Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2696(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0388/2014

Debatten :

PV 17/04/2014 - 13.3
CRE 17/04/2014 - 13.3

Stemmingen :

PV 17/04/2014 - 14.3
CRE 17/04/2014 - 14.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0462

Aangenomen teksten
PDF 122kWORD 44k
Donderdag 17 april 2014 - Straatsburg
Situatie in Noord-Korea
P7_TA(2014)0462RC-B7-0388/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over de situatie in Noord-Korea (Democratische Volksrepubliek Korea) (2014/2696(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen, die alle door de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK) zijn ondertekend,

–  gezien het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

–  gezien zijn resoluties van 14 maart 2013 over nucleaire dreigingen en mensenrechten in de Democratische Volksrepubliek Korea(1), van 24 mei 2012 over de situatie van Noord-Koreaanse vluchtelingen(2), en van 8 juli 2010 over Noord-Korea(3),

–  gezien de verklaringen van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, van 19 augustus 2013 over de recente inter-Koreaanse overeenkomsten en van 5 juni 2013 over de uitzetting van negen Noord-Koreanen uit Laos, en de verklaring van Catherine Ashton van 13 maart 2013 over nucleaire dreigingen en mensenrechten in Noord-Korea,

–  gezien de verklaring van de DVK van 13 maart 2013 dat zij zich niet langer houdt aan de wapenstilstand van 1953 en "zich niet laat tegenhouden door de Noord-Zuid-verklaring inzake non-agressie",

–  gezien de resoluties van de VN-Mensenrechtenraad van 26 maart 2014 en 21 maart 2013 en de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 18 december 2013 over de situatie van de mensenrechten in de Democratische Volksrepubliek Korea,

–  gezien de onderzoekscommissie voor de mensenrechten in de Democratische Volksrepubliek Korea, die op 21 maart 2013 is ingesteld door de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de onderzoekscommissie van de VN onderzoek heeft gedaan naar "de systematische, wijdverspreide en ernstige schendingen van de mensenrechten" in Noord-Korea en op 7 februari 2014 een verslag heeft uitgebracht;

B.  overwegende dat de professionele, nauwkeurige en inclusieve werkmethoden van de onderzoekscommissie als voorbeeld kunnen dienen voor de werkzaamheden van toekomstige door de VN-Mensenrechtenraad aangevraagde onderzoeksmissies waarbij regeringen elke vorm van samenwerking weigeren, zoals in het geval van de DVK;

C.  overwegende dat de DVK na de instelling van de onderzoekscommissie verklaarde dat zij haar volledig zou afkeuren en negeren, en dat de DVK de commissie inderdaad geen toestemming heeft gegeven om het land te bezoeken en elke andere vorm van samenwerking heeft geweigerd; overwegende dat het regime van de DVK in het algemeen niet heeft samengewerkt met de VN en alle resoluties van de VN-Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de VN inzake de mensenrechten in Noord-Korea heeft verworpen; overwegende dat het regime evenmin heeft samengewerkt met de bijzondere rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in het land, en alle hulp van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN heeft afgewezen;

D.  overwegende dat de mensenrechtendialoog tussen de EU en de DVK in 2003 door de DVK is opgeschort;

E.  overwegende dat de onderzoekscommissie tot de conclusie is gekomen dat de DVK zich schuldig heeft gemaakt en nog altijd schuldig maakt aan "systematische, wijdverspreide en ernstige mensenrechtenschendingen", en dat deze schendingen in veel gevallen worden erkend als misdaden tegen de menselijkheid gebaseerd op overheidsbeleid en "uniek zijn in de wereld van vandaag";

