Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2726(RSO)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0745/2016

Ingediende teksten :

B8-0745/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/06/2016 - 12.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0253

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 74k
Woensdag 8 juni 2016 - Straatsburg
Instelling, bevoegdheden, aantal leden en duur van het mandaat van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende overtredingen en wanbeheer bij de toepassing van de EU-wetgeving met betrekking tot witwaspraktijken en belastingvermijding en -ontduiking
P8_TA(2016)0253B8-0745/2016

Besluit van het Europees Parlement van 8 juni 2016 over de instelling, bevoegdheden, aantal leden en duur van het mandaat van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking (2016/2726(RSO))

Het Europees Parlement,

–  gezien het door 337 leden ingediende verzoek om instelling van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking,

–  gezien het voorstel van de Conferentie van voorzitters,

–  gezien artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement(1),

–  gezien artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme(2),

–  gezien Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie(3),

–  gezien Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG(4),

–  gezien Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG(5),

–  gezien Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied(6),

–  gezien Richtlijn 2014/91/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) wat bewaardertaken, beloningsbeleid en sancties betreft(7),

–  gezien Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010(8),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht(9),

–  gezien Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)(10),

–  gezien Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad(11),

–  gezien Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie(12),

–  gezien Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen(13),

–  gezien Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad(14),

–  gezien Richtlijn 2012/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 tot wijziging van Richtlijn 89/666/EEG van de Raad en Richtlijnen 2005/56/EG en 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de koppeling van centrale, handels- en vennootschapsregisters betreft(15),

–  gezien Aanbeveling 2012/771/EU van 6 december 2012 van de Commissie met betrekking tot maatregelen om derde landen aan te moedigen minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken toe te passen(16) en Aanbeveling 2012/772/EU van 6 december 2012 van de Commissie over agressieve fiscale planning(17),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 januari 2016 aan het Europees Parlement en de Raad over een externe strategie voor effectieve belastingheffing (COM(2016)0024),

–  gezien artikel 198 van zijn Reglement,

1.  besluit tot instelling van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking;

2.  besluit dat de enquêtecommissie tot taak heeft:

   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om Richtlijn 2005/60/EG te handhaven en van de lidstaten om die ten uitvoer te leggen en effectief te handhaven, rekening houdend met de verplichting van de tijdige en doeltreffende tenuitvoerlegging van Richtlijn (EU) 2015/849;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de lidstatelijke autoriteiten om administratieve sancties en andere administratieve maatregelen op te leggen aan instellingen die schuldig zijn bevonden aan een ernstige inbreuk op de nationale voorschriften tot uitvoering van Richtlijn 2005/60/EG, als voorgeschreven in Richtlijn 2013/36/EU;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om Richtlijn 2011/16/EU te handhaven en van de lidstatelijke autoriteiten om die effectief ten uitvoer te leggen, met name artikel 9, lid 1, over de spontane uitwisseling van fiscale inlichtingen aan een andere lidstaten als er redenen zijn om aan te nemen dat er sprake kan zijn van een derving van belasting, rekening houdend met de verplichting van de tijdige en doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van Richtlijn 2014/107/EU; met het oog hierop en voor onderzoeken op andere rechtsgronden met betrekking tot de eerdergenoemde vermeende inbreuken en gevallen van wanbeheer alle relevante documenten te raadplegen, met inbegrip van de relevante documenten van de Groep gedragscode waarover de Speciale Commissies TAXE 1 en TAXE 2 de hand hebben gelegd;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de lidstaten om de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die van belang zijn voor de reikwijdte van de in dit besluit bedoelde enquête, te handhaven;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om Richtlijn 2014/91/EU te handhaven en van de lidstaten om die ten uitvoer te leggen en te handhaven;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om Richtlijn 2011/61/EU en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie te handhaven en van de lidstaten om die ten uitvoer te leggen en te handhaven;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om Richtlijn 2009/138/EG te handhaven en van de lidstaten om die ten uitvoer te leggen en te handhaven;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om Richtlijn 2006/43/EG te handhaven en van de lidstaten om die doeltreffend ten uitvoer te leggen en te handhaven, rekening houdend met de verplichting van de tijdige en doeltreffende tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 537/2014 en Richtlijn 2014/56/EU;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de lidstaten om Richtlijn 2013/34/EU om te zetten;
   onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om Richtlijn 2012/17/EU te handhaven en van de lidstaten om die doeltreffend ten uitvoer te leggen en te handhaven;
   onderzoek te doen naar een mogelijke inbreuk op de verplichting tot loyale samenwerking als verankerd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, door enige lidstaat of geassocieerde of afhankelijke gebieden daarvan voor zover dit van belang is voor de reikwijdte van de in dit besluit voorziene enquête; daartoe met name te beoordelen of een dergelijke inbreuk het gevolg kan zijn van het vermeende verzuim om passende maatregelen te nemen teneinde het gebruik van vehikels te voorkomen waarmee de eindbegunstigden verborgen kunnen blijven voor financiële instellingen en andere tussenpersonen, juristen, verrichters van trustdiensten en vennootschapsrechtelijke diensten, hetzij het gebruik van andere vehikels en tussenpersonen te voorkomen waarmee het witwassen van geld en belastingontwijking en -ontduiking in andere lidstaten mogelijk wordt (waarbij onder meer moet worden gekeken naar de rol van trusts, éénpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en virtuele valuta), en daarbij tevens rekening te houden met lopende werkprogramma's die worden uitgevoerd in de lidstaten om deze problemen aan te pakken en de gevolgen daarvan terug te dringen;
   aanbevelingen te doen die zij in dit verband nodig acht, onder andere wat betreft de tenuitvoerlegging door de lidstaten van bovengenoemde aanbevelingen van de Commissie van 6 december 2012 met betrekking tot maatregelen om derde landen aan te moedigen minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken en fiscale planning toe te passen, en de laatste ontwikkelingen bij de externe strategie voor effectieve belastingheffing van de Commissie te beoordelen, alsmede de verbanden tussen het rechtskader van de Unie en de lidstaten en de belastingstelsels van derde landen (bijv. overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting, overeenkomsten voor de uitwisseling van belastinggegevens, vrijhandelsovereenkomsten) te beoordelen evenals inspanningen om de transparantie van informatie over de uiteindelijk begunstigden op internationaal niveau te bevorderen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, G20, Financial Action Task Force en de Verenigde Naties);

3.  besluit dat de enquêtecommissie binnen 12 maanden na goedkeuring van dit besluit haar eindverslag moet indienen;

4.  besluit dat de enquêtecommissie bij haar werkzaamheden rekening moet houden met alle belangrijke ontwikkelingen die zich voordoen tijdens haar mandaat en die onder haar bevoegdheden vallen;

5.  besluit dat alle aanbevelingen die worden opgesteld door de enquêtecommissie en door de Speciale Commissie TAXE 2 in behandeling moeten worden genomen door de desbetreffende permanente commissies;

6.  besluit dat de enquêtecommissie 65 leden zal tellen;

7.  verzoekt zijn Voorzitter zorg te dragen voor de publicatie van dit besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(1) PB L 113 van 19.5.1995, blz. 1.
(2) PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.
(3) PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73.
(4) PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338.
(5) PB L 064 van 11.3.2011, blz. 1.
(6) PB L 359 van 16.12.2014, blz. 1.
(7) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 186.
(8) PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1.
(9) PB L 83 van 22.3.2013, blz. 1.
(10) PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1.
(11) PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87.
(12) PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77.
(13) PB L 158 van 27.5.2014, blz. 196.
(14) PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19.
(15) PB L 156 van 16.6.2012, blz. 1.
(16) PB L 338 van 12.12.2012, blz. 37.
(17) PB L 338 van 12.12.2012, blz. 41.

Juridische mededeling - Privacybeleid