Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2892(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0166/2016

Ingediende teksten :

B8-0166/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/02/2016 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0046

Aangenomen teksten
PDF 202kWORD 95k
Donderdag 4 februari 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Voortgangsverslag 2015 over Servië
P8_TA(2016)0046B8-0166/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 4 februari 2016 over het verslag 2015 over Servië (2015/2892(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 over het vooruitzicht van de landen van de Westelijke Balkan op toetreding tot de Europese Unie,

–  gezien Besluit 2008/213/EG van de Raad van 18 februari 2008 over de beginselen, prioriteiten en voorwaarden die zijn opgenomen in het Europese partnerschap met Servië en tot intrekking van Besluit 2006/56/EG(1),

–  gezien het advies van de Commissie van 12 oktober 2011 over het verzoek van Servië om toetreding tot de Europese Unie (SEC(2011)1208),

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, die op 1 september 2013 in werking is getreden,

–  gezien Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad, het advies van het Internationaal Gerechtshof van 22 juli 2010 over de vraag of de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo in overeenstemming is met het internationaal recht, en Resolutie A/RES/64/298 van de Algemene Vergadering van de VN van 9 september 2010 waarin deze de inhoud van dat advies onderschreef en zich verheugd toonde over de bereidheid van de EU om de dialoog tussen Servië en Kosovo te faciliteren,

–  gezien de verklaring en aanbevelingen van de vierde bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Servië van 7-8 oktober 2015,

–  gezien de uitkomst van de Conferentie op hoog niveau over de route via het oostelijke Middellandse Zeegebied en de Westelijke Balkan, die op 8 oktober 2015 plaatsvond in Luxemburg,

–  gezien de conclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 9 november 2015 over maatregelen ter beheersing van de vluchtelingen- en migratiecrisis, en de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 12 oktober 2015 over migratie,

–  gezien het zeventien-punten-plan dat overeengekomen is op de vergadering van 25 oktober 2015 over de migratieroute van de Westelijke Balkan, waaraan werd deelgenomen door de leiders van de EU-lidstaten en de leiders van de niet-lidstaten die te maken hebben met de toestroom van vluchtelingen en migranten,

–  gezien het voortgangsverslag 2015 over Servië dat de Commissie op 10 november 2015 heeft gepubliceerd (SWD(2015)0211),

–  gezien zijn resolutie van 11 maart 2015 over het voortgangsverslag 2014 over Servië(2),

–  gezien zijn resolutie van 15 april 2015 over de Internationale Dag van de Roma - zigeunerhaat en de erkenning door de EU van de herdenkingsdag van de genocide op Roma tijdens WO II(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 15 december 2015 over de uitbreiding en het stabilisatie- en associatieproces,

–  gezien de werkzaamheden van David McAllister als vaste rapporteur van de Commissie buitenlandse zaken over Servië,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Raad van 28 juni 2013 heeft besloten om de toetredingsonderhandelingen met Servië te openen; overwegende dat de eerste intergouvernementele conferentie (IGC) op 21 januari 2014 heeft plaatsgevonden; overwegende dat de screening in maart 2015 is afgerond; overwegende dat Servië in september 2015 zijn onderhandelingsteam volledig heeft samengesteld;

B.  overwegende dat de Commissie in het verslag 2015 over Servië melding maakt van de voortgang die Servië heeft geboekt op het gebied van Europese integratie en een beoordeling geeft van de inspanningen die het land levert om te voldoen aan de criteria van Kopenhagen en de voorwaarden van het stabilisatie- en associatieproces; overwegende dat de Commissie de verslaglegging op een nieuwe manier heeft benaderd, waarbij de landen in kwestie veel duidelijker geadviseerd worden over de onderwerpen waarop zij zich moeten richten;

C.  overwegende dat Servië, net als alle landen die het EU-lidmaatschap nastreven, op zijn eigen merites beoordeeld moet worden wat betreft het voldoen aan en het uitvoeren en naleven van dezelfde reeks criteria en overwegende dat de kwaliteit van de nodige hervormingen en de toewijding waarmee die worden nagestreefd het tijdspad voor de toetreding bepalen;

