Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2664(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0987/2016

Ingediende teksten :

B8-0987/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/09/2016 - 11.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0356

Aangenomen teksten
PDF 207kWORD 55k
Donderdag 15 september 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Voornaamste doelstellingen voor de 17e Conferentie van de partijen bij de Cites in Johannesburg
P8_TA(2016)0356B8-0987/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2016 over de strategische doelstellingen van de EU voor de 17e bijeenkomst van de Conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) van 24 september t/m 5 oktober 2016 in Johannesburg (Zuid-Afrika) (2016/2664(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de ernstige achteruitgang van de wereldwijde biodiversiteit die voortvloeit uit de zesde golf van massa-uitsterving,

–  gezien de rol van bossen en tropische bosgebieden, die de voornaamste mondiale bron van biodiversiteit zijn op land en die een essentiële leefomgeving vormen voor wilde dieren en planten en inheemse volkeren,

–  gezien de komende 17e bijeenkomst van de Conferentie van de partijen (CoP 17) bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) die van 24 september t/m 5 oktober 2016 in Johannesburg (Zuid-Afrika) zal worden gehouden,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN (AVVN-resolutie) 69/314 over de aanpak van de illegale handel in wilde dieren, aangenomen op 30 juli 2015,

–  gezien de vragen aan de Raad en de Commissie over de centrale doelstellingen voor de bijeenkomst van de Conferentie van de partijen bij de CITES-Overeenkomst van 24 september t/m 5 oktober 2016 in Johannesburg (Zuid-Afrika) (O-000088/2016 – B8-0711/2016 and O-000089/2016 – B8-0712/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat CITES wereldwijd momenteel de belangrijkste overeenkomst voor de instandhouding van in het wild levende dieren is, waarbij 181 partijen, waaronder de EU en haar 28 lidstaten, zijn aangesloten;

B.  overwegende dat CITES als doelstelling heeft ervoor te zorgen dat de internationale handel in wilde dieren en planten geen bedreiging vormt voor het overleven ervan in het wild;

C.  overwegende dat volgens de rode lijst van de Internationale Unie tot behoud van de natuur en de natuurlijke rijkdommen (IUCN) meer dan 23 000 soorten, dat wil zeggen circa 30 % van de 79 837 door de IUCN beoordeelde soorten, met uitsterven worden bedreigd;

D.  overwegende dat het tropisch regenwoud 50 tot 80 % van de op land voorkomende planten- en diersoorten herbergt; overwegende dat juist deze leefomgevingen nu bedreigd worden, met name door de handel in soorten en de ontginning van tropische bossen en het gebruik van de ondergrond; overwegende dat de ontbossing en de illegale houtverkoop een regelrechte ramp zijn voor het behoud van de flora en fauna in bosgebieden;

E.  overwegende dat de intensieve visvangst, de commerciële jacht evenals de ongereglementeerde winning van micro-organismen en bronnen onder de zeebodem schade toebrengen aan de biodiversiteit van de zee;

F.  overwegende dat talloze soorten waarop gejaagd wordt als jachttrofee een ernstige terugval van hun populatie kennen; overwegende dat de lidstaten van de EU over een periode van tien jaar de invoer als jachttrofeeën hebben gedeclareerd van bijna 117 000 exemplaren van wilde dieren die als beschermde soort op de CITES-bijlagen staan;

G.  overwegende dat de handel in wilde dieren en planten een grensoverschrijdende georganiseerde misdaad is geworden die grote negatieve gevolgen heeft voor de biodiversiteit en de bestaansmiddelen van lokale bevolkingsgroepen, aangezien deze hierdoor geen legaal inkomen hebben, hetgeen onzekerheid en instabiliteit in de hand werkt;

H.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten de op drie na grootste zwarte markt is geworden, na drugs-, mensen- en wapenhandel; overwegende dat het internet een cruciale rol is gaan spelen bij het faciliteren van handel in wilde dieren en planten; overwegende dat ook terroristische groepen gebruikmaken van de voornoemde handel om hun daden te financieren; overwegende dat de sancties en straffen voor misdrijven in verband met de handel in wilde dieren en planten niet streng genoeg zijn;

I.  overwegende dat corruptie een cruciale rol speelt bij de handel in wilde dieren en planten;

J.  overwegende dat er aanwijzingen zijn dat in het wild gevangen soorten worden witgewassen via frauduleus gebruik van CITES-vergunningen en verkondigingen van fokken in gevangenschap;

