Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2583(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0545/2016

Ingediende teksten :

B8-0545/2016

Debatten :

PV 11/05/2016 - 19

Stemmingen :

PV 12/05/2016 - 9.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0225

Aangenomen teksten
PDF 185kWORD 80k
Donderdag 12 mei 2016 - Straatsburg
Verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor bepaalde voedingsmiddelen
P8_TA(2016)0225B8-0545/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 12 mei 2016 over de verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor bepaalde voedingsmiddelen (2016/2583(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie(1) (de "verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan de consumenten") en met name artikel 26, leden 5 en 7,

–  gezien de verslagen van 20 mei 2015 van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor melk, melk als ingrediënt in zuivelproducten en andere soorten vlees dan rund-, varkens-, schapen-, geiten- en pluimveevlees (COM(2015)0205) en betreffende de verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor onverwerkte levensmiddelen, producten met maar één ingrediënt en ingrediënten die meer dan 50 % van een levensmiddel uitmaken (COM(2015)0204),

–  gezien het verslag van 17 december 2013 van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende verplichte vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst van vlees dat als ingrediënt wordt gebruikt (COM(2013)0755) en het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie van 17 december 2013 over de vermelding van herkomst van vlees dat als ingrediënt wordt gebruikt: consumentengedrag, haalbaarheid van mogelijke scenario's en effecten (SWD(2013)0437),

–  gezien zijn resolutie van 11 februari 2015 over oorsprongsetikettering voor vlees in verwerkte levensmiddelen(2) en het formele antwoord van de Commissie van 6 mei 2015,

–  gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1337/2013 van de Commissie van 13 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft het vermelden van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor vers, gekoeld of bevroren vlees van varkens, schapen, geiten en pluimvee(3),

–  gezien zijn resolutie van 6 februari 2014(4) over de hierboven vermelde Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1337/2013 van de Commissie van 13 december 2013,

–  gezien zijn resolutie van 14 januari 2014 over de voedselcrisis, fraude in de voedselketen en de controle daarop(5),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de verplichte vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst van bepaalde levensmiddelen (O-000031/2016 – B8-0363/2016),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in artikel 26, lid 5, van de Verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten is bepaald dat de Commissie voor 13 december 2014 verslagen moet voorleggen aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de verplichte vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor andere soorten vlees dan rund-, varkens-, schapen-, geiten- en pluimveevlees, voor melk, melk als ingrediënt in zuivelproducten, en voor onverwerkte levensmiddelen, producten met maar één ingrediënt en ingrediënten die meer dan 50 % van een levensmiddel uitmaken;

B.  overwegende dat de Commissie krachtens artikel 26, lid 8, van de Verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten verplicht was om uiterlijk op 13 december 2013 uitvoeringshandelingen vast te stellen voor de toepassing van lid 3 van dit artikel;

C.  overwegende dat voorschriften betreffende oorsprongsetikettering reeds zijn ingevoerd en doeltreffend werken voor veel andere levensmiddelenproducten, waaronder onverwerkt vlees, eieren, fruit en groenten, vis, honing, extra vergine olijfolie, wijn en spiritualiën;

D.  overwegende dat in artikel 26, lid 7, van de Verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten wordt bepaald dat in de verslagen onder andere rekening moet worden gehouden met de noodzaak om de consument te informeren en met de haalbaarheid van het aanbrengen van de verplichte vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst, alsook dat zij een analyse moeten bevatten van de kosten en baten van dergelijke maatregelen; overwegende dat verder wordt bepaald dat de verslagen vergezeld kunnen gaan van voorstellen tot wijziging van relevante bepalingen van de EU-wetgeving;

E.  overwegende dat in artikel 26, lid 2, van de Verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten wordt bepaald dat het vermelden van het land van oorsprong of de plaats van herkomst verplicht is indien het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden aangaande het werkelijke land van oorsprong of de werkelijke plaats van herkomst van het levensmiddel, met name als de bij het levensmiddel gevoegde informatie of het etiket in zijn geheel anders zou impliceren dat het levensmiddel een ander land van oorsprong of een andere plaats van herkomst heeft;

F.  overwegende dat de Commissie op 20 mei 2015 haar verslag betreffende de verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor melk, melk als ingrediënt in zuivelproducten en andere soorten vlees dan rund-, varkens-, schapen-, geiten- en pluimveevlees ("verslag betreffende melk en andere soorten vlees") en haar verslag betreffende de verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor onverwerkte levensmiddelen, producten met maar één ingrediënt en ingrediënten die meer dan 50 % van een levensmiddel uitmaken, heeft gepubliceerd;

