Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/0443(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0249/2015

Ingediende teksten :

A8-0249/2015

Debatten :

PV 28/10/2015 - 6
CRE 28/10/2015 - 6
PV 23/11/2016 - 7
CRE 23/11/2016 - 7

Stemmingen :

PV 28/10/2015 - 7.7
CRE 28/10/2015 - 7.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 23/11/2016 - 10.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0381
P8_TA(2016)0438

Aangenomen teksten
PDF 693kWORD 341k
Woensdag 28 oktober 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen ***I
P8_TA(2015)0381A8-0249/2015

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 28 oktober 2015 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG (COM(2013)0920 – C7-0004/2014 – 2013/0443(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)   In het Zevende Milieuactieprogramma18 wordt de langetermijndoelstelling van de Unie voor het beleid inzake luchtkwaliteit bevestigd, te weten het bereiken van een luchtkwaliteit die niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten op en risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu, en wordt om die reden aangedrongen op de volledige naleving van de bestaande EU-wetgeving inzake luchtkwaliteit, strategische doelstellingen en maatregelen voor na 2020, vergroting van de inspanningen in gebieden waar de bevolking en ecosystemen worden blootgesteld aan hoge niveaus van luchtverontreinigende stoffen en versterking van de synergiën tussen wetgeving inzake luchtkwaliteit en de beleidsdoelstellingen van de Unie, met name op het gebied van klimaatverandering en biodiversiteit.
(2)   In het Zevende Milieuactieprogramma18 wordt de langetermijndoelstelling van de Unie voor het beleid inzake luchtkwaliteit bevestigd, te weten het bereiken van een luchtkwaliteit die niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten op en risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu, en wordt om die reden aangedrongen op de volledige naleving van de bestaande EU-wetgeving inzake luchtkwaliteit, strategische doelstellingen en maatregelen voor na 2020, vergroting van de inspanningen in gebieden waar de bevolking en ecosystemen worden blootgesteld aan hoge niveaus van luchtverontreinigende stoffen en versterking van de synergiën tussen wetgeving inzake luchtkwaliteit en de beleidsdoelstellingen van de Unie, met name op het gebied van klimaatverandering en biodiversiteit. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2014-2020 biedt de lidstaten de mogelijkheid om bij te dragen aan de luchtkwaliteit met specifieke maatregelen. Toekomstige evaluatie zal leiden tot een beter begrip van de effecten van deze maatregelen.
__________________
__________________
18Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 “Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet”, COM(2012)0710 van 29.11.2012.
18Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 “Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet”, COM(2012)0710 van 29.11.2012.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  De lidstaten en de Unie zijn partij bij het Verdrag van Minamata inzake kwik van 2013, dat tot doel heeft om de menselijke gezondheid en de bescherming van het milieu te verbeteren door de kwikemissies afkomstig van bestaande en nieuwe bronnen te verminderen. Het is de bedoeling dat deze richtlijn bijdraagt aan de vermindering van de emissies van kwik in de Unie, zoals vereist bij de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 28 januari 2005 over een Strategie van de Gemeenschap voor kwik en het Verdrag van Minamata inzake kwik.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)   Het stelsel voor nationale emissieplafonds dat in Richtlijn 2001/81/EG is vastgesteld, dient derhalve te worden herzien om het in overeenstemming te brengen met de internationale verbintenissen van de Unie en de lidstaten.
(6)   Het stelsel voor nationale emissieplafonds dat in Richtlijn 2001/81/EG is vastgesteld, dient derhalve te worden herzien om ervoor te zorgen dat de internationale verbintenissen van de Unie en de lidstaten worden nagekomen.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
(8)   Deze richtlijn dient tevens bij te dragen tot de verwezenlijking van de in de wetgeving van de Unie vastgestelde luchtkwaliteitsdoelstellingen, de verzachting van de effecten van klimaatverandering door het verminderen van de emissies van kortlevende verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor het klimaat, en tot de verbetering van de luchtkwaliteit wereldwijd.
(8)   Deze richtlijn dient tevens op kostenefficiënte wijze bij te dragen tot de verwezenlijking van de in de wetgeving van de Unie vastgestelde luchtkwaliteitsdoelstellingen, de verzachting van de effecten van klimaatverandering door het verminderen van de emissies van kortlevende verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor het klimaat naast de verbetering van de luchtkwaliteit wereldwijd, alsook door de synergieën met het klimaat- en energiebeleid van de Unie te verbeteren en overlapping met bestaande wetgeving van de Unie te voorkomen. Deze richtlijn moet in het bijzonder worden afgestemd op hetgeen door de Unie en op internationaal vlak gedaan wordt ten aanzien van klimaatverandering, waaronder het beleidskader klimaat en energie 2030 en de inspanningen gericht op het sluiten van een alomvattende, bindende mondiale klimaatovereenkomst.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)  Deze richtlijn dient ook bij te dragen tot de vermindering van de gezondheidsgerelateerde kosten van luchtverontreiniging in de Unie door de levenskwaliteit van de EU-burgers te verbeteren en de overgang naar een groene economie te bevorderen.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 ter (nieuw)
(8 ter)  Om de emissies afkomstig van het zeevervoer te verminderen is het noodzakelijk om de door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) vastgestelde grenswaarden volledig en tijdig in te voeren en Richtlijn 2012/33/EU van het Europees Parlement en de Raad strikt te handhaven1a. Daarnaast zijn verdere maatregelen ter beperking van de scheepvaartemissies noodzakelijk. Het is wenselijk dat de Unie en de lidstaten zich beraden op de vaststelling van nieuwe beheersgebieden voor emissies en binnen de IMO blijven streven naar een verdere vermindering van de emissies.
______________
1a Richtlijn 2012/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot wijziging van Richtlijn 1999/32/EG van de Raad wat het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen betreft (PB L 327 van 27.11.2012, blz. 1).
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  De lidstaten hebben zich te houden aan in deze richtlijn voor 2020 en 2030 vastgestelde emissiereductieverbintenissen. Om aantoonbare vorderingen op weg naar de verbintenissen voor 2030 te waarborgen nemen de lidstaten intermediaire niveaus voor 2025 in acht, die worden bepaald op basis van een lineair traject tussen de emissieniveaus voor 2020 en de emissiereductieverbintenissen voor 2030, tenzij dit buitensporige kosten zou inhouden. Wanneer het onmogelijk blijkt de emissies in 2025 op dusdanige wijze te beperken, lichten de lidstaten de redenen hiervoor toe in de verslagen overeenkomstig deze richtlijn.
(9)  Om de atmosferische emissies van luchtverontreinigende stoffen te beperken en op doeltreffende wijze bij te dragen aan de doelstelling van de Unie om een luchtkwaliteit te verwezenlijken die geen aanleiding geeft tot ingrijpende gevolgen en risico’s voor de gezondheid, en aan een vermindering van de niveaus en afzetting van verzuring en eutrofiëring veroorzakende verontreinigende stoffen tot onder de kritische belastingwaarden en niveaus, worden in deze richtlijn bindende nationale emissiereductieverbintenissen voor 2020, 2025 en 2030 vastgesteld.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
(11)   Om te bevorderen dat de emissiereductieverbintenissen en de intermediaire emissieniveaus op een kosteneffectieve manier worden nagekomen c.q. bereikt dient de lidstaten de mogelijkheid te worden geboden om ook de reductie van de emissies van de internationale zeevaart in aanmerking te nemen indien de emissies van die sector lager zijn dan de emissieniveaus die zouden voortvloeien uit de naleving van de normen in de wetgeving van de Unie, met inbegrip van de grenswaarden voor zwavel in brandstoffen die zijn vastgesteld in Richtlijn 1999/32/EG van de Raad21. De lidstaten moeten ook de mogelijkheid hebben om hun verbintenissen en intermediaire emissieniveaus op het gebied van methaan (CH4) gezamenlijk na te komen c.q. te bereiken en daartoe gebruik te maken van Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad22. Ter controle van de naleving van de nationale emissieplafonds, de emissiereductieverbintenissen en de intermediaire emissieniveaus kunnen de lidstaten hun nationale emissie-inventarissen aanpassen in het licht van verbeterd wetenschappelijk inzicht en verbeterde emissiemethodieken. De Commissie kan bezwaar maken tegen het gebruik van deze flexibiliteit door een lidstaat, indien niet aan de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden is voldaan.