F.  overwegende dat deze misdaden tegen de menselijkheid uitroeiing, moord, slavernij, marteling, opsluiting, verkrachting, gedwongen abortussen en ander seksueel geweld omvatten, alsook vervolging om politieke redenen of op grond van godsdienst, ras of gender, de gedwongen verplaatsing van bevolkingsgroepen, de gedwongen verdwijning van personen en de onmenselijke praktijk van opzettelijke langdurige uithongering; overwegende dat deze misdaden tegen de menselijkheid nog altijd plaatsvinden in de DVK, omdat het beleid, de instellingen en de strafmechanismen van kracht blijven;

G.  overwegende dat in het verslag van de onderzoekscommissie wordt geconcludeerd dat "de onuitsprekelijke gruweldaden" die zijn gepleegd tegen de honderdduizenden voormalige en huidige bewoners van de gevangenenkampen "doen denken aan de verschrikkingen van de kampen die door totalitaire staten werden opgericht in de twintigste eeuw";

H.  overwegende dat uit het verslag blijkt dat, in de DVK, de overheid zich de absolute macht toe-eigent over alle aspecten van het leven van de burgers, alsook een absoluut alleenrecht op informatie en de controle over verplaatsingen binnen en buiten het land en over het sociale leven (klassensysteem Songbun);

I.  overwegende dat de regering haar onderdrukkende praktijken zelfs tot over de grenzen van haar grondgebied heeft uitgebreid, met systematische ontvoeringen en weigering van repatriëring van meer dan 200 000 mensen afkomstig uit andere landen, waarvan velen vervolgens het slachtoffer werden van gedwongen verdwijning;

J.  overwegende dat discriminatie en geweld tegen vrouwen wijdverspreid is, met inbegrip van afstraffingen in het openbaar en aanranding van vrouwen door overheidsambtenaren; overwegende dat vrouwen en meisjes kwetsbaar zijn voor mensenhandel en gedwongen seksuele arbeid;

1.  neemt met diepe bezorgdheid kennis van de bevindingen van de VN-onderzoekscommissie en steunt haar aanbevelingen;

2.  herhaalt in krachtige bewoordingen zijn veroordeling van de decennialange, systematische staatsonderdrukking door de huidige en voormalige hoogste leiders van de DVK en de overheid, en verzoekt de DVK onmiddellijk een einde te maken aan de ernstige, wijdverspreide en systematische mensenrechtenschendingen die zij begaat tegen haar eigen bevolking;

3.  onderstreept het feit dat de beschreven schendingen, waarvan vele als misdaden tegen de menselijkheid worden erkend, al te lang plaatsvinden onder het toeziend oog van de internationale gemeenschap, en roept de EU-lidstaten en alle leden van de VN-Mensenrechtenraad ertoe op om het lijden van de Noord-Koreaanse bevolking een prioritaire plaats op de politieke agenda te geven en ervoor te zorgen dat de aanbevelingen van de onderzoekscommissie worden opgevolgd;

4.  is ervan overtuigd dat het nu tijd is dat de internationale gemeenschap concrete maatregelen treft om de straffeloosheid van de daders te beëindigen; eist dat degenen met de meeste verantwoordelijkheid voor de in de DVK gepleegde misdaden tegen de menselijkheid ter verantwoording worden geroepen, voor het Internationaal Strafhof worden gebracht en aan gerichte sancties worden onderworpen;

5.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) te waarborgen dat de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie een vast agendapunt zijn tijdens mensenrechtendialogen en andere vergaderingen met derde landen, met name de dialogen met Rusland en China; verzoekt de EDEO en de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten eveneens te waarborgen dat alle EDEO-ambassadeurs in kennis worden gesteld van het verslag van de onderzoekscommissie en begrijpen dat zij dienen te zorgen voor wereldwijde steun voor de acties van de VN-Veiligheidsraad zoals aanbevolen door de onderzoekscommissie;

6.  verzoekt de regering van de DVK haar verplichtingen uit hoofde van de mensenrechteninstrumenten waarbij het land partij is, na te komen, en haar volledige medewerking te verlenen aan humanitaire organisaties, onafhankelijke mensenrechtenwaarnemers en de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie van de DVK, onder meer door hen toegang tot het land te verschaffen;