K.  overwegende dat de EU een belangrijke doorvoerroute en markt van bestemming is voor illegale handel in wilde dieren en planten, met name voor de handel in vogels, schildpadden, reptielen en plantensoorten(1) die in de bijlagen bij de CITES-overeenkomst staan vermeld;

L.  overwegende dat een toenemend aantal illegaal verhandelde exotische soorten in Europa en daarbuiten als huisdier wordt gehouden; overwegende dat de ontsnapping van deze dieren kan leiden tot een ongecontroleerde verspreiding waardoor het milieu, de volksgezondheid en de openbare veiligheid worden aangetast;

M.  overwegende dat de EU en haar lidstaten aanzienlijke financiële en logistieke ondersteuning bieden voor CITES, en voor het aanpakken van de illegale handel in wilde dieren in tal van derde landen;

N.  overwegende dat in het kader van CITES de soorten op basis van hun staat van instandhouding en omvang van de internationale handel zijn opgenomen in bijlagen, waarbij bijlage I soorten bevat die met uitroeiing bedreigd worden en waarin commerciële handel verboden is en bijlage II soorten bevat waarin de handel moet worden gecontroleerd om een gebruik te voorkomen dat niet te verenigen is met hun overleven;

O.  overwegende dat de in CITES-bijlage I opgenomen soorten sterk beschermd worden en elke commerciële handel in daarin opgenomen soorten verboden is; en overwegende dat elke vergunning om in beslag genomen exemplaren of producten (bijvoorbeeld ivoor, tijgerproducten of hoorn van neushoorns) te verkopen het doel van de CITES-overeenkomst zou ondermijnen;

P.  overwegende dat inspanningen nodig zijn om de transparantie van de besluitvorming te verbeteren;

1.  is verheugd over de toetreding van de EU tot CITES; beschouwt de toetreding als een essentiële stap om ervoor te te zorgen dat de EU verder kan streven naar de verwezenlijking van de bredere doelstellingen van haar milieubeleid en de regulering van de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, evenals de bevordering van het beleid voor duurzame ontwikkeling van de VN-agenda voor na 2030;

2.  is met name verheugd over het feit dat de EU voor het eerst als partij deelneemt en steunt de voorstellen van de EU en haar lidstaten, in het bijzonder de voorgestelde resoluties over corruptie en jachttrofeeën, de uitbreiding van de CITES-bescherming tot een aantal in de EU, met name als huisdieren, ingevoerde soorten en de voorgestelde amendementen op Resolutie 13.7 (Rev. CoP 14) over de controle op handel in persoonlijke bezittingen en huisraad;

3.  benadrukt dat de toetreding van de Europese Unie tot CITES de juridische status van de Europese Unie in CITES transparanter heeft gemaakt ten aanzien van derde partijen bij de overeenkomst; is van mening dat het een logische en noodzakelijke stap is om ervoor te zorgen dat de Europese Unie volledig in staat is om haar doelstellingen in het kader van haar milieubeleid na te streven; roept in herinnering dat de Commissie na toetreding namens de Europese Unie een coherent EU-standpunt naar voren kan brengen in CITES-zaken en een belangrijke rol kan spelen in de onderhandelingen tijdens de conferenties van de partijen;

4.  Benadrukt dat de Europese Unie in 2015 partij is geworden bij de CITES-overeenkomst, en dat er op de CITES-CoP zal worden gestemd met 28 stemmen over zaken die binnen de bevoegdheid van de EU vallen; ondersteunt in dit verband wijzigingen in het reglement van orde van de CoP die de tekst weerspiegelen van de CITES-overeenkomst inzake de stemming door regionale organisaties voor economische integratie en die in overeenstemming zijn met wat er al vele jaren in andere internationale overeenkomsten staat, en maakt er bezwaar tegen dat de stemmen van de Europese Unie worden geteld op basis van het aantal lidstaten dat naar behoren is geaccrediteerd voor de bijeenkomst op het moment dat de daadwerkelijke stemming plaatsvindt;

5.  is verheugd over het onlangs aangenomen EU-actieplan tegen handel in wilde dieren en planten dat gericht is op het voorkomen van deze handel door het aanpakken van de voornaamste oorzaken, het verbeteren van de uitvoering en handhaving van bestaande regels, en het efficiënter bestrijden van de georganiseerde misdaad op het gebied van handel in wilde dieren; verwelkomt dat er in het actieplan een speciaal hoofdstuk is opgenomen over de versterking van het mondiaal partnerschap van herkomst-, consumptie-, en doorvoerlanden tegen de handel in wilde dieren; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om een versterkt actieplan vast te stellen en uit te voeren, dat het sterke Europese engagement toont in de aanpak van de handel in wilde dieren;

