Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2989(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0367/2014

Ingediende teksten :

B7-0367/2014

Debatten :

PV 17/04/2014 - 7
CRE 17/04/2014 - 7

Stemmingen :

PV 17/04/2014 - 9.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0458

Aangenomen teksten
PDF 143kWORD 58k
Donderdag 17 april 2014 - Straatsburg
Onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam
P7_TA(2014)0458B7-0367/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over de onderhandelingen over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam (2013/2989(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de richtsnoeren van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) over multinationale ondernemingen en de Tripartiete Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over beginselen inzake multinationale ondernemingen en sociaal beleid,

–  gezien de op 14 november 2001 in Doha goedgekeurde ministeriële verklaring van de vierde zitting van de WTO-ministersconferentie, met name lid 44 over speciale en gedifferentieerde behandeling (SDT),

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst van 1995 tussen de EG en de Socialistische Republiek Vietnam (hierna "Vietnam"), en de nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst die op 27 juni 2012 werd ondertekend,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 4 oktober 2006 met als titel "Europa als wereldspeler: wereldwijd concurreren. Een bijdrage aan de EU‑strategie voor groei en werkgelegenheid" (COM(2006)0567),

–  gezien zijn resolutie van 12 juli 2007 over de TRIPS-overeenkomst en de beschikbaarheid van medicijnen(1),

–  gezien zijn resolutie van 22 mei 2007 over Europa als wereldspeler – Externe aspecten van het concurrentievermogen(2),

–  gezien de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad van 23 april 2007 waarbij de Commissie werd gemachtigd om onderhandelingen te voeren over een vrijhandelsovereenkomst met de landen van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN),

–  gezien de strategienota voor Vietnam (2007-2013)(3),

–  gezien de voorgaande resoluties over Vietnam, met name die van 1 december 2005 over de mensenrechtensituatie in Cambodja, Laos en Vietnam(4), en die van 18 april 2013 over Vietnam, in het bijzonder over de vrijheid van meningsuiting(5),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2010 over mensenrechten, sociale en ecologische normen in internationale handelsovereenkomsten(6),

–  gezien zijn resolutie van 6 april 2011 over het toekomstig Europees internationaal investeringsbeleid(7),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 9 november 2010 getiteld "Handel, groei en wereldvraagstukken – Handelsbeleid als kernelement van de Europa 2020-strategie" (COM(2010)0612),

–  gezien zijn resolute van 27 september 2011 over een nieuw handelsbeleid voor Europa in het kader van de Europa 2020-strategie(8),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2011 over handels- en investeringsbelemmeringen(9),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 februari 2012 getiteld "Verslag over handels- en investeringsbelemmeringen 2012" (COM(2012)0070),

–  gezien de verklaring van de Commissie in de plenaire vergadering van april 2014 over de vrijhandelsovereenkomst EU-Vietnam,

–  gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel, dat is opgezet via de Wereldhandelsorganisatie (WTO), het meest geschikte kader vormt voor de regulering en bevordering van open en eerlijke handel, en overwegende dat multilaterale onderhandelingen bilaterale WTO+-overeenkomsten niet uitsluiten, maar daar een aanvulling op kunnen vormen;

B.  overwegende dat de onderhandelingsrichtsnoeren van de Commissie voor de vrijhandelsovereenkomst EU-Vietnam voortvloeien uit de op 23 april 2007 door de Raad verleende machtiging voor het starten van de onderhandelingen voor een vrijhandelsovereenkomst met de landen van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), en volgen op de goedkeuring door de Raad van het achtergronddocument waarin de gemeenschappelijke doelstellingen van de onderhandelende partijen, met name het versterken van de huidige bilaterale handelsbetrekkingen, worden uiteengezet; brengt in herinnering dat de doelstelling oorspronkelijk was om over een vrijhandelsovereenkomst te onderhandelen met de ASEAN-regio; steunt bijgevolg de mogelijkheid om te onderhandelen over alomvattende overeenkomsten met landen in de ASEAN-regio (als bouwstenen op weg naar de uiteindelijke doelstelling om in de toekomst een interregionale vrijhandelsovereenkomst te sluiten);

