Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2172(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0099/2016

Ingediende teksten :

A8-0099/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.51
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0187

Aangenomen teksten
PDF 198kWORD 83k
Donderdag 28 april 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2014: Europese Eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust)
P8_TA(2016)0187A8-0099/2016
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2172(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014 vergezeld van de antwoorden van Eurojust(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan Eurojust te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0070/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(4), en met name artikel 36,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0099/2016),

1.  verleent de administratief directeur van Eurojust kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de administratief directeur van Eurojust, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 315.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 315.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over de afsluiting van de rekeningen van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2172(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014 vergezeld van de antwoorden van Eurojust(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan Eurojust te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0070/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(4), en met name artikel 36,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0099/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van Eurojust overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de administratief directeur van Eurojust, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 315.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 315.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2172(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0099/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014 volgens zijn financiële staten 33 667 239 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 4,04 % ten opzichte van 2013 betekent; overwegende dat de begroting van Eurojust volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2014 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van Eurojust betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2013

1.  begrijpt van Eurojust dat:

   zijn college in juni 2015 een model heeft goedgekeurd voor de belangenverklaringen van de raad van bestuur;
   de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie een als "zeer belangrijk" aangemerkte openstaande aanbeveling uit het begrotingsjaar 2013 heeft gesloten;
   zijn "Richtsnoeren inzake de preventie van en omgang met belangenconflicten" in oktober 2015 aan de raad van bestuur zijn gepresenteerd en vervolgens zijn goedgekeurd tijdens een vergadering van de raad in januari 2016;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,82 %, hetgeen een stijging van 0,21 % is ten opzichte van het jaar 2013; constateert dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 87,31 % bedroeg, een daling van 2,34 % ten opzichte van het jaar 2013;

3.  neemt kennis van de verklaring van Eurojust dat het de hoeveelheid begrotingslijnen voor de begroting 2015 heeft teruggebracht, teneinde het aantal tekortkomingen met betrekking tot de planning en uitvoering van de begroting te verminderen; merkt voorts op dat deze operatie zal worden voortgezet voor de begrotingen van 2016 en 2017;

4.  verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat de financiële gevolgen van de salarisaanpassingen en van de verhoging van de correctie-coëfficiënt niet in aanmerking zijn genomen in de oorspronkelijke begroting voor het jaar 2014; betreurt dat door het tekort in de begroting voor salarissen van circa 1 800 000 EUR een aantal tijdelijke bezuinigingen op operationele uitgaven noodzakelijk waren, evenals aanzienlijke overschrijvingen van administratieve en operationele begrotingsonderdelen aan het einde van het jaar; merkt op dat dit tekort deels werd gecompenseerd door een gewijzigde begroting die voorzag in een aanvullend bedrag van 1 200 000 EUR voor Eurojust en dat er toezeggingen zijn gedaan om voortgang te boeken met de tenuitvoerlegging van de geplande projecten;

5.  neemt kennis van het feit dat Eurojust uit zijn eigen begroting beurzen verstrekt ter ondersteuning van de gemeenschappelijke onderzoeksteams (GOT); wijst er voorts op dat slechts 32,8 % aan het eind van het jaar was betaald, hoofdzakelijk vanwege het feit dat de uitvoering van de begroting afhing van de begunstigden en de door hen ingediende verzoeken voor een vergoeding, waardoor de uitvoering van de begroting in gevaar kwam; verzoekt Eurojust om bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om deze kwestie te verhelpen en betere richtsnoeren aan de begunstigden te verschaffen;

Vastleggingen en overdrachten

6.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het algehele niveau van vastgelegde kredieten hoog was en 99 % bedroeg; wijst er evenwel op dat het aantal overdrachten voor titel III hoog was en 35 % bedroeg, een stijging van 2 % ten opzichte van 2013; constateert dat het hoge percentage overdrachten hoofdzakelijk het gevolg was van het tijdelijke begrotingstekort, waardoor vastleggingen pas laat in het jaar konden worden gedaan en van het subsidiëren van projecten voor gemeenschappelijke onderzoeksteams die tijdens de laatste maanden van 2014 van start gingen en waarvoor pas in 2015 betalingen hoefden te worden gedaan;

7.  is ingenomen met het feit dat Eurojust het gebruik van gesplitste kredieten zal evalueren, teneinde de financiering van zijn operationele activiteiten te waarborgen; wijst er voorts op dat dit initiatief wordt genomen in overleg met het directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken en het directoraat-generaal Begroting; verzoekt Eurojust om bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over het effect van dit initiatief en de genomen maatregelen;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

8.  wijst op de door Eurojust geleverde inspanningen om een uitvoeriger aanbestedingsplan over te leggen en dringt er bij Eurojust op aan het volledige overzicht van toegekende opdrachten te publiceren;

9.  is ingenomen met de gedetailleerde presentatie van de organisatiestructuur van Eurojust, zijn leden en administratieve structuren, alsook met de publicatie van zijn code voor bestuurlijk gedrag op de website;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

10.  herinnert Eurojust eraan dat het interne bindende regels vast moet stellen voor de bescherming van klokkenluiders, overeenkomstig artikel 22 ter van het Ambtenarenstatuut, dat op 1 januari 2014 in werking is getreden;

