Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2165(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0120/2016

Ingediende teksten :

A8-0120/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.50
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0186

Aangenomen teksten
PDF 181kWORD 79k
Donderdag 28 april 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2014: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)
P8_TA(2016)0186A8-0120/2016
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2165(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2014 vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0063/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0120/2016),

1.  verleent de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 307.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 307.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2165(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2014 vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0063/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0120/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 307.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 307.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2165(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0120/2016),

A.  overwegende dat volgens de jaarrekening de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (de "Stichting") voor het begrotingsjaar 2014 20 774 000 EUR bedroeg, hetgeen een stijging van 0,73 % betekent ten opzichte van 2013;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2014 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat deze jaarrekening betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2013

1.  verwelkomt de corrigerende maatregelen die de Stichting heeft genomen met betrekking tot de door de Rekenkamer geuite zorgen inzake de fysieke inventaris en de registratie van vaste activa;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt op dat inspanningen van de Stichting op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,66 % en dat het uitvoeringspercentage van de kredieten voor betalingen 79,80 % bedroeg; stelt met tevredenheid vast dat het hoge niveau van de vastleggingskredieten aangeeft dat de vastleggingen tijdig zijn uitgevoerd;

Vastleggingen en overdrachten

3.  merkt op dat het percentage van vastleggingskredieten dat werd overgedragen naar 2015, 53,7 % bedroeg voor Titel III (operationele uitgaven); erkent dat deze overdrachten voornamelijk betrekking hadden op meerjarige projecten, in het kader waarvan de activiteiten en betalingen tijdig zijn uitgevoerd, evenals op een meerjarig project dat reeds in 2014 moest worden uitgevoerd, maar waarvoor de betaling slechts in 2015 moest gebeuren;

4.  erkent dat de Stichting ieder jaar een verslag betreffende het bedrag van de geplande overdrachten zal bezorgen aan de Rekenkamer, om de meerjarige aard van haar projecten in overeenstemming te brengen met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit; constateert dat deze verslaglegging de Rekenkamer in staat stelt de onvermijdelijke overdrachten uit elkaar te houden die betrekking hebben op meerjarige projecten afkomstig van overdrachten die een begrotingsplanning of uitvoeringsgebreken aantonen;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

5.  is verheugd met de invoering van een nieuwe webapplicatie voor het beheer van de selectie- en aanwervingsprocedure, die werd goedgekeurd en uitgevoerd tijdens 2014; merkt op dat deze applicatie de mogelijkheid biedt het grootste gedeelte van de organisatie van het werkproces, dat voordien via een aantal elektronische en papieren systemen werd beheerd, zodanig te stroomlijnen dat er mogelijk veel tijd kan worden bespaard;

6.  merkt op dat de Stichting in december 2014 voor het eerst een screening uitvoerde voor de selectie van personeel, waarbij gebruik werd gemaakt van de voor agentschappen van de Unie goedgekeurde methodologie; merkt bovendien op dat, overeenkomstig deze procedure, 72,81 % van het personeel van de Stichting een operationele functie bekleedde, 15,54 % bekleedde een functie inzake administratieve ondersteuning en coördinatie, en 11,65 % bekleedde een neutrale functie;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

7.  merkt met bezorgdheid op dat slechts ongeveer de helft van de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur van de Stichting publiekelijk beschikbaar is op haar website; erkent dat de Stichting geen wettelijke middelen ter beschikking heeft om indiening van deze documenten af te dwingen; dringt er bij de leden van de raad van bestuur van de Stichting op aan deze documenten onverwijld in te dienen met het oog op een betere transparantie;

8.  verzoekt de instellingen en agentschappen van de Unie die een gedragscode hebben ingevoerd, waaronder het Parlement, de maatregelen ter uitvoering daarvan, zoals verificaties van de opgaven van financiële belangen, aan te scherpen;

9.  spoort de Stichting voorts aan het beleid inzake belangenconflicten onder de aandacht van haar personeel te brengen, naast de lopende bewustmakingsactiviteiten en de opname van integriteit en transparantie als verplichte onderwerpen in aanwervingsprocedures en beoordelingsgesprekken;

