Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2661(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0382/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0178

Aangenomen teksten
PDF 182kWORD 77k
Donderdag 30 april 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vervolging van christenen over de hele wereld, naar aanleiding van de moordpartij onder studenten in Kenia door de terreurgroep Al-Shabaab
P8_TA(2015)0178RC-B8-0382/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2015 over de vervolging van christenen in de hele wereld, naar aanleiding van de moord op studenten in Kenia door de terreurgroepering Al-Shabaab (2015/2661(RSP))

Het Europees Parlement,

—  gezien zijn eerdere resoluties over Kenia,

–  gezien de tweede, herziene partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (de "Overeenkomst van Cotonou"), en in het bijzonder de artikelen 8, 11 en 26 daarvan,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, van 23 november 2014 over de moord op 28 burgers en van 3 april 2015 over de slachtpartij op het Garissa-universiteit,

–  gezien de persverklaring van de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie, die op 9 april 2015 zijn 497e bijeenkomst hield, over de terroristische aanslag in Garissa in Kenia,

–  gezien de aanval van de Keniaanse luchtmacht op trainingskampen van Al-Shabaab in Somalië als reactie op het bloedbad op de Garissa-universiteit,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie of overtuiging van 1981,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–  gezien de EU-richtsnoeren aangaande het internationale humanitaire recht,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de meest recente terroristische aanslag in Garissa in Kenia tegen jonge mensen, onderwijs en derhalve de toekomst van het land was gericht; overwegende dat jonge mensen hoop en vrede vertegenwoordigen en de toekomstige sterkhouders van de ontwikkeling van het land zijn; overwegende dat onderwijs essentieel is voor de strijd tegen gewelddadig extremisme en fundamentalisme;

B.  overwegende dat het aantal aanvallen op religieuze minderheden, en met name christenen, over de hele wereld in de laatste maanden enorm is toegenomen; overwegende dat christenen iedere dag worden afgeslacht, geslagen en gearresteerd, vooral in enkele delen van de Arabische wereld door jihadistische terroristen;

C.  overwegende dat christenen de meest vervolgde religieuze groep vormen; overwegende dat dit soort extremisme en vervolging een steeds belangrijkere factor vormt van het toenemende verschijnsel van massale migratie; overwegende dat uit gegevens blijkt dat ieder jaar meer dan 150 000 christenen worden omgebracht;

D.  overwegende dat op 15 februari 2015 21 Egyptische koptische christenen in Libië door IS/Da'esh onthoofd zijn;

E.  overwegende dat de aanvallers in Garissa hun aanvallen met opzet hebben gericht op niet-moslims en christenen hebben geselecteerd om hen wreed te executeren; overwegende dat Al-Shabaab openlijk en in het openbaar heeft verklaard een oorlog te voeren tegen christenen in de regio;

F.  overwegende dat het beschermen van de rechten van kinderen en jonge mensen en het versterken van vaardigheden, onderwijs en innovatie cruciaal is voor het vergroten van hun kansen op economisch, sociaal en cultureel gebied en voor het verder aanzwengelen van de economische ontwikkeling van het land;

G.  overwegende dat Al-Shabaab al vaker aanslagen op studenten, scholen en andere onderwijsfaciliteiten heeft gepleegd; overwegende dat onder meer in december 2009 een zelfmoordterrorist 19 mensen mee de dood in rukte tijdens een afstudeerceremonie van medicijnenstudenten in Mogadishu, Somalië en in oktober 2011 de terroristische organisatie de verantwoordelijkheid opeiste voor een bomaanslag – eveneens in Mogadishu – waarbij 70 doden vielen, waaronder studenten die bij het Somalische Ministerie van Onderwijs op examenresultaten stonden te wachten;

H.  overwegende dat op 25 maart 2015 minstens 15 mensen het leven hebben gelaten bij een aanval van Al-Shabaab op een hotel in Mogadishu en overwegende dat Yusuf Mohamed Ismail Bari-Bari, de permanente vertegenwoordiger van Somalië bij de Verenigde Naties in Genève, Zwitserland, bij deze aanval om het leven is gekomen;

I.  overwegende dat Kenia met steeds meer aanslagen op burgers te maken krijgt sinds oktober 2011 toen Keniaanse troepen het zuiden van Somalië zijn binnengevallen om deel te nemen aan een gecoördineerde operatie samen met Somalische militaire eenheden tegen een door Al-Shabaab gecontroleerd gebied nadat de terroristen vier mensen hadden gegijzeld;

J.  overwegende dat sinds november 2011 Keniaanse troepen onderdeel uitmaken van de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM), die op 19 januari 2007 door de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie in het leven is geroepen en op 20 februari 2007 is goedgekeurd door de VN-Veiligheidsraad (resolutie 1744(2007)), die de Afrikaanse Unie onlangs groen licht heeft gegeven om haar missie tot 30 november 2015 voort te zetten (resolutie 2182(2014));

K.  overwegende dat het Ethiopische leger een grote bijdrage heeft geleverd aan de strijd tegen de terroristische organisatie Al-Shabaab, en dat hetzelfde geldt voor het leger van Oeganda, zij het op meer bescheiden schaal;

L.  overwegende dat Al-Shabaab banden heeft gevormd met andere islamistische groepen in Afrika, zoals Boko Haram in Nigeria en Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb;

M.  overwegende dat de terroristische organisatie Al-Shabaab regelmatig burgers aanvalt en doodt, zowel in Somalië zelf als in zijn buurlanden, zoals in juli 2010 in Kampala in Oeganda, en in het bijzonder in Kenia, waar alleen de grotere aanslagen de aandacht van de internationale gemeenschap hebben getrokken, maar kleinere aanslagen een veel vaker voorkomend fenomeen zijn;

N.  overwegende dat Al-Shabaab de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor de aanslagen in juli 2014 op de dorpen Hindi, Gamba, Lamu en Tana River aan de kust van Kenia, waarbij meer dan 100 mensen werden geëxecuteerd, en ook voor de twee aanslagen in het district Mandela eind 2014, waarbij 64 mensen werden gedood;

O.  overwegende dat na de terreuraanslag op de Garissa- universiteit de Keniaanse regering er ten aanzien van het VN-vluchtelingenbureau (UNHCR) mee heeft gedreigd de vluchtelingenkampen van Dadaab binnen drie maanden te sluiten; overwegende dat het UNHCR daarop heeft gewaarschuwd dat dit "extreme humanitaire en praktische consequenties" zou hebben; overwegende dat het VN-Vluchtelingenverdrag gedwongen terugkeer van vluchtelingen naar gebieden waar hun leven of vrijheid gevaar loopt, verbiedt;

P.  overwegende dat de African Standby Force (ASF) nog niet operationeel is, en dat de EU heeft aangegeven bereid te zijn ondersteuning te verlenen aan de vredehandhavingscapaciteiten in Afrika als onderdeel van haar veiligheidsstrategie voor Afrika;

Q.  overwegende dat in artikel 11 van de Partnerschapsovereenkomst ACS-EU staat dat "de activiteiten op het gebied van vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing met name inhouden: steun voor de evenwichtige verdeling van politieke, economische, sociale en culturele kansen onder alle geledingen van de samenleving, steun voor versterking van de democratische legitimiteit en de effectiviteit van het bestuur, steun voor de totstandbrenging van effectieve instrumenten voor de vreedzame verzoening van groepsbelangen, [...] steun voor het overbruggen van scheidslijnen tussen verschillende geledingen van de samenleving en steun voor een actieve en georganiseerde civiele samenleving";

1.  veroordeelt in de meest scherpe bewoordingen de bewuste terroristische aanslag van Al-Shabaab op 2 april 2015 in Garissa, waar de organisatie 147 jonge mensen, onschuldige universiteitsstudenten heeft vermoord en 79 anderen heeft verwond; veroordeelt met klem alle mensenrechtenschendingen, met name de gevallen waarin mensen worden gedood op grond van hun godsdienst, overtuigingen of etnische oorsprong;

2.  veroordeelt eens te meer de aanslagen door Al-Shabaab in de zomer van 2014 op meerdere kustplaatsen in Kenia, waaronder Mpeketoni, waar 50 mensen werden geëxecuteerd; veroordeelt met klem de aanval op het Westgate Shopping Centre in Nairobi op 24 september 2013, waarbij 67 doden vielen te betreuren; veroordeelt de aanval van Al-Shabaab van 25 maart 2015 in Mogadishu, waarbij ambassadeur Yusuf Mohamed Ismail Bari-Bari, de permanente vertegenwoordiger van Somalië bij de Verenigde Naties in Genève, om het leven is gekomen;

3.  betuigt zijn medeleven met de familieleden van de slachtoffers en de bevolking en de regering van de Republiek Kenia; is solidair met Kenia nu dit land met dit soort verachtelijke daden van agressie wordt geconfronteerd;

4.  herinnert eraan dat godsdienstvrijheid een grondrecht is en veroordeelt met klem elke vorm van geweld of discriminatie op grond van godsdienst;

5.  veroordeelt de recente aanvallen op christelijke gemeenschappen in verschillende landen, met name in verband met het overboord werpen van 12 christenen tijdens een recente overtocht uit Libië en de afslachting van 30 Ethiopische christenen op 19 april 2015, en spreekt zijn solidariteit uit met de families van de slachtoffers;

6.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het misbruik van religie door plegers van terroristische aanslagen in verschillende delen van de wereld en over de toename van het aantal gevallen van intolerantie, repressie en geweld tegen christenen, vooral in enkele delen van de Arabische wereld; hekelt de instrumentalisering van godsdienst in verscheidene conflicten; veroordeelt het toenemende aantal aanvallen op kerken in de hele wereld, met name de aanval op 15 maart 2015 in Pakistan waarbij 14 mensen zijn gedood; veroordeelt ten sterkste de opsluiting, verdwijning, foltering, slavernij en openbare terechtstelling van christenen in Noord-Korea; bevestigt en ondersteunt het onvervreemdbare recht van alle religieuze en etnische minderheden die in Irak en Syrië wonen, met inbegrip van christenen, om onder waardige, gelijke en veilige omstandigheden in hun historische en traditionele vaderland te blijven wonen; merkt op dat leden van verschillende religieuze groepen eeuwenlang vreedzaam in deze regio hebben samengeleefd;

7.  verzoekt de EU-instellingen te voldoen aan de verplichting van artikel 17 VWEU om een open, transparante en regelmatige dialoog te voeren met kerken en religieuze, levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties, teneinde ervoor te zorgen dat de vervolging van christelijke gemeenschappen en andere religieuze gemeenschappen een prioritaire kwestie voor de EU is;

8.  hekelt het gebruik van historisch recht of "dhimmi pact" door IS/Da’esh in Syrië en Irak om christenen af te persen door onder doodsbedreiging belastingen op religieuze grondslag te heffen en beperkingen op te leggen;

9.  bevestigt nogmaals zijn solidariteit met alle christenen die in verschillende delen van Afrika vervolgd worden, met bijzondere aandacht voor de recente gruweldaden in Libië, Nigeria en Sudan;

10.  laakt en verwerpt elke onjuiste interpretatie van de boodschap van de Islam om een gewelddadige, wrede, totalitaire, onderdrukkende en expansiegerichte ideologie te creëren die de uitroeiing van christelijke minderheden rechtvaardigt; dringt er bij moslimleiders op aan alle terroristische aanvallen zonder voorbehoud te veroordelen, met inbegrip van de aanvallen gericht tegen religieuze gemeenschappen en minderheden en met name christenen;

11.  dringt erop aan dat onmiddellijk een grondig, onpartijdig en effectief onderzoek wordt gevoerd naar de aanslagen met het oog op het identificeren en berechten van de daders, organisatoren, geldschieters en sponsors van deze laakbare daden van terrorisme;

12.  is ervan overtuigd dat een doeltreffend antwoord op deze wandaden alleen gevonden kan worden indien Kenia zijn optreden coördineert met andere Afrikaanse landen, en verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Raad de veiligheids- en terroristische dreiging in de regio in kwestie aan te pakken in samenwerking met de Afrikaanse Unie, en de Afrikaanse Unie in dit verband te ondersteunen bij haar cruciale inspanningen gericht op het aanpakken van Al-Shabaab via AMISOM; verzoekt de EU met klem steun te verlenen aan pan-Afrikaanse en regionale mechanismen voor conflictbeheersing, zoals in het bijzonder de African Standby Force (ASF);

