Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2695(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0387/2014

Debatten :

PV 17/04/2014 - 13.2
CRE 17/04/2014 - 13.2

Stemmingen :

PV 17/04/2014 - 14.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0461

Aangenomen teksten
PDF 131kWORD 50k
Donderdag 17 april 2014 - Straatsburg
Syrië: situatie van bepaalde kwetsbare gemeenschappen
P7_TA(2014)0461RC-B7-0387/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over Syrië: situatie van bepaalde kwetsbare gemeenschappen (2014/2695(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Syrië, en met name die van 6 februari 2014 over de situatie in Syrië(1),

–  gezien de conclusies van de Raad van 14 april 2014 en 20 januari 2014 over Syrië,

–  gezien de verklaringen van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton van 15 maart 2014 over de drie jaar geleden uitgebroken Syrische opstand, en van 8 april 2014 in verband met de moord op jezuïetenpater Van der Lugt in Homs (Syrië),

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–  gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie en overtuiging van 1981,

–  gezien resolutie 2139 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 22 februari 2014,

–  gezien het rapport van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de Arabische Republiek Syrië van 12 februari 2014,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van VN‑secretaris-generaal Ban Ki-moon van 7 april 2014 over Syrië,

–  gezien de verklaring van de VN-noodhulpcoördinator en adjunct-secretaris-generaal voor humanitaire zaken Valerie Amos van 28 maart 2014 over Syrië,

–  gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens van 1950 en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 2000,

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de aanhoudende gewelddadige crisis in Syrië heeft geleid tot een humanitaire catastrofe die in de recente geschiedenis zijn weerga niet kent, en dat daarbij meer dan 150 000 mensen – merendeels burgers – zijn omgekomen, meer dan 6,5 miljoen mensen in eigen land zijn ontheemd en meer dan 2,6 miljoen Syriërs zijn gevlucht, hoofdzakelijk naar Libanon, Turkije, Jordanië, Irak en Egypte; overwegende dat etnische en religieuze minderheden zich in deze crisis in een bijzonder kwetsbare situatie bevinden;

B.  overwegende dat de Syrische bevolking altijd is gekenmerkt door een rijke verscheidenheid aan etnische groepen (Arabieren, Arameeërs, Armeniërs, Assyriërs, Circassiërs, Koerden en Turkmenen) en religieuze gemeenschappen (moslims, christenen en druzen) alsook andere groepen; overwegende dat geen van deze religieuze of etnische gemeenschappen in Syrië gespaard is gebleven van dit drie jaar oude conflict, dat steeds meer een sektarische inslag krijgt;

C.  overwegende dat deze gemeenschappen altijd deel hebben uitgemaakt van de Syrische samenleving en hebben bijgedragen tot de ontwikkeling en vooruitgang ervan, onder meer door hun inzet op het gebied van onderwijs, gezondheid en cultuur; overwegende dat zij derhalve een belangrijke rol moeten spelen bij de democratisering van Syrië en vertegenwoordigd moeten zijn bij elke raadpleging over de toekomst van het land en in elk verzoeningsproces;

D.  overwegende dat de meeste van deze gemeenschappen tot voor kort probeerden om geen partij te kiezen in het conflict, daar veel van hen weliswaar erkennen dat er een regimewissel in Syrië nodig is maar tegelijk bang zijn dat als de regering ten val wordt gebracht, zij het mikpunt worden van soennitische jihadistische rebellen die aandringen op de vestiging van een islamitische staat, of andere groepen;

E.  overwegende dat het Assad-regime bij wijze van overlevingsstrategie opzettelijk een dynamiek van sektarische polarisering heeft uitgelokt die de onderhuidse en tot dusver grotendeels onderdrukte spanningen tussen de gemeenschappen heeft doen opflakkeren; overwegende dat de minderheden in het land zich terecht zorgen maken over de toenemende aanwezigheid en infiltratie van moslimextremisten en jihadstrijders bij alle conflictpartijen; overwegende dat de groeiende kloof tussen soennieten en sjiieten in Syrië ook de betrekkingen tussen de gemeenschappen in de buurlanden bedreigt;

