Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2042(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0331/2015

Ingediende teksten :

A8-0331/2015

Debatten :

PV 14/12/2015 - 16
CRE 14/12/2015 - 16

Stemmingen :

PV 15/12/2015 - 4.23
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0446

Aangenomen teksten
PDF 271kWORD 91k
Dinsdag 15 december 2015 - Straatsburg
Tenuitvoerlegging van de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit
P8_TA(2015)0446A8-0331/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 15 december 2015 over de tenuitvoerlegging van de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit (2015/2042(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over "de tenuitvoerlegging van de Europese microfinancieringsfaciliteit (Progress Microfinance) – 2013" (COM(2014)0639),

–  gezien de tussentijdse evaluatie van de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit van 5 mei 2015(1),

–  gezien de "Study on imperfections in the area of microfinance and options how to address them through an EU financial instrument"(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting(3) (de "EaSI-verordening"),

–  gezien Besluit nr. 283/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2010 tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting(4) ("de faciliteit") (het "besluit"),

–  gezien zijn resolutie van 24 maart 2009 met aanbevelingen aan de Commissie over een Europees initiatief voor de ontwikkeling van microkrediet ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid(5),

–   gezien de diepgaande analyse van het onderzoekscentrum van het Europees Parlement van mei 2015 met als titel "European Progress Microfinance Facility – Interim evaluation"(6),

–  gezien Speciaal verslag nr. 8/2015 van de Europese Rekenkamer met de titel 'Voorziet de financiële steun van de EU behoorlijk in de behoeften van micro-ondernemers?'

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en het advies van de Commissie begrotingscontrole (A8-0331/2015),

A.  overwegende dat microfinanciering bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie; overwegende dat dankzij microfinanciering mensen zich aan armoede en werkloosheid kunnen ontworstelen en hun waardigheid kunnen herwinnen, en de maatschappelijke cohesie kan worden versterkt door het verbeteren van de sociale inclusie en het minimaliseren van de sociale verschillen;

B.  overwegende dat de faciliteit gericht is op een grotere toegankelijkheid en beschikbaarheid van microfinanciering voor personen die hun baan verloren hebben of dreigen te verliezen of die moeilijk toegang krijgen tot of kunnen terugkeren op de arbeidsmarkt, alsook voor personen die met sociale uitsluiting worden bedreigd of kwetsbare personen die qua toegang tot de traditionele kredietmarkt in een nadelige positie verkeren en hun eigen micro-onderneming willen opzetten of verder ontwikkelen, o.a. als zelfstandige; overwegende dat de faciliteit ook gericht is op een grotere toegankelijkheid en beschikbaarheid van microfinanciering voor micro-ondernemingen en de sociale economie;

C.  overwegende dat de faciliteit tot doel heeft de intermediairs beter in staat te stellen het aantal potentiële verrichtingen te vergroten teneinde in lokale gemeenschappen werkgelegenheid in de vorm van kwalitatief hoogwaardige banen, groei en sociale integratie te bewerkstelligen;

D.  overwegende dat de financiële situatie van vrouwelijke kredietnemers slechter is dan die van mannelijke kredietnemers, in die zin dat meer vrouwen werkloos zijn of het risico lopen in armoede te vervallen(7); overwegende dat de verhouding tussen vrouwelijke en mannelijke ondernemers die van de faciliteit profiteren, slechts 36:64 is en nog altijd niet volstaat om van genderevenwicht te kunnen spreken;

E.  overwegende dat de marginalisering en de meervoudige discriminatie waar sommige groepen vrouwen mee te maken hebben hun economische achterstand en hun problemen bij de toegang tot financiering verder vergroten; overwegende dat de integratie van vrouwen die zich in een sociaal isolement bevinden een prioriteit moet zijn;

F.  overwegende dat een steeds groter aantal werkende vrouwen de primaire kostwinner in het gezin is; overwegende dat het percentage alleenstaande ouders hoger is voor vrouwen dan voor mannen; overwegende dat microfinanciering een steeds grotere groep vrouwen ten goede moet komen;

