Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2019(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0031/2015

Ingediende teksten :

A8-0031/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/03/2015 - 10.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0043

Aangenomen teksten
PDF 234kWORD 198k
Dinsdag 10 maart 2015 - Straatsburg
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering - Aanvraag EGF/2013/007 BE/Hainaut steel (Duferco-NLMK) - België
P8_TA(2015)0043A8-0031/2015
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2015 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/007 BE/Hainaut steel (Duferco-NLMK), ingediend door België) (COM(2014)0725 – C8-0013/2015 – 2015/2019(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0725 – C8-0013/2015),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13 hiervan,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0031/2015),

A.  overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van Verordening (EU) nr. 1309/2013(4) vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60% van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden tot zelfstandigen en jongeren en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat België aanvraag EGF/2013/007 BE/Henegouwen steel voor een bijdrage uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 708 ontslagen bij twee bedrijven in verband met de sluiting van Duferco en personeelsvermindering bij NLMK, opererend in de sector van de NACE 2, Afdeling 24 "Vervaardiging van metalen in primaire vorm" en beide gevestigd in La Louvière in Henegouwen; overwegende dat de gedwongen ontslagen plaatsvonden in de referentieperiode van 22 januari 2013 tot 22 oktober 2013, en verband houden met de daling van het marktaandeel van de Unie in de sector van de metaalproductie;

E.  overwegende dat een financiële bijdrage uit het EFG wordt gevraagd ter hoogte van 981 956 EUR (50 % van de totale kosten);

F.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;

1.  merkt op dat is voldaan is aan de voorwaarden van artikel 2, onder b), van de EFG-verordening en dat België bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  stelt vast dat de Belgische autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 27 september 2013 hebben ingediend uit hoofde van de EFG-verordening, die geen maximumtermijn voor de instructie voorschrijft, en dat de Commissie haar beoordeling op 9 december 2014 bekend heeft gemaakt;

3.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de duur van de procedure vanaf de datum van de eerste ontslagen tot de beoordeling van de aanvraag; herinnert eraan dat het doel van het EFG is ontslagen werknemers zo snel mogelijk hulp te bieden; benadrukt dat de EFG-aanvraag is ingediend op 27 september 2013 en dat er dus op het moment van stemming in de Begrotingscommissie bijna anderhalf jaar is verstreken;

4.  is ingenomen met het feit dat de Belgische autoriteiten op 1 juni 2013 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen om de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over en de aanvraag voor toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

5.  is van mening dat de ontslagen bij Duferco en NLMK verband houden met de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen als gevolg van de globalisering, gezien het feit dat de sector van de staalproductie economisch ernstig is ontwricht, met name door een snelle afname van het marktaandeel van de EU; bovendien zijn als gevolg van de economische crisis en een relatieve stijging van de productiekosten de wereldhandelspatronen nog sterker veranderd door andere factoren, zoals een daling van de vraag naar staal in de automobiel- en bouwsector;

6.  merkt op dat volgens gegevens waarnaar wordt verwezen door de Belgische autoriteiten(5) tussen 2006 en 2011 de productie van ruw staal in de EU-27 is gedaald van 206,9 miljoen ton tot 177,7 miljoen ton (- 14,1%; - 3,0% jaarlijkse groei(6)), terwijl mondiaal de productie is gestegen van 1 249 miljoen ton naar 1 518,3 miljoen ton (+ 21,6%; + 4,0% jaarlijkse groei); begrijpt dat dit heeft geleid tot een daling van het marktaandeel van de EU-27 in de productie van ruwstaal, gemeten in volume, van 16,6% in 2006 tot 11,7% in 2011 (− 29,4 %; - 6,7 % jaarlijkse groei) en wijst ter vergelijking op de stijging van het Chinese marktaandeel van 33,7% naar 45,0% in dezelfde periode;

7.  constateert dat dit de vijfde EFG-aanvraag is voor de staalsector, waarvan er drie waren ingediend vanwege de globalisering en één vanwege de wereldwijde financiële en economische crisis; benadrukt dat er op Unieniveau een efficiënte en gecoördineerde benadering moet worden gevolgd om de werkloosheid in de staalsector tegen te gaan;

