Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2711(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0415/2014

Ingediende teksten :

B7-0415/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/04/2014 - 9.15
CRE 17/04/2014 - 9.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0459

Aangenomen teksten
PDF 135kWORD 54k
Donderdag 17 april 2014 - Straatsburg
Follow-up van de Commissie van het "Top Ten"-overleg met kmo's over EU-regels
P7_TA(2014)0459B7-0415/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over de follow-up van de Commissie van de "top 10"-raadpleging over EU-regels voor kleine en middelgrote ondernemingen (2013/2711(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Europees Handvest voor kleine bedrijven, dat de Europese Raad op 19 en 20 juni 2000 in Feira heeft aangenomen,

–  gezien Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen(1),

–  gezien het verslag van de Commissie van 23 november 2011 met als titel "Regeldruk voor het mkb verminderen – EU-regelgeving aanpassen aan de behoeften van micro-ondernemingen" (COM(2011)0803),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 23 februari 2011 met als titel "Evaluatie van de "Small Business Act" voor Europa" (COM(2011)0078),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 met als titel "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 30 november 2011 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kleine en middelgrote ondernemingen (2014-2020) (COM(2011)0834),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 14 en 15 maart 2013 en de conclusies van de Raad Concurrentievermogen van 26 en 27 september 2013,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 18 juni 2013 met als titel "Follow-up van de Commissie van de "top 10"-raadpleging over EU-regels voor kleine en middelgrote ondernemingen" (COM(2013)0446),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 7 maart 2013 met als titel "Slimme regelgeving – Inspelen op de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen" (COM(2013)0122) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie met als titel "Monitoring and Consultation on Smart Regulation for SMEs" (SWD(2013)0060),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 oktober 2013 met als titel "Gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit): resultaten en volgende stappen" (COM(2013)0685),

–  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2012 met als titel "Midden- en kleinbedrijf (mkb): concurrentievermogen en zakelijke kansen"(2),

–  gezien zijn resolutie van 5 februari 2013 over betere toegang tot financiering voor kmo's(3),

–  gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de versterking van de steun voor het concurrentievermogen, de duurzaamheid en het werkgelegenheidspotentieel van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) een horizontale inspanning vergt die diverse beleidsterreinen overspant;

B.  overwegende dat mkb-bedrijven onevenredig veel hinder ondervinden doordat hun capaciteiten beperkt zijn, en overwegende dat de wetgevers van de EU zich daarom hebben gecommitteerd aan het "denk eerst klein"-principe;

C.  overwegende dat 20,7 miljoen mkb-bedrijven momenteel ruim 65% van de werknemers in de particuliere sector in dienst hebben en dat mkb-bedrijven behoren tot de meest innoverende bedrijven, met de beste prestaties in termen van werkgelegenheidscreatie en economische groei;

D.  overwegende dat een Eurobarometer-enquête heeft uitgewezen dat 74% van de Europeanen van mening zijn dat de EU teveel administratieve rompslomp genereert;

E.  overwegende dat bijna een derde van de administratieve lasten in verband met EU‑wetgeving in de eerste plaats het gevolg is van een onevenredige en ondoeltreffende omzetting in nationale wetgeving, hetgeen betekent dat er tot 40 miljard euro bespaard zou kunnen worden indien de lidstaten de EU-wetgeving doeltreffender zouden omzetten;

F.  overwegende dat ondernemingen werkgelegenheid kunnen genereren, mits aan de juiste voorwaarden wordt voldaan, waaronder administratieve vereenvoudiging, de beschikbaarheid van financiering, vaardigheden, kennis en gekwalificeerde arbeidskrachten en steun voor hun innovatieve inspanningen;

G.  overwegende dat kmo's vaak een nadelige concurrentiepositie hebben ten opzichte van grote industriële spelers op het gebied van belastingen, standaardisatie, overheidsopdrachten, intellectuele eigendom, onderzoek en innovatiefinanciering;

H.  overwegende dat de Commissie de afgelopen vijf jaar 5 590 wettelijke voorschriften heeft geschrapt en dat de kosten voor het bedrijfsleven daardoor met 27 miljard EUR zijn verminderd;

I.  overwegende dat de Commissie ernaar streeft de effectiviteit van regelgeving en bestuur te verbeteren door middel van haar Refit-programma, effectbeoordelingen, concurrentievermogenstesten, geschiktheidscontroles, het "top 10"-raadplegingsproces, het mkb-scorebord en de mkb-toets;

J.  overwegende dat er – zoals de Europese Raad ook al heeft onderstreept – behoefte is aan regelgeving op Unieniveau om te bewerkstelligen dat de beleidsdoelstellingen van de EU, waaronder ook de goede werking van de interne markt, kunnen worden verwezenlijkt;

K.  overwegende dat het Parlement bij een aantal gelegenheden, bijvoorbeeld in zijn bovengenoemde resolutie van 23 oktober 2012, heeft verklaard dat vereenvoudiging van de EU-regelgeving niet ten koste mag gaan van de fundamentele EU-voorschriften inzake gezondheid en veiligheid op het werk, de grondrechten van de werknemers in de EU of de grondbeginselen van de EU-milieuwetgeving;

L.  overwegende dat de in de mededeling van de Commissie als "top 10" aangemerkte wetgevingsmaatregelen bij het verschijnen van de mededeling voor het merendeel al op komst waren; overwegende dat een deel van de wetgevingsvoorstellen ten tijde van de "top 10"-raadpleging al was gepresenteerd en dat sommige daarvan inmiddels reeds zijn afgerond;

M.  overwegende dat mkb-bedrijven als gevolg van administratieve belemmeringen geen optimaal gebruik kunnen maken van de voordelen van de interne markt;

N.  overwegende dat in deze resolutie niet nader zal worden ingegaan op individuele vervolgacties – aangezien dat afzonderlijk zal gebeuren – maar dat deze resolutie zich vooral zal concentreren op de door de Commissie gevolgde werkmethode;

1.  is ingenomen met het "top 10"-initiatief van de Commissie, dat onderdeel uitmaakt van het Refit-programma, en neemt ter kennis dat het hier geen eenmalige exercitie betreft, maar dat het moet uitgroeien tot een regulier onderdeel van een doorlopende screeningsprocedure; benadrukt evenwel dat de Commissie zich harder moet inspannen om iets te doen aan de problemen met regeldruk die het mkb tijdens het raadplegingsproces aan de orde heeft gesteld; onderstreept evenwel dat de "top 10"-formule niet in de plaats mag treden van een systematische, horizontale beleidsstrategie om de administratieve lasten als gevolg van EU-regelgeving tot een minimum te beperken, en de doelstellingen en de effectiviteit van de wetgeving in kwestie niet mag ondergraven;

2.  onderstreept derhalve dat het "denk eerst klein"-beginsel meer als inspiratiebron moet fungeren voor het beleid van de Unie op gebieden zoals innovatie, groei, internationalisering, productiviteit, beperking van de bureaucratie, kwaliteit van het menselijk kapitaal en maatschappelijke verantwoordelijkheid;

3.  is in dit verband ook ingenomen met de toezegging van de Commissie om slimme regelgeving te verheffen tot een integraal onderdeel van de besluitvormingscyclus en Refit specifiek te beschouwen als een doorlopend programma dat jaarlijks zal worden geactualiseerd;

4.  verzoekt de Commissie dringend zich harder in te spannen om te bewerkstelligen dat met name innovatiegerichte mkb-bedrijven beter kunnen gedijen dankzij een vereenvoudigde administratie en de verlening van gerichte steun op alle beleidsterreinen;

5.  verzoekt de Commissie om transparante en goede kmo-toetsen uit te voeren bij de ontwikkeling van wetgeving; is van mening dat standaardvrijstellingen voor micro-ondernemingen niet de juiste benadering zijn, en steunt de ontwikkeling van aangepaste oplossingen en lichtere regelingen voor kmo's waar kan worden aangetoond dat deze niet tot versnippering leiden of de toegang van kmo's tot de interne markt belemmeren;

6.  verzoekt de Commissie buitensporige administratieve formaliteiten te vereenvoudigen, maar tegelijkertijd de nodige voorschriften te handhaven die de veiligheid en de gezondheid op de werkplek en de bescherming van de werknemers waarborgen of bedrijven ertoe verplichten hun personeel een passende werkomgeving te bieden;

7.  dringt bij de Commissie en de lidstaten aan op garanties om gemakkelijk toegang te krijgen tot financiering en tot de markten en op vermindering van de regeldruk, die een van de grootste belemmeringen vormt voor de oprichting en ontwikkeling van het mkb;

8.  acht het van zeer groot belang dat de lidstaten uitvoering geven aan Richtlijn 2011/7/EU betreffende de bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties, waarin is bepaald dat de contractuele betalingstermijn voor handelstransacties tussen ondernemingen en de overheid niet meer mag bedragen dan de in artikel 4, lid 3, vastgestelde limieten, tenzij in het contract uitdrukkelijk anders is overeengekomen en op voorwaarde dat deze termijn objectief gerechtvaardigd is in het licht van de bijzondere aard of kenmerken van het contract, en dat hij hoe dan ook niet meer mag bedragen dan 60 kalenderdagen;

9.  is verheugd over het feit dat de Commissie heeft toegezegd het mkb-scorebord voortaan te zullen integreren in een jaarlijks op te maken Refit-scorebord; beschouwt dit als een stap in de goede richting, voor zover de mkb-behoeften daardoor verder in het bredere proces van vereenvoudiging van de regelgeving worden ingebed, zonder dat de effectiviteit van de wetgeving eronder lijdt en zonder dat er nog meer bureaucratie aan te pas komt; verzoekt de Commissie deze instrumenten via een uitgebreide effectbeoordeling te stroomlijnen; benadrukt echter dat dit integratieproces onder geen beding tot gevolg mag hebben dat de Commissie in haar beleid minder specifieke aandacht zou gaan besteden aan het mkb;

10.  onderstreept dat het jaarlijks op te maken scorebord de mogelijkheid moet bieden om de vooruitgang van het wetgevings- en implementatieproces op EU- en nationaal niveau met betrekking tot het mkb effectief op te tekenen; is van mening dat dit scorebord mkb-bedrijven zal helpen de kosten van de administratieve formaliteiten die voortvloeien uit EU- en nationale wetgeving correct in te schatten en de mogelijkheid zal bieden de situatie beter te volgen, zodat mkb-bedrijven voortaan gemakkelijker op een constructieve manier kunnen deelnemen aan het overleg;

11.  wijst er echter op dat een evaluatie achteraf makkelijker zou zijn als de vooraf verrichte evaluaties correct werden uitgevoerd en als daarbij alle dimensies in acht werden genomen; is van mening dat de effectbeoordelingscultuur bij alle Europese instellingen moet worden verbeterd, in het bijzonder wanneer wetgevingsvoorstellen van de EU gevolgen hebben voor het mkb en zelfstandigen; verzoekt de Commissie de meerwaarde te beoordelen van het verlenen van meer onafhankelijkheid en bevoegdheden aan de Raad voor effectbeoordeling; pleit er daarnaast voor dat het Parlement meer gebruik maakt van zijn effectbeoordelings- en mkb-toetsingsfaciliteiten, bijvoorbeeld voordat het substantiële wijzigingen aanbrengt in de voorstellen van de Commissie; verzoekt de Commissie jaarlijks een overzicht te publiceren van de totale nettokosten van nieuwe voorstellen voor het bedrijfsleven;

12.  is van mening dat de lasten die door nieuwe voorstellen worden veroorzaakt, moeten worden gecompenseerd door lastenverminderingen van minimaal vergelijkbare omvang;

13.  verzoekt de Commissie en de lidstaten een ​​webapplicatie te ontwikkelen met behulp waarvan de administratie kan aangeven of en in welke mate nieuw te introduceren wetgeving van invloed zal zijn op mkb-bedrijven, naar het voorbeeld van de Duitse Mittelstandsmonitor, die door middel van een eenvoudig verkeerslichtsysteem aangeeft of mkb-bedrijven zeer waarschijnlijk (rood), waarschijnlijk (geel) of niet (groen) gevolgen zullen ondervinden van toekomstige wetgeving;

14.  is ingenomen met het door de Raad in zijn conclusies van 14 en 15 maart 2013 geformuleerde verzoek om verdere maatregelen te treffen ter vermindering van de totale regeldruk op zowel EU- als nationaal niveau;

15.  betreurt dat het mkb er nog niet in geslaagd is gebruik te maken van het potentieel van de interne markt en wijst erop dat slechts 25% van de mkb-bedrijven in de EU‑27 producten exporteert; verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken aan een betere integratie van de interne markt, meer werk te maken van de uitwisseling van best practices met betrekking tot eenvoudige administratieve formaliteiten, en betere samenwerking op regelgevingsgebied tussen de lidstaten te bewerkstelligen; is verheugd dat de ontwikkelingsagenda van Doha (DDA) tijdens de negende ministeriële conferentie van de WTO van december 2013 is afgerond, en hoopt dat de overeenkomst meer handelsmogelijkheden in de hand zal werken, met name voor het mkb; is in dit verband verheugd over het voornemen van de Commissie om de invoering van een ​​gestandaardiseerde btw-aangifte voor te stellen, en is van mening dat een gestandaardiseerd btw-formulier niet ingewikkelder mag zijn dan het eenvoudigste formulier dat het vervangt;

16.  spoort de lidstaten ertoe aan de op EU-niveau ontwikkelde programma's Refit en "top 10" over te nemen en ervoor te zorgen dat de administratieve lasten en de regeldruk voor het mkb ook op nationaal niveau worden verlicht; wijst er voorts met nadruk op dat de lidstaten de regeldruk voor mkb-bedrijven op bijzonder effectieve wijze kunnen verminderen door "gold-plating" (overregulering) te vermijden bij de omzetting van Europese richtlijnen in nationale wetgeving; dringt er bij de lidstaten op aan gebruik te maken van de optie om onnodige lasten voor mkb-bedrijven te verminderen op gebieden waar de wetgeving daartoe de mogelijkheid biedt;

17.  wijst er met nadruk op dat de lidstaten de administratieve lasten voor mkb-bedrijven op bijzonder effectieve wijze kunnen verminderen en overregulering kunnen vermijden bij de omzetting van Europese richtlijnen in nationale wetgeving; dringt er bij de lidstaten op aan de formaliteiten voor mkb-bedrijven te verlichten op gebieden waar de EU-wetgeving dat toestaat;

18.  verwelkomt de invoering van de "mkb-toets"; betreurt echter dat slechts enkele lidstaten deze toets hebben geïntegreerd in hun nationale besluitvormingsproces;

19.  herinnert aan zijn standpunt inzake algemene vrijstellingen voor microbedrijven van de EU-wetgeving, zoals geformuleerd in zijn bovengenoemde resolutie van 23 oktober 2012, volgens hetwelk vrijstellingen alleen mogen worden toegestaan als aan de hand van een adequate mkb-toets kan worden aangetoond dat aan de specifieke behoeften van microbedrijven niet kan worden voldaan met aangepaste oplossingen of lichtere regulering; benadrukt dat vrijstellingen voor microbedrijven vaak het risico in zich bergen dat op de mkb-sector een lappendeken van nationale wetten van toepassing kan zijn, waardoor fragmentatie in de hand wordt gewerkt en de toegang voor mkb-bedrijven tot de interne markt wordt belemmerd;

20.  constateert met voldoening dat de Commissie het mandaat van de Groep op hoog niveau inzake administratieve lasten (HLGAB) tot oktober 2014 heeft verlengd, zoals het Europees Parlement in zijn bovengenoemde resolutie van 23 oktober 2012 had gevraagd en zoals in het COSME-programma was gepland;

21.  wijst op de conclusie van de antwoorden van kmo´s in de "top 10"-raadpleging dat de richtlijn betreffende arbeidstijden complex en niet-flexibel is en kmo's in veel gevallen noopt om gespecialiseerde juridische bijstand in te roepen hetgeen een kostbare aangelegenheid is; dringt er bij de Commissie op aan zo spoedig mogelijk met haar gedetailleerde effectbeoordeling te komen;

22.  pleit er ter verlaging van de druk van de gezondheids- en veiligheidswetgeving voor om indien mogelijk een minder strenge regelgeving te hanteren voor bedrijven met een laag risico;

23.  beveelt aan evenredige REACH-tarieven te hanteren voor kmo's en micro-ondernemingen;

24.  verzoekt de Commissie de verwerking van alle REACH-aanvragen te bespoedigen, en met name aanvragen van mkb- en microbedrijven snel te behandelen; verzoekt de Commissie mkb- en microbedrijven goed te begeleiden om ze te helpen succesvolle aanvragen in te dienen;

25.  beschouwt het "top 10"-raadplegingsproces als een nuttige exercitie en ziet het resultaat ervan als een belangrijk signaal van de zijde van de mkb-bedrijven en de organisaties die hen vertegenwoordigen; verzoekt de Commissie deze exercitie op regelmatige basis voort te zetten via de Eurobarometer; wijst echter op de zeer onevenwichtige geografische spreiding van de reacties op het "top 10"-raadplegingsproces; verzoekt de Commissie een ex-postevaluatie van de redenen voor die onevenwichtigheid te verrichten om ervoor te zorgen dat de verzamelde informatie niet wordt vertekend door een gebrek aan bewustmaking of andere factoren waardoor de verzamelde feedback mogelijk uit balans is geraakt;

26.  verwacht van de volgende Commissie dat zij ervoor zorgt dat de verantwoordelijkheid voor "slimme regelgeving" onder de bevoegdheden van het kabinet van de voorzitter blijft ressorteren, en spoort haar ertoe aan de mkb-gezanten een gewichtiger rol toe te bedelen; vraagt de Commissie daarom erop toe te zien dat de nationale mkb-organisaties deel uitmaken van het onlangs opgerichte netwerk van mkb-gezanten en dat de mkb-vergadering naar behoren wordt ingelicht over de initiatieven van de EU;

27.  herhaalt dat de volgende Commissie een Europese doelstelling moet vastleggen van een vermindering met 30 % van de kosten voor kmo's als gevolg van administratieve en regelgevingslasten voor 2020;

28.  waarschuwt voor de risico's voor het lokale en regionale concurrentiepotentieel en voor het individuele ondernemerschap indien pogingen om gold-plating tegen te gaan, resulteren in een sterkere tendens tot maximale harmonisatie of in standaardwetgevingsformules;

29.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.
(2) PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 40.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0036.

Juridische mededeling - Privacybeleid