G.  overwegende dat de sociale economie coöperaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen en sociale ondernemingen omvat, die een bijdrage leveren aan het EU-beleid op de gebieden werkgelegenheid, sociale cohesie, regionale en plattelandsontwikkeling, milieubescherming, consumentenbescherming, landbouw, ontwikkeling van derde landen en sociale zekerheid;

H.  overwegende dat armoede en sociale uitsluiting, alsook langdurige werkloosheid, jeugdwerkloosheid en sociale ongelijkheid zijn toegenomen als gevolg van de economische en financiële crisis;

I.  overwegende dat dankzij de faciliteit leningen tegen gunstiger voorwaarden kunnen worden verkregen en financiering beschikbaar is voor personen die er anders niet voor in aanmerking zouden komen; overwegende dat in 22 lidstaten intermediairs voor de microfinanciering (MFI's) van de faciliteit hebben geprofiteerd; overwegende dat het globale doel van de faciliteit erin bestaat tot 2020 46 000 microleningen te verstrekken voor een bedrag van naar schatting 500 miljoen EUR;

J.  overwegende dat het aflossingspercentage voor leningen wordt geraamd op 95 %; overwegende dat de faciliteit mensen heeft geholpen een baan te vinden of opnieuw een baan te vinden, of een eigen bedrijf op te zetten, en zelfstandigen heeft geholpen hun micro-onderneming voort te zetten of uit te breiden (behoud van banen, indienstneming van nieuwe medewerkers en behaalde omzet); overwegende dat de faciliteit tot in afgelegen Europese regio's is doorgedrongen en economische activiteit heeft teweeggebracht;

K.  overwegende dat het moeilijk te beoordelen blijft in hoeverre minderheden worden bereikt, aangezien de meeste MFI's zich er in hun activiteit niet specifiek op toeleggen om minderheden sterker te bereiken; overwegende dat de ontvangers van een microlening zichzelf niet noodzakelijkerwijs zien als gemarginaliseerde groep en niet bang zijn voor discriminatie als hun etnische achtergrond wordt bekendgemaakt;

L.  overwegende dat 60 % van de personen over wie gegevens beschikbaar zijn hetzij werkloos hetzij inactief waren op het moment van de aanvraag voor de microlening; overwegende dat 84 % van de ontvangers in de leeftijdsgroep van 25 tot 54 jaar zat en dat 36 % van de ondernemers aan wie leningen werden verstrekt vrouw waren;

M.  overwegende dat de faciliteit niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin moet worden beoordeeld; overwegende dat het weliswaar gemakkelijker is om de faciliteit in termen van economische efficiëntie te evalueren, maar dat ook de doelmatigheid bij de verwezenlijking van de doelstelling van sociale inclusie moet worden beoordeeld, evenals de kwaliteit en het indirecte effect van de gecreëerde banen;

N.  overwegende dat de beoogde verhouding van 40:60 tussen vrouwelijke en mannelijke ondernemers bijna is bereikt en daarmee aanzienlijk boven het gemiddelde voor de Unie ligt;

O.  overwegende dat diensten gericht op bedrijfsontwikkeling, zoals opleiding en begeleiding, cruciaal zijn voor het succes en de overlevingskansen van een micro-onderneming;

P.  overwegende dat het niet financieren van ondernemingen in de sociale economie is onderkend als tekortkoming van de faciliteit;

Q.  overwegende dat er aanwijzingen zijn dat microfinanciering een van de elementen is die bedrijven in staat stellen zich van de schaduweconomie los te maken en de status van onderneming met een officieel gemelde economische activiteit te verwerven;

R.  overwegende dat een grotere mate van openheid over de verstrekking van microleningen door MFI's de beste manier is om een betere besteding van overheidsmiddelen te bevorderen; overwegende dat een grotere mate van openheid het mogelijk maakt de prestaties van MFI's met elkaar te vergelijken;

S.  overwegende dat er ruimte is voor synergieën tussen de faciliteit en het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en andere EU-fondsen, om daarmee onwenselijke overlappingen te voorkomen;