6.  steunt het initiatief van de Commissie en de lidstaten om tot overeenstemming te komen over wereldwijde richtlijnen voor trofeejacht binnen CITES met het oog op een betere internationale controle op de duurzame herkomst van de in bijlage I of II vermelde soorten;

7.  verzoekt de EU en haar lidstaten om zich bij al hun besluiten over werkdocumenten en voorstellen voor opneming van soorten op een lijst te laten leiden door het voorzorgsbeginsel met betrekking tot de bescherming van soorten (zoals uiteengezet in CITES-resolutie 9.24 (herzien bij CoP 16)) – in het bijzonder met betrekking tot de invoer van jachttrofeeën van CITES-soorten – en in dat verband met name uit te gaan van het beginsel "de gebruiker betaalt", het beginsel van preventieve actie en de ecosysteembenadering; roept de EU en haar lidstaten op om vrijstellingen voor vergunningen voor alle jachttrofeeën van soorten die op de CITES-lijst staan, af te schaffen;

8.  verlangt dat alle CITES/CoP 17-besluiten worden gebaseerd op wetenschappelijke gegevens, zorgvuldige analyse, billijk overleg met de betreffende staten in het jachtgebied en in samenwerking met de lokale gemeenschappen; onderstreept dat alle regelgeving op het gebied van wilde dieren de plattelandsbevolking ertoe moet aanzetten de natuur te beschermen door duidelijk te maken dat een grote biodiversiteit in hun voordeel is;

9.  spoort de partijen bij CITES aan tot meer samenwerking, coördinatie en synergieën tussen aan biodiversiteit gerelateerde overeenkomsten op alle relevante niveaus;

10.  roept de lidstaten op te zorgen voor samenwerking, coördinatie en snelle informatie-uitwisseling tussen alle bij de tenuitvoerlegging van de CITES-overeenkomst betrokken instanties, in het bijzonder de douane-autoriteiten, de politie, grensinspectiediensten voor de gezondheid van planten en dieren, en andere instanties;

11.  spoort de EU en haar lidstaten aan om initiatieven te bevorderen en te steunen die gericht zijn op een betere bescherming tegen de invloed van de internationale handel van soorten waarvoor de Europese Unie een belangrijke transit- of bestemmingsmarkt is;

12.  maakt zich zorgen over het feit dat de grens tussen legale en illegale handel flinterdun is wat betreft het verhandelen van soorten en afgeleide producten ervan, en dat de combinatie van menselijk handelen en de opwarming van de aarde ervoor zorgt dat de grote meerderheid van de wilde dieren en planten vandaag met uitsterven wordt bedreigd;

13.  verzoekt de EU met klem regelgeving aan te nemen die erop gericht is de illegale handel terug te dringen door de import, export, verkoop, aanschaf of aankoop van wilde dieren of planten die worden gevangen, gehouden, vervoerd of verkocht in strijd met de wet van het land van oorsprong of transit te verbieden;

14.  hecht er in het bijzonder aan alle lidstaten aan te sporen om: de export van ruw ivoor te verbieden, zoals Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en enkele staten van de VS reeds hebben gedaan; om hun waakzaamheid te verhogen ten aanzien van handelscertificaten op hun grondgebied; de fraudebestrijding effectief ter hand te nemen, in het bijzonder aan de grens; over te gaan tot vernietiging van illegaal ivoor; en de straffen voor handel in beschermde soorten te verhogen (vooral met betrekking tot olifanten, neushoorns, tijgers, apen, en soorten tropisch hout);

15.  spoort de EU en haar lidstaten en de andere partijen bij CITES ertoe aan om, in overeenstemming van de artikelen III, IV en V van het verdrag initiatieven te bevorderen en te ondersteunen die erop gericht zijn het welzijn van in de CITES-overeenkomst opgenomen verhandelde dieren te verbeteren; dergelijke initiatieven omvatten mechanismen die ervoor moeten zorgen dat dieren zodanig worden gereed gemaakt en vervoerd dat het risico op letsel, schade aan de gezondheid of ruwe behandeling tot een minimum wordt beperkt, dat bestemmingen adequaat zijn uitgerust om ze te huisvesten en te verzorgen, en dat inbeslagnames van levende dieren worden uitgevoerd met inachtneming van hun welzijn;