(11)   Om te bevorderen dat de emissiereductieverbintenissen en de intermediaire emissieniveaus op een kosteneffectieve manier worden nagekomen c.q. bereikt, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om hun verbintenissen op het gebied van methaan (CH4) gezamenlijk na te komen c.q. te bereiken en daartoe gebruik te maken van Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad22. Ter controle van de naleving van de nationale emissieplafonds, de emissiereductieverbintenissen en de emissieniveaus kunnen de lidstaten hun nationale emissie-inventarissen aanpassen in het licht van verbeterd wetenschappelijk inzicht en verbeterde emissiemethodieken. De Commissie kan bezwaar maken tegen het gebruik van deze flexibiliteitsmogelijkheden door een lidstaat, indien niet aan de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden is voldaan.
__________________
__________________
21Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG (PB L 121 van 11.5.1999, blz. 13).
22 Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 136).
22 Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 136).
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)   De lidstaten dienen een nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging vast te stellen en uit te voeren met het oog op het bereiken van de voor hen geldende eisen op het gebied van emissiereductie en intermediaire emissieniveaus en het leveren van een effectieve bijdrage aan het bereiken van de luchtkwaliteitsdoelstellingen van de Unie. De lidstaten dienen in verband hiermee rekening te houden met de noodzaak om de emissies te verminderen in zones en agglomeraties met te hoge concentraties aan luchtverontreinigende stoffen en/of in zones die aanzienlijk bijdragen aan de luchtverontreiniging in andere zones en agglomeraties, ook als die zich in de buurlanden bevinden. De nationale programma’s ter beperking van de luchtverontreiniging moeten derhalve bijdragen aan de geslaagde uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen die in artikel 23 van Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad23 zijn vastgesteld.
(12)   De lidstaten dienen een nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging vast te stellen en uit te voeren met het oog op het bereiken van de voor hen geldende eisen op het gebied van emissiereductie en het leveren van een effectieve bijdrage aan het bereiken van de luchtkwaliteitsdoelstellingen van de Unie. De lidstaten dienen in verband hiermee rekening te houden met de noodzaak om de emissies te verminderen in zones en agglomeraties met te hoge concentraties aan luchtverontreinigende stoffen en/of in zones die aanzienlijk bijdragen aan de luchtverontreiniging in andere zones en agglomeraties, ook als die zich in de buurlanden bevinden. De nationale programma’s ter beperking van de luchtverontreiniging moeten derhalve bijdragen aan de geslaagde uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen die in artikel 23 van Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad23 zijn vastgesteld.
__________________
__________________
23 Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PB L 152 van 11.6.2008, blz. 1).
23 Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PB L 152 van 11.6.2008, blz. 1).
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)   Om de atmosferische emissies van NH3 en PM2,5 uit de voornaamste bronnen te verminderen dienen de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging maatregelen te omvatten die van toepassing zijn op de landbouwsector. De lidstaten dient de mogelijkheid te worden geboden om andere maatregelen toe te passen dan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld, mits deze onder de gegeven nationale omstandigheden een gelijkwaardig niveau van milieubescherming bieden.
(13)   Om de atmosferische emissies van NH3, CH4 en PM2,5 uit de voornaamste bronnen te verminderen dienen de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging maatregelen te omvatten die van toepassing zijn op de landbouwsector. Deze maatregelen moeten kosteneffectief zijn en gebaseerd zijn op specifieke informatie en gegevens, waarbij rekening wordt gehouden met de wetenschappelijke vooruitgang en met de maatregelen die eerder door de lidstaten zijn genomen. Bovendien is het wenselijk om op Unieniveau uit te wisselen richtsnoeren te ontwikkelen voor goede praktijken inzake het gebruik van NH3 in de landbouw met als doel deze emissies te verminderen. De lidstaten dient de mogelijkheid te worden geboden om andere maatregelen toe te passen dan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld, mits deze onder de gegeven nationale omstandigheden een gelijkwaardig niveau van milieubescherming bieden.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)  Om de emissies uit de voornaamste bronnen te verminderen dienen de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging maatregelen te omvatten voor alle betrokken sectoren, met inbegrip van de landbouw, de industrie, het wegvervoer, niet voor de weg bestemde verplaatsbare machines, de binnenscheepvaart en de nationale kustvaart, huisverwarming en oplosmiddelen. De lidstaten dient de mogelijkheid te worden geboden om andere maatregelen toe te passen dan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld, mits deze, rekening houdend met de nationale omstandigheden, een gelijkwaardig niveau van milieubescherming bieden.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 ter (nieuw)
(13 ter)  Indien zij maatregelen nemen die worden opgenomen in nationale luchtcontroleprogramma´s van toepassing op de landbouwsector, dienen lidstaten ervoor te zorgen dat volledig rekening wordt gehouden met de effecten op kleine en middelgrote landbouwbedrijven en dat deze effecten geen grote extra kosten met zich meebrengen die dergelijke bedrijven niet kunnen dragen. Verbetering van de luchtkwaliteit moet worden bereikt door middel van evenredige maatregelen die de toekomst van landbouwbedrijven veiligstellen. De nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging dienen een evenwicht te bewerkstelligen tussen veehouderij en beperking van de verontreiniging.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 quater (nieuw)
(13 quater)  De maatregelen die in het kader van de nationale luchtcontroleprogramma´s worden genomen om de NH3-, CH4-, en PM2,5-emissies in de landbouwsector te voorkomen, moeten in aanmerking komen voor financiële steun uit, onder meer, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, met name maatregelen door kleine en middelgrote landbouwbedrijven waarvoor grote veranderingen van de werkmethodes of aanzienlijke investeringen vereist zijn, zoals extensieve begrazing, agro-ecologie, anaërobe vergisting door landbouwafval voor de productie van biogas, en dierenverblijfsystemen met geringe emissie.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)  Ter verbetering van de luchtkwaliteit, met name in stedelijke gebieden, dienen de nationale programma's ter beheersing van de luchtverontreiniging maatregelen te omvatten om de emissies van stikstofoxiden en stofdeeltjes in deze gebieden te verminderen.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)  Overeenkomstig het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden en de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie dient het publiek een ruime toegang tot de rechter te genieten om de doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van deze richtlijn te verzekeren en bij te dragen tot de bescherming van het recht in een milieu te leven dat passend is voor persoonlijke gezondheid en welzijn.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 ter (nieuw)
(15 ter)  Milieu-inspecties en markttoezicht zijn noodzakelijk om de doeltreffendheid van deze richtlijn te garanderen evenals die van de maatregelen die worden getroffen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 quater (nieuw)
(15 quater)  Bij het beoordelen van de synergieën tussen het luchtkwaliteitsbeleid en het klimaat- en energiebeleid van de EU dient de Commissie rekening te houden met de studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement getiteld "Luchtkwaliteit - aanvullende effectbeoordeling van de interactie tussen het luchtkwaliteitsbeleid en het klimaat- en energiebeleid van de EU".
Amendement 123
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20
(20)   Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad26 moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat deze richtlijn overeenstemt met het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (1998).
(20)   Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad26 moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat deze richtlijn en Richtlijn 2008/50/EG overeenstemmen met het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (1998).
__________________
__________________
26 Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma's betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 17).