G.  overwegende dat, volgens verslag COM(2013)0755 van de Commissie, naarmate de snij- en verwerkingsfasen in de vleessector ingewikkelder worden en de graad van verwerking toeneemt, de traceerbaarheid met het oog op oorsprongsetikettering steeds moeilijker wordt;

H.  overwegende dat de voedselketen vaak lang en complex is en dat vele exploitanten van levensmiddelenbedrijven en andere partijen erbij betrokken zijn; overwegende dat consumenten steeds minder goed weten hoe levensmiddelen worden geproduceerd en afzonderlijke exploitanten van levensmiddelenbedrijven niet altijd een volledig overzicht hebben van de gehele productketen;

I.  overwegende dat de algemene bereidheid van consumenten om te betalen voor de informatie over de oorsprong gering lijkt te zijn, maar dat consumentenonderzoeken(6) naar die bereidheid laten zien dat het merendeel van de consumenten wel bereid is om meer voor deze informatie te betalen;

J.  overwegende dat het Parlement er in zijn resolutie van 11 februari 2015 bij de Commissie op aan heeft gedrongen opvolging te geven aan haar verslag van 17 december 2013 door middel van wetgevingsvoorstellen die het vermelden van de oorsprong van vlees in verwerkte levensmiddelen verplicht stellen, teneinde voor meer transparantie in de gehele voedselketen te zorgen en de Europese consument van betere informatie te voorzien, waarbij de regels inzake effectbeoordelingen in acht worden genomen en buitensporige kosten en administratieve rompslomp worden vermeden; overwegende dat de Commissie deze follow up-wetgevingsvoorstellen nog niet heeft ingediend;

K.  overwegende dat er alleen strikte specificaties bestaan voor vrijwillige kwaliteitsregelingen, zoals de beschermde oorsprongsbenaming (BOB), de beschermde geografische aanduiding (BGA) of de gegarandeerde traditionele specialiteiten (GTS), aan strikte regels zijn gebonden, terwijl de criteria van de vrijwillige etiketteringsregelingen voor de in Verordening (EU) nr. 1169/2011 genoemde levensmiddelen onderling sterk kunnen verschillen;

Consumptiemelk en melk die als ingrediënt in zuivelproducten wordt gebruikt

1.  wijst erop dat in overweging 32 van de verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten wordt gesteld dat melk een van de producten is waarvoor een oorsprongsetikettering van bijzonder belang wordt geacht;

2.  onderstreept dat volgens de Eurobarometer-enquête van 2013 84 % van de consumenten een oorsprongsaanduiding voor melk noodzakelijk acht, ongeacht of deze als zodanig wordt verkocht of als ingrediënt in zuivelproducten wordt gebruikt; merkt op dat dit een van de vele factoren is die van invloed kunnen zijn op consumentengedrag;

3.  beklemtoont dat de verplichte oorsprongsaanduiding voor melk, ongeacht of deze als zodanig wordt verkocht of als ingrediënt in zuivelproducten wordt gebruikt, een nuttige maatregel is om de kwaliteit van zuivelproducten te beschermen en de werkgelegenheid in een sector in zware crisis te beschermen;

4.  wijst erop dat volgens de enquête bij het verslag betreffende melk en andere soorten vlees de kosten van verplichte oorsprongsaanduiding voor melk en melk als ingrediënt toenemen naarmate het productieproces complexer wordt; merkt op dat in dezelfde enquête wordt gesuggereerd dat ondernemingen in bepaalde lidstaten het effect van verplichte oorsprongsetikettering op hun concurrentiepositie hebben overdreven, aangezien in de enquête geen duidelijke verklaring kon worden gevonden voor de hoge kostenramingen door deze ondernemingen, terwijl werd gesteld dat deze een teken kunnen zijn van sterke weerstand tegen oorsprongsetikettering als zodanig;

5.  dringt aan op de oprichting van een werkgroep van de Commissie om het verslag van de Commissie, gepubliceerd op 20 mei 2015, nader te evalueren, om vast te stellen welke kosten tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht als verdere voorstellen voor verplichte aanduiding van het land van oorsprong worden beperkt tot zuivel- en minder intensief verwerkte zuivelproducten;

