Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2259(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0045/2015

Ingediende teksten :

A8-0045/2015

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0060

Aangenomen teksten
PDF 127kWORD 51k
Woensdag 11 maart 2015 - Straatsburg
Verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Sergei Stanishev
P8_TA(2015)0060A8-0045/2015

Besluit van het Europees Parlement van 11 maart 2015 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Sergei Stanishev (2014/2259(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Sergei Stanishev, dat op 24 november 2014 door de Procureur-Generaal van de Republiek Bulgarije in verband met gerechtelijke procedures die aanhangig zijn bij de rechtbank van Sofia (ref. CCAN No C-280/2013) werd doorgezonden en de ontvangst waarvan op 15 december 2014 ter plenaire vergadering werd aangekondigd,

–  na Sergei Stanishev te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 5 van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en op artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikel 70 van de grondwet van de Republiek Bulgarije,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1 en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0045/2015),

A.  overwegende dat de Procureur-Generaal van de Republiek Bulgarije een verzoek heeft doorgezonden van het parket van de openbare aanklager bij de rechtbank van Sofia om toestemming tot voortzetting van het strafrechtelijk onderzoek tegen Sergei Stanishev in verband met een strafbaar feit als bedoeld in artikel 358, lid 1, juncto artikel 26, lid 1, van het Bulgaarse wetboek van strafrecht;

B.  overwegende dat ingevolge artikel 8 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, tegen de leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en zij niet kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht;

C.  overwegende dat de leden van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie tijdens de zittingsduur van het Parlement op hun eigen grondgebied dezelfde immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;

D.  overwegende dat een lid van de Nationale Vergadering ingevolge artikel 70, lid 1, van de grondwet van de Republiek Bulgarije immuniteit geniet tegen arrest of strafvervolging behalve wanneer het gaat om het plegen van een misdrijf, en dat in dat geval de toestemming van de Nationale Vergadering is vereist of indien met reces, van de voorzitter van de Nationale Vergadering, behalve in geval van betrapping op heterdaad; overwegende dat ingevolge artikel 70, lid 2, van de grondwet van de Republiek Bulgarije deze toestemming niet is vereist wanneer het betrokken lid van de Nationale Vergadering schriftelijk met de strafvervolging instemt;

E.  overwegende dat het uitsluitend aan het Parlement is te beslissen of de immuniteit in een bepaald geval al dan niet wordt opgeheven; overwegende dat het Parlement in redelijkheid rekening kan houden met het standpunt van het lid wanneer het zijn besluit neemt diens immuniteit al dan niet op te heffen(2);

F.  overwegende dat de ten laste gelegde feiten geen rechtstreeks duidelijk verband hebben met het functioneren van Sergei Stanishev als lid van het Europees Parlement, en dat het niet gaat om een mening of stem die hij in het kader van de uitoefening van zijn taken als lid van het Europees Parlement heeft uitgebracht, als bedoeld in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

G.  overwegende dat het strafrechtelijk vooronderzoek tegen Sergei Stanishev al een aanvang had genomen lang voordat hij lid werd van het Europees Parlement, en dat de strafzaak dus geen verband houdt met zijn positie als lid van het Europees Parlement;

H.  overwegende dat Sergei Stanishev al tweemaal, eerst als eerste minister en vervolgens als lid van de Nationale Vergadering, bij schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de Nationale Vergadering met strafvervolging heeft ingestemd, overeenkomstig artikel 70, lid 2, van de grondwet van de Republiek Bulgarije;

I.  overwegende dat het Parlement in deze zaak geen bewijs heeft gevonden dat duidt op fumus persecutionis, d.w.z. een voldoende ernstig en precies vermoeden dat de zaak aanhangig is gemaakt met de bedoeling het lid politieke schade toe te brengen;

1.  besluit de immuniteit van Sergei Stanishev op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de desbevoegde autoriteiten van de Republiek Bulgarije en aan Sergei Stanishev.

(1) Arrest van 12 mei 1964 in zaak 101/63, Wagner/Fohrmann en Krier, EU:C:1964:28; arrestvan 10 juli 1986 in zaak 149/85, Wybot/Faure e.a., EU:C:1986:310; arrest van 15 oktober 2008 in zaak T-345/05, Mote/Parlement, EU:T:2008:440; arrest van 21 oktober 2008 in gevoegde zaken C-200/07 en C-201/07, Marra/De Gregorio en Clemente, EU:C:2008:579; arrest van 19 maart 2010 in zaak T-42/06, Gollnisch/Parlement, EU:T:2010:102; arrest van 6 september 2011 in zaak C-163/10, Patriciello, EU:C:2011:543; arrest van 17 januari 2013 in gevoegde zaken T-346/11 en T-347/11, Gollnisch/Parlement, EU:T:2013:23.
(2) Zaak T-345/05, Mote/Parlement (reeds aangehaald), punt 28.

Juridische mededeling - Privacybeleid