26 Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma's betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 17).
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
(21)   Teneinde rekening te houden met de technische ontwikkelingen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen betreffende de wijziging van de in bijlage I, alsook deel 1 van bijlage III, bijlage IV en bijlage V vastgestelde rapportagerichtsnoeren om deze aan de technische vooruitgang aan te passen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen. De Commissie dient er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor te zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op gepaste wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.
(21)   Teneinde rekening te houden met de technische ontwikkelingen moet aan de Commissie voor een bepaalde periode de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen betreffende de wijziging van de in bijlage I, alsook deel 1 van bijlage III, bijlage IV en bijlage V vastgestelde rapportagerichtsnoeren om deze aan de technische vooruitgang aan te passen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen. De Commissie dient er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor te zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op gepaste wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 26 bis (nieuw)
(26 bis)  De kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten dienen hun nationale recht zoveel mogelijk op deze richtlijn af te stemmen.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)
Deze richtlijn heeft tot doel de atmosferische emissies van verzuring en eutrofiëring veroorzakende verontreinigende stoffen, ozonprecursoren, primaire stofdeeltjes, precursoren van secundaire stofdeeltjes en andere luchtverontreinigende stoffen te beperken en op die manier een bijdrage te leveren aan:
(a)  de langetermijndoelstelling van de Unie om te komen tot niveaus van luchtkwaliteit die niet leiden tot een aanzienlijk negatief effect op en een gevaar voor de volksgezondheid en het milieu, overeenkomstig de door de Wereldgezondheidsorganisatie gepubliceerde luchtkwaliteitsrichtsnoeren;
(b)  de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie op het gebied van biodiversiteit en ecosystemen door vermindering van de afzetting en het niveau van verzuring en eutrofiëring veroorzakende verontreinigende stoffen en andere verontreinigende stoffen, met inbegrip van ozon op leefniveau, tot onder de kritische belastingwaarden en niveaus;
(c)  de verwezenlijking van de in de wetgevingshandelingen van de Unie vastgestelde luchtkwaliteitsdoelstellingen;
(d)  de verzachting van de effecten van klimaatverandering door het verminderen van de emissies van kortlevende verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor het klimaat en door de synergieën met het klimaat- en energiebeleid van de Unie te verbeteren.
Deze richtlijn wordt in het bijzonder afgestemd op hetgeen door de Unie en op internationaal vlak gedaan wordt ten aanzien van klimaatverandering, waaronder het beleidskader klimaat en energie 2030 en de inspanningen gericht op het sluiten van een alomvattende, bindende mondiale klimaatovereenkomst.
Amendement 131
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 2
2.  "ozonprecursoren": stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan, methaan en koolmonoxide;
2.  "ozonprecursoren": stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan en koolmonoxide;
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 3 bis (nieuw)
3 bis.  "kritische belasting": de kwantitatieve schatting van een blootstelling aan een of meer verontreinigende stoffen waaronder volgens de huidige kennis geen significante schadelijke gevolgen op nader gespecificeerde kwetsbare milieucomponenten optreden;
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 3 ter (nieuw)
3 ter.  "kritisch niveau": de concentratie van verontreinigende stoffen in de atmosfeer of stromen naar receptoren waarboven er volgens de huidige kennis voor receptoren als mensen, planten, ecosystemen of materialen rechtstreekse schadelijke gevolgen kunnen optreden;
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 4 bis (nieuw)
4 bis.  "ozon op leefniveau": ozon in het laagste gedeelte van de troposfeer;
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 4 ter (nieuw)
4 ter.  "vluchtige organische stoffen" (VOS): alle organische stoffen van antropogene aard, met uitzondering van methaan, die onder de invloed van zonlicht door reactie met stikstofoxiden fotochemische oxidantia kunnen produceren;
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 6 bis (nieuw)
6 bis.  "nationaal emissieplafond": de maximumhoeveelheid van een stof, uitgedrukt in kiloton, die in een kalenderjaar door een lidstaat mag worden uitgestoten;
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 9
9.  "internationale zeevaart": reizen over zee en in de kustwateren door vaartuigen van alle vlaggen, uitgezonderd vissersvaartuigen, die vertrekken van het grondgebied van het ene land en aankomen op het grondgebied van een ander land;
Schrappen
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 12 bis (nieuw)
12 bis.  "bronspecifiek luchtverontreinigingsbeleid van de EU": verordeningen of richtlijnen die, onafhankelijk van de verplichtingen die in deze verordeningen of richtlijnen zijn bepaald, al dan niet gedeeltelijk als doel hebben de emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS), ammoniak (NH3), stofdeeltjes (PM2,5) en methaan (CH4) te verminderen door mitigerende maatregelen aan de bron te treffen, waaronder in ieder geval, maar niet uitsluitend, de vermindering van emissies bereikt door:
—  Richtlijn 94/63/EG1a;
—  Richtlijn 97/68/EG1b;
—  Richtlijn 98/70/EG1c;
—  Richtlijn 1999/32/EG1d;
—  Richtlijn 2009/126/EG1e;
—  Richtlijn 2004/42/EG1f;
—  Richtlijn 2007/46/EG1g, met inbegrip van Verordening (EG) nr. 715/20071h;
—  Verordening (EG) nr. 79/20061i;
Verordening (EG) nr. 595/20091j en Verordening (EG) nr. 661/20091k;
—  Richtlijn 2010/75/EU1l;
—  Verordening (EU) nr. 167/20131m;
—  Verordening (EU) nr. 168/20131n;
—  Richtlijn 2014/94/EU1o;
_______________________
1a Richtlijn 94/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 24).
1b Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PB L 59 van 27.2.1998, blz. 1).
1c Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad (PB L 350 van 28.12.1998, blz. 58).
1d Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG (PB L 121 van 11.5.1999, blz. 13).
1e Richtlijn 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 36).
1f Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 87).
1g Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (Voor de EER relevante tekst) (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).
1h Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1).
1i Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 32).
1j Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1).
1k Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1).
1l Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
1m Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 1).
1n Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).
1o Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1).
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – punt 12 ter (nieuw)
12 ter.  "betrokken publiek": het publiek dat gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de emissies van luchtverontreinigende stoffen in de atmosfeer; voor de toepassing van deze definitie worden niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van kwetsbare bevolkingsgroepen behartigen en andere relevante instellingen voor gezondheidszorg die aan de eisen van het nationale recht voldoen, geacht belanghebbende te zijn;
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1
1.   De lidstaten beperken op zijn minst hun jaarlijkse antropogene emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS), ammoniak (NH3), stofdeeltjes (PM2,5) en methaan (CH4) overeenkomstig de nationale emissiereductieverbintenissen die gelden vanaf 2020 en 2030, zoals vastgesteld in bijlage II.
1.   De lidstaten beperken op zijn minst hun jaarlijkse antropogene emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS), ammoniak (NH3) en stofdeeltjes (PM2,5), overeenkomstig de nationale emissiereductieverbintenissen die gelden vanaf 2020, 2025 en 2030, zoals vastgesteld in bijlage II.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De lidstaten beperken op zijn minst hun jaarlijkse antropogene emissies van methaan (CH4) met uitzondering van door herkauwers geproduceerd darmmethaan overeenkomstig de nationale emissiereductieverbintenissen die gelden vanaf 2030, zoals vastgesteld in bijlage II.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1