Interne controles

10.  merkt op dat na de prioritering in 2013 van de verdere ontwikkeling van de normen voor interne controle ("ICS") van de Stichting, de coördinator voor interne controle in zijn jaarlijkse werkplan de nadruk heeft gelegd op de ICS betreffende de toewijzing en mobiliteit van personeel, processen en procedures en de beoordeling van het systeem voor interne controle van de Stichting; merkt bovendien op dat de commissie interne controles ("ICC") een zelfbeoordeling heeft uitgevoerd van de zwakke punten inzake interne controle; neemt kennis van het feit dat de beoordeling concludeerde dat de aandacht moet worden gevestigd op het vergroten van het bewustzijn van managers inzake de ICS; erkent dat de ICC heeft besloten seminars te plannen en uit te voeren over elk van de geselecteerde systemen voor interne controle;

Interne audit

11.  stelt vast dat de voornaamste activiteit in 2014 inzake de onderlinge betrekkingen van de Stichting met de dienst Interne audit ("DIA") van de Commissie de follow-up was in verband met de audit van 2013 van de DIA betreffende het beheer van de betrekkingen met klanten en belanghebbenden en in verband met de drie aanbevelingen hierover; neemt kennis van het feit dat het met de DIA overeengekomen stappenplan met het oog op de drie aanbevelingen is uitgevoerd in 2014 en dat verschillende documenten ter beschikking zijn gesteld van de DIA; erkent dat de correctieve maatregelen die zijn toegepast door de Stichting klaar waren voor beoordeling door de DIA tegen het einde van het jaar en ook voor beoordeling werden ingediend bij de DIA;

Overige opmerkingen

12.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Statuut van de ambtenaren, nadat het in 2004 werd gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 723/2004 van de Raad(1), bepalingen bevat dat de toekomstige bezoldiging van vóór 1 mei 2004 aangeworven ambtenaren niet minder mag bedragen dan krachtens het eerdere Statuut; merkt op dat uit de controle van de Rekenkamer bleek dat hier niet aan werd voldaan en dat dit bij 20 van de 78 toenmalige werknemers leidde tot onderbetaling van 128 735 EUR voor de periode 2005 t/m 2014; verneemt dat de salarisberekening van de Stichting is uitbesteed aan het Uitbetalingsbureau van de Commissie; stelt vast dat de Stichting de nodige maatregelen heeft genomen om deze kwestie op te lossen;

13.  merkt op dat ondanks het feit dat de Stichting actief werd in 1975, er in 2014 geen uitgebreide zetelovereenkomst werd ondertekend tussen de Stichting en de ontvangende lidstaat; merkt met voldoening op dat de onderhandelingen met de ontvangende lidstaat, met aanvang in februari 2014, werden voltooid en dat de ondertekening van de zetelovereenkomst van de Stichting plaatsvond op 10 november 2015; constateert dat deze overeenkomst de transparantie moet bevorderen met betrekking tot de omstandigheden waaronder het personeel van de Stichting moet werken;

14.  verwelkomt de succesvolle tenuitvoerlegging van het vierjarig werkprogramma van de Stichting; prijst het belangrijke werk dat is verricht met de drie Europese onderzoeken: het Europees onderzoek naar levenskwaliteit, het Europese onderzoek naar de arbeidsomstandigheden en het Europese bedrijvenonderzoek; merkt op dat de Stichting haar onderzoek is blijven richten op de jeugdwerkloosheid en de sociale samenhang; waardeert de bijdrage van de Stichting aan het beoordelen van de gevolgen van de crisis voor de arbeids- en levensomstandigheden;

15.  verwelkomt de conclusie van de drie belangrijke verslagen: "Psychosociale risico's in Europa", "Arbeidsmobiliteit in de EU: recente trends en beleidslijnen" en "Sociale samenhang en welzijn in de EU";

16.  waardeert het door de Stichting geleverde onderzoek en de waardevolle vergelijkende informatie, en wijst op het grote belang daarvan voor op feiten gebaseerde discussies over sociaal en werkgelegenheidsbeleid; benadrukt het specifieke belang van de lopende samenwerking tussen de Stichting en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken;

17.  wijst erop dat de Stichting wederom in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de beleidsontwikkeling en dat uitgebreid gebruik is gemaakt van de expertise van de Stichting bij de opstelling van belangrijke beleidsdocumenten van de Unie; verwelkomt het feit dat de essentiële prestatie-indicatoren wijzen op een prominente rol en erkenning van de wetenschappelijke waarde van het onderzoek dat de Stichting verricht;

o
o   o

18.  verwijst, voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit, naar zijn resolutie van 28 april 2016(2) over het functioneren en het financiële beheer en de controle op de agentschappen.

(1) Verordening (EG, Euratom) nr. 723/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen (PB L 124 van 27.4.2004, blz. 1)
(2) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2016)0159.

Juridische mededeling - Privacybeleid