Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2933(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-1146/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/11/2015 - 16.2
CRE 11/11/2015 - 16.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0394

Aangenomen teksten
PDF 182kWORD 79k
Woensdag 11 november 2015 - Brussel Definitieve uitgave
Toekomstig luchtvaartpakket
P8_TA(2015)0394RC-B8-1146/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 11 november 2015 over luchtvaart (2015/2933(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 25 april 2007(1) over de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese luchtvaartruimte,

–  gezien Richtlijn 2009/12/EG van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden,

–  gezien zijn resolutie van 7 juni 2011 over internationale luchtvaartovereenkomsten in het kader van het Verdrag van Lissabon(2),

–  gezien zijn resolutie van 2 juli 2013 over het externe luchtvaartbeleid van de EU – De aanpak van toekomstige uitdagingen(3),

–  gezien zijn standpunt in eerste lezing van 12 maart 2014 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking)(4),

–  gezien zijn standpunt in eerste lezing van 12 maart 2014 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 op het gebied van luchthavens, luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten(5),

–  gezien zijn resolutie van 29 oktober 2015 over toewijzing door de van 2 t/m 27 november 2015 in Genève te houden Wereldradiocommunicatieconferentie (WRC-15) van de radiospectrumband die nodig is om de ontwikkeling van een satelliettechnologie voor wereldwijde vluchttraceersystemen te ondersteunen(6),

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 90, artikel 100, lid 2, en artikel 218,

–  gezien het aankomend wetgevend "luchtvaartpakket" van de Commissie,

–  gezien artikel 123, lid 2, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de luchtvaartsector in Europa in 2012 goed was voor 2,6 miljoen rechtstreekse banen en meer dan 2,4 % bijdroeg aan het bbp van de EU;

B.  overwegende dat in 2014 het aantal luchtreizigers in de EU 849,4 miljoen bedroeg, een verhoging van 4,4 % ten opzichte van 2013 en van 16,9 % ten opzichte van 2009;

C.  overwegende dat de Europese luchtvaartmaatschappijen sinds 2012 meer dan 20 000 ontslagen hebben gepland en doorgevoerd;

D.  overwegende dat EU-luchtvaartmaatschappijen in een snel veranderende en steeds meer concurrerende omgeving opereren op zowel de interne markt als daarbuiten;

E.  overwegende dat de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), de EU en haar lidstaten verbeteringen moeten aanbrengen in verscheidene juridische en financiële voorschriften, zoals het emissiehandelssysteem (ETS) binnen de EU, uitgebreide passagiersrechten, heffingen en nationale belastingen, lawaaibeperking op luchthavens en de inperking van werktijden;

F.  overwegende dat het luchtverkeer een rol speelt bij de klimaatverandering, met een bijdrage van 13 % aan de CO2-emissies van het vervoer in de EU, en aan andere emissies zoals NOx;

G.  overwegende dat de Commissie van plan is eind 2015 een luchtvaartpakket uit te brengen waarin zij de uitdagingen waarmee de Europese luchtvaartsector te kampen heeft in kaart brengt en aanpakt;

Verbeteren van het concurrentievermogen van de luchtvaartsector

1.  is van mening dat het luchtvaartpakket een broodnodige impuls moet geven aan een duurzamere en meer concurrerende Europese luchtvaartindustrie, Europese luchtvaartmaatschappijen, luchthavens, en de vliegtuigsector moet versterken, gelijke voorwaarden op de wereldmarkt moet scheppen en een langetermijnstrategie voor de Europese luchtvaartsector moet uitstippelen;

2.  verzoekt de Commissie bij de opstelling van het luchtvaartpakket rekening te houden met de belangrijkste elementen van de standpunten van het Parlement in eerste lezing betreffende het gemeenschappelijk Europees luchtruim 2+ (SES2+) en het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) en van zijn resolutie van 2 juli 2013 over het externe luchtvaartbeleid van de EU, en die elementen in het luchtvaartpakket op te nemen;

