Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/0197(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0060/2015

Ingediende teksten :

A8-0060/2015

Debatten :

PV 29/04/2015 - 22
CRE 29/04/2015 - 22

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.1
CRE 30/04/2015 - 10.1
Stemverklaringen
PV 15/12/2015 - 4.19
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0177
P8_TA(2015)0442

Aangenomen teksten
PDF 441kWORD 87k
Donderdag 30 april 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Opschorting van uitzonderlijke handelsmaatregelen wat betreft Bosnië en Herzegovina ***I
P8_TA(2015)0177A8-0060/2015

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 30 april 2015 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1215/2009 van de Raad tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie en tot opschorting van de toepassing ervan wat betreft Bosnië en Herzegovina (COM(2014)0386 – C8-0039/2014 – 2014/0197(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  Verordening (EG) nr. 1215/2009 biedt geen enkele mogelijkheid om het toekennen van uitzonderlijke handelsmaatregelen tijdelijk op te schorten in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat door de begunstigden ervan. Het is wenselijk om een dergelijke mogelijkheid in die verordening op te nemen om ervoor te zorgen dat snel kan worden ingegrepen in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtstaat in een van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie.
(2)  Verordening (EG) nr. 1215/2009 biedt geen enkele mogelijkheid om het toekennen van uitzonderlijke handelsmaatregelen tijdelijk op te schorten in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat door de begunstigden ervan. Het is wenselijk om een dergelijke mogelijkheid in die verordening op te nemen om ervoor te zorgen dat snel kan worden ingegrepen in geval van ernstige en systematische schendingen van de grondbeginselen van de mensenrechten, de democratie en de rechtstaat in een van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie. Eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat, mensenrechten en de bescherming van minderheden zijn vereisten om verder te kunnen gaan met het toetredingsproces.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Sinds de start van het stabilisatie- en associatieproces zijn stabilisatie- en associatieovereenkomsten gesloten met alle betrokken landen van de westelijke Balkan, met uitzondering van Bosnië en Herzegovina en Kosovo3. In juni 2013 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om met Kosovo onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst te openen.
(5)  Sinds de start van het stabilisatie- en associatieproces zijn stabilisatie- en associatieovereenkomsten gesloten met alle betrokken landen van de westelijke Balkan, met uitzondering van Bosnië en Herzegovina en Kosovo3. In mei 2014 zijn de onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst met Kosovo afgerond en in juli 2014 is de overeenkomst geparafeerd.
______________
_______________
3 Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
3 Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  Bosnië en Herzegovina heeft echter nog niet aanvaard de in het kader van de interimovereenkomst toegekende handelsconcessies aan te passen teneinde het preferentiële traditionele handelsverkeer tussen Kroatië en Bosnië en Herzegovina in het kader van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (Cefta) in aanmerking te nemen. Mocht ten tijde van de vaststelling van deze verordening geen overeenkomst over de aanpassing van de in de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de interimovereenkomst opgenomen handelsconcessies zijn ondertekend en voorlopig worden toegepast door de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina, dan moeten de aan Bosnië en Herzegovina toegekende preferenties met ingang van 1 januari 2016 worden opgeschort. Zodra Bosnië en Herzegovina en de Europese Unie een overeenkomst over de aanpassing van de handelsconcessies in de interimovereenkomst hebben ondertekend en voorlopig hebben toegepast, moeten de preferenties opnieuw worden ingesteld.
(7)  Bosnië en Herzegovina heeft echter nog niet aanvaard de in het kader van de interimovereenkomst toegekende handelsconcessies aan te passen teneinde het preferentiële traditionele handelsverkeer tussen Kroatië en Bosnië en Herzegovina in het kader van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (Cefta) in aanmerking te nemen. Mocht ten tijde van de vaststelling van deze verordening geen overeenkomst over de aanpassing van de in de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de interimovereenkomst opgenomen handelsconcessies zijn ondertekend en voorlopig worden toegepast door de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina, dan moeten de aan Bosnië en Herzegovina toegekende preferenties met ingang van 1 januari 2016 worden opgeschort. Zodra Bosnië en Herzegovina en de Europese Unie een overeenkomst over de aanpassing van de handelsconcessies in de interimovereenkomst hebben ondertekend en voorlopig hebben toegepast, moeten de preferenties opnieuw worden ingesteld. De autoriteiten van Bosnië en Herzegovina en de Commissie moeten hun inspanningen verdubbelen om vóór 1 januari 2016 en in overeenstemming met de interimovereenkomst een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden, met name ten aanzien van grensoverschrijdende handel.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Er moet rekening worden gehouden met de constante vorderingen van de desbetreffende landen en gebieden van de Westelijke Balkan in de richting van het lidmaatschap van de Unie, alsook met de toetreding van Kroatië tot de Unie en het feit dat de interimovereenkomst met Bosnië en Herzegovina dientengevolge moet worden aangepast. In dit verband moet ook worden gelet op de ondubbelzinnige inzet van de Unie voor het vooruitzicht van Bosnië en Herzegovina op EU-lidmaatschap, zoals vervat in de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 december 2014. In die conclusies wordt er opnieuw op gewezen dat het politieke leiderschap van Bosnië en Herzegovina de hervormingen die nodig zijn voor integratie in de EU tot kernpunt moet maken van de werkzaamheden van alle betrokken instellingen, en dat op alle overheidsniveaus voor functionaliteit en doeltreffendheid moet worden gezorgd om Bosnië en Herzegovina in staat te stellen zich op een toekomstig EU-lidmaatschap voor te bereiden.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 ter (nieuw)