F.  overwegende dat de Nederlandse jezuïetenpater Frans van der Lugt, die tientallen jaren lang in Syrië woonde en bekend raakte omdat hij de belegerde stad Homs weigerde te verlaten, op 7 april 2014 door schutters geslagen en doodgeschoten werd; overwegende dat de secretaris-generaal van de VN zijn veroordeling heeft uitgesproken over deze onmenselijke gewelddaad tegen een man die de bevolking van Syrië terzijde stond tijdens de belegering en in steeds benardere omstandigheden; overwegende dat er nog andere christenen verblijven in het klooster waar pater van der Lugt werd vermoord, en dat de internationale gemeenschap zich zorgen maakt over hun veiligheid, alsook over de veiligheid van de vele burgers die zich nog steeds in de verder belegerde stad Homs bevinden;

G.  overwegende dat pater Paolo Dall'Oglio sinds juli 2013 vermist is en dat bisschop Boulos Yazigi van de Grieks-orthodoxe kerk en bisschop John Ibrahim van de Assyrisch-orthodoxe kerk in april 2013 in de buurt van de noordelijke stad Aleppo door gewapende mannen uit hun auto zijn ontvoerd; overwegende dat nog steeds niet bekend is wat er nadien met hen is gebeurd;

H.  overwegende dat de gevechten tussen regeringstroepen en rebellenstrijders, onder wie aan Al-Qaida gelieerde elementen, eind maart 2014 hebben geleid tot de evacuatie van het grootste deel van de bevolking van Kassab, een Armeense stad aan de Syrisch-Turkse grens; overwegende dat er tegenstrijdige berichten zijn over het aantal slachtoffers van deze gebeurtenissen;

I.  overwegende dat volgens de jongste berichten uit Syrië de rebellen van het aan Al-Qaida gelieerde al-Nusra Front een aantal christelijke en Koerdische dorpen aan de Turkse grens hebben veroverd, zoals de Koerdische stad Ayn al-Arab/Kobane;

J.  overwegende dat Palestijnse vluchtelingen een zeer kwetsbare groep blijven vormen in de crisis in Syrië; overwegende dat velen van hen in belegerde gebieden wonen, met name in het kamp Yarmouk, dat nog steeds zwaar wordt aangevallen door regeringstroepen en diverse gewapende groepen, waardoor 18 000 in dit gebied verblijvende Palestijnen onmenselijk lijden; overwegende dat bijna alle van de 540 000 Palestijnse vluchtelingen in Syrië, van wie meer dan de helft in het land ontheemd zijn, momenteel hulp behoeven en geconfronteerd worden met ernstige hinderpalen of toenemende beperkingen wanneer zij naar Egypte, Jordanië of Libanon proberen te vluchten;

K.  overwegende dat vrouwen en kinderen nog steeds het slachtoffer zijn van agressie, seksueel en gendergerelateerd geweld, misbruik en het gebrek aan basisgoederen en -diensten in de aanslepende crisis in Syrië; overwegende dat zich onder de Syrische vluchtelingen een onevenredig groot aantal vrouwen en kinderen bevinden; overwegende dat er sinds 2011 bijna 3 miljoen kinderen in Syrië de school vroegtijdig hebben verlaten, terwijl minstens 500 000 geregistreerde minderjarige vluchtelingen niet in scholen in de buurlanden zijn ingeschreven;

L.  overwegende dat mensenrechtenactivisten, intellectuelen, religieuzen, journalisten en burgeractivisten nog steeds het slachtoffer zijn van de gewelddadige crisis in Syrië; overwegende dat Razan Zaitouneh, winnares van de Sacharov-prijs 2011, die meer dan vier maanden geleden in Douma samen met haar man en twee andere mensenrechtenactivisten werd ontvoerd, nog steeds op een onbekende plek wordt vastgehouden;

M.  overwegende dat het de taak van de politieke en religieuze leiders op alle niveaus is alle vormen van extremisme te bestrijden en het wederzijdse respect tussen mensen en religieuze en etnische groepen te bevorderen;

