Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/3000(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0389/2014

Debatten :

PV 18/12/2014 - 2.3
CRE 18/12/2014 - 2.3

Stemmingen :

PV 18/12/2014 - 8.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0108

Aangenomen teksten
PDF 137kWORD 57k
Donderdag 18 december 2014 - Straatsburg
Sudan: de zaak van dr. Amin Mekki Medani
P8_TA(2014)0108RC-B8-0389/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 18 december 2014 over Sudan, de zaak van dr. Amin Mekki Medani (2014/3000(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn voorgaande resoluties over Sudan,

–  gezien het verslag van 18 september 2013 van de onafhankelijke deskundige van de Raad voor de mensenrechten van de VN over de mensenrechtensituatie in Sudan,

–  gezien de EU-verklaring over de vrijlating van politieke gevangenen in Sudan van 15 juli 2014,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU over Sudan van 11 november 2014,

–  gezien het verslag van 4 september 2014 van de onafhankelijke deskundige van de Raad voor de mensenrechten van de VN over de mensenrechtensituatie in Sudan,

–  gezien de akkoorden inzake de nationale dialoog en het grondwettelijk proces, ondertekend op 4 september te Addis Abeba,

–  gezien de "Sudan Call"-verklaring inzake de totstandbrenging van een staat van burgerschap en democratie,

–  gezien het in 2013 vastgestelde nationale mensenrechtenplan van Sudan, gebaseerd op de beginselen van universaliteit en gelijkheid van iedereen,

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2014 over de EU en het mondiaal ontwikkelingskader voor de periode na 2015(1),

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (CEDAW) van 18 december 1979,

–  gezien de beginselen van Johannesburg inzake nationale veiligheid, vrijheid van meningsuiting en toegang tot informatie, VN-document E/CN.4/1996/39 (1996),

–  gezien de algemene vredesovereenkomst voor Sudan van 2005,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 6 december 2014 dr. Amin Mekki Medani, een bekende mensenrechtenactivist en voormalig voorzitter van de Sudan Human Rights Monitor (SHRM), door de Sudanese nationale inlichtingen- en veiligheidsdienst in zijn huis in Khartoum gearresteerd is;

B.  overwegende dat er ernstige zorgen zijn over de veiligheid van dr. Medani, die 76 jaar oud is en in slechte gezondheid verkeert; overwegende dat, naar verluidt, de NISS hem bij zijn arrestatie geen toestemming heeft gegeven zijn medicijnen mee te nemen;

C.  overwegende dat dr. Medani een symbool is van grote inzet voor de mensenrechten, humaniteit en de rechtstaat, en hoge posities bekleed heeft in een reeks verschillende nationale en internationale instellingen, waaronder de Sudanese rechterlijke macht, de democratische overgangsregering van Sudan (als kabinetsminister voor vrede), en de Verenigde Naties; overwegende dat dr. Medani slachtoffers van geweld heeft vertegenwoordigd en zich steeds uitgesproken heeft tegen machtsmisbruik en door de EU-delegatie in Sudan de "Heroes for Human Rights Award 2013" toegekend is voor zijn lokale en internationale inspanningen voor de bevordering van de mensenrechten;

D.  overwegende dat dr. Medani gearresteerd is kort na zijn terugkeer uit Addis Abeba, waar hij de "Sudan Call"-verklaring in naam van maatschappelijke organisaties ondertekend had – een verbintenis om te werken aan een einde van de conflicten die in de verschillende regio's in Sudan woeden en aan juridische, institutionele en economische hervormingen; overwegende dat Faraouk Abu Issa, leider van het oppositionele National Consensus Forum en dr. Farah Ibrahim Mohamed Alagar respectievelijk op 6 en 7 december 2014 op een soortgelijke wijze gearresteerd zijn, na hun betrokkenheid bij de "Sudan Call"-verklaring;