2.   Onverminderd lid 1 treffen de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen die geen buitensporige kosten met zich brengen om hun antropogene emissies van SO2, NOx, NMVOS, NH3, PM2,5 en CH4 in 2025 te beperken. Het niveau daarvan wordt bepaald op basis van verkochte brandstof, aan de hand van een lineaire reductietraject tussen hun emissieniveaus voor 2020 en de emissieniveaus bij naleving van de voor 2030 vastgestelde emissiereductieverbintenissen.
2.  De lidstaten geven in de bij de Commissie in te dienen verslagen overeenkomstig artikel 9 van deze richtlijn updates over de vorderingen die zij boeken bij de verwezenlijking van hun nationale emissiereductieverbintenissen.
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 – inleidende formule
3.  De volgende emissies worden niet in aanmerking genomen teneinde te voldoen aan de leden 1 en 2:
3.  De volgende emissies worden niet in aanmerking genomen teneinde te voldoen aan lid 1:
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 – letter d
(d)   emissies van de zeevaart, onverminderd artikel 5, lid 1.
(d)   emissies van de internationale zeevaart.
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1
1.  Ter nakoming van de in bijlage II vastgestelde intermediaire emissieniveaus voor 2025 overeenkomstig artikel 4, lid 2, en naleving van de nationale emissiereductieverbintenissen die met ingang van 2030 gelden voor NOx, SO2 en PM2,5, mogen de lidstaten de vermindering van de emissies van NOx, SO2 en PM2,5 van de internationale zeevaart compenseren met emissies van NOx, SO2 en PM2,5 uit andere bronnen gedurende hetzelfde jaar, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Schrappen
(a)  de emissiereducties doen zich voor in de zeegebieden die vallen binnen de territoriale wateren, de exclusieve economische zones of de zones met verontreinigingsbeheersing van de lidstaten indien er dergelijke zones zijn ingesteld;
(b)  de lidstaten hebben doeltreffende monitorings- en inspectiemaatregelen vastgesteld en uitgevoerd om ervoor te zorgen dat deze flexibiliteit naar behoren wordt benut;
(c)  de lidstaten hebben maatregelen uitgevoerd om lagere emissies van NOx, SO2 en PM2,5 van de internationale zeevaart te bereiken dan de emissieniveaus die zouden worden verwezenlijkt met de naleving van de normen van de Unie die gelden voor de emissies van NOx, SO2 en PM2,5, en zij hebben aangetoond dat de kwantificering van de aanvullende emissiereducties als gevolg van deze maatregelen toereikend is;
(d)  de lidstaten hebben niet meer dan 20 % van de overeenkomstig punt c) berekende vermindering van de emissies van NOx, SO2 en PM2,5 gecompenseerd, mits deze compensering niet leidt tot niet-naleving van de nationale emissiereductieverbintenissen voor 2020, zoals vastgesteld in bijlage II.
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2 – inleidende formule
2.  De lidstaten mogen hun verbintenissen op het gebied van de reductie van methaanemissies en de intermediaire emissieniveaus, zoals bedoeld in bijlage II, gezamenlijk nakomen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
2.  De lidstaten mogen hun verbintenissen op het gebied van de reductie van methaanemissies, zoals bedoeld in bijlage II, gezamenlijk nakomen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 3
3.   De lidstaten kunnen aangepaste nationale emissie-inventarissen vaststellen voor SO2, NOx, NH3, NMVOS en PM2,5 in overeenstemming met bijlage IV, wanneer de toepassing van verbeterde en overeenkomstig de stand van de wetenschappelijke kennis geactualiseerde methoden voor de emissie-inventarissen zou leiden tot niet-nakoming van hun nationale emissiereductieverbintenissen of hun intermediaire emissieniveaus.
3.   De lidstaten kunnen aangepaste nationale emissie-inventarissen vaststellen voor SO2, NOx, NH3, NMVOS en PM2,5, in overeenstemming met bijlage IV, wanneer de toepassing van verbeterde en overeenkomstig de stand van de wetenschappelijke kennis geactualiseerde methoden voor de emissie-inventarissen zou leiden tot niet-nakoming van hun nationale emissiereductieverbintenissen.
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 4
4.   Lidstaten die voornemens zijn om de leden 1, 2 en 3 toe te passen stellen de Commissie hiervan uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan het desbetreffende rapportagejaar op de hoogte. De daartoe verstrekte informatie bevat een overzicht van de verontreinigende stoffen en sectoren in kwestie en, indien beschikbaar, een beschrijving van de mate waarin de nationale emissie-inventarissen hierdoor worden beïnvloed.
4.   Lidstaten die voornemens zijn om de flexibiliteitsmogelijkheden van deze richtlijn toe te passen stellen de Commissie hiervan uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het desbetreffende rapportagejaar op de hoogte. De daartoe verstrekte informatie bevat een overzicht van de verontreinigende stoffen en sectoren in kwestie en, indien beschikbaar, een beschrijving van de mate waarin de nationale emissie-inventarissen hierdoor worden beïnvloed.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 5 – alinea 1
5.  De Commissie, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, beoordeelt of het gebruik van de flexibiliteit voor een bepaald jaar aan de toepasselijke vereisten en criteria voldoet.
5.  De Commissie, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, beoordeelt of het gebruik van een flexibiliteit of aanpassing voor een bepaald jaar aan de toepasselijke vereisten en criteria voldoet.
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 5 – alinea 2
Indien de Commissie binnen negen maanden na ontvangst van het in artikel 7, leden 4, 5 en 6, bedoelde rapport geen bezwaren heeft gemaakt, gaat de betrokken lidstaat ervan uit dat het gebruik van de toegepaste flexibiliteit is aanvaard en geldig is voor dat jaar. Indien de Commissie van oordeel is dat het gebruik van een flexibiliteit niet aan de toepasselijke vereisten en criteria voldoet, stelt zij een besluit vast en brengt zij de lidstaat van de afwijzing op de hoogte.
Indien de Commissie binnen zes maanden na ontvangst van het in artikel 7, leden 5 en 6, bedoelde rapport geen bezwaren heeft gemaakt, gaat de betrokken lidstaat ervan uit dat het gebruik van de toegepaste flexibiliteit is aanvaard en geldig is voor dat jaar. Indien de Commissie van oordeel is dat het gebruik van een flexibiliteit niet aan de toepasselijke vereisten en criteria voldoet, stelt zij ten laatste negen maanden na de datum van ontvangst van het bedoelde rapport een besluit vast en brengt zij de lidstaat van de afwijzing op de hoogte. Het besluit gaat vergezeld van een rechtvaardiging.
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 6
6.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin gedetailleerde regels worden neergelegd voor het gebruik van de flexibiliteit als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, overeenkomstig de in artikel 14 beschreven onderzoeksprocedure.
6.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin gedetailleerde regels worden neergelegd voor het gebruik van een flexibiliteit als bedoeld in de leden 2 en 3, overeenkomstig de in artikel 14 beschreven onderzoeksprocedure.
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1
1.   Overeenkomstig deel 2 van bijlage III stellen de lidstaten een nationaal programma op voor de beperking van de luchtverontreiniging en keuren dit goed teneinde hun jaarlijkse antropogene emissies overeenkomstig artikel 4 te kunnen beperken.
1.   Overeenkomstig deel 2 van bijlage III stellen de lidstaten een nationaal programma op voor de beperking van de luchtverontreiniging en keuren dit goed teneinde hun jaarlijkse emissies overeenkomstig artikel 4 te kunnen beperken en de doelstellingen van deze richtlijn uit hoofde van artikel 1 te kunnen verwezenlijken.
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
(a bis)  de kosteneffectiviteit van emissiereductiemaatregelen in overweging nemen en rekening houden met emissiereducties die zijn verwezenlijkt of die, indien de lidstaat zijn emissiereductiemaatregelen voorrang geeft, kunnen worden verwezenlijkt door toepassing van de bestaande Uniewetgeving;
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 –- alinea 1 – letter a ter (nieuw)
(a ter)  voorrang geven aan specifieke beleidsmaatregelen ter vermindering van de gezondheidsrisico´s voor kwetsbare groepen en om ervoor te zorgen dat de in bijlage XIV, deel B, van Richtlijn 2008/50/EG vastgestelde streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling worden nageleefd;
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter b
(b)   rekening houden met de noodzaak de emissies van luchtverontreinigende stoffen te verminderen om de luchtkwaliteitsdoelstellingen op hun grondgebieden en in voorkomend geval in de naburige lidstaten te verwezenlijken;
(b)   de emissies van luchtverontreinigende stoffen verminderen om de luchtkwaliteitsdoelstellingen op hun grondgebieden, met name de grenswaarden op grond van Richtlijn 2008/50/EG, en in voorkomend geval in de naburige lidstaten te verwezenlijken;
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  de aanvullende emissiereducties kwantificeren die noodzakelijk zijn om tegen 2030 te voldoen aan normen inzake de kwaliteit van de omgevingslucht die gelijk zijn aan of strenger zijn dan de door de Wereldgezondheidsorganisatie aanbevolen normen;