D.  overwegende dat Servië belangrijke stappen heeft ondernomen ter normalisering van de betrekkingen met Kosovo, hetgeen heeft geleid tot het eerste akkoord van 19 april 2013 over de beginselen voor de normalisering van de betrekkingen; overwegende dat op 25 augustus 2015 vier belangrijke overeenkomsten zijn gesloten; overwegende dat de voortgang in de onderhandelingen over de toetreding van Servië volgens het onderhandelingskader parallel moet lopen aan de normalisering van de betrekkingen met Kosovo; overwegende dat er echter nog inspanningen moeten worden geleverd om blijvend rust te brengen in die betrekkingen; overwegende dat het van het grootste belang is dat alle overeenkomsten door beide partijen volledig ten uitvoer worden gelegd;

E.  overwegende dat Servië in juli 2015 de 33e staat werd die deelneemt aan het EU-mechanisme voor burgerbescherming;

F.  overwegende dat de EU heeft benadrukt dat de economische governance, de rechtsstaat en de capaciteit van de overheid in alle landen van de Westelijke Balkan moeten worden versterkt;

G.  overwegende dat de EU de rechtsstaat tot kerncriterium van haar uitbreidingsbeleid heeft verheven;

H.  overwegende dat Servië in januari 2015 het voorzitterschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) op zich heeft genomen;

1.  is ingenomen met de opening van de onderhandelingen en de opening van de hoofdstukken 32 (financiële controle) en 35 (overige kwesties – punt I - normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo) op de intergouvernementele conferentie van 14 december 2015 te Brussel; is verheugd dat Servië zich nog altijd sterk betrokken toont bij het Europese integratieproces; verzoekt Servië dit strategische besluit actief uit te dragen naar het Servische publiek; merkt met voldoening op dat Servië is begonnen met het afwerken van een ambitieuze hervormingsagenda; verzoekt Servië de systemische en sociaaleconomische hervormingen resoluut aan te pakken; dringt er bij Servië op aan om bij de tenuitvoerlegging van de hervormingen bijzondere aandacht te besteden aan zijn jongeren;

2.  is verheugd over de voorbereidingen die Servië treft om na afronding van de screening effectief van start te kunnen gaan met de toetredingsonderhandelingen, waarbij het land omvattende actieplannen voorbereidt en indient voor de hoofdstukken 23 (rechterlijke macht en grondrechten) en 24 (justitie, vrijheid en veiligheid); spreekt de hoop uit dat die hoofdstukken begin 2016 geopend kunnen worden; benadrukt dat uitvoerige onderhandelingen over de hoofdstukken 23 en 24 van essentieel belang zijn wil Servië zich kunnen richten op de hervormingen die moeten worden aangebracht en doorgevoerd op het gebied van de rechterlijke macht en de grondrechten en van justitie, vrijheid en veiligheid; herinnert eraan dat de voortgang op deze gebieden parallel moet lopen aan de algemene voortgang in de onderhandelingen; beklemtoont dat de onderhandelingen over hoofdstuk 35 van cruciaal belang zijn voor de voortgang van Servië op zijn weg naar integratie in de EU; is in dit verband van mening dat de volledige normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo een belangrijke voorwaarde is voor toetreding van Servië tot de EU;

3.  benadrukt dat de grondige implementatie van wetgeving en beleidsmaatregelen een belangrijke indicator voor een succesvol integratieproces blijven; moedigt de politieke leiders van Servië aan door te gaan met de hervormingen die noodzakelijk zijn voor afstemming op de EU-normen; vraagt Servië de tenuitvoerlegging van nieuwe wetgeving en beleidsmaatregelen beter te plannen, te coördineren en te monitoren;

4.  is verheugd over het feit dat Servië voortgang heeft geboekt op het gebied van het ondernemingsklimaat, het terugdringen van het begrotingstekort en de arbeidsmarkt, met inbegrip van de arbeidswetgeving en het werkgelegenheidsbeleid; moedigt de Servische autoriteiten aan om het investeringsklimaat in heel Servië verder te verbeteren en de economische en sociale ongelijkheden tussen zijn regio's te verkleinen, de bescherming van buitenlandse investeringen te waarborgen en oude investeringsgeschillen te beslechten; erkent dat er sprake is van vooruitgang in de herstructurering van overheidsbedrijven en wijst op het belang van verdere significante vorderingen en van transparantie van het privatiseringsproces; benadrukt dat Servië zijn wetgeving inzake controle op staatssteun in overeenstemming moet brengen met het acquis;