T.  overwegende dat in artikel 6 van het Financieel Reglement is bepaald dat bij de opstelling en de uitvoering van de begroting het eenheids-, het begrotings­waarachtigheids-, het jaarperiodiciteits-, het evenwichts-, het rekeneenheids-, het universaliteits- en het specialiteitsbeginsel, het beginsel van goed financieel beheer, dat een effectieve en efficiënte interne controle vergt, en het transparantiebeginsel in acht moeten worden genomen;

U.  overwegende dat de faciliteit kan rekenen op financiering van de EU en een financiële bijdrage van de Europese Investeringsbank, die beide worden beheerd door het Europees Investeringsfonds (EIF); overwegende dat er ook is voorzien in extra financiering van particuliere investeerders;

V.  overwegende dat dit instrument nog weinig bekendheid geniet onder de mogelijke begunstigden;

Microfinanciering toegankelijker maken

1.  onderstreept het belang van een financieel instrument als de faciliteit in tijden van financiële crisis voor het opzetten van nieuwe ondernemingen, het bevorderen van nieuwe werkgelegenheid en het verzekeren van een financieringsmogelijkheid voor kansarme werklozen en micro-ondernemingen, met beperking van de risico's voor de MFI's;

2.  merkt op dat het werkgelegenheidsscheppend effect kleiner was dan aanvankelijk verwacht, ondanks het feit dat veel begunstigden volledig van de kredietmarkt zouden zijn uitgesloten indien ze geen beroep hadden kunnen doen op microkrediet; is van mening dat dit kleinere werkgelegenheidsscheppend effect deels te wijten is aan het gelijktijdig optreden van een diepe economische crisis, die ernstige negatieve gevolgen heeft gehad voor zowel de kredietmarkt als de werkgelegenheid; merkt evenwel op dat de faciliteit in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot het behoud van banen; houdt er rekening mee dat dit in aanmerking zal worden genomen in het nieuwe, flexibelere EaSI-instrument;

3.  betreurt het grote aantal afgewezen aanvragen voor microfinanciering (bijna 2 000 aanvragen werden afgewezen, voor een deel wegens overmatige schuldenlast van particulieren en ondernemingen), en de nog steeds grote kloof op de microfinancieringsmarkt, ondanks de toename van het aantal microkredietnemers; verzoekt de Commissie om een meer gedetailleerde studie naar de redenen van deze afwijzingen te verrichten en daarbij ook mogelijke oplossingen aan te dragen;

4.  onderstreept het belang van de faciliteit, in het bijzonder in tijden van crisis, bij het openen van financieringsmogelijkheden voor werklozen en kansarmen; benadrukt dat, met name gezien de huidige migratie- en asielcrisis, microfinanciering kan fungeren als fundamentele steun voor vluchtelingen en migranten om toegang te krijgen tot de Europese arbeidsmarkt;

5.  verzoekt de lidstaten contactpunten in het leven te roepen om de faciliteit onder potentiële begunstigden en burgers in het algemeen meer bekendheid te geven;

6.  verzoekt de Commissie en de lidstaten, voortbouwend op de ervaring die tot nu toe is opgedaan, te werken aan de bekendheid van de faciliteit, de mogelijkheden die zij biedt en de wijze waarop een beroep op de faciliteit kan worden gedaan, in het bijzonder in perifere regio's en binnen gemeenschappen, met name die met een minderhedenachtergrond, of binnen organisaties van personen met een handicap;

7.  merkt op dat de in 2013 door de faciliteit gefinancierde maatregelen tevens niet-achtergestelde leningen en garanties omvatten; merkt verder op dat sommige MFI's zowel een garantie als een lening ontvangen, maar dat deze twee instrumenten altijd verschillende portfolio's bestrijken;

8.  wenst dat in het kader van de faciliteit de toegevoegde waarde van projecten in regio's met ernstige en permanente natuurlijke of demografische nadelen in aanmerking wordt genomen, bijvoorbeeld in dunbevolkte regio's of regio's die te kampen hebben met ontvolking, aangezien dit niet alleen het scheppen van banen zal bevorderen, maar ook zal bijdragen tot het in stand houden van de bevolking in het gebied;