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)
(b ter)  de aanvullende emissiereducties kwantificeren die noodzakelijk zijn om tegen 2030 de kritieke belastingwaarden en niveaus met het oog op de bescherming van het milieu te bereiken;
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter b quater (nieuw)
(b quater)  relevante maatregelen vaststellen om de onder b bis) en b ter) vermelde doelstellingen te behalen;
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  de overschakeling op investeringen ten behoeve van schone en efficiënte technologieën en duurzame productie steunen met behulp van fiscale stimulansen;
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)
(c ter)  de mate beoordelen waarin de verschillende nationale geografische gebieden verschillen wat hun behoeften en moeilijkheden op het gebied van de aanpak van luchtverontreiniging betreft;
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)
(d bis)  ervoor zorgen dat de desbetreffende bevoegde autoriteiten toezien op de doeltreffendheid van de maatregelen die lidstaten doorvoeren om aan deze Richtlijn te voldoen en, in voorkomend geval, de bevoegdheid hebben om in te grijpen.
Amendement 124
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De Commissie ziet erop toe dat al het bronspecifieke luchtverontreinigingsbeleid van de EU geschikt is voor het beoogde doel en bijdraagt tot de verwezenlijking van de luchtkwaliteitsdoelstellingen van de EU.
Daartoe keuren de Commissie en de lidstaten het voorstel voor een nieuwe verordening inzake feitelijke emissies tijdens het rijden (Real Driving Emissions - RDE) dat momenteel wordt besproken, onmiddellijk goed.
De nieuwe typegoedkeuringsmethode wordt ingevoerd en zorgt ervoor dat verontreinigende stoffen zoals NOx, en stofdeeltjes (PMs, 5 en PM10) op doeltreffende wijze worden beperkt onder conformiteitsfactoren, die noodzakelijk zijn om werkelijke rijomstandigheden na te bootsen. De nieuwe tests zijn onafhankelijk en transparant.
Deze conformiteitsfactoren zijn strikt en zijn zo gekwantificeerd dat zij alleen de onzekerheid van de RDE-testprocedure weergeven.
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 ter (nieuw)
2 ter.  De lidstaten stellen een systeem van regelmatige en incidentele milieu-inspecties van, markttoezicht op en openbare rapportage over mobiele en stationaire bronnen in om ervoor te zorgen dat de beleidsmaatregelen op doeltreffende wijze bijdragen tot emissiereducties onder reële bedrijfsomstandigheden;
Uiterlijk ... * presenteert de Commissie een wetgevingsvoorstel voor een Uniebreed systeem voor het onder daadwerkelijke gebruiksomstandigheden testen van en rapporteren over emissienormen voor lichte voertuigen door de bevoegde autoriteit in kwestie, teneinde ervoor te zorgen dat voertuigen en motoren gedurende hun volledige levenscyclus voldoen aan Euro 6-normen.
______________
*Twee jaar na de datum van omzetting van deze richtlijn.
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De lidstaten kunnen een stapsgewijze afschaffing van bronnen van emissies op geringe hoogte bevorderen door de vervanging van doorlatende slangen die toepassing vinden in het vervoer en bij het betanken van voertuigen, door emissievrije technologie op het gebied van slangen te stimuleren.
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 4 – letter b
(b)   de lidstaten besluiten een van de in artikel 5 vastgestelde mogelijkheden tot flexibiliteit te benutten.
(b)   de lidstaten besluiten een in artikel 5 vastgestelde mogelijkheid tot flexibiliteit te benutten.
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)
In de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging wordt aangegeven of de lidstaten voornemens zijn gebruik te maken van een flexibiliteit als bedoeld in artikel 5.
Amendement 59
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 5
5.   De lidstaten raadplegen, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie, het publiek en de bevoegde autoriteiten, voor wie de uitvoering van de nationale programma’s ter beperking van de luchtverontreiniging gevolgen kan hebben vanwege hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied die verband houden met luchtverontreiniging, kwaliteit en management op alle niveaus, over hun ontwerp voor een nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging en over eventuele belangrijke wijzigingen voordat ze hier een definitieve vorm aan geven. In voorkomend geval worden grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie.
5.   De lidstaten raadplegen, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie, de bevoegde autoriteiten, voor wie de uitvoering van de nationale programma’s ter beperking van de luchtverontreiniging gevolgen kan hebben vanwege hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied die verband houden met luchtverontreiniging, kwaliteit en management op alle niveaus, over hun ontwerp voor een nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging en over alle wijzigingen voordat ze hier een definitieve vorm aan geven. Deze raadplegingen omvatten de desbetreffende lokale of regionale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het emissiereductiebeleid in specifieke zones en/of agglomeraties, met inbegrip van zones en/of agglomeraties die zich in ten minste twee lidstaten bevinden.
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 5 – alinea 1 bis (nieuw)
De lidstaten zorgen er overeenkomstig het desbetreffende Unierecht voor dat leden van het publiek in kwestie worden geraadpleegd in een vroeg stadium van de opstelling en herziening van de nationale ontwerpprogramma’s ter beperking van de luchtverontreiniging en in geval van eventuele wijzigingen van deze programma´s alvorens deze een definitieve vorm krijgen. In voorkomend geval worden grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd overeenkomstig het toepasselijke Unierecht, met inbegrip van artikel 25 van Richtlijn 2008/50/EG.
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.  De lidstaten geven hun eigen instantie van onafhankelijke deskundigen de opdracht om het ontwerp van nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging te evalueren teneinde de nauwkeurigheid van de informatie en de toereikendheid van de in deze programma´s vervatte beleidsmaatregelen te boordelen. De resultaten van deze evaluatie worden openbaar gemaakt voordat het ontwerp van nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging wordt gepubliceerd teneinde een betekenisvolle deelname van het publiek te garanderen.
Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 6 – alinea 1 bis (nieuw)
De Commissie verschaft richtsnoeren voor emissiereductiemaatregelen die niet zijn opgenomen in deel 1 van bijlage III, onder meer met betrekking tot huisverwarming en wegvervoer, die de lidstaten in het nationale programma ter beperking van de luchtverontreiniging kunnen opnemen.
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 8
8.   De Commissie kan richtsnoeren vaststellen met betrekking tot de uitwerking en uitvoering van nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging.
8.   De Commissie stelt richtsnoeren vast met betrekking tot de uitwerking en uitvoering van nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging.
Amendement 64
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 9
9.   De Commissie kan tevens in de vorm van uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen ten aanzien van de opmaak en de noodzakelijke informatie over de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging van de lidstaten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14 bedoelde onderzoeksprocedure.
9.   De Commissie stelt tevens in de vorm van uitvoeringshandelingen voorschriften vast ten aanzien van de opmaak en de noodzakelijke informatie over de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging van de lidstaten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14 bedoelde onderzoeksprocedure.
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 bis (nieuw)
Artikel 6 bis
Fonds voor schone lucht
De Commissie faciliteert de toegang tot financiële ondersteuning, teneinde ervoor te zorgen dat passende maatregelen kunnen worden genomen om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.
Dit behelst beschikbare financiering van onder andere:
(a)  landbouwfinanciering, waaronder zoals beschikbaar in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid 2014-2020, zoals gewijzigd tijdens de tussentijdse toetsing in 2017 met het oog op de opname van "luchtkwaliteit" als een "publiek goed", onder speciale verwijzing naar ammoniak of methaan, of allebei, teneinde de lidstaten en de relevante regionale en plaatselijke autoriteiten in staat te stellen middels specifieke maatregelen bij te dragen aan emissiereducties, en daar ondersteuning voor te bieden;
(b)  toekomstige werkprogramma´s van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie;
(c)  de Europese structuur- en investeringsfondsen;
(d)  de financieringsinstrumenten voor acties op het gebied van milieu en klimaat, zoals LIFE;
(e)  combinaties van bovengenoemde bronnen.
De Commissie ziet erop toe dat de financieringsprocedures eenvoudig, transparant en toegankelijk zijn voor verschillende geledingen van de overheid.
De Commissie onderzoekt of het mogelijk is één loket in te stellen waar instanties informatie kunnen opvragen over de beschikbare fondsen en de procedures in verband met de toegang tot projecten om problemen als gevolg van luchtverontreiniging aan te pakken.
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 4
4.  De lidstaten die gebruikmaken van de flexibiliteit krachtens artikel 5, lid 1, nemen de volgende informatie op in het informatieve inventarisrapport voor het desbetreffende jaar:
Schrappen
(a)  de hoeveelheden emissies van NOx, SO2 en PM2,5 die zouden zijn vrijgekomen indien het gebied met emissiebeheersing er niet was geweest;
(b)  de emissiereductieniveaus die zijn bereikt in het gedeelte van het gebied met emissiebeheersing van de lidstaat overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder c);
(c)  de mate waarin de desbetreffende lidstaat gebruik heeft gemaakt van deze flexibiliteit;
(d)  alle aanvullende gegevens die de Commissie, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, naar oordeel van de lidstaten nodig heeft om een volledige evaluatie te kunnen uitvoeren van de omstandigheden waaronder de flexibiliteit is toegepast.
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 7
7.   De lidstaten stellen de emissie-inventarissen, met inbegrip van aangepaste emissie-inventarissen, emissieprognoses en het informatieve inventarisrapport, op overeenkomstig bijlage IV.
7.   De lidstaten stellen de emissie-inventarissen, indien van toepassing met inbegrip van aangepaste emissie-inventarissen, emissieprognoses en het informatieve inventarisrapport, op overeenkomstig bijlage IV.
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 1
1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de nadelige effecten van de luchtverontreiniging op ecosystemen, voor zover mogelijk, worden gemonitord overeenkomstig de voorschriften van bijlage V.
1.   De lidstaten monitoren de nadelige effecten van de luchtverontreiniging op ecosystemen, overeenkomstig de voorschriften van bijlage V.
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 2
2.   De lidstaten stemmen in voorkomend geval de monitoring van de effecten van de luchtverontreiniging af op andere monitoringsprogramma's die zijn vastgesteld uit hoofde van de wetgeving van de Unie, waaronder Richtlijn 2008/50/EG en Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad30.
2.   De lidstaten stemmen de monitoring van de effecten van de luchtverontreiniging af op andere monitoringsprogramma's die zijn vastgesteld uit hoofde van de wetgeving van de Unie, waaronder Richtlijn 2008/50/EG en Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad30.
__________________
__________________
30 Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).
30 Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 – alinea 1
1.  De lidstaten leggen hun nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging [binnen drie maanden na de in artikel 17 genoemde datum, in te vullen door het Bureau voor publicaties] en de latere bijwerkingen daarvan om de twee jaar aan de Commissie voor.
1.  De lidstaten leggen hun nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging uiterlijk ...* en de latere bijwerkingen daarvan om de twee jaar aan de Commissie voor.
_________________
* Zes maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 – alinea 2
Wanneer een nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging overeenkomstig artikel 6, lid 4, is geactualiseerd, stelt de betrokken lidstaat de Commissie daarvan binnen twee maanden op de hoogte.
Wanneer een nationaal programma ter beperking van de luchtverontreiniging overeenkomstig artikel 6, lid 4, is geactualiseerd, deelt de betrokken lidstaat het bijgewerkte programma binnen twee maanden aan de Commissie mee.
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 2 – alinea 1
2.  Met ingang van 2017 dienen de lidstaten hun nationale emissie-inventarissen, emissieprognoses, geografische gedesaggregeerde emissie-inventarissen, inventarissen van grote puntbronnen en de in artikel 7, leden 1, 2 en 3, en voor zover van toepassing in artikel 7, leden 4, 5 en 6, genoemde rapporten in bij de Commissie en het Europees Milieuagentschap, overeenkomstig de rapportagetermijnen van bijlage I.
2.  Met ingang van 2017 dienen de lidstaten hun nationale emissie-inventarissen, emissieprognoses, geografische gedesaggregeerde emissie-inventarissen, inventarissen van grote puntbronnen en de in artikel 7, leden 1, 2 en 3, en voor zover van toepassing in artikel 7, leden 5 en 6, genoemde rapporten in bij de Commissie en het Europees Milieuagentschap, overeenkomstig de rapportagetermijnen van bijlage I.
Amendement 134
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 3
3.  De lidstaten brengen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad verslag uit over hun nationale emissie-inventarissen en -prognoses voor CH431.
Schrappen
__________________
31 Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 14).
Amendement 74
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 4 – inleidende formule
4.  De Commissie, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap en de lidstaten, voert regelmatig een evaluatie uit van de gegevens van de nationale emissie-inventarissen. Deze evaluatie behelst het volgende:
4.  De Commissie, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap en de lidstaten, voert regelmatig een evaluatie uit van de gegevens van de nationale emissie-inventarissen en van de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging. Deze evaluatie behelst het volgende:
Amendement 75
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 4 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  controles om te beoordelen of de nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging voldoen aan de vereisten bedoeld in artikel 6.
Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)
De resultaten van de evaluaties van de Commissie worden ter beschikking gesteld van het publiek, overeenkomstig artikel 11.
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1
1.  De Commissie brengt ten minste eens in de vijf jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de vooruitgang bij de uitvoering van deze richtlijn, met inbegrip van een beoordeling van de daarmee geleverde bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn.
1.  De Commissie brengt eens in de 30 maanden te rekenen vanaf ...* aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de uitvoering van deze richtlijn. In het kader hiervan beoordeelt de Commissie:
a)  de bijdrage van de Commissie en de lidstaten aan de inspanningen om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken;
b)  de vooruitgang bij de vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen tot 2025 en 2030;
c)  de voortgang die is geboekt bij het verwezenlijken van de langetermijndoelstellingen op het gebied van de luchtkwaliteit die in het zevende Milieuactieprogramma zijn vastgesteld;
d)  de vraag of de kritische belastingwaarden en niveaus alsmede de richtwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de luchtverontreiniging zijn overschreden; en
e)  de absorptie door de lidstaten van de beschikbare EU-middelen die zijn uitgetrokken om de luchtverontreiniging te verminderen.
______________
* Datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 78
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
Bij de rapportage over de emissiereducties van de lidstaten voor de jaren 2020, 2025 en 2030 licht de Commissie de redenen voor het niet bereiken ervan in voorkomend geval toe.
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1 ter (nieuw)
Wanneer in het verslag wordt geconcludeerd dat lidstaten niet in staat zijn om de Uniewetgeving en de in Richtlijn 2008/50/EG vastgestelde EU-grenswaarden voor de luchtkwaliteit na te leven, dient de Commissie:
(a)  te beoordelen of de niet-naleving het gevolg is van ineffectief bronspecifiek luchtverontreinigingsbeleid van de EU, met inbegrip van de tenuitvoerlegging ervan in de lidstaten;
(b)  het in artikel 14 genoemde comité te raadplegen en vast te stellen of er behoefte bestaat aan nieuwe rechtsbronnen en, in voorkomend geval, wetgevingsvoorstellen voor te leggen om het behalen van de doelstellingen van deze richtlijn te waarborgen. Deze wetgevingsvoorstellen worden aan een gedegen effectbeoordeling onderworpen en stoelen op de meest recente wetenschappelijke gegevens.
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 – alinea 2
De Commissie doet in elk geval op de bovengenoemde wijze verslag voor het jaar 2025, en neemt daarin ook informatie op over het bereiken van de intermediaire emissieniveaus zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, en in voorkomend geval de redenen voor het in niet bereiken van die niveaus. Zij inventariseert de noodzaak voor verdere acties, en houdt daarbij ook rekening met de sectorale effecten van de tenuitvoerlegging.