C.  overwegende dat de onderhandelingen over de vrijhandelsovereenkomst EU-Vietnam officieel op 26 juni 2012 in Brussel van start zijn gegaan, en overwegende dat de twee onderhandelende partijen op 8 november 2013 na de vijfde onderhandelingsronde hebben toegezegd gezamenlijke inspanningen te zullen leveren om de onderhandelingen uiterlijk eind 2014 af te ronden;

D.  overwegende dat de handelsbetrekkingen tussen de EU en Vietnam deel uitmaken van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst die op 27 juni 2012 werd ondertekend, en die een doeltreffend kader biedt voor bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen;

E.  overwegende dat de EU en Vietnam kunnen bogen op een goed ontwikkelde bilaterale dialoog over de mensenrechten; overwegende dat in dit kader alle inspanningen moeten worden geleverd om te voorkomen dat de bescherming van de mensenrechten in Vietnam afneemt; overwegende dat de mensenrechten moeten worden beschouwd als essentieel onderdeel van het EU-handelsbeleid; overwegende dat de EU zich in het kader van haar strategisch kader en actieplan voor mensenrechten en democratie engageert om mensenrechten op te nemen in haar effectbeoordelingen, telkens wanneer deze worden uitgevoerd, en eveneens voor handelsovereenkomsten die een aanzienlijke economische, sociale en ecologische impact hebben;

F.  overwegende dat Vietnam een welvarend decennium heeft gehad met een ononderbroken bbp-groei van circa 8% per jaar, met als hoogtepunt de toetreding van het land tot de WTO op 11 januari 2007; overwegende dat Vietnam sindsdien is getroffen door de mondiale economische neergang, die geleid heeft tot een sterke daling van de exportgroei, alsook tot een afname van de instroom van buitenlandse directe investeringen en van de overmakingen uit het buitenland;

G.  overwegende dat de EU de afgelopen tien jaar een negatief saldo heeft vertoond op de handelsbalans met Vietnam, wat in het tweede kwartaal van 2013 opnieuw het geval was, waarbij de totale handelswaarde van 13,4 miljard euro bestond uit 10,5 miljard euro aan EU-invoer uit Vietnam en 2,8 miljard euro aan EU-uitvoer naar Vietnam; overwegende dat dit een sterke daling vormt in vergelijking met de totale handelswaarde van 2012 ten bedrage van 23 871 miljard euro, waarvan 18 520 miljard euro aan invoer uit Vietnam naar de EU, en 5 351  miljard euro aan uitvoer naar Vietnam uit de EU;

H.  overwegende dat de kleding- en textielindustrie in Vietnam de grootste bron van werkgelegenheid is in de formele sector en rechtstreeks werk verschaft aan meer dan twee miljoen werknemers, en daarnaast de grootste uitvoersector is; overwegende dat de sector elektronica-assemblage, een andere toonaangevende exportgerichte industriesector, werk biedt aan ongeveer 120 000 werknemers;

I.  overwegende dat Vietnam tot op heden slechts vijf van de acht kernverdragen van de IAO heeft geratificeerd; overwegende dat Vietnam de IAO-verdragen nr. 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en bescherming van het vakverenigingsrecht, nr. 98 betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen en nr. 105 betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid niet heeft geratificeerd;

J.  overwegende dat Vietnam, een begunstigde van het EU-stelsel van algemene preferenties, de 32e handelspartner van de EU is, en de op 4 na grootste binnen ASEAN, terwijl de EU de op één na grootste handelspartner van Vietnam is na China en vóór de Verenigde Staten, en de grootste bron van buitenlandse directe investeringen van Vietnam, in 2012 goed voor 6,5% van de totale buitenlandse directe investeringen in het land; overwegende echter dat het potentieel van de directe buitenlandse investeringen van Vietnam in de EU grotendeels onaangeboord blijft;

K.  overwegende echter dat beide onderhandelende partijen aanzienlijke voordelen verwachten van de afschaffing van zowel tarifaire als non-tarifaire belemmeringen, en dat beide partijen zich moeten inzetten voor een positieve uitkomst met betrekking tot de liberalisering van vestiging en van de handel in diensten, alsook voor de ontwikkeling van een stelsel voor de passende bescherming, tenuitvoerlegging en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van patenten en ontwerpen, handels- of dienstmerken, auteursrechten en naburige rechten en geografische aanduidingen, waaronder oorsprongsaanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen;