3.  benadrukt dat de vliegtuigsector enorme bijdragen levert tot de groei en werkgelegenheid in de EU en nauw verweven is met het concurrentievermogen van de EU-luchtvaartindustrie (bijv. een positieve exportbalans, schonere technologieën voor Europese vliegtuigen, de invoering van SESAR, SES, onderhoudsketen) door een omzet van 100 miljard EUR per jaar te genereren en ongeveer 500 000 rechtstreekse arbeidsplaatsen in stand te houden; verzoekt derhalve om proactieve beleidsmaatregelen die gericht zijn op de ondersteuning en de ontwikkeling van vliegtuigindustrie;

4.  benadrukt dat innovatie een noodzakelijke voorwaarde is voor een concurrerende Europese luchtvaartindustrie; beveelt de Commissie dan ook aan rekening te houden met en steun te verlenen aan innovatie op het vlak van luchtverkeersbeheer (geautomatiseerde luchtverkeersleiding (ATC), vrije routes), op afstand bestuurde vliegtuigsystemen (RPAS), alternatieve brandstoffen, het ontwerp van vliegtuigen en motoren (meer efficiëntie, minder lawaai), veiligheidscontroles op luchthavens (contactloze oplossingen, eenmalige veiligheidscontrole), digitalisering en multimodale oplossingen (geautomatiseerde grondafhandelingsdiensten); beveelt de Commissie verder aan mondiale milieuoplossingen te steunen, zoals een wereldwijd toe te passen marktmaatregel om de CO2-uitstoot van de internationale luchtvaart te beperken, en regionale regelingen zoals het emissiehandelssysteem van de luchtvaart (ETS) op elkaar af te stemmen en samen te voegen in een wereldwijde regeling, de vergroening van luchthavens en nieuwe bedrijfsmodellen (zoals de nieuwe distributiecapaciteit (NDC) van de Internationale Luchtvaartassociatie (IATA), passagiers die zelf hun vlucht met overstap boeken of geïntegreerde boekingen);

5.  verzoekt de Commissie, voor zover het in haar macht ligt, een begin te maken met de afschaffing van de EU- en nationale lasten voor Europese luchtvaartmaatschappijen om het concurrentievermogen van de EU-luchtvaartsector te versterken;

6.  benadrukt dat Europese luchtvaartmaatschappijen en luchthavens concurrentievermogen inleveren ten opzichte van gesubsidieerde vervoerders en luchthavens in derde landen; pleit in dit verband voor een proactief beleid om gelijke eigendomsvoorwaarden tot stand te brengen, en spoort de lidstaten met klem aan hun nationale infrastructuur te verbeteren zodat hun luchtvaartmaatschappijen onder gunstiger voorwaarden kunnen concurreren;

7.  betreurt het dat Verordening (EG) nr. 868/2004 betreffende bescherming tegen oneerlijke tariefpraktijken in de luchtvaartsector qua werkingssfeer ontoereikend en ondoeltreffend is gebleken; verzoekt de Commissie uiterlijk in november 2015 met een analyse te komen van de redenen waarom deze verordening niet wordt toegepast; verzoekt de Commissie Verordening (EG) nr. 868/2004 te herzien om eerlijke mededinging in de externe luchtvaartbetrekkingen van de EU te waarborgen en de concurrentiepositie van de luchtvaartsector in de EU te versterken, oneerlijke concurrentie doeltreffender tegen te gaan, wederkerigheid te waarborgen en oneerlijke praktijken uit te bannen, waaronder marktverstorende subsidies en staatssteun aan luchtvaartmaatschappijen uit bepaalde derde landen; benadrukt dat er gestreefd moet worden naar verbetering van de politieke strategie op Europees niveau om dit conflict snel op te lossen, voornamelijk op basis van de toepassing van een transparante clausule over eerlijke concurrentie; verzoekt de Commissie tevens het concept "doeltreffende controle" van luchtvaartmaatschappijen aan de orde te stellen;