5.  is ingenomen met de voortgang op het vlak van economische hervormingen, waardoor de begrotingstoestand van Servië is verbeterd, en verzoekt de Commissie de regering te blijven ondersteunen in haar plannen om verdere hervormingen door te voeren, met name om budgettaire onevenwichtigheden en hervormingen van belangrijke economische sectoren aan te pakken;

6.  spreekt zijn lof uit voor de constructieve benadering die Servië volgt bij de aanpak van de migratiecrisis; merkt echter op dat een constructieve aanpak ten aanzien van de buurlanden moet worden bevorderd; merkt op dat Servië een essentiële en behulpzame partner van de EU in de Balkan is en dat het daarom absoluut noodzakelijk is dat de EU middelen en toereikende financiële bijstand verstrekt; neemt met tevredenheid kennis van de grote inspanningen die Servië heeft geleverd om met steun van de EU en de internationale gemeenschap ingezetenen van derde landen onderdak en humanitaire hulp te bieden; verzoekt Servië zijn opvangcapaciteit snel te verhogen; merkt op dat er omvattende hervormingen nodig zijn om het gehele asielstelsel te rationaliseren en in overeenstemming te brengen met het EU-acquis en met internationale normen; merkt op dat Servië nadere maatregelen heeft getroffen om de door Servische onderdanen bij EU-lidstaten en Schengenlanden ingediende ongegronde asielaanvragen aan te pakken; verzoekt Servië zijn bijdrage te leveren aan het verder terugdringen van ongegronde asielaanvragen; onderstreept dat de capaciteit en de middelen om terugkerende personen te laten re-integreren nog steeds beperkt zijn;

7.  verzoekt Servië zich meer in te spannen en zijn buitenlands en veiligheidsbeleid, inclusief zijn beleid ten aanzien van Rusland, geleidelijk af te stemmen op het EU-beleid; vindt het in dit verband te betreuren dat Servië en Rusland gezamenlijke militaire oefeningen houden; is ingenomen met de actieve deelname van Servië aan de internationale vredeshandhavingsoperaties;

Rechtsstaat

8.  benadrukt het cruciale belang van de beginselen van de rechtsstaat; beklemtoont het vitale belang van een onafhankelijke rechterlijke macht; merkt op dat weliswaar enige voortgang is geboekt op het gebied van de rechterlijke macht, met name bij het vaststellen van regels voor de beoordeling van rechters en openbaar aanklagers, maar dat er nog steeds veel politieke inmenging is; wijst erop dat de professionele rechterlijke instanties om toereikende middelen vragen; verzoekt de autoriteiten de nationale juridische hervormingsstrategie zoals uiteengezet in het actieplan voor hoofdstuk 23 ten uitvoer te leggen, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen en erop toe te zien dat het werk van de rechters en de openbare aanklagers gevrijwaard blijft van politieke invloed; verzoekt de regering een nieuwe wet aan te nemen inzake gratis rechtsbijstand en wetswijzigingen in te voeren om de kwaliteit en samenhang van de rechtspraktijk en de gerechtelijke opleiding te bevorderen; is bezorgd over de voortdurende achterstand bij de behandeling van rechtszaken, ondanks het programma van het Hof van Cassatie om deze achterstand weg te werken;

9.  verzoekt de Servische regering nogmaals de rehabilitatiewet volledig en op een niet-discriminerende manier toe te passen; beveelt de Servische regering aan verdere wijzigingen aan te brengen in de wet inzake teruggave om alle procedurele belemmeringen en juridische hinderpalen voor teruggave in natura weg te nemen;

10.  merkt op dat corruptie en georganiseerde misdaad wijdverspreid zijn in de regio en een obstakel vormen voor de democratische, sociale en economische ontwikkeling van Servië; constateert dat enige voortgang is geboekt bij de bestrijding van corruptie, hoewel die nog steeds een punt van zorg is in Servië, dankzij het feit dat Servië wetgeving ten uitvoer blijft leggen en de wet inzake de bescherming van klokkenluiders heeft aangenomen; benadrukt dat strafrechtelijk onderzoek naar en definitieve tenlasteleggingen in verband met corruptie geregistreerd moeten worden, met inbegrip van corruptie aan de top, en dat de volledige tenuitvoerlegging van de anti-corruptiestrategie binnen alle cruciale instellingen gecoördineerd en gemonitord moet worden, zoals uiteengezet in het actieplan voor hoofdstuk 23; verzoekt de autoriteiten erop toe te zien dat het agentschap voor de bestrijding van corruptie en de raad voor de bestrijding van corruptie ten volle en effectief uitvoering kunnen geven aan hun mandaat en dat de overheidsinstellingen hun aanbevelingen opvolgen; is van mening dat een regionale strategie en een nauwere samenwerking tussen alle landen in de regio van essentieel belang zijn om deze kwesties doeltreffender aan te pakken; verzoekt de universitaire instellingen om, samen met de overheid en het ambtelijk apparaat, op dit gebied regels vast te stellen om plagiaat te onderzoeken en dat verschijnsel in de toekomst te voorkomen;

