Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2131(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0107/2015

Ingediende teksten :

A8-0107/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.55
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0164

Aangenomen teksten
PDF 192kWORD 90k
Woensdag 29 april 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2013: Gemeenschappelijke onderneming Clean Sky
P8_TA(2015)0164A8-0107/2015
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2015 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2131(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(4), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 71/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky(5),

–  gezien Verordening (EG) nr. 558/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2(6), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(7),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(8),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0107/2015),

1.  verleent de uitvoerende directeur van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerende directeur van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 17.
(2) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 18.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(4) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(5) PB L 30 van 4.2.2008, blz. 1.
(6) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 77.
(7) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(8) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


2.Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2015 over de afsluiting van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2131(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(4), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 71/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky(5),

–  gezien Verordening (EG) nr. 558/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2(6), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(7),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(8),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0107/2015),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerende directeur van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 17.
(2) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 18.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(4) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(5) PB L 30 van 4.2.2008, blz. 1.
(6) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 77.
(7) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(8) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2015 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2131(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0107/2015),

A.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky (hierna "de gemeenschappelijke onderneming" genoemd) in 2007 voor een periode van 10 jaar werd opgericht om de ontwikkeling, validering en demonstratie van schone luchtvaarttechnologieën in de Unie te versnellen, opdat deze zo spoedig mogelijk kunnen worden ingevoerd;

B.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming autonoom begon te functioneren op 16 november 2009;

C.  overwegende dat de oprichtende leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn: de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en industriële partners zoals de leiders van de "demonstratiemodellen van geïntegreerde technologie" (Integrated Technology Demonstrators – ITD's), tezamen met de geassocieerde leden van de ITD's;

D.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming voor de periode van 10 jaar 800 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van het zevende kaderprogramma voor onderzoek, en dat de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming een bijdrage in de middelen moeten leveren die ten minste gelijk is aan die van de Unie, inclusief bijdragen in natura;

E.  overwegende dat sinds het begin van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming meer dan 600 deelnemers bij het programma ervan betrokken zijn, en dat dit tot nieuwe samenwerkingen en de deelname van nieuwe organisaties heeft geleid;

F.  overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) zeer intensief aan het programma hebben deelgenomen: circa 40 % van de begroting voor oproepen tot het indienen van voorstellen werd aan hen toegekend;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  neemt nota van het oordeel van de Rekenkamer dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2013 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële voorschriften;

2.  neemt nota van het feit dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming stelt dat de onderliggende verrichtingen van de jaarrekening op alle materiële punten wettelijk en regelmatig zijn;

3.  stelt vast dat de definitieve gewijzigde begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor 2013 250 400 000 EUR aan vastleggingskredieten en 158 200 000 EUR aan betalingskredieten omvatte; stelt voorts vast dat het bestedingspercentage voor vastleggingskredieten 90,6 % bedroeg, terwijl het percentage voor betalingskredieten 87,7 % was;

4.  stelt bezorgd vast dat het lagere bestedingspercentage voor betalingskredieten nog steeds vertragingen in de begrotingsuitvoering weerspiegelt, hoewel het percentage (75 %) verbeterd is ten opzichte van het voorgaande jaar; erkent dat deze kwesties vooral het gevolg zijn van de vertragingen in de uitvoering van de activiteiten alsook van de tijd die verloopt tussen de bekendmaking van de oproepen tot het indienen van voorstellen en de ondertekening van subsidieovereenkomsten; neemt in dit verband kennis van het feit dat in december 2013 slechts 14 van de 38 subsidieovereenkomsten ondertekend waren en dat de gemiddelde tijd voor ondertekening negen maanden beliep gerekend vanaf het tijdstip van de oproep en vijf maanden vanaf het einde van de onderhandelingen;