6.  is ingenomen met de in de enquête opgenomen analyse van de kosten en baten van de invoering van verplichte oorsprongsetikettering voor melk en melk als ingrediënt, maar is van mening dat de Commissie in haar conclusie niet voldoende rekening houdt met de positieve aspecten van de verplichte aanduiding van het land van oorsprong op dergelijke producten, zoals meer informatie voor consumenten; merkt op dat consumenten zich misleid kunnen voelen wanneer informatie over verplichte oorsprongsetikettering niet beschikbaar is en andere levensmiddelenetiketten, zoals nationale vlaggen, worden gebruikt;

7.  benadrukt het belang van kleine en middelgrote ondernemingen in de verwerkingsketen;

8.  is van mening dat de Commissie rekening moet houden met de economische gevolgen van verplichte oorsprongsetikettering voor kmo's in de betrokken landbouw- en levensmiddelensectoren en deze moet analyseren;

9.  is van oordeel dat in de conclusie van de Commissie betreffende melk en melk als ingrediënt de kosten van de aanduiding van het land van oorsprong voor bedrijven worden overschat, aangezien alle zuivelproducten samen in aanmerking worden genomen;

10.  wijst erop dat de Commissie tot de conclusie komt dat de kosten van de aanduiding van het land van oorsprong voor melk gering zouden zijn;

Andere soorten vlees

11.  onderstreept dat volgens de Eurobarometer-enquête van 2013 88 % van de consumenten een oorsprongsaanduiding voor andere soorten vlees dan rund-, varkens-, schapen-, geiten- en pluimveevlees noodzakelijk acht;

12.  merkt op dat het paardenvleesschandaal de noodzaak aantoonde van betere transparantie in de toeleveringsketen van paardenvlees;

13.  wijst erop dat uit het verslag van de Commissie is gebleken dat de exploitatiekosten van verplichte aanduiding van het land van oorsprong voor het onder haar bevoegdheid vallende vlees relatief laag zijn;

Verwerkt vlees

14.  wijst erop dat in het verslag van de Commissie van 17 december 2013 betreffende de verplichte vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor vlees als ingrediënt wordt erkend dat meer dan 90 % van de consumenten-respondenten aangeeft het belangrijk te vinden dat op het etiket van verwerkte levensmiddelen de oorsprong van het vlees wordt vermeld;

15.  is van oordeel dat consumenten, net als tal van beroepsbeoefenaars, voorstander zijn van een verplichte etikettering van vlees in bereide gerechten; meent dat het vertrouwen van de consumenten in levensmiddelen via deze maatregel kan worden behouden omdat de voedselketen transparanter wordt gemaakt;

16.  onderstreept dat Europese consumenten belang hebben bij een verplichte etikettering van alle levensmiddelen met de aanduiding van het land van oorsprong;

17.  wijst erop dat etikettering op zich geen bescherming vormt tegen fraude en benadrukt de behoefte aan een kostenefficiënt controlesysteem om het consumentenvertrouwen te verzekeren;

18.  wijst erop dat vrijwillige etiketteringsregelingen, indien op passende wijze ingevoerd in verschillende lidstaten, een succes zijn geweest voor zowel de informatie aan consumenten als voor producenten;

19.  is van oordeel dat vanwege het feit dat de in artikel 26, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 bedoelde uitvoeringshandelingen nog niet zijn vastgesteld, dat artikel nog niet naar behoren kan worden gehandhaafd;

20.  merkt op dat beschermde oorsprongsaanduiding reeds bestaat voor veel verwerkte vlees- en zuivelproducten (bijv. ham en kaas), op grond waarvan de oorsprong van het gebruikte vlees is vastgesteld in de productiecriteria en er sprake is van verhoogde traceerbaarheid; roept de Commissie derhalve op de ontwikkeling van producten met een "beschermde oorsprongsbenaming" (BOB), "beschermde geografische aanduiding" (BGA) of "gegarandeerde traditionele specialiteit" (GTS) op grond van Verordening (EU) nr. 1151/2012(7) te stimuleren, zodat wordt verzekerd dat consumenten toegang hebben tot producten van hoge kwaliteit en veilige herkomst;

21.  dringt er bij de Commissie op aan te verzekeren dat de huidige voorschriften met betrekking tot de aanduiding van het land van herkomst niet worden afgezwakt bij de lopende handelsonderhandelingen, zoals het TTIP, en dat het recht om in de toekomst nadere voorschriften met betrekking tot de aanduiding van het land van herkomst voor te stellen voor andere levensmiddelenproducten niet wordt belemmerd;