L.  overwegende dat beide onderhandelende partijen de krachten moeten bundelen om de legale handel in geneesmiddelen (zowel geoctrooieerde als generieke geneesmiddelen) te waarborgen en bevorderen, in overeenstemming met de bepalingen van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS) en de mogelijkheden ervan;

M.  overwegende dat beide onderhandelende partijen zich volledig aan de bestaande WTO‑regels en hun respectieve toezeggingen moeten blijven houden wanneer ze handelsbeschermingsinstrumenten gebruiken om te vermijden dat het WTO-mechanisme voor geschillenbeslechting wordt ingeschakeld, en dat zij het eens moeten worden over doeltreffende bilaterale vrijwaringsclausules of gelijkwaardige mechanismen om hun respectieve industrieën adequaat te beschermen tegen schade of dreigende schade als gevolg van een toename van de invoer, met name in hun respectieve gevoelige sectoren, die in de effectbeoordeling van beide partijen zijn geïdentificeerd;

1.  is ingenomen met de aanhoudende vorderingen in de onderhandelingen over de vrijhandelsovereenkomst, met name in de hoofdstukken over douaneprocedures en handelsfacilitatie, technische handelsbelemmeringen en concurrentievermogen, en het regelmatige overleg tussen de Commissie en het Parlement over de stand van zaken; herinnert eraan dat de goedkeuring door het Parlement van de vrijhandelsovereenkomst vereist is(10), en dat de Commissie en de Raad geen voorstel voor voorlopige toepassing van de overeenkomst mogen voorstellen voordat het Parlement zijn goedkeuring heeft verleend;

2.  is sterk van mening dat eerbiediging van de werknemers- en vakbondsrechten een kernaspect moet zijn van alle handelsovereenkomsten die de EU met derde landen sluit; verzoekt de Vietnamese regering te voldoen aan alle verplichtingen uit hoofde van de door haar geratificeerde kernverdragen van de IAO en om de overige kernverdragen onverwijld te ratificeren en ten uitvoer te leggen; herhaalt dat de werknemers- en vakbondsrechten universeel moeten zijn en moeten gelden voor alle werknemers, met inbegrip van die welke werkzaam zijn in de speciale economische zones;

3.  verwacht van de Raad en de Commissie dat zij de wensen van het Parlement zoals omschreven in deze resolutie volledig in acht nemen vóór sluiting van de vrijhandelsovereenkomst, die aan WTO-regels en verplichtingen moet voldoen; is van mening dat een geslaagde vrijhandelsovereenkomst beide onderhandelende partijen een evenwichtige reeks voordelen zal opleveren en zal bijdragen aan het scheppen en veiligstellen van banen aan beide zijden;

4.  verzoekt beide onderhandelende partijen om volledig aan hun WTO-verplichtingen te voldoen in de geest van handelsliberalisering; onderstreept tegelijkertijd dat maatregelen en praktijken die strijdig zijn met de WTO moeten worden verwijderd om zo tot een ambitieuze overeenkomst te komen;

5.  is verheugd over de positieve vooruitzichten die worden benadrukt in het achtergronddocument, waaruit blijkt dat de vrijhandelsovereenkomst zou leiden tot een toename van de algehele in- en uitvoer voor zowel de EU als Vietnam en tot aanvullende stromingen van directe buitenlandse investeringen; pleit daarom voor aanzienlijke tariefafschaffingen aan Vietnamese zijde, wat betreft het gemiddelde tarief voor markttoegang voor niet-landbouwproducten evenals landbouwtarieven;

6.  benadrukt echter dat bij de handel in industriële producten moet worden gestreefd naar volledige wederzijdse afschaffing van de tarieven, waarbij een zekere asymmetrie moet worden geëerbiedigd met inbegrip van passende overgangsperioden voor de tenuitvoerlegging, en dat mogelijke uitzonderingen op deze doelstelling beperkt moeten blijven en moeten worden getoetst; is van mening dat de afschaffing van tarieven sectoren moet omvatten die voor beide partijen van belang zijn;