5.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat naast de Commissie de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming overeenkomstig de oprichtingsverordening van de gemeenschappelijke onderneming een bijdrage in de middelen ten belope van minstens 600 000 000 EUR leveren, met inbegrip van hun bijdragen ter dekking van de lopende kosten; wijst erop dat ten tijde van de controle door de Rekenkamer de vastgelegde bijdrage van de Europese Unie 713 000 000 EUR beliep, terwijl de middelen van de andere leden 409 000 000 EUR beliepen; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een verslag in te dienen bij de kwijtingsautoriteit inzake de bijdragen van alle leden behalve de Commissie, met inbegrip van de toepassing van de beoordelingsregels, samen met een beoordeling door de Commissie;

Internecontrolesystemen

6.  erkent het standpunt van de Rekenkamer dat de gemeenschappelijke onderneming in de loop van 2013 haar beheers-, administratieve, financiële en boekhoudkundige procedures verder verbeterde en stelt in dit verband vast dat het subsidiebeheersinstrument (GMT, grant management tool) werd voltooid; vraagt de gemeenschappelijke onderneming de integratie van het GMT te voltooien en de volledige informatie met betrekking tot de controle achteraf in het systeem te integreren;

7.  stelt vast dat verscheidene gebreken aan het licht werden gebracht toen de rekenplichtige de werking van het GMT-instrument testte; is het eens met de aanbeveling van de Rekenkamer dat follow-up moet worden gegeven aan het wegwerken van deze gebreken, in het bijzonder met betrekking tot de gebruikte functie voor het invoeren van opmerkingen afkomstig van de met de financiële controle en de verificatie belaste ambtenaren, aangezien deze functie van essentieel belang is voor de valideringsprocedure; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming in de eerste helft van 2014 verscheidene GMT-ontwikkelingen heeft uitgevoerd en dat verdere ontwikkelingen van het systeem gepland zijn;

8.  stelt vast dat met betrekking tot de controle vooraf op door leden van de gemeenschappelijke onderneming verrichte activiteiten in één geval de valideringsprocedure voor de vastlegging verricht werd door eenzelfde personeelslid dat de hoedanigheid had van met de controle belaste functionaris en tevens die van ordonnateur (wat in strijd is met de bepalingen van de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming en de procedurehandleiding); stelt bovendien vast dat in hierboven omschreven omstandigheden één betaling werd overgemaakt; erkent dat de gemeenschappelijke onderneming het financiële back-upsysteem heeft geactualiseerd door nieuwe actoren op te nemen voor de functies van met de controle belaste functionaris en ordonnateur, en dat de taken van initiatie en verificatie/goedkeuring gescheiden worden gehouden; stelt voorts vast dat bij de controle vooraf een ander geval is gevonden waarvoor de technische beoordeling niet beschikbaar is in het GMT-instrument;

9.  uit zijn bezorgdheid over de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat met betrekking tot de controle vooraf van door de partners van de gemeenschappelijke onderneming ingediende kostendeclaraties een aantal gebreken werd geconstateerd, zoals:

   (a) de gebruikte checklists voor de controle vooraf van de kostendeclaraties waren niet altijd volledig;
   (b) in één geval werden de taken van financiële verificatie en goedkeuring verricht door hetzelfde personeelslid, en in drie andere gevallen combineerde eenzelfde personeelslid de rol van financieel functionaris met die van bevoegde ordonnateur; merkt bezorgd op dat dit in strijd is met de handleiding voor financiële procedures en met het beginsel van de scheiding van functies;
   (c) in een ander geval werd de subsidieovereenkomst met de partner ondertekend vijf maanden na de aanvang van de activiteiten conform het onderhandelingsverslag en de subsidieovereenkomst maar zonder dat de vereiste verklaring bestond waarin de noodzaak werd onderbouwd dat de werkzaamheden dienden te worden gestart voordat de subsidieovereenkomst was ondertekend; neemt kennis van de aanzienlijke resultaten in verband met het beheer van subsidieovereenkomsten voor partners in het jaar 2013, waarin 106 nieuwe subsidieovereenkomsten voor partners werden ondertekend, 99 onderhandelingen over nieuwe subsidieovereenkomsten voor partners met succes werden afgerond, 106 wijzigingen van lopende overeenkomsten werden ondertekend en 105 betalingen aan partners werden verricht;
   (d) op 31 december 2013 waren 56 van de 163 kostendeclaraties niet ingediend; is zeer bezorgd dat in 15 van de 56 gevallen de vertraging meer dan een jaar beliep;