16.  is bezorgd over de mogelijke gevolgen die het "anticiperen op uitsterven", oftewel het kopen van producten in de hoop dat de desbetreffende soorten binnenkort uitgestorven zal zijn, zou kunnen hebben op de bescherming van bedreigde dieren in het wild; verzoekt de CITES-partijen en het secretariaat om verder onderzoek te doen naar de vraag of nieuwe financiële producten en technologieën zoals de Bitcoin een faciliterende rol kunnen spelen;

17.  beseft dat CITES-waarnemers een belangrijke rol spelen bij het verstrekken van expertise inzake soorten en handel, en bij het verlenen van steun aan capaciteitsopbouw door de partijen;

Transparantie van de besluitvorming

18.  is van oordeel dat transparantie van de besluitvorming in internationale milieu-instellingen cruciaal is voor de doeltreffende werking van deze instellingen; juicht alle vrijwillige en procedurele inspanningen ter vergroting van de transparantie in het CITES-bestuur toe; is fel gekant tegen het gebruik van geheime stemming als courante praktijk bij CITES;

19.  is ingenomen met het op de CoP 16 genomen besluit dat de leden van de dieren- en plantencommissies verplicht zijn verklaringen omtrent eventuele belangenverstrengeling te overleggen; beseft evenwel dat deze verplichting uitsluitend op een zelfbeoordeling van de leden gebaseerd is; betreurt dat er tot dusverre geen verklaringen van mogelijke belangenverstrengeling door de leden van deze commissies zijn afgelegd;

20.  dringt er bij het secretariaat van CITES op aan na te gaan of het mogelijk is een onafhankelijke controle-instantie op te richten of de vaste commissie uit te breiden met een onafhankelijk controle-orgaan om toezicht te houden op de toepassing van de bepalingen inzake belangenverstrengeling;

21.  acht transparantie in het kader van het financieringsproces van essentieel belang en een eerste vereiste voor goed bestuur, en steunt dan ook de door de EU voorgestelde resolutie over het "Sponsored Delegates Project"(2);

Rapportage

22.  is van oordeel dat traceerbaarheid van essentieel belang is voor legale en duurzame handel, en dat deze van doorslaggevend belang is voor de inspanningen van de VN om corruptie, illegale handel in dieren en planten en stroperij te bestrijden, die wordt erkend als de op drie na belangrijkste criminele markt ter wereld, ongeacht of deze handel van commerciële of niet-commerciële aard is; onderstreept in dit verband dat het van belang is dat alle partijen het e-vergunningensysteem invoeren dat transparant is en door de alle partijen wordt gedeeld; erkent echter dat een aantal partijen hierbij technische problemen ondervindt, en stimuleert het verlenen van steun voor capaciteitsopbouw om de invoering van het e-vergunningensysteem door alle partijen mogelijk te maken;

23.  verwelkomt de beslissing die op de CoP16 is genomen met betrekking tot regelmatige rapportage door de CITES-partijen over illegale handel; beschouwt het nieuwe model voor de jaarlijkse rapportage over illegale handel, zoals opgenomen in de CITES-aankondiging nr. 2016/007, als een belangrijke stap op weg naar de ontwikkeling van een beter inzicht in de handel in wilde dieren, en moedigt alle CITES-partijen aan om nauwkeurig en regelmatig verslag uit te brengen over de illegale handel met behulp van het voorgeschreven model;

24.  is verheugd over de initiatieven van de particuliere sector zoals die van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) over e-freight voor en door de toeleveringsketen via luchtvrachtvervoer; is van oordeel dat de uitbreiding van zulke traceerbaarheidsinitiatieven, met name voor de vervoersector, een belangrijk instrument voor het vergaren van inlichtingen is;

25.  benadrukt dat voor doeltreffende gegevensverzameling het vergunningverleningsproces van groot belang is en dat de beheersinstanties dan ook een cruciale rol spelen; wijst er opnieuw op dat vergunningverlenende instanties overeenkomstig artikel VI van de CITES-Overeenkomst onafhankelijk dienen te zijn;

Handel in wilde dieren en planten en corruptie

26.  vestigt de aandacht op gevallen van corruptie waarbij sprake was van opzettelijk frauduleuze afgifte van vergunningen door actoren bij de vergunningverlenende instantie; roept het CITES-secretariaat en het Permanent Comité ertoe op om deze zaken met de hoogste prioriteit en urgentie aan te pakken;