9.  is ingenomen met het feit dat de Commissie en het EIF de operationele fase zijn ingegaan met de pijler Microfinanciering en sociaal ondernemerschap (MF/SE) van het EaSI-programma, zodat de begunstigden aan geld kunnen komen; gaat ervan uit dat EaSI de tekortkomingen van de faciliteit met succes zal opvangen;

10.  verzoekt de Commissie te beoordelen of de huidige definitie van microkrediet adequaat is, om er zeker van te zijn dat toekomstige financiële instrumenten aansluiten bij de behoeften van de markt en de begunstigden en beantwoorden aan de in artikel 2 van het besluit omschreven doelstellingen;

11.  spoort de Commissie en de lidstaten aan gegevens over de kenmerken, behoeften en overlevingskansen van micro-ondernemingen te verzamelen en te evalueren, en aanpassingen in de EaSI-verordening voor te stellen, zo nodig bij de tussentijdse evaluatie; juicht het toe dat het eindsaldo en de naar de faciliteit teruggevloeide bedragen in de begroting van de MF/SE-pijler van EaSI zullen worden gestort, zodat het aantal aan microkredietnemers aangeboden garanties en gefinancierde instrumenten kan worden uitgebreid;

12.  is verheugd over het feit dat alle zeven financiële instrumenten van de faciliteit die tot nu toe zijn onderzocht, aanvullende financiering uit de particuliere sector hebben aangetrokken; spreekt echter zijn bezorgdheid uit over het feit dat volgens het verslag van de Rekenkamer, met betrekking tot de garanties, de streefwaarden voor de hefboomverhouding slechts in één van de zeven gevallen zijn gehaald en in twee gevallen niet zijn gehaald;

13.  is ingenomen met de toegenomen flexibiliteit van het nieuwe programma in het kader van EaSI bij het inspelen op de veranderende behoeften door middel van herschikking van de middelen tussen de verschillende pijlers van het programma; vraagt de Commissie dubbele financiering te voorkomen door duidelijke en transparante synergieën uit te werken tussen het EaSI-programma en andere programma's en initiatieven van de Unie;

14.  verzoekt de Commissie meer bekendheid te geven aan en meer informatie te verstrekken over de faciliteit en de toegangsmogelijkheden daartoe;

15.  verzoekt de Commissie de geografische reikwijdte van de faciliteiten uit te breiden, teneinde deze in alle lidstaten te kunnen aanbieden; vindt dat ook de sectoriële reikwijdte van de faciliteit moet worden verruimd tot buiten de sectoren landbouw en handel;

Doelgroepen bereiken en over het maatschappelijk effect rapporteren

16.  betreurt het dat wegens het gebrek aan duidelijk omlijnde verslaglegging de maatschappelijke effecten van de faciliteit (nieuwe banen, duurzaamheid van bedrijven en participatie van minderheden) niet nauwkeuriger zijn gemeten; verzoekt de Commissie derhalve de normen voor het empirisch meten van sociale prestaties in acht te nemen, om een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te bewerkstelligen, mede gelet op de Europa 2020-doelstellingen, en na te gaan of de definitie van doelgroepen, waaronder mensen met een handicap, nadere verduidelijking behoeft;

17.  merkt op dat de faciliteit als proefproject van start is gegaan; merkt verder op dat er tekortkomingen zijn vastgesteld op het gebied van het bereiken van kwetsbare groepen, zoals migranten en gehandicapten; is evenwel van mening dat men de geleerde lessen ter harte heeft genomen en dat sommige tekortkomingen reeds zijn aangepakt in het EaSI-instrument; is ingenomen met het feit dat er een strategische beoordeling van de doelstellingen is uitgewerkt, in overeenstemming met de Europa 2020-doelstellingen;

18.  verzoekt het EIF met de MFI's samen te werken en van hen te verlangen dat zij de Europese gedragscode voor microkredietverstrekkers toepassen, en prioriteit toe te kennen aan MFI's die hebben aangetoond te kunnen en willen samenwerken met organisaties die vervolgsteun bieden aan begunstigden; verzoekt het EIF tevens toe te zien op de naleving van bepalingen in overeenkomsten met MFI's die deze verplichten tot een nauwere samenwerking met organisaties die kwetsbare groepen vertegenwoordigen, teneinde de doelgroepen beter te bereiken;