8.  wijst erop dat Europese luchthavens aanzienlijke concurrentiedruk ondervinden van zowel luchtvaartmaatschappijen als concurrerende luchthavens; dringt er daarom bij de Commissie op aan deze ontwikkelingen in aanmerking te nemen bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake luchthavengelden en alle belanghebbenden en passagiers voordelen te bieden;

9.  verzoekt de Raad zich sterker in te spannen voor de goedkeuring van het voorstel voor de slotsverordening teneinde de prestaties van luchthavens te verbeteren en een soepel functionerend luchtvervoer in Europa mogelijk te maken, aangezien het verkeer tot 2030 naar verwachting zal verdubbelen;

10.  benadrukt het belang van kleine en regionale luchthavens in de Unie voor regionale connectiviteit; verzoekt de Commissie samen met de lidstaten een strategisch EU-plan voor de lange termijn in te dienen om in te spelen op de uitdagingen en kansen voor regionale luchthavens in EU-verband, met inbegrip van regels inzake overheidssteun voor vervoersinfrastructuur, aangezien hun rol bij het waarborgen van cohesie tussen EU-regio's moet worden bevorderd en een van de pijlers van de EU-strategie voor groei en banen moet worden;

Internationale dimensie

11.  benadrukt dat onderhandelingen over alomvattende luchtvaartovereenkomsten met de belangrijkste handelspartners van de EU een strategisch doel moeten zijn en dat dergelijke onderhandelingen opgestart of versneld moeten worden; dringt er bij de Commissie op aan zo snel mogelijk een breed mandaat van de lidstaten in de wacht te slepen, waarbij voorrang wordt gegeven aan de landen van de Raad voor samenwerking van de Golfstaten, om gelijke voorwaarden voor Europese luchtvaartmaatschappijen en luchthavens te scheppen, wederkerigheid te waarborgen en in die overeenkomsten een doeltreffende clausule voor eerlijke concurrentie op te nemen; dringt erop aan dat er in deze alomvattende luchtvaartovereenkomsten een vrijwaringsclausule wordt opgenomen waarin een overtreding en de juridische gevolgen ervan worden gedefinieerd, zodat ze in de praktijk doeltreffend zijn;

12.  wijst erop dat de luchtvaartsector niet op mondiaal niveau gereguleerd is omdat luchtvaart niet onder de Wereldhandelsorganisatie valt; benadrukt het belang van een mondiaal overeengekomen regeling in het kader van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) om de luchtvaartemissies en het effect op het klimaat te verminderen; onderkent dat de ICAO zich inzet voor de ontwikkeling van een mondiaal marktmechanisme;

13.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de invoering van een gemeenschappelijk Europees luchtruim te versnellen door middel van de goedkeuring van het SES2+-pakket, aangezien de bestaande versnippering van het Europese luchtruim een grote last inhoudt voor Europese luchtvaartmaatschappijen;

14.  verwacht dat het luchtvaartpakket de volledige integratie van luchthavens in het Europees vervoersnetwerk aan de orde stelt en waarborgt; herinnert eraan dat het luchtvaartpakket moet stroken met de huidige en toekomstige wetgeving inzake passagiersrechten, en dringt er tegelijkertijd bij de Raad op aan zijn standpunt naar voren te brengen, aangezien zowel passagiers als luchtvaartmaatschappijen snakken naar duidelijkheid over de voorschriften;

Sociale agenda in de luchtvaartsector

15.  benadrukt dat bepaalde arbeidsvoorwaarden in de luchtvaartsector invloed kunnen hebben op de vliegveiligheid; adviseert DG MOVE en DG EMPL samen te werken en beveelt aan om sociale bepalingen en de nodige waarborgen op te nemen in het luchtvaartpakket, zoals besproken tijdens de op 4 juni 2015 door de Commissie gehouden conferentie op hoog niveau "Een sociale agenda voor vervoer";