E.  overwegende dat de verklaring, die de ondertekenaars ertoe verbindt een einde te maken aan oorlogen en conflicten, ondertekend is door vertegenwoordigers van politieke partijen en partijen van de oppositie, waaronder de National Umma Party, de National Consensus Forces en het Sudan Revolutionary Front (SRF); overwegende dat deze verklaring een uitbreiding is van de verklaring van Parijs van 8 augustus 2014, ondertekend door het SRF en de National Umma Party, die door Sadiq Al Mahdi vertegenwoordigd werd;

F.  overwegende dat de arrestatie van dr. Medani tekenend is voor het repressieve beleid dat door de Sudanese autoriteiten gevoerd wordt om een legitiem, vreedzaam politiek debat te verhinderen, en gebruikt wordt om het recht op een vrije mening, de vrijheid van meningsuiting en vereniging te beperken en wederom een voorbeeld is van onrechtmatige, willekeurige detentie door de NISS;

G.  overwegende dat regeringen de eerst aangewezenen zijn om de politieke, economische en maatschappelijke zorgen van hun burgers aan te pakken; overwegende dat conflicten tussen regeringen en burgers met politieke middelen via onderhandelingen opgelost moeten worden;

H.  overwegende dat Sudan in een kritieke periode van politieke dialoog verkeert waarin een grote behoefte bestaat aan personen als dr. Medani, die met hun deskundigheid aan het hervormingsproces kunnen bijdragen;

1.  veroordeelt met kracht de willekeurige arrestatie en detentie van dr. Medani en andere vreedzame activisten als een onrechtmatige inbreuk op hun vreedzame en legitieme politieke en mensenrechtenactiviteiten; verzoekt om hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating;

2.  blijft bezorgd over de voortdurende detentie en de omstandigheden van leden van oppositiepartijen, jonge activisten, verdedigers van mensenrechten, en journalisten in Sudan; dringt er bij de regering van Sudan op aan de vreedzame uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering, te waarborgen; verzoekt de Sudanese autoriteiten een einde te maken aan alle pesterijen en intimidatie van verdedigers van mensenrechten en politieke activisten en de betreffende internationale normen en standaarden in acht te nemen;

3.  verzoekt de Sudanese autoriteiten om de op het internationale recht gegronde mensenrechten en de fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en van vergadering, godsdienstvrijheid, vrouwenrechten en gendergelijkheid, in ere te herstellen en te eerbiedigen; benadrukt het belang van een onafhankelijke, onpartijdige en toegankelijke rechterlijke macht om de eerbiediging van de rechtsstaat en de fundamentele rechten van de bevolking te verbeteren;

4.  verlangt dat de Sudanese regering haar nationale veiligheidswet herziet, die de gevangenhouding van verdachten gedurende vierenhalve maand mogelijk maakt zonder enige vorm van rechterlijke toetsing, en verzoekt de Sudanese regering tevens het rechtsstelsel te hervormen en in overeenstemming te brengen met internationale normen op het gebied van mensenrechten;

5.  is ingenomen met de ondertekening van de akkoorden inzake de nationale dialoog en het grondwettelijk proces waarin bij alle groepen op wordt aangedrongen af te zien van geweld als middel om politieke verandering te bewerkstelligen en zich onverwijld te verbinden tot een nationale dialoog en onderhandelingen; benadrukt het belang van het proces van nationale dialoog, dat dé gelegenheid is om vooruitgang te boeken op de weg naar nationale vrede, verzoening en democratisch bestuur in Sudan;

6.  blijft niettemin ernstig bezorgd over de voortdurende conflicten in Sudan, met name in de gebieden Darfur, Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl en de daarmee gepaard gaande schendingen van het humanitair recht en de mensenrechten, alsmede over de ernstige humanitaire noodsituatie die nog steeds tot enorm veel menselijk leed en binnenlandse ontheemdingen aanleiding geeft en een risico voor de regionale stabiliteit vormt;

