Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2876(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-1003/2015

Debatten :

PV 08/10/2015 - 4.3
CRE 08/10/2015 - 4.3

Stemmingen :

PV 08/10/2015 - 9.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0344

Aangenomen teksten
PDF 180kWORD 77k
Donderdag 8 oktober 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
De massale ontheemding van kinderen in Nigeria door aanvallen van Boko Haram
P8_TA(2015)0344RC-B8-1003/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 8 oktober 2015 over de massale ontheemding van kinderen in Nigeria als gevolg van aanvallen van Boko Haram (2015/2876(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria, met name die van 17 juli 2014(1) en 30 april 2015(2),

–  gezien de eerdere verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, onder meer die van 8 januari, 19 januari, 31 maart, 14 en 15 april en 3 juli 2015,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 28 juli 2015,

–  gezien de toespraak die president Muhammadu Buhari op 28 september 2015 voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de VN-Top over de strijd tegen terrorisme heeft gehouden,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid, aangenomen op 31 oktober 2000,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties (VN) inzake de rechten van het kind en het Handvest van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) inzake de rechten en het welzijn van het kind (1990),

–  gezien de wet van 2003 inzake de rechten van het kind, die door de federale regering van Nigeria is bekrachtigd,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Verdrag van de Afrikaanse Unie voor de preventie en bestrijding van terrorisme, dat op 16 mei 2003 door Nigeria werd geratificeerd, en het aanvullende protocol daarbij, dat op 22 december 2008 door Nigeria werd geratificeerd,

–  gezien het EU-noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de grondoorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika,

–  gezien het rapport van de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens van 29 september 2015 over mensenrechtenschendingen en wandaden van Boko Haram en de gevolgen voor de mensenrechten in de getroffen landen; gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens over de mogelijkheid dat leden van Boko Haram worden aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4,van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Nigeria, het land in Afrika dat de meeste inwoners telt en de grootste economie heeft en dat gekenmerkt wordt door etnische tegenstellingen, grote religieuze verdeeldheid en een diepe economische en sociale tweedeling tussen noord en zuid, sinds 2009 het slagveld is geworden waarop de terreurgroep Boko Haram, een gezworen bondgenoot van Islamitische Staat, opereert; dat de terreurgroep in toenemende mate een bedreiging is geworden voor de stabiliteit van Nigeria en de West-Afrikaanse regio; dat de Nigeriaanse veiligheidstroepen vaak buitensporig geweld hebben gebruikt en zich schuldig hebben gemaakt aan wandaden bij militaire operaties tegen de opstandelingen;

B.  overwegende dat er in de afgelopen vier maanden 1 600 burgers gedood zijn door Boko Haram, waarmee het aantal doden onder de burgerbevolking alleen al in 2015 tot minstens 3 500 is opgelopen;

C.  overwegende dat kinderen sinds het begin van de opstand geen toegang meer hebben tot onderwijs omdat Boko Haram schoolgaande jongens en meisjes in het gebied als doelwit heeft gekozen; dat in Nigeria 10,5 miljoen kinderen in de lagereschoolleeftijd niet naar school gaan, wat volgens cijfers van de Unesco het hoogste aantal in de wereld is; dat Boko Haram, net als al-Shabaab in Somalië, Aqmi, Majao en Ansar Dine in Noord-Mali en de Taliban in Afghanistan en Pakistan het gemunt heeft op kinderen en vrouwen die onderwijs ontvangen;

D.  overwegende dat de Nigeriaanse en regionale strijdkrachten weliswaar vooruitgang hebben geboekt, maar dat de steeds talrijkere aanvallen en zelfmoordaanslagen over de grenzen van de buurlanden de stabiliteit en de bestaansmiddelen van miljoenen mensen in de hele regio bedreigen; dat de situatie voor kinderen uiterst kritiek is als gevolg van de verslechterende humanitaire situatie, waarin voedselonzekerheid gepaard gaat met slechte toegang tot onderwijs, veilig drinkwater en gezondheidszorg;

E.  overwegende dat het geweld in de staten Borno, Yobe en Adamawa er recentelijk toe heeft geleid dat het aantal intern ontheemden volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) dramatisch gestegen is (2,1 miljoen, waarvan 58% kinderen); dat in totaal meer dan 3 miljoen mensen te lijden hebben onder de opstand en dat 5,5 miljoen mensen in het gebied rond het meer van Tsjaad humanitaire bijstand nodig hebben;