7.  verzoekt de EDEO en de lidstaten de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN steun te verlenen bij het vaststellen van speciale structuren om te waarborgen dat rekenschap voor de gepleegde misdaden wordt afgelegd, door voortdurend bewijs en documenten te verzamelen;

8.  dringt er bij de DVK op aan onmiddellijk en definitief een einde te maken aan openbare en heimelijke terechtstellingen en de doodstraf af te schaffen; verzoekt de DVK voorts om een einde te maken aan buitengerechtelijke executies, gedwongen verdwijningen en collectieve bestraffing, om alle gevangenenkampen te sluiten, om politieke gevangenen vrij te laten en om haar burgers toe te staan vrij te reizen, zowel binnen als buiten het land; verzoekt de DVK vrije meningsuiting en persvrijheid voor nationale en internationale media toe te staan en haar burgers ongecensureerde toegang tot het internet te verlenen;

9.  dringt er bij de regering van de DVK op aan om alle informatie te verstrekken over de onderdanen van derde landen waarvan wordt vermoed dat ze in de afgelopen decennia door Noord-Koreaanse staatsagenten zijn ontvoerd, en om onmiddellijk alle ontvoerden die nog worden vastgehouden naar hun thuisland terug te brengen;

10.  spreekt zijn bijzondere bezorgdheid uit over de aanhoudende ernstige voedselsituatie in het land en de gevolgen daarvan voor de economische, sociale en culturele rechten van de bevolking; verzoekt de Europese Commissie de huidige humanitaire hulpprogramma's en de communicatiekanalen met de DVK in stand te houden en erop toe te zien dat deze hulp de beoogde bevolkingsgroepen veilig bereikt; verzoekt de autoriteiten van de DVK ervoor te zorgen dat alle burgers conform de humanitaire beginselen al naargelang hun behoefte toegang krijgen tot voedsel- en humanitaire hulp; verzoekt de DVK voorts haar middelen te investeren in het verbeteren van de barre leefomstandigheden van haar bevolking, en niet in het verder uitbreiden van haar militaire arsenaal en nucleaire programma;

11.  verzoekt alle VN-leden, en met name de Volksrepubliek China, de Noord-Koreaanse burgers die erin geslaagd zijn het land te ontvluchten, te helpen door hen een verblijfsrecht toe te kennen, tezamen met rechtsbescherming en fundamentele diensten die gelijk zijn aan de diensten die zij hun eigen burgers bieden, en dat zij volledig afzien van alle vormen van samenwerking met de autoriteiten van de DVK voor wat de uitzetting of repatriëring van Noord-Koreaanse burgers betreft;

12.  is ingenomen met alle humanitaire projecten tussen de twee Korea's, zoals de herenigingen van gescheiden Zuid- en Noord-Koreaanse families, die het lijden van de bevolking op concrete wijze kunnen verlichten, en verzoekt beide regeringen meer van dit soort initiatieven te nemen;

13.  verzoekt de VN om, zoals de onderzoekscommissie voorstelt, een politieke conferentie op hoog niveau te organiseren tussen de conflictpartijen bij de Koreaanse Oorlog, teneinde een definitieve vredesovereenkomst te sluiten en een procedure vast te stellen voor het intensiveren van de samenwerking, bijvoorbeeld in de lijn van het proces van Helsinki;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering van de DVK, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de VN-Mensenrechtenraad, de leden van de VN-onderzoekscommissie voor de mensenrechten in de DVK, met inbegrip van de speciale rapporteur, de regering en het parlement van de Republiek Korea, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de regering en het parlement van Japan en de regering van de Volksrepubliek China.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0096.
(2) PB C 264 E van 13.9.2013, blz. 94.
(3) PB C 351 E van 2.12.2011, blz. 132.

Juridische mededeling - Privacybeleid