16.  verzoekt om een verbetering en harmonisatie van de veiligheidsketen door competente en hoogopgeleide arbeidskrachten aan te trekken en te behouden;

17.  benadrukt dat de luchtvaartindustrie wordt erkend als een groeiende sector die hoogopgeleide en gemotiveerde werknemers heeft aangetrokken en geleverd, en dat het met het oog op de handhaving van deze tendens de Europese regelgeving op het vlak van werk en arbeidsomstandigheden, normen en praktijken, met inbegrip van collectieve onderhandelingspraktijken, moet worden gehandhaafd;

18.  pleit ervoor om het concept "hoofdvestiging van een onderneming" zodanig te omschrijven dat de exploitatievergunning door een land wordt verleend als er een aanzienlijk volume aan luchtvervoer plaatsvindt, en ook om in de context van de coördinatie van socialezekerheidsstelsels en arbeidsrecht de definities van "thuisbasis" zoals neergelegd in Verordening (EU) nr. 83/2014 en Verordening (EU) nr. 465/2012 op elkaar af te stemmen; benadrukt dat de overgangsperiode moet worden verkort en dat de situatie van boordpersoneel met meerdere thuisbases moet worden verduidelijkt;

19.  wijst op de uitdagingen bij de uitvoering van de richtlijn voor uitzendarbeid (2008/104/EG), en beveelt de Commissie aan een studie te maken van de huidige toepassing ervan in de sector en op basis daarvan te besluiten hoe aan deze uitdagingen het hoofd kan worden geboden;

20.  maakt zich zorgen over de toename van sociaal twijfelachtige bedrijfspraktijken zoals "goedkope vlaggen" en van het gebruik van atypische vormen van arbeid zoals schijnzelfstandigheid, "pay-to-fly"-regelingen en nulurencontracten, die mogelijk gevolgen hebben voor de veiligheid, en is van mening dat in alle luchtvaartactiviteiten de hand moet worden gehouden aan sociale normen;

Waarborgen van een hoog veiligheidsniveau in het EU-luchtruim

21.  pleit voor de volledige tenuitvoerlegging van het SESAR-programma, waarvoor nauwe samenwerking tussen en een financiële toezegging van de Commissie, luchtnavigatiediensten, luchtvaartmaatschappijen en luchthavens vereist zijn; verzoekt daarom om een algehele systematische aanpak van alle luchtvaartdomeinen met betrekking tot alle fasen van de vlucht, beginnende op de grond, waarbij het EASA een grotere rol speelt binnen het SES-SESAR-kader van een EU-EASA-systeem voor veiligheid, beveiliging, milieu en prestaties; verzoekt de Commissie te zorgen voor de afronding van de oorspronkelijke begroting voor de Connecting Europe Facility (CEF), die was gewijzigd naar aanleiding van de oprichting van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI);

22.  is verheugd over de plannen om de verantwoordelijkheden van het EASA uit te breiden en verwacht daarom dat er dankzij de gewijzigde basisverordening (EG) nr. 216/2008 een omvattend veiligheidsbeheersysteem zal worden ingevoerd en de veiligheidsaspecten van EU-beveiligingsmaatregelen en van de commerciële ruimtevaart en op afstand bestuurde luchtvaartuigen aan het EASA worden toevertrouwd; verzoekt de Commissie het EASA de status van enige luchtvaartautoriteit in Europa te verlenen, in overeenstemming met het grote aantal verantwoordelijkheden die het door de wetgever toegewezen krijgt;