7.  herhaalt, in overeenstemming met de nationale dialoog, dat een betekenisvolle dialoog moet plaatsvinden met deelname van de oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld, waaronder vrouwengroepen; benadrukt dat bij de dialoog belanghebbenden uit alle Sudanese regio's moeten worden betrokken, en hij een afspiegeling moet zijn van de volledige etnische, religieuze en culturele diversiteit van Sudan;

8.  spoort alle partijen aan via de nationale dialoog de interne conflicten van Sudan en vraagstukken als sociaaleconomische marginalisering, ongelijke verdeling van middelen, politieke uitsluiting en gebrek aan toegang tot overheidsdiensten aan te pakken, met inbegrip van identiteit en sociale gelijkheid van alle groepen; steunt in dit verband nieuwe en inclusieve bestuursregelingen, een definitieve grondwet en een stappenplan voor het houden van nationale verkiezingen;

9.  benadrukt dat de nationale dialoog uitsluitend zal slagen wanneer deze in een sfeer plaatsvindt waarin de vrijheid van meningsuiting, van media, vereniging en vergadering gewaarborgd zijn; roept dan ook op alle politieke gevangenen vrij te laten en willekeurige detentiepraktijken onmiddellijk te beëindigen; verzoekt de Sudanese regering de doodstraf, die nog steeds uitgevoerd wordt, af te schaffen, en doodvonnissen om te zetten in passende alternatieve sancties;

10.  verzoekt de Commissie en de EDEO hun steun te blijven geven aan een dialoog tussen Sudan en Zuid-Sudan en de buurlanden om tot volledige uitvoering van het algemene vredesakkoord van 2005 en van de akkoorden van Addis Abeba van 2012 te komen, en alle andere uitstaande kwesties aan te pakken;

11.  verzoekt de Commissie en de EDEO de nationale dialoog, het uitvoeringspanel op hoog niveau van de Afrikaanse Unie (AUHIP) en de gezamenlijk speciaal vertegenwoordiger van de VN en de Afrikaanse Unie in Dafur, te ondersteunen, en prijst president Mbeki voor zijn inspanningen voor de bevordering van een daadwerkelijke nationale dialoog;

12.  uit zijn bezorgdheid over de voortdurende en veelvuldige schendingen van vrouwenrechten in Sudan, met name op grond van artikel 152 van de strafwet; spoort de Sudanese autoriteiten aan onverwijld het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen te ondertekenen en te ratificeren;

13.  roept de regering van Sudan, de oppositie en de gewapende groeperingen op van de gelegenheid die de nationale dialoog biedt gebruik te maken en daarmee blijk te geven van het leiderschap dat nodig is om Sudan de weg naar vrede, welvaart en recht te doen inslaan; benadrukt nogmaals het belang om straffeloosheid te bestrijden;

14.  uit zijn bezorgdheid over de verslechterende humanitaire situatie in talloze regio's in Sudan, en met name de beperkingen die nog steeds gesteld worden aan de toegang van internationale humanitaire agentschappen en organisaties; herhaalt zijn oproep aan de regering van Sudan en de gewapende groepen om alle humanitaire agentschappen conform internationale humanitaire beginselen een veilige, tijdige en ongehinderde toegang te garanderen voor humanitaire hulp tot alle gebieden, met name conflictgebieden;

15.  hekelt de wet inzake de ngo's van de regering, die de mogelijkheden voor ngo's beperkt om hoognodige humanitaire hulp aan Sudan te leveren en die de reeds gecompliceerde situatie waarmee ngo's in het land worden geconfronteerd – een steeds zorgelijker tendens van pesterijen en belemmeringen gericht op humanitaire hulpverleners, alsook het hardhandige optreden tegen maatschappelijke organisaties en schending van democratische vrijheden – verder bemoeilijkt;

16.  vraagt de EU en haar lidstaten om zich te blijven inzetten voor de steun aan Sudan en de Sudanese bevolking in de overgang naar een intern hervormde democratie;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering van Sudan, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de beide voorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement (PAP).

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0059.

Juridische mededeling - Privacybeleid