11.  verzoekt de Servische autoriteiten de bepalingen in het hoofdstuk economische delicten en corruptie in het wetboek van strafrecht te wijzigen en ten uitvoer te leggen, zodat er een geloofwaardig en voorspelbaar strafrechtelijk kader wordt gecreëerd; benadrukt eens te meer ernstig bezorgd te zijn over de bepalingen en toepassing van artikel 234 van het wetboek van strafrecht inzake misbruik van verantwoordelijke posities; roept opnieuw op tot een onafhankelijke en grondige herziening van gereclassificeerde zaken in verband met misbruik van verantwoordelijke posities zodat reeds lang lopende onterechte vervolgingen onmiddellijk kunnen worden stopgezet;

12.  merkt op dat meer inspanningen geleverd moeten worden op het gebied van bestrijding van georganiseerde criminaliteit en dat er een register van definitieve veroordelingen moet worden opgezet, zoals uiteengezet in het actieplan voor hoofdstuk 24; verzoekt de Commissie en de lidstaten deskundige steun te bieden bij het opbouwen van een institutioneel kader en de expertise om de georganiseerde criminaliteit doeltreffend te kunnen bestrijden; roept in dit verband op tot rechtstreekse samenwerking tussen de wetshandhavingsinstanties van Servië en Kosovo en de verbindingsbureaus in Belgrado en Pristina;

Democratie

13.  neemt nota van de inspanningen om het raadplegingsproces in het parlement te verbeteren en het parlement nauwer te betrekken bij het onderhandelingsproces met het oog op de toetreding tot de EU; blijft bezorgd over de ruime mate waarin gebruik wordt gemaakt van urgentieprocedures bij het aannemen van wetgeving, waaronder ook wetgeving die verband houdt met het EU-toetredingsproces, aangezien dergelijke procedures dikwijls niet voorzien in voldoende raadpleging van belanghebbenden en het grote publiek; benadrukt dat het parlement nog meer toezicht moet gaan uitoefenen op de uitvoerende macht; benadrukt het belang van een actieve en constructieve deelname van de oppositie aan het besluitvormingsproces en de democratische instellingen; benadrukt dat de financiering van politieke partijen transparant moet zijn en moet stroken met de hoogste internationale normen;

14.  onderstreept hoe belangrijk het werk van organisaties van het maatschappelijk middenveld in een democratische samenleving is; merkt op dat de samenwerking tussen de regering en maatschappelijke organisaties verbeterd is; moedigt de Servische autoriteiten aan om aanvullende maatregelen te nemen om voor een transparante dialoog tussen het maatschappelijk middenveld en de staatsinstellingen te zorgen en voor een concretere rol van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en van nationale minderheden in het besluitvormingsproces; vraagt de autoriteiten te waarborgen dat maatschappelijke organisaties voldoende financiële steun krijgen om doeltreffend te kunnen werken; wenst dat burgers, organisaties en het grote publiek tijdig en op transparante wijze geïnformeerd worden over de ontwikkelingen in de toetredingsonderhandelingen en dat hun brede deelname aan dit proces vergemakkelijkt wordt;

15.  herhaalt zijn verzoek aan de Servische regering om de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissies van de OVSE/ODIHR volledig toe te passen, met name de aanbevelingen die ervoor moeten zorgen dat de campagnefinanciering en de verkiezingsprocessen transparant zijn; verzoekt de autoriteiten een deugdelijk onderzoek in te stellen naar voorvallen tijdens gemeenteraadsverkiezingen en andere campagne-evenementen waarbij zich gewelddadigheden hebben voorgedaan en geklaagd is over intimidatie en onregelmatigheden;

