Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2921(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0211/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/11/2014 - 8.7
PV 13/11/2014 - 8.8
CRE 13/11/2014 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0052

Aangenomen teksten
PDF 130kWORD 186k
Donderdag 13 november 2014 - Brussel Definitieve uitgave
Turkse tot spanningen leidende acties in de exclusieve economische zone van Cyprus
P8_TA(2014)0052RC-B8-0211/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 13 november 2014 over het Turkse optreden dat tot spanningen leidt in de exclusieve economische zone van de Republiek Cyprus (2014/2921(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 12 maart 2014 over het voortgangsverslag over Turkije 2013(1),

–  gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 17 december 2013,

–  gezien de verklaring van 7 oktober 2014 van de woordvoerder van de voorzitter van de Europese Raad,

–  gezien het voortgangsverslag over Turkije 2014 van 8 oktober 2014,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 24 oktober 2014,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Turkije op 3 oktober 2014 een navigatietelexbericht (NAVTEX) heeft verzonden waarin een groot gebied in het zuidelijke deel van de exclusieve economische zone (EEZ) van de Republiek Cyprus werd 'aangewezen' voor seismologisch onderzoek dat van 20 oktober t/m 30 december 2014 moet worden verricht door het Turkse schip Barbaros; overwegende dat dit seismologisch onderzoek zou plaatsvinden in gebieden die door de regering van de Republiek Cyprus zijn toegewezen aan het Italiaanse bedrijf Eni en aan de Korea Gas Corporation met het oog op de exploratie van mogelijke koolwaterstofreserves in de zeebodem;

B.  overwegende dat Turkije, ondanks herhaalde oproepen van de EU, onder meer in het voortgangsverslag over Turkije 2014 van de Commissie, het bestaan van de Republiek Cyprus evenals het legitieme recht van de Republiek Cyprus om natuurlijke hulpbronnen binnen haar EEZ te exploreren en exploiteren, blijft betwisten en de activiteiten van een Europees bedrijf daarmee aanvecht; overwegende dat de eisen en het optreden van Turkije geen juridische grondslag hebben en in strijd zijn met het internationaal recht, inclusief het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Unclos);

C.  overwegende dat Unclos een alomvattend juridisch kader biedt voor een rechtsorde voor de zeeën en oceanen, en regels omvat voor het gebruik van de oceanen en de daarin voorkomende natuurlijke hulpbronnen; overwegende dat de EU Unclos heeft geratificeerd, en dat Unclos nu een integraal deel uitmaakt van het acquis communautaire;

D.  overwegende dat de EU bij herhaling heeft benadrukt dat Turkije zich ondubbelzinnig moet inzetten voor goede nabuurschapsbetrekkingen en voor een vreedzame beslechting van geschillen overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties;

E.  overwegende dat het optreden van Turkije binnen de EEZ van de Republiek Cyprus samenvalt met de recente benoeming van de nieuwe bijzondere adviseur van de VN-secretaris-generaal, Espen Barth Eide, en een nadelig effect heeft op de onderhandelingen over een alomvattende oplossing voor de Cyprus-kwestie;

1.  dringt er bij Turkije op aan zich terughoudend op te stellen en te handelen in overeenstemming met het internationaal recht; betreurt de escalatie van de dreigingen en het unilaterale optreden van Turkije tegen de Republiek Cyprus met betrekking tot de EEZ; herinnert aan de rechtmatigheid van de EEZ van de Republiek Cyprus; dringt bij Turkije aan op de eerbiediging en volledige tenuitvoerlegging van de verklaring van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten van 21 september 2005, waarin onder meer staat dat de erkenning van alle lidstaten van de EU een noodzakelijke component is van het toetredingsproces;

2.  onderstreept dat de Republiek Cyprus het volledige en soevereine recht heeft om de natuurlijke hulpbronnen in de eigen EEZ te exploiteren, en dat het Turkse maritieme onderzoek illegaal is en als een provocatie moet worden beschouwd; eist dat Turkije zijn schepen onmiddellijk terugtrekt uit de wateren in en rond de EEZ van Cyprus;

3.  benadrukt dat deze activiteiten van Turkije een schending vormen van de soevereine rechten van de Republiek Cyprus en van het internationaal recht, inclusief Unclos; herhaalt zijn verzoek aan de Turkse regering om Unclos, dat onderdeel van het acquis communautaire is, onverwijld te ondertekenen en te ratificeren;

4.  roept Turkije op zijn NAVTEX onmiddellijk te herroepen, en af te zien van schendingen van de soevereine rechten van de Republiek Cyprus;

5.  dringt er bij Turkije op aan de soevereiniteit van de EU-lidstaten over hun territoriale wateren te eerbiedigen; bevestigt nogmaals dat de soevereine rechten van de lidstaten ook het recht omvatten om bilaterale overeenkomsten aan te gaan evenals het recht op de exploratie en exploitatie van hun natuurlijke hulpbronnen overeenkomstig Unclos;

6.  is het met de VN eens dat eventuele gasvondsten, als een duurzame, politieke oplossing kan worden gevonden voor het conflict, beide gemeenschappen in Cyprus ten goede zouden komen; is van oordeel dat de vondst van aanzienlijke koolwaterstofvoorraden in de regio, als het beheer daarvan naar behoren wordt geregeld, de economische en politieke betrekkingen en de verstandhouding tussen de twee gemeenschappen in Cyprus kan verbeteren;

7.  is van mening dat de voordelen die voortvloeien uit de ontdekking van substantiële koolwaterstofreserves ten goede moeten komen aan de gehele regio, als een middel voor welvaart, rijkdom en een vreedzaam en beter leven voor alle bewoners, op grond van het internationaal recht;

8.  steunt het recht van de Republiek Cyprus om een formele klacht in te dienen bij de VN en de Internationale Maritieme Organisatie over schendingen op haar grondgebied of in haar territoriale wateren;

9.  wijst er eens te meer op dat het groot belang hecht aan de normalisering van de betrekkingen tussen Turkije en alle EU-lidstaten en is van mening dat de voortduring en/of herhaling van dergelijk optreden een ongunstig effect kan hebben op de betrekkingen van Turkije met de EU en op het Turkse toetredingsproces;

10.  onderstreept dat het van belang is dat provocatieve acties binnen de EEZ van de Republiek Cyprus worden beëindigd en dat Turkije zich onthoudt van dreigementen aan het adres van de Republiek Cyprus; wijst erop dat deze acties en dreigementen de voortzetting van de onderhandelingen over een alomvattende regeling voor de Cyprus-kwestie ondermijnen; dringt aan op stabiliteit in deze zeer kwetsbare regio, met het oog op toekomstige uitdagingen;

11.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie de Turkse activiteiten binnen de EEZ van de Republiek Cyprus nauwlettend te volgen en daarvan verslag uit te brengen aan het Parlement;

12.  geeft blijk van zijn onverminderde inzet en steun voor de herenigingsbesprekingen onder auspiciën van de VN met het oog op een alomvattende oplossing voor de Cyprus-kwestie; steunt de inspanningen van de speciale adviseur van de secretaris-generaal van de VN voor Cyprus, Espen Barth Eide, om de vereiste voorwaarden te creëren voor de-escalatie en hervatting van de gesprekken;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de Republiek Turkije.

(1)Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0235.

Juridische mededeling - Privacybeleid