10.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de gevallen van het ontbreken van de scheiding van functies uitzonderlijk waren wegens de afwezigheid van andere personeelsleden die deze taken kunnen uitvoeren;

11.  neemt kennis van het feit dat de intern controleur in 2013, in samenwerking met een extern accountantskantoor, een controle instelde van de bedrijfsprocessen van de gemeenschappelijke onderneming in verband met de "Coördinatie van en het toezicht op de ITD-activiteiten" en het "Beheer van de activiteiten van de partners";

12.  erkent dat de gemeenschappelijke onderneming in maart 2013 een actieplan heeft aangenomen in reactie op de bevindingen van de dienst Interne audit (IAS) van de Commissie met betrekking tot het beheer van de subsidies – jaarlijkse planning, maar dat deze acties ten tijde van de controle niet volledig waren uitgevoerd; wijst erop dat de voornaamste opmerkingen in het verslag van de IAS betrekking hebben op de vertragingen bij de programma-uitvoering, de budgettaire onderbesteding en de moeilijkheden die de gemeenschappelijke onderneming ondervond bij de waardering van het verbruik van hulpbronnen;

13.  erkent dat de IAS op 14 maart 2014 de resultaten heeft gepresenteerd van de controle over de toereikendheid en de doeltreffendheid van het interne controlesysteem met betrekking tot het beheer van de subsidies en de financiële uitvoering ervan; neemt kennis van de conclusies van de IAS dat het bestaande internebeheersingssysteem redelijke zekerheid verschafte over de verwezenlijking van de zakelijke doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming inzake het subsidiebeheer en de financiële uitvoering daarvan; neemt voorts kennis van vier belangrijke opmerkingen en twee zeer belangrijke opmerkingen met betrekking tot het formaliseren van de procedure voor het valideren van projectresultaten en aan te brengen verbeteringen inzake de geconsolideerde richtsnoeren voor validering vooraf en de controlelijsten;

14.  neemt bovendien kennis van de door de IAS verrichte IT-risicobeoordeling van de gemeenschappelijke IT-infrastructuur die de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky deelt met de FCH, het IMI en de gemeenschappelijke ondernemingen Artemis en Eniac;

15.  erkent dat de taakomschrijving van de dienst Interne audit van de Commissie op 31 maart 2011 door de raad van bestuur werd vastgesteld; stelt vast dat de bepalingen van de kaderregeling(1) met betrekking tot de bevoegdheden van de intern controleur van de Commissie nog niet verwerkt zijn in de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming doordat Verordening (EU) nr. 110/2014 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad, die pas op 8 februari 2014 in werking is getreden, nog niet is goedgekeurd;

16.  erkent dat met het besluit voor het zevende kaderprogramma (KP7)(2) een monitoring- en rapportagesysteem werd ingevoerd met betrekking tot de bescherming, verspreiding en overdracht van onderzoeksresultaten; stelt met bezorgdheid vast dat de door de gemeenschappelijke onderneming ontwikkelde procedures inzake monitoring en rapportage niet ten volle aan de bepalingen van het KP7-besluit beantwoorden, met name wat betreft de verspreiding van de onderzoekresultaten en de integratie ervan in het systeem van de Commissie; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming dit op zo kort mogelijke termijn te corrigeren;

17.  neemt kennis van het feit dat van begin maart tot eind oktober 2013 de tweede tussentijdse evaluatie van de Commissie werd uitgevoerd, waarbij de gemeenschappelijke onderneming werd beoordeeld wat betreft doeltreffendheid, doelmatigheid en onderzoekskwaliteit;

18.  is bezorgd dat het verslag verschillende aanbevelingen bevat betreffende het ontoereikende aantal technische medewerkers voor de uitoefening van haar activiteiten, de noodzaak van harmonisering – bij alle ITD-leden van de gemeenschappelijke onderneming – van de voortgangsverslagen over de werkzaamheden en de technische evaluatieverslagen en de noodzaak van verbeteringen in de selectieprocedure voor onderaannemers; stelt eveneens vast dat de gemeenschappelijke onderneming de procedure van de subsidieovereenkomsten beter dient te documenteren teneinde de algehele naleving en de prestaties te verbeteren;