Op basis van deze verslagen inventariseert de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, de noodzaak voor verdere acties, onder meer op nationaal niveau, en houdt daarbij ook rekening met de sectorale effecten van de tenuitvoerlegging.
Amendement 81
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 2
2.   De in lid 1 bedoelde verslagen kunnen een evaluatie omvatten van de milieu- en sociaaleconomische effecten van deze richtlijn.
2.   De in lid 1 bedoelde verslagen omvatten een evaluatie van de gezondheids-, milieu- en sociaaleconomische effecten van deze richtlijn, onder meer van de gevolgen voor de gezondheidsstelsels van de lidstaten en van de kosten van het niet nemen van maatregelen. De Commissie maakt die verslagen openbaar.
Amendement 152
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De Commissie verricht ook een effectbeoordeling van kwik (Hg) voordat er een nationale emissiereductieverbintenis wordt vastgesteld, en dient indien nodig een nieuw wetgevingsvoorstel in.
Amendement 82
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 bis (nieuw)
Artikel 10 bis
European Clean Air Forum
De Commissie zet een "European Clean Air Forum" (Europees forum voor schone lucht) op om de gecoördineerde tenuitvoerlegging van het programma "Schone lucht voor Europa" te vergemakkelijken en alle belanghebbenden, waaronder de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op alle relevante niveaus, de Commissie, de industrie, het maatschappelijk middenveld en de wetenschappelijke gemeenschap, om de twee jaar bij elkaar te brengen. Het forum houdt toezicht op de vaststelling van richtsnoeren voor de uitwerking en uitvoering van nationale programma's ter beperking van de luchtverontreiniging alsmede de ontwikkeling van emissiereductietrajecten, met inbegrip van de beoordeling van de rapportageverplichtingen.
Amendement 83
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  de door de lidstaten geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van hun specifieke bindende streefcijfers ten aanzien van luchtverontreiniging per verontreinigende stof voor 2025 en 2030.
Amendement 84
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 1 – letter b ter (nieuw)
(b ter)  de resultaten van de in artikel 9, lid 4, bedoelde evaluatie.
Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat het desbetreffende publiek toegang heeft tot administratieve of gerechtelijke procedures voor het aanvechten van handelingen of nalatigheden door de bevoegde autoriteiten of particulieren welke niet stroken met deze richtlijn.
Deze procedures voorzien in adequate en doeltreffende rechtsmiddelen, met inbegrip van, in voorkomend geval, tijdelijke maatregelen, en ze moeten eerlijk, billijk en snel zijn, en niet buitensporig kostbaar.
De lidstaten zien erop toe dat informatie over de toegang tot dergelijke procedures openbaar wordt gemaakt en beraden zich op de instelling van passende mechanismen voor bijstand om financiële of andere belemmeringen voor de toegang tot de rechter weg te nemen of te verminderen.
Amendement 127
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Op basis van de in artikel 10, lid 1, bedoelde verslagen toetst de Commissie de voor NH3 bestaande wettelijk bindende nationale emissiereductieverbintenissen aan de meest recente wetenschappelijke bevindingen, waarbij zij rekening houdt met de door de lidstaten bereikte resultaten in het kader van Richtlijn 2001/81/EG en het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake vermindering van verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau.
Uiterlijk in 2022 beoordeelt de Commissie de vorderingen die bij de verbintenissen krachtens deze richtlijn zijn geboekt, waarbij zij onder meer rekening houdt met:
a)  het document met richtsnoeren voor de preventie en bestrijding van ammoniak­emissies, de UNECE-gedragscode voor goede landbouwpraktijken voor de reductie van ammoniak­emissies, zoals herzien in 2014, en de beste beschikbare technieken zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 10, van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad;
b)  milieumaatregelen voor de landbouw uit hoofde van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
c)  herzieningen van alle wetgeving inzake luchtkwaliteit, onder meer de in artikel 3, lid 12 bis, van deze richtlijn bedoelde wetgeving.
In voorkomend geval dient de Commissie wetgevingsvoorstellen in voor streefcijfers voor de periode na 2030 voor de verbetering van de luchtkwaliteit.
Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 bis (nieuw)
Artikel 11 bis
Op grond van de in artikel 10, lid 1, bedoelde verslagen herziet de Commissie deze richtlijn uiterlijk in 2025, teneinde ervoor te zorgen dat voortgang wordt geboekt bij de verwezenlijking van de door de Wereldgezondheidsorganisatie aanbevolen luchtkwaliteitsniveaus en de in het Zevende Milieuactieprogramma geformuleerde langetermijnvisie. In voorkomend geval stelt de Commissie, met inachtneming van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, wijzigingen voor van de nationale emissiereductieverbintenissen in bijlage II.
Op grond van de regelmatige verslagen bedoeld in artikel 10, lid 1, overweegt de Commissie maatregelen ter vermindering van emissies door de internationale scheepvaart, met name in de territoriale wateren en de exclusieve economische zones van de lidstaten, en dient zij, indien van toepassing, een wetgevingsvoorstel in.
Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12
De Unie en eventueel de lidstaten streven naar bilaterale en multilaterale samenwerking met derde landen en naar coördinatie met relevante internationale organisaties, zoals het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE), de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de Internationale Organisatie voor Burgerluchtvaart (ICAO), door onder meer informatie uit te wisselen op het gebied van technisch en wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, om aldus een betere basis voor de emissiereducties te verkrijgen.
De Unie en eventueel de lidstaten streven naar bilaterale en multilaterale samenwerking met derde landen en naar coördinatie met relevante internationale organisaties, zoals het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE), de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties, de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de Internationale Organisatie voor Burgerluchtvaart (ICAO), door onder meer informatie uit te wisselen op het gebied van technisch en wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, om aldus een betere basis voor de emissiereducties te verkrijgen. De lidstaten hebben grensoverschrijdend overleg over wederzijdse dreigingen die worden veroorzaakt door emissies in naburige industriële regio’s in die lidstaten en de desbetreffende lidstaten stellen gezamenlijk plannen op voor de afschaffing of beperking van de emissies.
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 2
2.   De in artikel 6, lid 7, artikel 7, lid 9, en artikel 8, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
2.   De bevoegdheden tot vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 6, lid 7, artikel 7, lid 9, en artikel 8, lid 3, worden aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van …*. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het verstrijken van de periode van vijf jaar een rapport op met betrekking tot de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
_______________
* Datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15
De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De voorziene sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.
De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De voorziene sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk ...* van deze maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van deze maatregelen mee.
_________________
* Datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn.
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – alinea 1 bis (nieuw)
Onverminderd lid 1 mogen de lidstaten de nalevingslasten niet afschuiven op autoriteiten die niet over de strategische bevoegdheden beschikken om aan de vereisten van de richtlijn te voldoen.
Amendement 125
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – alinea 1 – inleidende formule
In bijlage I bij Richtlijn 2003/35/EG wordt het volgende punt g) toegevoegd:
In bijlage I bij Richtlijn 2003/35/EG worden de volgende punten g) en h) toegevoegd:
Amendement 126
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – alinea 1 bis (nieuw)
"h) Artikel 23 van Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa."
Amendement 135
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – tabel A – regel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Totale nationale emissies per broncategorie