19.  verzoekt de Commissie om een verbetering van de methodiek met het oog op de evaluatie van de levensvatbaarheid en het lokale effect van ondernemingen nadat het microkrediet is terugbetaald;

20.  verzoekt de Commissie en het EIF de rapportage over de begunstigden en de MFI's te verbeteren, in het besef dat er een evenwicht moet worden gevonden om overbelasting van de MFI's te voorkomen; onderstreept dat de informatie die voor een adequaat rapport vereist is, zowel door de MFI's wordt verstrekt als door de microkredietnemer die een lening aanvraagt;

21.  betreurt het dat de informatie over het gebruik van leningen en garanties in verband met de faciliteit fragmentarisch en onvolledig is en dat gedetailleerde informatie over de arbeidssituatie van de eindontvangers ontbreekt, hoewel de Rekenkamer heeft geconstateerd dat de verslaglegging in overeenstemming was met de bepalingen van het besluit;

22.  verzoekt het EIF ervoor te zorgen dat MFI's informatie openbaar maken over het aantal verstrekte microleningen, het daarmee gemoeide bedrag en het soort begunstigden waaraan ze zijn toegekend;

23.  verzoekt de Commissie bij de toegang tot microfinanciering te streven naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen en in de toekomst hetzelfde streefpercentage voor mannelijke en vrouwelijk ondernemers te hanteren; verzoekt de Commissie en de lidstaten MFI's aan te moedigen specifieke strategieën voor vrouwen en vrouwelijk ondernemerschap te hanteren, onder andere in de vorm van samenwerking met verenigingen en organisaties die op dit gebied actief zijn;

24.  verzoekt de Commissie en de lidstaten daarnaast te werken aan de zichtbaarheid van en informatie over de financieringsmogelijkheden die deze faciliteit biedt, o.a. via bewustmakingscampagnes, de uitwisseling van goede praktijken tussen vrouwelijke ondernemers en specifiek op vrouwen gerichte workshops en trainingen, teneinde bij de toegang tot microfinanciering tot een beter genderevenwicht te komen;

25.  verzoekt de Commissie rekening te houden met de voordelen van microfinanciering voor vrouwen, waaronder nieuwe duurzame banen; verzoekt de Commissie voorwaarden te scheppen voor de uitwisseling van kennis en goede praktijken tussen vrouwelijke ondernemers;

26.  onderkent het belang van de nagestreefde verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers; is overigens van oordeel dat het succes van de faciliteit niet alleen moet worden afgemeten aan algemene doelstellingen, maar ook aan de mate waarin de faciliteit erin slaagt micro-ondernemers en kleine en middelgrote ondernemingen te helpen bij het opstarten van hun projecten en bij te dragen aan economische groei en sociale cohesie;

27.  dringt er bij de Commissie op aan haar inspanningen in het bijzonder te richten op een betere toegang tot microfinanciering voor personen die met uitsluiting worden bedreigd, zoals migranten, vluchtelingen, langdurig werklozen, jongeren, mensen met een laag inkomen, laagopgeleiden en personen met een handicap, die op dit moment te weinig van de faciliteit profiteren;

28.  verzoekt de Commissie om vluchtelingen en asielzoekers als doelgroep aan te merken;

29.  verzoekt de Commissie meer initiatieven te ontplooien en meer geld ter beschikking te stellen voor het verlenen van microkredieten aan startende innovatieve ondernemingen onder leiding van jongeren, teneinde ondernemerschap onder jongeren en hoogwaardige technologische, wetenschappelijke en sociale innovatie ten tijde van economische crisis en moeilijke toegang tot krediet te ondersteunen; benadrukt voorts dat de lidstaten moeten streven naar vermindering van de bureaucratische rompslomp die ondernemers moeten overwinnen om toegang te krijgen tot de door de Unie ter beschikking gestelde middelen;