16.  benadrukt nogmaals hoe belangrijk onafhankelijke regelgevende instanties zijn, met inbegrip van de ombudsman, om het toezicht op en de verantwoordingsplicht van de uitvoerende macht te kunnen waarborgen; dringt er bij de autoriteiten op aan de ombudsman volledige politieke en administratieve steun te geven voor zijn werkzaamheden en hem niet bloot te stellen aan ongerechtvaardigde kritiek;

17.  is verheugd dat er een omvattend hervormingsactieplan voor het openbaar bestuur is aangenomen, een wet op inspectie, een nationale opleidingsstrategie voor lokaal bestuur en een wet inzake het maximum aantal werknemers in de publieke sector, en verzoekt om de onmiddellijke implementatie ervan; onderstreept dat depolitisering en professionalisering van het openbaar bestuur noodzakelijk is en dat aanwervings- en ontslagprocedures transparanter moeten worden om de professionaliteit, neutraliteit en continuïteit van het openbaar bestuur te garanderen;

Mensenrechten

18.  is ingenomen met het feit dat Servië een adequaat wettelijk en institutioneel kader heeft voor de bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden; merkt evenwel op dat er nog altijd tekortkomingen zijn bij de tenuitvoerlegging ervan, in het bijzonder wat betreft de bestrijding van discriminatie van kwetsbare groepen, waaronder personen met een handicap, personen met HIV/AIDS en LGBTI's; is verheugd over de geslaagde Pride Mars van 20 september 2015; benadrukt echter dat discriminatie en geweld ten aanzien van LGBTI's nog steeds een punt van zorg zijn; moedigt de regering in dit verband aan Aanbeveling CM/Rec(2010)5 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa aan de lidstaten op te volgen; maakt zich zorgen over het aantal niet volledig onderzochte aanslagen op leden van kwetsbare groeperingen; maakt zich eveneens zorgen over het aanhoudende probleem van huiselijk geweld; verzoekt de autoriteiten om de eerbiediging van de mensenrechten voor iedereen actief te bevorderen;

19.  geeft uitdrukking aan zijn zorgen over het feit dat de situatie omtrent de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media nog altijd niet verbeterd is; constateert met bezorgdheid dat de aanhoudende politieke druk de onafhankelijkheid van de media ondermijnt en tot steeds meer zelfcensuur in de media leidt; maakt zich zorgen over het feit journalisten bij de uitoefening van hun beroep te maken hebben met politieke druk, intimidatie, geweld en bedreiging; verzoekt de autoriteiten een onderzoek in te stellen naar alle gevallen van aanvallen op journalisten en media, waartegen fel is geprotesteerd door de International Association of Journalists; herhaalt dat de nieuwe mediawetten onverkort moeten worden toegepast; benadrukt dat volledige transparantie over de eigendomsstructuur en financiering van de media noodzakelijk is, evenals non-discriminatie in staatsreclame;

20.  is ernstig verontrust over de herhaalde lekken naar de media betreffende lopende strafonderzoeken, die een inbreuk vormen op het vermoeden van onschuld; verzoekt de Servische autoriteiten een serieus onderzoek in te stellen naar een aantal opvallende gevallen waarbij bewijs van vermeend wangedrag door de media bekend is gemaakt;

Eerbiediging en bescherming van minderheden

21.  onderstreept dat de raden voor nationale minderheden een belangrijke rol spelen bij de bevordering van de rechten van nationale minderheden en benadrukt het democratische karakter van die raden, en dringt erop aan dat zij op passende en controleerbare wijze worden gefinancierd; is ingenomen met het feit dat Servië zich inzet voor het opstellen van een speciaal plan voor nationale minderheden, dat de uitvoering en ontwikkeling van de praktijken en het rechtskader inzake nationale minderheden verder zal verbeteren; verzoekt Servië nogmaals erop toe te zien dat het niveau van de verworven rechten en bevoegdheden wordt gehandhaafd bij de wettelijke afstemming ervan op het besluit van het Grondwettelijk Hof van Servië en dringt erop aan dat de wet op de raden voor nationale minderheden zo spoedig mogelijk wordt aangenomen zodat hun juridische status wordt verduidelijkt en zekerheid wordt verschaft over hun rechtsbevoegdheid; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de onderbreking van uitzendingen in minderheidstalen als gevolg van de aangekondigde privatisering van de media; vraagt Servië zich meer in te spannen voor de doeltreffende en consequente tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake de bescherming van minderheden en de niet-discriminerende behandeling van nationale minderheden in het hele land, ook met betrekking tot het onderwijs, vooral wat betreft het tijdig financieren en vertalen van schoolboeken in minderheidstalen, het gebruik van minderheidstalen, de vertegenwoordiging in het openbaar bestuur en in vertegenwoordigende organen op lokaal, regionaal en nationaal niveau en de toegang tot media en religieuze diensten in minderheidstalen; verzoekt de Servische regering alle internationale verdragen en bilaterale overeenkomsten inzake rechten van minderheden ten uitvoer te leggen;