8.  merkt op dat de ontslagen bij Duferco en NLMK naar verwachting een negatief effect zullen hebben op de regio Henegouwen, een voormalig kolenmijnbouw- en staalindustriegebied waar de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van de traditionele zware industrie en de publieke sector, en waar de werkloosheid in 2012 17,7%, bedroeg, tegenover een gemiddeld werkloosheidscijfer van 15,8% in Wallonië en 11,2% in heel België(7), en een piek van 39% bereikte voor de personen van 18-25 jaar; benadrukt dat de lage kwalificaties van werkzoekenden (51% heeft geen hoger secundair onderwijs gevolgd, tegenover 47% in Wallonië) een extra obstakel vormt voor het zoeken naar een baan;

9.  merkt op dat, in de context van de economische situatie van de regio en het aantal ontslagen in de metaalindustrie in de regio, de werknemers van Duferco en NLMK die een nieuwe baan in de regio willen vinden, zich zullen moeten omscholen voor werk in een ander beroep en een andere sector;

10.  stelt vast dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd, de volgende maatregelen omvat voor de terugkeer van 701 ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt (per categorie): (1) individuele hulp bij het zoeken van een baan, casemanagement en algemene voorlichting, (2) opleiding en omscholing en (3) bevordering van ondernemerschap;

11.  is ingenomen met het feit dat de verschillende sociale partners en organisaties betrokken waren bij de algemene coördinatie en uitvoering van de maatregelen, zoals de vakbonden (FGTB, CSC), FOREM (de Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling), de sectorale centra voor beroeps- en technologische opleiding die actief zijn in het Waalse Gewest, het Agentschap voor het Europees Sociaal Fonds (ESF) van de Franstalige Gemeenschap van België en de Waalse regering; waardeert het bovendien dat de vakbonden rechtstreeks betrokken zijn bij het beheer van de twee omscholingscellen die speciaal zijn opgericht voor elk afzonderlijk bedrijf;

12.  is verheugd over de actieve arbeidsmarktmaatregelen die zijn voorgesteld om de inzetbaarheid van de ontslagen werknemers te verbeteren; herinnert eraan dat de gepersonaliseerde diensten die moeten worden ondersteund door het EGF geen uitkeringen inhouden;

13.  herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op de huidige ondernemingsomgeving, en het potentieel van het gebied;

14.  merkt op dat de voorgestelde maatregelen ook gericht zijn op een groep managers van de betrokken ondernemingen;

15.  verwelkomt het feit dat het beginsel van gelijkheid tussen vrouwen en mannen, alsmede van non-discriminatie, wordt en zal worden toegepast tijdens de verschillende stadia van uitvoering van en toegang tot de EFG-maatregelen;

16.  benadrukt dat de EFG-steun alleen kan worden gebruikt voor de medefinanciering van actieve arbeidsmarktmaatregelen die duurzame werkgelegenheid voor de lange termijn opleveren; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

17.  merkt op dat maatregelen die verplicht zijn in het kader van de procedures voor collectieve ontslagen in België en die worden uitgevoerd als onderdeel van de standaardactiviteiten van de omscholingscellen (zoals outplacement, opleiding, hulp bij het zoeken van een baan, loopbaanadvies enz.) niet in deze EFG-aanvraag zijn opgenomen; merkt op dat meer dan de helft van de totale geraamde uitgaven zal gaan naar diensten gericht op herinzetbaarheid, te weten ondersteunings-, begeleidings- en integratiemaatregelen;

18.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855).
(5)Bron: World Steel Association, Steel Statistical Yearbook 2012.
(6)Samengesteld jaarlijks groeipercentage.
(7)Bron: Steunpunt WSE.


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer

(aanvraag EGF/2013/007 BE/Hainaut steel (Duferco-NLMK, ingediend door België)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2015/468.)

Juridische mededeling - Privacybeleid