11.  verzoekt Eurojust de kwijtingsautoriteit een overzicht van de geïdentificeerde belangenconflicten te verstrekken en strikte en duidelijke regels tegen "draaideur"-constructies vast te stellen

Interne controles

12.  verneemt van Eurojust dat de dienst Interne audit van de Europese Commissie (IAS) in 2014 risicobeoordelingen heeft uitgevoerd en dat de uitkomsten van deze beoordelingen door de IAS zijn gebruikt als basis voor haar strategisch plan voor interne controle 2014-2016 en door Eurojust om vast te stellen hoe de administratieve procedures mogelijk verder kunnen worden verbeterd; erkent dat de door Eurojust genomen maatregelen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van internecontrolenormen verband hielden met ethische en organisatorische waarden alsook met het risicobeheerproces;

Interne controle

13.  neemt kennis van de opmerking van Eurojust dat de IAS gedurende 2014 geen kritische aanbevelingen heeft gedaan; wijst er voorts op dat de IAS in het eerste kwartaal van 2015 een "openstaande" aanbeveling van 2013 heeft herhaald; ziet uit naar de uitkomsten van de evaluatie en dringt er bij Eurojust op aan hierover bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen;

Overige opmerkingen

14.  neemt kennis van de opmerking van Eurojust dat de in 2011 door de Rekenkamer vastgestelde lopende kwestie inzake de overlapping van verantwoordelijkheden van de administratieve directeur en het college van Eurojust alleen door de wetgevende autoriteit kan worden opgelost in de lopende wetgevingsprocedure voor een nieuwe Eurojust-verordening(1); is van mening dat die toekomstige verordening moet worden aangenomen in overeenstemming met de PIF-richtlijn(2) en de EOM-verordening(3); dringt er bij de wetgevende autoriteit op aan werk te maken van de in deze voorstellen voor nieuwe wetgeving opgenomen nodige hervormingen;

15.  neemt kennis van de mededeling van Eurojust dat het in 2014 heeft besloten de projecten in verband met de herziening van zijn organisatiestructuur op te schorten; wijst erop dat de nieuwe Eurojust-verordening een oplossing zou kunnen bieden voor de governance-gerelateerde problemen die in het verleden tot het opstarten van beide projecten hebben geleid;

16.  is verheugd over het in 2014 opgezette jaarlijkse leerplan dat moet voorzien in de professionele behoeften van medewerkers alsook over de vaststelling van een competentiekader waarin de belangrijkste behoeften van Eurojust, onder meer op het gebied van leiderschap, zijn opgenomen; merkt op dat de werkzaamheden met betrekking tot het ontwerpcompetentiekader in 2014 zijn voortgezet en dat het kader in 2015 moest worden afgerond en beschikbaar moest worden gesteld aan het voltallige personeel; verzoekt Eurojust de kwijtingsautoriteit in te lichten over de stand van zaken met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het competentiekader;

17.  verzoekt de instellingen en agentschappen van de Unie die een gedragscode hebben ingevoerd, waaronder het Europees Parlement, de maatregelen ter uitvoering daarvan, zoals verificaties van de opgaven van financiële belangen, aan te scherpen;

18.  vraagt Eurojust zijn procedures en vaste praktijken ter bescherming van de financiële belangen van de Unie te verstevigen en actief mee te werken aan een resultaatgerichte kwijtingsprocedure;

19.  herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 41 bis van het besluit inzake het versterken van Eurojust, het college van Eurojust(4) voor 4 juni 2014 een onafhankelijke externe evaluatie moest laten uitvoeren van de tenuitvoerlegging van dit besluit en van de door Eurojust uitgevoerde activiteiten; is ingenomen met de openbaarmaking van het definitieve verslag(5) en neemt kennis van de daarin opgenomen acht strategische aanbevelingen;

20.  is van mening dat verdere stappen moeten worden ondernomen om ethische kwesties met betrekking tot de politieke rol van lobby's, hun praktijken en hun invloed aan te pakken en om maatregelen te bevorderen om de integriteit te garanderen, teneinde de transparantie van lobbyactiviteiten te vergroten; stelt voor gemeenschappelijke regels in te voeren voor het verrichten van lobbyactiviteiten binnen de instellingen en agentschappen van de Unie;

o
o   o

21.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 28 april 2016(6) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) (COM(2013)0535, 2013/0256(COD)) van 17 juli 2013.
(2) Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (COM(2012)0363, 2012/0193(COD)) van 11 juli 2012.
(3) Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie (COM(2013)0534, 2013/0255(APP)) van 17 juli 2013.
(4) Besluit 2009/426/JBZ van de Raad van 16 december 2008 inzake het versterken van Eurojust en tot wijziging van Besluit 2002/187/JBZ betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken (PB L 138 van 4.6.2009, blz. 14).
(5) http://www.eurojust.europa.eu/doclibrary/Eurojust-framework/ejlegalframework/Evaluation%20of%20the%20implementation%20of%20the%20Eurojust%20Council%20Decision%20-%20Final%20Report/Evaluation%20of%20the%20implementation%20of%20the%20Eurojust%20Council%20Decision%20-%20Final%20Report.pdf
(6) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2016)0159.

Juridische mededeling - Privacybeleid