—  CH4

Jaarlijks, vanaf 2005 tot aan rapportagejaar minus 2 (X-2)

15/02****

Amendement

Schrappen

Amendement 91
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – tabel A – rij 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Voorlopige nationale emissies per geaggregeerde NFR(2)

—  SO2, NOX, NH3, NMVOC, PM2,5

Jaarlijks, voor rapportagejaar minus 1 (X-1)

30/09

Amendement

Voorlopige nationale emissies per geaggregeerde NFR(2)

—  SO2, NOX, NH3, NMVOC, PM2,5

Tweejaarlijks, voor rapportagejaar minus 1 (X-1)

31/12

Amendement 136
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – tabel C – regel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Geprojecteerde emissies per geaggregeerde broncategorie

—  CH4

Tweejaarlijkse rapportage met projecties voor elk jaar van jaar X tot 2030, en indien beschikbaar tot 2040 en 2050

15/03

Amendement

Schrappen

Amendement 95
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A – punt 1 – letter a
(a)   stikstofbeheer met inachtneming van de gehele stikstofkringloop;
(a)   stikstofbeheer met inachtneming van de gehele stikstofkringloop en overweging van het opstellen van plannen voor bodem- en nutriëntenbeheer;
Amendement 96
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A – punt 1 – letter c
(c)   methoden voor het emissie-arm uitrijden van mest;
(c)   methoden en technieken voor het emissie-arm uitrijden van mest, waaronder scheiding in vloeibare en vaste mest;
Amendement 97
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A – punt 1 – letter e
(e)   emissie-arme systemen voor de verwerking en compostering van mest;
(e)   emissie-arme systemen voor de verwerking en compostering van mest, waaronder scheiding in vloeibare en vaste mest;
Amendement 98
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A – punt 1 – letter g bis (nieuw)
(g bis)  bevorderen van beweiding en extensieve landbouw en verbeteren van de biodiversiteit in de weide met planten met een hoog gehalte aan aminozuren zoals klaver, alfalfa en granen;
Amendement 99
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A – punt 1 – letter g ter (nieuw)
(g ter)  bevordering van gewasrotatie, waarbij ook stikstofbindende gewassen worden gebruikt;
Amendement 100
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A – punt 1 – letter g quater (nieuw)
(g quater)  bevordering van agro-ecologische landbouwpraktijken die leiden tot landbouwsystemen met een hoge biodiversiteit, een hoge hulpbronnenefficiëntie en een verminderde of idealiter geen afhankelijkheid van chemische inputs.
Amendement 101
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A – punt 3 – letter d
(d)   anorganische meststoffen worden verspreid overeenkomstig de te verwachten stikstof- en fosforbehoefte van de gewassen of het grasland, waarbij tevens rekening wordt gehouden met het bestaande nutriëntengehalte in de bodem en de nutriënten uit andere meststoffen.
(d)   anorganische meststoffen worden in de mate van het mogelijke vervangen door organische meststoffen. Indien anorganische meststoffen blijvend worden toegepast, worden ze verspreid overeenkomstig de te verwachten stikstof- en fosforbehoefte van de gewassen of het grasland, waarbij tevens rekening wordt gehouden met het bestaande nutriëntengehalte in de bodem en de nutriënten uit andere meststoffen.
Amendement 108
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel A bis (nieuw)
A bis.  Maatregelen ter beheersing van emissies van stikstofoxiden en stofdeeltjes in stedelijke zones
In overleg met lokale en regionale autoriteiten overwegen de lidstaten de volgende maatregelen:
—  duurzame plannen voor stedelijke mobiliteit, waaronder maatregelen zoals lage-emissiezones, congestiebelastingen, beheerssystemen voor parkeren, snelheidslimieten, regelingen voor autodelen en de uitrol van een alternatieve oplaadinfrastructuur;
—  de bevordering van een overstap naar het vaker met de fiets, te voet en met het openbaar vervoer reizen;
—  duurzame plannen voor stedelijk goederenvervoer, zoals de invoering van consolidatiecentra, alsook maatregelen om bij regionaal goederenvervoer een overstap te maken van vervoer over de weg naar vervoer over het spoor of over het water;
gebruik van het planningssysteem voor de aanpak van emissies van nieuwe ontwikkelingen en boilersystemen; toepassing van energie-efficiëntiemaatregelen op bestaande gebouwen;
—  aanpassingsregelingen om de vervanging van oude huishoudelijke stookinstallaties te bevorderen, met gebruik van betere woningisolatie, warmtepompen, lichte stookolie, nieuwe houtpelletinstallaties, stadsverwarming of gas;
—  economische en fiscale stimulansen om de toepassing van emissie-arme verwarmingssystemen aan te moedigen;
—  verbod op de verbranding van vaste brandstoffen in woongebieden en kwetsbare gebieden om de gezondheid van kwetsbare groepen zoals kinderen te beschermen;
—  minimalisering van emissies in de bouwsector door beleidsmaatregelen in te voeren en te versterken voor de reductie en monitoring van bouwstof, en de vaststelling van limieten voor niet voor weggebruik bestemde mobiele machines;
—  herziening van de voertuigenbelastingtarieven om de hogere emissies in reële omstandigheden van dieselauto's en voertuigen met benzinemotoren met directe injectie te weerspiegelen, teneinde de verkoop van minder vervuilende voertuigen te bevorderen;
—  overheidsopdrachten en fiscale prikkels die bevorderen dat reeds vroeg gebruik wordt gemaakt van voertuigen met extreem lage emissies;
—  steun voor de montering van fijnstoffilters van klasse IV volgens de UNECE-aanbevelingen op bestaande machines, vrachtwagens, bussen en taxi's met een dieselmotor;
—  regulering van emissies van bouwmachines en andere niet voor weggebruik bestemde mobiele machines die in dichtbevolkte gebieden worden ingezet (ook door aanpassing van bestaande machines);
—  bewustmakingscampagnes en waarschuwingen.
Amendement 109
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 1 – onderdeel C bis (nieuw)
C bis.  Emissieverminderende maatregelen ter beperking van de uitstoot van koolwaterstof
De lidstaten beperken de emissies van vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS) door het gebruik te bevorderen van moderne emissievrije slangtechnologieën die in verschillende sectoren worden gebruikt.
Amendement 110
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 2 – punt 1 – letter a – punt i
(i)   de beleidsprioriteiten en hun relatie met de op andere beleidsterreinen vastgestelde prioriteiten, waaronder klimaatverandering;
(i)   de beleidsprioriteiten en hun relatie met de op andere beleidsterreinen vastgestelde prioriteiten, waaronder op het gebied van landbouw, plattelandseconomie, industrie, mobiliteit en vervoer, natuurbehoud en klimaatverandering;
Amendement 111
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 2 – punt 1 – letter b
(b)   de overwogen beleidsopties om te voldoen aan de emissiereductie-verbintenissen voor 2020 en vanaf 2030 en aan de intermediaire emissieniveaus voor 2025, en voor het leveren van een bijdrage aan de verdere verbetering van de luchtkwaliteit en de analyse ervan, met inbegrip van de analysemethode; de individuele of gecombineerde uitwerking van de beleidsvormen en maatregelen inzake emissiereducties, luchtkwaliteit en milieu, en de daaraan gerelateerde onzekerheden;
(b)   de overwogen beleidsopties om te voldoen aan de emissiereductieverbintenissen voor 2020, 2025 en 2030 voor het leveren van een bijdrage aan de verdere verbetering van de luchtkwaliteit en de analyse ervan, met inbegrip van de analysemethode; de individuele of gecombineerde uitwerking van de beleidsvormen en maatregelen inzake emissiereducties, luchtkwaliteit en milieu, en de daaraan gerelateerde onzekerheden;
Amendement 112
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 2 – punt 1 – letter d
(d)   in voorkomend geval een verklaring met de redenen waarom de intermediaire emissisieniveaus voor 2025 niet gehaald kunnen worden zonder maatregelen die buitensporige kosten met zich meebrengen;
(d)   een verklaring van de maatregelen die genomen zijn om de nationale emissiereductieverbintenissen te halen;
Amendement 113
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 2 – punt 1 – letter d bis (nieuw)
(d bis)  een verklaring van de methode die wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat de maatregelen voor de verwezenlijking van de nationale reductieverbintenissen voor PM2,5 prioriteit geven aan de reductie van de emissies van zwarte koolstof;
Amendement 114
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 2 – punt 1 – letter e
(e)   een beoordeling van de wijze waarop het gekozen beleid en de geselecteerde maatregelen zorgen voor samenhang met op andere relevante beleidsterreinen opgestelde plannen en programma’s.
(e)   een beoordeling van de wijze waarop het gekozen beleid en de geselecteerde maatregelen zorgen voor samenhang met op andere relevante beleidsterreinen opgestelde plannen en programma’s, waaronder de in Richtlijn 2008/50/EG vastgestelde luchtkwaliteitsplannen, de in Richtlijn 2010/75/EU vastgestelde tijdelijke nationale plannen en inspectieplannen, de in Richtlijn 2012/27/EG vastgestelde nationale actieplannen voor energie-efficiëntie en de in Richtlijn 2009/28/EG vastgestelde nationale actieplannen voor hernieuwbare energie, en desbetreffende plannen of programma´s die onder Richtlijn 2001/42/EG vallen, of vergelijkbare bepalingen in latere wetgeving.
Amendement 115
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III – deel 2 – punt 2 – letter a
(a)   een beoordeling van de vooruitgang bij de uitvoering van het programma, de emissiereductie en de concentratievermindering;
(a)   een beoordeling van de vooruitgang bij de uitvoering van het programma, de emissiereductie en de concentratievermindering, en de daarmee verbonden gunstige effecten voor het milieu en de volksgezondheid, en sociaaleconomische voordelen;
Amendement 116
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III – deel 2 – punt 2 – letter b
(b)   alle belangrijke veranderingen in de beleidscontext, de beoordelingen, het programma of het tijdschema voor de uitvoering.
(b)   alle belangrijke veranderingen in de beleidscontext (inclusief de resultaten van de overeenkomstig artikel 6, lid 2 ter, uitgevoerde inspecties en marktonderzoeken die worden uitgevoerd), de beoordelingen, het programma of het tijdschema voor de uitvoering.
Amendement 117
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 2 – punt 2 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  een beoordeling van de vooruitgang bij de verwezenlijking van de langetermijndoelstellingen van de Unie op het gebied van volksgezondheid en milieu, in het licht van een eventueel noodzakelijke actualisering van deze doelstellingen, met inbegrip van alle nieuwe door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgestelde luchtkwaliteitsrichtsnoeren;
Amendement 118
Voorstel voor een richtlijn
BIJLAGE III – Deel 2 – punt 2 – letter b ter (nieuw)
(b ter)  Indien een nationaal programma voor de beheersing van luchtverontreiniging wordt geactualiseerd overeenkomstig artikel 6, lid 4, dient het informatie te omvatten over alle aanvullende maatregelen ter vermindering van luchtverontreiniging die op het juiste lokale, regionale of nationale niveau zijn overwogen om te worden uitgevoerd in combinatie met de verwezenlijking van de emissiereductieverbintenissen en luchtkwaliteitsdoelstellingen, met inbegrip van de in bijlage III van deze richtlijn en lid 3 van Bijlage XV (B) bij Richtlijn 2008/50/EG genoemde maatregelen.

(1) De zaak werd voor een nieuwe behandeling terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 61, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A8-0249/2015).

Juridische mededeling - Privacybeleid