7.  dringt bij beide onderhandelende partijen aan op de eerbiediging van elkaars regelgevingsrecht, ook op het vlak van de openbaredienstverlening, en verzoekt hen te waarborgen dat hun respectievelijke regelgeving geen non-tarifaire belemmeringen in de hand werkt voor de bilaterale handel; verzoekt daarom zowel de EU als Vietnam om doeltreffende bemiddelingsprocedures te ontwikkelen om ongerechtvaardigde uit regelgeving voortvloeiende handelsbelemmeringen te voorkomen, en om bestaande belemmeringen aan te pakken door harmonisatie of naleving van internationale normen te bevorderen;

8.  is van mening dat de Commissie er in het bijzonder aandacht aan moet besteden dat de voordelen van de toekomstige overeenkomst ook sterke en afdwingbare verificatiemaatregelen omvatten om te waarborgen dat de overeenkomst alleen ten goede komt aan de Europese en Vietnamese producenten die de preferentiële oorsprongsregels waarover zal worden onderhandeld volledig eerbiedigen; verzoekt eveneens om een vereenvoudiging van de EU-oorsprongsregels zonder het huidige stelsel minder streng te maken, om ze makkelijker toepasbaar te maken voor marktdeelnemers en de douane en om Vietnam in staat te stellen ten volle te profiteren van de tariefafschaffingen;

9.  erkent dat Vietnam offensieve belangen heeft bij de liberalisering van Mode 4 in de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS) en bij de sluiting van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties van Vietnamese en EU-onderdanen, en dat de EU offensieve belangen heeft bij de liberalisering van de markttoegang en de nationale behandeling in het kader van Modes 1, 2 en 3 op het gebied van de meeste diensten; is van mening dat de offensieve belangen van de EU moeten worden aangekaart met het oog op het toestaan van het tijdelijk verblijf van noodzakelijke geschoolde arbeidskrachten in het kader van Mode 4, en om dergelijke verblijven duidelijker te onderscheiden van het nationaal beleid van beide onderhandelende partijen ten aanzien van buitenlandse werknemers op de arbeidsmarkt;

10.  verzoekt de EU en Vietnam in de vrijhandelsovereenkomst een akkoord te bereiken over een eerlijke en billijke behandeling van alle investeerders en dienstverleners in de juridische, bank-, verzekerings-, accountants-, vervoers- en distributiesector, met inbegrip van zowel de groothandels- als de detailhandelssector; brengt in herinnering dat het waarborgen van adequate beleidsruimte op het gebied van financiële diensten eveneens essentieel is om het systeemrisico te beperken, witwassen van geld te bestrijden en om een zo hoog mogelijk niveau van consumentenbescherming te bieden, alsook om eerlijke concurrentieregels en werkwijzen tussen nationale en buitenlandse investeerders en dienstverleners te bevorderen, onder meer door de huidige aandelenplafonds te beperken of volledig af te schaffen, en door de beperkingen op het gebied van vestiging en de verwerving van licenties op te heffen; beveelt de Commissie aan om te onderhandelen over sterke en bindende bepalingen op het gebied van transparantie en eerlijke concurrentie om ervoor te zorgen dat het gelijke speelveld ook geldt voor staatsbedrijven;

11.  spoort Vietnam ten zeerste aan adequate gegevensbeschermingswetgeving te ontwikkelen zodat het de status bereikt van een land met een passend niveau van bescherming, zonder echter hindernissen op te werpen voor de benutting van de mogelijkheden van de TRIPS-overeenkomst, en het mogelijk wordt persoonsgegevens van de EU over te dragen op basis van en in overeenstemming met EU-wetgeving, wat de bilaterale gegevensstroom en de handel in daaraan gerelateerde diensten zoals e‑handel zal bevorderen;

12.  verzoekt de Commissie en de Vietnamese autoriteiten te onderhandelen over doeltreffende en transparante aanbestedingssystemen om eerlijke concurrentie te waarborgen tussen particuliere en staatsbedrijven bij de gunning van overheidsopdrachten, en toe te zien op een zo groot mogelijke dekking, onder meer van overheidsbedrijven, en hierbij voldoende rekening te houden met wederzijdse gevoeligheden en behoeften;

13.  verzoekt de Commissie te zorgen voor de vermindering van en regelmatig toezicht op het gebruik van subsidies en andere preferenties, zoals gunstige voorwaarden voor staatsbedrijven en lokale ondernemingen in Vietnam, hetgeen de concurrentie met Europese ondernemingen verstoort, met name in de sectoren die belangrijk zijn voor het uitvoerbeleid van Vietnam; dringt er eveneens bij de Commissie op aan te onderhandelen over regels die tot doel hebben te zorgen voor een gelijk speelveld voor Europese en Vietnamese openbare en particuliere marktdeelnemers;

14.  is van oordeel dat in de vrijhandelsovereenkomst bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de ontwikkeling van nieuwe kansen voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), en dat investeringen in en door kmo's moeten worden gestimuleerd om bij te dragen aan de financiering van marktgedreven lokale projecten en samenwerkingsverbanden op het gebied van hernieuwbare energie en de handel in milieugoederen en -technologieën; vraagt dat Europese investeerders in Vietnam een transparanter en voorspelbaarder wetgevingskader genieten en dat voor Vietnamese en Europese ondernemingen gelijke concurrentievoorwaarden worden gewaarborgd;

15.  dringt er bij beide onderhandelende partijen op aan te zorgen voor een positieve uitkomst met betrekking tot de liberalisering van de handel in productiegoederen, door middel van een doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van patenten en ontwerpen, handels- of dienstmerken, auteursrechten en gelijkaardige rechten voor een waaier aan productiegoederen;

16.  is van oordeel dat gevoeligheden in verband met de handel in landbouw- en visserijproducten in de vrijhandelsovereenkomst moeten worden gerespecteerd, maar dat dit de wederzijdse openstelling van de markt op complementaire terreinen niet mag verhinderen, en onderstreept dat nieuwe markttoegang afhankelijk moet zijn van een krachtige handhaving van de bescherming van intellectuele eigendom, die eveneens geografische aanduidingen moet omvatten, met inbegrip van oorsprongsaanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen, alsook sanitaire en fytosanitaire maatregelen, in het belang van producenten en consumenten; hecht er sterk aan dat geen enkele clausule in de overeenkomst geïnterpreteerd mag worden als belemmering van de toegang tot betaalbare generieke geneesmiddelen;

17.  wenst dat transparante en doeltreffende regelingen voor de beslechting van geschillen tussen landen worden opgenomen in de vrijhandelsovereenkomst, en waar nodig eveneens bepalingen over de oplossing van geschillen tussen een investeerder en de staat, om een adequate bescherming van investeringen te waarborgen en investeerders te beletten kansloze vorderingen in te stellen; is van oordeel dat elk mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en landen, voor zover mogelijk, op de voorschriften van de Commissie van de Verenigde Naties voor internationaal handelsrecht (Uncitral) of die van het Internationaal Centrum voor beslechting van investeringsgeschillen (ICSID) dient te stoelen, of anders op andere bilateraal overeengekomen regels op basis van internationale normen en verdragen, en moet beschikken over een geschikt rechtskader en onder strenge criteria voor transparantie dient te vallen;

18.  vraagt dat ervoor wordt gezorgd dat een investeringsovereenkomst geen rem zet op de vorderingen met betrekking tot de ratificering en volledige uitvoering door beide partijen van internationale mensenrechtenverdragen, de overeenkomsten van de IAO en multilaterale milieuverdragen;

19.  is voorstander van de opneming van dierenwelzijnsnormen in het hoofdstuk over sanitaire en fytosanitaire maatregelen van de vrijhandelsovereenkomst, of in een afzonderlijk hoofdstuk met gelijkwaardige afdwingbare bepalingen;