De sociale economie ondersteunen

30.  betreurt het dat via de faciliteit geen significant aantal sociale ondernemingen is gefinancierd; juicht het daarom toe dat een bepaald percentage van het EaSI-budget is uitgetrokken voor de financiering van sociale ondernemingen;

31.  moedigt de Commissie aan om dit nieuwe onderdeel nauwlettend te volgen en de lidstaten aan te sporen in dit verband gegevens, kennis en goede praktijken uit te wisselen, en toe te zien op adequate verslaglegging door de MFI's en de MFI's aan te sporen steun te verlenen aan projecten met een grote sociale impact bij de potentiële begunstigden;

32.  verzoekt de Commissie om het maximumpercentage dat voor leningen aan sociale ondernemingen in het kader van EaSI is vastgesteld, te beoordelen en, zo nodig, te herzien teneinde hun de noodzakelijke en adequate middelen voor een gunstige ontwikkeling te verstrekken en in de behoeften van de markt te voorzien;

33.  onderstreept dat het van belang is in financieringsprogramma's een genderperspectief op te nemen; is van oordeel dat gendereffectbeoordelingen en genderbewust budgetteren nuttig zijn voor het evalueren en verbeteren van de gevolgen die financieringsprioriteiten, de toewijzing van financiële middelen en specificaties voor financieringsprogramma's voor vrouwen hebben; benadrukt dat er systematisch naar geslacht uitgesplitste gegevens moeten worden verzameld en dat deze regelmatig moeten worden geanalyseerd;

Begeleiding en opleiding en complementariteit met andere instrumenten

34.  juicht het toe dat in het kader van EaSI de mogelijkheid bestaat capaciteitsopbouw bij MFI's en technische bijstand aan MFI's te financieren ter ondersteuning van hun professionalisering, hun dienstverlening en de verzameling en verwerking van gegevens met het oog op een betere feedback over de faciliteit;

35.  verzoekt de Commissie de faciliteit te verbinden met een basisopleiding ondernemerschap, teneinde de economische levensvatbaarheid van de ondernemingen en het doel van de leningverstrekking te verzekeren;

36.  betreurt het dat diensten gericht op bedrijfsontwikkeling, waaronder begeleiding en opleiding, niet rechtstreeks door EaSI kunnen worden gefinancierd, en verzoekt de Commissie toekomstige financieringsmogelijkheden te onderzoeken, met nieuwe specifieke instrumenten die gezamenlijk door de nationale overheid en de EU worden gefinancierd;

37.  merkt op dat het ESF de voornaamste financiering moet verstrekken voor het opzetten van ondernemingen, levensvatbare microfinanciering en sociaal ondernemerschap, en dat dit vergezeld moet gaan van begeleidings- en opleidingsprogramma's; betreurt het dat een en ander niet rechtstreeks door EaSI wordt gefinancierd;

38.  beveelt aan dat de Commissie en de lidstaten hun strategische samenwerking met plaatselijke en regionale organisaties en instellingen met betrekking tot EaSI, het ESF en verder mogelijke nationale programma's ontwikkelen, en hun samenwerking met MFI's en begunstigden versterken, om de bijstand aan microkredietnemers in de vorm van opleiding, begeleiding en algemene steun voor grotere bedrijfskansen nog te verbeteren;

39.  is verheugd over de mogelijkheid om middelen uit het ESF te besteden voor de MF/SE-pijler van EaSI, en verzoekt de Commissie en het EIF de MFI's beter te informeren over deze mogelijkheid uit hoofde van artikel 38 van de verordening gemeenschappelijke bepalingen(8);

40.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat er geld uit het EFSI beschikbaar is voor de financiering van micro-ondernemingen;

Intermediairs voor microfinanciering

41.  spoort de Commissie aan de ESF-steun en de EaSI-steun te coördineren, teneinde tot een betere complementariteit wat betreft de microfinancieringsfaciliteiten te komen, en daarbij onder andere aandacht te schenken aan de samenwerking tussen MFI's en de door het ESF medegefinancierde centra voor bedrijfsondersteuning;