23.  verzoekt de Commissie vast te houden aan een sterke vertegenwoordiging op alle acht zetels van de EU-lidstaten in de ICAO-raad, om zo snel mogelijk de rol van het EASA op het internationale toneel te vergroten en ervoor te zorgen dat het agentschap officieel wordt erkend in de ICAO, en daarmee te bewerkstelligen dat de EU met één stem spreekt waardoor de EU-burgers wereldwijd op een hoger veiligheidsniveau kunnen rekenen, zonder afbreuk te doen aan de concurrentiepositie en de uitvoer van de Europese luchtvaartindustrie;

24.  verzoekt de Commissie de regelgevingsbarrières voor satellietbewaking van het luchtverkeer weg te nemen om levensreddende diensten voor EU-burgers mogelijk te maken, en verzoekt de Internationale Unie voor Telecommunicatie de nodige frequenties toe te wijzen, aangezien de ICAO heeft vastgesteld dat ADS-B de enige technologie is waarmee de bewaking van vluchttracering kan worden ondersteund, ook voor het luchtverkeersbeheer (ATM) buiten de dichtstbevolkte gebieden, waar andere terrestrische technologieën voor bewaking van het ATM beperkt zijn; benadrukt dat bij de invoering van ADS-B de behoeften van alle luchtruimgebruikers in aanmerking moeten worden genomen en de interoperabiliteit met alternatieve technologieën moet worden gewaarborgd, zodat de veiligheid en beveiliging niet in het gedrang komen; benadrukt dat het regeringen, verleners van luchtvaartnavigatiediensten en luchtvaartmaatschappijen in Europa en over de hele wereld kan helpen om de efficiëntie en capaciteit van het luchtverkeersbeheer te vergroten en aldus de luchtvaartemissies te beperken en de luchtvaartveiligheid aanzienlijk te verhogen, en tegelijkertijd te voorzien in een extra laag bij de bewaking van het Europese luchtruim ter versterking van de huidige situatie;

25.  verzoekt de Commissie maatregelen te treffen om de medische keuring van piloten en de procedures voor de veiligheid en het openen en sluiten van cockpitdeuren te verbeteren op basis van de risicobeoordeling in het verslag van de EASA-taskforce;

26.  pleit voor een op risico's gebaseerde veiligheidsaanpak voor passagiers- en goederenvervoer in plaats van de huidige reactieve maatregelen, en voor een eerlijke en evenwichtige benadering van de gevoelige kwestie van luchtvaartbeveiliging om enerzijds aan de behoeften en verwachtingen van de lidstaten te voldoen en anderzijds ontevredenheid bij passagiers op luchthavens te beperken en het systeem van de Aviation Security Service (AVSEC) en de Stakeholder Advisory Group on Aviation Security (SAGAS) te versterken; dringt er dan ook bij de Commissie op aan, gezien succesvolle ervaringen in andere regio's, een haalbaarheidsonderzoek in te stellen naar de invoering van een systeem voor controle vooraf en voor snellere grenspassage ("Global Entry") in Europa;

27.  verzoekt de begrotingsautoriteiten een concurrerende begroting voor het EASA te handhaven waarbij rekening wordt gehouden met die nieuwe verantwoordelijkheden, zodat de EU-fabrikanten en -luchtvaartmaatschappijen over flexibele en doeltreffende instrumenten beschikken om wereldwijd te kunnen concurreren, en waarbij tevens wordt opgemerkt dat deze sector 70 % van de begroting van het EASA levert;

28.  stelt vast dat een aantal wetgevingsdossiers inzake luchtvaart nog in behandeling zijn bij de Raad, en verzoekt de Commissie dan ook een oplossing te vinden om uit deze impasse te komen;

29.  roept de Commissie op bovengenoemde kwesties in haar eind 2015 uit te brengen wetgevingspakket voor de luchtvaart aan de orde te stellen;

o
o   o

30.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 74 E van 20.3.2008, blz. 658.
(2) PB C 380 E van 11.12.2012, blz. 5.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0290.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0220.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0221.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0392.

Juridische mededeling - Privacybeleid