13.  roept de regering van Kenia op haar verantwoordelijkheid te nemen en iets te doen aan het geweld van Al-Shabaab, alsook aan de achterliggende oorzaken; is van mening dat veiligheid alleen kan worden gerealiseerd, als de verdeeldheden binnen de Keniaanse politiek en civiele maatschappij en de regionale onevenwichten op ontwikkelingsgebied naar behoren worden aangepakt; betreurt de late respons van de politiediensten; dringt er met name bij de regering op aan de terroristische aanvallen niet te gebruiken als voorwendsel voor het terugschroeven van de burgerlijke vrijheden; verzoekt de Keniaanse autoriteiten hun strategie inzake terrorismebestrijding te baseren op de rechtstaat en de eerbiediging van de grondrechten; acht het essentieel dat op de terrorismebestrijdingsmaatregelen democratisch en justitieel toezicht wordt uitgeoefend;

14.  verzoekt de Keniaanse autoriteiten met klem te voorkomen dat een kloof tussen de religieuze gemeenschappen ontstaat of dat de moslimgemeenschap op één lijn wordt gesteld met Al-Shabaab, en al het mogelijke te doen om de eenheid van het land te bewaren in het belang van de sociale en economische groei en de stabiliteit, alsmede de waardigheid en de mensenrechten van de bevolking; verzoekt de regering van Kenia, de oppositieleiders en de religieuze leiders iets te doen aan de historische grieven van marginalisering, regionale breuklijnen binnen het land en institutionele discriminatie, en erop toe te zien dat de terrorismebestrijdingsmaatregelen alleen de daders viseren en niet etnische en religieuze gemeenschappen in zijn algemeenheid;

15.  herinnert de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten eraan dat zij in het EU-actieplan voor mensenrechten en democratie van juni 2012 beloofd hebben bij alle gesprekken over terrorismebestrijding met derde landen de mensenrechten ter sprake te brengen;

16.  verzoekt de EU een programma voor militaire training in Kenia te implementeren en militair materieel ter beschikking te stellen, en samen te werken met het leger en de politiediensten van Kenia, en deze te trainen, bij het bestrijden van terrorisme, teneinde een verder oprukken van Al-Shabaab te voorkomen;

17.  verzoekt de regering van Kenia met klem er alles aan te doen om zich te houden aan de regels van de rechtsstaat en de mensenrechten, de democratische beginselen en de grondrechten in acht te nemen, en verzoekt de EU haar internationale partners hierbij te helpen en een financiële bijdrage ter beschikking te stellen voor het versterken van de bestaande governanceprogramma's, teneinde voor nationale veiligheid te zorgen en vrede en stabiliteit te brengen in het land en de regio; is van oordeel dat de geweldsspiraal van Al-Shabaab in samenwerking met de buurlanden moet worden aangepakt; verzoekt de EU hiervoor alle noodzakelijke steun op financieel en logistiek gebied en op het vlak van deskundigheid te bieden, inclusief de mogelijkheid van gebruikmaking van de Vredesfaciliteit voor Afrika en de EU-instrumenten voor crisisbeheersing;

18.  verzoekt de Keniaanse veiligheidstroepen zich bij hun respons op de terroristische bedreiging aan de wetten te houden; verzoekt de Keniaanse regering in te staan voor de veiligheid en de bescherming van de vluchtelingenkampen op haar grondgebied, in overeenstemming met internationale wetgeving;

19.  benadrukt dat het internationale terrorisme gefinancierd wordt door illegaal witwassen, losgeld, afpersing, drugshandel en corruptie; verzoekt de Commissie en de lidstaten de samenwerking met derde landen te vergroten ten aanzien van informatie-uitwisseling over witwaspraktijken en de financiering van terrorisme;

20.  betuigt andermaal zijn steun voor alle initiatieven om de dialoog en het wederzijds respect tussen religieuze en andere gemeenschappen te bevorderen; verzoekt alle religieuze autoriteiten verdraagzaamheid te bevorderen en initiatieven te nemen tegen haat en gewelddadige en extremistische radicalisering;

21.  hekelt de terroristische aanvallen op onderwijsinstellingen en -gebouwen, die een middel zijn om het onderwijs aan en de waardigheid van alle burgers te ondermijnen alsook om wantrouwen en verdeeldheid tussen gemeenschappen te veroorzaken; herinnert aan de ontvoering en verdwijning van christelijke meisjes in de Nigeriaanse stad Chibok door de jihadistische terreurgroepering Boko Haram, die wereldwijd werd veroordeeld;

22.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering van Kenia, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD), de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

Juridische mededeling - Privacybeleid