42.  is ingenomen met de selectieprocedure voor tussenpersonen voor microkredietverstrekking, die in overeenstemming is met de regels en procedures van het EIF, en herhaalt het verzoek van het Parlement dat deze tussenpersonen moeten voldoen aan de beginselen van verantwoord lenen en voorkoming van overmatige schuldenlast van particulieren en ondernemingen;

43.  beveelt aan de procedure voor toegang tot het instrument te vereenvoudigen en de overeenkomsten tussen MFI's en het EIF flexibeler en begrijpelijker te maken, zodat kleinere MFI's snel volledig gebruik kunnen maken van de financieringsinstrumenten en de EIF-faciliteiten;

44.  betreurt het dat een aanzienlijk aantal aanvragen voor de faciliteit niet zijn afgerond en niet konden worden goedgekeurd door het EIF; verzoekt de Commissie na te gaan wat de redenen hiervoor waren (bijv. gebrek aan informatie of toegankelijkheid, of bureaucratische rompslomp die vereenvoudiging vergt); verzoekt de Commissie snel te handelen om dit probleem op te lossen;

45.  roept de Commissie op te zorgen voor meer voorlichting en informatie over de faciliteit en over de voorwaarden voor toegang, de procedure te vereenvoudigen, en de overeenkomsten tussen tussenpersonen voor microfinanciering en het EIF flexibeler en begrijpelijker te maken, waardoor kleinere tussenpersonen sneller toegang tot de markt kunnen krijgen;

46.  verzoekt de Commissie en het EIF na te gaan hoe, afgezien van de verplichtingen die nu al gelden voor MFI's, de voordelen van de faciliteit beter bekend kunnen worden gemaakt bij een breder publiek;

47.  spoort de Commissie aan de samenwerking te verbeteren tussen MFI's en de organisaties die de belangen van begunstigden behartigen, waarbij deze samenwerking meer moet inhouden dan het aanprijzen van producten of het werven van nieuwe klanten;

48.  verzoekt de lidstaten de sector van de microfinanciering te ontwikkelen zodat die zich kan uitbreiden, wat nodig is om de Europa 2020-doelstellingen te halen, en gebruik te maken van de faciliteit, door te onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor intermediairs die geen bank zijn, om op de markt voor microkrediet actief te worden zonder afhankelijk te zijn van een partnerbank;

49.  moedigt de Commissie aan tot een intensievere dialoog met de bij de microfinanciering betrokken partijen (MFI's, banken of niet-banken, netwerken zoals het Europees Microfinancieringsnetwerk), alsmede de belanghebbenden die op dit moment nog zijn uitgesloten, over de toegankelijkheid, het gebruik en de opzet van de producten die via door de Unie gefinancierde programma's zullen worden aangeboden;

50.  spoort de Commissie en de lidstaten aan de uitwisseling van goede praktijken tussen MFI's uit verschillende lidstaten te bevorderen;

51.  verzoekt de Commissie en het EIF ervoor te zorgen dat via de MF/SE-pijler van EaSI wordt bevorderd dat de Europese gedragscode voor microkredietverstrekkers verder wordt verspreid en wordt opgenomen in contracten met MFI's;

52.  is van mening dat het verslag van de Commissie over de uitvoering van de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit – 2013 zeer algemeen is en onvoldoende details bevat over de uitvoering ervan;

53.  moedigt de Commissie aan ervoor te zorgen dat de faciliteit en het EaSI-instrument blijven bijdragen aan de toegevoegde waarde en de zichtbaarheid van de EU;

o
o   o

54.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=738&langId=nl&pubId=7760
(2) http://bookshop.europa.eu/fr/study-on-imperfections-in-the-area-of-microfinance-and-options-how-to-address-them-through-an-eu-financial-instrument-pbKE0214424/?CatalogCategoryID=ZjsKABstHnIAAAEjH5EY4e5L
(3) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 238.
(4) PB L 87 van 7.4.2010, blz. 1.
(5) PB C 117 E van 6.5.2010, blz. 85.
(6) http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/IDAN/2015/547555/EPRS_IDA(2015)547555_EN.pdf
(7) Tussentijdse evaluatie van de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit
(8) Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

Juridische mededeling - Privacybeleid