22.  merkt op dat de culturele diversiteit van de provincie Vojvodina ook bijdraagt aan de Servische identiteit; benadrukt dat niet mag worden getornd aan de autonomie van Vojvodina en dat de wet inzake de middelen van Vojvodina onverwijld moet worden aangenomen, zoals bepaald is in de grondwet;

23.  verzoekt de Servische autoriteiten concrete maatregelen te treffen om de situatie van de Roma te verbeteren, in het bijzonder wat betreft de verstrekking van persoonlijke documenten, onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg en werkgelegenheid; verzoekt de Servische autoriteiten voorts te zorgen voor gelijke vertegenwoordiging van Roma in openbare instellingen en in het openbare leven, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de inclusie van Roma-vrouwen; benadrukt dat het op de Roma gerichte integratiebeleid verder versterkt moet worden en, gezien het geweld waaraan vertegenwoordigers van ngo's van minderheden zijn blootgesteld, dat discriminatie doeltreffend moet worden bestreden; kijkt dan ook uit naar de maatregelen van de aanstaande strategie en het actieplan voor de integratie van Roma; juicht in dit verband de "Verklaring van Pristina" toe, waarin regeringen en internationale, intergouvernementele en maatschappelijke organisaties worden opgeroepen de beginselen van non-discriminatie en gelijkheid terdege toe te passen wanneer gewerkt wordt en uitvoering wordt gegeven aan de bevordering en eerbiediging van de rechten van Roma;

Regionale samenwerking en goed nabuurschap

24.  waardeert de constructieve benadering van de Servische regering ten aanzien van de betrekkingen met de buurlanden, omdat daardoor aanzienlijke vooruitgang bij de regionale samenwerking en bij de toenadering van Servië tot de EU kon worden geboekt, en verzoekt Servië door te gaan met het opbouwen van zijn goede nabuurschapsbetrekkingen; verzoekt Servië goed nabuurschap en een vreedzame oplossing van geschillen te bevorderen, wat onder meer betekent dat gestreefd wordt naar een klimaat van verdraagzaamheid, dat alle vormen van haatpraat of oorlogsretoriek veroordeeld worden en dat wordt afgezien van symbolische handelingen zoals het publiekelijk verwelkomen van de terugkeer van personen die veroordeeld zijn wegens oorlogsmisdaden; wijst erop dat onopgeloste geschillen en problemen, en met name kwesties in verband met grensafbakening, erfenis, teruggave van cultuurgoederen en de ontsluiting van Joegoslavische archieven, overeenkomstig het internationaal recht en gevestigde beginselen moeten worden opgelost, onder meer door de toepassing van juridisch bindende overeenkomsten zoals het akkoord inzake opvolgingskwesties, en dat bilaterale geschillen in een vroeg stadium van het toetredingsproces overeenkomstig het internationaal recht moeten worden beslecht; onderstreept dat Servië een constructieve rol heeft gespeeld in het kader van het 'proces van Berlijn', bij het initiatief van de "Zes landen van de Westelijke Balkan" en de bijbehorende agenda voor connectiviteit; verwelkomt andere initiatieven die gericht zijn op de toekomst van de Westelijke Balkan, met name het proces van Brdo, dat een belangrijk kader voor zowel politieke als technische samenwerking blijkt te zijn, en is van mening dat concrete samenwerking op terreinen van wederzijds belang kan bijdragen tot de stabilisering van de Westelijke Balkan; is in dit verband verheugd over de eerste gezamenlijke ministeriële vergadering van Servië en Bosnië en Herzegovina die op 4 november 2015 plaatsvond in Sarajevo; verzoekt Servië de stabilisatie en institutionele versterking van Bosnië en Herzegovina verder te bevorderen via zijn bestaande contacten en goede nabuurschapsbetrekkingen met het land; herhaalt zijn verzoek aan de Servische autoriteiten om nadere maatregelen te initiëren voor grensoverschrijdende samenwerking met de buurlanden in de EU, met inbegrip van de programma's voor grensoverschrijdende en transnationale samenwerking 2014-2020 en de EU-strategie voor het Donaugebied; verwelkomt het idee om onderhandelingen te starten voor de ondertekening van een verdrag inzake goede betrekkingen met de buurlanden en hoopt dat dit zal leiden tot een positievere regionale ontwikkeling; is verheugd over de vergadering van de eerste ministers van Bulgarije, Roemenië en Servië over samenwerking inzake energie- en transportinfrastructuur;