(7 ter)  De Europese Unie blijft belang hechten aan de steun voor Europees perspectief voor Bosnië en Herzegovina en verwacht van de politiek leiders van dit land dat ze streven naar hervormingen die gericht zijn op goed functionerende instellingen en op waarborging van gelijke rechten voor de drie bevolkingsgroepen en alle burgers van Bosnië en Herzegovina.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt -1 (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1215/2009
Overweging 14 bis (nieuw)
(-1) De volgende overweging wordt ingevoegd:
"(14 bis) Met het oog op een adequate democratische toezicht op de toepassing van deze verordening moet de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen worden overgedragen aan de Commissie voor noodzakelijke amendementen en technische aanpassingen van de bijlagen I en II naar aanleiding van amendementen op CN-codes en de Taric-onderverdelingen, voor noodzakelijke aanpassingen naar aanleiding van de toekenning van handelspreferenties in het kader van andere overeenkomsten tussen de Unie en de landen en gebieden die onder deze verordening vallen, en voor de opschorting van de voordelen van deze verordening wanneer niet wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: doeltreffende administratieve samenwerking ter voorkoming van fraude, eerbiediging van de mensenrechten en de beginselen van de rechtsstaat, en doeltreffende economische hervormingen en regionale samenwerking. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. De Commissie dient volledige gegevens en documentatie te verstrekken over de bijeenkomsten met nationale deskundigen die zij belegt in het kader van haar werkzaamheden ter voorbereiding en tenuitvoerlegging van gedelegeerde handelingen. In dit verband moet de Commissie ervoor zorgen dat het Europees Parlement naar behoren bij het proces wordt betrokken, volgens optimale werkmethoden zoals die zijn gebleken uit eerdere ervaring op andere beleidsterreinen, om zo de beste voorwaarden te creëren voor het toekomstig toezicht van het Europees Parlement op gedelegeerde handelingen."
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1215/2009
Artikel 2 – lid 3
(1 bis)  Artikel 2, lid 3, wordt vervangen door:
3.  Bij niet-naleving door een land of gebied van lid 1 of 2, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen het recht van de betrokken landen en gebieden op de voordelen van deze verordening volledig of gedeeltelijk opschorten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 8, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure.
3.  Bij niet-naleving door een land of gebied van lid 1, onder a) of b), kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen het recht van de betrokken landen en gebieden op de voordelen van deze verordening volledig of gedeeltelijk opschorten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 8, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 1 ter (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1215/2009
Artikel 7 – punt c (nieuw)
(1 ter)  In artikel 7 wordt het volgende punt ingevoegd:
(c)  de gedeeltelijke of volledige opschorting van het recht van een betrokken land of gebied op voordelen in het kader van deze verordening, indien het land of gebied in kwestie niet voldoet aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 2, lid 1, onder c) en d), en artikel 2, lid 2, van deze verordening.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 1 quater (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1215/2009
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
(1 quater)  De inleidende formule van artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:
1.  Wanneer de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, of dat de in artikel 1 genoemde landen en gebieden niet de vereiste administratieve medewerking verlenen voor de verificatie van het bewijs van oorsprong, dat hun uitvoer naar de Gemeenschap een scherpe stijging vertoont die hun normale productieniveau en uitvoercapaciteit overstijgt, of dat zij artikel 2, lid 1, overtreden, kan zij maatregelen nemen om de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele te schorsen, mits zij vooraf:
1.  Wanneer de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, of dat de in artikel 1 genoemde landen en gebieden niet de vereiste administratieve medewerking verlenen voor de verificatie van het bewijs van oorsprong, dat hun uitvoer naar de Gemeenschap een scherpe stijging vertoont die hun normale productieniveau en uitvoercapaciteit overstijgt, of dat zij artikel 2, lid 1, onder a) en b), overtreden, kan zij maatregelen nemen om de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele te schorsen, mits zij vooraf:

(1) De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde Commissie uit hoofde van artikel 61, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A8-0060/2015).

Juridische mededeling - Privacybeleid