27.  onderstreept dat er in elk stadium van de handel in wilde dieren en planten tussen landen van oorsprong, doorvoer en bestemming corruptie kan voorkomen en dat deze corruptie de doeltreffendheid, correcte tenuitvoerlegging en het uiteindelijke welslagen van de CITES-Overeenkomst ondermijnt; is dan ook van oordeel dat krachtige en doeltreffende anti-corruptiemaatregelen van doorslaggevend belang zijn om handel in wilde dieren en planten tegen te gaan;

28.  is uitermate bezorgd over het opzettelijk misbruik van oorsprongscodes van in het wild gevangen soorten in de vorm van frauduleus gebruik van de codes voor in gevangenschap gefokte/geteelde CITES-soorten; verzoekt de CoP 17 een robuust systeem op te zetten voor de registratie, controle en certificering van handel in op boerderijen of in gevangenschap gefokte/geteelde soorten in zowel de herkomstlanden als de EU, om misbruik van dien aard tegen te gaan;

29.  dringt er bij de CITES-partijen op aan verdere richtsnoeren uit te werken en hun steun te verlenen aan de ontwikkeling van aanvullende technieken en methodes om een onderscheid te kunnen maken tussen van productiefaciliteiten in gevangenschap afkomstige soorten en in het wild levende soorten;

30.  veroordeelt dat criminele bendes en netwerken in aanzienlijke mate illegaal en in strijd met de Overeenkomst opereren, frequent gebruik maken van corruptie om de handel in wilde dieren en planten te faciliteren en de pogingen om de wet te handhaven, dwarsbomen;

31.  dringt er bij de partijen die het VN-Verdrag inzake grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en het VN-Verdrag tegen corruptie nog niet hebben ondertekend of geratificeerd, dit onverwijld te doen;

32.  is verheugd over de internationale toezegging in het kader van resolutie 69/314 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van juli 2015, onder meer voor wat betreft corruptiebestrijding (art.10)(3);

33.  steunt de initiatieven van de EU en haar lidstaten die oproepen tot meer actie bij de wereldwijde bestrijding van corruptie in het kader van CITES; dringt er bij de CITES-partijen op aan de ontwerpresolutie over het tegengaan van corruptie faciliterende activiteiten in strijd met de Overeenkomst, te steunen;

Handhaving

34.  dringt aan op het tijdig en volledig opleggen van CITES-sancties tegen partijen die de fundamentele aspecten van de Overeenkomst niet naleven en dringt er met name bij de EU en haar lidstaten op aan gebruik te maken van de beschikbare mechanismen om partijen ertoe aan te sporen de CITES-Overeenkomst en andere internationale overeenkomsten ter bescherming van in het wild levende dieren en planten en de biodiversiteit, na te leven;

35.  onderstreept het belang van gezamenlijke internationale samenwerking tussen alle spelers in de handhavingsketen ten einde de rechtshandhavingscapaciteit op plaatselijk, regionaal, nationaal en internationaal niveau te versterken; is verheugd over hun bijdrage en dringt aan op nog meer inzet; onderstreept het belang van de oprichting van speciale bureaus en gespecialiseerde politie-eenheden om de handel in wilde dieren en planten doeltreffender te bestrijden; wijst op het belang van gezamenlijke internationale handhavingsoperaties in het kader van de ICCWC(4), en looft in dit verband de succesvolle COBRA III-operatie(5); is verheugd over de steun van de EU aan het ICCWC;

36.  erkent de toenemende illegale handel in wilde dieren en producten van wilde dieren via het internet, en roept de CITES-partijen ertoe op om contact te onderhouden met de rechtshandhavings- en cybercriminaliteitseenheden en het internationaal consortium voor de bestrijding van misdadige handel in wilde dieren teneinde de beste werkwijzen en nationale maatregelen te identificeren om de illegale internethandel aan te pakken;

37.  verzoekt de partijen een duidelijk en doeltreffend beleid goed te keuren en uit te voeren om de consumptie van producten afgeleid van kwetsbare planten en dieren te ontmoedigen, om de consumenten bewust te maken van de gevolgen van hun consumptie voor deze soorten en hen te informeren over de gevaren van illegale handelsnetwerken;

38.  verzoekt de partijen om de ontwikkeling van bestaansmiddelen van lokale gemeenschappen in de omgeving van de betreffende in het wild levende soorten te ondersteunen en deze gemeenschappen te betrekken bij de strijd tegen stropen, en bij het verstrekken van informatie over de gevolgen van de handel van met uitsterven bedreigde planten en dieren;