25.  moedigt Servië aan te blijven samenwerken met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY), in een geest van verzoening en goed nabuurschap; onderstreept hoe belangrijk een overkoepelende nationale strategie voor de binnenlandse afhandeling van oorlogsmisdaden is; dringt er bij de autoriteiten op aan zich te blijven inzetten voor opheldering van het lot van vermiste personen, alsook voor het opstellen van een schadeloosstellingsregeling ten behoeve van slachtoffers en hun nabestaanden als belangrijke voorwaarde voor verzoening, waarbij het recht van de nabestaanden van slachtoffers om te weten wat er met hun vermiste familieleden is gebeurd wordt gewaarborgd; wijst erop dat er onverwijld een wet inzake burgerslachtoffers moet worden aangenomen, gezien het feit dat de bestaande wetgeving verschillende groepen slachtoffers van oorlogsmisdaden niet erkent; merkt op dat er nog steeds sprake is van controverses, in het bijzonder in verband met de verschillende interpretaties van de recente geschiedenis; spreekt nogmaals zijn steun uit voor het Recom-initiatief, de regionale commissie voor de vaststelling van feiten over oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten die zijn begaan in het voormalige Joegoslavië;

26.  is verheugd over de publicatie van een ontwerp van nationale strategie inzake oorlogsmisdaden, waarin plannen uiteengezet worden voor de aanpak van de vervolging van misdaden die in de jaren 1990 in het voormalige Joegoslavië zijn gepleegd; onderstreept dat de Servische instellingen die oorlogsmisdaden behandelen moeten worden versterkt en gedepolitiseerd; verzoekt Servië een doeltreffend beschermingsstelsel voor getuigen en slachtoffers op te zetten en de slachtoffers en hun familie recht op schadeloosstelling toe te kennen; verzoekt om betere regionale samenwerking inzake oorlogsmisdaden; herhaalt zijn oproep aan Servië om zijn wetgeving inzake de rechtsbevoegdheid in processen over oorlogsmisdaden samen met de Commissie en zijn buurlanden te herbezien in een geest van verzoening en goed nabuurschap;

27.  is ingenomen met de voortdurende inzet van Servië voor het normaliseringsproces met Kosovo, en de voltooiing van cruciale overeenkomsten op 25 augustus 2015, in het bijzonder over de oprichting van de associatie/vereniging van gemeenten in Kosovo met een Servische meerderheid, over energie, over telecommunicatie en over de Mitrovica-brug; roept Servië op spoedig uitvoering te geven aan zijn deel van deze akkoorden en een constructieve dialoog met Kosovo aan te gaan met het oog op de opstelling en uitvoering van toekomstige akkoorden; merkt op dat voortgang is geboekt op gebieden zoals politie en burgerbescherming, verzekering van voertuigen, douane, verbindingsregelingen en het kadaster; herhaalt dat de vorderingen in de dialoog moeten worden afgemeten aan de toepassing ervan in de praktijk; verzoekt Servië en Kosovo zich te onthouden van negatieve retoriek en ernaar te blijven toewerken dat alle reeds bereikte overeenkomsten onverkort, te goeder trouw en tijdig worden uitgevoerd, en vastbesloten door te gaan met het normaliseringsproces; vraagt beide regeringen en de EU-instellingen zich voortdurend te blijven inspannen om de bepalingen van de bereikte overeenkomsten mee te delen en toe te lichten teneinde de etnische Albanese en Servische gemeenschappen in Kosovo dichter bij elkaar te brengen; is ingenomen met de inspanningen van het bedrijfsleven, aangevoerd door de kamers van koophandel, om bij te dragen tot de normalisering van de betrekkingen door een dialoog op te starten tussen de Servische kamer van koophandel en die van Kosovo, om de obstakels uit de weg te ruimen die de handelsrelaties tussen beide kanten belemmeren en contacten en samenwerking tussen bedrijven te bevorderen; verzoekt de Commissie de handhaving en ontwikkeling van deze activiteiten in de toekomst te steunen; benadrukt dat Servië en Kosovo nieuwe discussieonderwerpen voor de dialoog moeten aandragen met het oog op de verbetering van het leven van de burgers en een omvattende normalisering van de betrekkingen; verzoekt de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) de prestaties van beide partijen bij de naleving van hun verplichtingen te evalueren; verzoekt Servië in een geest van goed nabuurschap te handelen en koestert de hoop dat de dialoog en de verdere integratie van Kosovo in regionale en internationale organisaties niet belemmerd worden door de mislukte aanvraag van Unesco-lidmaatschap door Kosovo, en dat de samenwerking en de inspanningen ten behoeve van de bescherming van cultureel erfgoed zullen worden voortgezet; dringt er bij Belgrado en Pristina op aan om goede nabuurschapsbetrekkingen te onderhouden; is ingenomen met de hervatting van de besprekingen tussen de Servische minister-president Vučić en de minister-president van Kosovo Mustafa op 27 januari 2016; merkt op dat er onder meer is gesproken over de wederzijdse erkenning van universitaire en beroepsdiploma's en de verbetering van weg- en spoorwegverbindingen; onderstreept dat voortgang in de praktijk de gehele regio ten goede zal komen;

