Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2170(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0064/2014

Ingediende teksten :

A8-0064/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/12/2014 - 5.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0080

Aangenomen teksten
PDF 230kWORD 61k
Dinsdag 16 december 2014 - Straatsburg
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2014/010 IT/Whirlpool
P8_TA(2014)0080A8-0064/2014
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2014 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/010 IT/Whirlpool, ingediend door Italië) (COM(2014)0672 – C8-0231/2014 – 2014/2170(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0672 – C8‑0231/2014),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014‑2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13 hiervan,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0064/2014),

A.  overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat de Italiaanse autoriteiten op 18 juni 2014 aanvraag EGF/2014/010 IT/Whirlpool hebben ingediend naar aanleiding van het ontslag van 608 werknemers bij Whirlpool Europe S.r.l., een onderneming die actief was in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 27 ("Vervaardiging van elektrische apparatuur"), en bij vijf leveranciers en downstreamproducenten;

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;

1.  stelt vast dat de Italiaanse autoriteiten de aanvraag hebben ingediend op grond van het criterium voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen of zelfstandigen hun werkzaamheden hebben beëindigd, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd bij leveranciers en downstreamproducenten; is het met de Commissie eens dat voldaan is aan de voorwaarden van de EFG-verordening en dat Italië bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  merkt op dat de Italiaanse autoriteiten de aanvraag voor een bijdrage uit het EFG op 18 juni 2014 hebben ingediend en dat de beoordeling ervan op 28 oktober 2014 door de Commissie beschikbaar is gesteld; is ingenomen met het feit dat de Commissie zich aan de door de EFG-verordening opgelegde krappe termijn van twaalf weken heeft gehouden;

3.  merkt op dat de Italiaanse autoriteiten aanvoeren dat de wereldwijde financiële en economische crisis zware gevolgen heeft gehad voor de consumptiekeuzen van de Italiaanse gezinnen, die hun aankopen, vooral van duurzame goederen, waaronder ook huishoudapparaten, opnieuw overwogen;

4.  wijst erop dat door de financiële en economische crisis en de aanzienlijke daling van het verbruik van de gezinnen, de Italiaanse markt voor grote huishoudapparaten met 16,5 % is gekrompen, namelijk van 3 174 miljard EUR in 2010 tot 2 649 miljard EUR in 2013;

5.  is het ermee eens dat de grote daling van de productie van elektrische apparaten in de periode 2008-2012 verband houdt met de wereldwijde financiële en economische crisis als bedoeld in Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad(4), en dat Italië bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage uit het EFG;

6.  merkt op dat er tot op heden twee andere EFG-aanvragen zijn ingediend met betrekking tot de sector "Vervaardiging van elektrische apparatuur"(5), die eveneens gebaseerd zijn op de wereldwijde financiële en economische crisis;

7.  merkt op dat de werkgelegenheidssituatie in de provincie Trento, waar de werkloosheid sinds het uitbreken van de crisis is verdubbeld, namelijk van 2,9 % in 2007 tot 6,1 % in 2013, door deze ontslagen nog zal verslechteren; benadrukt dat de daling van de werkgelegenheid gevolgen heeft voor de bouwsector (- 10,3 %) en de industrie (- 2,4 %) en dat het aantal werklozen in Trentino volgens de gegevens van ISTAT in het eerste kwartaal van 2014 ongeveer 18 700 bedroeg, terwijl er in de arbeidsbureaus van de provincie ongeveer 41 800 geregistreerd waren;

8.  merkt op dat naast de 502 gedwongen ontslagen bij Whirlpool, dat als de primaire onderneming wordt beschouwd, tijdens de referentieperiode ook nog 106 werknemers gedwongen zijn ontslagen bij vijf leveranciers en downstreamproducenten, dat deze zijn opgenomen in het aantal in aanmerking komende werknemers, wat het totaal op 608 brengt, en dat zij allen gelden als werknemers die in aanmerking komen voor EFG-maatregelen;

9.  merkt op dat de totale kosten voor deze aanvraag geraamd worden op 3 150 000 EUR, waarvan 126 000 EUR voor implementatie bestemd is, en dat de financiële bijdrage uit het EFG 1 890 000 EUR bedraagt, d.w.z. 60 % van de totale kosten;

10.  is ingenomen met het feit dat de Italiaanse autoriteiten, om de werknemers snel bijstand te verlenen, hebben beslist om met de uitvoering van de individuele dienstverlening aan de getroffen werknemers te beginnen op 4 februari 2014, lang vóór het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket en zelfs vóór de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG;

11.  juicht het toe dat de sociale partners betrokken waren bij de onderhandelingen over de te steunen maatregelen; stelt het tevens op prijs dat de vakbonden worden betrokken bij het toezicht op de uitvoering en de eventuele herziening van de maatregelen, alsook bij de beoordeling van de resultaten; is tevens ingenomen met het feit dat de geplande maatregelen, hun inhoud en de relevante aspecten van de uitvoering ervan (met inbegrip van een tijdschema) werden voorgesteld en besproken met de voormalige werknemers van de Whirlpool-fabriek van Spini di Gargdolo tijdens verscheidene vergaderingen (15 in totaal) die tussen februari en maart 2014 zijn gehouden, en dat van het totale aantal werknemers die aan deze bijeenkomsten hebben deelgenomen, er zich 393 hebben ingeschreven voor deelname aan deze maatregelen;

12.  merkt op dat de individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers zal worden verstrekt, zal bestaan uit: voorlichtingsbijeenkomsten, intake en registratie, advies en begeleiding, beoordeling van de vaardigheden, algemene opleiding en omscholing, beroepsopleiding, coaching, begeleiding na de re-integratie op de arbeidsmarkt en bij het oprichten van een eigen bedrijf, toelagen voor het zoeken naar werk, toelagen bij deelname en bijdragen in de reiskosten, en premies voor het aanwerven van werknemers;

13.  merkt op dat 16,78 % van de beoogde begunstigden onderdanen van derde landen zijn; is van mening dat bepaalde elementen van de begeleidingsmaatregelen bijzonder nuttig kunnen zijn om deze begunstigden te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

14.  pleit ervoor de concrete resultaten van de opleiding, omscholing en beroepsopleiding die aan de deelnemers is verstrekt te beoordelen om een betere kijk te hebben op de doeltreffendheid van de maatregelen;

15.  is ingenomen met de maatregelen voor begeleiding na herintreding en begeleiding naar ondernemerschap;

16.  is van mening dat de aanwervingspremie voor nieuwe werkgevers een stimulans moet zijn om de deelnemers vast of ten minste voor 12 maanden in dienst te nemen; merkt op dat naar schatting minder dan de helft (250) van alle begunstigden zal deelnemen aan deze maatregel;

17.  is ingenomen met het feit dat bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden nageleefd;

18.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

19.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

20.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie samen met de bijlage te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.
(5) EGF/2009/010 LT AB Snaige COM(2010)0008, EGF/2011/023 IT Antonio Merloni COM(2013)0090.


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/010 IT/Whirlpool, ingediend door Italië)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2015/42.)

Juridische mededeling - Privacybeleid