F.  overwegende dat Nigeria erin is geslaagd om de presidents- en gouverneursverkiezingen in het algemeen vreedzaam te doen verlopen, ondanks de dreigementen van Boko Haram dat het de stembusgang zou verstoren; overwegende dat Nigeria en zijn buurlanden op 11 juni 2015 in Abuja een multinationale gezamenlijke task force (MNJTF) hebben opgericht om gevolg te geven aan de besluiten die in januari 2015 te Niamey waren genomen over de strijd tegen Boko Haram;

G.  overwegende dat Boko Haram in Nigeria sinds 2009 meer dan 2 000 vrouwen en meisjes heeft ontvoerd, waaronder de 276 schoolmeisjes uit Chibok in het noordoosten van het land op 14 april 2014, een daad die de hele wereld heeft geschokt en aanleiding heeft gegeven tot een internationale campagne ('Bring back our Girls') om hen te redden; dat meer dan 200 van de meisjes die toen gevangen werden genomen na bijna anderhalf jaar nog steeds niet teruggevonden zijn;

H.  overwegende dat er sindsdien nog veel meer meisjes vermist worden of ontvoerd zijn of gerekruteerd om als strijders of huispersoneel te dienen, en dat veel meisjes verkracht zijn en gedwongen zijn te trouwen of zich tot de islam te bekeren; overwegende dat sinds april 2015 zo'n 300 meisjes die door de Nigeriaanse strijdkrachten waren gered uit terroristische bolwerken en circa 60 andere die uit een andere plaats aan het ontvoerders hadden weten te ontkomen, hun leven in gevangenschap voor Human Rights Watch (HRW) beschreven hebben als een leven van dagelijks geweld en dagelijkse terreur, met fysiek en psychologisch geweld; overwegende dat het gewapende conflict in Noordoost-Nigeria in het afgelopen jaar volgens de speciale VN-gezant voor kinderen en gewapende conflicten een van de meest dodelijke voor kinderen was: talrijke kinderen werden vermoord en steeds vaker werden kinderen als soldaten gerekruteerd en ingezet, en talloze meisjes werden ontvoerd en seksueel misbruikt; overwegende dat volgens Unicef meer dan 23 000 kinderen van hun ouders gescheiden werden, zich gedwongen hebben gezien hun huizen te verlaten vanwege het geweld en voor hun leven hebben moeten rennen in Nigeria of over de grens met Kameroen, Tsjaad en Niger;

I.  overwegende dat de meeste kinderen in kampen voor intern ontheemden en vluchtelingen een of beide ouders verloren hebben (gedood of vermist), alsook broers en zussen en andere verwanten; overwegende dat er weliswaar een aantal internationale en nationale organisaties werkzaam zijn in de kampen, maar dat de basisrechten van deze kinderen op gebieden zoals voeding, onderdak (overbevolkt en ongezond), gezondheidszorg en onderwijs nog steeds op een uiterst laag peil staan;

J.  overwegende dat de subregio (Nigeria, Kameroen, Tsjaad en Niger) minstens 208 000 kinderen telt die geen toegang hebben tot onderwijs en 83 000 die verstoken zijn van veilig drinkwater, en dat 23 000 kinderen in het noordoosten van Nigeria van hun gezinnen gescheiden zijn;

K.  overwegende dat het aantal aanslagen van Boko Haram zowel in Nigeria als in de buurlanden Kameroen, Tsjaad en Niger is toegenomen; dat Boko Haram nog steeds kinderen en vrouwen ontvoert om explosieven te dragen en hen zonder dat zij het weten voor zelfmoordaanslagen gebruikt; dat sommigen van degenen die naar de Tsjaadse kant van het meer van Tsjaad waren gevlucht daar opnieuw werden belaagd door dezelfde terroristen;

L.  overwegende dat de EU in juni 2015 21 miljoen EUR beschikbaar heeft gesteld voor humanitaire steun om de ontheemden in Nigeria en de buurlanden die getroffen zijn door het geweld van terroristische organisaties te helpen;