28.  ondersteunt, in het kader van het proces van Berlijn, de oprichting van een forum voor het maatschappelijk middenveld van de Westelijke Balkan, dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit de regio de kans biedt ideeën uit te wisselen, hun zorgen kenbaar te maken en concrete aanbevelingen voor beleidsmakers te formuleren; dringt aan op de voortzetting van dit proces op de volgende top, die in 2016 in Parijs zal worden gehouden, en op de organisatie van voorbereidende workshops voor maatschappelijke organisaties in de regio;

Energie, milieu en vervoer

29.  benadrukt dat Servië, als verdragsluitende partij bij de Energiegemeenschap, actief moet bijdragen aan het werk van de instellingen van de Energiegemeenschap en moet doorgaan met de tenuitvoerlegging van het acquis teneinde duurzame en veilige energiesystemen op te bouwen; verzoekt de autoriteiten een begin te maken met de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie voor de ontwikkeling van de energiesector, aangezien er niet noemenswaardig geïnvesteerd wordt in hernieuwbare energie; moedigt Servië aan de concurrentie op de gasmarkt te ontwikkelen en maatregelen te nemen ter verbetering van de aanpassing aan het acquis op het gebied van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, en verzoekt Servië meer in te zetten op groene energie; verzoekt de Commissie de Servische regering te steunen bij haar inspanningen om de afhankelijkheid van het land van energie-invoer af te bouwen en de gasleveringen aan het land te diversifiëren; merkt op dat het onlangs goedgekeurde IPA II 2015-pakket met name een programma van 155 miljoen EUR omvat als bijdrage voor de financiering van grote regionale infrastructuurprojecten in de sectoren energie en vervoer in de Westelijke Balkan; verzoekt Servië zich te richten naar de gemiddelde EU-verbintenissen inzake klimaatverandering en de op de COP21 te Parijs bereikte overeenkomst;

30.  verzoekt de Servische regering, gezien het belang van de Europese Groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) voor de verdere ontwikkeling van de grensoverschrijdende samenwerking tussen EU-lidstaten en hun buurlanden, het benodigde rechtskader te scheppen voor de Servische deelname aan de EGTS's;

31.  uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan handhaving van de afvalwetgeving en verzoekt de Servische autoriteiten meer inspanningen te leveren om de illegale afvalstortplaatsen te sluiten en te saneren, en een geloofwaardig afvalbeperkingsbeleid te ontwikkelen in overeenstemming met de Kaderrichtlijn afvalstoffen;

32.  is verheugd over het plan om delen van het spoornet opnieuw op te bouwen, op te waarderen en te moderniseren en moedigt de Servische autoriteiten aan om het openbaar vervoer verder te blijven verbeteren in samenwerking met de buurlanden;

o
o   o

33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering en het parlement van Servië.

(1) PB L 80 van 19.3.2008, blz. 46.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0065.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0095.

Juridische mededeling - Privacybeleid