19.  erkent dat de uitvoerende directeur op 29 november 2013 het bedrijfscontinuïteitsplan van de gemeenschappelijke onderneming heeft vastgesteld, dat betrekking heeft op rampenherstel en de onmiddellijk daarna te ondernemen stappen, de herstelregelingen en het behoud van de werkzaamheden;

Juridisch kader

20.  houdt er rekening mee dat de nieuwe Financiële Regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie op 25 oktober 2012 werden vastgesteld en op 1 januari 2013 ingingen, terwijl Verordening (EU) nr. 110/2014 pas op 8 februari 2014 in werking trad; erkent dat de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming op 3 juli 2014 werd gewijzigd om rekening te houden met Verordening (EU) nr. 110/2014;

Overige opmerkingen

21.  neemt kennis van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(3) en het politiek akkoord dat zij vervolgens hebben bereikt over de afzonderlijke kwijting voor gemeenschappelijke ondernemingen overeenkomstig artikel 209 van het Financieel Reglement;

22.  vraagt de Rekenkamer een volledige en passende financiële analyse te presenteren van de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming voor de periode tot de start van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky 2;

23.  verzoekt de gemeenschappelijke onderneming een verslag over de sociaaleconomische voordelen van de reeds voltooide projecten in te dienen bij de kwijtingsautoriteit; wenst dat dit verslag samen met een beoordeling door de Commissie bij de kwijtingsautoriteit wordt ingediend;

24.  neemt kennis van het feit dat de gemeenschappelijke onderneming in december 2013 de gedragscode heeft vastgesteld voor de preventie en vermindering van belangenconflicten die van toepassing is op de particuliere leden van de raad van bestuur; is bezorgd dat de vaststelling van de daarmee overeenstemmende gedragscode voor de personeelsleden en andere betrokkenen (inclusief deskundigen) nog in behandeling was op het moment van de controle; wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming nog geen databank heeft opgezet om de belangenconflicten, onverenigbaarheden, verklaringen en daarmee verband houdende documenten te registreren;

25.  constateert verontrust dat de verplichte bekendmaking van cv's en belangenverklaringen niet voor personeelsleden en deskundigen geldt; vraagt de gemeenschappelijke onderneming deze verplichting ook tot personeelsleden en deskundigen uit te breiden; vraagt de gemeenschappelijke onderneming met klem een lijst te verstrekken van alle afgehandelde gevallen van belangenconflict vóór eind september 2015;

26.  verzoekt de gemeenschappelijke onderneming uitgebreide beleidsmaatregelen te nemen voor de omgang met situaties met belangenconflicten, zoals weghalen van de betrokken zaak bij de ambtenaar, uitsluiting van de ambtenaar van de besluitvorming in de betrokken zaak, beperkte toegang voor de betrokken ambtenaar tot bepaalde informatie, herdefiniëring van de taken van de ambtenaar, of ontslag van de ambtenaar uit zijn functie tot eind september 2015;

27.  brengt in herinnering dat de kwijtingsautoriteit de Rekenkamer eerder heeft verzocht een speciaal verslag op te stellen over de capaciteit van de gemeenschappelijke ondernemingen om, samen met hun partners in de particuliere sector, te zorgen voor toegevoegde waarde en een efficiënte uitvoering van Europese programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie;

28.  is van mening dat de banden tussen de gemeenschappelijke onderneming en de gemeenschappelijke onderneming SESAR, waar toepasselijk, aangehaald moeten worden en verzoekt de Commissie met beide gemeenschappelijke ondernemingen te werken aan een verbetering van de communicatie en meer synergie en complementariteit, waarbij zij er tegelijk op moet toezien dat er geen gevaar bestaat dat de activiteiten van deze twee gemeenschappelijke ondernemingen elkaar overlappen.

(1) Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72).
(2) PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1.
(3) PB L 163 van 29.5.2014, blz. 21.

Juridische mededeling - Privacybeleid