is de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van mening dat het binnenbrengen in de Unie:

i)  geen nadelig effect zal hebben op de instandhouding of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort;

ii)  geschiedt:

–  voor een van de in artikel 8, lid 3, onder e), f) en g), genoemde doeleinden; dan wel

–  voor andere doeleinden die het voortbestaan van de betrokken soort niet nadelig beïnvloeden;

b)  i) de aanvrager bewijst dat de specimens zijn verkregen overeenkomstig de wetgeving betreffende de bescherming van de betrokken soort, hetgeen, in het geval van de invoer uit derde landen van specimens van een in de bijlagen bij de Overeenkomst opgenomen soort inhoudt dat een conform de Overeenkomst door een bevoegde autoriteit van het land van uitvoer of wederuitvoer afgegeven uitvoervergunning, wederuitvoercertificaat of een kopie daarvan, dient te worden overgelegd;

ii)  voor de afgifte van een invoervergunning voor de soorten die in bijlage A zijn opgenomen op grond van artikel 3, lid 1, onder a), is een dergelijk bewijsstuk evenwel niet vereist, maar de originele invoervergunning wordt pas aan de aanvrager overhandigd, nadat hij een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat heeft voorgelegd;

c)  de bevoegde wetenschappelijke autoriteit heeft de zekerheid verkregen dat levende specimens op de plaats van bestemming zullen worden ondergebracht in ruimten die beschikken over adequate voorzieningen om de specimens in stand te houden en goed te verzorgen;

d)  de administratieve instantie heeft de zekerheid verkregen dat het specimen niet voor overwegend commerciële doeleinden gebruikt zal worden;

e)  de administratieve instantie heeft via overleg met de bevoegde wetenschappelijke autoriteit de zekerheid verkregen dat er geen andere argumenten in verband met de instandhouding van de soort pleiten tegen de afgifte van de invoervergunning; en

f)  in geval van aanvoer vanuit zee heeft de administratieve instantie de zekerheid verkregen dat levende specimens op een zodanige wijze voor vervoer worden gereedgemaakt en verzonden dat de risico's van verwonding, ziekte of ruwe behandeling worden voorkomen.

2.  Specimens van in bijlage B genoemde soorten mogen slechts in de Unie worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de lidstaat van bestemming.

De invoervergunning mag enkel worden afgegeven met inachtneming van de in lid 6 opgelegde beperkingen en wanneer:

a)  de bevoegde wetenschappelijke autoriteit, na onderzoek van de beschikbare gegevens en uitgaande van het advies van de wetenschappelijke studiegroep, oordeelt dat het binnenbrengen in de Unie , rekening houdend met het huidige of te verwachten niveau van de handel, geen nadelig effect zal hebben op de instandhouding of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort. Dit advies blijft geldig voor latere invoer, zolang de bovenvermelde elementen niet ingrijpend zijn gewijzigd;

b)  de aanvrager aan de hand van documenten staaft dat levende specimens op de plaats van bestemming zullen worden ondergebracht in ruimten die beschikken over adequate voorzieningen om de specimens in stand te houden en goed te verzorgen;

c)  aan de voorwaarden van lid 1, onder b), i), e) en f), is voldaan.

3.  Specimens van de in bijlage C genoemde soorten mogen slechts in de Unie worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan, en:

a)  de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, door middel van een overeenkomstig de Overeenkomst door een daartoe bevoegde autoriteit van het betrokken land afgegeven uitvoervergunning staaft dat de specimens zijn verkregen in overeenstemming met de nationale wetgeving inzake de instandhouding van de betrokken soort; of

b)  de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat niet met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, of in geval van wederuitvoer uit welk land ook, een overeenkomstig de Overeenkomst door een bevoegde autoriteit van het land van uitvoer of wederuitvoer afgegeven uitvoervergunning, wederuitvoercertificaat of certificaat van oorsprong voorlegt.

4.  Specimens van de in bijlage D genoemde soorten mogen slechts in de Unie worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan.

5.  De in lid 1, onder a) en d), en in lid 2, onder a), b) en c), genoemde voorwaarden voor de afgifte van een invoervergunning zijn niet van toepassing op specimens waarvoor de aanvrager aan de hand van een document bewijst:

a)  dat zij voorheen langs legale weg in de Unie zijn binnengebracht of verworven en dat zij, al dan niet gewijzigd, opnieuw in de Unie worden binnengebracht; of

b)  dat het bewerkte specimens zijn die meer dan 50 jaar geleden werden verkregen.

6.  In De Commissie is bevoegd om na overleg met de betrokken landen van herkomst en met inachtneming van de adviezen van de wetenschappelijke studiegroep kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 20 tot vaststelling gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het instellen van algemene — of bepaalde landen van herkomst betreffende — beperkingen opleggen ten aanzien van het binnenbrengen in de Unie : [Am. 3]

a)  van specimens van in bijlage A genoemde soorten, op basis van de in lid 1, onder a), i), of e), genoemde voorwaarden;

b)  van specimens van in bijlage B genoemde soorten, op basis van de in lid 1, onder e), of lid 2, onder a), genoemde voorwaarden; en

c)  van levende specimens van in bijlage B genoemde soorten die een grote sterfte tijdens het vervoer vertonen of waarvan vaststaat dat zij in gevangenschap een drastisch verlaagde levensverwachting hebben; of

d)  van levende specimens van soorten waarvan vaststaat dat introductie in het natuurlijk milieu van de Unie een ecologische bedreiging vormt voor inheemse in het wild levende dier- en plantensoorten van de Unie.

De in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. [Am. 4]

De Commissie maakt elk kwartaal een lijst van de eventuele overeenkomstig de eerste alinea opgelegde beperkingen in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.

7.  Indien bepaalde specimens, nadat zij in de Unie zijn binnengebracht, op schepen worden overgeladen, dan wel per vliegtuig of per spoor worden vervoerd, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het toestaan van ontheffingen op de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel bedoelde controle en voorlegging van invoerdocumenten in het douanekantoor aan de grens waar zij worden binnengebracht, zodat deze controle en voorlegging in een ander, overeenkomstig artikel 12, lid 1, aangewezen douanekantoor kunnen geschieden.

Artikel 5

Uitvoer of wederuitvoer uit de Unie 

1.  Specimens van de in bijlage A genoemde soorten mogen slechts uit de Unie uitgevoerd of wederuitgevoerd worden indien de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten worden vervuld, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd, dat is afgegeven door een administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden.

2.  Voor de in bijlage A genoemde specimens mag enkel een uitvoervergunning worden afgegeven indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a)  de bevoegde wetenschappelijke autoriteit heeft in een schriftelijk advies gesteld dat het vangen of verzamelen van de specimens of de uitvoer daarvan geen nadelig effect heeft op de instandhouding van de soort of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort;

b)  de aanvrager staaft aan de hand van documenten dat de specimens verkregen zijn overeenkomstig de vigerende wetgeving betreffende de bescherming van de betrokken soort; indien de aanvraag wordt ingediend bij een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst, kan zulks geschieden door middel van een certificaat waarin wordt verklaard dat het specimen aan zijn natuurlijk milieu is onttrokken overeenkomstig de vigerende wetgeving op zijn grondgebied;

c)  de administratieve instantie heeft de zekerheid verkregen dat:

i)  levende specimens op een zodanige wijze voor vervoer gereed gemaakt en verzonden zullen worden dat de risico's van verwonding, ziekte of ruwe behandeling tot een minimum beperkt zijn; en

ii)  – de specimens van soorten die niet in bijlage I bij de Overeenkomst zijn vermeld, niet voor overwegend commerciële doeleinden zullen worden gebruikt; of

–  in geval van uitvoer van specimens van de in artikel 3, lid 1, onder a), bedoelde soorten naar een Staat die partij is bij de Overeenkomst, een invoervergunning is afgegeven;

en

d)  de administratieve instantie van de lidstaat heeft via overleg met de bevoegde wetenschappelijke autoriteit de zekerheid verkregen dat er geen andere argumenten in verband met de instandhouding van de soort pleiten tegen afgifte van de uitvoervergunning.

3.  Een wederuitvoercertificaat mag enkel worden afgegeven indien is voldaan aan de in lid 2, onder c) en d), genoemde voorwaarden en de aanvrager aan de hand van documenten bewijst dat de specimens:

a)  overeenkomstig de bepalingen van deze verordening in de Unie werden binnengebracht; of

b)  overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3626/82 van de Raad(7) in de Unie werden binnengebracht, indien dit plaatsvond vóór 3 maart 1997, of overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 in de Unie werden binnengebracht, indien dit plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening maar na 3 maart 1997; of 

c)  in de internationale handel zijn gebracht overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst, indien het gaat om vóór 1984 in de Unie binnengebrachte specimens; of

d)  langs legale weg op het grondgebied van een lidstaat werden binnengebracht voordat de in de onder a) en b) bedoelde verordeningen of de Overeenkomst op die specimens, of in die lidstaat, van toepassing werden.

4.  Specimens van de in de bijlagen B en C genoemde soorten mogen slechts uit de Unie worden uitgevoerd of wederuitgevoerd indien de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten worden vervuld, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd die/dat werd afgegeven door een administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden.

Een uitvoervergunning mag enkel worden afgegeven indien aan de in lid 2, onder a), b), c), i), en d), genoemde voorwaarden is voldaan.

Een wederuitvoercertificaat mag enkel worden afgegeven indien is voldaan aan de in lid 2, onder c), i) en d), en in lid 3, onder a), b), c), en d), genoemde voorwaarden.

5.  Indien een aanvraag voor een wederuitvoercertificaat betrekking heeft op specimens die bij binnenkomst in de Unie vergezeld gingen van een door een andere lidstaat afgegeven invoervergunning, pleegt de administratieve instantie vooraf overleg met de administratieve instantie die de invoervergunning heeft afgegeven. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van de overlegprocedures en de gevallen waarin overleg vereist is.

6.  De in lid 2, onder a) en c), ii), genoemde voorwaarden voor de afgifte van een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat zijn niet van toepassing op:

a)  bewerkte specimens die meer dan 50 jaar geleden werden verkregen; of

b)  dode specimens, delen daarvan en van deze specimens verkregen producten waarvoor de aanvrager aan de hand van documenten kan bewijzen dat zij langs legale weg zijn verkregen voordat de bepalingen van deze verordening, van Verordening (EG) nr. 338/97, van Verordening (EEG) nr. 3626/82 of van de Overeenkomst daarop van toepassing werden.

7.  De bevoegde wetenschappelijke autoriteit van elke lidstaat controleert de door die lidstaat afgegeven uitvoervergunningen voor specimens van de in bijlage B opgenomen soorten alsmede de daadwerkelijke uitvoer van deze specimens. Zodra een wetenschappelijke autoriteit van oordeel is dat de uitvoer van specimens behorend tot een dergelijke soort beperkt dient te worden met het oog op de instandhouding van die soort in haar gehele areaal op een niveau waarop zij haar rol in het ecosysteem waarin ze voorkomt naar behoren kan vervullen, en ver boven het niveau waarop zij overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), of onder b), i), voor opneming in bijlage A in aanmerking zou komen, deelt de wetenschappelijke autoriteit de bevoegde administratieve instantie schriftelijk mee welke de gepaste maatregelen zijn die moeten worden genomen om de afgifte van uitvoervergunningen voor de specimens van deze soort te beperken.

Wanneer een administratieve instantie van in de eerste alinea bedoelde maatregelen op de hoogte is gebracht, deelt zij die — tezamen met haar opmerkingen — mee aan de Commissie. De Commissie beveelt, indien nodig, door middel van uitvoeringshandelingen uitvoerbeperkingen met betrekking tot de betrokken soort aan. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 

Artikel 6

Afwijzing van aanvragen voor in de artikelen 4, 5 en 10 bedoelde vergunningen en certificaten

1.  Wanneer een lidstaat een aanvraag voor een vergunning of certificaat afwijst en wanneer het in het licht van de doelstellingen van deze verordening gaat om een significant geval, stelt hij de Commissie daarvan onverwijld in kennis en deelt hij haar de redenen van zijn afwijzing mee.

2.  Met het oog op de eenvormige toepassing van deze verordening deelt de Commissie aan de andere lidstaten de informatie mee die zij overeenkomstig lid 1 heeft verkregen.

3.  Wanneer een vergunning of certificaat wordt aangevraagd voor specimens waarvoor eerder een dergelijke aanvraag werd afgewezen, dient de aanvrager de bevoegde instantie waarbij de aanvraag wordt ingediend van deze vroegere afwijzing op de hoogte te brengen.

4.  De lidstaten erkennen de afwijzing van aanvragen door de bevoegde instanties van de andere lidstaten wanneer deze op bepalingen van de onderhavige verordening gebaseerd zijn.

De eerste alinea is evenwel niet van toepassing indien de omstandigheden fundamenteel gewijzigd zijn of indien een aanvraag stoelt op nieuwe documenten. Indien een administratieve instantie in dergelijke gevallen een vergunning of certificaat afgeeft, brengt zij de Commissie van deze afgifte en van de redenen daarvoor op de hoogte.

Artikel 7

Afwijkingen

1.  In gevangenschap geboren en gefokte of kunstmatig gekweekte specimens

Met uitzondering van de toepassing van artikel 8 zijn op specimens van de in bijlage A genoemde soorten die in gevangenschap zijn geboren en gefokt of kunstmatig zijn gekweekt, de bepalingen van toepassing die gelden voor specimens van in bijlage B genoemde soorten.

Voor kunstmatig gekweekte planten kan van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 worden afgeweken onder bijzondere voorwaarden.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a)  de criteria aan de hand waarvan moet worden uitgemaakt of een specimen in gevangenschap geboren en gefokt of kunstmatig gekweekt is en of dit al dan niet voor handelsdoeleinden gebeurde;

b)  de in de tweede alinea van dit lid bedoelde bijzondere voorwaarden inzake:

i)  het gebruik van fytosanitaire certificaten;

ii)  de transacties van ingeschreven handelaren en van de in lid 4 van dit artikel bedoelde wetenschappelijke instellingen; en

iii)  de handel in hybride specimens.

2.  Doorvoer

In afwijking van artikel 4 zijn, indien een specimen via de Unie wordt doorgevoerd, de controle en de overlegging van de voorgeschreven vergunningen, certificaten en kennisgevingen in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, niet vereist.

In het geval van soorten die overeenkomstig artikel 3, lid 1 en lid 2, onder a) en b), in de bijlagen zijn opgenomen, is de in de eerste alinea van dit lid bedoelde afwijking alleen van toepassing indien een geldig document voor uitvoer of wederuitvoer zoals in de Overeenkomst is bepaald, dat overeenkomt met de specimens waarvoor het als begeleidend document dient, en waarin de bestemming van het specimen nader wordt vermeld, is afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het derde land van uitvoer of wederuitvoer.

Indien het in de tweede alinea bedoelde document niet vóór de uitvoer of wederuitvoer is afgegeven, moet het specimen in beslag worden genomen en kan het in voorkomend geval verbeurd worden verklaard, tenzij het document achteraf toch wordt overgelegd onder bijzondere voorwaarden.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de bijzondere voorwaarden voor het achteraf overleggen van een document voor uitvoer of wederuitvoer.

3.  Persoonlijke bezittingen en huisraad

In afwijking van de artikelen 4 en 5 zijn de daarin vervatte bepalingen niet van toepassing op dode specimens, delen daarvan of daaruit verkregen producten van soorten genoemd in de bijlagen A tot en met D die vallen onder persoonlijke bezittingen of huisraad die in de Unie worden binnengebracht dan wel uit de Unie worden uitgevoerd of wederuitgevoerd, in overeenstemming met bijzondere bepalingen.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de bijzondere bepalingen betreffende de binnenbrenging, uitvoer of wederuitvoer van persoonlijke bezittingen of huisraad.

4.  Wetenschappelijke instellingen

De in de artikelen 4, 5, 8 en 9 bedoelde documenten behoeven niet te worden overgelegd wanneer het gaat om uitlening, schenking of uitwisseling voor niet‑commerciële doeleinden tussen wetenschappers en wetenschappelijke instellingen die door een administratieve instantie van de staat waarin zij zijn gevestigd, zijn ingeschreven, van specimens uit herbaria en van andere geconserveerde gedroogde of ingesloten specimens uit musea en van levende planten die voorzien zijn van een etiket waarvan het model wordt vastgesteld overeenkomstig de tweede alinea van dit lid of van een gelijksoortig etiket, afgegeven of goedgekeurd door een administratieve instantie van een derde land.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een model vast voor een etiket voor levende planten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 8

Bepalingen betreffende de controle op handelsactiviteiten

1.  De aankoop, het te koop vragen, de verwerving voor commerciële doeleinden, het tentoonstellen voor commerciële doeleinden, het gebruik met winstoogmerk en het verkopen, het in bezit hebben met het oog op verkoop, het ten verkoop aanbieden of het vervoeren met het oog op verkoop van specimens van de in bijlage A genoemde soorten, is verboden.

2.  De lidstaten kunnen het in bezit hebben van specimens, met name van tot de in bijlage A genoemde soorten behorende levende dieren, verbieden.

3.  In overeenstemming met de voorschriften van andere wetgeving van de Unie betreffende de instandhouding van wilde fauna en flora kan per geval ontheffing van de in lid 1 genoemde verbodsbepalingen worden verleend door afgifte van een daartoe strekkend certificaat door een administratieve instantie van de lidstaat waarin de specimens zich bevinden, indien de specimens:

a)  werden verkregen of in de Unie werden binnengebracht voordat de bepalingen betreffende de soorten als genoemd in bijlage I bij de Overeenkomst of in bijlage C 1 bij Verordening (EEG) nr. 3626/82 of in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 338/97 of bij de onderhavige verordening, van toepassing werden op die specimens; of

b)  bewerkte specimens zijn die meer dan 50 jaar geleden zijn verkregen; of

c)  in de Unie werden binnengebracht overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 of van deze verordening en bestemd zijn om te worden gebruikt voor doeleinden die het voortbestaan van de betrokken soort niet nadelig beïnvloeden; of

d)  in gevangenschap geboren en gefokte specimens zijn van een diersoort of kunstmatig gekweekte specimens van een plantensoort of een deel van zo'n dier of zo'n plant zijn of daaruit zijn verkregen; of

e)  onder bijzondere omstandigheden en met naleving van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad(8) nodig zijn met het oog op de vooruitgang van de wetenschap of voor belangrijke biomedische doeleinden indien de betrokken soort de enige blijkt te zijn die daarvoor geschikt is, en geen in gevangenschap geboren en gefokte specimens van die soort beschikbaar zijn; of

f)  bestemd zijn voor fok- of kweekdoeleinden en dientengevolge zullen bijdragen tot de instandhouding van de betrokken soorten; of

g)  bestemd zijn voor onderzoek of onderwijs dat de bescherming of de instandhouding van de soort op het oog heeft; of

h)  van oorsprong zijn uit een lidstaat en overeenkomstig de in die lidstaat geldende wetgeving aan hun natuurlijk milieu werden onttrokken.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot algemene afwijkingen van de verbodsbepalingen van lid 1 van dit artikel, op basis van de voorwaarden van lid 3 , alsmede algemene afwijkingen met betrekking tot de soorten die overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), ii), in bijlage A zijn opgenomen. Dergelijke afwijkingen moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van andere wetgeving van de Unie inzake de instandhouding van wilde fauna en flora.

5.  De in lid 1 genoemde verbodsbepalingen gelden ook voor specimens van de soorten genoemd in bijlage B, behalve indien ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat is aangetoond dat die specimens verkregen werden en, indien zij niet uit de Unie afkomstig zijn, daarin werden binnengebracht overeenkomstig de geldende wetgeving inzake de instandhouding van de wilde flora en fauna.

6.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen de specimens van de in de bijlagen B, C en D genoemde soorten die zij uit hoofde van deze verordening verbeurd hebben verklaard, verkopen op voorwaarde dat zij op deze wijze niet rechtstreeks terugkeren naar de natuurlijke of rechtspersoon waarvan zij in beslag werden genomen of die medeschuldig aan de inbreuk is. Deze specimens kunnen dan voor alle doeleinden worden gebruikt alsof zij legaal waren verworven.

Artikel 9

Vervoer van levende specimens

1.  Voor elk vervoer binnen de Unie van een levend specimen van een soort opgenomen in bijlage A van de plaats die vermeld wordt op de invoervergunning of op een certificaat dat in overeenstemming met deze verordening is afgegeven, is de voorafgaande toestemming vereist van een administratieve instantie van de lidstaat waarin het specimen zich bevindt. In de overige gevallen van vervoer moet de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer in voorkomend geval het bewijs van de wettelijke oorsprong van het specimen kunnen leveren.

2.  Toestemming wordt:

a)  alleen verleend wanneer de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van die lidstaat of — indien het vervoer naar een andere lidstaat plaatsvindt — wanneer de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van deze laatste zich ervan heeft vergewist dat de geplande accommodatie op de plaats van bestemming van een levend specimen voldoende is uitgerust om het in stand te houden en goed te verzorgen;

b)  bevestigd door afgifte van een certificaat; en

c)  indien van toepassing, onmiddellijk meegedeeld aan een administratieve instantie van de lidstaat waarnaar het specimen zal worden verzonden.

3.  Deze toestemming is evenwel niet vereist indien een levend dier voor een urgente veterinaire behandeling moet worden vervoerd en daarna rechtstreeks wordt teruggebracht naar de plaats waar het zich mag bevinden.

4.  Indien een levend specimen van een soort genoemd in bijlage B binnen de Unie wordt vervoerd, mag degene die het specimen in zijn bezit heeft, hiervan uitsluitend afstand doen indien de toekomstige ontvanger voldoende is ingelicht over het onderbrengen, de uitrusting en de handelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het specimen op gepaste wijze zal worden behandeld.

5.  Indien levende specimens vervoerd worden naar, uit of binnen de Unie , of bij doorvoer of overlading op een bepaalde plaats worden gehouden, dienen zij op een zodanige wijze te worden gereedgemaakt, vervoerd en verzorgd dat risico's van verwondingen, ziekte en ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt en dit, indien het om dieren gaat, in overeenstemming met de regelgeving van de Unie inzake de bescherming van dieren gedurende het vervoer.