M.  overwegende dat Unicef samen met de regeringen en partners in Nigeria, Kameroen, Tsjaad en Niger steeds meer acties onderneemt om duizenden kinderen en gezinnen in de regio toegang te bieden tot veilig water, onderwijs, advies en psychologische ondersteuning, alsook tot vaccinaties en behandeling tegen ernstige acute ondervoeding; dat Unicef slechts 32% heeft ontvangen van de 50,3 miljoen die dit jaar nodig is voor zijn humanitaire optreden in de regio rond het meer van Tsjaad;

N.  overwegende dat volgens HRW talrijke ontvoerde vrouwen en meisjes die gered, ontsnapt of bevrijd zijn, zwanger naar huis terugkeren en dringend behoefte hebben aan seksuele en reproductieve gezondheidszorg en kraamzorg, en dat anderen geen toegang hebben tot medisch onderzoek na verkrachting, posttraumatische zorg, sociale ondersteuning en advies in verband met verkrachting; overwegende dat de Commissie verklaard heeft dat, wanneer zwangerschap ondraaglijk lijden veroorzaakt, vrouwen recht moeten hebben op alle diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheidszorg, naargelang van hun medische toestand, en dus stelt dat het internationaal humanitair recht in alle gevallen moet prevaleren;

1.  veroordeelt krachtig de misdaden van Boko Haram, waaronder ook de terreuraanvallen en zelfmoordaanslagen in Tsjaad, Kameroen en Niger; betuigt zich solidair met de slachtoffers en betuigt zijn medeleven aan alle families die geliefden verloren hebben; veroordeelt het voortdurende geweld in de Nigeriaanse staten Borno, Yobe en Adamawa en in andere steden in het land;

2.  betreurt de daden die tot de massale ontheemding van onschuldige kinderen hebben geleid en roept op tot onmiddellijke internationale steun voor het werk van de VN-agentschappen en ngo's om te voorkomen dat ontheemde kinderen en jongeren het slachtoffer worden van seksuele slavernij en ander seksueel geweld, van kidnapping en van het feit dat zij gedwongen betrokken raken bij de aanvallen van de terroristische sekte Boko Haram op civiele, gouvernementele en militaire doelen; benadrukt dat de rechten van kinderen dringend behoorlijk moeten worden beschermd in Nigeria, een land waar meer dan 40% van de bevolking tussen 0 en 14 jaar oud is;

3.  is van mening dat voor kinderen die aangesloten zijn geweest bij Boko Haram of andere gewapende groeperingen niet-gerechtelijke maatregelen moeten worden overwogen als alternatief voor vervolging en gevangenisstraf;

4.  is verheugd over de recente aankondiging van de Commissie dat er meer geld beschikbaar wordt gesteld om de humanitaire steun aan de regio te vergroten; is echter ernstig bezorgd over de kloof tussen de toezeggingen en de middelen die daadwerkelijk door de internationale gemeenschap in haar geheel worden overgemaakt voor het optreden van Unicef in de regio; verzoekt de donoren hun toezeggingen onmiddellijk na te komen, zodat in de chronische behoefte aan basisvoorzieningen zoals drinkwater, gezondheidszorg en onderwijs kan worden voorzien;

5.  verzoekt de Nigeriaanse president en zijn onlangs benoemde federale regering krachtige maatregelen te nemen om de burgerbevolking en vooral vrouwen en kinderen te beschermen, de rechten van vrouwen en kinderen tot prioriteit te verheffen bij de bestrijding van extremisme, de slachtoffers bij te staan en de plegers van misdrijven te vervolgen, en te zorgen voor deelname van vrouwen aan de besluitvorming op alle niveaus;

6.  verzoekt de Nigeriaanse regering het door president Buhari beloofde dringende, onafhankelijke en grondige onderzoek in te stellen naar misdrijven tegen het volkerenrecht en andere ernstige mensenrechtenschendingen door alle bij het conflict betrokken partijen;

7.  is ingenomen met de vervanging van de militaire top en wenst dat alle mensenrechtenschendingen en misdaden van zowel de terroristen als de Nigeriaanse veiligheidstroepen worden onderzocht, om een eind te maken aan het gebrek aan verantwoordingsplicht dat onder de regering van de vorige president waargenomen werd; is ingenomen met de toezegging van president Buhari dat zal worden onderzocht of Nigeriaanse militairen zich aantoonbaar schuldig hebben gemaakt aan ernstige schendingen van de mensenrechten, oorlogsmisdrijven en handelingen die als misdrijven tegen de menselijkheid kunnen worden aangemerkt;