Conclusies

22.  dringt er bij de Commissie op aan uitvoering te geven aan de verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst voor alle soorten consumptiemelk en melk voor zuivelproducten en vleesproducten, en de mogelijkheid te onderzoeken om de verplichte aanduiding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst uit te breiden tot de andere producten met maar één ingrediënt of een hoofdingrediënt, en met wetgevingsvoorstellen op deze terreinen te komen;

23.  spoort de Commissie aan wetgevingsvoorstellen te doen die de oorsprongsaanduiding voor vlees in verwerkte levensmiddelen verplicht maken om de transparantie in de hele voedselketen te waarborgen en het vertrouwen van de consumenten te herstellen na het paardenvleesschandaal en andere gevallen van levensmiddelenfraude; beklemtoont ook dat de etiketteringsverplichtingen rekening moeten houden met het evenredigheidsbeginsel en met de administratieve belasting voor de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en de instanties die de wetgeving moeten doen naleven;

24.  is van oordeel dat er met de verplichte oorsprongsaanduiding van voedingsmiddelen naar wordt gestreefd om het vertrouwen van de consument in levensmiddelen te herstellen, vraagt de Commissie om in dit verband met een voorstel te komen en daarbij rekening te houden met de transparantie van de informatie en de begrijpelijkheid van de gegevens voor de consument, evenals met de economische levensvatbaarheid van de Europese ondernemingen en de koopkracht van de consument;

25.  benadrukt het belang van een gelijk speelveld op de interne markt en verzoekt de Commissie met klem hiermee rekening te houden bij de bespreking van voorschriften over verplichte oorsprongsetikettering;

26.  verzoekt de Commissie etiketteringsregelingen voor dierenwelzijn tijdens het fokken, het vervoer en de slacht te ondersteunen;

27.  betreurt dat de Commissie nog niets heeft gedaan om eieren en eierproducten ook op de lijst te zetten voor levensmiddelen met verplichte oorsprongsetikettering, hoewel vooral goedkope eierproducten van vloeibaar ei of eierpoeder, die hoofdzakelijk in verwerkte producten worden gebruikt, via de import uit derde landen op de Europese markt terechtkomen en zo het EU-verbod op kooi-eieren overduidelijk omzeilen; is daarom van mening dat een verplichte etikettering van eierproducten en levensmiddelen waarin eieren zijn verwerkt met betrekking tot oorsprong en houderijsysteem hier transparantie en bescherming zou kunnen bieden en vraagt de Commissie daarom een analyse van de marktsituatie voor te leggen en indien nodig wetsvoorstellen op te stellen;

28.  is van mening dat aanduiding van het land van oorsprong voor consumptiemelk, minder intensief verwerkte zuivelproducten (zoals kaas en room) en bepaalde minder intensief verwerkte vleesproducten (zoals bacon en worstjes), aanzienlijk minder kosten met zich mee zou brengen, en dat deze etikettering met prioriteit moet worden onderzocht;

29.  is van mening dat oorsprongsetikettering als zodanig fraude niet voorkomt; pleit er in dit verband voor resoluut verder in te zetten op een striktere controle, een betere handhaving van bestaande wetgeving en zwaardere sancties;

30.  verzoekt de Commissie de noodzakelijke actie te ondernemen ter bestrijding van fraude in verband met de voorschriften voor oorsprongsaanduiding op vrijwillige basis voor levensmiddelen;

31.  nodigt de Commissie uit de bestaande kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen die vallen onder Verordening (EU) nr. 1151/2012 te ondersteunen en vraagt om uitbreiding van de Europese promotiecampagnes voor deze producten;

32.  verzoekt de Commissie nogmaals te voldoen aan de wettelijke verplichting om tegen 13 december 2013 de uitvoeringshandelingen vast te stellen die nodig zijn voor de correcte handhaving van lid 3 van Verordening (EU) nr. 1169/2011, zodat de nationale instanties de overeenkomstige sancties kunnen opleggen;

o
o   o

33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0034.
(3) PB L 335 van 14.12.2013, blz. 19.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0096.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0011.
(6) http://ec.europa.eu/food/safety/docs/labelling_legislation_final_report_ew_02_15_284_en.pdf, blz. 50.
(7) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid