Resolutie van het Europees Parlement van 25 maart 2015 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/016 IE/Lufthansa Technik, ingediend door Ierland) (COM(2015)0047 – C8-0038/2015 – 2015/2045(BUD))
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0047 – C8-0038/2015),
– gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG‑verordening),
– gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,
– gezien de trialoogprocedure voorzien in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,
– gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,
– gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0052/2015),
A. overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;
B. overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om middelen beschikbaar te stellen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);
C. overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;
D. overwegende dat Ierland aanvraag EFG/2014/016 IE/Lufthansa Technik voor een financiële bijdrage uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 424 ontslagen bij Lufthansa Technik Airmotive Ireland Ltd (LTAI) en twee leveranciers daarvan in Ierland;
E. overwegende dat de Ierse autoriteiten naast de 250 ontslagen werknemers ook door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening zullen verstrekken aan maximaal 200 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) en die op de datum van de indiening van de aanvraag jonger waren dan 25 jaar;
F. overwegende dat de aanvraag niet voldoet aan de in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening vastgelegde subsidiabiliteitscriteria en is gebaseerd op de bepaling inzake uitzonderlijke omstandigheden van artikel 4, lid 2, van die verordening;
1. is het met de Commissie eens dat de door de Ierse autoriteiten aangehaalde uitzonderlijke omstandigheden, namelijk dat de gedwongen ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de lokale en regionale economie, een afwijking van de in artikel 4, lid 2, van de EFG-verordening genoemde interventiecriteria rechtvaardigen en dat Ierland dus in aanmerking komt voor een financiële bijdrage uit hoofde van die verordening; stelt evenwel vast dat de uitzonderlijke omstandigheden in dit geval slechts 250 personen betreffen; beveelt in dit verband aan dat de Commissie duidelijke criteria vaststelt voor aanvragen die betrekking hebben op minder dan 500 werknemers; benadrukt dat aanvragen die niet volledig voldoen aan de in artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening genoemde criteria, individueel moeten worden beoordeeld en dat aanvragen die niet aan de basisvoorwaarden voldoen, niet automatisch mogen worden goedgekeurd;
2. merkt op dat de Ierse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage van het EFG op 19 september 2014 hebben ingediend en nog tot 14 november 2014 aanvullende informatie hebben verstrekt, en dat de Commissie op 6 februari 2015 haar beoordeling ter beschikking heeft gesteld;
3. is ingenomen met het feit dat de Ierse autoriteiten op 7 december 2013 hebben besloten te beginnen met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers teneinde hen snel te kunnen helpen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over en de aanvraag voor toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket; wijst erop dat de individuele dienstverlening die al is aangeboden in aanmerking komt voor EFG-financiering;
4. is van mening dat de ontslagen in de sector "reparatie en installatie van machines en apparaten" in de regio zuidelijk en oostelijk Ierland verband houden met grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering, zoals is gebleken uit de sluiting van LTAI als gevolg van een sterke verschuiving in de handel van de Unie in goederen en diensten die weer het resultaat is van een technische verschuiving naar de productie van een nieuwe generatie vliegtuigen en componenten, de verandering in de productie van vliegtuigcomponenten in bredere zin met hieruit voortvloeiende gevolgen voor de marktfundamenten van het onderliggende bedrijfsmodel van LTAI en de verandering van de locatie van de mondiale productie van vliegtuigen; wijst op de tendens onder West-Europese en Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen om hun mammoetvliegtuigen voor groot onderhoud naar China te sturen, terwijl zelfs de moederonderneming Lufthansa Technik heeft besloten om alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden (MRO) van de Airbus A330/340 bij dochtermaatschappij Lufthansa Technik Philippines onder te brengen;
5. merkt op dat voor de sector "reparatie en installatie van machines en apparaten" tot op heden twee EFG-aanvragen (inclusief onderhavige zaak) zijn ingediend, waarbij de andere zaak gebaseerd was op het criterium van de financiële en economische crisis(4);
6. wijst erop dat deze ontslagen naar verwachting grote nadelige gevolgen voor de regio zuidelijk en oostelijk Ierland zullen hebben, waar, zoals blijkt uit onderstaande sociaaleconomische indicatoren, op sommige plaatsen sprake is van aanzienlijke lokale achterstand: lage opleidingsniveaus, een gebrek aan beroepskwalificaties en een hoog niveau van sociale woningbouw; is van mening dat al deze factoren wijzen op aanzienlijke lokale achterstand en armoede, en voorts dat een reeks ontslagen bij ondernemingen in deze sector gedurende de afgelopen jaren het nog moeilijker heeft gemaakt voor de werknemers, die over zeer specifieke vaardigheden beschikken die moeilijk kunnen worden toegepast in andere sectoren, om een nieuwe baan te vinden; merkt op dat Blanchardstown-Tyrrelstown, Tallaght-Killinarden, Clondalkin-Rowlagh en Tallaght-Fettercairn enkele van de gebieden zijn waar de Lufthansa-medewerkers wonen en waar het gemiddelde werkloosheidspercentage circa 23 % bedraagt;
7. wijst erop dat de werknemers uit deze sector over zeer specifieke vaardigheden beschikken die moeilijk in andere sectoren te benutten zijn, waardoor deze werknemers niet makkelijk een nieuwe baan vinden; betreurt het dat dit vooral geldt voor werknemers die tegen hun pensioen aanlopen (ca. 20% van de medewerkers van Lufthansa Technik) of die jarenlang voor deze werkgever hebben gewerkt;
8. merkt op dat er in Ierland momenteel rond 1 550 werknemers in deze sector zijn en dat de door de Ierse autoriteiten verstrekte gegevens laten zien dat de totale werkgelegenheid op dit gebied met ongeveer 52% is afgenomen;
9. stelt vast dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd bestaat uit loopbaanbegeleiding en beroepsoriëntatie, opleidingsbeurzen van het EFG, opleidings- en bijscholingsprogramma´s, programma's voor hoger onderwijs, ondersteuning bij het oprichten van een bedrijf of het zich vestigen als zelfstandige, en inkomenssteun, met inbegrip van de regeling voor EFG-bijdragen in de kosten van opleidingen;
10. overwegende dat de Ierse autoriteiten behalve aan de ontslagen werknemers ook door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening zullen verstrekken aan maximaal 200 jongeren onder de 25 die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's); stelt verder vast dat de NEET's niet tot de groep ontslagen werknemers behoren en niet in dezelfde sector werkzaam waren;
11. stelt vast dat de individuele dienstverlening die aan NEET's verstrekt wordt, dezelfde keuzemogelijkheden biedt als aan de ontslagen werknemers, maar waar nodig individueel op elke NEET wordt toegesneden; herinnert eraan dat de voorgestelde maatregelen rekening moeten houden met het feit dat ontslagen werknemers en NEET's verschillende behoeften hebben;
12. is ingenomen met het feit dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening is opgesteld in overleg met de beoogde begunstigden en hun vertegenwoordigers en met de vakbonden;
13. acht het een goede zaak dat het Ierse ministerie van Sociale Bescherming een uitvoerige enquête onder de betrokken werknemers heeft gehouden om deze werknemers, hun achtergrond qua onderwijs en opleiding en hun potentiële behoefte aan individuele dienstverlening in kaart te brengen teneinde hun toekomstige inzetbaarheid te verbeteren;
14. merkt op dat de autoriteiten voornemens zijn de maximaal toegestane 35% van alle kosten te gebruiken voor vergoedingen en stimulansen in de vorm van inkomenssteun, met inbegrip van bijdragen voor opleidingsuitgaven; erkent dat deze vergoedingen de maatregelen die uit nationale bronnen worden gefinancierd, niet vervangen;
15. waardeert het voornemen van de Ierse autoriteiten om een adviesforum of een ander interactief proces in het leven te roepen als aanvulling op de lopende werkzaamheden van de EFG-coördinatie-eenheid, zodra de EFG-steun is toegekend;
16. herinnert aan het belang van een verbetering van de inzetbaarheid van alle werknemers door aangepaste opleiding en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;
17. herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vaardigheden die daarvoor vereist zullen zijn, en dat het gecoördineerde pakket gericht dient te zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;
18. benadrukt dat met de EFG-steun alleen actieve arbeidsmarktmaatregelen kunnen worden medegefinancierd die duurzame werkgelegenheid voor de lange termijn opleveren; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren; beveelt aan dat de Commissie nagaat of het mogelijk is het voor EFG-projecten verplichte minimumaantal ontslagen werknemers te verlagen naar 200, gezien de gevolgen voor de werkgelegenheid van ontslagen in kmo's die te lijden hebben van de economische crisis;
19. acht het een goede zaak dat bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden gerespecteerd;
20. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;
21. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag EGF/2014/016 IE/Lufthansa Technik, Ierland)
(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2015/643.)