39.  dringt aan op een continue internationale inzet ten einde de capaciteitsopbouw op lange termijn te vergemakkelijken, de uitwisseling van informatie en inlichtingen te verbeteren en de handhavingsinspanningen van regeringsautoriteiten te coördineren;

40.  vraagt de partijen om te verzekeren dat personen die overtredingen begaan die verband houden met wilde dieren en planten ook daadwerkelijk worden vervolgd, en ervoor te zorgen dat de straffen in verhouding staan tot de ernst van hun daden;

Financiering

41.  dringt erop aan dat er meer financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor instandhoudings- en capaciteitsopbouwprogramma's voor in het wild levende dieren en planten;

42.  onderstreept dat toereikende financiële middelen voor het CITES-secretariaat moeten worden uitgetrokken, met name gezien de uitgebreide verantwoordelijkheden en de extra werklast van het secretariaat; benadrukt eveneens de noodzaak van een tijdige storting van financiële bijdragen die door de partijen bij de CITES-overeenkomst zijn toegezegd;

43.  spoort de partijen aan om te overwegen de kernbegroting van CITES te verhogen naar aanleiding van de inflatie, om de goede werking van de CITES-overeenkomst te waarborgen;

44.  pleit voor de uitbreiding van publieke-private partnerschappen voor de financiering van capaciteitsopbouwprogramma's op andere gebieden in het kader van de CITES-Overeenkomst alsook voor rechtstreekse financiering om de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst te ondersteunen;

45.  is verheugd over de financiële middelen die de EU via het Europees Ontwikkelingsfonds aan de CITES-Overeenkomst verstrekt en spoort de EU ertoe aan aldus gerichte financiële hulp te blijven verstrekken en ook op lange termijn voor specifieke en gerichte financiële hulp in te blijven staan;

Amendementen op de CITES-bijlagen

46.  steunt nadrukkelijk de door de EU en haar lidstaten ingediende voorstellen voor de CITES-bijlagen;

47.  dringt er bij alle partijen bij de CITES-overeenkomst en alle deelnemers aan de CoP17 op aan zich aan de criteria te houden die in de overeenkomst staan voor de opname van soorten in de bijlagen, en een preventieve aanpak te volgen om een hoog en efficiënt niveau van bescherming van bedreigde soorten te waarborgen; merkt op dat de geloofwaardigheid van CITES afhankelijk is van haar vermogen om de lijst aan te passen in reactie op zowel negatieve als positieve trends, en verwelkomt daarom de mogelijkheid het beschermingsniveau van soorten te verlagen alleen wanneer dat nodig is, volgens vaste wetenschappelijke criteria, zodat blijkt dat de CITES-lijsten goed functioneren;

De Afrikaanse olifant en de handel in ivoor

48.  merkt op dat met de verdubbeling van de illegale slacht en de verdrievoudiging van de hoeveelheid in beslag genomen ivoor in het afgelopen decennium, de problemen voor de Afrikaanse olifanten (Loxondonta africana) als gevolg van stroperij voor de ivoorhandel, enorm blijven en leiden tot een daling van de populaties in heel Afrika, en een bedreiging vormt voor het levensonderhoud van miljoenen mensen, gezien het feit dat de illegale handel in ivoor schadelijk is voor de economische ontwikkeling, georganiseerde misdaad bevordert, corruptie stimuleert, conflicten aanwakkert en de regionale en nationale veiligheid bedreigt doordat het milities van een bron van financiering voorziet; dringt er daarom bij de EU en haar lidstaten op aan voorstellen te ondersteunen die de bescherming van Afrikaanse olifanten zouden versterken en de illegale handel in ivoor zouden verminderen;

49.  is ingenomen met het voorstel dat is ingediend door Benin, Burkina Faso, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Kenia, Liberia, Niger, Nigeria, Senegal, Sri Lanka en Oeganda, en dat wordt gesteund door de Coalitie van de Afrikaanse Olifant die alle Afrikaanse olifantenpopulaties in bijlage I wil opnemen, hetgeen het instellen van een internationaal verbod op ivoorhandel zou vereenvoudigen en een duidelijk signaal zou geven aan iedereen dat men wereldwijd vastberaden is een einde te maken aan het uitsterven van de Afrikaanse olifant;

