Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2035(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0018/2014

Ingediende teksten :

A8-0018/2014

Debatten :

PV 21/10/2014 - 15
CRE 21/10/2014 - 15

Stemmingen :

PV 22/10/2014 - 4.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0035

Aangenomen teksten
PDF 228kWORD 62k
Woensdag 22 oktober 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014 - overschot van de uitvoering van de begroting 2013
P8_TA(2014)0035A8-0018/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2014 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling III – Commissie (12300/2014 – C8-0160/2014 – 2014/2035(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1) (het "Financieel Reglement"), en met name artikel 41,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, definitief vastgesteld op 20 november 2013(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4) ,

–  gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014, goedgekeurd door de Commissie op 15 april 2014 (COM(2014)0234),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014, vastgesteld door de Raad op 14 juli 2014 en meegedeeld aan het Europees Parlement op 12 september 2014 (12300/2014 – C8‑0160/2014),

–  gezien artikel 88 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0018/2014),

A.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014 dient om het overschot van het begrotingsjaar 2013, te weten 1 005 miljoen EUR, op te nemen op de begroting 2014;

B.  overwegende dat dit overschot hoofdzakelijk bestaat uit hogere inkomsten ten belope van 771 miljoen EUR, onderbestedingen van 276 miljoen EUR, en negatieve wisselkoersverschillen van 42 miljoen EUR;

C.  overwegende dat de hogere inkomsten voornamelijk afkomstig zijn van boetes en rente op te late betalingen (1 331 miljoen EUR), terwijl het bedrag van de feitelijk geïnde eigen middelen ten opzichte van de begrote eigen middelen afneemt (- 226 miljoen EUR) en de inkomsten uit overschotten, saldi en aanpassingen eveneens dalen (- 360 miljoen EUR);

D.  overwegende dat aan de uitgavenzijde de niet-volledige besteding van kredieten voor 2013 (107 miljoen EUR) en voor 2012 (54 miljoen EUR) bijzonder laag is, verband houdt met enigszins onvoorspelbare factoren en niet kan worden beschouwd als het resultaat van een verminderde absorptiecapaciteit;

E.  overwegende dat feitelijk alle beschikbare indicatoren erop duiden dat er in de begroting van zowel 2012 als 2013 een tekort was aan betalingskredieten;

F.  overwegende dat overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement het verschil ten opzichte van de ramingen in de begroting wordt opgenomen door middel van deze gewijzigde begroting, die uitsluitend voor dat doel wordt opgesteld;

1.  neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014 dat uitsluitend ten doel heeft het overschot van 2013, ter hoogte van 1 005 miljoen EUR, in de begroting op te nemen, overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement; neemt kennis van het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014;

2.  herinnert eraan dat de vaststelling van deze gewijzigde begroting nr. 2 zal leiden tot een verlaging van de bni-bijdrage van de lidstaten aan de begroting van de Unie met 1 005 miljoen EUR en derhalve hun bijdrage aan de financiering van gewijzigde begroting nr. 3 (3 170 miljoen EUR) deels zal compenseren; benadrukt daarom voornemens te zijn de procedure tot vaststelling van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2 voort te zetten tegelijkertijd met de onderhandelingen over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3, betreffende het vrijmaken van aanvullende betalingskredieten, en het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4, dat betrekking heeft op de herziening van de raming van de traditionele eigen middelen, andere inkomsten en de definitieve vaststelling van enkele boetes en aldus voorziet in 2 059 miljoen EUR aan eigen inkomsten, hetgeen de behoefte aan aanvullende kredieten in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 verder kan beperken;

3.  wijst erop dat indien de ontwerpen van gewijzigde begroting nr. 2, 3, en 4 ongewijzigd worden vastgesteld, dit een totaal begrotingseffect zou hebben waarbij er slechts 106 miljoen EUR aan aanvullende bni-bijdragen door de lidstaten beschikbaar zouden hoeven te worden gesteld om genoeg betalingskredieten in 2014 te waarborgen ter dekking van de bestaande juridische verplichtingen;

4.  besluit, teneinde de politieke en procedurele koppeling tussen de ontwerpen van gewijzigde begroting nr. 2, 3, en 4 te handhaven, het standpunt van de Raad met betrekking tot het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014 als hieronder aangegeven te wijzigen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, samen met het amendement van het Parlement, te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement 1 (meerledig amendement)

Algemene staat van ontvangsten

Hoofdstuk 1 4 — Eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Bedragen:

Begroting 2014

Ontwerp van gewijzigde begroting

nr. 2

Standpunt van de Raad

Verschil

Nieuw bedrag

1 4 0

99 767 305 073

—  1 005 406 925

—  1 005 406 925

1 005 406 925

100 772 711 998

Totaal

99 767 305 073

—  1 005 406 925

—  1 005 406 925

1 005 406 925

100 772 711 998

Afdeling III - Commissie

Titel 40 - Reserves

Creëren van nieuwe lijn 40 04 01 - Reserve voor bijkomende betalingsbehoeften

Bedragen:

Begroting 2014

Ontwerp van gewijzigde begroting

nr. 2

Standpunt van de Raad

Verschil

Nieuw bedrag

40 04 01

-

-

-

1 005 406 925

1 005 406 925

Totaal

-

-

-

1 005 406 925

1 005 406 925

Opmerkingen:

De in dit artikel op te nemen kredieten moeten worden gebruikt om te voorzien in de door de Commissie in OGB 3 vastgestelde bijkomende behoeften aan betalingskredieten.

Motivering:

Gezien de enorme druk op de betalingen van 2014 en de door de Commissie in OGB 3/2014 gevraagde verhogingen, wordt voorgesteld dat het bedrag van het overschot van het begrotingsjaar 2013 wordt gebruikt voor de financiering van een nieuw te creëren lijn 40 04 01 "Reserve voor bijkomende betalingsbehoeften" aan de uitgavenzijde van de begroting, in plaats van voor de beperking van de bni-middelen. Indien OGB 3/2014 ongewijzigd door de Raad wordt aangenomen, wordt dit amendement ingetrokken.

(1) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(2) PB L 51 van 20.2.2014, blz. 1.
(3) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(4) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(5) PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.

Juridische mededeling - Privacybeleid