20.  verwacht dat de vrijhandelsovereenkomst een bindend en afdwingbaar hoofdstuk over duurzame ontwikkeling zal bevatten, waarin uiting wordt gegeven aan de gemeenschappelijke toezegging van de EU en Vietnam om zich in te zetten voor de eerbiediging, naleving en handhaving van de internationale mensenrechten, de acht kernverdragen van de IAO en belangrijke multilaterale milieuovereenkomsten, met inbegrip van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), met maatregelen in geval van schending, waarbij onafhankelijke organisaties van het maatschappelijk middenveld worden betrokken die belanghebbenden op het gebied van economie, maatschappij en milieu vertegenwoordigen bij de onderhandelingen over en de uitvoering en monitoring van het hoofdstuk over duurzame ontwikkeling; verwacht eveneens dat de vrijhandelsovereenkomst bedrijven zal stimuleren om maatschappelijk verantwoord te ondernemen, rekening houdend met internationaal overeengekomen beginselen en instrumenten, zoals de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de VN, alsook de VN-beginselen inzake verantwoord investeren en verslagleggen, en openstaande kwesties – zoals het welzijn van vee en wilde dieren – zal aankaarten;

21.  verzoekt dergelijk hoofdstuk over duurzame ontwikkeling te laten vallen onder de institutionele en juridische link die moet worden gelegd tussen de vrijhandelsovereenkomst en de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, zodat de vrijhandelsovereenkomst kan worden opgeschort wanneer er sprake is van ernstige schendingen van de mensenrechten;

22.  verzoekt de Commissie de ondertekening van de vrijhandelsovereenkomst aan voorwaarden te verbinden en aan te bieden in ruil voor concrete vorderingen op het vlak van de mensenrechten en andere fundamentele rechten;

23.  spreekt zijn lof uit over de door Vietnam geboekte sociaaleconomische vorderingen in het kader van zijn Doi Moi-hervorming, en ondersteunt de aanhoudende inspanningen van het land voor aanvullende maatschappelijke verbeteringen; is daarom ingenomen met het feit dat ASEAN de kandidatuur van Vietnam voor lidmaatschap van de VN‑Mensenrechtenraad voor de periode 2014-2016 heeft goedgekeurd, alsook met het besluit van de Vietnamese regering van 27 augustus 2013 om een memorandum in te dienen met vrijwillige verbintenissen en toezeggingen om de bescherming van de mensenrechten te bevorderen, en zo bij te dragen aan duurzame ontwikkeling op zijn grondgebied en bij zijn partners; dringt er bij de Vietnamese regering op aan om consequent gevolg te geven aan haar verbintenissen en toezeggingen om mensenrechtenschendingen en een verslechtering van de fundamentele vrijheden op een doeltreffende manier te voorkomen en te corrigeren;

24.  onderstreept dat mensenrechten, democratie en veiligheid essentiële elementen zijn van de betrekkingen tussen de EU en Vietnam; verzoekt daarom beide partijen actief te streven naar een dialoog over openstaande kwesties, met bijzondere aandacht voor de vrijheid van meningsuiting van individuele burgers, de mediavrijheid en godsdienstvrijheid;

25.  verzoekt de Commissie zo snel mogelijk de mensenrechteneffectbeoordeling uit te voeren waar het Parlement om heeft verzocht in zijn resolutie van 25 november 2010 over mensenrechten, sociale normen en milieunormen in internationale handelsovereenkomsten(11), teneinde te voorzien in "duidelijke handelsindicatoren, gebaseerd op de mensenrechten en sociale en milieunormen", en overeenkomstig het rapport van de speciale VN-rapporteur voor het recht op voedsel;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen van de EU-lidstaten en de regering en het parlement van Vietnam.

(1) PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 591.
(2) PB C 102 E van 24.4.2008, blz. 128.
(3) http://eeas.europa.eu/sp/index_en.htm#V
(4) PB C 285 E van 22.11.2006, blz. 129.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0189.
(6) PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 31.
(7) PB C 296 E van 2.10.2012, blz. 34.
(8) PB C 56 E van 26.2.2013, blz. 87.
(9) PB C 168 E van 14.6.2013, blz. 1.
(10) Artikel 218, lid 6, onder a) v), VWEU.
(11) PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 31.

Juridische mededeling - Privacybeleid