50.  dringt er bij de EU en alle partijen op aan het huidige moratorium te handhaven en zich daarom te verzetten tegen de voorstellen van Namibië en Zimbabwe inzake de handel in ivoor, die erop gericht zijn handelsbeperkingen weg te nemen die verband houden met de annotaties bij de bijlage II-vermelding van de olifantenpopulaties van deze partijen;

51.  merkt op dat pogingen van CITES om stroperij en de illegale handel te verminderen door het toestaan van de legale verkoop van ivoor geen succes hebben gehad en dat de ivoorhandel sterk is toegenomen; dringt aan op verdere inspanningen van de betrokken partijen in het kader van het nationaal actieplan voor ivoor; steunt maatregelen voor het beheer en de vernietiging van voorraden ivoor;

52.  herinnert aan de oproep in zijn resolutie van 15 januari 2014 over de misdadige handel met in het wild levende dieren(6), en roept al haar 28 lidstaten op om moratoria in te stellen voor alle commerciële invoer, uitvoer en binnenlandse verkoop en aankoop van slagtanden en ruwe en bewerkte ivoorproducten totdat de olifantenpopulaties in het wild niet langer worden bedreigd door stroperij; stelt vast dat Duitsland, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Zweden, Tsjechië, Slowakije en Denemarken al hebben besloten om geen uitvoervergunningen te verstrekken voor "ruw" ivoor van vóór de overeenkomst; moedigt daarom de EU en haar lidstaten aan om de in- en uitvoer van ivoor af te schaffen en alle commerciële aan- en verkoop van ivoor in de EU te verbieden;

De witte neushoorn

53.  betreurt het voorstel van Swaziland om de handel in hoorn van neushoorns van haar witte-neushoornpopulatie (Ceratotherium simum simum) te legaliseren, wat het witwassen van opbrengsten van gestroopte hoorn van neushoorns zou vergemakkelijken, en bestaande inspanningen tot terugdringing van de vraag en verbodsbepalingen op binnenlandse handel in consumentenmarkten zou ondermijnen, en er mogelijk toe zou kunnen leiden dat het stropen van neushoorns in Afrika en Azië toeneemt; dringt er bij de EU en alle partijen op aan zich te verzetten tegen dit voorstel, en roept Swaziland daarom op om haar voorstel in te trekken;

De Afrikaanse leeuw

54.  merkt op dat terwijl de populaties van de Afrikaanse leeuw (Panthera leo) in 21 jaar tijd dramatisch zijn teruggelopen met 43 % en onlangs in 12 Afrikaanse staten zijn uitgeroeid, de internationale handel in leeuwproducten aanzienlijk is toegenomen; dringt er bij de EU en alle partijen op aan om het voorstel te ondersteunen van Niger, Tsjaad, Ivoorkust, Gabon, Guinee, Mali, Mauritanië, Nigeria, Rwanda en Togo om alle populaties van de Afrikaanse leeuw over te plaatsen naar bijlage I van CITES;

Schubdieren

55.  merkt op dat schubdieren de meest illegaal verhandelde zoogdieren ter wereld zijn, zowel voor hun vlees als hun schubben, die worden gebruikt in de traditionele geneeskunde, waardoor alle acht soorten schubdieren (Manis crassicaudata, M. tetradactyla, M. tricuspis, M. gigantea , M. temminckii, M. javanica, M. pentadactyla, M. culionensis) met uitsterven worden bedreigd; is daarom ingenomen met de diverse voorstellen voor overplaatsing van alle Aziatische en Afrikaanse schubdiersoorten naar bijlage I van CITES;

Tijgers en andere Aziatische grote katachtigen

56.  dringt er bij de EU en alle partijen op aan om de door het Permanent Comité van CITES voorgestelde besluiten goed te keuren, die strikte voorwaarden stellen aan het fokken van tijgers en de handel in tijgers in gevangenschap en tijgerproducten, alsmede het voorstel van India om partijen aan te moedigen om beelden van gevangen tijgers en van tijgerproducten te delen die wetshandhavingsinstanties zouden helpen bij het identificeren van individuele tijgers door hun unieke streeppatronen; roept de EU op om te overwegen financiële middelen ter beschikking te stellen voor de tenuitvoerlegging van deze besluiten, en dringt aan op de sluiting van tijgerfokbedrijven en beëindiging van de handel in tijgers in gevangenschap en tijgerproducten op de CITES-COP17;