N.  overwegende dat gerichte acties tegen personen of groepen op religieuze of etnische gronden alsook aanvallen op burgers die niet aan de vijandelijkheden deelnemen, krachtens het internationaal humanitair recht en het recht inzake mensenrechten verboden zijn; overwegende dat dergelijke acties wellicht oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zijn; overwegende dat in resolutie 2139 van de VN-Veiligheidsraad wordt benadrukt dat er een einde moet komen aan het onbestraft laten van schendingen van het internationaal humanitair recht en schendingen van en inbreuken op de mensenrechten, en eens te meer wordt gesteld dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan of anderszins verantwoordelijk zijn voor dergelijke schendingen en inbreuken in Syrië, voor de rechter moeten worden gebracht;

1.  is zeer ontzet over het nooit geziene niveau van menselijk lijden en verlies van mensenlevens, en spreekt zijn medeleven uit met de families van alle onschuldige slachtoffers in het Syrische conflict; veroordeelt krachtig de schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door het Assad-regime en regeringsgezinde milities; veroordeelt alle schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door gewapende groeperingen die zich tegen het regime verzetten; veroordeelt ten zeerste het toenemende aantal terreuraanslagen door extremistische organisaties en personen in het land;

2.  is ervan overtuigd dat een duurzame oplossing van de huidige crisis in Syrië alleen kan worden bereikt via een inclusief politiek proces waarin Syrië de leiding heeft en de internationale gemeenschap steun verleent; betreurt dat de vredesbesprekingen tot dusver geen vrucht hebben afgeworpen doordat het regime ze belemmert, en verzoekt alle betrokken partijen en de internationale gemeenschap met aandrang alles in het werk te stellen om nieuwe gesprekken op gang te brengen en een einde te maken aan dit bloedbad; benadrukt dat het belangrijk is dat alle geledingen van de Syrische samenleving, met inbegrip van de etnische en religieuze minderheden, aan dit proces deelnemen en bijdragen, en onderstreept dat de minderheden een cruciale rol spelen om het unieke culturele erfgoed en de traditie van een interculturele, interetnische en interreligieuze samenleving in Syrië in stand te houden, teneinde een dynamische samenleving voor de komende generaties Syriërs tot stand te brengen;

3.  herhaalt dat de rechten van minderheden onlosmakelijk verbonden zijn met de eerbiediging van andere fundamentele mensenrechten en vrijheden, zoals het recht op vrijheid, veiligheid, gelijkheid en vrije meningsuiting;

4.  veroordeelt ten scherpste de recente aanvallen op bepaalde religieuze en etnische gemeenschappen in Syrië, met name christenen, Armeniërs en Koerden, en roept alle betrokken partijen op een einde te maken aan alle acties die gericht zijn op het aanwakkeren van interetnische en interconfessionele conflicten; benadrukt dat alle bij het conflict betrokken actoren de plicht hebben al de verschillende minderheden in het land te beschermen; erkent echter dat de aanvallen op bepaalde kwetsbare gemeenschappen slechts één aspect van de Syrische burgeroorlog zijn;

5.  veroordeelt in de sterkst mogelijke bewoordingen de moord op pater Frans van der Lugt, een onmenselijke gewelddaad tegen een man die de bevolking van Syrië terzijde stond tijdens de belegering en in steeds benardere omstandigheden; looft zijn werk, dat de belegerde stad Homs te buiten ging en nog steeds honderden burgers hulp biedt bij hun dagelijkse behoeften om te overleven;

6.  roept alle conflictpartijen op zich strikt aan het internationaal humanitair recht en het recht inzake de mensenrechten te houden, en dringt aan op de bescherming van alle kwetsbare gemeenschappen, onder meer door humanitaire hulp toe te laten en het beleg van alle bewoonde gebieden, waaronder de historische stad Homs, op te heffen; vraagt opnieuw om de inrichting van veiligheidszones aan de Turks-Syrische grens en mogelijk ook in Syrië, alsook om de instelling van humanitaire corridors door de internationale gemeenschap;

7.  veroordeelt de aanval op de Armeense stad Kassab; steunt alle inspanningen op lokaal niveau ter voorkoming en bestrijding van sektarisch geweld in de door rebellen bezette gebieden en gebieden met een Koerdische meerderheid; dringt er bij de huidige en toekomstige Syrische autoriteiten op aan betrouwbare en effectieve bescherming te bieden voor kwetsbare gemeenschappen in het land, te garanderen dat zij veilig naar hun huizen kunnen terugkeren, en ervoor te zorgen dat de daders van de aanvallen op hen voor het gerecht worden gebracht en volgens de regels worden berecht;

8.  roept andermaal op om bijzondere aandacht te schenken aan de kwetsbare situatie van de Palestijnse vluchtelingen in Syrië, en met name de onmenselijke levensomstandigheden van de Palestijnen die in het kamp Yarmouk verblijven; roept alle bij het conflict betrokken partijen nogmaals op de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulp aan de Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) en andere hulporganisaties ongehinderd toegang te verlenen tot dit kamp alsook tot alle andere belegerde gebieden in het land, teneinde het buitensporige lijden van de plaatselijke bevolking te verlichten; prijst de werkzaamheden van de UNRWA in Syrië en dringt aan op meer internationale steun voor de activiteiten ervan;

9.  roept de internationale gemeenschap en de EU ertoe op bijzondere aandacht te schenken aan het lijden en de behoeften van vrouwen en kinderen in de Syrische crisis; dringt aan op nultolerantie met betrekking tot het vermoorden, ontvoeren en rekruteren van met name kinderen, alsook op het opvoeren van de capaciteit voor humanitaire hulp op het gebied van steun aan getraumatiseerde slachtoffers;

10.  herhaalt dat het dringend zaak is alle door het regime of door rebellenstrijders vastgehouden politieke gevangenen, burgeractivisten, humanitaire hulpverleners, religieuzen (onder wie pater Paolo Dall'Oglio, de Grieks-orthodoxe bisschop Boulos Yazigi en de Assyrisch-orthodoxe bisschop John Ibrahim), journalisten en fotografen vrij te laten en onafhankelijke waarnemers toegang te verlenen tot alle detentieplaatsen; dringt er nogmaals bij de EU en haar lidstaten op aan alles in het werk te stellen om Razan Zaitouneh, de winnares van de Sacharov-prijs 2011, en alle andere mensenrechtenactivisten in Syrië, onder wie internetactivist Bassel Safadi Khartabil, vrij te krijgen;

11.  blijft ervan overtuigd dat er geen duurzame vrede in Syrië mogelijk is zonder dat rekenschap wordt afgelegd voor de misdaden die tijdens het conflict zijn gepleegd, met inbegrip van misdaden op religieuze of etnische gronden; herhaalt zijn oproep om de situatie in Syrië aan het Internationaal Strafhof voor te leggen en steunt alle initiatieven in die zin; prijst het werk van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de Arabische Republiek Syrië en andere internationale actoren die een groot aantal getuigenissen over door het regime en enkele rebellengroeperingen in Syrië gepleegde ernstige misdaden verzamelen en bewaren, en dringt aan op maatregelen om de daders voor de rechter te brengen;

12.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de verstrekkende gevolgen van de versplintering van Syrië voor de stabiliteit en de veiligheid van de regio, met name in Libanon en Irak; is zeer bezorgd over de vele Syrische vluchtelingen in de buurlanden, met name in Libanon, waar het aantal volgens het UNHCR nu is opgelopen tot meer dan 1 miljoen – de tienduizenden niet bij het agentschap geregistreerde vluchtelingen niet meegerekend –, terwijl wekelijks 12 000 mensen uit Syrië naar Libanon vluchten; maakt zich ook grote zorgen over de aanhoudende vluchtelingenstroom naar Jordanië, Turkije, Irak en Egypte; spoort de Europese Unie en haar lidstaten aan de door het Syrische conflict getroffen bevolkingsgroepen aanzienlijke humanitaire bijstand te blijven verlenen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de speciale gezant van de VN-Arabische Liga in Syrië, de regering en het parlement van Egypte, de regering en het parlement van Irak, de regering en het parlement van Jordanië, de regering en het parlement van Libanon, de regering en het parlement van Turkije, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten, en alle partijen in het Syrische conflict.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0099.

Juridische mededeling - Privacybeleid