6.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot beperkingen ten aanzien van het in het bezit hebben of vervoer van levende specimens van soorten waarvoor overeenkomstig artikel 4, lid 6, beperkingen inzake het binnenbrengen in de Unie zijn vastgesteld.

Artikel 10

Af te geven vergunningen, kennisgevingen en certificaten [Am. 5]

1.  Wanneer zij van de betrokkene een van de nodige bewijsstukken vergezelde aanvraag ontvangt en wanneer is voldaan aan de voorwaarden inzake afgifte, kan een administratieve instantie van een lidstaat een certificaat afgeven voor de doeleinden van artikel 5, lid 2, onder b), artikel 5, lid 3, artikel 5, lid 4, artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 2, onder b).

1 bis.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast ter vaststelling van het ontwerp van de in lid 1 bedoelde certificaten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. [Am. 6]

1 ter.  De administrative instantie van een lidstaat kan een vergunning afgeven voor de doeleinden van artikel 4, leden 1 en 2, en artikel 5, leden 1 en 4 na ontvangst van een door de betrokken persoon ingediende aanvraag en de vereiste bewijsstukken mits is voldaan aan alle vereisten inzake afgifte. [Am. 7]

1 quater.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast ter vaststelling van het ontwerp van de in lid 1 ter bedoelde vergunning. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. [Am. 8]

1 quinquies De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast ter vaststelling van het ontwerp van de in artikel 4, leden 3 en 4, bedoelde kennisgeving van invoer. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. [Am. 9]

Artikel 11

Geldigheid van en speciale voorwaarden met betrekking tot vergunningen en certificaten

1.  Onverminderd strengere maatregelen die de lidstaten kunnen aannemen of handhaven zijn vergunningen en certificaten die overeenkomstig deze verordening door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn verstrekt, in de hele Unie geldig.

2.  Elke vergunning of elk certificaat, alsmede elke vergunning of elk certificaat die/dat op basis daarvan werd afgegeven, wordt als nietig beschouwd indien door een bevoegde autoriteit of door de Commissie in overleg met de bevoegde autoriteit die de vergunning of het certificaat heeft afgegeven , wordt bewezen dat dit is geschied aan de hand van de foute veronderstelling dat aan de voorwaarden voor afgifte was voldaan.

Specimens die zich bevinden op het grondgebied van een lidstaat en waarvoor dat soort documenten werd opgemaakt, worden in beslag genomen door de bevoegde autoriteiten van die lidstaat en kunnen verbeurd worden verklaard.

3.  Aan elke vergunning of elk certificaat dat overeenkomstig deze verordening door een autoriteit werd afgegeven, kunnen voorwaarden en vereisten worden verbonden die door die autoriteit zijn opgelegd om te garanderen dat aan de bepalingen daarvan wordt voldaan. Indien dergelijke voorwaarden als vereisten als standaardformulering in vergunningen of certificaten dienen te worden opgenomen, stellen de lidstaten de Commissie daarvan in kennis.

4.  Elke invoervergunning die is afgegeven op basis van een kopie van de overeenkomstige uitvoervergunning, respectievelijk het overeenkomstige wederuitvoercertificaat, is alleen geldig voor het binnenbrengen van specimens in de Unie indien zij vergezeld gaat van het originele exemplaar van de uitvoervergunning, respectievelijk van het uitvoercertificaat.

5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de termijnen voor de afgifte van vergunningen en certificaten .

Artikel 12

Plaats van binnenkomst en uitvoer

1.  De lidstaten wijzen de douanekantoren aan waar de controles en formaliteiten worden vervuld voor het binnenbrengen in de Unie , ten behoeve van het verlenen van een douanebestemming overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92, en voor de uitvoer uit de Unie van specimens van onder deze verordening vallende soorten; zij geven tevens aan welke douanekantoren speciaal voor levende specimens zijn bestemd.

2.  Alle krachtens lid 1 aangewezen kantoren worden voorzien van voldoende en deskundig personeel. De lidstaten zorgen ervoor dat adequate accommodatievoorzieningen beschikbaar zijn, overeenkomstig de bepalingen van de relevante wetgeving van de Unie inzake het vervoer en het onderbrengen van levende dieren en, wanneer zulks nodig is, dat adequate voorzieningen voor levende planten worden getroffen.

3.  Alle overeenkomstig lid 1 aangewezen kantoren worden meegedeeld aan de Commissie, die de lijst ervan publiceert in het Publicatieblad van de Europese Unie.

4.  In uitzonderlijke gevallen en overeenkomstig bijzondere criteria kan een administratieve instantie toestemming geven om de betrokken specimens via een ander douanekantoor dan die welke overeenkomstig lid 1 zijn aangewezen, in de Unie binnen te brengen, c.q. daaruit uit te voeren of weder uit te voeren.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de bijzondere criteria aan de hand waarvan toestemming voor de binnenbrenging, uitvoer of wederuitvoer via een ander douanekantoor kan worden gegeven.

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek bij de grenspost wordt geïnformeerd over de krachtens deze verordening vastgestelde bepalingen .

Artikel 13

Administratieve instanties, wetenschappelijke autoriteiten en andere bevoegde instanties

1.  Iedere lidstaat wijst een administratieve hoofdinstantie aan die belast wordt met de uitvoering van deze verordening en de contacten met de Commissie.

Iedere lidstaat kan tevens nog meer administratieve instanties en andere bevoegde instanties aanwijzen die bijstand verlenen bij de uitvoering, in welk geval de administratieve hoofdinstantie ervoor verantwoordelijk is dat de instanties die assistentie verlenen alle informatie krijgen die voor een correcte toepassing van deze verordening nodig is.

2.  Iedere lidstaat wijst een of meer wetenschappelijke autoriteiten aan die over de nodige kwalificaties beschikken en andere taken hebben dan die van de aangewezen administratieve instanties.

3.  Uiterlijk op 3 maart 1997 delen de lidstaten aan de Commissie de namen en adressen mee van de administratieve instanties, de wetenschappelijke autoriteiten en andere autoriteiten die bevoegd zijn om vergunningen en certificaten af te geven; deze informatie wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Iedere in lid 1, eerste alinea, bedoelde administratieve instantie deelt op verzoek van de Commissie binnen twee maanden de namen en voorbeelden van handtekeningen mee van personen die gemachtigd zijn om vergunningen of certificaten te ondertekenen, alsmede stempelafdrukken, zegels of andere merken die gebruikt worden om vergunningen of certificaten te legaliseren.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke verandering in de reeds verstrekte informatie, en zulks niet later dan twee maanden nadat een wijziging is doorgevoerd.

Artikel 14

Controle op de uitvoering en onderzoek naar inbreuken

1.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten zien toe op de naleving van de bepalingen van deze verordening.

Indien de bevoegde autoriteiten op een bepaald ogenblik redenen hebben om te geloven dat deze bepalingen niet worden nageleefd, nemen zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden nageleefd of om een rechtsvordering in te stellen.

De lidstaten delen de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst, wat betreft de in de bijlagen bij de Overeenkomst vermelde soorten, alle maatregelen mee die de bevoegde autoriteiten ten aanzien van significante overtredingen van deze verordening hebben genomen, waaronder inbeslagname en verbeurdverklaring.

2.  De Commissie vestigt de aandacht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op de zaken waarvoor zij een onderzoek in het kader van deze verordening noodzakelijk acht. De lidstaten delen de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst, wat betreft de in de bijlagen bij de Overeenkomst vermelde soorten, het resultaat van alle daaropvolgende onderzoeken mee.

3.  Er wordt een Toezichtsgroep opgericht, bestaande uit de vertegenwoordigers van de autoriteiten van iedere lidstaat, die belast zijn met de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze verordening. De Groep wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De Toezichtsgroep bestudeert ieder technisch vraagstuk betreffende de tenuitvoerlegging van deze verordening dat de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van de leden van de Groep of het comité aan de orde stelt.

De Commissie deelt de in de Toezichtsgroep geuite opvattingen mee aan het comité.

Artikel 15

Verstrekken van informatie

1.  De lidstaten en de Commissie verstrekken elkaar de nodige informatie voor de uitvoering van deze verordening.

De lidstaten en de Commissie zien erop toe dat de nodige maatregelen worden genomen om het publiek bewust te maken van en te informeren over de toepassingsbepalingen van de Overeenkomst en van deze verordening, en van de krachtens deze verordening vastgestelde maatregelen .

2.  De Commissie onderhoudt contacten met het secretariaat van de Overeenkomst om ervoor te zorgen dat de Overeenkomst doeltreffend ten uitvoer wordt gelegd op het grondgebied waarop deze verordening van toepassing is.

3.  De Commissie deelt adviezen van de wetenschappelijke studiegroep onmiddellijk mee aan de administratieve instanties van de betrokken lidstaten.

4.  De administratieve instanties van de lidstaten delen de Commissie elk jaar vóór 15 juni alle informatie mee betreffende het voorafgaande jaar die nodig is om de in artikel VIII, lid 7, onderdeel a) van de Overeenkomst bedoelde rapporten op te stellen, alsmede gelijkwaardige informatie over de internationale handel in alle specimens van de in de bijlagen A, B en C genoemde soorten en over het binnenbrengen in de Unie van specimens van de in bijlage D genoemde soorten. De Commissie bepaalt door middel van uivoeringshandelingen welke informatie moet worden verstrekt en in welke vorm dat dient te geschieden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 

Op basis van de in de eerste alinea bedoelde informatie publiceert de Commissie jaarlijks vóór 31 oktober een statistisch verslag over het binnenbrengen in de Unie en de uitvoer en wederuitvoer uit de Unie van de specimens van de soorten waarop deze verordening van toepassing is, en verstrekt zij het secretariaat van de Overeenkomst de informatie over de onder de Overeenkomst vallende soorten.

Onverminderd artikel 22 verstrekken de administratieve instanties van de lidstaten de Commissie om het andere jaar vóór 15 juni, en wel voor de eerste maal in 1999, alle informatie betreffende de voorgaande twee jaar die vereist is voor het opstellen van de in artikel VIII, lid 7, onderdeel b), van de Overeenkomst bedoelde rapporten benevens gelijkwaardige informatie over de bepalingen van deze verordening die buiten het toepassingsgebied van de Overeenkomst vallen. De Commissie bepaalt door middel van uivoeringshandelingen welke informatie moet worden verstrekt en in welke vorm dat dient te geschieden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 

Op basis van de in de derde alinea bedoelde informatie stelt de Commissie om het andere jaar vóór 31 oktober, en wel voor de eerste maal in 1999, een rapport op over de uitvoering en handhaving van deze verordening.

5.  Met het oog op de wijzigingen van de bijlagen delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de Commissie alle relevante informatie mee. De Commissie bepaalt door middel van uivoeringshandelingen welke informatie vereist is. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 

6.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en van de Raad (9) neemt de Commissie de nodige maatregelen om te waarborgen dat de informatie die uit hoofde van de toepassing van deze verordening is verkregen, vertrouwelijk wordt behandeld.

Artikel 16

Sancties

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om er ten minste voor te zorgen dat sancties worden opgelegd indien op de bepalingen van deze verordening de volgende inbreuken worden gemaakt:

a)  binnenbrengen in of uitvoeren dan wel wederuitvoeren uit de Unie van specimens zonder de passende vergunning of het passende certificaat, of met een niet naar waarheid ingevulde, vervalste of ongeldige vergunning of certificaat dan wel een vergunning of certificaat waarin wijzigingen zijn aangebracht zonder toestemming van de autoriteit die deze heeft afgegeven;

b)  niet voldoen aan de bepalingen die op een overeenkomstig deze verordening afgegeven vergunning of certificaat zijn vermeld;

c)  afleggen van een valse verklaring of het bewust verstrekken van verkeerde informatie om zodoende een vergunning of een certificaat te kunnen verkrijgen;

d)  gebruik van een niet naar waarheid ingevulde, vervalste of ongeldige vergunning of certificaat dan wel van een vergunning of certificaat waarin zonder toestemming wijzigingen zijn aangebracht, met de bedoeling om een vergunning of certificaat van de Unie te verkrijgen dan wel met het oog op een ander officieel doel dat met deze verordening in verband staat;

e)  niet of niet naar waarheid kennisgeven van invoer;

f)  vervoer van levende specimens die niet op zodanige wijze zijn gereedgemaakt dat risico's van verwondingen, ziekte of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt;

g)  ander gebruik van de specimens van soorten genoemd in bijlage A dan dat waarvoor bij afgifte van de invoervergunning of daarna toestemming werd verleend;

h)  handel in kunstmatig gekweekte planten in strijd met de overeenkomstig artikel 7, lid 1, tweede alinea, vastgestelde bepalingen;

i)  vervoer van specimens naar of uit de Unie of doorvoer via de Unie zonder dat er in overeenstemming met deze verordening of, in het geval van uitvoer of wederuitvoer uit een derde land dat partij is bij de Overeenkomst, in overeenstemming met die Overeenkomst, een passende vergunning of passend certificaat is afgegeven, of een bevredigend bewijs van het bestaan daarvan geleverd is;

j)  in strijd met artikel 8 aankopen, te koop vragen, verwerven voor commerciële doeleinden, gebruiken voor commerciële doeleinden, ten toon stellen voor commerciële doeleinden, verkopen, in bezit hebben met het oog op verkoop, ten verkoop aanbieden of vervoeren met het oog op verkoop van specimens;

k)  gebruiken van een vergunning of certificaat voor een ander specimen dan dat waarvoor de vergunning of het certificaat werd afgegeven;

l)  vervalsen of wijzigen van een overeenkomstig deze verordening afgegeven vergunning of certificaat;

m)  verzwijgen van het feit dat een aanvraag voor een vergunning of certificaat werd afgewezen , in de zin van artikel 6, lid 3.

2.  De in lid 1 bedoelde maatregelen staan in een passende verhouding tot de aard en de ernst van de inbreuk en bevatten onder meer voorzieningen met betrekking tot de inbeslagname en, in voorkomend geval, verbeurdverklaring van de specimens.

3.  Indien een specimen verbeurd wordt verklaard, wordt het toevertrouwd aan een bevoegde autoriteit van de lidstaat die tot verbeurdverklaring is overgegaan, die:

a)  na overleg met een wetenschappelijke autoriteit van die lidstaat, het specimen ergens onderbrengt of het van de hand doet op een manier die zij geschikt en verenigbaar acht met de doelstellingen en bepalingen van de onderhavige verordening; en

b)  in het geval van een levend specimen dat in de Unie is binnengebracht, na overleg met het land van uitvoer, dat specimen op kosten van degene die veroordeeld is, naar dat land kan terugsturen.

4.  Indien een levend specimen van een soort genoemd in bijlage B of C op een bepaalde plaats in de Unie wordt binnengebracht zonder de/het passende geldige vergunning of certificaat, moet het specimen in beslag worden genomen en kan het verbeurd worden verklaard of kunnen, indien de geadresseerde het specimen weigert te accepteren, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waarin deze plaats van binnenkomst gelegen is, zo nodig de zending weigeren en van de vervoerder eisen dat hij het specimen naar de plaats van vertrek terugzendt.

Artikel 17

De wetenschappelijke studiegroep

1.  Er wordt een wetenschappelijke studiegroep opgericht bestaande uit de vertegenwoordigers van de wetenschappelijke autoriteit(en) van de verschillende lidstaten, en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2.  De wetenschappelijke studiegroep onderzoekt alle wetenschappelijke vraagstukken met betrekking tot de uitvoering van deze verordening — met name die inzake artikel 4, lid 1, onder a), lid 2, onder a), en lid 6 — die door haar voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de leden van de groep of van het comité, aan de orde worden gesteld.

3.  De Commissie deelt de adviezen van de wetenschappelijke studiegroep aan het comité mee.

Artikel 18

 Bijkomende gedelegeerde bevoegdheden 

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot uniforme bepalingen en criteria voor:

a)  de afgifte, de geldigheid en het gebruik van de documenten bedoeld in artikel 4, artikel 5, artikel 7, lid 4, en artikel 10;

b)  het gebruik van de in artikel 7, lid 1, tweede alinea, onder a), bedoelde fytosanitaire certificaten;

c)  het opstellen, wanneer zulks nodig is, van procedures voor het merken van specimens als hulpmiddel bij de identificatie ervan en ter naleving van deze verordening.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 zo nodig gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanvullende maatregelen om de resoluties van de conferentie van de partijen bij de overeenkomst, besluiten of aanbevelingen van het Permanent Comité van de overeenkomst en aanbevelingen van het secretariaat van de overeenkomst ten uitvoer te leggen.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter wijziging van de bijlagen A tot en met D, met uitzondering van de wijzigingen van bijlage A die niet uit de besluiten van de conferentie van de partijen bij de overeenkomst voortvloeien.

Artikel 19

 Bijkomende uitvoeringsbevoegdheden 

1.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het model van de in artikel 4, artikel 5, artikel 7, lid 4, en artikel 10 bedoelde documenten vast . Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 

2.  De Commissie schrijft door middel van uitvoeringshandelingen een formulier voor het doen van de kennisgeving van invoer voor. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. [Am. 10]

Artikel 20

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid leden 6 en 7, artikel 5, lid 5, artikel 7, leden 1, 2 en 3, artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 6, artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 4, en artikel 18, leden 1, 2 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [de datum van inwerkingtreding van de basishandeling of een andere door de wetgever vastgestelde datum]. [Am. 11]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 4, lid leden 6 en 7, artikel 5, lid 5, artikel 7, leden 1, 2 en 3, artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 6, artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 4, en artikel 18, leden 1, 2 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 12]

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 4, lid leden 6 en 7, artikel 5, lid 5, artikel 7, leden 1, 2 en 3, artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 6, artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 4, en artikel 18, leden 1, 2 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van [twee maanden] na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [twee maanden] verlengd. [Am. 13]

Artikel 21

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité genaamd het comité voor de handel in wilde dier- en plantensoorten. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 22

Slotbepalingen

Elke lidstaat stelt de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst in kennis van de specifieke bepalingen die hij met het oog op de uitvoering van deze verordening treft, en van alle rechtsinstrumenten die worden aangewend en de maatregelen die zijn genomen om deze ten uitvoer te leggen en toe te passen.

De Commissie stelt de overige lidstaten daarvan in kennis.

Artikel 23

Intrekking

Verordening (EG) nr. 338/97 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

Artikel 24

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

Opmerkingen over de interpretatie van de bijlagen A, B, C en D

1.  De in de bijlagen A, B, C en D opgenomen soorten worden aangeduid:

a)  met de naam van de soort, of

b)  met de verzamelnaam der soorten die behoren tot een hoger taxon of een aangegeven deel daarvan.

2.  De afkorting „spp.” dient ter aanduiding van alle soorten van een hoger taxon.

3.  Andere verwijzingen naar taxa van een hogere categorie dan de soort worden uitsluitend ter informatie of classificatie gegeven.

4.  Vetgedrukte soorten in bijlage A zijn daarin opgenomen overeenkomstig hun bescherming uit hoofde van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad(10) of Richtlijn 92/43/EEG van de Raad(11).

5.  De volgende afkortingen worden gebruikt ter aanduiding van subspecifieke plantentaxa:

a)  „ssp.” ter aanduiding van een ondersoort (subspecies);

b)  „var.” ter aanduiding van een variëteit (varietas); en

c)  „fa.” ter aanduiding van een vorm (forma).

6.  De tekens „(I)”, „(II)” en „(III)” achter de naam van een soort of hoger taxon verwijzen naar de bijlagen bij de overeenkomst waarin de betrokken soorten zijn opgenomen, zoals aangegeven in de opmerkingen 7 tot en met 9. Indien geen van deze tekens is aangebracht, zijn de betrokken soorten niet in de bijlagen bij de overeenkomst opgenomen.

7.  (I) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage I bij de overeenkomst.

8.  (II) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage II bij de overeenkomst.

9.  (III) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage III bij de Overeenkomst. In dat geval wordt tevens het land aangegeven met betrekking waartoe de soort of het hogere taxon in bijlage III is opgenomen.

10.  Onder „cultivar” wordt, overeenkomstig de definitie in de 8e editie van de International Code of Nomenclature for Cultivated Plants, een verzameling planten verstaan die (a) geselecteerd is op een bepaald kenmerk of een bepaalde combinatie van kenmerken, (b) wat deze kenmerken betreft onderscheidbaar, uniform en stabiel is, en (c) bij toepassing van passende vermeerderingsmethoden deze kenmerken behoudt. Een nieuw cultivar-taxon kan pas als zodanig worden aangemerkt nadat de categorienaam en de omschrijving ervan officieel zijn gepubliceerd in de nieuwste editie van de International Code of Nomenclature for Cultivated Plants.

11.  Hybriden kunnen uitdrukkelijk in de bijlagen worden opgenomen, doch uitsluitend indien zij in de vrije natuur onderscheidbare, stabiele populaties vormen. Op hybride dieren die in de laatste vier vooroudergeneraties van de lijn één of meer specimens van enige in bijlage A of B opgenomen soort tellen, zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing alsof zij tot die soort zelf behoorden, zelfs indien de betrokken hybride niet uitdrukkelijk in de bijlage(n) is opgenomen.

12.  Wanneer een soort in bijlage A, B of C is opgenomen, zijn ook alle delen en producten van die soort in dezelfde bijlage opgenomen, tenzij voor die soort door middel van een annotatie is aangegeven dat alleen specifieke delen en producten daarin zijn opgenomen. Conform artikel 2, onder t), van deze verordening dient het teken „#”, gevolgd door een cijfer, achter de naam van een in bijlage B of C opgenomen soort of hoger taxon om delen of producten te omschrijven die in dit verband ter fine van de verordening zijn vermeld, als volgt:

#1

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:

a)  zaden, sporen en pollen (met inbegrip van pollinia);

b)  in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;

c)  afgesneden bloemen van kunstmatig gekweekte planten; en

d)  vruchten en delen en producten daarvan van kunstmatig gekweekte planten van het genus Vanilla.

#2

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:

a)  zaden en pollen; en

b)  verpakte eindproducten die zijn klaargemaakt voor de detailhandel.

#3

Ter omschrijving van complete en versneden wortels en delen van wortels.

#4

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:

a)  zaden (met inbegrip van zaadhulsels van Orchidaceae), sporen en pollen (met inbegrip van pollinia). De uitzondering is niet van toepassing op uit Mexico uitgevoerde zaden van Cacataceae spp. en op uit Madagascar uitgevoerde zaden van Beccariophoenix madagascariensis en Neodypsis decaryi;

b)  in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;

c)  afgesneden bloemen van kunstmatig gekweekte planten;

d)  vruchten en delen en producten daarvan van verwilderde of kunstmatig gekweekte planten van het genus Vanilla (Orchidaceae) en van de familie Cactaceae;

e)  stengels, bloemen en delen en producten daarvan van verwilderde of kunstmatig gekweekte planten van de geslachten Opuntia subgenus Opuntia en Selenicereus (Cactaceae); en

f)  verpakte eindproducten van Euphorbia antisyphilitica die zijn klaargemaakt voor de detailhandel.

#5

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken en vellen fineer.

#6

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer en gelaagd/geplakt hout.

#7

Ter omschrijving van stammen of blokken, houtspanen, poeders en extracten.

#8

Ter omschrijving van ondergrondse delen (d.w.z. wortels, wortelstokken): compleet, in stukken of in poedervorm.

#9

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van die waarop een etiket is aangebracht met de vermelding „Produced from Hoodia spp. material obtained through controlled harvesting and production in collaboration with the CITES Management Authorities of Botswana/Namibia/South Africa under agreement no. BW/NA/ZA xxxxxx”.

#10

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken en vellen fineer, met inbegrip van niet-afgewerkte houten artikelen bestemd voor de fabricage van strijkstokken voor muziekinstrumenten.

#11

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer, gelaagd/geplakt hout, poeders en extracten.

#12

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer, gelaagd/geplakt hout en essentiële oliën, met uitzondering van verpakte eindproducten die zijn klaargemaakt voor de detailhandel.

#13

Ter omschrijving van de zaadkern (ook „endosperm”, „kokosvlees” of „kopra” genoemd) en alle daarvan afgeleide producten.

13.  Aangezien voor geen van de in bijlage A opgenomen plantensoorten of hogere plantentaxa door middel van een annotatie is aangegeven dat op hybriden daarvan artikel 4, lid 1, van deze verordening van toepassing is, betekent dit dat kunstmatig gekweekte hybriden van een of meer van deze soorten of taxa verhandeld mogen worden met een certificaat van kunstmatige kweek, en dat zaden en pollen (met inbegrip van pollinia), afgesneden bloemen en in steriele recipiënten vervoerde in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem van deze hybriden niet onder de bepalingen van deze verordening vallen.

14.  Urine, feces en grijze amber die excretieproducten zijn welke werden verkregen zonder dat het dier in kwestie werd gemanipuleerd, vallen niet onder de bepalingen van deze verordening.

15.  Wat de in bijlage D opgenomen diersoorten betreft, zijn de bepalingen alleen van toepassing op levende specimens en complete of in essentie complete dode specimens, behalve voor de taxa die als volgt zijn geannoteerd om aan te geven dat die bepalingen ook gelden voor andere delen en producten:

§ 1

Complete of in essentie complete, al dan niet gelooide huiden

§ 2

Veren alsmede nog van veren voorziene huiden of andere delen

16.  Wat de in bijlage D opgenomen plantensoorten betreft, zijn de bepalingen alleen van toepassing op levende specimens, behalve voor de taxa die als volgt zijn geannoteerd om aan te geven dat die bepalingen ook gelden voor andere delen en producten:

§ 3

Gedroogde en verse planten, waar passend met inbegrip van bladeren, wortels/wortelstokken, stengels/stammen, zaden/sporen, schors en vruchten

§ 4

Stammen of blokken, planken en vellen fineer

Bijlage A

Bijlage B

Bijlage C

Gewone naam

FAUNA (DIEREN)

CHORDATA (CHORDADIEREN)

MAMMALIA

Zoogdieren

ARTIODACTYLA

Evenhoevigen

Antilocapridae

Gaffelantilopen

Antilocapra americana (I) (Alleen de populatie in Mexico; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

Gaffelantiloop (populatie in Mexico)

Bovidae

Holhoornigen

Addax nasomacula­tus (I)

Addax of Mendes-antiloop

Ammotragus lervia (II)

Manenschaap

Antilope cervicapra (III Nepal)

Indische antiloop

Bison bison athabascae (II)

Bosbison

Bos gaurus (I) (Met uitzondering van de gedomesticeer­de vorm die Bos frontalis wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

Gaur

Bos mutus (I) (Met uitzondering van de gedomesticeer­de vorm die Bos grunniens wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

Wilde jak

Bos sauveli (I)

Kouprey

Bubalus arnee (III Nepal) (Met uitzondering van de gedomesti­ceerde vorm die Bubalus bubalis wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

Aziatische buffel

Bubalus depressicor­nis (I)

Laaglandbuffel

Bubalus mindorensis (I)

Tamarou

Bubalus quarlesi (I)

Berganoa

Budorcas taxicolor (II)

Takin

Capra falconeri (I)

Schroefhoorngeit

Capricornis milneed­wardsii (I)

Chinese bosgems

Capricornis rubidus (I)

Rode bosgems

Capricornis sumatraen­sis (I)

Cambodjaanse bosgems

Capricornis thar (I)

Himalaya-bosgems

Cephalophus brookei (II)

Brookes duiker

Cephalophus dorsalis (II)

Zwartrugduiker

Cephalophus jentinki (I)

Jentinks duiker

Cephalophus ogilbyi (II)

Ogilby's duiker

Cephalophus silvicultor (II)

Geelrugduiker

Cephalophus zebra (II)

Zebraduiker

Damaliscus pygargus pygargus (II)

Bontebok

Gazella cuvieri (I)

Cuviers gazelle

Gazella dorcas (III Algerije/ Tunesië)

Dorcasgazelle

Gazella leptoceros (I)

Duingazelle

Hippotragus niger variani (I)

Reuzenpaardantiloop

Kobus leche (II)

Litschie-waterbok

Naemorhedus baileyi (I)

Rode goral

Naemorhedus caudatus (I)

Langstaartgoral

Naemorhedus goral (I)

Gewone goral

Naemorhedus griseus (I)

Grijze goral

Nanger dama (I)

Damagazelle

Oryx dammah (I)

Algazelle

Oryx leucoryx (I)

Arabische oryx

Ovis ammon (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen subspecies)

Argali

Ovis ammon hodgsonii (I)

Nyan

Ovis ammon nigrimon­tana (I)

Argalischaap van de Zwarte Bergen

Ovis canadensis (II) (Alleen de populatie in Mexico; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

Dikhoornschaap (Mexicaanse populatie)

Ovis orientalis ophion (I)

Cypriotische moeflon

Ovis vignei (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen subspecies)

Oerial of steppeschaap

Ovis vignei vignei (I)

Ladakh-oerial

Pantholops hodgsonii (I)

Tibetaanse antiloop

Philantomba monticola (II)

Blauwe duiker

Pseudoryx nghetinhen­sis (I)

Vietnamese antiloop

Rupicapra pyrenaica ornata (I)

Apennijnengems

Saiga borealis (II)

Mongoolse saiga-antiloop

Saiga tatarica (II)

Saiga-antiloop

Tetracerus quadricornis (III Nepal)

Vierhoornantiloop

Camelidae

Kameelachtigen

Lama guanicoe (II)

Goeanaco

Vicugna vicugna (I) (Met uitzondering van de populaties in: Argentinië [de populaties in de provincies

Vicugna vicugna (II) (Uitsluitend de populaties in: Argentinië(12) [de populaties in de provincies Jujuy en

Jujuy en Catamarca en de halfwilde populaties in de provincies Jujuy, Salta, Catamarca, La Rioja en San Juan]; Bolivia [de hele populatie]; Chili [populatie in de Primera Región]; en Peru [de hele populatie]; deze populaties zijn opgenomen in bijlage B)

Catamarca en de halfwilde populaties in de provincies Jujuy, Salta, Catamarca, La Rioja en San Juan]; Bolivia(13) [de hele populatie]; Chile(14) [populatie in de Primera Región]; Peru(15) [de hele populatie]; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A.)

Vicuña

Cervidae

Herten

Axis calamianen­sis (I)

Filipijns zwijnshert

Axis kuhlii (I)

Bawean-zwijnshert

Axis porcinus annamiticus (I)

Annam-zwijnshert

Blastocerus dichotomus (I)

Moerashert

Cervus elaphus bactrianus (II)

Afghaans edelhert

Cervus elaphus barbarus (III Algerije/ Tunesië)

Noord-Afrikaans edelhert

Cervus elaphus hanglu (I)

Kasjmir-edelhert

Dama dama mesopota­mica (I)

Iraans damhert

Hippocamelus spp. (I)

Andesherten

Mazama temama cerasina (III Guatemala)

Midden-Amerikaans spieshert

Muntiacus crinifrons (I)

Zwarte muntjak

Muntiacus vuquangen­sis (I)

Indochinese muntjak

Odocoileus virginianus mayensis (III Guatemala)

Guatemalteeks waaierstaarthert

Ozotoceros bezoarticus (I)

Pampahert

Pudu mephistophi­les (II)

Ecuadoraanse poedoe

Pudu puda (I)

Chileense poedoe

Rucervus duvaucelii (I)

Barasingha

Rucervus eldii (I)

Lierhert

Hippopotamidae

Nijlpaarden

Hexaprotodon liberiensis (II)

Dwergnijlpaard

Hippopotamus amphibius (II)

Nijlpaard

Moschidae

Muskusherten

Moschus spp. (I) (Alleen de populaties in Afghanistan, Bhutan, India, Myanmar, Nepal en Pakistan; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Moschus spp. (II) (Met uitzondering van de populaties in Afghanistan, Bhutan, India, Myanmar, Nepal en Pakistan, die in bijlage A zijn opgenomen)

Muskusherten

Suidae

Varkens

Babyrousa babyrussa (I)

Gouden babiroessa of hertzwijn

Babyrousa bolabatuen­sis (I)

Bola Batu-babiroessa

Babyrousa celebensis (I)

Sulawesi-babiroessa

Babyrousa togeanensis (I)

Malenge- of Togian-babiroessa

Sus salva­nius (I)

Dwergzwijn

Tayassuidae

Pecari's

Tayassuidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van de populaties van Pecari tajacu in Mexico en de Verenigde Staten, die niet in de bijlagen bij deze verordening zijn opgenomen)

Pecari's

Catagonus wagneri (I)

Chaco-pecari

CARNIVORA

Roofdieren

Ailuridae

Ailurus fulgens (I)

Kleine panda

Canidae

Hondachtigen

Canis aureus (III India)

Goudjakhals

Canis lupus (I/II)

(Alle populaties behalve die in Spanje ten noorden van de Duero en die in Griekenland ten noorden van de 39e breedtegraad. De populaties in Bhutan, India, Nepal en Pakistan zijn opgenomen in bijlage I; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage II. Uitgesloten zijn de gedomesticeerde vorm en de dingo die respectievelijk Canis lupus familiaris en Canis lupus dingo worden genoemd.)

Canis lupus (II) (Populaties in Spanje ten noorden van de Duero en populaties in Griekenland ten noorden van de 39e breedtegraad. Uitgesloten zijn de gedomesticeerde vorm en de dingo die respectievelijkCanis lupus familiaris en Canis lupus dingo worden genoemd.)

Wolf

Canis simensis

Ethiopische wolf

Cerdocyon thous (II)

Krabbenetende vos

Chrysocyon brachyu­rus (II)

Manenwolf

Cuon alpinus (II)

Aziatische boshond of dhole

Lycalopex culpaeus (II)

Andes-jakhalsvos

Lycalopex fulvipes (II)

Darwinvos

Lycalopex griseus (II)

Argentijnse jakhalsvos

Lycalopex gymnocer­cus (II)

Pampajakhalsvos

Speothos venaticus (I)

Zuid-Amerikaanse boshond

Vulpes bengalensis (III India)

Bengaalse vos

Vulpes cana (II)

Grijze vos

Vulpes zerda (II)

Fennek

Eupleridae

Madagaskar-civetkatten

Cryptoprocta ferox (II)

Fretkat of fossa

Eupleres goudotii (II)

Mierencivetkat of kleine falanoek

Fossa fossana (II)

Fanaloka of grote falanoek

Felidae

Katachtigen

Felidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species. Op specimens van de gedomesti­ceerde vorm zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing)

Katachtigen

Acinonyx jubatus (I) (De volgende jaarlijkse exportquota voor levende specimens en jachttrofeeën zijn vastgesteld: Botswana: 5; Namibië: 150; Zimbabwe: 50. Voor de handel in deze specimens gelden de bepalingen van artikel 4, lid 1, van deze verordening.)

Jachtluipaard of cheetah

Caracal caracal (I) (Alleen de populatie in Azië; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Aziatische caracal

Catopuma temminckii (I)

Aziatische goudkat

Felis nigripes (I)

Zwartvoetkat

Felis silvestris (II)

Wilde kat

Leopardus geoffroyi (I)

Geoffroys kat

Leopardus jacobitus (I)

Bergkat

Leopardus pardalis (I)

Ocelot

Leopardus tigrinus (I)

Oncilla of Amerikaanse tijgerkat

Leopardus wiedii (I)

Margay

Lynx lynx (II)

Euraziatische lynx

Lynx pardinus (I)

Pardellynx

Neofelis nebulosa (I)

Nevelpanter

Panthera leo persica (I)

Aziatische leeuw

Panthera onca (I)

Jaguar

Panthera pardus (I)

Luipaard

Panthera tigris (I)

Tijger

Pardofelis marmorata (I)

Marmerkat

Prionailurus bengalensis bengalensis (I) (Alleen de populaties in Bangladesh, India en Thailand; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Bengaalse kat

Prionailurus iriomoten­sis (II)

Iriomote-kat

Prionailurus planiceps (I)

Platkopkat

Prionailurus rubiginosus (I) (Alleen de populatie in India; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Roestkat

Puma concolor coryi (I)

Florida-poema

Puma concolor costaricen­sis (I)

Costa Ricaanse poema

Puma concolor couguar (I)

Oostelijke poema

Puma yagouaroundi (I) (Alleen de populaties in Midden- en Noord-Amerika; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Jaguaroendi

Uncia uncia (I)

Sneeuwpanter

Herpestidae

Mangoesten

Herpestes fuscus (III India)

Indische bruine mangoest

Herpestes edwardsi (III India)

Indische grijze mangoest

Herpestes javanicus auropunctatus (III India)

Indische mangoest

Herpestes smithii (III India)

Rode mangoest

Herpestes urva (III India)

Krabbenmangoest

Herpestes vitticollis (III India)

Gestreepte mangoest

Hyaenidae

Hyena’s

Proteles cristata (III Botswana)

Aardwolf

Mephitidae

Stinkdieren

Conepatus humboldtii (II)

Soerilho

Mustelidae

Marterachtigen

Lutrinae

Otters

Lutrinae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Otters

Aonyx capensis microdon (I) (Alleen de populaties in Kameroen en Nigeria; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Congo-otter

Enhydra lutris nereis (I)

Zuidelijke zeeotter

Lontra felina (I)

Chungungo-otter

Lontra longicaudis (I)

Langstaartotter

Lontra provocax (I)

Zuidelijke rivierotter

Lutra lutra (I)

Euraziatische otter

Lutra nippon (I)

Japanse otter

Pteronura brasiliensis (I)

Reuzenotter

Mustelinae

Marters en wezels

Eira barbara (III Honduras)

Tayra

Galictis vittata (III Costa Rica)

Grison

Martes flavigula (III India)

Maleise bonte marter

Martes foina intermedia (III India)

Indiase steenmarter

Martes gwatkinsii (III India)

Zuid-Indiase marter

Mellivora capensis (III Botswana)

Honingdas of ratel

Mustela nigripes (I)

Zwartvoetbunzing

Odobenidae

Walrussen

Odobenus rosmarus (III Canada)

Walrus

Otariidae

Pelsrobben

Arctocephalus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species.)

Pelsrobben

Arctocephalus philippii (II)

Juan Fernandez-pelsrob

Arctocephalus townsendi (I)

Guadeloupe-pelsrob

Phocidae

Zeehonden, robben

Mirounga leonina (II)

Zuidelijke zeeolifant

Monachus spp. (I)

Monniksrobben

Procyonidae

Wasbeerachtigen

Bassaricyon gabbii (III Costa Rica)

Gabbi's slankbeer

Bassariscus sumichrasti (III Costa Rica)

Cacomistle

Nasua narica (III Honduras)

Neusbeer

Nasua nasua solitaria (III Uruguay)

Zuid-Braziliaanse neusbeer

Potos flavus (III Honduras)

Rolstaartbeer

Ursidae

Beren

Ursidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Beren

Ailuropoda melano­leuca (I)

Grote panda

Helarctos malayanus (I)

Maleise beer

Melursus ursinus (I)

Lippenbeer

Tremarctos ornatus (I)

Brilbeer

Ursus arctos (I/II)

(Alleen de populaties in Bhutan, China, Mexico en Mongolië en de ondersoort Ursus arctos isabellinus zijn opgenomen in bijlage I; alle andere populaties en ondersoorten zijn opgenomen in bijlage II.)

Bruine beer

Ursus thibetanus (I)

Kraagbeer

Viverridae

Echte civetkatten

Arctictis binturong (III India)

Binturong

Civettictis civetta (III Botswana)

Afrikaanse civetkat

Cynogale bennettii (II)

Ottercivetkat

Hemigalus derbyanus (II)

Bandcivetkat

Paguma larvata (III India)

Gemaskerde larvenroller

Paradoxurus hermaphroditus (III India)

Loeak

Paradoxurus jerdoni (III India)

Jerdons palmcivetkat

Prionodon linsang (II)

Gestreepte linsang

Prionodon pardicolor (I)

Gevlekte linsang

Viverra civettina (III India)

Grote gevlekte civetkat

Viverra zibetha (III India)

Aziatische civetkat

Viverricula indica (III India)

Kleine civetkat

CETACEA

Walvisachtigen

CETACEA spp. (I/II)(16)

Walvisachtigen

CHIROPTERA

Vleermuizen

Phyllostomidae

Bladneusvleermuizen

Platyrrhinus lineatus (III Uruguay)

Witstreepvampier

Pteropodidae

Vliegende honden

Acerodon spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Schijnkalongs

Acerodon jubatus (I)

Filipijnse vliegende hond

Pteropus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Kalongs

Pteropus insularis (I)

Vliegende hond van Truk

Pteropus livingstonii (II)

Vliegende hond van de Comoren

Pteropus loochoensis (I)

Japanse vliegende hond

Pteropus mariannus (I)

Vliegende hond van de Marianen

Pteropus molossinus (I)

Vliegende hond van Pohnpei

Pteropus pelewensis (I)

Vliegende hond van Palau

Pteropus pilosus (I)

Grote vliegende hond van Palau

Pteropus rodricensis (II)

Vliegende hond van Rodriguez

Pteropus samoensis (I)

Vliegende hond van Samoa

Pteropus tonganus (I)

Pacifische vliegende hond

Pteropus ualanus (I)

Vliegende hond van Kosrae

Pteropus voeltzkowi (II)

Vliegende hond van Pemba

Pteropus yapensis (I)

Vliegende hond van Yap

CINGULATA

Gordeldierachtigen

Dasypodidae

Gordeldieren

Cabassous centralis (III Costa Rica)

Midden-Amerikaans kaalstaartgordeldier

Cabassous tatouay (III Uruguay)

Zuid-Amerikaans kaalstaartgordeldier

Chaetophractus nationi (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld. Alle specimens worden beschouwd als specimens van een soort van bijlage A en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.)

Boliviaans harig gordeldier

Priodontes maximus (I)

Reuzengordeldier

DASYUROMORPHIA

Roofbuideldieren

Dasyuridae

Echte roofbuideldieren

Sminthopsis longicau­data (I)

Langstaartsmalvoetbuidelmuis

Sminthopsis psammo­phila (I)

Smalvoetbuidelmuis

Thylacinidae

Buidelwolven

Thylacinus cynocephalus (mogelijk uitgestor­ven) (I)

Buidelwolf

DIPROTODONTIA

Klimbuideldieren, wombats en kangoeroes

Macropodidae

Kangoeroes en wallaby’s

Dendrolagus inustus (II)

Bruine boomkangoeroe

Dendrolagus ursinus (II)

Zwarte boomkangoeroe

Lagorchestes hirsutus (I)

Westelijke haaskangoeroe

Lagostrophus fasciatus (I)

Gestreepte haaskangoeroe

Onychogalea fraenata (I)

Geteugelde spoorstaartkangoeroe

Onychogalea lunata (I)

Halvemaanspoorstaartkangoeroe

Phalangeridae

Koeskoezen

Phalanger intercastel­lanus (II)

Oostelijke koeskoes

Phalanger mimicus (II)

Zuidelijke koeskoes

Phalanger orientalis (II)

Grijze koeskoes

Spilocuscus kraemeri (II)

Krämers koeskoes

Spilocuscus maculatus (II)

Gevlekte koeskoes

Spilocuscus papuensis (II)

Papoea-koeskoes

Potoroidae

Ratkangoeroes

Bettongia spp. (I)

Buidelkonijnen

Caloprymnus campestris (mogelijk uitgestor­ven) (I)

Woestijnratkangoeroe

Vombatidae

Wombats

Lasiorhinus krefftii (I)

Breedkopwombat

LAGOMORPHA

Haasachtigen

Leporidae

Hazen en konijnen

Caprolagus hispidus (I)

Borstelige haas of Assam-konijn

Romerolagus diazi (I)

Vulkaankonijn

MONOTREMATA

Eierleggende zoogdieren

Tachyglossidae

Mierenegels

Zaglossus spp. (II)

Vachtegels

PERAMELEMORPHIA

Buideldassen

Chaeropodidae

Varkenspootbuideldassen

Chaeropus ecaudatus (mogelijk uitgestor­ven) (I)

Varkenspootbuidel­das

Peramelidae

Echte buideldassen

Perameles bougainville (I)

Gestreepte spitsneusbuideldas

Thylacomyidae

Langoorbuidel­dassen

Macrotis lagotis (I)

Grote langoorbuideldas

Macrotis leucura (I)

Kleine langoorbuideldas

PERISSODACTYLA

Onevenhoevigen

Equidae

Paardachtigen

Equus africanus (I) (Met uitzondering van de gedomesticeer­de vorm die Equus asinus wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

Wilde ezel

Equus grevyi (I)

Grevyzebra

Equus hemionus (I/II) (De soort is opgenomen in bijlage II maar de ondersoorten Equus hemionus hemionus en Equus hemionus khur zijn opgenomen in bijlage I)

Koelan

Equus kiang (II)

Kiang

Equus przewalskii (I)

Przewalskipaard

Equus zebra hartman­nae (II)

Hartmanns bergzebra

Equus zebra zebra (I)

Kaapse bergzebra

Rhinocerotidae

Neushoorns

Rhinocerotidae spp. (I) (Met uitzondering van de in bijlage B opgenomen subspecies)

Neushoorns

Ceratotherium simum simum (II) (Alleen de populaties in Zuid-Afrika en Swaziland; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A. Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationaal verkeer van levende dieren, voor zover daaraan een passende en aanvaardbare bestemming is gegeven, alsook handel in jachttrofeeën. Alle andere specimens worden als specimens van een soort van bijlage A beschouwd en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.)

Zuidelijke breedlipneushoorn

Tapiridae

Tapirs

Tapiridae spp. (I) (Met uitzondering van de in bijlage B opgenomen species)

Tapirs

Tapirus terrestris (II)

Zuid-Amerikaanse tapir

PHOLIDOTA

Schubdierachtigen

Manidae

Schubdieren

Manis spp. (II)

(Voor Manis crassicaudata, Manis culionensis, Manis javanica en Manis pentadactyla is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor overwegend commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

Schubdieren

PILOSA

Luiaarden en miereneters

Bradypodidae

Drievingerluiaards

Bradypus variegatus (II)

Westelijke drievingerluiaard

Megalonychidae

Tweevingerluiaards

Choloepus hoffmanni (III Costa Rica)

Costa Ricaanse tweevingerluiaard

Myrmecophagidae

Miereneters

Myrmecophaga tridactyla (II)

Reuzenmiereneter

Tamandua mexicana (III Guatemala)

Boommiereneter

PRIMATES

Opperdieren

PRIMATES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Opperdieren

Atelidae

Grijpstaartapen

Alouatta coibensis (I)

Coiba-brulaap

Alouatta palliata (I)

Mantelbrulaap

Alouatta pigra (I)

Guatemalteekse brulaap

Ateles geoffroyi frontatus (I)

Zwarthandslingeraap

Ateles geoffroyi panamensis (I)

Roodbuikslingeraap

Brachyteles arachnoides (I)

Spinaap

Brachyteles hypoxanthus (I)

Gele spinaap of gele muriqui

Oreonax flavicauda (I)

Geelstaartwolaap

Cebidae

Klauwaapjes

Callimico goeldii (I)

Springtamarin

Callithrix aurita (I)

Witoorpenseelaapje

Callithrix flaviceps (I)

Geelkoppenseelaapje

Leontopithecus spp. (I)

Leeuwaapjes

Saguinus bicolor (I)

Mantelaapje

Saguinus geoffroyi (I)

Geoffroys tamarin

Saguinus leucopus (I)

Witvoettamarin

Saguinus martinsi (I)

Saguinus oedipus (I)

Pinché-aapje

Saimiri oerstedii (I)

Geel doodshoofdaapje

Cercopithecidae

Smalneusapen excl. mensapen

Cercocebus galeritus (I)

Kuifmangabey

Cercopithecus diana (I)

Dianameerkat

Cercopithecus roloway (I)

Roloway-meerkat

Cercopithecus solatus (II)

Zonstaartmeerkat

Colobus satanas (II)

Zwarte franjeaap

Macaca silenus (I)

Baardaap

Mandrillus leucophaeus (I)

Dril

Mandrillus sphinx (I)

Mandril

Nasalis larvatus (I)

Neusaap

Piliocolobus foai (II)

Centraal-Afrikaanse rode franjeaap

Piliocolobus gordono­rum (II)

Uzungwa-franjeaap

Piliocolobus kirkii (I)

Zanzibar-franjeaap

Piliocolobus pennantii (II)

Pennants franjeaap

Piliocolobus preussi (II)

Preuss' franjeaap

Piliocolobus rufomitratus (I)

Tana-franjeaap

Piliocolobus tephrosce­les (II)

Oegandese rode franjeaap

Piliocolobus tholloni (II)

Thollons franjeaap

Presbytis potenziani (I)

Mentawai-langoer

Pygathrix spp. (I)

Doeklangoeren

Rhinopithecus spp. (I)

Stompneusapen

Semnopithecus ajax (I)

Kasjmir-hoelman

Semnopithecus dussumieri (I)

Dussumiers hoelman

Semnopithecus entellus (I)

Hoelman

Semnopithecus hector (I)

Tarai-hoelman

Semnopithecus hypoleucos (I)

Zwartvoethoelman

Semnopithecus priam (I)

Ceylon-hoelman

Semnopithecus schistaceus (I)

Berghoelman

Simias concolor (I)

Simakobou

Trachypithecus delacouri (II)

Delacours langoer

Trachypithecus francoisi (II)

Tonkin-langoer

Trachypithecus geei (I)

Goudlangoer

Trachypithecus hatinhensis (II)

Ha tinh-langoer

Trachypithecus johnii (II)

Nilgiri-langoer

Trachypithecus laotum (II)

Laos-langoer of witbrauwlangoer

Trachypithecus pileatus (I)

Kuiflangoer

Trachypithecus poliocepha­lus (II)

Witkoplangoer

Trachypithecus shortridgei (I)

Shortridges langoer

Cheirogaleidae

Dwerg- en katmaki's

Cheirogaleidae spp. (I)

Dwergmaki's, katmaki's

Daubentoniidae

Vingerdieren

Daubentonia madagascarien­sis (I)

Vingerdier

Hominidae

Echte mensapen

Gorilla beringei (I)

Berggorilla

Gorilla gorilla (I)

Laaglandgorilla

Pan spp. (I)

Chimpansee en Bonobo

Pongo abelii (I)

Sumatraanse orang-oetan

Pongo pygmaeus (I)

Borneose orang-oetan

Hylobatidae

Gibbons

Hylobatidae spp. (I)

Gibbons

Indriidae

Indri's, sifaka's en wolmaki's

Indriidae spp. (I)

Indri's, sifaka's en wolmaki's

Lemuridae

Maki's

Lemuridae spp. (I)

Maki's

Lepilemuridae

Wezelmaki's

Lepilemuridae spp. (I)

Wezelmaki's

Lorisidae

Lori's

Nycticebus spp. (I)

Plompe lori's

Pitheciidae

Sakiachtigen

Cacajao spp. (I)

Oeakari's

Callicebus barbara­brownae (II)

Noord-Bahiaanse blonde springaap

Callicebus melanochir (II)

Zwarthandspringaap

Callicebus nigrifrons (II)

Callicebus personatus (II)

Zwartkopspringaap

Chiropotes albinasus (I)

Witneussaki

Tarsiidae

Spookdiertjes

Tarsius spp. (II)

Spookdiertjes

PROBOSCIDEA

Slurfdieren

Elephantidae

Olifanten

Elephas maximus (I)

Aziatische olifant

Loxodonta africana (I) (Met uitzondering van de populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe, die zijn opgenomen in bijlage B)

Loxodonta africana (II)

(Alleen de populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe(17); alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A.)

Afrikaanse olifant

RODENTIA

Knaagdieren

Chinchillidae

Chinchilla’s

Chinchilla spp. (I) (Op specimens van de gedomesti­ceer­de vorm zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing.)

Chinchilla’s

Cuniculidae

Paca's

Cuniculus paca (III Honduras)

Laaglandpaca

Dasyproctidae

Agoeti's

Dasyprocta punctata (III Honduras)

Midden-Amerikaanse agoeti

Erethizontidae

Boomstekelvarkens

Sphiggurus mexicanus (III Honduras)

Mexicaans boomstekelvarken

Sphiggurus spinosus (III Uruguay)

Paraguayaans boomstekelvarken

Hystricidae

Stekelvarkens

Hystrix cristata

Stekelvarken

Muridae

Muizen en ratten

Leporillus conditor (I)

Langoorhaasrat

Pseudomys fieldi praeconis (I)

Vale schijnmuis

Xeromys myoides (I)

Onechte waterrat

Zyzomys peduncula­tus (I)

Macdonnells rotsrat

Sciuridae

Eekhoorns

Cynomys mexicanus (I)

Mexicaanse prairiehond

Marmota caudata (III India)

Langstaartmarmot

Marmota himalayana (III India)

Himalaya-marmot

Ratufa spp. (II)

Reuzeneekhoorns

Callosciurus erythraeus

Pallaseekhoorn

Sciurus carolinensis

Grijze eekhoorn

Sciurus deppei (III Costa Rica)

Deppes eekhoorn

Sciurus niger

Amerikaanse voseekhoorn

SCANDENTIA

Boomspitsmuizen

SCANDENTIA spp. (II)

Boomspitsmuizen

SIRENIA

Zeekoeien

Dugongidae

Doejongs

Dugong dugon (I)

Doejong

Trichechidae

Lamantijnen

Trichechidae spp. (I/II) (Trichechus inunguis en Trichechus manatus zijn opgenomen in bijlage I. Trichechus senegalensis is opgenomen in bijlage II.)

Lamantijnen

AVES

Vogels

ANSERIFORMES

Eendachtigen

Anatidae

Eenden, ganzen en zwanen

Anas aucklandica (I)

Auckland-taling

Anas bernieri (II)

Madagaskar-eend

Anas chlorotis (I)

Nieuw-Zeelandse bruine taling

Anas formos (II)

Baikal-taling

Anas laysanensis (I)

Laysan-taling

Anas nesiotis (I)

Campbell Island-taling

Anas querquedula

Zomertaling

Asarcornis scutulata (I)

Witvleugelboseend

Aythya innotata

Madagaskar-witoogeend

Aythya nyroca

Witoogeend

Branta canadensis leucopareia (I)

Canadese gans (ondersoort van de Aleoeten)

Branta ruficollis (II)

Roodhalsgans

Branta sandvicensis (I)

Hawaii-gans

Cairina moschata (III Honduras)

Muskuseend

Coscoroba coscoroba (II)

Coscoroba

Cygnus melancory­phus (II)

Zwarthalszwaan

Dendrocygna arborea (II)

West-Indische fluiteend

Dendro­cygna autumnalis (III Honduras)

Zwartbuikfluiteend

Dendrocygna bicolor (III Honduras)

Rosse fluiteend

Mergus octosetaceus

Braziliaanse zaagbek

Oxyura jamaicensis

Rosse stekelstaarteend

Oxyura leucoce­phala (II)

Witkopeend

Rhodonessa caryophyllacea (mogelijk uitgestor­ven) (I)

Rozekopeend

Sarkidiornis melanotos (II)

Knobbeleend

Tadorna cristata

Kuifcasarca

APODIFORMES

Salanganen, gierzwaluwen en kolobries

Trochilidae

Kolibries

Trochilidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Kolibries

Glaucis dohrnii (I)

Bronsstaartheremietkolibrie

CHARADRIIFOR­MES

Steltlopers, meeuwen, sterns en alken

Burhinidae

Grielen

Burhinus bistriatus (III Guatemala)

Caribische griel

Laridae

Meeuwen en sterns

Larus relictus (I)

Mongoolse zwartkopmeeuw

Scolopacidae

Snippen, wulpen, ruiters en strandlopers

Numenius borealis (I)

Arctische wulp

Numenius tenuirostris (I)

Dunbekwulp

Tringa guttifer (I)

Gevlekte groenpootruiter

CICONIIFORMES

Reigers, ooievaars, ibissen en flamingo’s

Ardeidae

Reigers

Ardea alba

Grote zilverreiger

Bubulcus ibis

Koereiger

Egretta garzetta

Kleine zilverreiger

Balaenicipitidae

Schoenbekooievaars

Balaeniceps rex (II)

Schoenbekooievaar

Ciconiidae

Ooievaars

Ciconia boyciana (I)

Zwartsnavelooievaar

Ciconia nigra (II)

Zwarte ooievaar

Ciconia stormi

Storms ooievaar

Jabiru mycteria (I)

Jabiru

Leptoptilos dubius

Argala-maraboe of Indische maraboe

Mycteria cinerea (I)

Maleise nimmerzat

Phoenicopteridae

Flamingo's

Phoenicopteridae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Flamingo's

Phoenicopterus ruber (II)

Rode flamingo

Threskiornithidae

Ibissen en lepelaars

Eudocimus ruber (II)

Rode ibis

Geronticus calvus (II)

Kaapse ibis

Geronticus eremita (I)

Kaalkopibis of heremietibis

Nipponia nippon (I)

Japanse kuifibis

Platalea leucorodia (II)

Lepelaar

Pseudibis gigantea

Reuzenibis

COLUMBIFORMES

Duifachtigen

Columbidae

Duiven

Caloenas nicobarica (I)

Manenduif

Claravis godefrida

Purperbandgrondduif

Columba livia

Rotsduif

Ducula mindorensis (I)

Mindoro-muskaatduif

Gallicolumba luzonica (II)

Luzon-dolksteekduif

Goura spp. (II)

Kroonduiven

Leptotila wellsi

Grenada-loopduif

Nesoenas mayeri (III Mauritius)

Mauritius-duif

Streptopelia turtur

Tortel

CORACIIFORMES

Scharrelvogels

Bucerotidae

Neushoornvogels

Aceros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Jaarvogels

Aceros nipalensis (I)

Himalaya-jaarvogel

Anorrhinus spp. (II)

Neushoornvogels

Anthracoceros spp. (II)

Neushoornvogels

Berenicornis spp. (II)

Neushoornvogels

Buceros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Neushoornvogels

Buceros bicornis (I)

Dubbelhoornige neushoornvogel

Penelopides spp. (II)

Neushoornvogels

Rhinoplax vigil (I)

Gehelmde neushoornvogel

Rhyticeros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species.)

Neushoornvogels

Rhyticeros subruficollis (I)

Kleine jaarvogel

CUCULIFORMES

Koekoekachtigen

Musophagidae

Toerako's

Tauraco spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Helmtoerako's

Tauraco banner­mani (II)

Bannermans toerako

FALCONIFORMES

Dagroofvogels

FALCONI­FORMES spp. (II)

(Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en één in bijlage C opgenomen soort van de familie Cathartidae; de overige species van die familie zijn niet in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

Dagroofvogels

Accipitridae

Haviken, arenden en gieren

Accipiter brevipes (II)

Balkansperwer

Accipiter gentilis (II)

Havik

Accipiter nisus (II)

Sperwer

Aegypius monachus (II)

Monniksgier

Aquila adalberti (I)

Spaanse keizersarend

Aquila chrysaetos (II)

Steenarend

Aquila clanga (II)

Bastaardarend

Aquila heliaca (I)

Keizersarend

Aquila pomarina (II)

Schreeuwarend

Buteo buteo (II)

Buizerd

Buteo lagopus (II)

Ruigpootbuizerd

Buteo rufinus (II)

Arendbuizerd

Chondrohierax uncinatus wilsonii (I)

Cubaanse langsnavelwouw

Circaetus gallicus (II)

Slangenarend

Circus aerugino­sus (II)

Bruine kiekendief

Circus cyaneus (II)

Blauwe kiekendief

Circus macrourus (II)

Steppekiekendief

Circus pygargus (II)

Grauwe kiekendief

Elanus caeruleus (II)

Grijze wouw

Eutriorchis astur (II)

Madagaskar-slangenarend

Gypaetus barbatus (II)

Lammergier

Gyps fulvus (II)

Vale gier

Haliaeetus spp. (I/II) (Haliaeetus albicilla is opgenomen in bijlage I; de andere soorten zijn opgenomen in bijlage II)

Zeearenden

Harpia harpyja (I)

Harpij

Hieraaetus fasciatus (II)

Havikarend

Hieraaetus pennatus (II)

Dwergarend

Leucopternis occidenta­lis (II)

Salvins bonte buizerd

Milvus migrans (II) (Met uitzondering van Milvus migrans lineatus die in bijlage B is opgenomen)

Zwarte wouw

Milvus milvus (II)

Rode wouw

Neophron percnopte­rus (II)

Aasgier

Pernis apivorus (II)

Wespendief

Pithecophaga jefferyi (I)

Apenarend

Cathartidae

Gieren van de Nieuwe Wereld

Gymnogyps california­nus (I)

Californische condor

Sarcoramphus papa (III Honduras)

Koningsgier

Vultur gryphus (I)

Andes-condor

Falconidae

Valken

Falco araeus (I)

Seychellen-torenvalk

Falco biarmicus (II)

Lannervalk

Falco cherrug (II)

Sakervalk

Falco columbarius (II)

Smelleken

Falco eleonorae (II)

Eleonora's valk

Falco jugger (I)

Indische lannervalk

Falco naumanni (II)

Kleine torenvalk

Falco newtoni (I) (Alleen de populatie op de Seychellen)

Madagaskar-torenvalk

Falco pelegrinoi­des (I)

Barbarijse valk

Falco peregrinus (I)

Slechtvalk

Falco punctatus (I)

Mauritius-torenvalk

Falco rusticolus (I)

Giervalk

Falco subbute (II)

Boomvalk

Falco tinnunculus (II)

Torenvalk

Falco vespertinus (II)

Roodpootvalk

Pandionidae

Visarenden

Pandion haliaetus (II)

Visarend

GALLIFORMES

Hoenderachtigen

Cracidae

Hokko’s en sjakohoenders

Crax alberti (III Colombia)

Blauwknobbelhokko

Crax blumen­bachii (I)

Roodsnavelhokko

Crax daubentoni (III Colombia)

Geelknobbelhokko

Crax fasciolata

Maskerhokko

Crax globulosa (III Colombia)

Knobbelhokko

Crax rubra (III Colombia, Costa Rica, Guatemala en Honduras)

Bruine hokko

Mitu mitu (I)

Mesbekpauwies

Oreophasis derbianus (I)

Gehoornde goean

Ortalis vetula (III Guatemala/Honduras)

Bruine chachalaca

Pauxi pauxi (III Colombia)

Helmhokko

Penelope albipennis (I)

Witvleugelgoean

Penelope purpurascens (III Honduras)

Kuifsjakohoen

Penelopina nigra (III Guatemala)

Berggoean

Pipile jacutinga (I)

Spix' fluitgoean

Pipile pipile (I)

Trinidad-blauwkeelgoean

Megapodiidae

Grootpoothoenders

Macrocephalon maleo (I)

Hamerhoen

Phasianidae

Fazantachtigen

Argusianus argus (II)

Argusfazant

Catreus wallichii (I)

Wallichs fazant

Colinus virginianus ridgwayi (I)

Noordwest-Mexicaanse boomkwartel

Crossoptilon crossoptilon (I)

Witte oorfazant

Crossoptilon mantchuri­cum (I)

Bruine oorfazant

Gallus sonneratii (II)

Sonnerats hoen

Ithaginis cruentus (II)

Bloedfazant

Lophophorus impejanus (I)

Himalaya-glansfazant

Lophophorus lhuysii (I)

Chinese glansfazant

Lophophorus sclateri (I)

Sclaters glansfazant

Lophura edwardsi (I)

Edwards’ fazant

Lophura hatinhensis

Vietnamese vuurrugfazant

Lophura imperialis (I)

Keizerfazant

Lophura swinhoii (I)

Swinhoe's fazant

Meleagris ocellata (III Guatemala)

Pauwkalkoen

Odontophorus strophium

Witkeeltandkwartel

Ophrysia superciliosa

Himalaya-patrijs

Pavo muticus (II)

Groene pauw

Polyplectron bicalcara­tum (II)

Spiegelpauw

Polyplectron germaini (II)

Germains spiegelpauw

Polyplectron malacense (II)

Maleise spiegelpauw

Polyplectron napoleonis (I)

Palawan-spiegelpauw

Polyplectron schleiermacheri (II)

Schleiermachers pauwfazant

Rheinardia ocellata (I)

Gekuifde argusfazant

Syrmaticus ellioti (I)

Elliots fazant

Syrmaticus humiae (I)

Humes fazant

Syrmaticus mikado (I)

Mikadofazant

Tetraogallus caspius (I)

Kaspisch berghoen

Tetraogallus tibetanus (I)

Tibetaans berghoen

Tragopan blythii (I)

Blyths saterhoen

Tragopan caboti (I)

Cabots saterhoen

Tragopan melanoce­phalus (I)

Westelijk saterhoen

Tragopan satyra (III Nepal)

Rood saterhoen

Tympanuchus cupido attwateri (I)

Attwaters prairiehoen

GRUIFORMES

Kraanvogels en rallen

Gruidae

Kraanvogels

Gruidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Kraanvogels

Grus americana (I)

Trompetkraanvogel

Grus canadensis (I/II) (De soort is opgenomen in bijlage II, maar de ondersoorten Grus canadensis nesiotes en Grus canadensis pulla zijn opgenomen in bijlage I)

Canadese kraanvogel

Grus grus (II)

Kraanvogel

Grus japonensis (I)

Chinese kraanvogel

Grus leucogeranus (I)

Siberische witte kraanvogel

Grus monacha (I)

Monnikskraanvogel

Grus nigricollis (I)

Zwarthalskraanvogel

Grus vipio (I)

Withalskraanvogel

Otididae

Trappen

Otididae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Trappen

Ardeotis nigriceps (I)

Indische trap

Chlamydotis macqueenii (I)

Macqueens kraagtrap

Chlamydotis undulata (I)

Kraagtrap

Houbaropsis bengalensis (I)

Baardtrap

Otis tarda (II)

Grote trap

Sypheotides indicus (II)

Kleine Indische trap

Tetrax tetrax (II)

Kleine trap

Rallidae

Rallen

Gallirallus sylvestris (I)

Lord Howe-ral

Rhynochetidae

Kagoes

Rhynochetos jubatus (I)

Kagoe

PASSERIFORMES

Zangvogels

Atrichornithidae

Doornkruipers

Atrichornis clamosus (I)

West-Australische doornkruiper

Cotingidae

Cotinga’s

Cephalopterus ornatus (III Colombia)

Amazone-parasolvogel

Cephalopterus penduliger (III Colombia)

Ecuadoraanse parasolvogel

Cotinga maculata (I)

Halsbandcotinga

Rupicola spp. (II)

Rotshanen

Xipholena atropurpu­rea (I)

Zwartpurperen cotinga

Emberizidae

Gorzen

Gubernatrix cristata (II)

Groene kardinaal

Paroaria capitata (II)

Geelsnavelkardinaal

Paroaria coronata (II)

Roodkuifkardinaal

Tangara fastuosa (II)

Veelkleurige tangara

Estrildidae

Astrilden

Amandava formosa (II)

Olijfastrilde

Lonchura fuscata

Bruine rijstvogel

Lonchura oryzivora (II)

Rijstvogel

Poephila cincta cincta (II)

Gordelamadine

Fringillidae

Vinken

Carduelis cucullata (I)

Kapoetsensijs

Carduelis yarrellii (II)

Geelwangsijs

Hirundinidae

Zwaluwen

Pseudochelidon sirintarae (I)

Siantara-zwaluw

Icteridae

Troepialen

Xanthopsar flavus (I)

Saffraantroepiaal

Meliphagidae

Honingeters

Lichenostomus melanops cassidix (I)

Helmhoningeter

Muscicapidae

Vliegenvangers

Acrocephalus rodericanus (III Mauritius)

Rodriguez-struikzanger

Cyornis ruckii (II)

Ruecks niltava

Dasyornis broadbenti litoralis (mogelijk uitgestor­ven) (I)

Borstelvogel

Dasyornis longirostris (I)

Westelijke borstelvogel

Garrulax canorus (II)

Witbrauwlijstergaai

Garrulax taewanus (II)

Taiwanese lijstergaai

Leiothrix argentau­ris (II)

Zilveroortimalia

Leiothrix lutea (II)

Japanse nachtegaal

Liocichla omeiensis (II)

Omei-timalia

Picathartes gymnocepha­lus (I)

Witnekkaalkopkraai

Picathartes oreas (I)

Grijsnekkaalkop­kraai

Terpsiphone bourbonnen­sis (III Mauritius)

Mascarenen-paradijsvliegen­vanger

Paradisaeidae

Paradijsvogels

Paradisaeidae spp. (II)

Paradijsvogels

Pittidae

Pitta’s

Pitta guajana (II)

Blauwstaartpitta

Pitta gurneyi (I)

Gurneys pitta

Pitta kochi (I)

Kochs pitta

Pitta nympha (II)

Chinese pitta

Pycnonotidae

Buulbuuls

Pycnonotus zeylanicus (II)

Geelkruinbuulbuul

Sturnidae

Spreeuwen

Gracula religiosa (II)

Beo

Leucopsar rothschildi (I)

Bali-spreeuw

Zosteropidae

Brilvogels

Zosterops albogularis (I)

Witkeelbrilvogel

PELECANIFORMES

Pelikaanachtigen

Fregatidae

Fregatvogels

Fregata andrewsi (I)

Witbuikfregatvogel

Pelecanidae

Pelikanen

Pelecanus crispus (I)

Kroeskoppelikaan

Sulidae

Jan-van-genten

Papasula abbotti (I)

Abbotts gent

PICIFORMES

Spechtachtigen

Capitonidae

Baardvogels

Semnornis ramphas­tinus (III Colombia)

Toekanbaardvogel

Picidae

Spechten

Campephilus imperialis (I)

Keizerspecht

Dryocopus javensis richardsi (I)

Witbuikspecht

Ramphastidae

Toekans

Baillonius bailloni (III Argentinië)

Goudtoekan

Pteroglossus aracari (II)

Zwarte toekan

Pteroglossus castanotis (III Argentinië)

Buinoorarassari

Pteroglossus viridis (II)

Groene arassari

Ramphastos dicolorus (III Argentinië)

Roodborsttoekan

Ramphastos sulfuratus (II)

Zwavelborsttoekan

Ramphastos toco (II)

Reuzentoekan

Ramphastos tucanus (II)

Roodsnaveltoekan

Ramphastos vitellinus (II)

Groefsnaveltoekan

Selenidera maculi­rostris (III Argentinië)

Vleksnavelpeper­vreter

PODICIPEDIFOR­MES

Fuutachtigen

Podicipedidae

Futen

Podilymbus gigas (I)

Atitlan-fuut

PROCELLARIIFORMES

Stormvogelachtigen

Diomedeidae

Albatrossen

Phoebastria albatrus (I)

Stellers albatros

PSITTACIFORMES

Papegaaiachtigen

PSITTACIFORMES spp. (II)

(Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van Agapornis roseicollis, Melopsittacus undulatus, Nymphicus hollandicus en Psittacula krameri, die niet in de bijlagen bij deze verordening zijn opgenomen)

Papegaaiachtigen

Cacatuidae

Kaketoes

Cacatua goffiniana (I)

Goffins kaketoe

Cacatua haematuro­pygia (I)

Filipijnse kaketoe

Cacatua moluccensis (I)

Molukken-kaketoe

Cacatua sulphurea (I)

Kleine geelkuifkaketoe

Probosciger aterrimus (I)

Palmkaketoe

Loriidae

Lori's

Eos histrio (I)

Diadeemlori

Vini spp. (I/II) (Vini ultramarina is opgenomen in bijlage I, de andere soorten zijn opgenomen in bijlage II)

Vinilori's

Psittacidae

Papegaaien en parkieten

Amazona arausiaca (I)

Roodkeelamazone

Amazona auropalliata (I)

Geelnekamazone

Amazona barbadensis (I)

Geelvleugelamazone

Amazona brasiliensis (I)

Roodstaartamazone

Amazona finschi (I)

Finchs amazone

Amazona guildingii (I)

Sint Vincent- of koningsamazone

Amazona imperialis (I)

Keizeramazone

Amazona leucocephala (I)

Cubaanse amazone

Amazona oratrix (I)

Geelkopamazone

Amazona pretrei (I)

Roodbrilamazone

Amazona rhodocory­tha (I)

Roodkruinamazone

Amazona tucumana (I)

Tucuman-amazone

Amazona versicolor (I)

Sint Lucia-amazone

Amazona vinacea (I)

Wijnkleurige amazone

Amazona viridigenalis (I)

Groenwangamazone

Amazona vittata (I)

Portoricaanse amazone

Anodorhynchus spp. (I)

Hyacinthara’s

Ara ambiguus (I)

Buffons ara

Ara glaucogula­ris (I)

Blauwkeelara

Ara macao (I)

Geelvleugelara

Ara militaris (I)

Soldatenara

Ara rubrogenys (I)

Roodwangara

Cyanopsitta spixii (I)

Spix' ara

Cyanoramphus cookii (I)

Cyanoramphus forbesi (I)

Geelvoorhoofd­kakariki

Cyanoramphus novaezelan­diae (I)

Roodvoorhoofd­kakariki

Cyanoramphus saisseti (I)

Cyclopsitta diophthalma coxeni (I)

Coxens dubbeloogvijg­papegaai

Eunymphicus cornutus (I)

Hoornparkiet

Guarouba guarouba (I)

Goudparkiet

Neophema chryso­gaster (I)

Oranjebuikparkiet

Ognorhynchus icterotis (I)

Geeloorparkiet

Pezoporus occidentalis (mogelijk uitgestor­ven) (I)

Australische nachtpapegaai

Pezoporus wallicus (I)

Grondpapegaai

Pionopsitta pileata (I)

Roodkappapegaai

Primolius couloni (I)

Blauwkopara

Primolius maracana (I)

Illigers ara

Psephotus chrysoptery­gius (I)

Goudschouder­parkiet

Psephotus dissimilis (I)

Kapparkiet

Psephotus pulcherrimus (mogelijk uitgestor­ven) (I)

Paradijsparkiet

Psittacula echo (I)

Mauritius-papegaai

Pyrrhura cruentata (I)

Blauwkeelconure

Rhynchopsitta spp. (I)

Dikbekpapegaaien

Strigops habroptilus (I)

Kakapo of uilpapegaai

RHEIFORMES

Nandoes

Rheidae

Nandoes

Pterocnemia pennata (I) (Met uitzondering van Pterocnemia pennata pennata, die in bijlage B is opgenomen.)

Darwins nandoe

Pterocnemia pennata pennata (II)

Darwins nandoe (Patagonische ondersoort)

Rhea americana (II)

Nandoe

SPHENISCIFORMES

Pinguïns

Spheniscidae

Pinguïns

Spheniscus demersus (II)

Zwartvoetpinguin

Spheniscus humboldti (I)

Humboldtpinguin

STRIGIFORMES

Uilen

STRIGIFORMES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Uilen

Strigidae

Echte uilen

Aegolius funereus (II)

Ruigpootuil

Asio flammeus (II)

Velduil

Asio otus (II)

Ransuil

Athene noctua (II)

Steenuil

Bubo bubo (II) (Met uitzondering van Bubo bubo bengalensis, die in bijlage B is opgenomen)

Oehoe

Glaucidium passerinum (II)

Dwerguil

Heteroglaux blewitti (I)

Bossteenuil

Mimizuku gurneyi (I)

Grote dwergooruil

Ninox natalis (I)

Christmas Island-valkuil

Ninox novaesee­landiae undulata (I)

Boeboek

Nyctea scandiaca (II)

Sneeuwuil

Otus ireneae (II)

Sokoke-dwergooruil

Otus scops (II)

Dwergooruil

Strix aluco (II)

Bosuil

Strix nebulosa (II)

Laplanduil

Strix uralensis (II) (Met uitzondering van Strix uralensis davidi, die in bijlage B is opgenomen)

Oeraluil

Surnia ulula (II)

Sperweruil

Tytonidae

Kerkuilen

Tyto alba (II)

Kerkuil

Tyto soumagnei (I)

Madagaskar-grasuil

STRUTHIONIFORMES

Struisvogels

Struthionidae

Struisvogels

Struthio camelus (I) (Alleen de populaties in Algerije, Burkina Faso, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Mali, Mauritanië, Marokko, Niger, Nigeria, Senegal en Soedan; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

Struisvogel

TINAMIFORMES

Tinamoes of stuithoenders

Tinamidae

Tinamoes of stuithoenders

Tinamus solitarius (I)

Kluizenaarstuithoen

TROGONIFORMES

Trogons

Trogonidae

Trogons

Pharomachrus mocinno (I)

Quetzal

REPTILIA

Reptielen

CROCODYLIA

Krokodilachtigen

CROCO­DYLIA spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Krokodilachtigen

Alligatoridae

Alligators en kaaimannen

Alligator sinensis (I)

Chinese alligator

Caiman crocodilus apaporien­sis (I)

Apaporis-brilkaaiman

Caiman latirostris (I) (Met uitzondering van de populatie in Argentinië, die is opgenomen in bijlage B)

Breedsnuitkaaiman

Melanosuchus niger (I) (Met uitzondering van de populatie in Brazilië, die is opgenomen in bijlage B, en de populatie in Ecuador, die is opgenomen in bijlage B en waarvoor het jaarlijks exportquotum vastgesteld blijft op nul totdat door het Cites-secretariaat en de Crocodile Specialist Group van IUCN/SSC een jaarlijks exportquotum is goedgekeurd)

Zwarte kaaiman

Crocodylidae

Krokodillen

Crocodylus acutus (I) (Met uitzondering van de populatie in Cuba, die is opgenomen in bijlage B)

Spitssnuitkrokodil

Crocodylus cataphrac­tus (I)

Pantserkrokodil

Crocodylus intermedius (I)

Orinoco-krokodil

Crocodylus mindorensis (I)

Filipijnse krokodil

Crocodylus moreletii (I) (Met uitzondering van de populatie in Belize en in Mexico die in bijlage B zijn opgenomen, met een nulquotum voor wilde soorten die voor commerciële doeleinden worden verhandeld)

Bultkrokodil

Crocodylus niloticus (I) (Met uitzondering van de populaties in Botswana, Egypte [met een nulquotum voor wilde specimens die voor commerciële doeleinden worden verhandeld], Ethiopië, Kenia, Madagaskar, Malawi, Mozambique, Namibië, Zuid-Afrika, Uganda, de Verenigde Republiek Tanzania [waar­voor een jaarlijks exportquotum is vastgesteld van ten hoogste 1600 aan de natuur onttrokken specimens, inclusief jachttrofeeën, naast de van ranching afkomstige specimens], Zambia en Zimbabwe; deze populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Nijlkrokodil

Crocodylus palustris (I)

Moeraskrokodil

Crocodylus porosus (I) (Met uitzondering van de populaties in Australië, Indonesië and Papoea-Nieuw-Guinea, die zijn opgenomen in bijlage B)

Zeekrokodil

Crocodylus rhombifer (I)

Cubaanse of ruitkrokodil

Crocodylus siamensis (I)

Siamese krokodil

Osteolaemus tetraspis (I)

Breedvoorhoofd­krokodil

Tomistoma schlegelii (I)

Onechte gaviaal

Gavialidae

Gavialen

Gavialis gangeticus (I)

Ganges-gaviaal

RHYNCHOCE­PHALIA

Brughagedis­achtigen

Sphenodontidae

Brughagedissen

Sphenodon spp. (I)

Brughagedissen

SAURIA

Hagedissen

Agamidae

Agamen

Uromastyx spp. (II)

Doornstaartagamen

Chamaeleonidae

Kameleons

Bradypodion spp. (II)

Dwergkameleons

Brookesia spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Kortstaartdwerg­kameleons

Brookesia perarmata (I)

Pantserdwerg­kameleon

Calumma spp. (II)

Madagaskar-kameleons

Chamaeleo spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Echte kameleons

Chamaeleo chamae­leon (II)

Gewone kameleon

Furcifer spp. (II)

Madagaskar-kameleons

Kinyongia spp. (II)

Dwergkameleons

Nadzikambia spp. (II)

Dwergkameleons

Cordylidae

Gordelstaart­hagedissen

Cordylus spp. (II)

Echte gordelstaart­hagedissen

Gekkonidae

Gekko’s

Cyrtodactylus serpensin­sula (II)

Slangeneiland-gekko

Hoplodac­tylus spp. (III Nieuw-Zeeland)

Nieuw-Zeelandse gekko’s

Naultinus spp. (III Nieuw-Zeeland)

Nieuw-Zeelandse boomgekko’s

Phelsuma spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Daggekko's

Phelsuma guentheri (II)

Round Island-daggekko

Uroplatus spp. (II)

Platstaartgekko’s

Helodermatidae

Korsthagedissen

Heloderma spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen subspecies)

Gila-monster en Mexicaanse korsthagedis

Heloderma horridum charlesbo­gerti (I)

Guatemalteekse korsthagedis

Iguanidae

Leguanen

Amblyrhynchus cristatus (II)

Galapagos-zeeleguaan

Brachylophus spp. (I)

Fiji-leguanen

Conolophus spp. (II)

Galapagos-landleguanen

Ctenosaura bakeri (II)

Utila-stekelstaartleguaan

Ctenosaura oedirhina (II)

Roatán-stekelstaartleguaan

Ctenosaura melanoster­na (II)

Rio Aguan-stekelstaartleguaan

Ctenosaura palearis (II)

Guatemalteekse stekelstaartleguaan

Cyclura spp. (I)

Ringstaartleguanen

Iguana spp. (II)

Echte leguanen

Phrynosoma blainvillii (II)

Phrynosoma cerroense (II)

Phrynosoma coronatum (II)

Padhagedis

Phrynosoma wigginsi (II)

Sauromalus varius (I)

San Esteban-chuckwalla

Lacertidae

Echte hagedissen

Gallotia simonyi (I)

Simony's hagedis

Podarcis lilfordi (II)

Balearen-hagedis

Podarcis pityusensis (II)

Pityusen-hagedis

Scincidae

Skinks

Corucia zebrata (II)

Grijpstaartskink

Teiidae

Krokodilstaart­hagedissen en teju’s

Crocodilurus amazoni­cus (II)

Krokodilstaart­hagedis

Dracaena spp. (II)

Kaaimanteju's

Tupinambis spp.(II)

Reuzenteju’s

Varanidae

Varanen

Varanus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Varanen

Varanus bengalensis (I)

Bengaalse varaan

Varanus flavescens (I)

Gele varaan

Varanus griseus (I)

Woestijnvaraan

Varanus komodoen­sis (I)

Komodo-varaan

Varanus nebulosus (I)

Nevelvaraan

Varanus olivaceus (II)

Grays varaan

Xenosauridae

Knobbelhagedissen

Shinisaurus crocodilu­rus (II)

Chinese krokodilstaart­hagedis

SERPENTES

Slangen

Boidae

Boa's

Boidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Boa's

Acrantophis spp. (I)

Madagaskar-boa's

Boa constrictor occidentalis (I)

Argentijnse boa constrictor

Epicrates inornatus (I)

Gewone slanke boa

Epicrates monensis (I)

Mona-boa

Epicrates subflavus (I)

Gele slanke boa

Eryx jaculus (II)

Kleine zandboa

Sanzinia madagas­cariensis (I)

Madagaskar-hondskopboa

Bolyeriidae

Round Island-boa’s

Bolyeriidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Round Island-boa’s

Bolyeria multocarina­ta (I)

Round Island-boa

Casarea dussumieri (I)

Dussumiers boa

Colubridae

Ringslangen

Atretium schistosum (III India)

Indiase kielrugslang

Cerberus rynchops (III India)

Hondskopwater­slang

Clelia clelia (II)

Mussurana

Cyclagras gigas (II)

Reuzenwaterslang

Elachistodon wester­manni (II)

Indische eierslang

Ptyas mucosus (II)

Oosterse rattenslang

Xenochrophis piscator (III India)

Visslang

Elapidae

Cobra’s en koraalslangen

Hoplocephalus bunga­roides (II)

Breedkopslang

Micrurus diastema (III Honduras)

Atlantische koraalslang

Micrurus nigrocinctus (III Honduras)

Midden-Amerikaanse koraalslang

Naja atra (II)

Chinese brilslang

Naja kaouthia (II)

Indiase brilslang

Naja mandalayen­sis (II)

Burmese brilslang

Naja naja (II)

Brilslang of cobra

Naja oxiana (II)

Centraal-Aziatische brilslang

Naja philippinen­sis (II)

Filipijnse brilslang

Naja sagittifera (II)

Andamanen-brilslang

Naja samaren­sis (II)

Samar-brilslang

Naja siamensis (II)

Indochinese brilslang

Naja sputatrix (II)

Spuwende brilslang

Naja sumatrana (II)

Sumatraanse brilslang

Ophiophagus hannah (II)

Koningscobra

Loxocemidae

Spitskoppythons

Loxocemidae spp. (II)

Spitskoppythons

Pythonidae

Pythons

Pythonidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Pythons

Python molurus molurus (I)

Tijgerpython

Tropidophiidae

Bosslangen

Tropidophiidae spp. (II)

Bosslangen

Viperidae

Adders

Crotalus durissus (III Honduras)

Zuid-Amerikaanse ratelslang

Crotalus durissus unicolor

Aruba-ratelslang

Daboia russelii (III India)

Russells adder

Vipera latifii

Latifi's adder

Vipera ursinii (I) (Uitsluitend de populatie in Europa, met uitzondering van het grondgebied van de voormalige USSR; laatstgenoemde populaties zijn niet in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

Spitssnuitadder

Vipera wagneri (II)

Wagners adder

TESTUDINES

Schildpadden

Carettochelyidae

Nieuw-Guinese tweeklauwschild­padden

Carettochelys insculpta (II)

Nieuw-Guinese tweeklauwschildpad

Chelidae

Slangenhals­schildpadden

Chelodina mccordi (II)

Slangenhals­schildpad

Pseudemydura umbrina (I)

Onechte spitskopschildpad

Cheloniidae

Zeeschildpadden

Cheloniidae spp. (I)

Zeeschildpadden

Chelydridae

Bijtschildpadden

Macrochelys temminckii (III Verenigde Staten van Amerika)

Alligatorschildpad of gierschildpad

Dermatemydidae

Tabasco-schildpadden

Dermatemys mawii (II)

Tabasco-schildpad

Dermochelyidae

Lederschildpadden

Dermochelys coriacea (I)

Lederschildpad

Emydidae

Doos- en moerasschildpadden

Chrysemys picta

Westelijke sierschildpad

Glyptemys insculpta (II)

Amerikaanse bosschildpad

Glyptemys muhlen­bergii (I)

Muhlenbergs schildpad

Graptemys spp. (III Verenigde Staten van Amerika)

Zaagrug- of landkaartschild­padden

Terrapene spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Doosschildpadden

Terrapene coahuila (I)

Mexicaanse doosschildpad

Trachemys scripta elegans

Roodwangsier­schildpad

Geoemydidae

Aardschildpad­achtigen

Batagur affinis (I)

Zuidelijke rivierschildpad

Batagur baska (I)

Batagur of tuntong

Batagur spp. (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Cuora spp. (II)

Aziatische doosschildpadden

Geoclemys hamiltonii (I)

Driekielstraal­schildpad

Geoemyda spengleri (III China)

Spenglers aardschildpad

Heosemys annandalii (II)

Tempelschildpad

Heosemys depressa (II)

Arakan-aardschildpad

Heosemys grandis (II)

Reuzenaard­schildpad

Heosemys spinosa (II)

Gestekelde aardschildpad

Leucocephalon yuwonoi (II)

Sulawesi-aardschildpad

Malayemys macrocepha­la (II)

Maleisische slakkeneter

Malayemys subtrijuga (II)

Rijstveldschildpad

Mauremys annamen­sis (II)

Annamese schildpad

Mauremys iversoni (III China)

Iversons moerasschildpad

Mauremys megalocephala (III China)

Grootkopdriekiel­schildpad

Mauremys mutica (II)

Gele moerasschildpad

Mauremys nigricans (III China)

Kwantung-moerasschildpad of Chinese roodkeelschildpad

Mauremys pritchardi (III China)

Pritchards moerasschildpad

Mauremys reevesii (III China)

Chinese driekielschildpad

Mauremys sinensis (III China)

Chinese streepnekschildpad

Melanochelys tricarinata (I)

Driekielaardschild­pad

Morenia ocellata (I)

Achterindische pauwoogmoeras­schildpad

Notochelys platynota (II)

Maleise platrugschildpad

Ocadia glyphistoma (III China)

Gleufbek-streepnekschildpad

Ocadia philippeni (III China)

Philippens streepnekschildpad

Orlitia borneensis (II)

Borneo-rivierschildpad

Pangshura spp.(II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Dakschildpadden

Pangshura tecta (I)

Indische dakschildpad

Sacalia bealei (III China)

Beales pauwoogschildpad

Sacalia pseudocellata (III China)

Chinese schijnoogschildpad

Sacalia quadriocellata (III China)

Vieroogschildpad

Siebenrockiella crassicollis (II)

Zwarte dikkopschildpad

Siebenrockiella leytensis (II)

Filipijnse aardschildpad

Platysternidae

Grootkopschild­padden

Platysternon megacepha­lum (II)

Grootkopschildpad

Podocnemididae

Scheenplaatschild­padden

Erymnochelys madagas­cariensis (II)

Madagaskar-scheenplaatschild­pad

Peltocephalus dumerilia­nus (II)

Zuid-Amerikaanse grootkopschildpad

Podocnemis spp. (II)

Zuid-Amerikaanse scheenplaatschild­padden

Testudinidae

Landschildpadden

Testudinidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species; voor Geochelone sulcata is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor overwegend commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)

Landschildpadden

Astrochelys radiata (I)

Stralenschildpad

Astrochelys yniphora (I)

Madagaskar-schildpad

Chelonoidis nigra (I)

Galapagos-landschildpad

Gopherus flavomargina­tus (I)

Mexicaanse reuzengofferschild­pad

Malacochersus tornieri (II)

Pannenkoekschild­pad

Psammobates geometricus (I)

Geometrische landschildpad

Pyxis arachnoides (I)

Madagaskar-spinschildpad

Pyxis planicauda (I)

Madagaskar-platstaartschildpad

Testudo graeca (II)

Moorse landschildpad

Testudo hermanni (II)

Griekse landschildpad

Testudo kleinmanni (I)

Kleinmanns landschildpad

Testudo marginata (II)

Klokschildpad

Trionychidae

Drieklauw- en weekschildpadden

Amyda cartilagi­nea (II)

Zuidoost-Aziatische weekschildpad

Apalone spinifera atra (I)

Zwarte drieklauwschildpad

Aspideretes gangeticus (I)

Ganges-drieklauwschildpad

Aspideretes hurum (I)

Pauwoogdrieklauw­schildpad

Aspideretes nigricans (I)

Heilige drieklauwschildpad

Chitra spp. (II)

Smalkopweek­schildpadden

Lissemys punctata (II)

Indische klepweekschildpad

Lissemys scutata (II)

Burmese klepweekschildpad

Palea steindach­neri (III China)

Halskwabweek­schildpad

Pelochelys spp. (II)

Reuzenweek­schildpadden

Pelodiscus axenaria (III China)

Hunan-weekschildpad

Pelodiscus maackii (III China)

Amoer-weekschildpad

Pelodiscus parviformis (III China)

Chinese weekschildpad

Rafetus swinhoei (III China)

Yangtze-weekschildpad

AMPHIBIA

Amfibieën

ANURA

Kikkers en padden

Bufonidae

Padden

Altiphrynoides spp. (I)

Malcolms Ethiopische padden

Atelopus zeteki (I)

Bonte klompvoetkikker

Bufo periglenes (I)

Gouden pad

Bufo superciliaris (I)

Wenkbrauwpad

Nectophrynoi­des spp. (I)

Levendbarende padden

Nimbaphrynoi­des spp. (I)

Nimba-padden

Spinophrynoi­des spp. (I)

Osgoods Ethiopische padden

Calyptocephalellidae

Calyptocephalella gayi (III Chili)

Helmkop

Dendrobatidae

Gifkikkers

Allobates femoralis (II)

Dijvlekgifkikker

Allobates zaparo (II)

Zaparo-gifkikker

Cryptophyllo­bates azurei­ventris (II)

Blauwbuikgifkikker

Dendrobates spp. (II)

Boomgifkikkers

Epipedobates spp. (II)

Bodemgifkikkers

Phyllobates spp. (II)

Pijlgifkikkers

Hylidae

Boomkikkers

Agalychnis spp. (II)

Makikikkers

Mantellidae

Gouden prachtkikkers

Mantella spp. (II)

Gouden prachtkikkers

Microhylidae

Tomaatkikkers

Dyscophus antongilii (I)

Tomaatkikker

Scaphiophryne gottlebei (II)

Gottlebes smalbekkikker

Ranidae

Echte kikkers

Conraua goliath

Goliathkikker

Euphlyctis hexadactylus (II)

Zesteenkikker

Hoplobatrachus tigerinus (II)

Tijgerkikker

Rana catesbeiana

Stierkikker

Rheobatrachidae

Maagbroedende kikkers

Rheobatrachus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Maagbroedende kikkers

Rheobatrachus silus (II)

Zuidelijke maagbroedende kikker

CAUDATA

Salamanders

Ambystomatidae

Axolotls

Ambystoma dumerilii (II)

Achaque

Ambystoma mexicanum (II)

Axolotl

Cryptobranchidae

Reuzensalamanders

Andrias spp. (I)

Reuzensalamanders

Salamandridae

Echte salamanders

Neurergus kaiseri (I)

Luristan-beeksalamander

ELASMOBRANCHII

Kraakbeenvissen

LAMNIFORMES

Haringhaaiachtigen

Cetorhinidae

Reuzenhaaien

Cetorhinus maximus (II)

Reuzenhaai

Lamnidae

Makreelhaaien

Carcharodon carcharias (II)

Mensenhaai

Lamna nasus (III 27 EU-lidstaten)(18)

Haringhaai of neushaai

ORECTOLOBIFORMES

Bakerhaaien

Rhincodontidae

Walvishaaien

Rhincodon typus (II)

Walvishaai

RAJIFORMES

Roggen

Pristidae

Zaagroggen

Pristidae spp. (I) (Met uitzondering van de in bijlage B opgenomen species)

Zaagroggen

Pristis microdon (II) (Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationaal verkeer van levende dieren, hoofdzakelijk voor instandhoudingsdoelstellingen en voor zover deze dieren bestemd zijn voor passende en aanvaardbare aquaria. Alle andere specimens worden als specimens van een soort van bijlage A beschouwd en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.)

Zoetwaterzaagrog

ACTINOPTERYGII

Straalvinnige vissen

ACIPENSERIFORMES

Steurachtigen

ACIPENSERIFORMES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Steurachtigen

Acipenseridae

Steuren

Acipenser brevirostrum (I)

Kortsnuitsteur

Acipenser sturio (I)

Gewone steur

ANGUILLIFORMES

Palingachtigen

Anguillidae

Palingen

Anguilla anguilla (II)

Europese paling of aal

CYPRINIFORMES

Karperachtigen

Catostomidae

Zuigkarpers

Chasmistes cujus (I)

Zuigkarper

Cyprinidae

Echte karpers

Caecobarbus geertsi (II)

Afrikaanse blinde barbeel

Probarbus jullieni (I)

Julliens barbeel

OSTEOGLOSSIFORMES

Beentongvissen

Osteoglossidae

Echte beentongvissen

Arapaima gigas (II)

Arapaima

Scleropages formosus (I)

Aziatische beentongvis

PERCIFORMES

Baarsachtigen

Labridae

Lipvissen

Cheilinus undulatus (II)

Napoleonvis

Sciaenidae

Ombervissen

Totoaba macdonaldi (I)

Macdonalds trommelvis

SILURIFORMES

Meervalachtigen

Pangasiidae

Reuzenmeervallen

Pangasianodon gigas (I)

Reuzenmeerval

SYNGNATHIFORMES

Zeenaaldachtigen

Syngnathidae

Zeenaalden en zeepaardjes

Hippocampus spp. (II)

Zeepaardjes

SARCOPTERYGII

Kwastvinnige vissen

CERATODONTIFORMES

Australische longvissen

Ceratodontidae

Australische longvissen

Neoceratodus forsteri (II)

Australische longvis

COELACANTHIFORMES

Coelacantachtigen

Latimeriidae

Coelacanten

Latimeria spp. (I)

Coelacanten

ECHINODERMATA (STEKELHUIDIGEN)

HOLOTHUROIDEA

Zeekomkommers

ASPIDOCHIROTIDA

Zeekomkommers

Stichopodidae

Zeekomkommers

Isostichopus fuscus (III Ecuador)

Bruine zeekomkommer

ARTHROPODA (GELEEDPOTIGEN)

ARACHNIDA

Spinachtigen

ARANEAE

Spinnen

Theraphosidae

Vogelspinnen

Aphonopelma albiceps (II)

Tarantula

Aphonopelma pallidum (II)

Mexicaanse grijze tarantula

Brachypelma spp. (II)

Vogelspinnen

SCORPIONES

Schorpioenen

Scorpionidae

Schorpioenen

Pandinus dictator (II)

Dictatorschorpioen

Pandinus gambiensis (II)

Senegalese reuzenschorpioen

Pandinus imperator (II)

Keizerschorpioen

INSECTA

Insecten

COLEOPTERA

Kevers

Lucanidae

Vliegende herten

Colophon spp. (III Zuid-Afrika)

Kaapse vliegende herten

Scarabaeidae

Bladsprietkevers

Dynastes satanas (II)

Satanaskever

LEPIDOPTERA

Vlinders en motten

Nymphalidae

Schoenlappers

Agrias amydon boliviensis (III Bolivia)

Morpho godartii lachaumei (III Bolivia)

Prepona praeneste buckleyana (III Bolivia)

Papilionidae

Pages en pauwogen

Atrophaneura jophon (II)

Sri Lanka-roospage

Atrophaneura palu

Palu-roospage

Atrophaneura pandiyana (II)

Malabar-roospage

Bhutanitis spp. (II)

Bhutan-koninginnenpages

Graphium sandawanum

Apo-koninginnenpage

Graphium stresemanni

Seram-koninginnenpage

Ornithoptera spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

Vogelvleugelvlinders

Ornithoptera alexandrae (I)

Alexandra's vogelvleugelvlinder

Papilio benguetanus

Filipijnse pauwoog

Papilio chikae (I)

Luzon-pauwoog

Papilio esperanza

Oaxaca-pauwoog

Papilio homerus (I)

Homeruspauwoog

Papilio hospiton (I)

Corsicaanse pauwoog

Papilio morondavana

Madagaskar-keizerpauwoog

Papilio neumoegeni

Sumba-pauwoog

Parides ascanius

Rio de Janeiro-pauwoog

Parides hahneli

Hahnels Amazone-pauwoog

Parnassius apollo (II)

Apollovlinder

Teinopalpus spp. (II)

Kaiser-i-hindvlinders

Trogonoptera spp. (II)

Vogelvleugelvlinders

Troides spp. (II)

Gouden vogelvleugelvlinders

ANNELIDA (GELEDE WORMEN)

HIRUDINOIDEA

Bloedzuigers

ARHYNCHOBDELLIDA

Hirudinidae

Bloedzuigers

Hirudo medicinalis (II)

Noordelijke medicinale bloedzuiger

Hirudo verbana (II)

Zuidelijke medicinale bloedzuiger

MOLLUSCA (WEEKDIEREN)

BIVALVIA

Tweekleppigen

MYTILOIDA

Zeemossels

Mytilidae

Echte mossels

Lithophaga lithophaga (II)

Steenboorder

UNIONOIDA

Zoetwatermossels

Unionidae

Echte zoetwatermossels

Conradilla caelata (I)

Vogelvleugelparelmossel

Cyprogenia aberti (II)

Westelijke waaierschelp

Dromus dromas (I)

Dromedarisparelmossel

Epioblasma curtisii (I)

Curtis’ parelmossel

Epioblasma florentina (I)

Geelbloesemparelmossel

Epioblasma sampsonii (I)

Sampsons parelmossel

Epioblasma sulcata perobliqua (I)

Purperen kattenpootmossel

Epioblasma torulosa gubernaculum (I)

Groenbloesemparelmossel

Epioblasma torulosa rangiana (II)

Taanbloesemparelmossel

Epioblasma torulosa torulosa (I)

Knobbelbloesemparelmossel

Epioblasma turgidula (I)

Zwelbloesemparelmossel

Epioblasma walkeri (I)

Bruinbloesemparelmossel

Fusconaia cuneolus (I)

Fijnstraal-varkensteenparelmossel

Fusconaia edgariana (I)

Glanzende varkensteenparelmossel

Lampsilis higginsii (I)

Higgins’ oogparelmossel

Lampsilis orbiculata orbiculata (I)

Roze slijkmossel

Lampsilis satur (I)

Gewone boekparelmossel

Lampsilis virescens (I)

Alabama-lampmossel

Plethobasus cicatricosus (I)

Witte wrattenrugparelmossel

Plethobasus cooperianus (I)

Oranjevoetpuistmossel

Pleurobema clava (II)

Klompschelpparelmossel

Pleurobema plenum (I)

Ruige varkensteenparelmossel

Potamilus capax (I)

Dikboekparelmossel

Quadrula intermedia (I)

Cumberland-apensnoetparelmossel

Quadrula sparsa (I)

Appalachen-apensnoetparelmossel

Toxolasma cylindrellus (I)

Bleke lilliputparelmossel

Unio nickliniana (I)

Nicklins parelmossel

Unio tampicoensis tecomatensis (I)

Tampico-parelmossel

Villosa trabalis (I)

Cumberland-boonparelmossel

VENEROIDA

Tridacnidae

Doopvontschelpen

Tridacnidae spp. (II)

Doopvontschelpen

GASTROPODA

Buikpotigen of slakken

MESOGASTROPODA

Strombidae

Kroonslakken

Strombus gigas (II)

Karko of roze vleugelhoorn

STYLOMMATOPHORA

Achatinellidae

Hawaï-boomslakken

Achatinella spp. (I)

Kleine agaatslakken

Camaenidae

Groenslakken

Papustyla pulcherrima (II)

Groenslak

CNIDARIA (HOLTEDIEREN)

ANTHOZOA

Koralen en zeeanemonen

ANTIPATHARIA

Doornkoralen

ANTIPATHARIA spp. (II)

Doornkoralen

GORGONACEAE

Hoornkoralen

Coralliidae

Bloedkoralen

Corallium elatius (III China)

Momo-bloedkoraal

Corallium japonicum (III China)

Japans bloedkoraal

Corallium konjoi (III China)

Konjoi-bloedkoraal

Corallium secundum (III China)

Engelhuidbloedkoraal

HELIOPORACEA

Helioporidae

Blauwe koralen

Helioporidae spp. (II) (Omvat uitsluitend de soort Heliopora coerulea)(19)

Blauwe koralen

SCLERACTINIA

Echte koralen

SCLERACTINIA spp. (II)(20)

Echte koralen

STOLONIFERA

Buiskoralen

Tubiporidae

Orgelpijpkoralen

Tubiporidae spp. (II)(21)

Orgelpijpkoralen

HYDROZOA

Poliepen

MILLEPORINA

Milleporidae

Brandkoralen of vuurkoralen

Milleporidae spp. (II)(22)

Brandkoralen of vuurkoralen

STYLASTERINA

Stylasteridae

Kantkoralen

Stylasteridae spp. (II)(23)

Kantkoralen

FLORA (PLANTEN)

AGAVACEAE

Agavefamilie

Agave parviflora (I)

Santa Cruz-streepagave

Agave victoriae-reginae (II) #4

Koningin Victoria-agave

Nolina interrata (II)

San Diego-berengras

AMARYLLIDACEAE

Narcisfamilie

Galanthus spp. (II) #4

Sneeuwklokjes

Sternbergia spp. (II) #4

Leliën des velds

ANACARDIACEAE

Pruikenboomfamilie

Operculicarya hyphaenoides (II)

Jabihy

Operculicarya pachypus (II)

Tabily

APOCYNACEAE

Hoodia spp. (II) #9

Hoodia’s

Pachypodium spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4

Madagaskar-palmen

Pachypodium ambongense (I)

Olifantromppalm

Pachypodium baronii (I)

Sleutelbloempalm

Pachypodium decaryi (I)

Hanenspoorbloempalm

Rauvolfia serpentina (II) #2

Slangenwortel-duivelspeper

ARALIACEAE

Klimopfamilie

Panax ginseng (II) (Alleen de populatie in de Russische Federatie; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.) #3

Ginseng

Panax quinquefolius (II) #3

Amerikaanse ginseng

ARAUCARIACEAE

Araucariafamilie

Araucaria araucana (I)

Apenverdriet

BERBERIDACEAE

Berberisfamilie

Podophyllum hexandrum (II) #2

Indische alruinwortel

BROMELIACEAE

Bromeliafamilie

Tillandsia harrisii (II) #4

Harris' tillandsia

Tillandsia kammii (II) #4

Kamms tillandsia

Tillandsia kautskyi (II) #4

Kautsky's tillandsia

Tillandsia mauryana (II) #4

Maury's tillandsia

Tillandsia sprengeliana (II) #4

Sprengels tillandsia

Tillandsia sucrei (II) #4

Sucre-tillandsia

Tillandsia xerographica (II)(24) #4

Xerografie-tillandsia

CACTACEAE

Cactusfamilie

CACTACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en Pereskia spp., Pereskiopsis spp. en Quiabentia spp.)(25) #4

Cactussen

Ariocarpus spp. (I)

Levendesteencactussen

Astrophytum asterias (I)

Stercactus

Aztekium ritteri (I)

Aztekencactus

Coryphantha werdermannii (I)

Zwijnspeldenkussen

Discocactus spp. (I)

Schijfcactussen

Echinocereus ferreirianus ssp. lindsayi (I)

Lindsays egelcactus

Echinocereus schmollii (I)

Lamsstaartcactus

Escobaria minima (I)

Nellie Cory’s cactus

Escobaria sneedii (I)

Sneeds speldenkussen

Mammillaria pectinifera (I)

Biggencactus

Mammillaria solisioides (I)

Pitayta

Melocactus conoideus (I)

Kegelvormige Turksemutscactus

Melocactus deinacanthus (I)

Prachtborstelige Turksemutscactus

Melocactus glaucescens (I)

Wollige wassteel-Turksemutscactus

Melocactus paucispinus (I)

Geringstekelige Turksemutscactus

Obregonia denegrii (I)

Artisjokcactus

Pachycereus militaris (I)

Teddybeercactus

Pediocactus bradyi (I)

Brady’s speldenkussen

Pediocactus knowltonii (I)

Knowltons cactus

Pediocactus paradinei (I)

Paradines cactus

Pediocactus peeblesianus (I)

Peebles' navajocactus

Pediocactus sileri (I)

Silers speldenkussen

Pelecyphora spp. (I)

Bijltjescactussen

Sclerocactus brevihamatus ssp. tobuschii (I)

Tobuschs vishaakcactus

Sclerocactus erectocentrus (I)

Acuña-cactus

Sclerocactus glaucus (I)

Uinta Basin-cactus

Sclerocactus mariposensis (I)

Lloyds vlindercactus

Sclerocactus mesae-verdae (I)

Mesa Verde-cactus

Sclerocactus nyensis (I)

Tonopah-vishaakcactus

Sclerocactus papyracanthus (I)

Papierstekelvishaakcactus

Sclerocactus pubispinus (I)

Great Basin-vishaakcactus

Sclerocactus wrightiae (I)

Wrights vishaakcactus

Strombocactus spp. (I)

Tolcactussen

Turbinicarpus spp. (I)

Turbinecactussen

Uebelmannia spp. (I)

Uebelmanns cactussen

CARYOCARACEAE

Caryocarfamilie

Caryocar costaricense (II) #4

Knoflookboom

COMPOSITAE (ASTERACEAE)

Asterfamilie (composieten)

Saussurea costus (I) (Ook S. lappa, Aucklandia lappa of A. costus genoemd.)

Cost, kutki of kuth

CRASSULACEAE

Vetplantenfamilie

Dudleya stolonifera (II)

Laguna Beach-liveforever

Dudleya traskiae (II)

Santa Barbara-liveforever

CUCURBITACEAE

Komkommerfamilie

Zygosicyos pubescens (II) (ook bekend onder de naam Xerosicyos pubescens)

Tobory

Zygosicyos tripartitus (II)

Betoboky

CUPRESSACEAE

Cipresfamilie

Fitzroya cupressoides (I)

Alerce

Pilgerodendron uviferum (I)

Chileense cipres

CYATHEACEAE

Cyatheafamilie

Cyathea spp. (II) #4

Cyathea’s (boomvarens)

CYCADACEAE

Cycaspalmenfamilie

CYCADACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4

Cycaspalmen

Cycas beddomei (I)

Beddomes cycaspalm

DICKSONIACEAE

Dicksoniafamilie

Cibotium barometz (II) #4

Kettingvaren, cibota of gou-ji

Dicksonia spp. (II) (Alleen de Amerikaanse populaties; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen. Omvat Dicksonia berteriana, D. externa, D. sellowiana en D. stuebelii) #4

Dicksonia’s (boomvarens)

DIDIEREACEAE

Didiereafamilie

DIDIEREACEAE spp. (II) #4

Madagaskar-boomvarens, aluaudia’s

DIOSCOREACEAE

Yamswortelfamilie

Dioscorea deltoidea (II) #4

Olifantspoot

DROSERACEAE

Zonnedauwfamilie

Dionaea muscipula (II) #4

Venusvliegenval

EUPHORBIACEAE

Wolfsmelkfamilie

Euphorbia spp. (II) #4

(Uitsluitend succulente species, met uitzondering van:

1)  Euphorbia misera;

2)  kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Euphorbia trigona;

3)  kunstmatig gekweekte specimens van Euphorbia lactea die op een kunstmatig gekweekte onderstam van Euphorbia neriifolia zijn geënt, mits zij:

kamvormig of

waaiervormig of

kleurmutanten zijn;

4)  kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Euphorbia „Milii”, mits zij:

gemakkelijk als kunstmatig gekweekte specimens herkenbaar zijn, en

in partijen van 100 of meer planten in de Unie worden binnengebracht of uit de Unie worden (her)uitge­voerd;

op bovengenoemde categorieën zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing; en

5)  de in bijlage A opgenomen species.)

Euphorbia's of wolfsmelken

Euphorbia ambovombensis (I)

Amovombe-wolfsmelk

Euphorbia capsaintemariensis (I)

Cap Sainte Marie-wolfsmelk

Euphorbia cremersii (I) (Met inbegrip van de vorm viridifolia en de varieteit rakotozafyi)

Cremers' wolfsmelk

Euphorbia cylindrifolia (I) (Met inbegrip van de ssp. tuberifera)

Rondbladige wolfsmelk

Euphorbia decaryi (I) (Met inbegrip van de varieteiten ampanihyensis, robinsonii en sprirosticha)

Decary’s wolfsmelk

Euphorbia francoisii (I)

François’ wolfsmelk

Euphorbia handiensis (II)

Euphorbia lambii (II)

Gomera-wolfsmelk

Euphorbia moratii (I) (Met inbegrip van de varieteiten antsingiensis, bemarahensis en multiflora)

Euphorbia parvicyathophora (I)

Euphorbia quartziticola (I)

Euphorbia stygiana (II)

Daphne-vlaswolfsmelk

Euphorbia tulearensis (I)

FOUQUIERIACEAE

Fouquieriafamilie

Fouquieria columnaris (II) #4

Flesboom, boojumboom of grote waskaars

Fouquieria fasciculata (I)

Ocotillo

Fouquieria purpusii (I)

GNETACEAE

Gnetumfamilie

Gnetum montanum (III Nepal) #1

Melindjo, gam nui of sot nui

JUGLANDACEAE

Okkernootfamilie

Oreomunnea pterocarpa (II) #4

Caribische walnoot

LAURACEAE

Laurierfamilie

Aniba rosaeodora (II) (ook A. duckei genoemd) #12

Braziliaans rozenhout

LEGUMINOSAE

(FABACEAE)

Vlinderbloemigen

Caesalpinia echinata (II) #10

Brazielhout of pernambuk

Dalbergia nigra (I)

Palissander

Dalbergia retusa (III Guatemala) (Uitsluitend de populatie in Guatemala; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage D) #5

Cocobolo

Dalbergia stevensonii (III Guatemala) (Uitsluitend de populatie in Guatemala; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage D) #5

Honduras-palissander

Dipteryx panamensis (III Costa Rica / Nicaragua)

Amandelboom

Pericopsis elata (II) #5

Afrormosia

Platymiscium pleiostachyum (II) #4

Christobal of ñambar

Pterocarpus santalinus (II) #7

Rood sandelhout

LILIACEAE

Leliefamilie

Aloe spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en Aloe vera, ook genoemd Aloe barbadensis, die niet in de bijlagen bij deze verordening is opgenomen) #4

Aloë’s

Aloe albida (I)

Witte aloë

Aloe albiflora (I)

Witbloemaloë

Aloe alfredii (I)

Alfredi’s aloë

Aloe bakeri (I)

Kaapse aloë

Aloe bellatula (I)

Prachtaloë

Aloe calcairophila (I)

Aloe compressa (I) (Met inbegrip van de varieteiten paucituberculata, rugosquamosa en schistophila)

Korte aloë

Aloe delphinensis (I)

Dolfijnaloë

Aloe descoingsii (I)

Dwergaloë

Aloe fragilis (I)

Fragiele aloë

Aloe haworthioides (I) (Met inbegrip van de varieteit aurantiaca)

Schijnspinaloë of kanten aloë

Aloe helenae (I)

Helena’s aloë

Aloe laeta (I) (Met inbegrip van de varieteit maniaensis)

Bonte aloë

Aloe parallelifolia (I)

Evenwijdigbladige aloë

Aloe parvula (I)

Kleinste aloë

Aloe pillansii (I)

Pijlkokerboom of Richtervelds aloë

Aloe polyphylla (I)

Spiraalaloë

Aloe rauhii (I)

Rauhs aloë

Aloe suzannae (I)

Suzannes aloë

Aloe versicolor (I)

Wisselkleurige aloë

Aloe vossii (I)

Voss’ aloë

MAGNOLIACEAE

Tulpenboomfamilie

Magnolia liliifera var. obovata (III Nepal) #1

Safan

MELIACEAE

Mahoniefamilie

Cedrela fissilis (III Bolivia) (Uitsluitend de populatie in Bolivia; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage D) #5

Cedrela lilloi (III Bolivia) (Uitsluitend de populatie in Bolivia; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage D) #5

Cedrela odorata (III Bolivia / Brazilië / Colombia / Guatemala / Peru) (Uitsluitend de populaties in de landen waarvoor deze soort in bijlage III is opgenomen; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage D) #5

Spaanse ceder

Swietenia humilis (II) #4

Mexicaanse mahonieboom

Swietenia macrophylla (II) (Neotropische populaties, d.w.z. de populaties in Midden- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied) #6

Braziliaanse mahonieboom

Swietenia mahagoni (II) #5

Cubaanse mahonieboom

NEPENTHACEAE

Bekerplantenfamilie

Nepenthes spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4

Bekerplanten

Nepenthes khasiana (I)

Indiase bekerplant

Nepenthes rajah (I)

Reuzenbekerplant

ORCHIDACEAE

Orchideeënfamilie

ORCHIDACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)(26) #4

Orchideeën

Voor alle hierna genoemde orchideeën­soorten van bijlage A zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing op zaailing- of weefselculturen indien deze:

—  in vitro zijn verkregen op een vaste of vloeibare voedingsbodem;

—  voldoen aan de definitie van „kunstmatig gekweekt” overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie; en

—  bij het binnenbrengen in de Unie of bij de (weder)uitvoer uit de Unie in steriele recipiënten worden getranspor­teerd.

Aerangis ellisii (I)

Madagaskar-orchidee

Cephalanthera cucullata (II)

Kretenzisch nieskruid

Cypripedium calceolus (II)

Vrouwenschoentje

Dendrobium cruentum (I)

Bloedrode orchidee

Goodyera macrophylla (II)

Madeira-netbladorchidee

Laelia jongheana (I)

Jonghes lelie

Laelia lobata (I)

Gaffellelie

Liparis loeselii (II)

Groenknolorchis

Ophrys argolica (II)

Geoogde bijenorchis

Ophrys lunulata (II)

Halvemaanorchidee

Orchis scopulorum (II)

Madeira-orchis

Paphiopedilum spp. (I)

Venusschoentjes

Peristeria elata (I)

Heiligegeestorchidee

Phragmipedium spp. (I)

Zuid-Amerikaanse pantoffelorchideeën

Renanthera imschootiana (I)

Rode Vanda-orchidee

Spiranthes aestivalis (II)

Zomerschroeforchis

OROBANCHACEAE

Bremraapfamilie

Cistanche deserticola (II) #4

Woestijnbremraap

PALMAE

(ARECACEAE)

Palmenfamilie

Beccariophoenix madagascariensis (II) #4

Manaranopalm

Chrysalidocarpus decipiens (I)

Vlinderpalm

Lemurophoenix halleuxii (II)

Rode makipalm

Lodoicea maldivica (III Seychellen) #13

Coco de mer

Marojejya darianii (II)

Grootbladpalm

Neodypsis decaryi (II) #4

Driehoekspalm

Ravenea louvelii (II)

Madagaskar-palm

Ravenea rivularis (II)

Majesteitpalm

Satranala decussilvae (II)

Satranabepalm

Voanioala gerardii (II)

Boskokosnoot

PAPAVERACEAE

Papaverfamilie

Meconopsis regia (III Nepal) #1

Himalaya-klaproos

PASSIFLORACEAE

Passiebloemfamilie

Adenia olaboensis (II)

Vahisasety

PINACEAE

Dennenfamilie

Abies guatemalensis (I)

Guatemala-spar

Pinus koraiensis (III Russische Federatie) #5

Koreaanse den

PODOCARPACEAE

Podocarpusfamilie

Podocarpus neriifolius (III Nepal) #1

Geelhoutden

Podocarpus parlatorei (I)

Parlatore's podocarpus

PORTULACACEAE

Posteleinfamilie

Anacampseros spp. (II) #4

Postelein

Avonia spp. (II) #4

Marentakcactussen

Lewisia serrata (II) #4

Maguires bitterwortel

PRIMULACEAE

Sleutelbloemfamilie

Cyclamen spp. (II)(27) #4

Cyclamens

RANUNCULACEAE

Ranonkelfamilie

Adonis vernalis (II) #2

Voorjaarsadonis

Hydrastis canadensis (II) #8

Goudzegel

ROSACEAE

Rozenfamilie

Prunus africana (II) #4

Afrikaanse kers of roodstinkhout

RUBIACEAE

Walstrofamilie

Balmea stormiae (I)

Ayugue

SARRACENIACEAE

Trompetbekerplantenfamilie

Sarracenia spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4

Trompetbekerplanten

Sarracenia oreophila (I)

Groene trompetbekerplant

Sarracenia rubra ssp. alabamensis (I)

Alabama-trompetbekerplant

Sarracenia rubra ssp. jonesii (I)

Zoete bergtrompetbekerplant

SCROPHULARIACEAE

Helmkruidfamilie

Picrorhiza kurrooa (II) (met uitsluiting van Picrorhiza scrophulariiflora) #2

Katki

STANGERIACEAE

Stangeriafamilie

Bowenia spp. (II) #4

Bowenia’s

Stangeria eriopus (I)

Hottentottenhoofd

TAXACEAE

Taxusfamilie

Taxus chinensis en de infraspecifieke taxa van deze soort (II) #2

Chinese taxus

Taxus cuspidata en de infraspecifieke taxa van deze soort (II)(28) #2

Japanse taxus

Taxus fuana en de infraspecifieke taxa van deze soort (II) #2

Tibetaanse taxus

Taxus sumatrana en de infraspecifieke taxa van deze soort (II) #2

Sumatraanse taxus

Taxus wallichiana (II) #2

Himalaya-taxus

THYMELAEACEAE

(AQUILARIACEAE)

Peperboompjesfamilie

Aquilaria spp. (II) #4

Agarhout

Gonystylus spp. (II) #4

Ramin

Gyrinops spp. (II) #4

Agarhout

TROCHODENDRACEAE

(TETRACENTRACEAE)

Tetracentronfamilie

Tetracentron sinense (III Nepal) #1

Spoorblad

VALERIANACEAE

Valeriaanfamilie

Nardostachys grandiflora (II) #2

Indische nard

VITACEAE

Wijnstokfamilie

Cyphostemma elephantopus (II)

Lazampasika

Cyphostemma montagnacii (II)

Lazambohitra

WELWITSCHIACEAE

Welwitschiafamilie

Welwitschia mirabilis (II) #4

Welwitschia

ZAMIACEAE

Zamiafamilie

ZAMIACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4

Zamiafamilie

Ceratozamia spp. (I)

Hoornkegelpalmen

Chigua spp. (I)

Chigua’s

Encephalartos spp. (I)

Broodbomen

Microcycas calocoma (I)

Kurkpalm

ZINGIBERACEAE

Gemberfamilie

Hedychium philippinense (II) #4

Filipijnse guirlande of gemberlelie

ZYGOPHYLLACEAE

Pokhoutfamilie

Bulnesia sarmientoi (II) #11

Gayak

Guaiacum spp. (II) #2

Pokhout

Bijlage D

Gewone naam

FAUNA

CHORDATA (CHORDADIEREN)

MAMMALIA

Zoogdieren

CARNIVORA

Roofdieren

Canidae

Hondachtigen

Vulpes vulpes griffithi (III India) §1

Griffiths vos

Vulpes vulpes montana (III India) §1

Indische bergvos

Vulpes vulpes pusilla (III India) §1

Kleine rode vos

Mustelidae

Marterachtigen

Mustela altaica (III India) §1

Bergwezel

Mustela erminea ferghanae (III India) §1

Indische bergwezel

Mustela kathiah (III India) §1

Geelbuikwezel

Mustela sibirica (III India) §1

Siberische wezel

DIPROTODONTIA

Klimbuideldieren, wombats en kangoeroes

Macropodidae

Kangoeroes en wallaby’s

Dendrolagus dorianus

Doria's boomkangoeroe

Dendrolagus goodfellowi

Goodfellows boomkangoeroe

Dendrolagus matschiei

Matschies boomkangoeroe

Dendrolagus pulcherrimus

Goudmantelboomkangoeroe

Dendrolagus stellarum

Seri's boomkangoeroe

AVES

Vogels

ANSERIFORMES

Eendachtigen

Anatidae

Eenden, ganzen en zwanen

Anas melleri

Mellers eend

COLUMBIFORMES

Duifachtigen

Columbidae

Duiven

Columba oenops

Salvins duif

Didunculus strigirostris

Tandduif

Ducula pickeringii

Pickerings muskaatduif

Gallicolumba crinigera

Bartletts dolksteenduif

Ptilinopus marchei

Marche's jufferduif

Turacoena modesta

Timorese zwarte duif

GALLIFORMES

Hoenderachtigen

Cracidae

Hokko’s

Crax alector

Gewone of zwarte hokko

Pauxi unicornis

Hoornhokko

Penelope pileata

Witkuifsjakohoen

Megapodiidae

Grootpoothoenders

Eulipoa wallacei

Moluks boshoen

Phasianidae

Fazantachtigen

Arborophila gingica

Rickets bospatrijs

Lophura bulweri

Bulwers vuurrugfazant

Lophura diardi

Siamese vuurrugfazant

Lophura inornata

Salvadori's vuurrugfazant

Lophura leucomelanos

Kalij-vuurrugfazant

Syrmaticus reevesii §2

Koningsfazant

PASSERIFORMES

Zangvogels

Bombycillidae

Pestvogels

Bombycilla japonica

Japanse pestvogel

Corvidae

Kraaiachtigen

Cyanocorax caeruleus

Azuurblauwe gaai

Cyanocorax dickeyi

Kroongaai

Cotingidae

Cotinga’s

Procnias nudicollis

Naaktkeelklokvogel

Emberizidae

Gorzen

Dacnis nigripes

Zwartpootpitpit

Sporophila falcirostris

Temmincks dikbekje

Sporophila frontalis

Reuzendikbekje

Sporophila hypochroma

Roodstuitdikbekje

Sporophila palustris

Moerasdikbekje

Estrildidae

Astrilden

Amandava amandava

Tijgervink

Cryptospiza reichenovii

Reichenows bergastrilde

Erythrura coloria

Mindanao-papegaaiamadine

Erythrura viridifacies

Manilla-papegaaiamadine

Estrilda quartinia (Vaak verhandeld onder de naam Estrilda melanotis)

Geelsnavelastrilde

Hypargos niveoguttatus

Rode druppelastrilde

Lonchura griseicapilla

Witkruinnon

Lonchura punctulata

Muskaatvink

Lonchura stygia

Zwarte rietvink

Fringillidae

Vinken

Carduelis ambigua

Yunnan-groenling

Carduelis atrata

Zwarte sijs

Kozlowia roborowskii

Tibetaanse roodmus

Pyrrhula erythaca

Grijskopgoudvink

Serinus canicollis

Geelkruinkanarie

Serinus citrinelloides hypostictus (Vaak verhandeld onder de naam Serinus citrinelloides)

Oost-Afrikaanse dunbekkanarie

Icteridae

Troepialen

Sturnella militaris

Zwartkopsoldatenspreeuw

Muscicapidae

Vliegenvangers en lijsters

Cochoa azurea

Javaanse blauwe cochoa

Cochoa purpurea

Purpercochoa

Garrulax formosus

Roodvleugellijstergaai

Garrulax galbanus

Geelbuiklijstergaai

Garrulax milnei

Roodstaartlijstergaai

Niltava davidi

Père Davids niltava

Stachyris whiteheadi

Whiteheads boomtimalia

Swynnertonia swynnertoni (Ook Pogonicichla swynnertoni genoemd)

Swynnertons sterrenpaapje

Turdus dissimilis

Zwartborstlijster

Pittidae

Pitta’s

Pitta nipalensis

Blauwnekpitta

Pitta steerii

Steeres pitta

Sittidae

Boomklevers

Sitta magna

Reuzenboomklever

Sitta yunnanensis

Yunnan-boomklever

Sturnidae

Spreeuwen

Cosmopsarus regius

Koningsglansspreeuw

Mino dumontii

Papoea-maina

Sturnus erythropygius

Andamanen-spreeuw

REPTILIA

Reptielen

TESTUDINES

Schildpadden

Geoemydidae

Aardschildpadachtigen

Melanochelys trijuga

Indiase zwarte schildpad

SAURIA

Hagedissen

Agamidae

Agamen

Physignathus cocincinus

Chinese wateragaam

Anguidae

Hazelwormachtigen

Abronia graminea

Boomalligatorhagedis

Gekkonidae

Gekko’s

Rhacodactylus auriculatus

Ruwe reuzengekko

Rhacodactylus ciliatus

Gestekelde reuzengekko

Rhacodactylus leachianus

Nieuw-Caledonische reuzengekko

Teratoscincus microlepis

Kleinschubbige wondergekko

Teratoscincus scincus

Spookgekko

Gerrhosauridae

Gordelstaarthagedissen

Zonosaurus karsteni

Karstens gordelhagedis

Zonosaurus quadrilineatus

Vierstreepgordelhagedis

Iguanidae

Leguanen

Ctenosaura quinquecarinata

Scincidae

Skinks

Tribolonotus gracilis

Sierlijke helmskink of roodoogkrokodilskink

Tribolonotus novaeguineae

Nieuw-Guinese helmskink

SERPENTES

Slangen

Colubridae

Ringslangen

Elaphe carinata §1

Taiwanese stinkslang

Elaphe radiata §1

Sterrattenslang

Elaphe taeniura §1

Taiwanese rattenslang

Enhydris bocourti §1

Bocourts waterslang

Homalopsis buccata §1

Mopsneusslang

Langaha nasuta

Madagaskar-bladneusslang

Leioheterodon madagascariensis

Madagaskar-haakneusslang

Ptyas korros §1

Geelbuikrattenslang

Rhabdophis subminiatus §1

Giftige waterslang

Hydrophiidae

Zeeslangen

Lapemis curtus (Omvat ook Lapemis hardwickii) §1

Logge zeeslang

Viperidae

Adders

Calloselasma rhodostoma §1

Maleise mocassinslang

AMPHIBIA

Amfibieën

ANURA

Kikkers en padden

Hylidae

Boomkikkers

Phyllomedusa sauvagii

Wasmakikikker

Leptodactylidae

Fluitkikkers

Leptodactylus laticeps

Santa Fe-fluitkikker

Ranidae

Echte kikkers

Limnonectes macrodon

Javaanse reuzenkikker of groottandkikker

Rana shqiperica

Albanese poelkikker

CAUDATA

Salamanders

Hynobiidae

Aziatische salamanders

Ranodon sibiricus

Siberische kikkertandsalamander of Semirechensk-salamander

Plethodontidae

Longloze salamanders

Bolitoglossa dofleini

Reuzenpalmsalamander

Salamandridae

Echte salamanders

Cynops ensicauda

Zwaardstaartsalamander

Echinotriton andersoni

Andersons krokodilsalamander

Pachytriton labiatus

Lipsalamander

Paramesotriton spp.

Wrattensalamanders

Salamandra algira

Noord-Afrikaanse vuursalamander

Tylototriton spp.

Krokodilsalamanders

ACTINOPTERYGII

Straalvinnige vissen

PERCIFORMES

Baarsachtigen

Apogonidae

Pterapogon kauderni

Kardinaalbaars

ARTHROPODA (GELEEDPOTIGEN)

INSECTA

Insecten

LEPIDOPTERA

Vlinders en motten

Papilionidae

Pages en pauwogen

Baronia brevicornis

Mexicaanse of kortsprietbaronia

Papilio grosesmithi

Madagaskar-pauwoog

Papilio maraho

Breedstaartpauwoog

MOLLUSCA (WEEKDIEREN)

GASTROPODA

Buikpotigen of slakken

Haliotidae

Zeeoren

Haliotis midae

Midasoor

FLORA

AGAVACEAE

Agavefamilie

Calibanus hookeri

Mexicaanse rolsteenagave of sacamecate

Dasylirion longissimum

Berengras

ARACEAE

Aronskelkfamilie

Arisaema dracontium

Groenedraakaronskelk

Arisaema erubescens

Lichtrode aronskelk

Arisaema galeatum

Gehelmde aronskelk

Arisaema nepenthoides

Arisaema sikokianum

Japanse cobralelie

Arisaema thunbergii var. Urashima

Urashima-aronskelk

Arisaema tortuosum

Zweepkoordcobralelie

Biarum davisii ssp. Marmarisense

Davis’ marmeraronskelk

Biarum ditschianum

Arfakaronskelk

COMPOSITAE (ASTERACEAE)

Asterfamilie (composieten)

Arnica montana §3

Valkruid

Othonna cacalioides

Cacaliamadeliefje

Othonna clavifolia

Sleutelbladmadeliefje

Othonna hallii

Van Halls madeliefje

Othonna herrei

Herres madeliefje

Othonna lepidocaulis

Schubsteelmadeliefje

Othonna retrorsa

Treurmadeliefje

ERICACEAE

Heidefamilie

Arctostaphylos uva-ursi §3

Berendruif

GENTIANACEAE

Gentiaanfamilie

Gentiana lutea §3

Gele gentiaan

LEGUMINOSAE (FABACEAE)

Vlinderbloemigen

Dalbergia granadillo §4

Cocobolo

Dalbergia retusa (Met uitzondering van de populatie die is opgenomen in bijlage C) §4

Cocobolo

Dalbergia stevensonii (Met uitzondering van de populatie die is opgenomen in bijlage C) §4

Honduras-palissander

LILIACEAE

Leliefamilie

Trillium pusillum

Dwergdrieblad

Trillium rugelii

Stinkend drieblad

Trillium sessile

Aronskelkboslelie of paddenschaduw

LYCOPODIACEAE

Wolfsklauwfamilie

Lycopodium clavatum §3

Grote wolfsklauw

MELIACEAE

Mahoniefamilie

Cedrela fissilis (Met uitzondering van de populatie die is opgenomen in bijlage C) §4

Cedrela lilloi (C. angustifolia) (Met uitzondering van de populatie die is opgenomen in bijlage C) §4

Cedrela montana §4

Bergceder

Cedrela oaxacensis §4

Oaxaca-ceder

Cedrela odorata (Met uitzondering van de populaties die zijn opgenomen in bijlage C) §4

Spaanse ceder

Cedrela salvadorensis §4

El Salvador-ceder

Cedrela tonduzii §4

MENYANTHACEAE

Watergentiaanfamilie

Menyanthes trifoliata §3

Waterdrieblad

PARMELIACEAE

Parmeliakorstmossen

Cetraria islandica §3

IJslands mos

PASSIFLORACEAE

Passiebloemfamilie

Adenia glauca

Blauwgele woestijnroos

Adenia pechuelli

Olifantsvoet

PEDALIACEAE

Sesamfamilie

Harpagophytum spp. §3

Duivelsklauw

PORTULACACEAE

Posteleinfamilie

Ceraria carrissoana

Angolese postelein

Ceraria fruticulosa

Heesterpostelein

SELAGINELLACEAE

Selaginellafamilie

Selaginella lepidophylla

Roos van Jericho”

_____________

BIJLAGE II

Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad

(PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 938/97 van de Commissie

(PB L 140 van 30.5.1997, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 2307/97 van de Commissie

(PB L 325 van 27.11.1997, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 2214/98 van de Commissie

(PB L 279 van 16.10.1998, blz. 3)

Verordening (EG) nr. 1476/1999 van de Commissie

(PB L 171 van 7.7.1999, blz. 5)

Verordening (EG) nr. 2724/2000 van de Commissie

(PB L 320 van 18.12.2000, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 1579/2001 van de Commissie

(PB L 209 van 2.8.2001, blz. 14)

Verordening (EG) nr. 2476/2001 van de Commissie

(PB L 334 van 18.12.2001, blz. 3)

Verordening (EG) nr. 1497/2003 van de Commissie

(PB L 215 van 27.8.2003, blz. 3)

Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1)

Uitsluitend artikel 3 en bijlage III, punt 66

Verordening (EG) nr. 834/2004 van de Commissie

(PB L 127 van 29.4.2004, blz. 40)

Verordening (EG) nr. 1332/2005 van de Commissie

(PB L 215 van 19.8.2005, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 318/2008 van de Commissie

(PB L 95 van 8.4.2008, blz. 3)

Verordening (EG) nr. 407/2009 van de Commissie

(PB L 123 van 19.5.2009, blz. 3)

Verordening (EG) nr. 398/2009 van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 126 van 21.5.2009, blz. 5)

Verordening (EU) nr. 709/2010 van de Commissie

(PB L 212 van 12.8.2010, blz. 1)

Verordening (EU) nr. 101/2012 van de Commissie

(PB L 39 van 11.2.2012, blz. 133)

_____________

BIJLAGE III

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 338/97

De onderhavige verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5, leden 1 tot en met 5

Artikel 5, leden 1 tot en met 5

Artikel 5, lid 6, aanhef

Artikel 5, lid 6, aanhef

Artikel 5, lid 6, onder i)

Artikel 5, lid 6, onder a)

Artikel 5, lid 6, onder ii)

Artikel 5, lid 6, onder b)

Artikel 5, lid 7, onder a)

Artikel 5, lid 7, eerste alinea

Artikel 5, lid 7, onder b)

Artikel 5, lid 7, tweede alinea

Artikel 6, leden 1, 2 en 3

Artikel 6, leden 1, 2 en 3

Artikel 6, lid 4, onder a)

Artikel 6, lid 4, eerste alinea

Artikel 6, lid 4, onder b)

Artikel 6, lid 4, tweede alinea

Artikel 7, lid 1, onder a)

Artikel 7, lid 1, eerste alinea

Artikel 7, lid 1, onder b), aanhef

Artikel 7, lid 1, tweede alinea

Artikel 7, lid 1, onder b), i)

Artikel 7, lid 1, derde alinea, onder b), i)

Artikel 7, lid 1, onder b), ii)

Artikel 7, lid 1, derde alinea, onder b), ii)

Artikel 7, lid 1, onder b), iii)

Artikel 7, lid 1, derde alinea, onder b), iii)

Artikel 7, lid 1, onder c)

Artikel 7, lid 1, derde alinea

Artikel 7, lid 2, onder a)

Artikel 7, lid 2, eerste alinea

Artikel 7, lid 2, onder b)

Artikel 7, lid 2, tweede alinea

Artikel 7, lid 2, onder c)

Artikel 7, lid 2, derde alinea

_______

Artikel 7, lid 2, vierde alinea

Artikel 7, lid 3

Artikel 7, lid 3, eerste alinea

_______

Artikel 7, lid 3, tweede alinea

Artikel 7, lid 4

Artikel 7, lid 4, eerste alinea

_______

Artikel 7, lid 4, tweede alinea

Artikel 8

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 11, lid 1

Artikel 11, lid 1

Artikel 11, lid 2, onder a)

Artikel 11, lid 2, eerste alinea

Artikel 11, lid 2, onder b)

Artikel 11, lid 2, tweede alinea

Artikel 11, leden 3, 4 en 5

Artikel 11, leden 3, 4 en 5

Artikel 12, leden 1, 2 en 3

Artikel 12, leden 1, 2 en 3

Artikel 12, lid 4

Artikel 12, lid 4, eerste alinea

_______

Artikel 12, lid 4, tweede alinea

Artikel 12, lid 5

Artikel 12, lid 5

Artikel 13, lid 1, onder a)

Artikel 13, lid 1, eerste alinea

Artikel 13, lid 1, onder b)

Artikel 13, lid 1, tweede alinea

Artikel 13, lid 2

Artikel 13, lid 2

Artikel 13, lid 3, onder a)

Artikel 13, lid 3, eerste alinea

Artikel 13, lid 3, onder b)

Artikel 13, lid 3, tweede alinea

Artikel 13, lid 3, onder c)

Artikel 13, lid 3, derde alinea

Artikel 14, lid 1, onder a)

Artikel 14, lid 1, eerste alinea

Artikel 14, lid 1, onder b)

Artikel 14, lid 1, tweede alinea

Artikel 14, lid 1, onder c)

Artikel 14, lid 1, derde alinea

Artikel 14, lid 2

Artikel 14, lid 2

Artikel 14, lid 3, onder a)

Artikel 14, lid 3, eerste alinea

Artikel 14, lid 3, onder b)

Artikel 14, lid 3, tweede alinea

Artikel 14, lid 3, onder c)

Artikel 14, lid 3, derde alinea

Artikel 15, leden 1, 2 en 3

Artikel 15, leden 1, 2 en 3

Artikel 15, lid 4, onder a)

Artikel 15, lid 4, eerste alinea

Artikel 15, lid 4, onder b)

Artikel 15, lid 4, tweede alinea

Artikel 15, lid 4, onder c)

Artikel 15, lid 4, derde alinea

Artikel 15, lid 4, onder d)

Artikel 15, lid 4, vierde alinea

Artikel 15, leden 5 en 6

Artikel 15, leden 5 en 6

Artikel 16

Artikel 16

Artikel 17, lid 1

Artikel 17, lid 1

Artikel 17, lid 2, onder a)

Artikel 17, lid 2

Artikel 17, lid 2, onder b)

Artikel 17, lid 3

Artikel 18

Artikel 21

Artikel 19, lid 1, eerste alinea

_______

Artikel 19, lid 1, tweede alinea

_______

Artikel 19, lid 2

_______

Artikel 19, lid 3

Artikel 18, lid 1

Artikel 19, lid 4

Artikel 18, lid 2

Artikel 19, lid 5

Artikel 18, lid 3

_______

Artikel 19, lid 2

_______

Artikel 20

Artikel 20

Artikel 22

Artikel 21

_______

_______

Artikel 23

Artikel 22

Artikel 24

Bijlage

Bijlage I

_______

Bijlage II

_______

Bijlage III

_____________

(1)PB C 11 van 15.1.2013, blz. 85.
(2)Standpunt van het Europees Parlement van 16 april 2014.
(3)PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1.
(4)Zie bijlage II.
(5)Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).
(6)Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(7)Verordening (EEG) nr. 3626/82 van de Raad van 3 december 1982 betreffende de toepassing in de Gemeenschap van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten (PB L 384 van 31.12.1982, blz. 1).
(8)Richtlijn 86/609/EEG van de Raad van 24 november 1986 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (PB L 358 van 18.12.1986, blz. 1).
(9)Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26.)
(10)Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).
(11)Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).
(12)Populatie in Argentinië (opgenomen in bijlage B):Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationale handel in wol geschoren van levende vicuña's van de in bijlage B opgenomen populaties, in daarvan vervaardigde weefsels, afgeleide fabricaten en andere handgemaakte artefacten. De achterkant van het weefsel moet zijn voorzien van het logo dat is aangenomen door de staten waar de soort voorkomt en die partij zijn bij de Convenio para la Conservación y Manejo de la Vicuña, en de zelfkant van het opschrift „VICUÑA-ARGENTINA”. Andere producten moeten voorzien zijn van een etiket met het logo en de vermelding „VICUÑA-ARGENTINA-ARTESANÍA”. Alle andere specimens dienen als specimens van een soort van bijlage A te worden beschouwd en de handel daarin dient in overeenstemming daarmee te worden gereguleerd.
(13)Populatie in Bolivia (opgenomen in bijlage B): Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationale handel in wol geschoren van levende vicuña's alsmede in daarvan vervaardigde weefsels en artikelen, met inbegrip van luxehandwerk en gebreide artikelen. De achterkant van het weefsel moet zijn voorzien van het logo dat is aangenomen door de staten waar de soort voorkomt en die partij zijn bij de Convenio para la Conservación y Manejo de la Vicuña, en de zelfkant van het opschrift „VICUÑA-BOLIVIA”. Andere producten moeten voorzien zijn van een etiket met het logo en de vermelding „VICUÑA-BOLIVIA-ARTESANÍA”. Alle andere specimens dienen als specimens van een soort van bijlage A te worden beschouwd en de handel daarin dient in overeenstemming daarmee te worden gereguleerd.
(14)Populatie in Chili (opgenomen in bijlage B): Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationale handel in wol geschoren van levende vicuña's van de in bijlage B opgenomen populaties, alsmede in daarvan vervaardigde weefsels en artikelen, met inbegrip van luxehandwerk en gebreide artikelen. De achterkant van het weefsel moet zijn voorzien van het logo dat is aangenomen door de staten waar de soort voorkomt en die partij zijn bij de Convenio para la Conservación y Manejo de la Vicuña, en de zelfkant van het opschrift „VICUÑA-CHILE”. Andere producten moeten voorzien zijn van een etiket met het logo en de vermelding „VICUÑA-CHILE-ARTESANÍA”. Alle andere specimens dienen als specimens van een soort van bijlage A te worden beschouwd en de handel daarin dient in overeenstemming daarmee te worden gereguleerd.
(15)Populatie in Peru (opgenomen in bijlage B): Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationale handel in wol geschoren van levende vicuña's en in de voorraad van 3249 kg wol die bestond ten tijde van de negende vergadering van de Conferentie der Partijen (november 1994) alsmede in daarvan vervaardigde weefsels en artikelen, met inbegrip van luxehandwerk en gebreide artikelen. De achterkant van het weefsel moet zijn voorzien van het logo dat is aangenomen door de staten waar de soort voorkomt en die partij zijn bij de Convenio para la Conservación y Manejo de la Vicuña, en de zelfkant van het opschrift „VICUÑA-PERU”. Andere producten moeten voorzien zijn van een etiket met het logo en de vermelding „VICUÑA-PERU-ARTESANÍA”. Alle andere specimens dienen als specimens van een soort van bijlage A te worden beschouwd en de handel daarin dient in overeenstemming daarmee te worden gereguleerd.
(16)Alle soorten zijn opgenomen in bijlage II, met uitzondering van Balaena mysticetus, Eubalaena spp., Balaenoptera acutorostrata (met uitzondering van de West-Groenlandse populatie), Balaenoptera bonaerensis, Balaenoptera borealis, Balaenoptera edeni, Balaenoptera musculus, Balaenoptera omurai, Balaenoptera physalus, Megaptera novaeangliae, Orcaella brevirostris, Orcaella heinsohni, Sotalia spp., Sousa spp., Eschrichtius robustus, Lipotes vexillifer, Caperea marginata, Neophocaena phocaenoides, Phocoena sinus, Physeter macrocephalus, Platanista spp., Berardius spp. en Hyperoodon spp., die zijn opgenomen in bijlage I. Specimens van de in bijlage II bij de overeenkomst vermelde soorten die door Groenlanders krachtens een door de betrokken bevoegde autoriteit verleende vergunning werden gevangen, met inbegrip van de producten en derivaten daarvan maar met uitzondering van de voor commerciële doeleinden bestemde vleesproducten, worden behandeld als vallend onder bijlage B. Er wordt een jaarlijks exportquotum van nul vastgesteld voor levende specimens van Tursiops truncatus afkomstig van de populatie van de Zwarte Zee die aan de natuur werden onttrokken en voor overwegend commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.
(17)Populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe (opgenomen in bijlage B):Uitsluitend met het oog op het toestaan van: a) niet-commercieel verkeer van jachttrofeeën; b) verkeer van levende dieren met een passende en aanvaardbare bestemming als omschreven in Res. Conf. 11.20 voor Botswana en Zimbabwe en ten behoeve van instandhoudingsprogramma’s in situ voor Namibië en Zuid-Afrika; c) handel in huiden; d) handel in haar; e) handel in lederwaren: commercieel en niet‑commercieel verkeer in het geval van Botswana, Namibië en Zuid-Afrika en niet-commercieel verkeer in het geval van Zimbabwe; f) niet-commercieel verkeer van individueel gemerkte en gecertificeerde, in afgewerkte sieraden verwerkte ekipa’s voor Namibië en niet-commercieel verkeer van ivoorsnijwerk voor Zimbabwe; g) handel in geregistreerd onbewerkt ivoor (voor Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe: complete slagtanden en stukken), voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan: i) uitsluitend geregistreerde voorraden die eigendom zijn van de overheid en afkomstig zijn uit het betrokken land (met uitsluiting van in beslag genomen ivoor en ivoor van onbekende herkomst); ii) uitsluitend naar handelspartners waarvan door het Secretariaat in overleg met het Permanent Comité is vastgesteld dat zij over adequate nationale wetgeving en adequate interne mechanismen voor controle op de handel beschikken om te garanderen dat het ingevoerde ivoor niet wordt wederuitgevoerd en wordt beheerd conform alle eisen van Res. Conf. 10.10 (als herzien door CdP14) inzake de binnenlandse verwerking en handel; iii) niet alvorens het Secretariaat de toekomstige invoerende landen en de geregistreerde voorraden in overheidsbezit heeft gecontroleerd; iv) onbewerkt ivoor in het kader van de voorwaardelijke verkoop van geregistreerde ivoorvoorraden die eigendom zijn van de overheid, zoals overeengekomen op CdP12, ten belope van 20000 kg (Botswana), 10000 kg (Namibië) resp. 30000 kg (Zuid-Afrika); v) bovenop de op CdP12 overeengekomen hoeveelheden mag ivoor in overheidsbezit van Botswana, Zimbabwe, Namibië en Zuid-Afrika, voor zover het vóór 31 januari 2007 werd geregistreerd en door het Secretariaat is gecontroleerd, samen met het onder g), iv), bedoeld ivoor worden verhandeld en verzonden in het kader van één enkele transactie per bestemming onder streng toezicht van het Secretariaat; vi) de opbrengst van de verkoop wordt uitsluitend gebruikt voor programma’s ter instandhouding van de olifant en voor het behoud en de ontwikkeling van gemeenschappen in of grenzend aan het verspreidingsgebied van de olifant; en vii) de onder g), v), bedoelde extra hoeveelheden worden alleen verhandeld nadat het Permanent Comité heeft bevestigd dat aan bovenvermelde voorwaarden is voldaan; h) er worden aan de Conferentie der Partijen geen verdere voorstellen tot toelating van handel in olifantenivoor afkomstig van reeds in bijlage B opgenomen populaties voorgelegd voor de periode die aanvangt met CdP14 en eindigt negen jaar na het tijdstip van de ene verkoop van ivoor die plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde onder g), i), g), ii), g), iii), g), vi) en g), vii). Dergelijke verdere voorstellen worden voorts behandeld overeenkomstig de Besluiten 14.77 en 14.78. Op voorstel van het Secretariaat kan het Permanent Comité besluiten dit handelsverkeer geheel of gedeeltelijk stop te zetten indien de uitvoerende of invoerende landen de regels niet naleven of indien wordt aangetoond dat dit verkeer schadelijke gevolgen heeft voor andere olifantenpopulaties. Alle andere specimens dienen als specimens van een soort van bijlage A te worden beschouwd en de handel daarin dient in overeenstemming daarmee te worden gereguleerd.
(18)De opneming van Lamna nasus in bijlage C wordt van kracht zodra de opneming van deze soort in bijlage III bij de overeenkomst van kracht wordt, d.w.z. 90 dagen nadat het Cites-secretariaat aan alle partijen heeft meegedeeld dat de soort in bijlage III bij de overeenkomst is opgenomen.
(19)De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op: fossielen; koraalzand, dat wil zeggen materiaal dat volledig of gedeeltelijk bestaat uit fijngemalen stukken dood koraal met een doorsnede van maximaal 2 mm, dat onder andere ook de resten van Foraminifera, schelpen van weekdieren, pantsers van schaaldieren en verkalkte wieren kan bevatten; koraalfragmenten (met inbegrip van grind en puin), dat wil zeggen losse stukken gebroken vingervormig dood koraal en ander materiaal van 2 tot 30 mm, in welke richting dan ook gemeten.
(20)De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op: fossielen; koraalzand, dat wil zeggen materiaal dat volledig of gedeeltelijk bestaat uit fijngemalen stukken dood koraal met een doorsnede van maximaal 2 mm, dat onder andere ook de resten van Foraminifera, schelpen van weekdieren, pantsers van schaaldieren en verkalkte wieren kan bevatten; koraalfragmenten (met inbegrip van grind en puin), dat wil zeggen losse stukken gebroken vingervormig dood koraal en ander materiaal van 2 tot 30 mm, in welke richting dan ook gemeten.
(21)De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op: fossielen; koraalzand, dat wil zeggen materiaal dat volledig of gedeeltelijk bestaat uit fijngemalen stukken dood koraal met een doorsnede van maximaal 2 mm, dat onder andere ook de resten van Foraminifera, schelpen van weekdieren, pantsers van schaaldieren en verkalkte wieren kan bevatten; koraalfragmenten (met inbegrip van grind en puin), dat wil zeggen losse stukken gebroken vingervormig dood koraal en ander materiaal van 2 tot 30 mm, in welke richting dan ook gemeten.
(22)De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op: fossielen; koraalzand, dat wil zeggen materiaal dat volledig of gedeeltelijk bestaat uit fijngemalen stukken dood koraal met een doorsnede van maximaal 2 mm, dat onder andere ook de resten van Foraminifera, schelpen van weekdieren, pantsers van schaaldieren en verkalkte wieren kan bevatten; koraalfragmenten (met inbegrip van grind en puin), dat wil zeggen losse stukken gebroken vingervormig dood koraal en ander materiaal van 2 tot 30 mm, in welke richting dan ook gemeten.
(23)De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op: fossielen; koraalzand, dat wil zeggen materiaal dat volledig of gedeeltelijk bestaat uit fijngemalen stukken dood koraal met een doorsnede van maximaal 2 mm, dat onder andere ook de resten van Foraminifera, schelpen van weekdieren, pantsers van schaaldieren en verkalkte wieren kan bevatten; koraalfragmenten (met inbegrip van grind en puin), dat wil zeggen losse stukken gebroken vingervormig dood koraal en ander materiaal van 2 tot 30 mm, in welke richting dan ook gemeten.
(24)Het verhandelen van specimens met oorsprongscode A is alleen toegestaan als de verhandelde specimens laagtebladeren (catafyllen) hebben.
(25)Op kunstmatig gekweekte specimens van de volgende hybriden en/of cultivars zijn de bepalingen van de verordening niet van toepassing: Hatiora x graeseri Schlumbergera x buckleyi Schlumbergera russelliana x Schlumbergera truncata Schlumbergera orssichiana x Schlumbergera truncata Schlumbergera opuntioides x Schlumbergera truncata Schlumbergera truncata (cultivars) Cactaceae spp.: de kleurmutanten die zijn geënt op de volgende onderstammen: Harrisia „Jusbertii”, Hylocereus trigonus of Hylocereus undatus Opuntia microdasys (cultivars).
(26)a)b)Op kunstmatig gekweekte specimens van hybriden van de genera Cymbidium, Dendrobium, Phalaenopsis en Vanda zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing indien zij gemakkelijk als kunstmatig gekweekte specimens kunnen worden herkend en geen tekenen vertonen dat zij aan de wilde natuur zijn onttrokken, zoals mechanische schade of sterke uitdroging als gevolg van het verzamelen, onregelmatige groei en heterogeniteit qua grootte en vorm binnen hetzelfde taxon en dezelfde partij, aan de bladeren klevende algen of andere epifyllen of door insecten of andere organismen veroorzaakte schade; voorts moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:indien zij in niet-bloeiende toestand worden verzonden, dienen de specimens te worden verhandeld in zendingen die bestaan uit individuele recipiënten (bijvoorbeeld pakken, dozen, kratten of afzonderlijke laadborden met CC-containers) met telkens 20 of meer exemplaren van dezelfde hybride vorm; de planten in elke recipiënt dienen een hoge mate van uniformiteit te vertonen en in goede gezondheid te verkeren; en de zendingen dienen vergezeld te gaan van documentatie, zoals een factuur, waarin het aantal planten van elke hybride vorm duidelijk is aangegeven; ofindien zij in bloeiende toestand worden verzonden, met ten minste één volledig geopende bloem per specimen, is geen minimumaantal specimens per zending vereist maar dienen de specimens op professionele wijze te zijn klaargemaakt voor de detailverkoop, bijvoorbeeld door het aanbrengen van gedrukte etiketten of het gebruik van bedrukte verpakkingen waarop de naam van de hybride en die van het land van laatste verwerking zijn vermeld. Deze informatie dient duidelijk zichtbaar te zijn en een vlotte controle mogelijk te maken. Planten die niet duidelijk voor deze vrijstelling in aanmerking komen, moeten vergezeld gaan van de passende Cites-documenten.
(27)Op kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Cyclamen persicum zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing. Deze vrijstelling geldt evenwel niet voor als slapende knollen verhandelde specimens.
(28)Op levende, kunstmatig gekweekte hybriden en cultivars van Taxus cuspidata in potten of andere kleine recipiënten, deel uitmakend van een zending die vergezeld gaat van een etiket of document waarop de naam van het taxon of de taxa en de tekst „artificially propagated/kunstmatig gekweekt” zijn vermeld, zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing.

Juridische mededeling - Privacybeleid