Als huisdieren verhandelde soorten

57.  merkt op dat de markt voor exotische huisdieren internationaal en in de EU groeit en dat een groot aantal voorstellen is gedaan om een lijst aan te leggen van reptielen, amfibieën, vogels, vissen en zoogdieren die worden bedreigd door de internationale handel voor de huisdierenmarkt; roept alle partijen op om deze voorstellen te steunen om ervoor te zorgen dat deze bedreigde soorten beter worden beschermd tegen uitbuiting voor de handel in huisdieren;

58.  dringt er bij de EU-lidstaten op aan een positieve lijst samen te stellen van exotische dieren die als huisdier gehouden kunnen worden;

Agarhout en palissander

59.  erkent dat de illegale houtkap een van de meest destructieve misdaden tegen wilde dieren is, aangezien het niet één enkele soort bedreigt, maar hele habitats, en dat de vraag naar palissander (Dalbergia spp.) voor de Aziatische markten is blijven stijgen; dringt er bij de EU en alle partijen op aan het voorstel van Argentinië, Brazilië, Guatemala en Kenia te ondersteunen voor opname van het genus Dalbergia in CITES-bijlage II, met uitzondering van de soorten opgenomen in bijlage I, aangezien dit een cruciale bijdrage zou leveren aan de inspanningen om de onhoudbare handel in palissander een halt toe te roepen;

60.  merkt op dat de huidige uitzonderingen op de CITES-eisen ertoe kunnen leiden dat het harsachtige poeder van Agar-hout (Aquilaria spp. en Gyrinops spp.) wordt uitgevoerd als onwerkzaam poeder en andere producten worden verpakt voor de detailhandelsverkoop vóór de uitvoer, en daardoor invoerregelgeving omzeilen; roept de EU en alle partijen daarom op het voorstel te steunen van de Verenigde Staten van Amerika om de annotatie aan te passen om deze leemten in de regelgeving op te vullen met betrekking tot de handel in dit zeer waardevolle aromatische hout;

Andere soorten

61.  dringt er bij de EU en alle partijen op aan:

   het voorstel van Peru te steunen voor wijziging van de annotatie op bijlage II voor Vicuña (Vicugna vicugna), aangezien het de markeringseisen voor de internationale handel in deze soort zal consolideren;
   de opname van de Nautilus (Nautildae spp.) in bijlage II te ondersteunen, zoals voorgesteld door Fiji, India, Palau en de Verenigde Staten van Amerika, gezien het feit dat de internationale handel in Nautilus-schelpen als juwelen en decoratie een grote bedreiging vormt voor deze biologisch kwetsbare soort;
   zich te verzetten tegen het voorstel van Canada om Peregrine-valken (Falco peregrinus) te verplaatsen van bijlage I naar II, aangezien dit de aanzienlijke illegale handel in deze soort zou kunnen verergeren;

62.  herinnert eraan dat de kardinaalbaars (Pterapogon kauderni) op de IUCN-lijst van bedreigde diersoorten staat en dat een enorm deel van deze soort, waaronder enkele hele populaties, verloren is gegaan, als gevolg van de onverminderd hoge vraag met het oog op de aquariumhandel, met als voornaamste bestemmingen de Europese Unie en de Verenigde Staten; dringt er daarom bij de Europese Unie en haar lidstaten op aan de opname van de kardinaalbaars in bijlage I in plaats van in bijlage II te ondersteunen;

63.  merkt op dat de internationale handel in ruw en bewerkt koraal zich heeft uitgebreid en dat de marktvraag naar kostbare koralen is gestegen, hetgeen het voortbestaan van kostbare koralen bedreigt; vraagt de EU en alle partijen met klem de goedkeuring van het verslag over kostbare koralen dat door de Verenigde Staten is ingediend te ondersteunen;

o
o   o

64.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de CITES-partijen en het CITES-secretariaat.

(1)http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2016/570008/IPOL_STU(2016)570008_EN.pdf
(2) http://ec.europa.eu/environment/cites/pdf/cop17/Res%20sponsored%20delegate%20project.pdf
(3) http://www.un.org/en/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/69/314
(4) Internationaal Consortium voor de bestrijding van de handel in in het wild levende dieren en planten bestaande uit INTERPOL, het CITES-secretariaat, de Werelddouaneorganisatie, het Bureau van de VN voor drugs- en misdaadbestrijding en de Wereldbank.
(5) Gezamenlijke actie van politie en douane in mei 2015.
(6) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0031.

Juridische mededeling - Privacybeleid