8.  verzoekt de president van de Federale Republiek met klem de problemen aan te pakken en zijn verkiezingsbeloften en zijn recente uitspraken waar te maken, en met name dat er een eind zal worden gemaakt aan de terroristische dreiging, dat de naleving van de mensenrechten en het humanitair recht een hoofdpijler van het militaire optreden zullen vormen, dat de meisjes van Chibok en alle ontvoerde vrouwen en kinderen levend en ongedeerd teruggebracht zullen worden, dat het groeiende probleem van de ondervoeding aangepakt zal worden, dat corruptie en straffeloosheid zullen worden bestreden om wandaden in de toekomst te voorkomen, en dat zal worden toegewerkt naar gerechtigheid voor elk slachtoffer;

9.  verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten en de internationale gemeenschap nauw samen te werken en hun inspanningen op te voeren om de voortdurende tendens dat er nog meer mensen ontheemd raken, om te keren; is ingenomen met de vastberadenheid waarvan de dertien deelnemende landen blijk hebben gegeven op de regionale top in Niamey van 20 en 21 januari 2015, met name de toezegging voor hulp van Tsjaad, samen met Kameroen en Nigeria, in de strijd tegen de terroristische dreiging van Boko Haram; verzoekt de multinationale gezamenlijke task force (MNJTF) zich bij de acties tegen Boko Haram strikt te houden aan de internationale mensenrechten en het internationaal humanitair recht; verklaart opnieuw dat een militaire aanpak alleen niet zal volstaan om de opstand van Boko Haram te bestrijden;

10.  herhaalt dat Boko Haram zijn oorsprong vindt in wrokgevoelens over wanbestuur, diepgewortelde corruptie en scherpe ongelijkheden in de Nigeriaanse samenleving; verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten met klem corruptie, wanbestuur en inefficiëntie bij de overheidsinstellingen en het leger uit te bannen en eerlijke belastingheffing te bevorderen; verzoekt om maatregelen om Boko Haram te beroven van zijn bronnen van illegale inkomsten, door middel van samenwerking met buurlanden, met name op het gebied van smokkel en mensenhandel;

11.  verzoekt de internationale gemeenschap Nigeria en zijn buurlanden die vluchtelingen opvangen (Kameroen, Tsjaad en Niger) te helpen om alle noodzakelijke medische en psychologische bijstand te bieden aan de mensen in nood; roept de autoriteiten in de subregio ertoe op dat zij, overeenkomstig artikel 3 van de Verdragen van Genève, voor verkrachte vrouwen en meisjes de toegang tot alle mogelijke diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheidszorg vergemakkelijken; benadrukt dat er een universele norm moet gelden voor de behandeling van slachtoffers van verkrachting tijdens oorlogen en dat ervoor moet worden gezorgd dat het internationaal humanitair recht primeert bij gewapende conflicten; geeft uiting aan zijn volledige medeleven met vrouwen en kinderen die het blinde terrorisme van Boko Haram hebben overleefd; verzoekt om gespecialiseerde onderwijsprogramma's voor vrouwen en kinderen die het slachtoffer zijn van oorlog en voor de maatschappij in haar geheel teneinde hen te helpen hun angstige ervaringen te verwerken, en passende en volledige informatie te verstrekken, stigmatisering en sociale uitsluiting tegen te gaan en hen te helpen gewaardeerde leden van de samenleving te worden;

12.  verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan de bijstand aan ontwortelde kinderen en jongeren in Nigeria, Kameroen, Tsjaad en Niger, met bijzondere aandacht voor de bescherming tegen elke vorm van wreedheid en gendergeweld en voor de toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en veilig drinkwater, in het kader van het EU-noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de grondoorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika;

13.  verzoekt de Nigeriaanse regering maatregelen te treffen om de terugkeer van ontheemden, en met name kinderen, te vergemakkelijken en hun veiligheid te waarborgen, alsook om ngo's te steunen bij hun inspanningen om de omstandigheden in opvangkampen voor mensen die als gevolg van het conflict ontheemd zijn, te verbeteren, onder meer door de hygiëne en de sanitaire omstandigheden te verbeteren om de mogelijke verspreiding van ziektes te voorkomen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van Federale Republiek Nigeria en de vertegenwoordigers van de ECOWAS en de Afrikaanse Unie.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0008.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0185.

Juridische mededeling - Privacybeleid